Over kampen, kampen en kampen

Er is al veel over gezegd en verzwegen, het verschil in benadering van de geïnterneerden en die van de buitenkampers. Waar de media echter weinig aandacht voor hebben gehad, is de vraag naar het preciese onderscheid. Wanneer werd nu iets tot een ´kamp´gerekend en wanneer niet? De beantwoording van die vraag is wel vele malen aan de orde geweest achter de gesloten deuren van het Bureau Japanse Uitkeringen en de Uitkeringsraad. Het verschil blijkt soms helemaal niet zo duidelijk te zijn geweest.

Een zoekgeraakt archief

Op zoek naar erkende kampen….

Het Bureau Japanse uitkeringen – u weet wel, van die 400 gulden in de jaren ´50 – , mocht zich als eerste buigen over deze vraag. De regeling die ze uitvoerde voorzag in uitkeringen aan personen die geïnterneerd waren ´door of op last van´ de Japanners in een ´erkend´ interneringskamp gedurende in totaal tenminste zes maanden. Maar ja, wat is een ´erkend´ kamp, en wie bepaalde dat?

Het enige bewaard gebleven verslag van het Bureau is van 1960. Hierin lezen we dat uitgegaan werd van een verificatie van de aanvragen met behulp van een bestaande Rode Kruis-overzichtslijst[1], echter ook dat veel aanvragers meldden in hele andere kampen of gevangenissen te hebben gezeten. Deze laatste aanvragers moesten zélf het bewijsmateriaal aandragen. Om te beoordelen of iets wél of niet een erkend kamp kon worden genoemd werd een ambtelijke commissie in het leven geroepen, bestaande uit drie leden, allen gewezen burger-geinterneerden. Helaas weten we niet meer wie dit waren en wat ze hebben besproken. Het archief is zoekgeraakt.  

Wat wel bewaard is gebleven is de uitkomst van de besprekingen: een definitieve lijst van erkende kampen, en ook een lijst van niet-erkende kampen of verblijfplaatsen. Tot deze laatste plaatsen werden onder meer gerekend de werkkampen Goenoeng Haloe en Pasir Benteng in de buurt van Bandoeng, en Kesilir op Oost-Java.

Mannetje bij de poort

De Uitkeringsraad kende iets andere criteria. Voor toekenning in het kader van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers (Wuv, 1972) moest sprake zijn van ´vrijheidsberoving´ met ´permanente bewaking´ op grond van ´Europese afkomst´ of ´Europees georiënteerde instelling´. Door de duizenden aanvragen had de Raad geen tijd lang stil te staan bij het onderscheid met de JU. Van begin af aan lag daarom de JU-lijst op tafel. Later kon het wel voorkomen dat een enkel kamp opnieuw werd bediscussieerd. Afhankelijk van het aanwezige materiaal en de nieuwe inzichten kon een dergelijk kamp dan aan de lijst worden toegevoegd, maar er ook vanaf worden gehaald. Meestal werd hierbij de vraag gesteld of sprake was geweest van permanente bewaking: het zogenaamde ´mannetje bij de poort´. De JU-lijst (ook wel ´Lijst Mantel´ genaamd naar het hoofd van het Bureau JU) werd zo tot de ´erkende kampenlijst´ van de Wuv. Goenoeng Haloe, Pasir Benteng en Kesilir werden toegevoegd, Tjiomas en Rawaseneng bleven erbuiten.

´De Japanse burgerkampen´

De wetenschappelijke onderbouwing voor deze benadering leek te komen van het proefschrift van Dora van Velden (De Japanse burgerkampen, 1976). Echter ook zij kopieerde de JU-lijst zonder in detail te treden over de ´werkkampen´ en de ´opvangkampen´. Haar uitleg van de beweegredenen van de Japanners voor internering is echter niet onbelangrijk. Ook al was er om praktische redenen sprake van een asal oesoel-systeem (raciale afkomst), het ging de Japanners niet om de huidskleur maar om de Nederlandse (koloniale) invloed. En dus waren de scheidslijnen lang niet altijd even duidelijk. Afijn, voor iemand die in Indië de oorlog heeft meegemaakt was dit natuurlijk niets nieuws.

