Een herdenking met beperkte nieuwswaarde

Ook al is het al weer enkele weken geleden dat de herdenking plaatsvond van ´het einde van de oorlog in Nederlands-Indië´, staan we hier toch nog even stil bij de aandacht die deze herdenking heeft gekregen in de landelijke media, en wel met name in het NRC Handelsblad. Deze kwaliteitskrant excelleerde dit jaar door er geen letter aan te wijden, – reden voor de heer Jan Somers uit Delft om in de pen te klimmen. Zijn reactie werd enkele dagen later gepubliceerd:  

Indisch Monument

´Waarom geen aandacht voor 15 augustus 1945?
In NRC Handelsblad van 15 augustus 2011 heb ik niets gelezen over de herdenking van de Tweede Wereldoorlog. Vreemd, het Koninkrijk der Nederlanden was toch verwikkeld in die oorlog? Dat 15 augustus 1945 voor de Nederlanders (en alle Nederlandse onderdanen) in Indië geen bevrijding was, maar het begin van nieuwe ellende, schijnt men in Nederland niet te weten, anders had NRC Handelsblad daar toch wel aandacht aan besteed. Er was geen euforie, er was geen polonaise, er is geen aandacht. Jammer! Of staat in het Stijlboek: 5 mei wel, en 15 augustus niet?´  

´Weinig bijzonders´

De redactie reageerde niet in de krant zelf, maar stuurde wel een uitgebreide brief rechtstreeks aan de heer Somers:

´Geachte heer Somers,
Uw vraag is begrijpelijk, en in het antwoord erop ligt precies een van de grote dilemma’s besloten waarmee wij worstelen bij de dagelijkse productie van de krant. Een krant kan veel informatie bevatten – óók de dunnere zomeredities – maar de capaciteit is per definitie beperkt. Bij de selectie van artikelen laten we ons primair leiden door nieuwswaarde, door de vraag welke onderwerpen de meeste lezers zullen interesseren en door de wens lezers te verrassen. Een zekerheid daarbij is dat die afweging nooit de instemming krijgt van alle 200.000 lezers.
Dat ditmaal geen aandacht is besteed aan de ‘Indië-herdenking’, heeft meer redenen dan alleen een beperkte capaciteit. De nieuwswaarde ervan vonden we betrekkelijk laag, wat natuurlijk inherent is aan jaarlijks terugkerende evenementen. Bovendien was er een jaar eerder, bij de 65ste verjaardag van de bevrijding van Nederlands-Indië, nog sprake van een lustrumviering. Dat heeft meer impact – getuige ook de aanwezigheid die keer van koningin Beatrix. NRC Handelsblad plaatste dan ook op 16 augustus 2010 een foto met bijschrift. Daags voor de herdenking schreef Mischa de Vreede bovendien een lang artikel op de opiniepagina over ‘haar’ oorlog in Noord-Sumatra.  Een jaar eerder deed NRC Handelsblad de Indië-herdenking af met één alinea, geen foto – ook omdat er toen weinig bijzonders te melden viel.  Het enkele feit dat er iets ís, betekent niet dat de krant er verslag van doet.
Het is overigens niet zo dat wij  voor ‘de grote Bevrijdingsdag’ op 5 mei  andere criteria aanleggen als het gaat om de afweging  erover te publiceren. Dit jaar schonken we bijvoorbeeld  aan 5 mei niet meer aandacht dan via de recensie van een nieuw, bijzondere fotoboek van het NIOD over de oorlog, en in de tijdschriftenrubriek (over geschiedenisbladen).

Brief van Jan Somers in NRC

De redactie van NRC Handelsblad is de laatste die de impact van de oorlog (of het nu om de gebeurtenissen in Europa of in Azië gaat) en het belang van herdenken zal bagatelliseren. Niet alleen onze lezers, ook sommige redacteuren of hun familie hebben de oorlog aan den lijve ondervonden. Wat dat betreft staat de krant gelukkig middenin de maatschappij. Tegelijk leidt de plicht nieuwsontwikkelingen op de voet te volgen ertoe dat minder verrassende thema’s en onderwerpen niet aan de orde komen. Kritiek hierop nemen we ons uiteraard ter harte. En de afwegingen zijn altijd discutabel. Als er bijvoorbeeld geen economische crisis was geweest, geen Frans-Duitse top en geen Kamerdebat, was er meer ruimte vrijgekomen en hadden we heel goed wél kunnen kiezen voor aandacht voor de Indië-herdenking. Dat is nu eenmaal het dagelijkse journalistieke gevecht om de weging van het nieuws. Eén ding staat echter vast:  de reden dat we dit jaar deze keuze hebben gemaakt heeft niets te maken met minachting en/of ontkenning van het leed van de vele Nederlanders in Oost Azië, zoals u stelt. Ik hoop dat ik u dat duidelijk heb kunnen maken en u enige context heb kunnen schetsen.

