‘Ik hoop dat doordringt dat Nederland ook dader is geweest’

INTERVIEW Historicus Rémy Limpach concludeerde in zijn uitgebreide boek uit 2016 dat Nederland zich wel degelijk schuldig maakte aan structureel extreem geweld in Indonesië. Onlangs verscheen een compacte editie. ‘Racisme zit in de koloniale erfenis.’

Historicus Rémy Limpach [foto Frank Ruiter]

Door Frank Vermeulen

„Als je kijkt naar de beeldenstorm nu”, zegt Rémy Limpach aan het slot van het gesprek, „dan is een van de grieven van veel demonstranten dat Nederlanders nog te weinig stilstaan bij het racisme waarop dat zogenaamd grootse koloniale verleden rustte. Deze monumenten verheerlijken personen, maar van de schaduwkanten van de geschiedenis weet men te weinig.” Met zijn onderzoek naar het optreden van Nederlandse militairen tijdens de Indonesië-oorlog (1945-1950), wil Limpach bijdragen aan een herziening van het Nederlandse zelfbeeld. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 57 reacties

Ode aan de baboe

In navolging van de recent uitgebrachte film ‘Ze noemen me baboe’ van Sandra Beerends, in de Java Post een aantal bijzondere foto´s van baboes. Als ode aan de baboe.

In Inleiding in het Maleisch (1918) lezen we dat baboe niet alleen stond voor kindermeisje. Je had ook een ‘baboe dalam’ (kamermeisje) of ‘baboe tjoetji’ (wasmeisje). Maar de meeste baboes, zoals de Indische Nederlanders zich nu nog herinneren, waren ‘baboe anak’ (kindermeisje), of ‘baboe tètèk’ (een min). En als ze meereisden naar Nederland, dan heetten ze zeebaboes.

Baboe anak

Baboe met kind  [TM/FZF900-2]

 

Baboe met kind [TM/FZF861]

 

Baboe met kind op Java, vóór 1867  [KITLV 91085]

 

Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 14 reacties

Ze noemen me baboe

De machtswisselingen van de jaren 40, door de ogen van een baboe

Baboe met kind (TM/FZF861)

Door Annephine van Uchelen

In het jaar waarin Indonesië 75 jaar onafhankelijkheid viert, blikt de documentaire Ze noemen me baboe terug op een gedeeld verleden van Nederland en Indonesië. Voor deze veelgeprezen documentaire dook regisseur Sandra Beerends jarenlang de filmarchieven over Nederlands-Indië in.

De documentaire vertelt over de machtswisselingen in de periode van 1939-1949, door de ogen van een baboe: een Indisch kindermeisje in dienst van een Nederlands gezin. Beerends toont het Indische perspectief aan de hand van een fictief verhaal, helemaal opgebouwd uit archiefmateriaal.

“Ze noemen me baboe. Ik ken het woord niet. Het is een woord van de Belanda’s (Hollanders).” In een voice-over vertelt de Indische Alima haar levensverhaal. Ze is gevlucht voor een gedwongen huwelijk en komt in dienst van een Nederlandse familie waar ze meteen baby Jantje in haar hart sluit. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 41 reacties

Foto´s, officieren en geschenken

Militaire expeditie naar Zuid-Celebes 1905-1906

Nederlands militair optreden moest in de jaren na de eeuwwisseling Nederlands-Indië tot een staatkundige eenheid maken. Dat ging ten koste van een reeks onafhankelijke vorstendommen. Fotografische en schriftelijke verslaggeving heet van de naald maakt het mogelijk honderd jaar na dato de expeditie naar Zuid-Celebes op de voet te volgen, in het spoor van twee Nederlandse officieren en de vorst van Boni. Heleen Pronk is kunsthistorica. Bijzondere voorwerpen uit Celebes, die 100 jaar in bezit van haar familie waren, brachten haar op het Indische spoor van haar overgrootvader.

Afb. 1. ‘Lapawawoi ex radja van Boni in het bivak te Rappang.’ De vorst van Boni wordt uit zijn tijdelijke woning in Rappang gedragen naar een draagstoel waarmee hij naar Paré Paré wordt vervoerd, 25 november 1905. Uiterst links luitenant Eilers. (Legermuseum Delft)

