De laatste halte

Bij de Staatsspoorwegen in Nederlands-Indië gebeurden vele ongelukken, meerdere daarvan binnen de gemeentegrenzen van Batavia. In april 1927 derailleerde een locomotief met enkele rijtuigen. ‘Te hoge snelheid’, was het oordeel. Een jaar later was het wéér raak, dit keer door een technisch mankement. Gelukkig was geen sprake van persoonlijk letsel, zij het dat een paard het leven liet.  

De trein komt tot stilstand in de Binnen Nieuwpoortstraat

Uit het Bataviaasch Nieuwsblad, 27 juni 1928:

Spoorweg-ongeluk te Batavia. Hedenmorgen is de elektrische trein, die om 7.31 uur van Kemajoran dient te vertrekken en om 7.38 uur te Batavia-Noord dient aan te komen, ten gevolge van het niet werken der remmen door het stootblok heen gereden en een viersteens muur omver rammend, vlak naast de uitgang voor de Batavia-passagiers, de Binnen-Nieuwpoortstraat ingereden! De motorwagen kwam juist op de rails der stoomtram, recht tegenover den ingang van het gebouw der Handelsvereeniging tot stand. Persoonlijke ongelukken hadden, wonder boven wonder, niet plaats: slechts een sado werd aangereden. Het paard werd in den buik getroffen en moest worden afgemaakt. De koetsier kwam met den schrik vrij, de sado werd vernield. De trein is met vier minuten vertraging, alzo om 7.35 uur van Kemajoran vertrokken en arriveerde ook vier minuten te laat, om 7.42 uur, te Batavia- Noord.   Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 2 reacties

Het goud van Soreang

H.Philippi

Als er één kenner was van vindplaatsen van goud in West-Java, dan was het wel dr. H. Philippi. Als oud-officier van de Topografische Dienst had hij in Bandoeng aan de Dagoweg een eigen bureautje opgericht voor landkartering en het vastleggen van claims. In het enorme Nederland-Indië viel héél veel te karteren en te claimen, – aan werk dus geen gebrek.
Voor het zoeken naar goud maakte hij gebruik van ´prospectors´, hulpen die navraag deden bij de lokale bevolking en die monsters namen door in verschillende beken met doelangs (zeefpannen) het bezinksel te zeven.

Begin 1936, zo lezen we in de Sumatra Post, kreeg Philippi bezoek van een zekere heer B., – we moeten gissen naar zijn volledige naam. Welnu, deze heer B. had al eerder voor Philippi gewerkt, en kwam eens informeren ´of er nog wat te doen´ was. Philippi vertelde hem dat er op dat ogenblik geen exploratiewerk was, maar, omdat hij wist, dat B. voorheen in zijn levensonderhoud had voorzien door het wassen van goud in Borneo, hij wel een beekje wist in de buurt van Soreang waar men goud kon wassen.  Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 2 reacties

De brand in Wates

De Nederlandsch-Indische Spiritus Maatschappij had met haar twee fabrieken in Paboearan en Wates het monopolie op de fabricage van spiritus in Indië. In een eerder artikel over Paboearan zagen we hoe het met de fabriek dáár is afgelopen. Wat weten we van de fabriek in Wates?

In de jaren ´30 werd door Paboearan en Wates om en om gewerkt. Beide fabrieken op volle toeren zou tot een overproductie hebben geleid, en beide op halve kracht zou een verlies van rentabiliteit hebben betekend.

De brand in Wates, 1938

De brand in Wates, 1938

In september 1938 ging bij het Soerabaijasch Handelsblad de telefoon. Door toedoen van een arbeider die met een aangestoken lucifer wilde kijken of een spiritustank leeg was, zo zou later blijken, was ´Wates´ in de lucht gevlogen:  Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 4 reacties

Wie wint de Gouden Buffel dít jaar?

goudenbuffel2016Eind december vroegen we u personen te nomineren voor de Gouden Buffel 2016: de speciale Java Postprijs voor degene die het afgelopen jaar de geschiedenis van Nederlands-Indië het meest onder de aandacht heeft gebracht van het grote publiek. Dank zij uw reacties, via de Java Post dan wel rechtstreeks aan de redactie, komen we tot de volgende shortlist van gegadigden.

