Een herdenking met beperkte nieuwswaarde

Ook al is het al weer enkele weken geleden dat de herdenking plaatsvond van ´het einde van de oorlog in Nederlands-Indië´, staan we hier toch nog even stil bij de aandacht die deze herdenking heeft gekregen in de landelijke media, en wel met name in het NRC Handelsblad. Deze kwaliteitskrant excelleerde dit jaar door er geen letter aan te wijden, – reden voor de heer Jan Somers uit Delft om in de pen te klimmen. Zijn reactie werd enkele dagen later gepubliceerd:  

Indisch Monument

´Waarom geen aandacht voor 15 augustus 1945?
In NRC Handelsblad van 15 augustus 2011 heb ik niets gelezen over de herdenking van de Tweede Wereldoorlog. Vreemd, het Koninkrijk der Nederlanden was toch verwikkeld in die oorlog? Dat 15 augustus 1945 voor de Nederlanders (en alle Nederlandse onderdanen) in Indië geen bevrijding was, maar het begin van nieuwe ellende, schijnt men in Nederland niet te weten, anders had NRC Handelsblad daar toch wel aandacht aan besteed. Er was geen euforie, er was geen polonaise, er is geen aandacht. Jammer! Of staat in het Stijlboek: 5 mei wel, en 15 augustus niet?´  

´Weinig bijzonders´

De redactie reageerde niet in de krant zelf, maar stuurde wel een uitgebreide brief rechtstreeks aan de heer Somers:

´Geachte heer Somers,
Uw vraag is begrijpelijk, en in het antwoord erop ligt precies een van de grote dilemma’s besloten waarmee wij worstelen bij de dagelijkse productie van de krant. Een krant kan veel informatie bevatten – óók de dunnere zomeredities – maar de capaciteit is per definitie beperkt. Bij de selectie van artikelen laten we ons primair leiden door nieuwswaarde, door de vraag welke onderwerpen de meeste lezers zullen interesseren en door de wens lezers te verrassen. Een zekerheid daarbij is dat die afweging nooit de instemming krijgt van alle 200.000 lezers.
Dat ditmaal geen aandacht is besteed aan de ‘Indië-herdenking’, heeft meer redenen dan alleen een beperkte capaciteit. De nieuwswaarde ervan vonden we betrekkelijk laag, wat natuurlijk inherent is aan jaarlijks terugkerende evenementen. Bovendien was er een jaar eerder, bij de 65ste verjaardag van de bevrijding van Nederlands-Indië, nog sprake van een lustrumviering. Dat heeft meer impact – getuige ook de aanwezigheid die keer van koningin Beatrix. NRC Handelsblad plaatste dan ook op 16 augustus 2010 een foto met bijschrift. Daags voor de herdenking schreef Mischa de Vreede bovendien een lang artikel op de opiniepagina over ‘haar’ oorlog in Noord-Sumatra.  Een jaar eerder deed NRC Handelsblad de Indië-herdenking af met één alinea, geen foto – ook omdat er toen weinig bijzonders te melden viel.  Het enkele feit dat er iets ís, betekent niet dat de krant er verslag van doet.
Het is overigens niet zo dat wij  voor ‘de grote Bevrijdingsdag’ op 5 mei  andere criteria aanleggen als het gaat om de afweging  erover te publiceren. Dit jaar schonken we bijvoorbeeld  aan 5 mei niet meer aandacht dan via de recensie van een nieuw, bijzondere fotoboek van het NIOD over de oorlog, en in de tijdschriftenrubriek (over geschiedenisbladen).

Brief van Jan Somers in NRC

De redactie van NRC Handelsblad is de laatste die de impact van de oorlog (of het nu om de gebeurtenissen in Europa of in Azië gaat) en het belang van herdenken zal bagatelliseren. Niet alleen onze lezers, ook sommige redacteuren of hun familie hebben de oorlog aan den lijve ondervonden. Wat dat betreft staat de krant gelukkig middenin de maatschappij. Tegelijk leidt de plicht nieuwsontwikkelingen op de voet te volgen ertoe dat minder verrassende thema’s en onderwerpen niet aan de orde komen. Kritiek hierop nemen we ons uiteraard ter harte. En de afwegingen zijn altijd discutabel. Als er bijvoorbeeld geen economische crisis was geweest, geen Frans-Duitse top en geen Kamerdebat, was er meer ruimte vrijgekomen en hadden we heel goed wél kunnen kiezen voor aandacht voor de Indië-herdenking. Dat is nu eenmaal het dagelijkse journalistieke gevecht om de weging van het nieuws. Eén ding staat echter vast:  de reden dat we dit jaar deze keuze hebben gemaakt heeft niets te maken met minachting en/of ontkenning van het leed van de vele Nederlanders in Oost Azië, zoals u stelt. Ik hoop dat ik u dat duidelijk heb kunnen maken en u enige context heb kunnen schetsen.

