Door Leonie van Daalen-Röell
In ons nog jonge leven was dé grote jaarlijkse gebeurtenis het maalfeest, het oogstfeest van de suikerfabriek. ´s Ochtends vroeg konden we het geluid van de gamelan al horen. Mijn vriendin en ik verzekerden ons dat we op tijd zouden zijn om de Barongan en andere figuren te zien die om de trein heen dansten die de eerste suikerriet naar de fabriek zou brengen. Vooral die Barongan intrigeerde ons. Het was een oud mythisch beest gespeeld door twee mannelijke dansers, van wie de voorste zijn grote enge kop droeg en de achterste zijn lichaam. Op Bali hebben ze ook z´n tegenpool, Ranga, een heks en tegelijkertijd koningin van de onderwereld. Samen met Barong beeldt zij de strijd uit tussen goed en kwaad. Ik kan me niet herinneren dat ook zíj deel uitmaakte van de figuren die bij ons werden uitgebeeld.

Slametan maalfeest suikerfabriek Tjepiring
De Barongan vindt zijn oorsprong waarschijnlijk in de periode dat Java nog hindoeïstisch was. Het was een wezen dat vriendelijk maar ook angstaanjagend kon zijn. Wij, kinderen, vonden het prachtig om hem te zien dansen terwijl hij zijn manen liet wapperen en zijn grote muil steeds open en dicht deed.
Behalve de Barongan waren er reuzen op bamboe stokken en mannen die op koeda keppangs dansten, paarden gemaakt van beschilderde bamboematten. Het geluid van hun belletjes maakte het geheel feestelijk en paste wonderwel bij de sierlijke bewegingen van de reuzen. Lees verder










