‘Heldendood Karel Doorman een mythe’

De Nederlands schout-bij-nacht Karel Doorman verwierf grote bekendheid door de Slag in de Javazee (1942) waarbij hij het leven liet. De Koninklijke Marine vernoemde maar liefst vier keer een schip naar de schout-bij-nacht die postuum werd onderscheiden met de Militaire Willemsorde vanwege zijn betoonde moed. Over het leiderschap van Doorman is in de Nederlandse historiografie vooral positief geschreven, terwijl Amerikaanse auteurs vaak juist negatief over hem oordeelden. In onderstaand artikel staan P.C. Boer en R. Enthoven stil bij de persoon Karel Doorman en de invloed van de Koninklijke Marine op de beeldvorming rond zijn persoon. De auteurs concluderen dat een te rooskleurig beeld is geschetst.

Karel Doorman [NIMH]

Door P.C. Boer en R. Enthoven

Schout-bij-nacht Karel Doorman was van 2 februari tot zijn vermissing op 28 februari 1942 commandant van de in voormalig Nederlands-Indië gestationeerde geallieerde Combined Striking Force. Er bestaat in Nederland waardering voor het optreden van de Koninklijke Marine in de strijd om Nederlands-Indië in 1941-1942. Dat komt mede door de gedachte dat schout-bij-nacht Doorman en de commandant van de kruiser De Ruyter kapitein-luitenant ter zee Eugène Lacomblé bij de slag in de Javazee op 27-28 februari 1942 met de De Ruyter ten onder zouden zijn gegaan. Dit in lijn met een eeuwenoude traditie van de Koninklijke Marine. In 1942 was er nog geen duidelijkheid over hun lot. Alle opvarenden van vlaggenschip De Ruyter waren omgekomen of door de Japanners krijgsgevangen genomen.

Het Nederlandse kabinet in Londen besloot om Doorman bij Koninklijk Besluit van 5 juni 1942 postuum de onderscheiding van ridder der 3e klasse der Militaire Willemsorde te verlenen vanwege zijn bekwame en stoutmoedige inzet van het geallieerde eskader op 27 februari 1942. Bij Koninklijk Besluit van 28 mei 1949, werd Lacomblé postuum de onderscheiding van ridder der 4e klasse der Militaire Willemsorde verleend. Als argumentatie wordt daarbij onder andere aangevoerd dat sprake was van: ‘…een bezielend voorbeeld aan de bemanning … door haar op te dragen het zinkende schip met de gewonden te verlaten, doch zelf aan boord te blijven, waardoor hij met het schip ten onder is gegaan’.

In juni 1942 werd nog niet over de doodsoorzaak van Doorman gerept, dat deed de Koninklijke Marine al wel onomwonden in de jaren direct na de Tweede Wereldoorlog. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 201 reacties

‘Hoe men toch kelderen kan!’ Het lot van de laatste sultan van Banten en zijn bezittingen

Kroon van de sultan van Banten, zestiende eeuw. [Collectie Museum Nasional Indonesia, Jakarta. E 619]

Door Caroline Drieënhuizen

Vlak voor Kerstmis 1899 werd het nieuws bekend: de maand ervoor was in Surabaya een stokoude man in ballingschap overleden. Ruim honderd jaar oud, beweerden de Europese kranten in Nederlands-Indië.[i] Zijn vermeldingswaardigheid ontleende hij aan zijn voormalige status: hij was de laatste door erfopvolging rechtmatige sultan van Banten, door Nederlanders meestal ‘Bantam’ genoemd.

In 1832 was sultan Muhammed Shafiuddin (1801-1898)[ii] door het Nederlandse gouvernement naar Surabaya, op Oost-Java, verbannen nadat gouverneur-generaal Daendels in 1808 het onafhankelijke sultanaat had opgeheven en Raffles, de Britse gouverneur van Java tussen 1811 en 1815, de sultan had gedwongen zijn troon op te geven, omdat de familie steeds in verzet was blijven komen.

