De bewogen geschiedenis van Braat NV

Wie in Surabaya langs de Kali Mas rijdt ziet nu ter hoogte van de wijk Ngagel, temidden van een drukke rommelige bebouwing, opeens een grote lege ruimte met niet meer dan wat struikgewas. In het midden staat nog één kleine loods die doet herinneren aan wat zich hier vroeger moet hebben afgespeeld.

Machinefabriek Braat NV

Onze gids bij deze locatie is de website van de Machinefabriek PT Barata Indonesia.[i]  We lezen hier dat dit bedrijf in 1971 ontstond als fusie van een Indonesisch overheidsbedrijf en de voormalige Nederlands-Indische bedrijven Machinefabriek & Scheepswerf Molenvliet en Machinefabriek Braat. Het hoofdkantoor van Barata Indonesia, zo wordt verteld, was eerst gevestigd in de oude gebouwen van Braat in Ngagel, maar werd in 2004 in verband met ruimtegebrek verplaatst naar een locatie buiten de stad. Op een enkele loods na werden alle gebouwen afgebroken.

We kunnen wel zeggen dat met deze sloop een stukje erfgoed tegen de vlakte ging. Machinefabriek Braat was namelijk een begrip in Soerabaja. Niet alleen door de omvang van het bedrijf – het was met meer dan duizend man personeel één van de grootste werkgevers van Java – maar ook door zijn bijzondere geschiedenis.

Nipponwerkers

De Machinefabriek Braat NV werd opgericht in 1901 door de Nederlandse industrieel B. Braat Jnz. Het bedrijf was gespecialiseerd in de produktie van allerlei machines voor de thee- en suikerindustrie, maar vervaardigde daarnaast ook scheepsmotoren en oorlogsmaterieel. Vooral vanwege deze laatste functie moet het bedrijf voor de Japanse bezetter van grote waarde zijn geweest.

Bij de Nederlandse capitulatie kregen de bezetters het bedrijf vrijwel  ongeschonden in handen, en korte tijd later draaide het bedrijf dan ook al weer op volle toeren. De enkele tientallen blanda´s en Indo-Europeanen die bij Braat werkten – de overigen waren Indonesiërs – werden gedwongen hun werkzaamheden voort te zetten onder Japanse leiding. Samen met hun gezinnen werden ze ondergebracht in een soort werkkampje aan de overkant van de Kali Mas in de wijk Darmo. Met een rode bol op hun arm liepen ze elke dag naar het industriecomplex in de wijk  Ngagel.[ii]
Waarschijnlijk werd dit kampje eind 1942/begin 1943 al weer opgedoekt. De meeste mannen werden toen alsnog geïnterneerd. Enkelen – verdacht van verzetsactiviteiten – waren in de gevangenis beland. Hun vrouwen en kinderen werden doorgestuurd naar het nabijgelegen Darmokamp.

De vuurpijlenaffaire

Een gebeurtenis die het personeel van Braat bijzonder moet hebben beroerd zou later bekendheid krijgen onder de naam ´vuurpijlenaffaire´. In de nacht van 21 op 22 juli 1943 werd Soerabaja voor het eerst door de Geallieerden gebombardeerd. Voor de Japanners was deze aanval op het Marinecomplex in de haven Tandjoeng Perak een volslagen verrassing en kon – zo dachten ze – niet anders zijn dan het gevolg van een complot. Er zouden vuurpijlen zijn afgeschoten om de vliegtuigen op hun doelen attent te maken, en de daders moesten vooral worden gezocht onder Molukse werknemers van Braat die voor de bezetting lid waren geweest van de luchtbeschermingsdienst.
Na het gebruikelijke vooronderzoek volgden eind december 1943 de arrestaties. In totaal werden 71 mannen, de meesten werkzaam bij Braat, gevangen gezet. Met gebruikmaking van martelpraktijken werden de ´bekentenissen´ verkregen en eind juli 1944 werden alle arrestanten op één na ter dood veroordeeld en geëxecuteerd.  
Bij Braat werden de personeelstekorten inmiddels bestreden door mannen van straat te plukken. Om te voorkomen dat ze zouden weglopen werd een aantal hiervan intern gehouden.

