Helden met bloed aan de handen

Indonesië eert de helden van de onafhankelijkheid. Maar deze strijders martelden en moordden – onder de koloniale soldaten én onder de eigen bevolking.

Pemudas met bambu runcing

Pemudas met bambu runcing

Door Dirk Vlasblom

Op 10 november viert Indonesië Hari Pahlawan, Dag van de Helden. Dan wordt herdacht dat in november 1945 tientallen duizenden Indonesische jongeren, uitgerust met Japanse wapens, de strijd aanbonden met Britse troepen die waren geland in de marinehaven van Surabaya. Soekarno en Mohammed Hatta hadden op 17 augustus de onafhankelijke Republiek Indonesië uitgeroepen en de jeugd van Surabaya verdacht de Britten ervan dat zij het Nederlandse koloniale gezag kwamen herstellen. Het duurde weken voor Britse troepen de stad in handen kregen. Rond deze strijdlustige jongeren is in Indonesië een ware cultus geweven. In de Indonesische geschiedschrijving belichamen zij een generatie van helden die schouder aan schouder vocht voor de vrijheid.  Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 147 reacties

Nederlandse oorlogswrakken in Javazee verdwenen

Twee Nederlandse oorlogswrakken voor de kust van Indonesië lijken van de zeebodem te zijn verdwenen. Ook een derde wrak lijkt voor een groot deel te ontbreken, schrijft minister Hennis aan de Tweede Kamer. Duikers die op zoek waren naar de wrakken troffen wel sporen aan en sonaropnamen tonen de afdruk van schepen op de zeebodem.

Slag in de Javazee (ANP)

Slag in de Javazee (ANP)

Het gaat om de schepen Hr.Ms. De Ruyter, Hr.Ms. Java en Hr.Ms. Kortenaer. De schepen vergingen in 1942 tijdens de Slag in de Javazee. Daarbij vonden 915 Nederlandse marinemensen, onder wie schout-bij-nacht Karel Doorman, en 259 opvarenden van Indonesische origine een zeemansgraf.

In 2002 vonden amateurduikers de wrakken terug. Een internationaal team van duikers constateert nu echter dat ze worden vermist.   Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 30 reacties

Wie spreekt voor het koloniale verleden?

Een pleidooi voor transkolonialisme

Op woensdag 28 september sprak prof. dr. Remco Raben in de Aula van de Universiteit van Amsterdam zijn oratie uit, getiteld: “Wie spreekt voor het koloniale verleden? Een pleidooi voor transkolonialisme.” Raben is benoemd tot bijzonder hoogleraar Koloniale en postkoloniale literatuur- en cultuurgeschiedenis, vanwege de Stichting Indisch Herinneringscentrum. In zijn oratie roept Remco Raben de vraag op welke verhalen de koloniale en postkoloniale geschiedenis over ‘Indië’ zijn gaan beheersen.

Prof. dr. Remco Raben tijdens zijn oratie

Prof. dr. Remco Raben tijdens zijn oratie

Door Remco Raben

Mijnheer de decaan, zeergewaardeerde studenten, collega’s, lieve vrienden,

Indië is hot. Dat zijn woorden die u kunt verwachten van iemand wiens leeropdracht de koloniale en postkoloniale literatuur- en cultuurgeschiedenis luidt. Maar het kolonialisme heeft dusdanige diepe sporen achtergelaten dat we er dagelijks mee geconfronteerd worden, sterker nog: het maakt intrinsiek deel van ons uit. Dat staat los van de kwestie of iedereen zich bewust is van het koloniale verleden dat in ons doorwerkt. Dat is natuurlijk helemaal niet het geval. Integendeel. Grote delen van Nederland verkeren in een staat van ontkenning. Letterlijk.

Remco Raben

Remco Raben

De koloniale geschiedenis is verwarrend, soms zoet, soms onaangenaam, maar altijd verwarrend. Een probleem bij elke benadering van het koloniale verleden is die van representatie en representativiteit. Iedere uitspraak over hoe de kolonie was of hoe die werd ervaren roept de vraag op wie het verhaal vertelt en voor wie dat dan gold. Bij de productie en reproductie van de koloniale geschiedenis zijn we afhankelijk van de discoursen die door het kolonialisme zelf in het leven zijn geroepen, door het koloniale archief, en door de postkoloniale herinneringsculturen, die sterk door de zingeving van de natie zijn bepaald. Zo was in Nederland de Japanse bezetting tijdenlang synoniem aan het interneringskamp; pas 40 jaar later drong het besef geleidelijk door dat de meeste Nederlanders de oorlog buiten het kamp hadden doorgebracht. In Indonesië is vooral het verhaal van de vrijheidsstrijd zo dominant dat het al het andere in de schaduw stelt.[1] Andere verhalen bestaan wel, maar ze zijn ondergeschikt gemaakt aan het grote nationale narratief. En dat is jammer, want diversiteit, onbepaaldheid en verwarring vormen de essentie van de koloniale, en postkoloniale, situatie.

Kort samengevat is de vraag die ik wil opwerpen: wie spreekt voor de koloniale geschiedenis? Wie heeft het woordvoerderschap? En wat ís dat Indië eigenlijk? Welke grenzen trekken we? Het zijn even pertinente als onmogelijke vragen. Precies die onmogelijkheid tot plaatsbepaling en afbakening is de essentie van Indië.  Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 8 reacties

Verlenging backpay-regeling

Vandaag, 3 november 2016, informeerde staatssecretaris Martin van Rijn de Tweede Kamer met een ´Voortgangsrapportage oorlogsgetroffenen en Herinnering WOII´.