Met vriendelijke groet,
Hoofdredactie NRC´

Gebrek aan aandacht

De inhoud van de brief, hoe rationeel en afgewogen ook, gaf natuurlijk voldoende reden om opnieuw te reageren. Van de zeer lange reactie van de heer Jan Somers hier een ingekorte weergave:   

´Hartelijk dank voor uw reactie op mijn ingezonden brief over het ontbreken van de herdenking van 15 augustus 1945 in de NRC. Het zal u overigens niet verbazen dat ik het niet eens ben met uw argumentatie.

´De nieuwswaarde ervan vonden we betrekkelijk laag, wat natuurlijk inherent is aan jaarlijks terugkerende evenementen.´
 Ik dacht dat een Bevrijdingsdag op 5 mei eenzelfde gewicht en nieuwswaarde hebben als het einde van de Tweede Wereldoorlog, waarin het Koninkrijk en zeer veel Nederlanders waren betrokken, op 15 augustus. De geconstateerde ongelijkheid vind je ook terug in de omvang van de berichtgeving, hooguit een kort berichtje op pagina nr. zoveel tegenover uitvoerige beschouwingen over de evenementen op 4/5 mei. Niet alleen in de NRC! Bovendien is 4/5 mei eveneens een jaarlijks terugkerend evenement.

´ Een jaar eerder deed NRC Handelsblad de Indië-herdenking af met één alinea, geen foto – ook omdat er toen weinig bijzonders te melden viel. ´  
Ik heb zo het idee dat bij de herdenking op 4/5 mei net zo weinig verrassende thema’s en onderwerpen aan de orde komen als op 15 augustus. Een herdenking is juist niet verrassend, behalve dan een schreeuwende man op de Dam. Een herdenking is juist een stilstaan bij een stukje verleden dat niet mag worden vergeten..

´De reden dat we dit jaar deze keuze hebben gemaakt heeft niets te maken met minachting en/of ontkenning van het leed van de vele Nederlanders in Oost Azië, zoals u stelt.´
Dit zijn niet mijn woorden, ik had het over een gebrek aan aandacht. En het gebrek aan aandacht voor de oorlog in Nederlands-Indië is niet het enige dat steekt. Het gaat namelijk ook om de situatie na 15 augustus 1945.
Bij de nationale herdenking op 15 augustus bij het Indiëmonument in Den Haag eindigt de periode die wordt herdacht exact op 15 augustus 1945. Als je kort daarna in een (Japans) gevangenenkamp bent omgekomen heb je pech gehad. De bersiap-slachtoffers en onze gesneuvelde Brits-Indische bevrijders worden er ook niet herdacht. Bij de bevrijdingsfeesten in Nederland worden Canadezen ingehaald als helden, ik heb daar nooit Gurkha’s bij gezien. De Indiëveteranen mogen defileren, maar kwamen pas vanaf half maart 1946 in Indië en hebben niet aan onze bevrijding bijgedragen. Zelfs niet aan de bevrijding half juni 1946 van mijn moeder en zus, zij zijn door het Rode Kruis in veiligheid gebracht. Allemaal verifieerbare feiten van na 15 augustus 1945, maar in Nederland niet interessant gevonden. De oorlog was toch voorbij? Bij de jongste herdenking werd dat in de toespraak meerdere keren benadrukt, 15 augustus: “en toen was het vrede”. Toen ik een keer het organisatiecomité voorstelde Gurkha’s bij de erewacht te betrekken kreeg ik als antwoord dat die van na 15 augustus waren. Feitelijk is het de Oorlogsgravenstichting die zich als enige het lot heeft aangetrokken van de bersiapslachtoffers.
Dat er in de NRC herhaaldelijk aandacht is besteed aan Indonesische slachtoffers van moordpartijen zoals in Rawa Gedeh, vind ik terecht, uitstekend zelfs; maar dat reacties die verwijzen naar Nederlandse bersiapslachtoffers niet worden geaccepteerd vind ik wrang.