De deur op een kier

In het kader van weer een latere wet, de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers (Wubo, 1984) werd de deur op een kiertje gezet. Een aantal buitenkampers kon hier  worden erkend omdat ´slechts´sprake hoefde te zijn van een ´handeling of maatregel van de bezetter´. De iets soepelere criteria van deze wet maakten dat hier enkele kampen werden erkend die bij de Wuv waren afgewezen.
En natuurlijk, in afwijking van de Wuv voorzag de Wubo ook in erkenning van internering in de bersiapperiode. Buitenkampers waren meestal Indo-Europees. Om deze reden bleven ze tijdens de Japanse periode buiten het kamp, maar werden ze in de na-oorlogse periode alsnog van hun vrijheid beroofd, nu echter door de nationalisten.

Van volledig gelijke behandeling van geïnterneerden en buitenkampers is natuurlijk nooit sprake geweest, maar dat kón waarschijnlijk ook niet. Dat dit echter niets zegt over de mate waarin zij hebben geleden is inmiddels wel duidelijk geworden. En ja, ook het beoordelen van aanvragen blijft mensenwerk.

x


[1] Was de lijst compleet? Nee, bij lange na niet. Het NRK had de geinterneerden op een lijst gezet op het moment dat de internering werd beeïndigd en dus ná 15 augustus 1945. En, lang niet niet alle kampen werden bezocht. De eerste lijst bevat de namen van personen die geregistreerd werden in 40 verschillende plaatsen. In een enkel geval waren lijsten van overledenen toegevoegd. Verder valt op dat er nogal wat krijgsgevangenenkampen worden vermeld.
Later werd nog een tweede ´secundaire´lijst toegevoegd met wederom een 40-tal andere locaties.

De  namen van de eerste lijst:
Tjimahi, Bandoeng, Tjideng, Kramat, Kampong Makassar (Java), Halmaheira, Lampersari, Banjoebiroe, Ambarawa, Vincentius Hospitaal, KPM kamp, Mater Dolorosa, Bogor, Buiten Hospitaal Batavia, Tanah Abang-Barat, Struyswijck, Soekaboemi, SiRinggo (Rantau Prapat), Singapore, Tjihapit, Aek Pamienke, Kampili, Pare-Pare, Bandjermasin, Bangkinang, overledenen op Java (niet in Bandoeng, Tjimahi, Semarang), Zuid-Sumatra (Montok, Palembang, Salalau),Menado, overledenen Belawan, overledenen rest, geinterneerde Nederlanders in China, Sime Road Kamp, Manilla, bevrijde Nederlandse burgers in het Verre Oosten, ex-politieke gevangenen te Malang (Kleine Boei), Pakan Baroe, Labuan (Kuching) overledenen Bandoeng-Tjimahi, overledenen Semarang, Philipppijnen.

De namen van de tweede lijst:
Moentilan, nonnen Kampili, overledenen Tjipinang, gevangenen Tjipinang, Karees, Adek, Ambarawa, Gloegoer, gevangenis Malang, Kramat, Tebing Tinggi, ziekenhuis Temas (Batoe), geëxecuteerd Soerabaja, geëxecuteerd Malang, gevangenis Boeboetan, gestorven in gevangenis Malang, gestorven in gevangenis Kediri, gestorven in gevangenis Ngawi, gestorven in gevangenis Magelang, gestorven in gevangenis Tjilatjap, Philippijnen, gevangenis Bantjeu (Bandoeng), Makassar (Celebes), Soemowono, Aek Pamienke, overledenen Noord-Sumatra, vrouwen in Bantjeu (Bandoeng), Ambonkamp, Tomohon en Aermadidi, overledenen Lampersarie, Palembang, overledenen Sumatra, Zuid-Sumatra, Bankinang, Soekamiskin, Lampersarie, Baros, Halmaheira, Tangerang.

