75 Jaar Indonesische onafhankelijkheid: ‘tegenbeelden’ op de geschiedenis van Nederland

Door Caroline Drieënhuizen

De onafhankelijkheid van Indonesië, vandaag 75 jaar geleden, is in Nederland lang vanuit Nederlands perspectief, vanuit Nederlandse bronnen en verhalen, met Nederlandse belangen en emoties, bekeken. Dat is begrijpelijk, maar levert een beperkt, versmald zicht op de geschiedenis op. Deze week constateerde journalist Niels Mathijssen dit voor de beoordeling van Soekarno in Nederland. Zijn conclusie was dat zolang de eerste president van Indonesië vanuit het eenzijdige, dominante, Nederlands perspectief op het kolonialisme wordt beschouwd, zijn beoordeling even eenzijdig en nationalistisch gekleurd blijft.

TM 5635-11

Tunnelvisies

Hetzelfde geldt feitelijk voor de hele koloniale geschiedenis en misschien nog wel meer voor het beeld op de periode 1945-1949. Nederlandse historici bedienen zich, hoezeer lokaal onderzoek en oral history de afgelopen decennia toenamen aan importantie, veelal van Westerse en papieren bronnen die de koloniale kijk op de geschiedenis representeren en reproduceren. En hoezeer we ook met bronnenkritiek daarvan proberen los te komen, blijven de Europese gedachtewereld en visie van deze bronnen, – het ‘cultureel archief’ – ons beeld op de geschiedenis kleuren en kanaliseren. Het laat talloze, veelal, gekoloniseerde mensen, meestal onbewust, buiten beeld en brengt ons niet dichterbij een evenwichtigere, bredere kijk op de geschiedenis, met al zijn complexiteiten en grijstinten. Dominante historische narratieven – waarin de Nederlandse natiestaat en ‘grote’ gebeurtenissen en mannen figureren – blijven de boventoon voeren. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 19 reacties

Nadruk op slachtoffers en hun verhalen bij Indiëherdenking in Den Haag

Herdenking Japanse capitulatie De Indiëherdenking eindigde zaterdag met een oproep van de derde generatie aan de eerste om te blijven vertellen. Excuses kwamen er niet.

Premier Mark Rutte houdt een toespraak bij het Indisch monument in Den Haag tijdens de nationale herdenking van het einde van de Tweede Wereldoorlog in voormalig Nederlands-Indië. [Jerry Lampen/ANP]

Door Titia Ketelaar

„Vertrouw ons met uw verhaal, wij dragen het verder”. Met die woorden besloot de zestienjarige Maddy Batelaan zaterdag de nationale herdenking van de Japanse capitulatie, op 15 augustus 1945. De overgave van de Japanners betekende het einde van de Tweede Wereldoorlog.

Met deze oproep van de derde aan de eerste generatie kwam er ook een einde aan het herdenkingsjaar waarin 75 jaar bevrijding werd gevierd. Herdenkingen die, door de coronapandemie, niet in alle grootsheid waarin ze waren opgezet doorgang konden hebben. De Dam was op 4 mei vrijwel leeg; zaterdag waren er bij het Indisch monument in de Scheveningse Bosjes in Den Haag 75 genodigden, onder wie de koning. Hij legde de eerste krans. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 17 reacties

Dekolonisatie-onderzoekers Niod worden uitgemaakt voor NSB’er en racist. ‘Dit gaat over de grens’

Het debat over het onderzoek naar geweld in Indonesië tijdens de dekolonisatie overschrijdt grenzen, waarschuwt het Niod. Onderzoekers worden voor landverraders uitgemaakt.

Voorzitters Khadija Arib (Tweede Kamer), Jan Anthonie Bruijn (Eerste Kamer) en Erry Stoove van de Stichting Nationale Herdenking 15 augustus 1945 leggen een krans bij de Indische plaquette in het gebouw van de Tweede Kamer. [ANP]

Door Harriët Salm

Wetenschappers die het gebruik van extreem geweld tijdens de dekolonisatieoorlog in Indonesië onderzoeken, krijgen steeds vaker harde en soms persoonlijke aanvallen te verduren. De drie uitvoerende instituten van het onderzoeksprogramma maken zich zorgen. “De laatste tijd signaleren we een tendens de wetenschappelijke en persoonlijke integriteit van onderzoekers en het programma als geheel in twijfel te trekken. Dit vinden we een zorgelijke ontwikkeling, daarmee worden grenzen overschreden”, melden zij vrijdag in een persbericht. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 18 reacties

Soekarno: terrorist of vrijheidsstrijder?