Neemt u mij niet kwalijk dat mijn reactie zo lang is uitgevallen. Herdenken doe je weliswaar zelf, je gedachten gaan naar je eigen ervaringen. Een nationale herdenking is dan een uiting van onze samenleving waaruit aandacht blijkt. Aandacht die ik in Nederland mis voor de in Indië omgekomen Nederlanders. Ik vond het bijzonder dat ik een behoorlijke reactie van de NRC heb ontvangen. Dat ik het met uw argumenten niet eens ben, reken ik u niet aan. Uw betoog was rationeel, u kon ook niet anders. Maar daarom komen u en de Nederlanders uit Indië ook niet dichter bij elkaar. De gevoelens van Nederlanders uit Indië en hun herinneringen aan hun ervaringen hebben weinig met welke ratio dan ook te maken. Hun gevoelens en uw taak de NRC netjes en winstgevend te vullen kunnen nooit met elkaar in debat, de argumenten glijden langs elkaar weg. Ik beschouw daarom deze discussie nu maar voor gesloten. Ik ben er bijna zeker van dat ik volgend jaar omstreeks deze tijd er weer op zal moeten terugkomen.

Met vriendelijke groet,
J.A. Somers´

Het hoeft weinig betoog dat de thema´s hier aangedragen door de heer Somers: het verschil in media-aandacht tussen de Europese en de Indische herdenking; het niet-kennen van de gebeurtenissen in Nederlands-Indië; de – per definitie – nieuwswaarde van herdenkingen van de oorlogsperiode, duidelijk minder zijn uitgespit dat het NRC Handelsblad ons wil doen geloven.
We wachten in spanning op de uitgave van de krant van 15 augustus 2012.

x

Dit bericht werd geplaatst in 6. Onderzoek, Aanspraken en Verwerking en getagged met , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

16 reacties op Een herdenking met beperkte nieuwswaarde

  1. Ami Emanuel zegt:

    In gepaste bescheidenheid wil ik de heer Somers bedanken en complimenteren voor zijn NRC reactie op de herdenking van 15 augustus in dit blad.
    Gesteld mag worden dat het tevens namens vele Nederlandse NRC lezers geschreven is.

  2. Ton Iken zegt:

    Er is in het verleden reeds veel geschreven en gezegd over de herdenking van 15 augustus 1945. Helaas is dat anno 2011 ook nog nodig, getuige de briefwisseling van de heer Somers en de NRC. Het lijkt wel op een vechten tegen de bierkaai, want elk jaar blijkt weer dat deze nationale herdenking nog steeds niet volledig is geïntegreerd in het nationale bewustzijn. In dat verband was het bemoedigend dat premier Rutte dit jaar zich na de plechtigheid bij het Indisch monument zo duidelijk heeft uitgesproken over de waarde en het nut van deze herdenking.
    Overigens was het opvallend hoeveel woorden de NRC nodig had om te trachten iets dat krom was, recht te praten. Duidelijk zonder veel succes.

  3. joost van bodegom zegt:

    Hoera! Eindelijk medestanders tegen de al jaren voortdurende, verfomfaaide “Indische” berichtgeving in de nrc. Dat spel ik niet meer met hoofdletters gelet op mijn sterk gedaalde achting voor deze zogenaamde kwaliteitskrant. Drie jaar geleden heb ik mijn abonnement opgezegd. Daarvoor waren drie redenen:
    -de zeer geringe, dat is een understatement, aandacht voor 15/8
    -het zeer lange zwijgen over Rawagede en, de druppel,
    -het vroegtijdig publiceren van de miljoenennota; ze moesten kenelijk concureren met de telegraaf.
    Een dag na mijn opzegging verscheen er voor het eerst sinds jaren een gedegen artikel van Elske Schouten uit Jakarta over het schandaal Rawagede. Dat was natuurlijk puur toeval maar wel “aardig”. Een klein jaar eerder, november 2008, had ik in haar woonplaats een uitvoerig gesprek met haar, na een uitgebreid bezoek aan Rawagede met het Indonesische comite “Nederlandse Ereschulden”, waar zij overigens niet bij was. Heb haar, off the record, mijn ervaringen sinds 1995 met dat onderwerp verteld. Heb geen flauw idee waarom het nog zo lang moest duren totdat haar artikel in september 2009, meen ik, verscheen. Dat bijvoorbeeld in schrille tegenstelling tot Trouw, het dagblad dat al jaren zeer uitvoerig en regelmatig over Rawagede verslag doet.
    Ja, als de Koningin op de 15/8 herdenking komt, dan is het plotseling nieuws. Dan komt er een grote foto van een veteraan op de binnenpagina. Dan verwacht je op zijn minst een onderschrift waarin vermeld wordt wie dat is, die daar met zijn dochter loopt. Niks daarvan, de naam van Pieter de Kock valt niet. De enige nog levende deelnemer aan de verzets acties van sergeant Kokkelink op Nieuw Guinea. Ook voor die omissie zal wel weer een gedegen excuus op te stellen zijn. Breek me de bek niet open. Er is maar 1 remedie, opzeggen die krant en over gaan tot de orde van de dag. Wie volgt?!