De plaats in West-Java was in deze periode praktisch volledig verwoest: historici Martijn Eickhoff en Marieke Bloembergen noemen het een modern Carthago.[iii] Als genoegdoening voor de sultans verbanning en volledig inbeslagname van zijn bezittingen, kregen hij en zijn zonen van de koloniale regering een geldelijke ondersteuning.[iv] Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 11 reacties

Selamat tahun baru

Herinnering aan den kerstavond 1935 ten huize van de familie F. Hartman, Lebong Donok, Zuid-Sumatra. [TM-60035564]

 

Voor velen is het jaar 2020 een jaar om snel te vergeten. Te veel twijfels, te veel beperkingen. Toch hebben we ook weer veel geleerd. Wat Indië betreft, de discussies over de Jan Pieterszoon Coen, het kolonialisme en de roofkunst, dit jaar zo belangrijk, zijn nog lang niet afgelopen. Het volgend jaar gaan we daarmee weer gewoon verder, maar er zullen zich zeker ook nieuwe onderwerpen aandienen.

De Java Post volgt alles op de voet.

De ijverige eenmansredactie wenst zijn lezers bijzonder plezierige feestdagen en een gezond nieuw jaar! Selamat tahun baru!

 

 

Geplaatst in 9. Java Post | 20 reacties

Roofkunst terug? Graag, maar niet naar Jakarta, zegt de koning van Klungkung op Bali

De Balinese vorst ziet er weinig in als Nederland de rituele voorwerpen van zijn voorouders aan de Indonesische staat overdraagt. „We willen ze híer gebruiken.”

Een beschilderd doek uit Klungkung van rond de vorige eeuwwisseling vertelt het verhaal van de Balinese held Bima Swarga, die zijn ouders bevrijdt uit de hel.
[Foto Collectie Wereldculturen]

Door Annemarie Kas

De koning van Klungkung weet niet helemaal precies wat er allemaal in Nederland ligt dat eigenlijk hier thuishoort. Hij weet wel dat het een lange lijst is. „Wij zouden die voorwerpen heel graag hier krijgen en ze gebruiken in onze ceremonies. Die zullen er rijker van worden, heiliger.”

In het depot van het Nationaal Museum van Wereldculturen liggen honderden voorwerpen uit Klungkung opgeslagen, een regentschap op het Indonesische eiland Bali en, nog steeds, een vorstendom. Je kunt online in de collectie grasduinen. Het zijn tientallen ringen, goud met paarse of rode edelstenen. Zo’n vijftien gouden offerschalen. Een paar wijwatervaten in zilver en goud. Tabaksdozen, krissen in allerlei soorten en maten. Manuscripten in Sanskriet, houten beelden, schilderijen en doeken met mythologische figuren erop. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 1 reactie

Een hechte steunpilaar van het Nederlandsch gezag

Een eeuw geleden, in 1921, stierf een groot bestuurder, de inlandse regent van Soemedang. Zijn erfenis werd ruim veiliggesteld.

Pangeran Aria Soeria Atmadja

Door Bert Immerzeel

“Dinsdagavond ontving de regering telegrafisch bericht van de consul te Djeddah omtrent het overlijden van de gewezen regent van Soemedang, Pangeran Aria Soeria Atmadja. De Pangeran is de dag na aankomst in het Heilige Land, op 1 juni, gestorven”, aldus de Preanger Bode op 10 juni 1921.

De schrik was groot, want de pangeran werd beschouwd als een groot bestuurder, wiens invloed veel verder reikte dan zijn eigen regentschap en die ook nu, twee jaar na zijn aftreden, nog steeds merkbaar was. Vooral het feit dat het rustige Soemedang geheel buiten de invloed van de nationalistische Sarekat Islam was gebleven, werd aan hem toegeschreven.