Dit bericht werd geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

32 reacties op Over kampen, kampen en kampen

  1. Th.van Someren zegt:

    Th.van Someren geb.21-08-1937 te Medan is bij de WUBO sinds 1996 bezig met het verkrijgen van aanspraak op de wet uitkeringen, ondanks dat er slechts sprake behoefde te zijn van ´een handeling of maatregel van de bezetter´. Mijn ouders waren in gevangenschap. Mijn Oma, ik en broertje vluchten naar het Beschermingskap Urselinenklooster in Bogor, waar wij woonden en vele Indische dorspgenoten. Ook met getuigenverklaringen van onze aanwezigheid in het klooster wezen zij steeds de aanvraag af.

    Ik hoop dat op deze reactie een uitweg en hulp is,
    vriendelijke groet,
    Th. van Someren.
    t.someren1@chello.nl
    Boerenkamplaan142
    5712AJ Someren

    • Robbert Macare' zegt:

      Is zijn aanspraak ooit goed gekeurd?
      Ik ben ook bezig met het WUV maar de SVB heeft een ” geheime lijst ” van erkende kampen die ze mij niet willen geven.
      Ze hebben hun truukjes goed in elkaar gezet om zoveel mogelijke aanvragers af te wijzen.

      Het beste maar!

      Robbert Macar

      • Jan A. Somers zegt:

        Gelukkig heb ik mezelf nooit bezig gehouden met dergelijke uitkeringen, ik heb gelukkuig mijn leven zelf in de hand kunnen houden. Wel ben ik gevraagd om getuigenverklaringen, maar daar ben ik van geschrokken. Daar heb ik dan ook niet aan mee gedaan, het gaat tenslotte om ons aller belastinggeld. Het lijkt mij overigens moeilijk het kaf van het koren te kunnen scheiden.

  2. Ik herinner mij als 4-jarig jongetje nog het volgende: ik woonde in Lawang op Jl. Karangsono, waar ik op 22 april 1939 geboren ben, toen we op een dag onder geleide van Japanse soldaten door een tjikar werden meegenomen, en met 4 andere gezinnen in een groot verdiepingshuis werden opgesloten in Meling (doorgaande route naar Malang), recht tegenover een accufabriek die als Japanse kazerne was ingericht. Mijn vader was toendertijd Chef blikkenfabriek Bataafse Petroleum Maatschappij te Wonokromo (S`baja) en op transport gesteld met de Junyo Maru (helaas overleden met ondergang). Regelmatig werden we door Japanse soldaten uit huis gehaald en moesten op een rij aantreden langs de hoofdweg, om daarna voor belangrijke Japanse officieren te buigen als ze langs reden met hun gevolg. Een keer moesten we ´s middags bij de fabriek toekijken hoe een blanke man aan een boom werd vastgebonden, afgeranseld met bamboestokken, waarna een soldaat met bajonet op zijn geweer de man doorstak in de borst. Na elke steek zette hij zijn voet op het lichaam om de bajonet er uit te trekken. De tweede keer was het een onthoofding van een blanke man met samoerai die op zijn kniëen zat. Ik zie het hoofd nog steed op de grond liggen en de zenuwtrekken van zijn mond en oogleden. Ca. 4 maanden na verblijf in dat huis, moesten we afmarcheren naar kamp Tawangsari (voormalig Wilhelmina Park) en werden daar pas tijdens de politionele actie bij toeval door een verkenningspartrouille ontdekt en bevrijd. Alle kampbewakers sloegen op de vlucht na een hevig vuurgevecht, en de bevrijders bleven bij ons tot de hoofdmacht een paar uur later arriveerden (onderdelen van de Palmboom- en de IJsbeer-brigade). Dit was dan tevens het einde van onze Jappen- en pemoeda-internering.
    Het is me wel opgevallen dat Kamp Tawangsari niet vermeld is als interneringskamp, in de kamplijsten, waarom niet? Tegenwoordig is het een woongebied van Indonesische krijgsmachtofficieren met hun gezinnen. Ben daar vorig jaar Oktober geweest om herrineringen op te halen, en alles af te kunnen sluiten wat me tot heden nog steeds achtervolgd, maar ik kreeg geen toegang vanwege privacy etc., en je mocht alleen onder begeleiding na verkregen toestemming van de militaire staf een rondrit maken van hooguit 15 minuten.