    Beetsterzwaag, 6 september 2011, Joost van Bodegom.

  4. Eppeson Marawasin zegt:

    Mij past slechts een ‘SAIKEIREI’ aan het adres van meneer Somers; met dank aan Buitenzorg voor de zeer gepaste aandacht.

    • Jan A. Somers zegt:

      Het is weer 15 augustus geweest, ff terugkijken naar mijn stukje in Javapost: Een herdenking met beperkte nieuwswaarde, Geplaatst op 5 september 2011 door buitenzorg. Opnieuw weinig tot niets over 15 augustus in de Nederlandse pers. Zoals de NRC toen schreef: geen nieuwswaarde, waarbij voorbij wordt gegaan aan vermeende nieuwswaarde van 5 mei. Mijn eigen inschatting: men heeft totaal geen idee over de inhoud van de datum 15 augustus. En de vermeende beperking van die datum tot Indonesië. Waarbij vergeten wordt dat het bij 15 augustus, los van de betrokken Nederlanders, ook gaat om een Koninkrijksaangelegenheid, het einde van de 2e wereldoorlog. Nog los van de daarna zich ontwikkelde bersiap. Waarbij die gebeurtenissen zich hebben afgespeeld in een soort Verweggistan. Samenvattend: Een gebrek aan historische kennis van een gebiedsdeel van het Koninkrijk der Nederlanden. Met een inherent gebrek aan nieuwswaarde.
      In Den Haag is het Indisch Herinnerings Centrum gevestigd. Met een door mij gedachte doelstelling, het levend houden van de herinnering aan het vroegere Indië. Het verzamelen van herinneringen en het (gevraagd of ongevraagd) uitdragen daarvan. Bijvoorbeeld naar (bestuurs)organen die zich bezig houden met de Indische samenleving in Nederland. Maar bijvoorbeeld ook naar de pers, rondom gebeurtenissen zoals 15 augustus. Ik weet uiteraard biet wat het IHC heeft ondernomen over voorlichting van de pers m.b.t. de waarde van 15 augustus voor de Indische gemeenschap? Een parsbericht? Een persconferentie? Naast 15 augustus als Konikrijks Herdenking! Geheel passend bij mijn vooronderstelling van het uitdragen van herinneringen.

      • Pierre de la Croix zegt:

        Jan A. Somers zegt 25 juli 2021 om 4:36 pm: “Het is weer 15 augustus geweest …..”.

        Nou, nou meneer Somers, is “is geweest” niet ietwat voorbarig? Nog zo’n 3 weekjes te gaan toch? Maar gèf nèks. De inhoud en strekking van uw verhaal past bij iedere “15 augustus”.

        De hamvragen die in deze kunnen worden gesteld: (1) WAAROM er zo weinig interesse is voor deze datum, (2) of na het beantwoorden van vraag 1 er wat aan kan worden gedaan en tenslotte (3) MOET er nog wat aan worden gedaan of is het “soedah, laat maarrrrr” en lekker tidoeren verder?

        Wat mijzelf betreft: “Indië” is iedere dag bij mij en daarmee alles wat ik mij daarvan kan herinneren sinds ongeveer mijn 3de levensjaar, dus vanaf het begin van de Japanse bezetting en later. Maar ik heb nooit de behoefte gevoeld op een speciaal moment een speciale plek op te zoeken om de gebeurtenissen aldaar te gedenken, al dan niet met gelijkgestemden.

        Wél gaat op 15 augustus bij mij de bendeira hoog, tot verbazing van de buurt. Ik weet dat ik niet langer dan 5 minuten moet nemen om desgevraagd te vertellen wat er voor mij achter 15/8 steekt en hoe belangrijk de datum voor heel Nederland zou moeten zijn. Na 5 minuten wordt er wazig gekeken.

        Niettemin gaat het mij ook aan het hart dat er zo verschrikkelijk weinig breed gedragen kennis in Nederland is van wat daar ginds tijdens WO II en er na gebeurde. Op scholen wordt wel en detail geleerd hoe het er toe ging in Nederland tussen 1940 – 1945. Razzia’s, verduistering, voedsel op de bon, verzet, arbeitseinsatz, Anne Frank, Westerbork, hongerwinter. Maar wat er toen met de mensen in het grootste rijksdeel rond de evenaar geschiedde wordt ondergeschoffeld. Na jaren is er in Den Haag een herdenkingsplek gekomen voor de Indische samenleving. Indische samenleving: Children of a lesser God. De koning komt eens in de 5 jaar kijken. Voor het overige mag de Indische samenleving het voor het cachet jaarlijks doen met een blik generaals, hun bintangs hoog in top.

