Teruggeven roofkunst aan Indonesië is meanderen tussen hebzucht en historie

Kunstvoorwerpen die Nederland heeft geroofd uit Indonesië moeten terug. Dat staat vast. Maar over de vraag hoe wordt gediscussieerd. Meegeven aan DHL is te simpel. Nederland moet zorg dragen voor de opleiding van conservatoren en historici.

De diamant van Bandjermasin

Door Michel Maas

Het is een steentje van niks, klein genoeg om onderin je broekzak tussen de sleutels kwijt te raken. Het weegt nauwelijks meer dan 7 gram, maar voor een diamant betekent dat wel 36 karaat, en miljoenen euro’s: de diamant van Banjarmasin. Geen wonder dat de sultan van Banjarmasin hem graag wil hebben, ‘terug’ wil hebben, zegt hij, ook al heeft hij hem nooit gehad. Zijn sultanaat is 160 jaar geleden opgeheven en hij heeft het zelf pas in 2010 heropgericht en zich als sultan aan het hoofd ervan gesteld.

Khairul Saleh heet hij sindsdien – vermeend nazaat van Adam al-Watsiq Billah – hij is welgesteld, ex-regent van Banjarmasin en nu parlementariër in Jakarta. Toen koning Willem-Alexander in maart van dit jaar op staatsbezoek in Indonesië was, vertelde Khairul aan de Indonesische media dat hij hem er persoonlijk over zou aanschieten. ‘Als ik de koning spreek, zal ik hem vragen de diamant terug te geven’, zei hij, en voegde eraan toe: ‘én alle andere voorwerpen die bij het sultanaat hoorden’. Waar een diamant is, is er vast meer. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 2 reacties

De rehabilitatie van een architectengroep in Indië

INTERVIEW. Twee jaar na de Nederlandstalige editie verscheen dit jaar de Engelstalige editie van twee boeken over het werk van een minder bekend architectenbureau in Batavia:  Ed. Cuypers en Hulswit-Fermont van 1897-1927 (deel I) en Fermont-Cuypers van 1927-1957 (deel II), beide van de hand van Obbe Norbruis. Hans Arends interviewde de schrijver.

Architect Ed. Cuypers, samen met medewerkers, in Amsterdam.

Door Hans Arends

De namen van Eduard Cuypers, Marius Hulswit en Arthur Fermont  zijn verbonden aan de twee meest productieve architectenbureaus uit het vooroorlogse Indonesië. Tot 1927 werd gewerkt onder de naam Hulswit-Fermont & Ed. Cuypers. Na het overlijden van Marius Hulswit (1862-1921) en Eduard Cuypers (1859-1927) ging men tot 1958 door onder de naam Fermont-Cuypers.

Samen realiseerden ze meer dan 150 gebouwen in de archipel. Hun omvangrijke oeuvre omvatte ondermeer kerken, bankgebouwen, ziekenhuizen, overheidsgebouwen en privé-huizen. De bouwwerken, waarvan er nog vele staan, oogstten in het voormalig Nederlands-Indië en nu in Indonesië veel waardering. Maar wie heeft hier, in Nederland, ooit van deze architecten gehoord?

Obbe Norbruis heeft over deze architecten(bureaus) twee boeken geschreven en legt met veel passie uit waarom hij juist deze architecten en dit deel van onze koloniale architectuurgeschiedenis aan de vergetelheid heeft willen ontrukken. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 20 reacties

David Van Reybrouck belicht de Indonesische ‘revolusi’ van alle kanten

David Van Reybrouck houdt van oral history, en oral history houdt van hem. In zijn boek over de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd slaagt hij erin de opmerkelijkste getuigen te laten praten. 

De geschiedenis van de revolusi op een Delfts blauwe schotel. [Beeld: Deborah van der Schaaf]

Door Michel Maas

‘Het is een heel ingewikkelde affaire, dat Indonesië, zo’n verwarrende boel’, zegt Djajeng Pratomo tegen David Van Reybrouck, terwijl hij wat poedersuiker van zijn broek slaat. Pratomo is geboren in 1914, ‘het jaar dat het koloniale rijk voltooid werd’, schrijft Van Reybrouck met gevoel voor symboliek in Revolusi, zijn geschiedschrijving van de Indonesische onafhankelijksheidsstrijd. Raden Mas Djajeng Pratomo, die ook nog eens ‘de oudste zoon van de oudste zoon van een Javaanse kroonprins’ blijkt te zijn, spoorde hij op in Noord-Holland. ‘Hij had een Javaanse vorst kunnen zijn, maar hij zat in een rusthuis in Callantsoog poffertjes te kauwen.’ Waarna Van Reybrouck beschrijft hoe hij zelf een poffertje neemt, en hoe dat onbeduidende feit leidt tot een wonderlijke ingeving: ‘Terwijl ik op een lauwe deegbal kauwde, besefte ik dat het Nederlands koloniaal avontuur niet met een honger naar grond begon, maar met een verlangen naar smaak.’ Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 21 reacties

Vreemde tijden

De donkere dagen voor de Kerst geven aanleiding tot bezinning. In plaats van aan afbraak, zouden we meer moeten denken aan opbouw.

