Onderscheiding voor Bandoengers leidt tot discussie

Zwaard van Stichting Pelita, afgestaan aan Verzetsmuseum Amsterdam.
In een eerder artikel berichtte Java Post van een bijzondere bijeenkomst te Bandoeng, op 31 januari 1946, waarbij de plaatselijke Britse bevelhebber, brigadegeneraal MacDonald, een 45-tal zwaarden overhandigde aan “personen die zich tijdens de Japanse bezetting in of buiten de kampen bijzonder verdienstelijk hadden gemaakt.”
Eén van deze zwaarden, zo wisten wij toen, hing aan de muur bij de kleinzoon van een ontvanger, in Mendoza, Argentinië. Wat zijn we inmiddels over de andere zwaarden te weten gekomen?
De oproep in de Java Post leidde tot een vijftal reacties van familieleden van de destijds gelauwerden. De heer Wilhelm von Grumkow schreef ons uit Brazilië dat het zwaard, geschonken aan zijn zuster mevrouw Heijne, nadien uit veiligheidsoverwegingen in bewaring werd gegeven aan het Nederlandse consulaat in Bandoeng, maar daarna is ‘zoekgeraakt’. De heer F. Van der Henst meldde dat het zwaard van zijn vader werd afgegeven bij de politie in Djakarta. Hetzelfde gebeurde, maar dan aan de politie in Nederland, met het zwaard van de heer R. Brenkman.