        Dat gebrek aan brede belangstelling van Nederland voor wat er in Indië gebeurde mag de Indische samenleving zichzelf ook aanrekenen. Die heeft zich nooit luidkeels laten horen. De Joodse Nederlanders hebben het wat dat betreft beter gedaan.

        Sterke leiders had en heeft de Indische gemeenschap niet en evenmin toonde zij een eenheid te zijn, mede door gebrek aan sterke leiders. Wat horen wij nu van de federaties en Indische platforms – we hebben er geloof ik 2 – waarom zijn ze niet in staat en nooit in staat geweest om de belangen van Indisch Nederland krachtig en effectief bij regering en parlement over de Bühne te brengen?

        Dat zo zijnde moet de Indische gemeenschap maar ophouden masochistisch te klagen over de pijn, haar door Nederland aangedaan. Wie er behoefte aan heeft op 15 augustus met anderen te gedenken op dat mooie plekje in Den Haag, blij is met de generaals die zijn op komen draven, met de vaandelwacht in vooroorlogs KNIL tenue, met het gezongen Indisch “Onze Vader”, moet daar vooral naar toe. Ik heb begrepen dat er na nog een koempoelan is in het nabijgelegen Congrescentrum, voor zover de covid beperkingen die toelaten. Mooi!

        Ik zal thuis zijn, in mijn tuintje naar de bendeira kijken en denken aan de tijd dat het rood-wit-blauw streng was verboden en vervangen door de “kokkie”, de vlag met de rode bol, symbool van de rijzende zon. Ik denk dan ook meer dan anders aan de dierbaren die mij door de oorlog en bersiap hebben geholpen en mij hebben gemaakt tot wie ik ben.

        Over die “kokkie” gesproken: Er ging even iets door mij heen toen ik die vlag in volle glorie gehesen zag worden bij de opening van de spelen in Tokio. We gaan naar Japan om mee te doen. We (behalve ik) kopen al sinds jaar en dag Japanse auto’s, camera’s, electronica. Waarom doen we moeilijk wanneer heel Nederland niets weet van de betekenis van 15 augustus?

  5. Jan A. Somers zegt:

    Het is weer 15 augustus geweest, ff terugkijken naar mijn stukje in Javapost: Een herdenking met beperkte nieuwswaarde, Geplaatst op 5 september 2011 door buitenzorg. Opnieuw weinig tot niets over 15 augustus in de Nederlandse pers. Zoals de NRC toen schreef: geen nieuwswaarde, waarbij voorbij wordt gegaan aan vermeende nieuwswaarde van 5 mei. Mijn eigen inschatting: men heeft totaal geen idee over de inhoud van de datum 15 augustus. En de vermeende beperking van die datum tot Indonesië. Waarbij vergeten wordt dat het bij 15 augustus, los van de betrokken Nederlanders, ook gaat om een Koninkrijksaangelegenheid, het einde van de 2e wereldoorlog. Nog los van de daarna zich ontwikkelde bersiap. Waarbij die gebeurtenissen zich hebben afgespeeld in een soort Verweggistan. Samenvattend: Een gebrek aan historische kennis van een gebiedsdeel van het Koninkrijk der Nederlanden. Met een inherent gebrek aan nieuwswaarde.
    In Den Haag is het Indisch Herinnerings Centrum gevestigd. Met een door mij gedachte doelstelling, het levend houden van de herinnering aan het vroegere Indië. Het verzamelen van herinneringen en het (gevraagd of ongevraagd) uitdragen daarvan. Bijvoorbeeld naar (bestuurs)organen die zich bezig houden met de Indische samenleving in Nederland. Maar bijvoorbeeld ook naar de pers, rondom gebeurtenissen zoals 15 augustus. Ik weet uiteraard biet wat het IHC heeft ondernomen over voorlichting van de pers m.b.t. de waarde van 15 augustus voor de Indische gemeenschap? Een parsbericht? Een persconferentie? Naast 15 augustus als Konikrijks Herdenking! Geheel passend bij mijn vooronderstelling van het uitdragen van herinneringen.

    • RLMertens zegt:

      @JanA.Somers; ‘de vermeende beperking van die datum tot Indonesië etc.’- Wat bedoelt u hiermee? Ik heb begrepen dat 15/8 in Indonesië helemaal niet wordt herdacht/gevierd! Mi. heeft het meer te maken met het einde van ons Indië! Waarvoor ze zeker geen behoefte hebben om dat te herdenken cq. te vieren. Hun glorie dag is 17/8!

