Een weerzien met Teloek Bajoer

Het lijkt ver, héél ver weg. En toch was het ooit dichtbij. Kort na de oorlog schreef ingenieur Hendrik Theodoor Bakker (1895, Amsterdam),  ex-secretaris van de N.V. Steenkolenmaatschappij Parapattan, in De Uitlaat, het blad van de Koninklijke Paketvaartmaatschappij (eigenaar van ‘Parapattan’) van zijn weerzien met het mijndorp Teloek Bajoer in Oost-Borneo.

Een schip van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij (KPM) tijdens het laden van kolen in Teloekbajoer, de afvoerhaven van de NV Steenkolen Maatschappij Parapattan (SMP)

Een schip van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij (KPM) tijdens het laden van kolen in Teloekbajoer, de afvoerhaven van de NV Steenkolen Maatschappij Parapattan (SMP)

Door Hendrik Bakker

“Ik herinner me nog mijn eerste aankomst bij de Parapattan kolenmijnen in 1923. De oude ‘Van der Capelle’ was de brede monding van de Beraoe-rivier opgevaren, langzamerhand klemde de nipah ons meer in, tot we in de kleine kali met het achterschip haast door de takken schuurden. Toen de zon begon te dalen meerden we te Tandjong Redeb. De heer Van de Velde kwam ons afhalen, de duisternis viel snel en toen wij met de motorboot naar Bedewatta voeren lag nog alleen de rivier als een Iichte strook tussen de donkere wallen van bet oerwoud.

En dan was er opeens links om de bocht een twinkeling van lichtjes, een schoorsteen tegen de avondlucht, het silhouet van een schip tegen een hel verlichte steiger, een groeiend lawaai, dat boven het stampen van de motor uitwies, de metalen rateling van een transporteur, die kolen in bet schip schoof.

Zo velen van U kennen dit beeld – het is er niet meer. De vernieling begint reeds bij Tandjoeng Redeb; de steiger, alle Europese woningen, de Chinese wijk en de landschapsgebouwen, het kantoor van de Douane en dat van de K.P.M. zijn door brand verwoest. Vaart men door naar Teloek Bajoer dan ziet men vanuit de verte allereerst de vernielde elektrische centrale en de omgevallen en verwrongen laad-installatie op de verbrande steigers.  Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 2 reacties

Arigatō!

Door Bert Immerzeel

De laatste tijd is bij ons thuis sprake van een lichte spanning. De reden? Mijn vrouw heeft voor haar verjaardag het boek ‘Opgeruimd’ gekregen van de Mari Kondo. Mocht u nog niet van haar gehoord hebben: Mari Kondo is een jonge Japanse vrouw met een opruimmanie. Op een dag, zo lezen we in haar boek, kreeg ze een paniekaanval en viel flauw. Toen ze weer bij kwam had ze het gevoel dat ze een spirituele ervaring had gehad. Een goddelijke stem had haar gezegd dat ze nauwkeuriger naar haar spullen moest kijken. En opeens wist ze dat ze niet moest nadenken over wat ze wég kon gooien, maar over wat ze wilde hóuden. Bij ieder voorwerp moest ze zich afvragen of het haar blij maakte. Dingen die blij maken mochten blijven, de rest kon weg, naar de kringloopwinkel.

De website van Mari Kondo

De website van Mari Kondo

Inmiddels heeft ze van het opruimen haar broodwinning gemaakt en reist ze de wereld rond om workshops en lezingen geven. Om het wat interessanter te maken heeft ze het opruimen tot een heuse filosofie gemaakt. De dingen die haar blij maken, of het nu een boek is of een handtas, bedankt ze persoonlijk, iedere dag. ‘Arigatō’ in het Japans. De rest gaat de deur uit. Opruimen heeft niets meer te maken met dekens kloppen en meubels in de was zetten, het is een lifestyle geworden.  Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 10 reacties

Wellicht toch onderzoek misdragingen Indonesië

Oorlogsmisdaden Koenders op werkbezoek: onderzoek verleden.

