Overleven op het internaat (II)

Meisjes van het SOG, ca. 1930

Van de gebeurtenissen op het Soekaboemisch Opvoedingsgesticht (SOG) in oorlogsjaren werd verslag gedaan door de adjunct-directrice  van het gesticht, mevrouw Aletta Berkholst.
In het eerste deel (Overleven op het internaat (I)) lazen we van de internering van de staf en de steeds moeilijker wordende leefomstandigheden. In het nu volgende deel, over het laatste oorlogsjaar en de daaropvolgende bersiapperiode, overheerst vooral de angst voor de gevolgen van het opkomende nationalisme.

De Soekaboemische Opvoedingsgestichten Oorlogsjaren 1942 t/m 1946
Door: Aletta Berkholst

Januari 1945

Toen werden ook onze laatste grote jongens ingepikt – ook die van de R.K. – en naar de Glodokgevangenis gebracht. Grote verslagenheid. En dát terwijl wij toch al zoveel grote jongens aan de Jap hadden afgestaan, en al geruchten van een spoedige capitulatie de ronde deden. Met deze jongens werden ook de heer Schalk en Armand Petitjean weggehaald, en ook Ulmer. Nu hadden wij niemand anders meer dan de heer Senduk, hij was de enige man.   Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , | 8 reacties

Overleven op het internaat (I)

Aletta Berkholst, temidden van ´haar meisjes´

De Japanse bezettingstijd werd door enkele honderden kinderen doorgebracht op het Soekaboemisch Opvoedingsgesticht (SOG), een protestants instituut dat vooral diende als internaat voor kinderen van plantersgezinnen in de Soekaboemische ommelanden. Naast een eigen Mulo had het een technische opleiding, zowel voor jongens als voor meisjes. De leiding was in vooroorlogse jaren in handen van dominee F.J. Jens. In 1943 zou hij komen te overlijden door toedoen van een bezoek aan de Kenpeitai. Vanaf dat moment, tot 1945, was de leiding in feite in handen van de adjunct-directrice, mevrouw Aletta Berkholst. Eerst enkele jaren later zou ze de tijd vinden om haar aantekeningen van die moeilijke jaren uit te werken, en hiermee aan het nieuwe bestuur van het tehuis verantwoording afleggen. Haar verslag, getiteld ´De Soekaboemische Opvoedingsgestichten Oorlogsjaren 1942 t/m 1946´, werd in 1999 opgenomen in een herinneringsboekje genaamd ´Tussen Djampang en Gedé. Geschiedenis der opvoedingsgestichten te Soekaboemi (SOG)´. [i]
Omdat het verslag een goed inzicht geeft in het leven op een internaat in oorlogstijd, brengt de Java Post hier een integrale versie, in twee delen, met slechts dáár waar de leesbaarheid dit vereist een enkele aanpassing van de tekst. De tijdsaanduiding moet worden gezien als indicatief. De desbetreffende hoofdstukken bevatten informatie over gebeurtenissen vanaf de genoemde maand.   Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 13 reacties

Een herdenking met beperkte nieuwswaarde

Ook al is het al weer enkele weken geleden dat de herdenking plaatsvond van ´het einde van de oorlog in Nederlands-Indië´, staan we hier toch nog even stil bij de aandacht die deze herdenking heeft gekregen in de landelijke media, en wel met name in het NRC Handelsblad. Deze kwaliteitskrant excelleerde dit jaar door er geen letter aan te wijden, – reden voor de heer Jan Somers uit Delft om in de pen te klimmen. Zijn reactie werd enkele dagen later gepubliceerd:  

Indisch Monument

´Waarom geen aandacht voor 15 augustus 1945?
In NRC Handelsblad van 15 augustus 2011 heb ik niets gelezen over de herdenking van de Tweede Wereldoorlog. Vreemd, het Koninkrijk der Nederlanden was toch verwikkeld in die oorlog? Dat 15 augustus 1945 voor de Nederlanders (en alle Nederlandse onderdanen) in Indië geen bevrijding was, maar het begin van nieuwe ellende, schijnt men in Nederland niet te weten, anders had NRC Handelsblad daar toch wel aandacht aan besteed. Er was geen euforie, er was geen polonaise, er is geen aandacht. Jammer! Of staat in het Stijlboek: 5 mei wel, en 15 augustus niet?´   Lees verder

Geplaatst in 6. Onderzoek, Aanspraken en Verwerking | Tags: , , , , , , , , , , , , | 69 reacties

Heineken, Tsingtao of Asahi?