      • Pierre de la Croix zegt:

        Ach …. ze mogen in Indonesia ook wel eens bedenken dat er geen 17 augustus zou zijn als er geen 15 augustus was. De heren Soekarno en Hatta, opgejut door hun pemoeda’s, zouden het wel uit hun kepala’s laten hun Proklamasi voor te lezen wanneer de Japanner nog full swing de scepter zwaaide over de archipel.

      • Jan A. Somers zegt:

        Sorry, foutje van mij. Ik heb me indertijd ( 5 september 2011 door buitenzorg.) druk gemaakt over het volledig ontbreken van 15 augustus in de Nederlandse kranten; volgens de NRC geen nieuwswaarde. Ik vond het tijd om dat weer eens in de gaten te houden. Vooral omdat er nu een IHC daar tegen aan kan gaan. Berichten in de krant zijn er toch ook ter herinnering, daar gaat het bij 15 augustus om. Geen gekissebis, daar is het voor mij te gevoelig voor. Terwijl ik daar mee bezig was. begon ik aan het begin van mijn verslag van bevindingen. En dat is per ongeluk nu al hier op Javapost terecht gekomen. Maar ik denk dat ik wel gelijk krijg: niets in de krant. Nu de vraag: Wat doet het IHC in haar herinneringsmissie?
        Heer Pierre: “gaat op 15 augustus bij mij de bendeira hoog,” Dat gebeurt in Nederland ook op de openbare gebouwen, maar daar kijkt niemand naar. Weet de Indische gemeenschap dat? Letten de door mij hierna genoemde heren dat het hier en daar op de gemeentehuizen wel eens vergeten wordt?
        ” voor wat er in Indië gebeurde mag de Indische samenleving zichzelf ook aanrekenen.” Ja er schijnen een paar vooraanstaande heren (dames???) te zijn die door de minister als onze vertegenwoordigers worden aangemerkt (de rest zit te wachten). Wie zijn dat, door wie zijn ze gelegitimeerd, waar halen ze hun kennis vandaan, wie betaalt hun reis- en verblijfskosten? We hebben nu wel ons derde(?) ‘Indisch huis’ het IHC. Met HERINNERING voluit in de naam. Dat (dacht ik) betaald wordt door ons als belastingbetalers. Zorgen zij nu ook voor die herinnering aan een Koninkrijksaangelegenheid als 15 augustus in de kranten? Op mijn ,leeftijd ben ik zo blij met de uitgebreide Tv-uitzending hiervan! Voor ons te druk, we gaan liever als het ons uitkomt.

  6. vandenbroek@libero.it zegt:

    “zouden het wel uit hun kepala laten” is toch louter een veronderstelling en doet toch een beetje vreemd aan na meer bijna 75 jaar na de Proklamasi? Alsof geschiedenis gaat over What-If.
    Er valt wel veel te zeggen dat de Proklamasi een voortvloeisel was van het Atlantisch Handvest, althans spandoeken uit die tijd gaven dat aan. Indonesiers hebben wat dat betreft een beter begrip en kennis van Onze geschiedenis.

    De Proklamasi is een gegeven, een historisch feit en heeft toch wel betekenis in de gezamenlijke geschiedenis van Nederland en Indonesië, alhoewel sommigen in Nederland dat nog steeds ontkennen, met een mooi woord heet dat historisch revisionisme.

    8 maart 1942 was niet alleen de capitulatie in Nederlands-Indië maar betekende ook het einde van het grote Nederlandse koloniale rijk, te beginnen in Nederlands-Indie. daarna ging het alleen maar bergafwaarts: Nieuw-Guinea, Suriname. Hoe zit dat eigenlijk met de Nederlandse Antillen?

    27 december1949 souvereiniteitsoverdracht! Door wie wordt dat eigenlijk gevierd? Zelfs Boeng Karno, president van de Verenigde Staten van Indonesië VSI was niet aanwezig.

    Ze zitten we maar met het trauma van onze geschiedenis, het is niet voor niets dat in Nederland nog steeds een projectgroep dekolonisatie bezig is om een bevijdend licht in de duisternis van onze koloniale geschiedenis te werpen.

    • Jan A. Somers zegt:

      “dat de Proklamasi een voortvloeisel was van het Atlantisch Handvest,” gelukkig kunnen we hier spreken van een vooruitzien door de Nederlandse regering. Afspraken gemaakt een jaar vóór (augustus 1940) het Atlantisch Handvest ( 14/15 augustus 1941).
      “8 maart 1942 was niet alleen de capitulatie in Nederlands-Indië maar betekende ook het einde van het grote Nederlandse koloniale rijk,” Volken/staatsrecht op z’n Italiaans?