Met vriendelijke groet,
Hoofdredactie NRC´

Gebrek aan aandacht

De inhoud van de brief, hoe rationeel en afgewogen ook, gaf natuurlijk voldoende reden om opnieuw te reageren. Van de zeer lange reactie van de heer Jan Somers hier een ingekorte weergave:   

´Hartelijk dank voor uw reactie op mijn ingezonden brief over het ontbreken van de herdenking van 15 augustus 1945 in de NRC. Het zal u overigens niet verbazen dat ik het niet eens ben met uw argumentatie.

´De nieuwswaarde ervan vonden we betrekkelijk laag, wat natuurlijk inherent is aan jaarlijks terugkerende evenementen.´
 Ik dacht dat een Bevrijdingsdag op 5 mei eenzelfde gewicht en nieuwswaarde hebben als het einde van de Tweede Wereldoorlog, waarin het Koninkrijk en zeer veel Nederlanders waren betrokken, op 15 augustus. De geconstateerde ongelijkheid vind je ook terug in de omvang van de berichtgeving, hooguit een kort berichtje op pagina nr. zoveel tegenover uitvoerige beschouwingen over de evenementen op 4/5 mei. Niet alleen in de NRC! Bovendien is 4/5 mei eveneens een jaarlijks terugkerend evenement.

´ Een jaar eerder deed NRC Handelsblad de Indië-herdenking af met één alinea, geen foto – ook omdat er toen weinig bijzonders te melden viel. ´  
Ik heb zo het idee dat bij de herdenking op 4/5 mei net zo weinig verrassende thema’s en onderwerpen aan de orde komen als op 15 augustus. Een herdenking is juist niet verrassend, behalve dan een schreeuwende man op de Dam. Een herdenking is juist een stilstaan bij een stukje verleden dat niet mag worden vergeten..

´De reden dat we dit jaar deze keuze hebben gemaakt heeft niets te maken met minachting en/of ontkenning van het leed van de vele Nederlanders in Oost Azië, zoals u stelt.´
Dit zijn niet mijn woorden, ik had het over een gebrek aan aandacht. En het gebrek aan aandacht voor de oorlog in Nederlands-Indië is niet het enige dat steekt. Het gaat namelijk ook om de situatie na 15 augustus 1945.
Bij de nationale herdenking op 15 augustus bij het Indiëmonument in Den Haag eindigt de periode die wordt herdacht exact op 15 augustus 1945. Als je kort daarna in een (Japans) gevangenenkamp bent omgekomen heb je pech gehad. De bersiap-slachtoffers en onze gesneuvelde Brits-Indische bevrijders worden er ook niet herdacht. Bij de bevrijdingsfeesten in Nederland worden Canadezen ingehaald als helden, ik heb daar nooit Gurkha’s bij gezien. De Indiëveteranen mogen defileren, maar kwamen pas vanaf half maart 1946 in Indië en hebben niet aan onze bevrijding bijgedragen. Zelfs niet aan de bevrijding half juni 1946 van mijn moeder en zus, zij zijn door het Rode Kruis in veiligheid gebracht. Allemaal verifieerbare feiten van na 15 augustus 1945, maar in Nederland niet interessant gevonden. De oorlog was toch voorbij? Bij de jongste herdenking werd dat in de toespraak meerdere keren benadrukt, 15 augustus: “en toen was het vrede”. Toen ik een keer het organisatiecomité voorstelde Gurkha’s bij de erewacht te betrekken kreeg ik als antwoord dat die van na 15 augustus waren. Feitelijk is het de Oorlogsgravenstichting die zich als enige het lot heeft aangetrokken van de bersiapslachtoffers.
Dat er in de NRC herhaaldelijk aandacht is besteed aan Indonesische slachtoffers van moordpartijen zoals in Rawa Gedeh, vind ik terecht, uitstekend zelfs; maar dat reacties die verwijzen naar Nederlandse bersiapslachtoffers niet worden geaccepteerd vind ik wrang.

Neemt u mij niet kwalijk dat mijn reactie zo lang is uitgevallen. Herdenken doe je weliswaar zelf, je gedachten gaan naar je eigen ervaringen. Een nationale herdenking is dan een uiting van onze samenleving waaruit aandacht blijkt. Aandacht die ik in Nederland mis voor de in Indië omgekomen Nederlanders. Ik vond het bijzonder dat ik een behoorlijke reactie van de NRC heb ontvangen. Dat ik het met uw argumenten niet eens ben, reken ik u niet aan. Uw betoog was rationeel, u kon ook niet anders. Maar daarom komen u en de Nederlanders uit Indië ook niet dichter bij elkaar. De gevoelens van Nederlanders uit Indië en hun herinneringen aan hun ervaringen hebben weinig met welke ratio dan ook te maken. Hun gevoelens en uw taak de NRC netjes en winstgevend te vullen kunnen nooit met elkaar in debat, de argumenten glijden langs elkaar weg. Ik beschouw daarom deze discussie nu maar voor gesloten. Ik ben er bijna zeker van dat ik volgend jaar omstreeks deze tijd er weer op zal moeten terugkomen.