In alfabetische volgorde:  Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 33 reacties

´Een geweldige klap en toen lag ik in het water´

Herdenking Slag in de Java Zee

Felix Jans

Felix Jans

Hij denkt er niet graag aan terug: de Slag in de Javazee. Felix Jans besloot op zijn achttiende bij de Marine te gaan, zonder zich goed te realiseren waar hij eigenlijk voor tekende. In 1942 trokken Nederlandse, Amerikaanse, Australische en Britse schepen naar de Javazee om Japanse strijdkrachten op weg naar Java tegen te houden. Maar alles liep anders. Jans is een van de laatste Nederlandse overlevenden.

“Er was ineens een geweldige klap en toen lag ik in het water”, vertelt de inmiddels 93-jarige oud-marineman. “Zonder te beseffen wat er gebeurd was, hebben we een tijdje rondgedreven. Vasthoudend aan hout en stukken boot.” De angst onder de overlevenden was groot. “Diepe angst. Maar we hielden elkaar in de gaten. Gelukkig waren er genoeg wrakstukken om aan vast te klampen.”

De Hr.Ms. Kortenaer, waar Jans verantwoordelijk was voor Kanon 1, werd op 27 februari 1942 geraakt door een Japanse torpedo. “We voeren de vijand eigenlijk tegemoet.” Het schip brak in tweeën en was niet meer te redden. “We dachten dat de jappen alleen maar derdehands wapens hadden. Maar ze hadden het beste van het beste. Ze schoten goed, ze manoeuvreerden goed. Kansloos!” Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 16 reacties

Vierjarig onderzoeksprogramma Dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië, 1945-1950

Dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië, 1945-1950 is een grootschalig, gezamenlijk onderzoeksprogramma van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV), het Nederlands Instituut voor Militaire Geschiedenis (NIMH) en NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust en Genocidestudies. Het onderzoek is financieel mogelijk gemaakt door de Nederlandse regering, dat op 2 december 2016 besloot steun te geven aan een breed onderzoek naar de gebeurtenissen in deze periode.

Nederlandse militair op Noord-Celebes, 1948 (TM)

Nederlandse militair op Noord-Celebes, 1948 (TM)

Het programma, dat bestaat uit negen deelprojecten, moet antwoord geven op de vragen over aard, omvang en oorzaken van structureel grensoverschrijdend geweld in Indonesië, bezien vanuit een bredere politieke, maatschappelijke en internationale context. In dat verband zal ook uitgebreid aandacht worden besteed aan de chaotische periode van augustus 1945 tot begin 1946 – vaak aangeduid als de Bersiap – én de politieke en maatschappelijke nasleep in Nederland, Indonesië en daarbuiten.  Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 17 reacties

Tegen de koloniale stroom in

Na de oorlog vervulde de indoloog Bert Alberts voor De Groene Amsterdammer een gezichtsbepalende rol in het debat over Indië en Indonesië. “De Groene hoeft van niemand te leren hoe ze het politiek gebeuren van commentaar moet voorzien.”

Alberts begin jaren tachtig in de tuin achter zijn huis in Blaricum (foto De Groene/Hans Vermeulen)

Alberts begin jaren tachtig in de tuin achter zijn huis in Blaricum (foto De Groene/Hans Vermeulen)

Door Graa Boomsma

Onlangs vroeg iemand zich op de opiniepagina van NRC Handelsblad af waarom geen enkele Nederlandse schrijver ooit een ‘moedig standpunt’ had ingenomen inzake de koloniale oorlog in Indonesië tussen 1946 en 1950. Dat was een vraag gebaseerd op een ernstig gebrek aan kennis. Een citaat uit Luceberts beroemde Minnebrief aan onze gemartelde bruid Indonesia zou al afdoende moeten zijn als antwoord. Dat gedicht schreef de latere Keizer der Vijftigers ‘pas’ in december 1948, ten tijde van de ‘tweede politionele actie’, dat wil zeggen de laatste aanvalsoorlog, waarbij generaal Spoor Soekarno en Hatta gevangen liet nemen.  Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 9 reacties