Nederland steunt toch een nader onderzoek naar de gedragingen van Nederlandse militairen in de voormalige kolonie Indonesië.

Dit valt op te maken uit een toespraak van minister Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) voor jongeren in Jakarta. „We moeten het verleden bespreken en onderzoeken, opdat we niet vergeten”, zei Koenders. „We moeten eerlijk durven zijn over de donkere kanten van de geschiedenis”. De minister brengt momenteel een werkbezoek aan Indonesië.

Minister Koenders (Buitenlandse Zaken) met zijn ambtgenoot Marsudi (foto Achmad Ibrahim/AP)

Minister Koenders (Buitenlandse Zaken) met zijn ambtgenoot Marsudi (foto Achmad Ibrahim/AP)

De afgelopen jaren zijn nieuwe studies gepubliceerd waaruit kan worden opgemaakt dat Nederlandse militairen zich in de postkoloniale tijd hebben schuldig gemaakt aan ernstig wangedrag dat als oorlogsmisdaden valt te kwalificeren. Buitenlandse wetenschappers riepen op tot het instellen van een waarheidscommissie. Enkele oorlogsmisdaden zijn erkend. Maar de laatste jaren waren er onderzoeken en getuigenissen dat deze op veel grotere schaal plaatsvonden.  Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 133 reacties

Het duistere verleden van de commando’s in Indië

Vandaag ontvangt het Korps Commandotroepen de Militaire Willemsorde. Maar het Korps heeft een onverwerkte geschiedenis in Indië. Moeten we daar niet eerst over praten?

Door Anne-Lot Hoek

Vandaag wordt het gehele Korps Commandotroepen gedecoreerd met de Militaire Willemsorde, de hoogste militaire dapperheidsonderscheiding. Het Korps ontvangt die onderscheiding voor betoonde moed in Afghanistan. Ze wordt uitgereikt door Koning Willem-Alexander.

Militair saluut tijdens toekenning MWO aan Gijs Tuinman, 2014

Militair saluut tijdens toekenning MWO aan Gijs Tuinman, 2014

Het Korpsvaandel blijkt in 1980 ook al bij Koninklijk Besluit een eervolle cravatte aangehecht te hebben gekregen. Volgens de website van Defensie was dat voor het ‘spectaculaire optreden’ op Midden-Sumatra in 1948-1949, tijdens de Tweede Politionele Actie in Indonesië. Dat is opmerkelijk, want daar richtte zijn voorloper, het Korps Speciale Troepen, een bloedbad onder honderden Indonesische burgers aan in de plaats Rengat, zo onderzocht ik recentelijk voor NRC Handelsblad en Reporter Radio. Volgens dezelfde site ontving de verantwoordelijke kapitein van die actie, W.D.H. Eekhout, zelfs een Bronzen Leeuw – een hoge militaire onderscheiding voor ‘bijzonder moedig gedrag en beleidvolle daden’ – voor de landingen op Sumatra.

Je kunt zeggen, dat moet je in zijn tijdsbeeld zien, we wisten toen niet beter. Verschillende militairen die in Indië bij oorlogsmisdaden betrokken waren, zijn met dapperheidsonderscheidingen gedecoreerd. Zo blijkt Majoor J.B.T. König ook een Bronzen Kruis te hebben ontvangen als troepencommandant in de ‘strijd tegen terroristen’ op Bali waar talloze Balinezen onrechtmatig zijn gedood en gemarteld. Dat zegt dus wat over de morele denkkaders van die tijd.  Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 178 reacties

Als een Indisch ambtenaar

Dit weekend overleed de historicus en jurist Cees Fasseur, op 77-jarige leeftijd, in een ziekenhuis in Leiden. Eén van zijn vroegere studenten, Rob Kramer, brengt hem een laatste groet.