Monument ter ere van ir. C.J. de Groot, Tjitaroemplein, Bandoeng.

Door Bert Immerzeel

Het zijn vreemde tijden. Terwijl de wereld kreunt onder het coronavirus, en iedereen zich afvraagt of we Kerstdagen nu wél of niet met onze familie en vrienden kunnen doorbrengen, wordt in de media gebekvecht over de invloed van de slavernij en de zwaarte van het onrecht van het kolonalisme. Alsof er – juist nú – geen andere dingen zijn om ons over op te winden.

Onrecht moet natuurlijk altijd bestreden worden, en dus is deze discussie noodzakelijk. Ook al vindt hij toevallig plaats tijdens de slag om het coronavirus. Maar – zo vraag ik me soms af – zouden we niet beter doen wat minder fel te reageren? Wat minder te klagen, en wat meer te communiceren, te luisteren?

Het mooiste ‘luistermonument’ dat ooit heeft bestaan, stond in Bandoeng op het Tjitaroemplein. Het werd in 1930 opgericht ter ere van de grote wetenschapper Cornelius Johannes de Groot (1883-1927). Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 6 reacties

Indië door de ogen van winnaars en verliezers

RECENSIE. Aan de hand van vier hoofdpersonen bedrijft Martin Bossenbroek een nieuwe vorm van geschiedschrijving over de dekolonisatie van Nederlands-Indië.

Diponegoro, naar het leven geteekend, door A.J.Bik [1830]

Door Jeroen van der Kris

Soetan Sjahrir, voorvechter van een onafhankelijk Indonesië, blijkt een onvermoede kant te hebben. Sinds 1936 leeft hij als balling op Banda-Neira, het hoofdeiland van de Zuid-Molukken. Zijn echtgenote, de Nederlandse Maria Duchâteau, krijgt geen toestemming van de autoriteiten om zich bij hem te voegen. Toch vormt Sjahrir een gezin, met vier pleegkinderen (twee jongens en twee meisjes). ‘Hij schrok nergens voor terug’, schrijft historicus Martin Bossenbroek, ‘hij kocht rustig modebladen om op een gehuurde Singer-naaimachine jurkjes voor Lily en Mimi te kunnen stikken.’

De ene revolutionair stikt jurkjes. De andere (Soekarno) staat erop dat zijn twee teckels meegaan als hij in januari 1942 overhaast naar een nieuw ballingsoord moet vertrekken, omdat de Japanners oprukken in Nederlands-Indië. In De wraak van Diponegoro maakt Martin Bossenbroek echte mensen van historische figuren.

Opnieuw heeft de historicus, die eerder lof kreeg voor zijn werk over de Tweede Wereldoorlog (De Meelstreep) en de Boerenoorlog (dat gewoon De Boeren Oorlog heet) een indrukwekkend boek geschreven. En dat komt niet alleen door de omvang van 800 bladzijden. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 9 reacties

‘Laat Indonesië ook roofkunst afstaan’

Interview Louis Zweers In de nadagen van Nederlands-Indië is op grote schaal cultureel erfgoed van Nederlandse ingezetenen en Indische Nederlanders gestolen. Eerst door de Japanners, later ook door Indonesiërs. Historicus Louis Zweers spreekt van „systematische plundering”.

Schilderij van Willen Hofker

Door Arjen Ribbens

Zijn boek verschijnt op een bijzonder moment, constateert historicus Louis Zweers. Buit. De roof van Nederlands-Indisch cultureel erfgoed, 1942-1950 ligt vanaf dinsdag in de winkel, een maand na de publicatie van het opzienbarende advies van de Raad voor Cultuur, over de teruggave van koloniale roofkunst in Nederlandse rijksmusea.

Buit is een studie over een nauwelijks onderzocht aspect van de geschiedenis van de oudste Nederlandse kolonie. Een verrassende publicatie waarin de rollen voor een keer zijn omgedraaid: met (Indische) Nederlanders als slachtoffers en Japanners en Indonesiërs als daders.