    • buitenzorg zegt:

      @De heer Pinchetti:
      De reden voor het niet voorkomen van Tawangsari op deze lijst is duidelijk: dit artikel gaat over de erkende kampen in de zin van de JU en de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers (Wuv), en dus over de Japanse bezettingstijd.
      Tawangsari was een republikeins kamp, in gebruik van eind 1945 tot de Eerste Politionele Actie medio 1947. Verblijf aldaar valt onder de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers (Wubo). In het kader van de toepassing van de Wubo worden weer hele andere lijsten gebruikt. In principe valt verblijf in een Republikeins kamp onder deze laatste wet, welk Republikeins kamp dan ook.

      • Robbert Macare' zegt:

        Betreffende het kamp De Wijk, Malang:
        Volgens de WUV is dit geen ” erkend ” kamp meer na augustus1944 .
        Waarop is dit gebaseerd?
        De oorlog was pas een jaar later voorbij dus voor diegenen die nog steeds in dit kamp zaten na augustus 1944, waren ze van hun vrijheid beroofd en was daar sprake van permanente bewaking waar men de poort niet uit mocht.

        Volgens de WUV was het prikkeldraad verwijderd maar het gedek bleef in deze periode…dan opeens in de bersiap tijd was er wel prikkeldraad en gedek om nu de inwoners te beschermen tegen de permudas.

        Iets klopt hier niet want volgens mijn moeder konden wij niet uit de poort lopen en was De Wijk degelijk omringd met prikkeldraad, bewaakt door militaire Japaneren heel weinig te eten.

        Volgens mij en wat ik gelezen heb van andere afgewezen aanvragen, heeft de WUV het zodanig moelijk gemaakt dat het bijna onmogelijk is om een positieve uitspraak te krijgen!

  3. Mijn dank voor de uitleg. Voor zover ik me echter wel herinneren kan was bij de ingang (naast een grote villa van ene Han Tjau Bing en een heilig graf met waringinboom) een wachtpost met Japanse soldaten en een schildwacht, en die had een soort pet op met afhangende lappen en aan de zijkanten van zijn overhemd van die brede lucht-spleten. Daarbij waren er idd. veel langharige gewapende indonesiërs maar niet in uniform zoals die Jappen en zowel de Japanse vlag en de Rood Wit wapperden naast elkaar. Overdags liepen deze met een Japanse officier door het kamp heen. Op een dag waren de Jappen verdwenen maar de Indonesiërs bleven tot de inval van de verkennings-patrouille plaats vond. Mogelijk dat barones Quarls de Quarls nog in leven is (onze huisgenoot in het kamp), dan kan die dat bevestigen.

    • buitenzorg zegt:

      Ook dát is te verklaren. Toen de Japanners hadden gecapituleerd kregen ze van de Geallieerden de opdracht de orde te handhaven tot de Britten waren geland en in staat waren deze taak over te nemen. Een beetje afhankelijk van wáár, heeft dat korter of langer geduurd. De Japanners werden zo uiterlijk de eerste maanden van 1946 van hun taak ontheven.
      Voor de geinterneerden was dit soms wat verwarrend, omdat ze hun oude bezetter in een nieuwe rol zagen, soms náást de Republikeinen.

      • Jan A. Somers zegt:

        Dit is een probleem met herinneringen. Velen waren nog te jong om alles op een rijtje in de juiste tijdlijn te zetten. En naast je eigen herinneringen krijg je nog ervaringen van anderen zoals je ouders en grootouders er bij, waaruit een mengelmoes volgt. Daarnaast had je vaak geen benul van data waarop van alles gebeurde, het was één grote roes. Ikzelf heb daar ook last van, en dan moet je de boeken er bij halen om een gebeurtenis op de juiste datum te zetten. Soms zijn zelfs volgorden van gebeurtenissen niet goed weer te geven. Gelukkig hebben we bij Java Post een wakkere redactie.