En nu was hij dood. Alhoewel, er waren er die beweerden dat ze gezegd hadden dat de bejaarde pangeran wel veel risico nam door met zijn zwakke gezondheid naar het heilige land te reizen. En ja, als dat zo was dan hadden zij gelijk. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 1 reactie

De nieuwste Indonesische geschiedschrijving mist literaire bronnen

De geschiedenisboeken van Bossenbroek en Van Reybrouck over Indonesië laten de literatuur links liggen. Jammer, die is juist een belangrijke bron voor psychologische verdieping, meent Kester Freriks.

Bagagelabel van het Grand Hotel Preanger in Bandoeng

Door Kester Freriks

Vorige maand verschenen twee omvangrijke historische werken over het Nederlandse koloniale verleden, met name dat in Indonesië. De Leidse historicus Martin Bossenbroek beschrijft in De wraak van Diponegoro. Begin en einde van Nederlands-Indië geweld en militair machtsvertoon als sleutel tot overheersing. De Vlaamse schrijver David Van Reybrouck betoogt in Revolusi. Indonesië en het ontstaan van de moderne wereld dat de Indonesische onafhankelijkheidsbeweging tot voorbeeld en inspiratie diende voor de vrijheidsdrang van tal van West-Europese koloniën in Azië en Afrika.

Twee monumentale werken, samen goed voor bijna 1.300 boekpagina’s. Ze laten zien hoe het streven naar soevereiniteit en het verzet tegen vreemde overheersers van de gekoloniseerde landen de grondtoon is van eeuwenlange strijd, die in Indonesië culmineerde in een gewelddadige dekolonisatieoorlog tussen 1945 en 1950, lang ‘politionele acties’ genoemd. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 65 reacties

Wat de Raad voor Cultuur niet vertelde in de kwestie van het geroofde Indonesische cultuurgoed

Het lijkt soms of Nederland voormalige kolonie Indonesië heeft beroofd van alle kunstschatten, maar dat ligt net wat anders, laat Louis Zweers zien.

Het museum van het Bataviaasch Genootschap, nu het Museum Nasional in Jakarta, ca. 1936.[KITLV]

Door Louis Zweers

De laatste tijd is er veel aandacht voor de roof van kunst en cultuurvoorwerpen door westerse mogendheden in koloniale tijden. In oktober deed een adviescommissie van de Raad van Cultuur de aanbeveling dat koloniale roofkunst in bezit van Nederlandse musea – zonder enige voorwaarden – aan de landen van herkomst, zoals Indonesië, moet worden teruggegeven. Maar dat rapport vertoont een ernstige lacune in de geschiedschrijving.

In de depots van de Nederlandse volkenkundige musea liggen in totaal 286 duizend voorwerpen waarvan 172 duizend afkomstig uit Indonesië. Volgens directeur Stijn Schoonderwoerd van het Nationaal Museum van Wereldculturen is echter hooguit 10 procent te bestempelen als roofkunst. Sommige cultuurgoederen zijn inderdaad gestolen, gesmokkeld of tijdens militaire expedities zoals in Lombok (1894) en Bali (1906) buitgemaakt. Andere kostbaarheden zijn in de loop der eeuwen verzameld, legitiem gekocht, geruild en cadeau ontvangen en – deels door particulieren – aan Nederlandse musea geschonken. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 7 reacties

De wereld achter een woord in een oude agenda

Door Anne-Marie Visser

Jaren geleden vond ik een kleine groen suède agenda voor het jaar 1946 tussen de weinige papieren die mijn moeder naliet. Als enige notitie het woordje “Basra” in de maand april. Ook het babyboek dat ze in december begon had slechts een halve beschreven bladzijde met de diagnostische mededeling dat ik prematuur geboren was met asfyxie en een nogal blauwe tint. Per slot was ze verpleegkundige en zat opschrijven niet in de familiementaliteit. Nadenken deed je in je hoofd.

Prinses Margriethospitaal, Batavia, 1947: verpleegsters en kinderen.