Een zwarte dag

De volgende gebeurtenis die Braat letterlijk op zijn grondvesten deed schudden vond plaats in mei 1944. De Geallieerden hadden in de voorafgaande maanden een  grondige inventarisatie gemaakt van mogelijke bombardementsdoelen, en van Soerabaja werden op luchtfoto´s onder meer ingetekend de olie-installaties in Wonokromo en ´Braat Engineering Works´. Vanaf Britse en Amerikaanse oorlogsschepen werd op 17 mei de aanval ingezet. Enkele getuigen:

‘Tijdens het bombardement krijgt de heer L. die op dat moment op de fabriek werkzaam is een zinken golfplaat tegen zijn hoofd. Hij is buiten bewustzijn en heeft een snee die loopt van zijn rechteroog tot halverwege zijn schedel. In het Burger Ziekenhuis in Soerabaja wordt de snee gehecht. Het slachtoffer blijft in coma en wordt eigenlijk al opgegeven, maar komt na een week toch weer bij.’[iii]

De inslagen in Wonokromo (l) en Braat (r)

‘Getuige – 15 jaar oud – werkte op dat moment bij Braat en maakte daar het bombardement mee waarbij ongeveer 150 medewerkers (Indonesiërs) werden gedood. Onder de overleden medewerkers was één Europeaan, de heer Diephuis.[iv] Hij werd getroffen door een kogel uit een boordkanon.
Zelf kon hij nog tijdig naar een schuilloopgraaf vluchten. Nadat de vliegtuigen waren vertrokken zag hij de enorme verwoesting en de talloze gemutileerde lichamen op het fabrieksterrein. ’[v]

Uit aantekeningen van de Geallieerden bleek dat het bombardement succesvol was geweest. Luchtverkenningen toonden dat zowel de olie-installaties in Wonokromo als machinefabriek Braat in Ngagel in het hart waren geraakt. Een deel van het personeel van Braat werd naar huis gestuurd; de fabriek zou het laatste oorlogsjaar niet meer naar behoren functioneren.   

De Braataffaire

De Japanners zouden de Japanners niet zijn geweest als zij niet opnieuw een complot vermoedden. Een paar dagen na het bombardement werd een 50-tal – voornamelijk Molukse – medewerkers door de Politie Inlichtingendienst (PID) van zijn bed gelicht en naar de Kenpeitai gestuurd.  In Soerabaja deden geruchten de ronde dat ook deze mannen uiteindelijk zouden zijn geëxecuteerd. Bij een na-oorlogs onderzoek van de Opsporingsdienst Oorlogsslachtoffers (ODO) werden naspeuringen gedaan in de omgeving van Lamongan om te achterhalen of hier de eventuele executies hadden plaatsgevonden. Waarschijnlijk is hier echter sprake geweest van loos alarm. De meeste mannen waren na enkele maanden vrijgelaten.

Een monument

De rest van de geschiedenis kennen we inmiddels. Als we dan ook op onze tocht door het huidige Surabaya de locatie van het voormalige bedrijfsterrein achter ons laten, kunnen we ons afvragen of het misschien zó niet beter is. De leegte van het terrein past misschien wel beter bij al die herinneringen dan een modern industriecomplex, als een stil monument ter nagedachtenis aan alle fabrieksarbeiders die hier het leven lieten. En misschien zou dan ooit nog iemand een virtueel monument kunnen oprichten door een toepasselijke foto op deze locatie op Google Earth te plakken. Maar ja, ook hierbij is dan wel enige haast geboden, want wie weet wordt er nu al weer gebouwd.


[ii] Alhoewel we niet weten welke Nederlanders in het werkkampje woonden, moeten hun namen mogelijk gezocht worden onder de personen die worden vermeld als Europese Braat-employees in KLEIAN´s adresboek van 1941:
W. Buyserd, O.O.M. Carter, W.J. Ennes, J.C. Hahn, M.J. van Ham, L.M. Hofman, E. Johannes, C.J.A. van Kampen, W.F.J. Korfmacher, C.C. Mühren, H.C. Ruyter, R.R. Rijnenberg, D.J. Schaap, A. Scheerbeek, C.H. Schut, W.P. Timmers, A. Toorop, J.C. Veldhuyzen, L.A. Veldhuyzen, H.J. Veraart, W.R. Weise, mej. M. Van de Wiel, J.L. Zon.
[iii] Pelita, Wubo, 167096
[iv] R.J. Diephuis, monteur, geboren 30 maart 1908 te Tjimahi, overleden 17 mei 1944 Soerabaja. (OGS)
[v] Pelita, Wubo, 470775
Dit bericht werd geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