Vergaderende ambtenaren Binnenlands Bestuur, ca. 1940

Vergaderende ambtenaren Binnenlands Bestuur, ca. 1940

Uit de voortgangsrapportage:

“In verschillende stappen heeft de Nederlandse overheid na de Tweede Wereldoorlog getracht om aangedaan onrecht waar mogelijk te herstellen. De besluitvorming rond “Het Gebaar” in 2000 was daarbij een belangrijk moment. Er is toen een regeling getroffen voor de verschillende groepen van oorlogsgetroffenen en besloten tot een aantal verdiepende onderzoeken. Voor twee resterende onderdelen vindt op dit moment afronding van het rechtsherstel plaats. (backpay en rechtsherstel Roma en Sinti – JP)  Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 20 reacties

Hoe de Hollander in Indië leeft

De laatste tijd lijkt over onze koloniale geschiedenis steeds meer met rode inkt te worden geschreven. Een politiek correct oordeel laat zich echter niet altijd hinderen door alle maatschappelijke meningen van destijds. Ter verdieping van onze kennis lichtte Java Post daarom een artikel uit Het  Nieuws van de Dag voor Nederlandsch-Indië, van 19 juli 1935, dat verscheen onder de titel “Hoe de Hollander in Indië leeft”.

Twee Europese mannen in jas toetoep, ca. 1910

Twee Europese mannen in jas toetoep, ca. 1910

“Het is een onmiskenbaar feit dat de Nederlander die na een Indische carriere repatrieert, zich van het moederland vervreemd voelt. Zijn verloven waren te kort om zich van deze vervreemding rekenschap te geven, vaak ook weigerde hij zich het gevoel te realiseren, luchtig denkend, dat het wel wennen zou als hij weer voorgoed in Holland was. Maar als het eenmaal zover is, als de tijd is aangebroken dat men voorgoed terug gaat, komt de desillusie.  Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 31 reacties

Met de dood op de hielen

Als ik dit in Australië vertel geloven ze me nooit, dacht luitenant G.L. Snell op 30 juli 1942 om half zes ’s ochtends onder een paar struiken in Dobo op de Aroe-eilanden bij Nieuw-Guinea. Als hoogtepunt in een reeks ontsnappingen die zich uitstrekte over heel 1942, had hij juist zijn eigen executie overleefd. Het verhaal van wat Snell in 1942 meemaakte bevat zo’n ongelooflijke combinatie van toeval, geluk en moed, dat een scenario-schrijver van James-Bondfilms zou aarzelen het te gebruiken — als hij het al had kunnen bedenken.

Door Michiel Hegener

Luitenant G.L. Snell (1944)

Luitenant G.L. Snell (1944)

“Maar op mijn woord”, zegt brigade-generaal b.d. Snell in een kamer vol souvenirs uit een Indisch verleden, “ik ben geen ogenblik bang geweest. Dat laconieke heb ik altijd gehad. Na de oorlog, in ’45-’50, ben ik een keer met acht man op dertien vijandelijke mitrailleurs gelopen. Alles ging langs me heen. De kogel waar mijn naam op staat moet nog worden gegoten, zei ik toen tegen iemand. Ik heb sterk het gevoel dat alles voorbestemd is. Als het je tijd is rijd je tegen een boom of je struikelt over een deurmat.”

Bij het uitbreken van de oorlog was Snell commandant van het Knil-verdedigingsdetachement van het vliegveld Laha op Ambon, en werd daar terzijde gestaan door een Australische eenheid — samen ongeveer 300 man. Elders op het eiland bevonden zich nog 3500 Australische en Nederlands-Indische troepen. Nadat de vijandelijkheden waren ingeluid met een minuscuul luchtslagje op 15 januari 1942, kwam aan het eind van de maand de onvermijdelijke Japanse invasie. De verdedigers van het zuidelijke schiereiland gaven zich na een paar zware gevechten gewonnen. Maar, aldus Snell, “de Australische commandant van het vliegveld en ik hebben besloten om dat niet aan onze troepen te vertellen. Toen zijn we nog twee dagen doorgegaan.”  Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 9 reacties

Actie ‘tegen koloniale verheerlijking’: beelden beklad

HOORN – De ‘actiegroep de Grauwe Eeuw’ heeft in de nacht van maandag op dinsdag beelden in Hoorn beklad om ‘afschuw te laten blijken voor de koloniale verheerlijking waarmee Hoorn vol trots pronkt’.

J.P. Coen, vóór het Westfries Museum te Hoorn

J.P. Coen, vóór het Westfries Museum te Hoorn

Door Eric Molenaar 

Het standbeeld van JP Coen, de buste van Bontekoe, de scheepsjongens van Bontekoe en ‘museum Halve Maen’ waren de doelwitten van deze actie.

De daders kwamen met de volgende verklaring: ‘JP Coen en Bontekoe waren twee massamoordenaars in dienst van de VOC en hebben hun koloniaal terreur losgelaten op o.a. de bevolking van  Nederlands Indië. Sculptuur de scheepsjongens van Bontekoe is een verwijzing naar het gelijknamige jeugdboek waarin Bontekoe en diens massamoorden worden ‘white washed’ en zelfs geromantiseerd. Museum de Halve Maen is een replica van het VOC schip waarmee Henri Hudson Manhattan “ontdekte”, het begin van een bloedige kolonisatie van en genocide op de Lenape, de inheemse bevolking daar.  Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 81 reacties