In Nederland roept Soekarno, de eerste president van Indonesië, nog steeds woede en haat op. Volgens historici is dat ingegeven door vijandschap en desinformatie. Maar hoe moet Soekarno dan wél worden gezien?

President Soekarno van Indonesië tijdens zijn bezoek aan Washington. 16 mei 1956.

Door Niels Mathijssen

Huib van Mook klonk zeker van zijn zaak. De hoogste Nederlandse koloniaal bestuurder had zich in een radiorede vanuit Australië op 16 augustus 1945 gericht tot de bevolking van de Indonesische archipel.

De Japanners hadden zich een dag eerder overgegeven en zo was er ook in Azië een einde aan de Tweede Wereldoorlog gekomen. Nu de bezetting van Nederlands-Indië na drieënhalf jaar voorbij was, zouden de Nederlandse koloniale autoriteiten spoedig hun taak hervatten, verzekerde Van Mook. Daarbij waren er vast moeilijkheden te overwinnen, maar waarom somberen in tijden van zulke ongekende vreugde? ‘We gaan iets nieuws beginnen’, klonk het vol vertrouwen. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 41 reacties

Zaak tegen Nederlandse Staat om misdaden Japan tijdens Tweede Wereldoorlog

Meer dan 300 keer protesteerde de Stichting Japanse Ereschulden op de stoep van de Japanse ambassade in Den Haag. Zonder resultaat. Tijd voor een andere aanpak, aldus een persbericht

Japanse ambassade, Den Haag

De Stichting Japanse Ereschulden (SJE) start een procedure tegen de Nederlandse staat vanwege de oorlogsschade die Nederlanders hebben opgelopen tijdens de Japanse bezetting in voormalig Nederlands-Indië. Op eerdere verzoeken voor compensatie is geen reactie gekomen, daarom stapt de stichting naar de rechter.

De stichting wil een compensatieregeling, omdat veel slachtoffers van de Japanse bezetting fysieke en geestelijke schade hebben opgelopen. Ook zijn huizen en andere bezittingen van slachtoffers vernietigd. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 22 reacties

Bekijk het koloniale verleden eindelijk eens van de andere kant

De geschiedschrijving van het Nederlandse koloniale verleden was tot nog toe te beperkt in haar perspectief, schrijft Anne-Lot Hoek.

Indonesië eerde zijn nationale held I Gusti Ngurah Rai door hem in 1975 op het 50.000 roepia-biljet te plaatsen.

Door Anne-Lot Hoek

De beeldenstorm die recent in Nederland dreigde, deed ook de discussie over J.P. Coen weer oplaaien. Die gaat nog vooral over Nederland, terwijl de optekening van het koloniale verleden moet worden verruimd naar de nasleep van de imperiale inmenging wereldwijd.

De Indonesische kunstenaar Iswanto Hartono ontstak drie jaar geleden de lont in een langzaam opbrandend, van een uit kaarsvet gehouwen beeld van VOC-man Jan Pieterszoon Coen in de Oude Kerk in Amsterdam. In 2020, het jaar waarin Indonesië op 17 augustus haar 75-jarige onafhankelijkheid viert, wankelt zijn standbeeld in Hoorn op zijn grondvesten. Coen liet in 1621 ongeveer 15.000 mensen op de Molukse Banda-eilanden doden. Na een lange geschiedenis van discussie rond het standbeeld bleek het ‘kritische’ bordje dat er in 2012 naast was geplaatst om de geschiedenis van twee kanten te belichten, onlangs niet meer afdoende voor de luid klinkende stemmen van de nazaten van het koloniale verleden. In juni was slechts een cordon van ME’ers in staat te voorkomen dat de oprukkende demonstranten het beeld ont-sokkelden, zoals dat in andere landen met koloniale hoofdrolspelers veelvuldig gebeurde. Naar goed Hollands gebruik werd er een toezegging gedaan om over de toekomst van het beeld door te gaan polderen.