32 reacties op De bewogen geschiedenis van Braat NV

  1. Mr.dr.ir. J.A.Somers zegt:

    Eind mei 1944 werd ik in Soerabaja, 13 jaar oud, opgepakt door de PID en gevangen gezet in de Kenpeitai (Raad van Justitie) en de Werfstraatgevangenis. Ik had daar een ‘luxe’cel, eenpersoons, met een eigen buitenkooi. Heel af en toe kwam er een gevangene voor een dag bij, misschien om inlichtingen los te krijgen. De verhoren waren rommelig, het ging over Braat, een klein wapendepot in de Dierentuin, en de groep Meelhuijsen. De Japanners waren vrij rustig, de Indonesiërs van de PID konden harder meppen dan de Japanners. Ze gebruikten daarbij de handvatten van leren karwatsen. Zij droegen altijd zonnebrillen, vandaar mijn fobie voor mensen met zonnebrillen, vooral als ze met mij praten met bril op. Omdat ik van alle drie onderwerpen niets afwist werd ik na enkele (6??) maanden vrijgelaten en te werk gesteld op een melkerij even buiten Soerabaja. De eigenaar was een Nederlander (Ab Croin) die zich schuil hield achter een Belgisch paspoort. De Werfstraatgevangenis zag ik van binnen weer terug tijdens de bersiap, oktober/november 1945. Nu met 95 man in een zaal voor 20!

    • R. van der Werff zegt:

      Wil deze ruimte gebruiken voor een kleine correctie,sinds helemaal boven aan het begin van dit artikel de rivier is NIET de Kali Mas, maar Kali Brantas. Wij woonden namelijk in een huis van de Machine Fabriek “Braat”,in de Ngagel Straat, waar mijn moeder en haar zuster typisten waren. De Brantas rivier begint hoog in de bergen van Oost Java en stroomt door Batoe en Malang voordat het Soerabaya bereikt. Just another observation.

      • buitenzorg zegt:

        Heer Van der Werff,

        Dank voor uw meedenken, maar ik moet u tegenspreken. Op de kaarten van Soerabaja uit de tijd van Nederlands-Indië heet de Brantas rivier vanaf de Wonokromosluizen (en dus ook de wijk waar u woonde) de Soerabaja Rivier, ofwel Kali Soerabaja. Iets noordelijker, ter hoogte van Peneleh, daar waar de rivier zich splitst, heette de westelijke tak Kali Mas, de oostelijke Kali Pegirian.

        Tegenwoordig wordt het gehele gedeelte vanaf Wonokromo wel aangeduid als Kali Mas.
        Dit neemt natuurlijk niet weg dat de rivier bij Braat in de volksmond mogelijk ‘Brantas’ heette. Zo bevond zich hier in de buurt ook bijvoorbeeld de roeivereniging Brantas.

      • Jan A. Somers zegt:

        Nog even op de (‘oude’) kaart gekeken en in mijn geheugen: De Brantas is inderdaad geboren in Soember Brantas, boven Batu. Een heel mooi gebied. En blijft lang zo heten. In Wonokromo is het de Soerabajarivier en in Simpang de Kali Mas. Ik weet niet waar de grens is tussen beide, maar ik denk dat niemand dat weet. Wel bestaat er de Brantasstraat, in de buurt van de moord op het Goebengtransport. Net als de Brantas roeivereniging. In Ngagel was een melkerij waar mijn vorige baas (Ab Croin) eigenaar van was, ik dacht Ngagelredjo? Zijn vorige melkerij, waar ik vanuit de Kenpeitai te werk was gesteld, was in de bersiap gebleven.

  2. buitenzorg zegt:

    Het bombardement in mei 1944 heeft de Japanners hard geraakt, reden waarom ze óveral complotten zagen. In het artikel heb ik slechts melding gemaakt van de Molukse werknemers van Braat, maar ja, het is juist, overal in de stad werden mogelijke verdachten opgepakt, en naar het nu blijkt dus ook jongens van 13.

  3. Emile Verbunt zegt:

    Reeds enige tijd ben ik op zoek naar informatie met betrekking tot de oorlogsproduktie van de NV Machinefabriek Braat.

    Heeft Braat, behalve de bekende “overvalwagens” ook nog ander materieel gemaakt voor het KNIL en de Koninklijke Marine? Welk materieel was dit?
    Bestaat hier documentatie van?

    Voor een reactie ben ik zeer erkentelijk!