Met vriendelijke groet,
J.A. Somers´

Het hoeft weinig betoog dat de thema´s hier aangedragen door de heer Somers: het verschil in media-aandacht tussen de Europese en de Indische herdenking; het niet-kennen van de gebeurtenissen in Nederlands-Indië; de – per definitie – nieuwswaarde van herdenkingen van de oorlogsperiode, duidelijk minder zijn uitgespit dat het NRC Handelsblad ons wil doen geloven.
We wachten in spanning op de uitgave van de krant van 15 augustus 2012.

x

Dit bericht werd geplaatst in 6. Onderzoek, Aanspraken en Verwerking en getagged met , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

4 reacties op Een herdenking met beperkte nieuwswaarde

  1. Ami Emanuel zegt:

    In gepaste bescheidenheid wil ik de heer Somers bedanken en complimenteren voor zijn NRC reactie op de herdenking van 15 augustus in dit blad.
    Gesteld mag worden dat het tevens namens vele Nederlandse NRC lezers geschreven is.

  2. Ton Iken zegt:

    Er is in het verleden reeds veel geschreven en gezegd over de herdenking van 15 augustus 1945. Helaas is dat anno 2011 ook nog nodig, getuige de briefwisseling van de heer Somers en de NRC. Het lijkt wel op een vechten tegen de bierkaai, want elk jaar blijkt weer dat deze nationale herdenking nog steeds niet volledig is geïntegreerd in het nationale bewustzijn. In dat verband was het bemoedigend dat premier Rutte dit jaar zich na de plechtigheid bij het Indisch monument zo duidelijk heeft uitgesproken over de waarde en het nut van deze herdenking.
    Overigens was het opvallend hoeveel woorden de NRC nodig had om te trachten iets dat krom was, recht te praten. Duidelijk zonder veel succes.

  3. joost van bodegom zegt:

    Hoera! Eindelijk medestanders tegen de al jaren voortdurende, verfomfaaide “Indische” berichtgeving in de nrc. Dat spel ik niet meer met hoofdletters gelet op mijn sterk gedaalde achting voor deze zogenaamde kwaliteitskrant. Drie jaar geleden heb ik mijn abonnement opgezegd. Daarvoor waren drie redenen:
    -de zeer geringe, dat is een understatement, aandacht voor 15/8
    -het zeer lange zwijgen over Rawagede en, de druppel,
    -het vroegtijdig publiceren van de miljoenennota; ze moesten kenelijk concureren met de telegraaf.
    Een dag na mijn opzegging verscheen er voor het eerst sinds jaren een gedegen artikel van Elske Schouten uit Jakarta over het schandaal Rawagede. Dat was natuurlijk puur toeval maar wel “aardig”. Een klein jaar eerder, november 2008, had ik in haar woonplaats een uitvoerig gesprek met haar, na een uitgebreid bezoek aan Rawagede met het Indonesische comite “Nederlandse Ereschulden”, waar zij overigens niet bij was. Heb haar, off the record, mijn ervaringen sinds 1995 met dat onderwerp verteld. Heb geen flauw idee waarom het nog zo lang moest duren totdat haar artikel in september 2009, meen ik, verscheen. Dat bijvoorbeeld in schrille tegenstelling tot Trouw, het dagblad dat al jaren zeer uitvoerig en regelmatig over Rawagede verslag doet.
    Ja, als de Koningin op de 15/8 herdenking komt, dan is het plotseling nieuws. Dan komt er een grote foto van een veteraan op de binnenpagina. Dan verwacht je op zijn minst een onderschrift waarin vermeld wordt wie dat is, die daar met zijn dochter loopt. Niks daarvan, de naam van Pieter de Kock valt niet. De enige nog levende deelnemer aan de verzets acties van sergeant Kokkelink op Nieuw Guinea. Ook voor die omissie zal wel weer een gedegen excuus op te stellen zijn. Breek me de bek niet open. Er is maar 1 remedie, opzeggen die krant en over gaan tot de orde van de dag. Wie volgt?!

    Beetsterzwaag, 6 september 2011, Joost van Bodegom.

  4. Eppeson Marawasin zegt:

    Mij past slechts een ‘SAIKEIREI’ aan het adres van meneer Somers; met dank aan Buitenzorg voor de zeer gepaste aandacht.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s