  7. vandenbroek@libero.it zegt:

    Ik weet niet precies wat “Volken/staatsrecht op z’n Italiaans” betekent, ik heb dat niet bestudeerd. Maar wellicht kan iemand mij dat uitleggen.
    Italiaans Volksrecht of Internationaal recht op zijn Italiaans lijkt mij hetzelfde als het Internationaal Recht op zijn Nederlands, wellicht schiet mijn beheersing van de Nederlandse taal hier te kort.

    Ik weet wel wat er na 8 maart 1942 in het voormalig Nederlands-indie gebeurde. De staatkundige ontwikkeling van Nederlands-Indie eindigde met de souvereiniteitsoverdracht van 1949 . Ik ben al lange tijd uit Nederland, is dat in de tussentijd ook veranderd? gek volk toch, die Nederlanders

    Peter van den Broek, sind 1989 woonachtig in het buitenland

    • Jan A. Somers zegt:

      U moet zich niet zo dom houden. U wilt mij alleen maar dwars zitten. Overigens wel leuk, iemand die mij belangrijk vindt! En dan nog wel uit Italië! (bij ons op het balkon beginnen de snoeptomaatjes te kleuren!)
      Staatsrecht: Grondwet Art. 1. Het Koninkrijk der Nederlanden omvat het grondgebied van Nederland, Nederlandsch-Indië, Suriname en Curaçao. Was van kracht van 1922 tot 27 december 1949. Met in 1948 als wijziging dat Nederlandsch-Indië werd vervangen door Indonesië. Vooruitlopend op de komende soevereiniteitsoverdracht.
      Volkenrecht: Op 8 maart 1942 capituleerde het KNIL. Niet het gebiedsdeel Nederlandsch-Indië. Conquest was al eeuwen lang volkenrechtelijk uit de mode. Gelijksoortig: Nederland, België en Frankrijk in 1940. En Duitsland en Italië in 1945.
      “maar betekende ook het einde van het grote Nederlandse koloniale rijk” Op 10 mei 1940 capituleerde het Nederlandse leger, in het gebiedsdeel Nederland. Dat was volgens u dus de eerste amputatie uit het Koninkrijk der Nederlanden.
      “wat er na 8 maart 1942 in het voormalig Nederlands-indie gebeurde” Ik had het over de regeringsbesluiten van augustus 1940 in Nederland, en van 16 juni 1941 in Indië. Volgens mij waren die vóór 8 maart 1942.
      Japan hanteerde nog steeds het beginsel van conquest, maar was dan ook geen lid van de Volkenbond. Vandaar de aanvulling op de capitulatievoorwaarden voor Japan. Japan diende al de gewijzigde staatkundige situaties terug te draaien naar de vooroorlogse status quo .Denk hierbij bijvoorbeeld aan de door Japan aan Indonesië op 17 juli 1945 toegezegde onafhankelijkheid, uitgevoerd op 12 augustus 1945.
      Zo, ik wacht maar rustig uw volgende pesterij af. Wel weer ff naar het ziekenhuis als tussendoortje.

  8. Als mijn simpele vraag over uitleg van een citaat “Volken/staatsrecht op z’n Italiaans” al uitgelegd wordt als pesterij dan is dat toch raar, Alsof gerechtvaardigde kritiek op bizarre uitspraken al een belediging is. Alsof de plaats waar ik mij bevind, Italie, bepalend is voor mijn uitleg. In tijden van on-line studeren en werken is dat toch een wereldvreemde opmerking, dwz off-line or not connected.

    Mijn opmerking “het einde van het grote Nederlandse koloniale rijk” dient in zijn geschiedkundige samenhang bezien te worden. Ik las net een boek over het eind van het Romeinse Rijk: “I cantieri della Storia. Ripartire, ricostruire, rinascere van de journalist en internationaal correspondent Federico Rampini, vrij vertaald “de bouwplaatsen van de geschiedenis o.a. Het Romeinse Rijk. Opnieuw beginnen, herbouwen, opnieuw geboren worden”. Het boek is gesigneerd door hem tijdens een recent boekenfestival “Il libro possibile”.. Natuurlijk hadden we het bij de signalering van zijn boek over mijn afkomst, ik zie er niet zo Italiaans uit in Zuid-Italie, laat staan dat ik e geboren ben. Hij was zelf als correspondent in Indonesië geweest, hij weet wel wat af van Soerabaja.