Er is in Nederland in de laatste decennia veel geschreven over Nederlands-Indië, maar relatief weinig over de economie. Wie op zoek gaat naar literatuur over dit onderwerp komt al snel terecht bij werken geschreven vóór de Tweede Wereldoorlog. Het lijkt erop alsof de interesse van de kant van het moederland volledig verloren is gegaan met het verlies van onze kolonie. Dat is jammer, want die economische geschiedenis heeft wel degelijk een belangrijke rol gespeeld. Ter toelichting hier het wel en wee van enkele bedrijven die – oorlog of geen oorlog, privé of staatsbezit – al een eeuw in deze regio in functie zijn: de bierbrouwerijen Heineken, Tsingtao en Asahi. Weer eens iets anders dan een kampverhaal…

Het lekkerste potje bier

Bintang

´Heineken´s pils is momenteel het goedkoopste en lekkerste potje bier. Waarom zou u niet eens een proef nemen?  Prijs per 48 literflessen à contant f. 15,-´, adverteerde Heineken al in 1910 in Nederlands-Indië. Het betrof hier importbier dat per schip uit Nederland kwam. Omdat Heineken al snel begreep dat de transportkosten wel erg zwaar op de prijs drukten, werd in 1929 onder de naam ´NV Nederlandsch Indische Bierbrouwerijen´ begonnen met de bouw van een brouwerij in Soerabaja. Nadat deze vanaf 1931 operationeel was, bleek al snel de juistheid van deze keuze. De economische crisis, in combinatie met de prijshoogte van de importbieren, bleek de andere partijen al snel uit de markt te prijzen. Om het lokale karakter te benadrukken werd aanvankelijk verkocht onder de naam Java Bier. Eind jaren ´30 had Heineken echter voldoende marktaandeel om terug te keren naar zijn eigen merknaam. Na klachten van de concurrentie startte nu een verhitte politieke discussie over de invoering van accijnzen op lokaal bier, welke werd beëindigd door het uitbreken van de oorlog.  Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , | 6 reacties

Slechts vanwege hun afkomst

Bron: The New York Times, 5 augustus 2011

Bainbridge Island, Washington, USA. – Frank Kitamoto was slechts 2 jaar oud toen hij en zijn familie – en meer dan 270 anderen van Japanse afkomst – van dit beboste eiland naar een interneringskamp werden getransporteerd nadat Japan Pearl Harbor had gebombardeerd.

Frank Kitamoto (NYT)

De heer Kitamoto, nu 72, vertelt dat hij gedurende zijn jeugd in een ernstige identiteitscrisis verkeerde, dat hij beschaamd was over zijn Japanse afkomst en blank wilde zijn. Andere jonge mannen gingen zelfs zo ver dat ze hun toevlucht namen tot plastische chirurgie om hun Japanse trekken te laten veranderen. Sommigen pleegden zelfmoord.
´Als kind dacht ik dat dit het land was van gelijkheid en vrijheid, en dit dus niet kon gebeuren,´ zegt de heer Kitamoto, die later tandarts werd, in zijn kantoor waar een muur bedekt is met foto’s uit die tijd. ´Dus ik dacht dat het kwam omdat er iets mis was met mij, dat ik een slecht mens was.´   Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , , , , , , , , , , , , | 7 reacties

Vrede, voor hoe lang?

Na de Amerikaanse atoombommen op Hiroshima en Nagasaki (6 en 9 augustus), en de oorlogsverklaring van de Russen aan Japan (9 augustus), bleef er voor de Japanners niets anders over dan te capituleren. De pogingen van de Japanners om hun keizer te beschermen leidden tot een vertraging van een paar dagen. Op 15 augustus 1945 meldde de keizer zelf – via de radio – de overgave.

