Japanse uitkering (JU) aan burger-geïnterneerden, op basis van het Yoshida-Stikker protocol (claim 4)
“Resumerend heeft de Indische gemeenschap tot op de dag van vandaag zeven claims open staan jegens de Nederlandse overheid en twee jegens banken en verzekeringsmaatschappijen.” Aldus de belangrijkste conclusie in het boek ‘Opgevangen in andijvielucht’ van Griselda Molemans. In dit artikel bespreken we claim nummer 4, gebaseerd op de Japanse uitkeringen aan burger-geïnterneerden op basis van het Yoshida-Stikkerprotocol.
De vredesbesprekingen in San Francisco in 1951 hadden niets vastgelegd over een schadevergoeding aan ex-burgergeinterneerden. De Japanse premier Yoshida had de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Dirk Stikker slechts toegezegd tot een schadevergoedingsregeling te willen komen ten behoeve van ´bepaalde groepen individuen, wegens in de kampen ondergaan buitensporig leed´. De hierop volgende jaren moest door besprekingen tussen de Nederlandse en de Japanse regering nog de hoogte van het bedrag worden vastgesteld en de wijze van uitkeren.
Na enige tijd kwamen de partijen overeen dat een lump sum het beste zou zijn, ware het niet, dat de Japanners daar nog regelmatig op terugkwamen. Ze waren niet overtuigd van de omvang van het leed en wilden daarvoor bewijzen op casusniveau.
De Nederlanders wilden hier aanvankelijk niet in mee gaan, maar legden uiteindelijk tóch – op aandringen van de Amerikanen – drie kamprapporten en vijftig individuele persoonsrapporten op tafel. Lees verder