Wat opvalt is dat de maatschappelijke discussies over koloniale helden en schurken veelal rond de provinciale dorpspomp blijven hangen. De gesprekken over hoe de Nederlandse inmenging in de wereld die wereld, en ook onszelf, veranderde komen moeizaam op gang. Zo weet de Leidse emeritus-hoogleraar Piet Emmer de bijna-beeldenstorm in Trouw aan „beroerd” geschiedenisonderwijs: kolonialisme wordt niet in zijn tijd begrepen. Een VN-rapporteur wees er aan de andere kant juist op dat er in het onderwijs meer begrip voor het racisme moet worden gekweekt, vanuit de ongelijkheid die is voortgekomen uit dat kolonialisme. Dat gebrek is niet los te zien van de optekening van het koloniale verleden dat er onvoldoende in slaagde om de blik te verruimen naar de beleving aan de andere kant van de oceaan. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 30 reacties

Het noodlot van de Duitse Indo´s

Internering van Indische jongens vanwege hun Duitse achternaam

Op 10 mei 1940, toen Tjarda van Starkenborgh, de gouverneur-generaal van Nederlands-Indië te Batavia op de hoogte was gebracht van de Duitse inval in Nederland werd door de radio het codewoord ‘Berlijn’ uitgezonden. Dit was het sein voor de bestuursambtenaren in de gehele Indische archipel om alle personen van Duitse afkomst alsmede sympathisanten van Duitsland te arresteren en in interneringskampen op te sluiten. Duitse zeelieden van de koopvaardijschepen die op dat moment in de havens van Indië lagen, werden door mariniers overmeesterd en gevangengenomen. Onder de noemer van ‘staatsgevaarlijke onderdanen’ werden in totaal ruim 2800 mannen en vrouwen opgepakt en geïnterneerd, waaronder volgens betrouwbare gegevens waarover Dr. Lou de Jong beschikte, echter niet meer dan 30 overtuigde Nazi’s bleken te zitten.

Interieur van een barak op het eiland Onrust in de Baai van Batavia, waar Europeanen werden geïnterneerd wegens veronderstelde Duitse sympathieën [KITLV 19072]

Door Werner Stauder

Het merendeel van de mensen die puur vanwege hun Duitse afkomst het slachtoffer van deze maatregel werden, waren fatsoenlijke burgers: arbeiders, architecten, ambtenaren, kooplieden, politieagenten, fabrikanten, hoteleigenaars, boekhouders, juweliers, opticiens, kunstenaars, onderwijzers, wetenschappers, artsen en verpleegsters, die zich aan politiek niets gelegen lieten gaan, maar ook planters en boeren die op afgelegen plantages en boerderijen of in de kampong woonden en zelfs missionarissen en zendelingen diep in de rimboe alsmede bejaarde Duitse oud-Indischgasten die al tientallen jaren in Indië woonden en hun hele leven als militairen trouw bij het KNIL hadden gediend. Sommigen van hen werden zelfs uit de bejaardentehuizen weggevoerd. De stemming onder de Nederlanders in Indië was door de gebeurtenissen in Europa fel anti-Duits op het hysterische af. Vele onschuldige burgers werden het slachtoffer van deze heksenjacht op alles wat maar in de verste verte Duits was. De arrestaties verliepen niet altijd zachtzinnig, want sommigen werden letterlijk hun huis uitgeslagen en liepen daarbij rake klappen en lelijke verwondingen op. Velen kregen niet eens de tijd om zich aan te kleden of om persoonlijke spullen mee te nemen. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 44 reacties

Extreem geweld tijdens dekolonisatieoorlogen in vergelijkend perspectief, 1945-1962

Het afgelopen decennium is in Nederland een verhit debat ontstaan over het extreme geweld dat militairen in Nederlandse dienst hebben gepleegd in Indonesië tussen 1945 en 1949. In Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk zijn soortgelijke discussies ontstaan. Grondig vergelijkend onderzoek naar buitensporig geweld in Indonesië, Algerije, Indochina, Maleisië, Kenia en andere plaatsen tijdens dekolonisatieoorlogen is echter zelden verricht. Dit forum is gebaseerd op de eerste uitkomsten van een recent onderzoeksproject en een congres waarin de mogelijkheden voor gerichter vergelijkend onderzoek zijn verkend. De voorlopige resultaten die wij hier delen laten zien dat de gewapende conflicten weliswaar sterk van elkaar verschilden, maar dat er meer overeenkomsten dan verschillen zijn in de manieren waarop extreem geweld daarin werd toegepast en kan worden verklaard. We concluderen onder meer dat in alle gevallen sprake was van een vorm van geïnstitutionaliseerde straffeloosheid, die het soort situaties mogelijk maakte waarin troepen in dienst van de koloniale machthebbers extreem geweld gebruikten.