Door Rob Kramer

Voor de kranten was hij de koningshuisbiograaf, voor mij de Leidse hoogleraar die me als student de complexiteit van de geschiedenis van Nederlands-Indië bijbracht. Hij zocht en vond de nuances, en schreef ingetogen. Grote woorden en makkelijke ééndimensionale verbanden waren hem een gruwel. Dat bracht hem de nodige conflicten, zoals met Jan Breman, cultureel antropoloog aan de Universiteit van Amsterdam. Breman’s grootse deducties en activistische kijk op het verleden, gevat in een verhandeling over Deli, werkten als een rode lap op een stier.

Cees Fasseur (Balikpapan, 1938 - Leiden, 2016)

Cees Fasseur (Balikpapan, 1938 – Leiden, 2016)

Fasseur had in 1969 als jonge jurist met een historische belangstelling een groot aandeel in de archiefstudie die ten grondslag lag aan de excessennota. Het gehaaste werken, de door de tijdslimiet onvermijdbare onvolledigheid en onnauwkeurigheid waren hem een doorn in het oog en zijn ongenoegen bleef. Wat een verkennende studie gevolgd door diepgravend onderzoek had moeten zijn, werd de standaard voor het overheidsstandpunt dat Nederland de oorlog op een juiste en acceptabele wijze had gevoerd. Nederland heeft dit standpunt nooit verlaten en heeft volhardt in de weigering tot vervolgonderzoek. Ook toen Fasseur ten tijde van de ophef over de massamoord daar, publiekelijk zei dat er nog tientallen andere Rawagedeh’s waren.   Lees verder

Geplaatst in 7. In Memoriam | Tags: | 18 reacties

Verdwaald op Kuda Mati

Door Bert Immerzeel

De enige keer dat ik ooit de Molukken bezocht, dacht ik me goed te hebben voorbereid. Tientallen kaarten had ik in mijn hoofd toen ik vanuit het vliegtuigraam voor het eerst Ambon onder me door zag glijden. Dan is dát dus schiereiland Leitimor, en dát Hitoe, dacht ik tijdens het dalen. Voor de berg Goenoeng Nona, of Kuda Mati (‘dood paard’) had ik bijzondere interesse, want ik had me voorgenomen daar een keer naar boven te klimmen.

Gunung Nona

Gunung Nona

Enkele dagen later was het zover. Een minibusje bracht me naar het westen van Ambon-stad. Vandaar moest ik het verder in mijn eentje uitzoeken. Een paar liter water en wat proviand in mijn rugzak zou genoeg moeten zijn. Een kopie van een vooroorlogse kaart (beter had ik in Ambon niet kunnen krijgen) moest me de richting wijzen.  Geen probleem, dacht ik, want het was toch niet veel meer dan een korte wandeling naar boven, en dan aan de andere kant weer naar beneden. Over enkele uren zou ik in een dorp aan de zuidkust wel ergens vervoer vinden om me terug te brengen naar mijn hotel.   Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 6 reacties

The Peristiwa of Rengat

This weekend Anne-Lot Hoek reports for NRC Handelsblad and Reporter Radio KRO-NCRV about the forgotten bloodbath in Rengat, Sumatra. The idea was to find out what happened. But what happened was not what struck her most.

Rengat_kranslegging

By Anne-Lot Hoek

Every year a memorial service takes place in the city of Rengat, mid-Sumatra. It takes place in honour of the ‘Peristiwa 5 January 1949’: a massacre performed by the Dutch army during the ‘Second Police Action.’ I went there to speak to witnesses and to compare written sources.

A vanished history

‘Wrong or not wrong’ was the endlessly repeated question in the public debate about Dutch military force during the Indonesian independence war. Recently the notion that violence was ‘structural’ seems to be gradually accepted in that debate. But what ‘structural’ violence looks like in practice and what the implications were, are still to be researched.

The ‘Excessennota’ of 1969 states 80 people died during the Dutch attack in Rengat, while Indonesian estimations range between 1000 and 3000 casualties. However, for myself that was not the most interesting discovery during my travels. What puzzled me was why this history had vanished between the discourse of two nations like a sort of orphaned child that nobody wanted?  Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 180 reacties