  4. Aelle zegt:

    Bizar, dat er over Franziska Koblitz in de Indische literatuur weinig of niets vermeld staat, terwijl zij een spectaculair boek heeft geschreven over haar kampervaringen op Java.
    Getiteld: “Die Frauen von Lampersari Im japanischen KZ auf Java”
    Czernin Verlag, Wien 2000
    ISBN-10 370760019X
    ISBN-13 9783707600193
    Gebonden, 150 bladzijden
    Recensent met de initialen L.L. is niet over dit boek te spreken en beveelt als aanvulling liever Multatuli’s Max Havelaer aan (Neue Zürcher Zeitung, 22.07.2000). Waarschijnlijk een persoon die nooit in Indië is geweest of zich een Jappenkamp kan voorstellen. Arme kerel!
    Franziska Koblitz werd geboren in 1910 in Oostenrijk met de Nederlandse nationaliteit. Ze woonde met haar man op Java – Nederlands-Indië – en werd gedeporteerd in 1941 toen de Japanse troepen het eiland infiltreerden. Zij ging met hun twee kinderen naar een vrouwenkamp. Na de oorlog schreef ze haar herinneringen op en sprak van de onvoorstelbare gruwelen van de bezettende macht en haar overleving als dwangarbeider. Haar man kwam in de gevangenis om in december 1944. Zij hoorde dit pas na de Japanse capitulatie. Franziska Koblitz overleed in april 2000 in Salzburg.
    Uitgeverij Czernin schrijft het volgende over haar,
    Franziska Koblitz, Jahrgang 1910, heiratete als junge Frau den gebürtigen Österreicher Hans Koblitz, mit dem sie Anfang der 30er Jahre auf die Insel Java übersiedelte, wo dieser eine Plantage leitete. Dort geriet das Paar mit ihren zwei kleinen Kindern 1942 in japanische Gefangenschaft. Während Hans Koblitz im Gefängnis ums Leben kam, überlebten seine Frau und die beiden Kinder drei Jahre in einem japanischen Frauenlager. Franziska Koblitz verstarb kurz nach Erscheinen der ersten Auflage im April 2000.

    • DWDondorp zegt:

      als bijna “buurman” van Franziska Koblitz- zelfde straat, paar krotten verder, ben geboren in lampersari op 29/04/1943 (Hirohito!), betreur ik dat dit medeslepend relaas nooit in het Nederlands is vertaald. Heb met moeite twee exemplaren weten te bemachtigen voor mijn zonen.
      Dirk Wilhelmus Dondorp
      Hamburg

  5. Aelle zegt:

    http://www.japanseburgerkampen.nl/Lampersari.htm.
    In deze link is er minimaal notitie gemaakt van het boek, desalniettemin heel interessant!
    Literatuur
    Barentz-Drost, Marga – Kimura’s kinderen, 1995
    Beekhuis, H. e.a. – Japanse burgerkampen in Nederlands-Indië, Deel 1, 4e druk, pg 54-55
    Beekhuis, H. e.a. – Atlas Bersiapkampen, 2009, pg 115-116 (gebeurtenissen na 23-8-1945)
    Boissevain, Gon en Lennie van Empel – Vrouwenkamp op Java, 1981 (dagboek), 2e druk 1991
    Bosman, Anneke – Kampdagboek (Tjihapit, Kamp Solo, Lampersari), 2002 (eigen beheer)
    Bouwman, Rob – Twee moeders, 2000, pg 50-61, pg 80-85
    Brommer, B. et al – Semarang, Beeld van een stad, 1995 (bersiap)
    Dulm, J. van e.a. – Atlas Japanse Kampen, deel I, pg 137-138; deel II, pg 109
    Fenton Huie, Shirley – Vergeten, 1995; The forgotten ones, 1992 (interviews)
    Groenou-van der Ent, W.C.H. van – Bidden onder de lappen, 1995 (Eigen beheer)