    Door het boek van Rampini vergeleek ik het einde van het Romeinse Rijk met de kolonie Nederlands-Indie. Dan zijn er wel overeenkomsten te ontdekken. B.v.b. het KNIL bestond uit meer dan 75% uit inlandse soldaten, Javanen, Menadonezen, Molukkers, te vergelijken met Romeinse huurlingen ter verdediging van de grenzen van het Romeinse Rijk. . Het KNIL was voldoende om binnenlandse onlusten te onderdrukken, maar tegen een buitenlandse vijand, een door oorlogen gestaalde Japanse leger was het KNIL, een beroepsleger niet opgewassen. In een luttel aantal dagen werd het eens zo trotse KNIL op eigen bodem ( o.a. Zuid-Celebes, Java) onder de voet gelopen. De inbreng van het inlandse deel van het KNIL tegen de Japanse bezetter was niet om over naar huis te schrijven. het was als onderdanen in Nederlands-Indie hun oorlog niet maar die tussen vreemde koloniale overheersers.

    Na de oorlog was het KNIL niet in staat om weerstand te bieden aan gewapende Nationalisten, dat was toch iets anders dan de ongewapende en gemuilkorfde Nationalisten van vòòr de oorlog. Een beroep op inlandse strijdkrachten was na de Japanse bezetting uitgesloten.
    Het Gouvernement moest de hulp van het Nederlandse leger inroepen, maar dat was op Lange Termijn geen houdbaar alternatief. Schermutselingen ook wel politionele acties of agressi militar 1 en 2 genoemd waren onvoldoende om de Nederlandse Heerschappij over haar kolonie te herstellen. Toen Nederlandse politici met aan het hoofd Beel, dat eindelijk doorhadden, waren we duizenden gesneuvelde Nederlandse militairen verder. Over de Indonesische slachtoffers praat ik maar niet.

    Het Koninkrijk der Nederlanden, dat bestaat sinds 1815, is een soevereine staat waarbinnen sinds 2010 vier landen worden onderscheiden: Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
    Dat was voor 8 maart 1942 toch anders, zoals bovenstaand beschreven wordt?

    Dan heb ik wel beargumenteerd dat “8 maart 1942 was niet alleen de capitulatie (van het KNIL) in Nederlands-Indië maar betekende ook het (begin van het) einde van het grote Nederlandse koloniale rijk” .

    En nog wat
    citaat: “….Ik had het over de regeringsbesluiten van augustus 1940 in Nederland”.
    Als ik mij niet vergis, was Nederland in augustus 1940 al een aantal maanden bezet door Nazi-Duitsland of is een voorbeeld van mijn niet-begrijpend lezen?

  9. Pierre de la Croix zegt:

    vandenbroek@libero.it zegt 26 juli 2021 om 11:35 am: “zouden het wel uit hun kepala laten” is toch louter een veronderstelling en doet toch een beetje vreemd aan na meer bijna 75 jaar na de Proklamasi?”

    Als de heer Van den Broek zou hebben geweten hoe de Japanners in NOI hebben huis gehouden en hoe meedogenloos zij optraden tegen iedere vorm van verzet tegen hun gezag, dan zou hij hebben kunnen inzien dat het voorlezen van een onafhankelijkheidsverklaring wanneer zij niet hadden gecapituleerd, levensgevaarlijk zou zijn.

    De heren Soekarno en Hatta hadden vanaf 8 maart 1942 3,5 jaar de tijd om onder de nieuwe machthebbers “merdeka” voor alle Indonesiërs te proclameren. De Japanners kwamen immers als “bevrijders” van het Europese koloniale juk. Waarom deden ze dat niet direct nadat zij door de Japanners waren “bevrijd”? Waarom deden zij dat niet tijdens de Japanse bezetting?

    Feit is dat S & H wachtten tot hun bevrijders hadden gecapituleerd en een papieren tijger waren geworden.

    Was het dan verkeerd van mij te beweren – niet “veronderstellen” – dat 17/8, volgens de heer Mertens de “gloriedag” voor de Indonesiërs, niet mogelijk zou zijn geweest zonder 15/8 en dat 15/8 voor de Indonesiërs dus tenminste even betekenisvol zou moeten zijn als 17/8? De heren Soekarno en Hatta en hun pemoeda’s waren niet gek. Bloedend sterven voor hun geliefde Tanah Aer in een cel van de Kenpei wilden ze natuurlijk niet.

    Vaak denk ik dat de heer Van den Broek best wel begrijpt en zich kan indenken wat een ander bedoelt, maar het gewoon nodig heeft om zich op hautaine wijze tegen die ander af te zetten en haar/hem af te schilderen als idioot. Waarom die compensatiedrang?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s