    Vriendelijke groet,
    Emile Verbunt

  4. buitenzorg zegt:

    Emile,
    Dergelijke documentatie heb ik zelf nooit onder ogen gehad. Bij mijn onderzoek voor dit artikel kreeg ik de indruk dat Braat alleen gebruikt werd voor oorlogsgerelateerde productiedoelen in de jaren 1939-1942. Omdat het zeg-maar een multi-inzetbare machinefabriek was, kon snel een nieuwe productielijn worden opgebouwd voor niet al te ingewikkelde producten. De hoofdvestiging van Braat was Soerabaja, maar daarnaast had het bedrijf vestigingen in (als ik het wel heb) Cheribon en Batavia. Naast de overvalwagens werden helmen gemaakt voor het KNIL.
    Ik schrijf dit zo een beetje uit mijn geheugen.
    In jouw situatie zou ik eens te rade gaan bij de Nederlandse vestigingen van het bedrijf, om dáár te achterhalen waar het archief is gebleven van de periode voor 1949. Andere mogelijke ingangen, van de ´afnemerskant´: het NIMH of Bronbeek.
    Succes!

    Bert Immerzeel

  5. Emile Verbunt zegt:

    Dag Bert,

    Veel dank voor deze reactie. Weet je iets méér over de helmenproduktie? Is het zo dat een Duitse M35 variant werd gemaakt voor de Stadswachten en de LBD? Of was er ook produktie voor het KNIL of de Marine naar het nederlndse model voor het KNIL?

    Ik zal inderdaad navraag gaan doen bij Braat in Nederland.

    Veel dank en hartelijke groet,
    Emile Verbunt

  6. Emile Verbunt zegt:

    Veel dank zover!

    Emile

  7. J.A.Somers zegt:

    Braat in Nederland zit vol met archieven, maar ik weet niet of ze daar inzage in willen geven. Er was een vestiging in Delft, misschien kan je daar via via wat vinden, o.a. bij oud-werknemers. Ook zoeken bij Ministerie van Defensie, die zullen ook moeilijk doen, maar de bewaartermijn met geheimhouding is volgens mij al verstreken.

  8. Hendrik te Braak zegt:

    Meneer Somers,

    heel fijn dat U een mening geeft m.b.t. de productie van de firma Braat ! Mijn dank hiervoor !
    Direct vanaf 1942 hebben de Japanners het ijzeren plaatmateriaal aanwezig op de werft van Braat gebruikt voor het ‘oplappen’ van de olieinstallaties elders ! Van mogelijke helmproductie is – helaas – verder niets meer gebleken gedurende de Japanse bezetting ! Van hoogovenproductie kan eigenlijk al helemaal geen sprake zijn ná 1942 zodat de staalwerken eigenlijk alleen maar zijn ingezet geweest voor herstelwerkzaamheden ! Kunt U dit zo bevestigen ?!
    Mijn dank bij voorbaat !

    Hendrik te Braak

    • Jan A. Somers zegt:

      Sorry, ik weet verder niets af van Braat in Soerabaja, behalve van het bombardement >>Kenpeitai. Braat in Delft is al lang weg, ik weet ook niet waar de archieven zijn, informeren bij de Kamer van Koophandel? Volgens mij had Braat geen hoogovens, nergens in Indië.

  9. Hendrik te Braak zegt:

    Lieve mensen,

    zijn er eventueel nazaten van …W. Buyserd, O.O.M. Carter, W.J. Ennes, J.C. Hahn, M.J. van Ham, L.M. Hofman, E. Johannes, C.J.A. van Kampen, W.F.J. Korfmacher, C.C. Mühren, H.C. Ruyter, R.R. Rijnenberg, D.J. Schaap, A. Scheerbeek, C.H. Schut, W.P. Timmers, A. Toorop, J.C. Veldhuyzen, L.A. Veldhuyzen, H.J. Veraart, W.R. Weise, mej. M. Van de Wiel, J.L. Zon…..
    welke iets kunnen vertellen over de oorlogsproductie van deze firma Braat in Soerabaja ???
    Het is enorm belangrijk voor het nageslacht te weten welk soort helmen zijn gefabriceerd bij
    Braat in Soerabaja ! Doet U een s.v.p. duit in het zakje …!!! Bij voorbaat mijn dank !

  10. Pieter van der Burg zegt:

    Ik doe genealogisch onderzoek voor een vriend die in Soerabaja geboren is. Hij dacht dat zijn vader bij Braat werkte. Zegt iemand de naam “de Lange” iets

    • buitenzorg zegt:

      Bij Braat werkte als technisch bedrijfsleider Johannes Philippus de Lange (geboren 1910, woonachtig Sumatrastraat, twee kinderen). In het begin van de bezetting bleef hij bij Braat werken, tot dat hij in 1943 i.v.m. steunverlening aan geinterneerde vrouwen en kinderen werd opgepakt door de Kenpeitai. De rest van de oorlog zat hij gevangen in Soerabaja en Bandoeng. In oktober/november 1945 zat hij vast in de Werfstraatgevangenis Soerabaja.

