Een eeuw vrede onder de koppensnellers

Eind vorige eeuw stuurde Nederland twee bestuurders naar het hart van Kalimantan om de koppensnellerij en mensenroof te bestrijden. Dat deden ze niet met geweld, maar door recht te spreken volgens de adat van de Dajaks zelf. Herdenking in het oerwoud van een goedaardig staaltje kolonialisme.

Kahayan Rivier

Door Dirk Vlasblom

Luttele minuten nadat de helikopter is opgestegen van het vliegveld van Palangkaraya, in Midden-Kalimantan, is de wereld nog slechts grijs en groen. Beneden een tapijt van boomkruinen, met af en toe een glimp van de door regens gezwollen, modderbruine Kahayan, die zich kronkelend een weg zoekt door de moerassige laagvlakte van dit deel van Borneo. Vóór ons een grauw wolkendek dat met de minuut dichter en dreigender wordt. De piloot doet een dappere poging koers te houden zonder visueel houvast beneden.

Aan boord bevinden zich twaalf mensen: drie bemanningsleden, de Javaanse gouverneur van Midden-Kalimantan drs. Warsito Rasman, diens vrouw, twee voormalige gouverneurs – beiden Dajaks – en een notabele uit Palangkaraya met echtgenote. Tenslotte drie Nederlanders: de tweede secretaris van de ambassade in Jakarta Roel van der Veen, zijn vrouw Margreet en ikzelf. Het provinciebestuur in Palangkaraya heeft kosten noch moeite gespaard. Een week eerder zijn de kwartiermakers ons vooruitgegaan; zij maakten de reis naar het binnenland per speedboot en het laatste stuk, stroomopwaarts, per prauw.

De bestemming is Tumbang Anoi, een Dajakdorpje aan de bovenloop van de Kahayan, waar honderd jaar geleden twee Nederlandse bestuursambtenaren een diplomatiek succes behaalden dat in het Indonesië van nu nog altijd wordt gewaardeerd. In het voorjaar van 1894 leidden zij in deze afgelegen kampong in de binnenlanden van Borneo een vergadering van zo’n duizend inheemse notabelen. Twee maanden lang werd volgens het traditionele gewoonterecht van de Dajaks, de adat, recht gesproken in ruim tweehonderd gevallen van koppensnellerij en mensenroof. Na afloop van dit vredesberaad zwoeren de aanwezige hoofden de ‘snel-moord’ af als rechtsmiddel.

Op aandringen van de sterke Dajakse lobby in Midden-Kalimantan besloot de gouverneur het eeuwfeest niet alleen te vieren, maar om dat te doen in hetzelfde, nog immer geïsoleerde dorpje in het binnenland: Tumbang Anoi. En wel in gezelschap van een Nederlandse diplomaat, want honderd jaar na dato beschouwen zowel de Indonesische autoriteiten als de Dayaks zelf het beraad van Tumbang Anoi als een vreedzaam wapenfeit van de toenmalige machthebbers. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 1 reactie

De pillboxen van Ambon

Het zouden toeristische bezienswaardigheden kunnen zijn, de KNIL-pillboxen op Ambon. Maar de generatie die de oorlog heeft meegemaakt, en er uit eerste hand over kan vertellen, is bijna weg. De bunkertjes die nog resten, liggen her en der vergeten en veronachtzaamd op het eiland.

Pillbox op de berg Serimau bij Soya di Atas (foto Herman Keppy)

 

Door Herman Keppy

Het past in het beeld van een sterk moderniserend Ambon. De tantes in kain en kabaja zijn vrijwel verdwenen uit de straten van de stad. In de negeri’s worden de laatste ingetogen traditionele huisjes van gaba gaba met atapdak vervangen door fel beschilderde en betegelde woningen. De oude kerken en moskeeën zijn al dan niet uit noodzaak verwisseld voor nieuwe, vaak megalomaan lelijke gebouwen. En net zoals overal ter wereld staren de mensen veel op hun telefoon en naar de televisie. Verhalen van vroeger worden niet meer doorgegeven. Dus waarom je bekommeren om pillboxen? Wat zijn dat eigenlijk? Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 15 reacties

Verleden, heden en toekomst

Ondanks het feit dat het nationaal onderzoek naar de periode 1945-1950 in Indonesië al halverwege is, is nog steeds sprake van kritiek op de uitgangspunten. Een bijeenkomst tussen onderzoekers en activisten lijkt de kou niet uit de lucht te hebben genomen.

Door Bert Immerzeel

Nederlanders, zo stelt het Sociaal Cultureel Planbureau, hebben het gevoel dat de polarisatie toeneemt. Volgens velen staan bevolkingsgroepen steeds sterker tegenover elkaar. De nuance gaat verloren.

Vooral de nieuwe media krijgen de schuld. Terwijl vroeger alleen werd nagedacht door politici en dominees, wordt tegenwoordig aan iedereen overal een mening over gevraagd. En vinden we dus van alles van alles, ook al hebben we er niet over nagedacht. En noemen we het indelen van de wereld in likes en dislikes een nieuwe vorm democratie.