Op 2 september 1945 werd de capitulatie officieel bekrachtigd, aan boord van het Amerikaanse schip USS Missouri in de Baai van Tokyo:

Voor de Nederlanders tekende admiraal  Conrad E.L. Helfrich (1886 – 1962). De hoofdrolspeler tijdens de ceremonie was echter de Amerikaanse Generaal  Douglas MacArthur (1880 – 1964).  

Na het tekenen van het vredesverdrag zei MacArthur:

Let us pray that peace be now restored to the world, and that God will preserve it always. These proceedings are closed.

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , , , , , , , , | 6 reacties

Over kampen, kampen en kampen

Er is al veel over gezegd en verzwegen, het verschil in benadering van de geïnterneerden en die van de buitenkampers. Waar de media echter weinig aandacht voor hebben gehad, is de vraag naar het preciese onderscheid. Wanneer werd nu iets tot een ´kamp´gerekend en wanneer niet? De beantwoording van die vraag is wel vele malen aan de orde geweest achter de gesloten deuren van het Bureau Japanse Uitkeringen en de Uitkeringsraad. Het verschil blijkt soms helemaal niet zo duidelijk te zijn geweest.

Een zoekgeraakt archief

Op zoek naar erkende kampen….

Het Bureau Japanse uitkeringen – u weet wel, van die 400 gulden in de jaren ´50 – , mocht zich als eerste buigen over deze vraag. De regeling die ze uitvoerde voorzag in uitkeringen aan personen die geïnterneerd waren ´door of op last van´ de Japanners in een ´erkend´ interneringskamp gedurende in totaal tenminste zes maanden. Maar ja, wat is een ´erkend´ kamp, en wie bepaalde dat?

Het enige bewaard gebleven verslag van het Bureau is van 1960. Hierin lezen we dat uitgegaan werd van een verificatie van de aanvragen met behulp van een bestaande Rode Kruis-overzichtslijst[1], echter ook dat veel aanvragers meldden in hele andere kampen of gevangenissen te hebben gezeten. Deze laatste aanvragers moesten zélf het bewijsmateriaal aandragen. Om te beoordelen of iets wél of niet een erkend kamp kon worden genoemd werd een ambtelijke commissie in het leven geroepen, bestaande uit drie leden, allen gewezen burger-geinterneerden. Helaas weten we niet meer wie dit waren en wat ze hebben besproken. Het archief is zoekgeraakt.   Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , | 130 reacties

Merdeka in Hoogeveen

Herinneringen aan een betere samenleving

Hoe moet het al die repatrianten zijn vergaan die misschien wel liever dáár waren gebleven, maar daartoe geen mogelijkheid zagen? Hoe vele duizenden van hen vonden zich later terug in een portiekflat in Capelle aan den IJssel of een doorzonwoning in Hoogeveen met een schamel inkomen en met hun gedachten nog altijd ´thuis´ in Cheribon of Salatiga? Met hun twijfels, en weemoed?

Poerwokerto, Banjoemas

Deze vragen kunnen we ons ook stellen bij het levenslot van de leider van het Indo-Comité in Poerwokerto, residentie Banjoemas, de heer L.. Net als zo vele andere Indo-Europeanen had hij aanvankelijk getwijfeld, maar ook geweten dat alles anders zou worden. Als hoofdcommies op het residentiekantoor had hij voor de oorlog al zijn collega´s kenbaar gemaakt dat voor de Indonesiërs een grotere rol was weggelegd dan die van bedienden. En hij moet sterk voor zijn mening zijn uitgekomen, want hij was twee keer samen met zijn gezin op verlof in Nederland geweest, en hij wist dus waarvan hij sprak. Ook aan zijn kinderen moet hij hebben doorgegeven dat er andere tijden zouden komen.

