Van de gebeurtenissen op het Soekaboemisch Opvoedingsgesticht (SOG) in oorlogsjaren werd verslag gedaan door de adjunct-directrice van het gesticht, mevrouw Aletta Berkholst.
In het eerste deel (Overleven op het internaat (I)) lazen we van de internering van de staf en de steeds moeilijker wordende leefomstandigheden. In het nu volgende deel, over het laatste oorlogsjaar en de daaropvolgende bersiapperiode, overheerst vooral de angst voor de gevolgen van het opkomende nationalisme.
De Soekaboemische Opvoedingsgestichten Oorlogsjaren 1942 t/m 1946
Door: Aletta Berkholst
Januari 1945
Toen werden ook onze laatste grote jongens ingepikt – ook die van de R.K. – en naar de Glodokgevangenis gebracht. Grote verslagenheid. En dát terwijl wij toch al zoveel grote jongens aan de Jap hadden afgestaan, en al geruchten van een spoedige capitulatie de ronde deden. Met deze jongens werden ook de heer Schalk en Armand Petitjean weggehaald, en ook Ulmer. Nu hadden wij niemand anders meer dan de heer Senduk, hij was de enige man. Lees verder