Door Heleen Pronk

Een oude Aziatische man, met linkervoet in verband, wordt op de rug van een andere man van een steile trap naar beneden gedragen. Daar is een eenvoudige draagstoel voor hem neergezet. Op de voorgrond staat een Europeaan met de handen op de rug, die meer oog heeft voor de fotograaf dan voor het tafereel naast zich. De gewonde man is Lapawawoi, vorst van Boni. De Europeaan is mijn overgrootvader Carel Hendrik Eilers, Luitenant bij het Korps Marechaussee. De onzichtbare maker van de foto is kapitein Jonkheer Carel Frederik Goldman, Nederlands officier uit een notabel oud-Indisch geslacht. Gedrieën worden deze mannen voor het voetlicht gebracht als hoofdrolspelers in de koloniale oorlog die in de jaren 1905 en 1906 op Zuid-Celebes woedde. Op 13 juni 1905 vertrok een grote troepenmacht vanuit Batavia naar Zuid-Celebes. Voor deze militaire expeditie waren meerdere oorlogschepen ingezet. Manschappen, paarden, wapens, en voedsel werden vervoerd op schepen van de KPM (Koninklijke Pakketvaart Maatschappij). Semarang en Soerabaja werden aangedaan om troepen aan boord te laten. Begeleid door muziekkorpsen waren de manschappen door de steden getrokken, toegejuicht door de achterblijvers. Zoals te lezen valt in kranten en tijdschriften was vrijwel iedereen overtuigd van de noodzaak van militair optreden tegen de vorsten in het zuidwestelijk deel van Celebes.[i] Aanvoerder van het verzet was de radja van Boni. De opdracht die de bevelhebber van de troepen, kolonel C.A. van Loenen, had meegekregen luidde: het gevangennemen van de vorst en de onderwerping van Boni en de aangesloten rijken.

Aan boord van een van de schepen bevond zich de jonge luitenant Carel Hendrik Eilers, een gedreven militair die zijn sporen had verdiend tijdens een eerdere expeditie tegen het vorstendom Djambi op Sumatra. Voor zijn moedig optreden had hij de Eervolle Vermelding gekregen. In de strijd op Zuid-Celebes zou hij zich opnieuw kunnen onderscheiden. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 42 reacties

Die helden op sokkels staan eigenlijk in het vergeetboek

Beeldenstorm De standbeelden zijn het probleem niet, constateert Bas Kromhout. Zolang je ze maar presenteert voor wat ze zijn: historische monumenten, net als de ‘muur van Mussert’.

Het standbeeld van Coen in Hoorn (foto Koen van Weel/ANP)

Door Bas Kromhout

In het kielzog van de antiracismeprotesten die naar aanleiding van de moord op de Amerikaan George Floyd in de hele westerse wereld plaatsvinden, is een beeldenstorm opgestoken die historische slavenhandelaren en koloniale heersers van hun sokkels rukt. Dit is niet alleen een kwestie van collectieve woede die een symbolisch mikpunt heeft gevonden. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 17 reacties

Weinig Nederlanders vielen zó diep als Van Heutsz

Generaal Jo van Heutsz. Als gouverneur onderwierp hij de bevolking van Atjeh met grof militair geweld. Een biografie laat hem ook zien als een modern denkend mens.

Jo van Heutsz

Door Jeroen van der Kris

Er zijn weinig mensen in de Nederlandse geschiedenis die zó hoog op een voetstuk werden geplaatst, om vervolgens zó diep te vallen. Het verhaal van Jo van Heutsz is, hoe dan ook, opmerkelijk. Toen hij 1904 uit Indië naar Nederland kwam voor een gesprek over zijn benoeming tot gouverneur-generaal was er sprake van nationale hysterie. Op elk station waar hij uit de trein stapte – Roosendaal, Breda, Den Bosch, Nijmegen, Rotterdam, Den Haag, Amsterdam – wachtten hem notabelen, muziekkorpsen en juichende massa’s. Van Heutsz (1851-1924) werd gezien als de man die de al jaren slepende oorlog in Atjeh eindelijk in Nederlands voordeel had beslecht. Een Hollandse held. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 58 reacties

Een wijze les

Volksverhaal van Midden-Borneo

De kali in Bandjermasin

Toen Bapa Paloi ongeveer vijftig jaar oud was, was hij blind, omdat hij een oogziekte had gehad en niet naar de dokter was gegaan. Daarom bleef hij altijd maar thuis zonder te werken; hij zat en lag, at en dronk. Hun zoon Paloi, die bij andere mensen woonde waar hij werkte en zo de kost verdiende, kon zijn ouders niet helpen. Dus was het Indu Paloi die er op uitging om te werken en inkomsten te zoeken voor het levensonderhoud van zichzelf en Bapa Paloi, die thuisbleef. Daarom had Indu Paloi het zwaar en haar verdiensten waren niet genoeg om eten te kopen. Van haar inkomsten kon ze alleen rijst, zout en trasi kopen. Vis en groente kon zij niet kopen, omdat zij niet genoeg geld had. De groente haalde zij zelf van haar land. Maar soms was de groente van het bouwland op; dan zocht ze iedere dag bladeren van een eetbare slingerplant uit het bos om als bijgerecht te dienen.