      • Jan A. Somers zegt:

        In de passagierslijst van de Princess Beatrix (zie Javapost van 11 februari 2011) komt voor: S.P. de Lange. Dezelfde persoon met een typefout? Opmerkelijk dat hij dezelfde gevangeniscarrière heeft als ik: Kenpeitai en Werfstraat. Collega’s! Alleen is hij een stuk ouder.

      • buitenzorg zegt:

        Op de evacuatielijst van de Beatrix wordt melding gemaakt van S.Ph.de Lange. Gelet op die tweede voornaam mogen we aannemen dat het hier dezelfde persoon is, en dat dus sprake is geweest van een schrijf- of typefout.

  11. Peter van der Burg zegt:

    Fantastisch, deze informatie.
    Volgende vraag: zegt de naam “Ans Koning” iemand iets. Zou verpleegster oid in zijn gevangenis zijn geweest.

  12. Peter van der Burg zegt:

    Het betreft voornoemde heer De Lange. In zijn familie gaat het verhaal dat hij, na scheiding door de interneringen, van vrouw en zonen, tegen het einde van de oorlog qua gezondheid in zeer kritieke staat was en alleen door de zorg van deze Ans Koning overleefd heeft.
    Het zou de vrouwelijke arts kunnen zijn.

  13. buitenzorg zegt:

    Het klinkt mooi, maar het lijkt me onwaarschijnlijk. De situatie was er niet naar om gevangenen te helpen. Een gebroken ledemaat kon misschien provisorisch worden gespalkt en een bloeding gestopt, maar al het andere – bij gebrek aan medicijnen en zonder vrijheid voor de arts – was praktisch onmogelijk. Misschien heeft een advies geholpen, dat zou natuurlijk kunnen. Gelukkig duurde deze internering niet langer dan vier weken.

    • Jan A. Somers zegt:

      Dat klopt voor de Werfstraatgevangenis in Soerabaja. De doden zijn praktisch allemaal gevallen in de voorgeschiedenis in de Simpangclub en vóór de ingang van de gevangenis. Toen ik in mijn cel (>100 man in een ruimte voor ca. 25) kwam lag daar één dode in zijn bloed. Verder waren er geen gewonden, behalve blauwe plekken, en een arts heb ik daarom nooit gezien. Ik ken natuurlijk de situatie in de andere cellen niet. Navragen zal niet lukken, de meeste van mijn ‘collega’s’ zijn uiteraard al dood. Misschien wat te vinden in de database van ‘Stichting Mondelinge Geschiedenis Indonesië’ bij het KITLV. De geschreven uittreksels zijn daar uiteraard summier, maar de gesproken teksten uitvlooien is voor een normaal mens niet te doen. Iets voor de nieuwe commissie excessen? Waarmee ik behoorlijk offtopic raak.

  14. Ik heb nooit geweten van de Braat geschiedenis in de oorlog.
    Ik ken Braat van NA de oorlog want ik woonde in Djember (geboren) daarvoor. Mijn vriend Marcus Stekelenburg’ vader, Teun werkte bij Braat en was een goede vriend van mijn vader. De kali hette toen Brantas en we vingen Leguanen. Oom Teun, want alle vrienden van je ouders waren oom en tante en zelfs een Mollukse bewaking van Braat noemden we oom. Ik woonde toen aan de andere kant van de Brantas in de Jalan Progo vlak bij Darmo. Mijn moeder kende die hele buurt al van haar jeugd want haar vader was refinery director in Wonokromo waar haar jiongste broer Frans Henrichs (van de NL TV etc.) geboren is. Teun was getrouwd met tante Chris een Duitse van afkomst, maar Marcus en zij zijn wel het kamp ingegaan, want ze voelde zich 100% Nederlands.
    Mijn vader heeft in 1946 toen de Ten Wolde chocolade fabriek afbrandde met Braat samen gewerkt om zo snel mogelijk weer chocolade te kunnen maken, want bieuwe machines uit Nedrland hadden een levertijd van een jaar. Het gezin Stekelenburg is denk ik rond 1056/57 naar australia geemigreerd. Ik fietste en later reed mijn vaders auto altijd naar Ngagel.

    • Jan A. Somers zegt:

      En in Ngagel was na de bersiaptijd ook de melkerij van Ab Croin en Mien Sigrist. Na vrijlating uit de Kenpeitai ben ik op hun vorige melkerij te werk gesteld.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s