Na de komst van de Japanners werden alle mannen van Europese afkomst uit de residentie Banjoemas geïnterneerd in de Broederschool in Poerwokerto. In september van dat jaar werden de meesten doorgezonden naar een ander kamp. Enkele tientallen anderen, waaronder de op dat moment 50-jarige L., werden echter vrijgelaten. Van L. ging het gerucht dat zijn oudste dochter hierin de hand zou hebben gehad. Zij had omgang gekregen met de Japanse resident en deze hebben gevraagd iets voor haar vader te willen doen. Vanaf dat moment zou L. weer in dienst treden op het residentiekantoor, maar nu onder de Japanners, voor een salaris van fl. 75,- per maand.   Lees verder

Geplaatst in 3. Bersiap en Merdeka, 1945-1949 | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 25 reacties

Wijze oorlogslessen

Op 28 november 1973 verscheen in ´The Australian Women´s Weekly´ een interview met mevrouw Francine Pennington De Jongh, de echtgenote van de op dat moment zojuist in Sydney gearriveerde nieuwe Nederlandse consul. Onder de titel ´Haar school was een interneringskamp´ werd de consulvrouw aan het woord gelaten over haar oorlogservaringen in Nederlands-Indië en de lessen die ze daar had geleerd.
Vanwege het bijzondere karakter van het interview, nu een nieuwe – vertaalde – publicatie in de Java Post.

mw. Francine J. Pennington De Jongh (1927 - 2010)

Dankzij het Japanse interneringskamp kreeg mevrouw Francine Pennington de Jongh een uitstekende opleiding. ´Ik was geïnterneerd in Bandoeng met mijn Franse moeder en grootmoeder die er beiden op stonden dat ik Frans leerde´, zei ze.
´Mijn grootmoeder leerde mij van alles over Molière en Racine. Misschien was het wel de beste manier van leren.´
Nu, 30 jaar later, zegt ze dat haar oorlogstijd – en om dezelfde reden álle oorlogen – misschien maar het beste kan worden vergeten. ´Oorlog leidt tot haat´, zegt ze, ´en daar hebben we al genoeg van in de wereld. Het is zo nutteloos! Ik kan mijn leven niet verdoen door steeds te blijven haten! ´ Toch heeft die periode, van haar 14e tot haar 18e jaar, ook veel positiefs gebracht.   Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , , , , , , , , , , , , | 5 reacties

De weduwen van Waroe

Toepassing van het anti-hardheidsartikel van de Wiv

De toepassing van de wetten voor oorlogsslachtoffers loopt op zijn eind, om reden waarvan de Pensioen- en Uitkeringsraad kort geleden onderdak heeft gezocht en gevonden bij de Sociale Verzekeringsbank. Ter – voorlopige – afsluiting van deze wetten werden in opdracht van de overheid door het Niod twee studies verricht: één naar de politieke totstandkoming van deze wetten, en een ander naar de toepassing en uitvoering daarvan.

Wet buitengewoon pensioen Indisch Verzet (Wiv), 1986.

In deze laatste studie, van de hand van Elly Touwen-Bouwsma, wordt ook een hoofdstuk gewijd aan de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet (Wiv). Hieruit blijkt dat de Nederlandse overheid aanvankelijk tamelijk negatief stond tegenover het Indisch verzet en geen nieuwe wet aan de bestaande wetten wilde toevoegen, maar daartoe uiteindelijk toch door de Tweede Kamer werd gedwongen. De volksvertegenwoordiging eiste ook een aanpassing van het eerste wetsontwerp waarin sprake was van de verplichting dat aanvragers in Nederland moesten wonen. Wél bleef de bepaling gehandhaaft dat de verzetsdeelnemer de Nederlandse nationaliteit moest hebben, zij het, dat de beoordelende instantie, destijds de Buitengewone Pensioenraad, ´na verkregen toestemming van Onze Minister´, de wet van toepassing kon verklaren op bijzondere gevallen.
Hoe werd dit artikel 3, lid 2, de zogenaamde ´anti-hardheidsbepaling´, in de praktijk ingevuld?   Lees verder

Geplaatst in 6. Onderzoek, Aanspraken en Verwerking | Tags: , , , , , , , , , , , , , , | 4 reacties