Zweers openbaart dat in de nadagen van Nederlands-Indië ook op grote schaal cultureel erfgoed is gestolen van Nederlandse ingezetenen, Indische Nederlanders en Nederlands-Indische staatsinstellingen. Eerst door het totalitaire Japanse regime dat het land in de Tweede Wereldoorlog bezette en de huizen en huisraad van tienduizenden Nederlanders confisqueerde, en na het vertrek van de Japanners óók door Indonesiërs. In de chaotische periode direct na de Japanse capitulatie trokken losgeslagen Indonesische milities rampokkend (plunderend) rond. En ook tijdens de daaropvolgende onafhankelijkheidsoorlog is er het nodige gestolen of onder dwang afhandig gemaakt van Nederlanders en van Indo’s, de Indische Nederlanders van gemengd bloed. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 20 reacties

Strijdpunten bij nieuwe speelfilm over Nederlands-Indië: wel of geen Hitler-snor in ‘De Oost’?

Veteranenorganisaties zijn boos over eerste beelden van de speelfilm De Oost. Worden de militairen in Nederlands -Indië neergezet als SS’ers? De producent belooft een speciale voorvertoning voor oud-militairen.

Westerling in de speelfilm De Oost. [still]

Door Bor Beekman

‘Goed, die snor van Westerling laten we dan zitten’, zegt Leo Reawaruw. ‘Al hád hij geen snor. Maar als je – zoals de producent van De Oost – zegt dat je respect hebt voor de veteranen, waarom verander je die donkere kleur van die uniformen in de film dan niet? Alles kan toch, met de computer? Net als dat nare gotische lettertype van de titel, kun je zó aanpassen.’

De oud-legerman en voorman van de belangenorganisatie Maluku4Maluku komt zojuist van een onderhoud met Sander Verdonk, de producent van de nieuwe Nederlandse speelfilm De Oost. Ze waren uitgenodigd door de makers van de film, na onrust die in veteranenkringen is ontstaan. De soldaten van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) zouden erin worden afgeschilderd als ‘nazi’s’, in zwarte kleding die aan SS-uniformen doet denken. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 51 reacties

Advies: koloniale roofkunst moet onvoorwaardelijk terug

De honderdduizenden stukken uit voormalige koloniën in rijksmusea moeten terug zodra een land van herkomst dat verzoekt. Dat adviseert de Raad voor Cultuur de minister. Ook andere musea en particulieren zouden dat moeten doen.

Voorbeelden van koloniale kunst uit de collectie van Nederlandse rijksmusea: lansenrek (links), hindoegod Ganesh, diamant en banjo
[Foto’s Rijksmuseum, Museum Volkskunde]

Door Arjen Ribbens

Nederlandse musea moeten bereid zijn om in voormalige koloniën buitgemaakte cultuurgoederen onvoorwaardelijk terug te geven als het land van herkomst hierom vraagt. Dat staat in een adviesrapport van de Raad voor Cultuur, dat woensdagmiddag aan minister Van Engelshoven (Cultuur, D66) is overhandigd en dat op haar verzoek werd opgesteld. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 23 reacties

Ficus Benjamin

De Indische gemeenschap heeft wel wat weg van een waringin, en volgens Rutte met wel meer dan twee miljoen blaadjes…

Een waringin bij Candi Mendut [B.Lawson, 1971]

Door Bert Immerzeel

Is het u ook opgevallen? Toen Mark Rutte tijdens de 15 augustus-herdenking sprak over de verschrikkingen van het oorlogsleed in Nederlands-Indië, zei hij ‘Dit is vandaag de dag voor ruim twee miljoen Nederlanders onderdeel van hun familiegeschiedenis.’

Ruim twee miljoen! Dus niet precies twee miljoen, maar zelfs nog een beetje méér, misschien wel 2,2 of 2,3 miljoen. Met zó velen zijn we dus al, Indische Nederlanders! Eigenlijk had ik de Rijksvoorlichtingsdienst moeten aanschrijven om te vragen hoe Rutte aan die wetenschap komt, maar ik weet het antwoord al: nattevingerwerk. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 24 reacties

Een politiek Mekka in Solo

Op de website van het Indonesische Ministerie van Onderwijs en Cultuur wordt het onderdeel genoemd van het nationale erfgoed, en dat ís het ook: de ‘Tugu Lilin’ in Solo/Surakarta.

De Tugu Lilin te Surakarta/Solo

Door Bert Immerzeel

In december 1932 werd op een conferentie van Boedi Oetomo (’Het Schone Streven’) vooruitgekeken naar het eerste te verwachten jubileum van deze Indonesische vereniging. Het was immers alweer bijna vijfentwintig jaar geleden dat enkele artsen in 1908 op de STOVIA en Batavia bijeenkwamen en besloten tot oprichting van een vereniging die zich beter onderwijs voor de inheemsen ten doel stelde. In 1933, dus een jaar later, zou de vereniging 25 jaar bestaan. Reden voor de oprichting van een monument. Dat de vereniging tezelfdertijd haar statuten veranderde en daarin het streven naar ‘een vrij Indonesia’ opnam, vereenvoudigde deze oprichting echter niet. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 1 reactie