    *** Koblitz, Franziska – Die Frauen von Lampersari, 2000, pg 63-131***

    Kruisman, Laurina – Lampersari, nog niet voorbij, herinneringen, 2002
    Manders, Jo – Vrouwen achter prikkeldraad, 1948
    Neytzell de Wilde, C. de – Een Mary Gold als verjaarscadeau, 1987
    Scheer, Wilbert – De Stilte voorbij, 2007, pg 89-95
    Schilling, Rita – Verloren jeugdjaren 1942 – 1946, 1995 (eigen beheer)
    Stutterheim, John K. – The Diary of Prisoner 17326, 2010, pg 61-88
    Vermeer-van Berkum, Carla – Kon ik maar weer een gewoon meisje zijn, 1980 (tevens overzicht pg 206-209)
    Vermeer-van Berkum, Carla – Kind in Jappenkampen, 1991 (Heruitgave van Kon ik …)
    Wilton van Reede, Theo en Arjan Onderdenwijngaard – Een draad van angst, 1983 (radio-interviews)
    Zrs Arme Kind Jezus – Zusters in Japanse concentratiekampen, 1946, pg 46-65
    Zrs OLV van Amersfoort – Onder de gevreesde vloedgolf, 1948, pg 100-107, 120-140
    Zrs Ursulinen, Interview op compact disc, Katholiek Documentatie Centrum, Nijmegen, nummer 75.3

  6. A nony mouse zegt:

    Geschiedenis 24; De ontvluchte non en de Raad van Justitie in Batavia
    Oude aanklacht tegen kloosterleven was anno 2011 opnieuw actueel.
    Voormalige non, Maria Margaretha Paessens. schreef in 1923 over misstanden in het klooster
    Zoals wel vaker het geval is, bepaalt de actualiteit dus onze historische belangstelling – in dit geval voor de misstanden in het katholieke leven. De ontvluchte non van Maria Margaretha Paessens beschreef zo’n misstand, maar eindigde desondanks al snel op de vuilnisbelt van de geschiedenis.

    Drie jaar geleden kwam dit vergeten boek echter opnieuw in de aandacht door archiefonderzoeker Eric Hennekam. Hij schreef over Paessens, die in 1889 als kloosterlinge vertrok naar de Orde der Ursulinen in Batavia, Nederlands Indië. Rond 1920 trad ze uit de orde en deed ze afstand van haar katholieke geloof. Haar beweegredenen legde ze vast in haar boek.

    Het is schokkend wat ze noteerde over het toenmalige kloosterleven, aldus Hennekam in 2009. Hij citeerde enkele stukken, die verder onderzoek aanbevelen. ‘Loerend door de reet,’ schreef Paessens bijvoorbeeld, ‘zag ik een klein vertrekje, goed verlicht, sober, maar netjes gemeubileerd, met een bed, een paar stoelen, een tafel met een lamp, een flesch wijn en glazen en tegenover het bed een rustbank waarop, ik kon mijn oogen niet gelooven, een der nonnen met een pater in een innige omhelzing lagen (…) Langen tijd later vertelde zij mij, dat in de bewuste luik den put met ongebluschte kalk afsluit, een put, waarin alle kindertjes worden geworpen, die in het klooster worden geboren en niet mogen blijven leven.’
    Alhoewel dit een heel felle aanklacht was, verdween het toch snel uit zicht. Kort na publicatie, op 10 november 1923, moest Paessens verschijnen voor de Raad van Justitie in Batavia – achter gesloten deuren. Ze werd daar beschuldigd van ‘haatzaaien’ en ’smaadschrift’. De uitspraak was de vernietiging van de totale oplage en een boete.

    Misschien meer hierover in de Java Post?

  7. A nony mouse zegt:

    (…) is gecensureerd.