Bijeenkomst in NIOD-gebouw, Amsterdam, 31 januari 2019. Aanwezig, onder anderen, v.l.n.r., Michael van Zeijl, Peter Romijn, Ben Schoenmaker, Frank van Vree, Mariëtte Wolff, Gert Oostindie, Patty Gomes. (foto: Histori Bersama)

Dislikes

Dit proces treft ook onze geschiedenis, en dus ook de geschiedenis van ‘ons Indië’. Zo hebben we de afgelopen jaren al heel wat publieke discussies voorbij zien komen. Eerst was er de kwestie van het Van Heutszmonument, daarna die van het Coenmonument en -tunnel. Vervolgens de Zwarte Piet-affaire, ergernis over de gouden koets, en de koloniale omschrijvingen en mogelijke teruggave van kunstwerken in nationale musea. De laatste maanden kwam hier ook nog bij – overgewaaid uit de VS – het protest tegen het gebruik van de blackface in de kunst. Dit allemaal nog los van de discussies rond het onderzoek van NIOD, KITLV en NIMH naar de periode 1945-1950. Het debat werd vooral bepaald door veel veel dislikes: actievoerders haalden veelvuldig de media, en bepaalden het debat. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 57 reacties

Het vuur van de bersiap

Het nationaal onderzoek naar de gebeurtenissen in de jaren ’40 is inmiddels halverwege. Omdat we nog een jaar of twee moeten wachten voor we een antwoord krijgen op onze vele prangende vragen, alvast (nogmaals) enkele gedachten over het aantal bersiapslachtoffers.

Het Ursulinenklooster in Noord-Bandoeng, gebruikt voor de opvang van vluchtelingen. (TM)

Door Bert Immerzeel

Stel, dat een historicus nu opeens concludeert dat het bombardement op Rotterdam in 1943 geen 500 maar 5 duizend doden heeft gekost, of dat de Watersnoodramp in 1953 geen 2 duizend maar 20 duizend slachtoffers telde, dan zouden we ze toch voor gek verklaren? Waar zijn al die slachtoffers dan gebleven? Toch was dít wat gebeurde met betrekking tot het aantal bersiapslachtoffers, en (bijna) niemand zei er iets van. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 306 reacties

Postume onderscheiding voor KNIL-militairen

Op het militair ereveld in Loenen hebben zeven geëxecuteerde KNIL-militairen postuum het Mobilisatie Oorlogskruis gekregen. Ze hoorden bij een groep van 215 militairen van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger die op 19 januari 1942 voor de kust van het Indonesische eiland Tarakan door Japanners werden geëxecuteerd.

De militairen bevolkten twee kustbatterijen op het eiland en wisten niet dat hun eenheid zich had overgegeven. Ze vochten daarom door en boorden twee Japanse mijnenvegers de grond in. De Japanners executeerden hen uit wraak, op de plek waar de mijnenvegers tot zinken waren gebracht. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 72 reacties

De tropenhelm: symbool van koloniale onderdrukking?

De afgelopen weken hebben we weer zo´n heerlijk voorbeeld gezien van onzin-nieuws. En misschien hadden we het zélf niet eens door. U heeft er vast wel over gelezen: de kleding van Melania Trump, – altijd goed voor een smeuïg artikel. Heeft ze met die kleding nu een boodschap te verbergen, of niet?

De First Lady op safari

Dit keer maakte de First Lady een rondreisje door Afrika. Om toeristische redenen, en om de door haar gesteunde projecten aandacht te geven. Een paar dagen, meer was het niet, maar voldoende om in de media breed uit te worden gemeten. Wat schreef de Volkskrant over het bezoek? “De keuze voor een spierwitte 19de-eeuwse tropenhelm dreigt het bezoek van de Amerikaanse first lady, Melania Trump, aan Afrika te bepalen. Niet de bezoekjes aan weeshuizen, scholen en andere goede doelen in Ghana of Malawi blijven hangen, maar de vraag waarom zij op haar safaritrip in Kenia juist dit specifieke hoofddeksel droeg dat als symbool van koloniale onderdrukking geldt.”  Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 175 reacties

Koloniaal geluk is niet los te zien van koloniaal leed

Wie bracht het verkoelende drankje? Die vraag moet schrijver Kester Freriks zich blijven stellen als hij goede herinneringen ophaalt aan Indië, reageren de historici Thomas Smits, Klaas Stutje en Suze Zijlstra.

Groepsfoto van de mannelijke en vrouwelijke arbeiders van de rubberplantage Balang Seragam in Deli, Oost-Sumatra, 1880 (NA)

Door Thomas Smits, Klaas Stutje en Suze Zijlstra

In zijn stuk ‘Tempo doeloe – ook een mooie tijd’ betoogt schrijver en NRC-medewerker Kester Freriks dat de koloniale geschiedenis tegenwoordig alleen nog ‘veroordelend’ beschreven wordt: „Nederlands-Indië wordt gestigmatiseerd, met terugwerkende kracht. Nederland in Indonesië: dat was fout.” Hij stelt dat het inmiddels ‘verboden’ is om te zeggen dat iemand een gelukkig leven heeft geleefd in de kolonie. Historici worden er wel vaker van beschuldigd een feestje te verpesten, maar iemand persoonlijke herinneringen verbieden zou wel heel gemeen zijn. Is het echt zo erg? Het lijkt erop dat Freriks een aantal dingen – geschiedschrijving, collectieve en persoonlijke herinnering – door elkaar haalt.  Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 51 reacties