Tijdens de tijdelijke geallieerde bezetting van Indonesië verbrandden Brits-Indische troepen kamponghuizen in Bekasi op West-Java als represaillemaatregel (november 1945). Dit voorbeeld steunt de gedachte dat dit extreme geweld tijdens de dekolonisatie vanuit een internationaal en vergelijkend perspectief bestudeerd moet worden. [Foto Imperial War Museum, Londen]

Door Thijs Brocades Zaalberg en Bart Luttikhuis

Inleiding[i]

De wreedheden die Nederlandse troepen begingen tijdens de Nederlands-Indonesische Oorlog (1945-1949) zijn een van de heetste historische hangijzers van de afgelopen tien jaar. Onder invloed van het Rawagede-proces, de eerste van een reeks rechtszaken die het Comité Nederlandse Ereschulden tegen de Nederlandse staat aanspande, hebben de Nederlandse samenleving en de politiek deze zwarte bladzijden in onze geschiedenis weer opengeslagen.[ii] In het spoor van de herlevende publieke belangstelling hebben ook historici het op zich genomen om deze wandaden te bestuderen. De historicus Rémy Limpach liep hierbij voor de troepen uit en kwam in zijn baanbrekende boek De brandende kampongs van Generaal Spoor (2016) tot de conclusie dat de Nederlandse troepen ‘een spoor van brandende kampongs en stapels lijken’ door de Indonesische archipel hadden getrokken.[iii] Meerdere opeenvolgende Nederlandse kabinetten hadden de door Nederlanders gepleegde wandaden gebagatelliseerd als niet meer dan individuele ‘excessen’ in een verder correct uitgevoerde militaire operatie. Limpach toonde daarentegen aan dat het extreme geweld structureel van aard was.[iv] Na de toenemende druk van de (nog steeds lopende) rechtszaken en de publicatie van Limpachs boek besloot de Nederlandse overheid eind 2016 om eindelijk financiële ondersteuning te bieden aan een initiatief dat drie Nederlandse historische instituten in 2012 hadden opgezet voor een gezamenlijk, onafhankelijk onderzoeksprogramma.[v] Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 141 reacties

Een dilemma

Een reactie op de website Koloniale Monumenten liet de maker daarvan, Bert Immerzeel, in twijfel achter. Doet hij er wel goed aan door te gaan met zijn bestudering van gedenktekens? Een discussie over erfgoed.

Het standbeeld van Jacob Cremer voor het gebouw van de Deli Plantersvereniging te Medan

Door Bert Immerzeel

Sommigen van mijn lezers weten dat ik – naast de Java Post – ook bezig ben met een onderzoek naar monumenten in Nederlands-Indië. En dan heb ik het niet over gebouwen, maar over gedenktekens: standbeelden, gedenknaalden, gedenkstenen en plaquettes. Waarom? Omdat daar nooit eerder onderzoek naar werd gedaan, en omdat de beschrijving van fotografische afbeeldingen vaak hapert als het gaat om de benaming van dergelijke monumenten. Omdat we niet meer weten waarom ze werden opgericht, en wanneer. Omdat ik nieuwsgierig ben. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 25 reacties

‘Ik hoop dat doordringt dat Nederland ook dader is geweest’

INTERVIEW Historicus Rémy Limpach concludeerde in zijn uitgebreide boek uit 2016 dat Nederland zich wel degelijk schuldig maakte aan structureel extreem geweld in Indonesië. Onlangs verscheen een compacte editie. ‘Racisme zit in de koloniale erfenis.’

Historicus Rémy Limpach [foto Frank Ruiter]

Door Frank Vermeulen

„Als je kijkt naar de beeldenstorm nu”, zegt Rémy Limpach aan het slot van het gesprek, „dan is een van de grieven van veel demonstranten dat Nederlanders nog te weinig stilstaan bij het racisme waarop dat zogenaamd grootse koloniale verleden rustte. Deze monumenten verheerlijken personen, maar van de schaduwkanten van de geschiedenis weet men te weinig.” Met zijn onderzoek naar het optreden van Nederlandse militairen tijdens de Indonesië-oorlog (1945-1950), wil Limpach bijdragen aan een herziening van het Nederlandse zelfbeeld. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 98 reacties