    Dit boek is in 1920 geschreven door M.M.Paessens en verschijnt in 1923 in Nederlands-Indië. Zij beschrijft haar leven in de kloosters van de Orde der Usulinen in Nederland en Batavia Het boek werd door de rechter in Batavia dd 10 november 1923 v e r b o d e n. Alle exemplaren moesten uit de handel en worden vernietigd. In 1927 laat Paessens een aangepast e versie verschijnen met als titel “Mijn Kloosterleven”. Achterin dit boek zitten gerechtelijke bijlagen van de rechtszaak uit 1923.

  8. A nony mouse zegt:

    Met veel soesah het boek “De Ontvluchte Non” online geopend om te lezen (kon ook beluisteren totdat onverstaanbare taal me om de oren sloeg).
    Als ode aan Maria Margaretha Paessens heeft Eric Hennekam dit boek dat door de rechter werd ‘verboden’ online gezet. Hij schrijft dat iedereen de kans moet krijgen haar oorspronkelijke verhaal te horen.
    Gedateerd 3 september 2009
    Ter introductie (proloog) voegt hij de volgende tekst toe waarik vreselijk om moest lachen; Eric zelf waarschijnlijk ook.
    “Bij de biecht zegt de biechtvader tegen Maria Paessens: “Moed houden, kindlief, God zal je kracht geven om alles met liefde te dragen, je weet toch dat God liefde is, en Hij verlangt niet anders van ons dan dat wij Hem dienen met een opgeruimd hart. Luister naar mijn raad, geef je hart aan God en je lichaam aan mij.”
    Met dank aan archivaris Olga Menkema die mij wees op dit ontluisterende en (onderstreept) verboden boek.
    De laatste zin van het door mij gezochte boek is “aan zoo’n dorrende wereld achter de muren vertrouwt men de jonge levens toe?”
    Bedankt, Eric!

    Ik ga nu verder lezen of er iets interessants in staat om een laatste reactie te geven.
    Na aankomst in Batavia moest Maria al na een week als penitentie (straf) met haar tong een kruis op de grond maken. (Wie verzint zoiets?!)

  9. Ik vind het schandalig van de SVB/Wuv dat al wetende dat van de meeste kampen gedurende
    de bezetting er geen namen lijsten bestonden/vernietigd waren, ze toch het argument gebruiken dat als je naam niet voorkwam op de lijst van het Rode Kruis of SAIP, je niet een vervolgde kan zijn geweest. Namenlijsten werden pas samengesteld door het Rode Kruis na de oorlog dus is het logisch dat je naam niet te vinden was! Dan zeggen ze, oh je naam was wel te vinden gedurende de Bersiap tijd maar dat geldt niet voor de Wuv (maar wel voor de WUBO als je nog steeds de Hollandse nationaliteit hebt)

    En als je kan aantonen dat je wel in een kamp geinterneerd was, dan zeggen ze dat het geen “erkend” kamp was. Dan moet je kunnen bewijzen dat je in het “niet erkende kamp” van je vrijheid beroofd was en dat er een “mannetje bij de poort” was volgens artikel 2 van de Wuv.
    Zou je dat kunnen bewijzen, dan vinden ze wel een ander excuus om je af tewijzen!

    Mijn commentaar is gebaseerd op uitspraken door het Raad van Beroep waar veel beroepschriften ongegrond werden verklaard gebaseerd op de voorgenoemde valse argumenten van de SVB/Wuv verweerder.
    Gewoon zielig voor de gedupeerde afgewezen aanvragers onder de Wuv!