Ze had in de loop van 1945 (35 jaar en ongetrouwd maar met veel beroepservaring en -papieren) een contract getekend bij het Nederlandse Rode Kruis om uitgezonden te worden naar Indonesië: verpleegster bij het Rode Kruis kinderhospitaal Prinses Margriet aan de Palmenlaan (nu Jalan Suwirjo) in Jakarta. Ze had voor de oorlog o.a. in Rode Kruis-ziekenhuizen gewerkt. De notering (van de Iraakse stad) “Basra” stond voor oponthoud in het transport per DC-3, die mankementen kreeg in de woestijn en voor herstel teruggevlogen moest worden naar Cairo/Heliopolis. Daar leerde mijn moeder mijn vader kennen, die sinds de jaren dertig als civiel vlieger in Cairo gestationeerd was en bij het uitbreken van WO-II door de RAF opgeroepen was als Group-captain om te dienen in Noord-Afrika. Vlak na de oorlog liepen militaire en civiele activiteiten nog door elkaar.

Mijn moeder, zich realiserend dat ze door een huwelijk haar baan zou verliezen, bleef ongehuwd en reisde door naar Batavia om te werken in het Rode Kruis (kinder)hospitaal Prinses Margriet. Ik werd in december 1946 geboren. Met behulp van een KPM functionaris en anderen heeft ze tevergeefs geprobeerd contact te maken met Cairo om mijn geboorte te melden. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 6 reacties

Militairen tussen geloof en geweld

Door Koos-jan de Jager

Protestantse kerkdienst aan het front bij Soerabaja [NIMH/Hugo Wilmar]

Een legerpredikant, in 1947 werkzaam onder de Nederlandse militairen in Bandoeng, was er zeker van. Alleen het geloof in God, die ‘de teugels van het wereldbewind in handen heeft’, kon de Nederlandse militair in de chaotische verwarring van de oorlog overeind houden. De Alkmaarse dienstplichtige militair W. Harder dacht er net zo over. In een brief aan zijn gereformeerde ouderling schreef hij:

‘Gelukkig hebben we altijd de steun van God, als het soms eens te moeilijk wordt en daarmede komen we er altijd weer. Ik denk wel eens, hoe moeten die jongens zich voelen die niets aan het Geloof doen, want waar die dan steun vandaan moeten halen, nu dat is mij een raadsel.’

Uit de reflecties van beide militairen blijkt dat religie een belangrijke rol speelt in de omgang met psychische en emotionele druk in oorlogstijd. Het geloof gaf voor hen zin en richting aan hun leven. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 27 reacties

Op weg naar de Gordel van smaragd

Reizen naar Indië in de negentiende eeuw

Affiche uit 1883 van de Rotterdamsche Lloyd waarop is afgebeeld de in dat jaar door de Koninklijke Maatschappij de Schelde gebouwde mailboot Batavia.

Door Ida Huussen

Sinds Nederlanders meer dan vier eeuwen geleden naar het verre Indië vertrokken, is er geschreven over de lange reis naar het eilandenrijk. Dat de tijd van de Compagnie veel reisteksten heeft opgeleverd, is bekend. Maar ook in de negentiende eeuw is veel geschreven over de tocht naar de Gordel van Smaragd. In deze eeuw van vooruitgang wijzigde het leven zich in rap tempo, zo ook de manier van reizen. Wie aan het begin van de eeuw op een houten zeilschip over de wereldzeeën rond Kaap de Goede Hoop naar Batavia ging, was maar liefst acht maanden onderweg. In het laatste kwart van de eeuw bracht een stalen stoomschip Nederlandse passagiers via het Suezkanaal, in 1869 geopend, in minder dan een maand op de plaats van bestemming. Een derde route was de zogeheten ‘overlandmail’. Tijdens deze avontuurlijke tocht trok men dwars door Egypte, waarbij een keur aan vervoersmiddelen gebruikt werd. Aan de hand van deze drie routes wordt hier beschreven hoe de omstandigheden tijdens de reis naar Indië – en de veranderingen daarin – gerepresenteerd worden in reisverhalen.[i] Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 4 reacties