Bapa Paloi, die thuisbleef, had steeds meer aanmerkingen; hij vroeg altijd lekkere bijgerechten als het etenstijd was; en hij wou dat Indu Paloi hem liefkoosde en masseerde, zoals het een vrouw betaamt haar man te doen. Maar omdat Bapa Paloi blind was, kon Indu Paloi noodgedwongen juist toen niet veel thuis zijn, omdat ze voor eten voor hen beiden moest zorgen. Maar Bapa Paloi begreep dat niet. Iedere dag, als het etenstijd was, mopperde hij luid dat er geen lekkere bijgerechten waren. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 33 reacties

‘Vasthouden aan een ideaal’

Teun Ottolander na bijna vijftig jaar gehuldigd in Boskoop

Op 20 juli 1927 meldt het Boskoopsch Nieuws- en Advertentieblad dat ‘de bekende Banjoewangi-planter’ Teun Ottolander begin augustus naar Europa zal afreizen. Hij is van plan om, naast onderbrekingen in Java, Egypte en Italië, uiteindelijk ‘het kleine Holland waarvan hij een der stoere zonen is’ aan te doen. ‘Ottolanders familie woont te Boskoop, het centrum van boom- en bloemkweekerijen’, zo meldt het Soerabaiasch Handelsblad, waarmee zijn bestemming in Holland wordt onthuld.

Door Pim Oxener

Teun Ottolander (1854-1935)

Bij aankomst in Boskoop zal Teun Ottolander voor het eerst in bijna vijftig jaar weer voet op Hollandse bodem zetten.

Ottolander is op 13 juli 1878, 24 jaar en pas getrouwd, met het schip ‘Prins van Oranje’ naar Indië vertrokken. In Indië wordt hij eerst administrateur van kina- en koffieland Mangiwar Djewè op de Tengger en vanaf 1884 van Pantjoer in Besoeki. In Boskoop is hij al bezig met culturen. Teun is een neef van de beroemde pomoloog K.J.W. Ottolander en is op jonge leeftijd in Boskoop betrokken bij de oprichting van een pomologische vereniging ‘voor jongeren’.

Op de Indische plantages bouwt hij deze ervaring uit en ontwikkelt zich tot een expert op het gebied van koffiecultuur. Samen met zijn vader en zijn broer, die hem naar Indië zijn gevolgd, bepaalt hij onder meer het gezicht van de koffieplantage Kajoemaas. In de lijsten van de Regeringsalmanak van Nederlandsch-Indië zijn Ottolanders carrière en zijn brede belangstelling prachtig te zien. Zo is hij onder meer voorzitter van de afdeling Banjoewangi van de vereniging Indië Weerbaar, is hij lid van de commissie van toezicht van de Cultuurschool in Soekaboemi, is hij ere-lid van het ‘Nederlands-Indisch Landbouw-Syndicaat’ in Soerabaja, is hij ondervoorzitter en voorzitter van de afdeling Bergcultures van de ‘Vereeniging ter bevordering van landbouw en Nijverheid’ in Djember. Veel van deze functies oefent hij jaren uit. Ottolander maakt in 1920 en 1921 ook deel uit van de Volksraad, het adviescollege van de Gouverneur-generaal, en is in 1902 benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 10 reacties

Blauw de zee, groen de bergen en rood de daken

Door foto´s in te kleuren gaan we de geschiedenis misschien anders bekijken, maar niet beter begrijpen.

Vertrek ss. Tjerimai uit Sabang

Door Bert Immerzeel

‘Vertrek ss. Tjerimai uit Sabang’ staat bovenaan de ansicht. Ik noem het ansicht, op zijn duits, want zo heb ik het geleerd. Maar vroeger, uit de tijd van deze foto, begin vorige eeuw, heette dit een postkaart.

De foto is ingekleurd. Omdat er in die tijd nog geen kleurenfilms bestonden, moest de fotograaf, in dit geval mogelijk een lokale fotograaf uit Sabang, na het afdrukken van de foto in zwart-wit, deze inkleuren met ecoline.

Goed inkleuren is een vak op zich. In dit geval had de fotograaf voldoende aan drie hoofdkleuren: blauw voor de zee, groen voor de bergen en rood voor het schip en de daken. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 14 reacties

De geur van gebakken vis

Volksverhaal van Midden-Borneo

Dorp aan de rivier, Borneo

Sangumang en zijn moeder leefden welvarend genoeg, zij kwamen niets tekort. Maar op een dag werd Sangumang ziek. Hij was erg ziek, zodat zijn moeder bezorgd werd, omdat hij al ik weet niet hoeveel dagen geen eetlust had. Zij slachtte een kip en maakte die heel lekker klaar, maar nog verbeterde de eetlust van Sangumang niet. Zij slachtte een varken, maar ook daarvan at hij niet. Toen vroeg zijn moeder Sangumang: “Hoe voel je je, kind? Wat zou je willen eten?” Sangumang antwoordde: “Het gaat wel, Moeder. Maar ik kan pas beter worden als ik gezouten gedroogde zeevis te eten krijg.” Zulke gedroogde vis was daar echter niet te koop, want Sangumangs woonplaats was in het binnenland en maar zelden kwamen mensen van de monding van de rivier zover stroomopwaarts. Daarom moest hij maar lijden en zijn ziekte werd steeds erger; er was geen geneesmiddel dat hem beter kon maken. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 29 reacties