  10. Ælle zegt:

    Terwijl in barakken van de interneringskampen tijdens de oorlog in Nederlands-Indië met bunkbeds stapelbedden werden bedoeld heten ze tegenwoordig slaapbanken ; bedbanken of slaapmeubels. Kijk nou maar goed uit de ogen en zie hoe een bunkbed er toen uit heeft gezien.
    http://leokeukens.com/about-the-book/living-conditions/
    Deze bunkbed-foto’s werden op 20 september 1945 in Kamp Banjoebiroe 10 laten maken door Lady Mountbatten, Edwina Cynthia Annette Ashley, Gravin Mountbatten van Birma, die voorzitter was van het Internationale Rode Kruis, vijf weken na het einde van de Tweede Wereloorlog tijdens een tour langs concentratiekampen.
    Om meer te weten over concentratiekampen, lees dan het verhaal van nog een Leo.
    http://www.archiefvantranen.nl/uw-verhaal/het-verhaal-van-leo-tho-neijenhuis/

    • Jan A. Somers zegt:

      Ik dacht dat Lady Mountbatten geen voorzitter was van het Internationale Rode Kruis. Ik heb zo’n idee dat ze haar in Geneve niet eens kenden. Ze was inspecteur van RAPWI, en ik dacht dat ze wat Indië betreft alleen in Batavia was geweest. Vandaar uit sloeg ze op 26 september 1945 alarm. Over haar bezoeken aan andere plaatsen in het enorme operatiegebied van SEAC weet ik niets. En dat waren overigens geen concentratiekampen maar Japanse interneringskampen en krijgsgevangenenkampen. Het werkgebied van de RAPWI.

    • Jan A. Somers zegt:

      Ik dacht dat Lady Mountbatten geen voorzitter was van het Internationale Kruis. Ik dacht dat ze haar in Geneve niet eens kenden. Wat Indië betreft is ze alleen in Batavia geweest vanwaar uit ze op 26 september 1945 alarm heeft geslagen. Ik weet verder niets af van haar andere bezoeken in het enorme operatiegebied van RAPWI. En het ging niet om concentratiekampen maar om Japanse interneringskampen en krijgsgevangenenkampen.

      • Ælle zegt:

        Op verschillende foto’s die ik net heb bekeken staat Lady Mountbatten in uniform haar taak te vervullen als voorzitter/chairman of the British red Cross Society.. Fotograaf is Vince J. Sweeney. Concentratiekampen was van mijn kant a slip of the keyboard.
        https://www.awm.gov.au/collection/SWEJ0242/

      • Jan A. Somers zegt:

        “voorzitter/chairman of the British red Cross Society..” Zou kunnen, maar dat is niet het Internationale Rode Kruis (met overigens een heel ingewikkelde andere naam). Prinses Margriet is/was voorzitter van het Nederlandse Rode Kruis. Het Rode kruis opereert vaak ondergronds om zaken voor elkaar te krijgen. In de top moet je dan mensen hebben met een netwerk.

      • Ælle zegt:

        Although Edwina Mountbatten’s WW2 work on behalf of the Red Cross has been publicised, there is “apparently” no mention of WWII on the Red Cross posters here – only an appeal on behalf of prisoners.
        End of story.

  11. van den Broek zegt:

    Kamp als begrip heeft de discussie in Nederland wel bepaald. Daardoor werd het beeld van de zgn Buitenkampers wel naar de zijlijn gedrukt. Let even op het woordgebruik.

    Het kampbegrip past wel in de Totok-optiek want daarmee konden zij, de blanke Nederlanders het slachtofferschap na meer dan 300 jaar superieur kolonialisme claimen en daarvan hebben zij wel handig gebruik gemaakt, zie al die boeken over hun kampervaringen en zie ook de film 2602. De documentaire Buitenkampers heeft dat beeld enigszins maar onvoldoende rechtgetrokken. Ik spreek dan niet over de lotgevallen van de derde-generatie Totoks, de twijfeltotoks die zich te goed doen aan documentaires danwel ontdekkingsreizen naar indonesie.

    Het verhaal van de Indische Nederlanders in de Japanse bezettingstijd is wat onder de tafel geveegd. Het is de eerste maal in de geschiedenis dat Indischen een duidelijke keus dienden te maken, zonder enige conditionering van koloniale zijde. De meerderheid heeft ondanks de Japanse propaganda en de pre-Bersiapgeluiden van de Indonesiers maar zonder de bijbehorend bamboelansen en andere moordwapens voor Koningin en Vaderland gekozen. Daar is tot nu toe weinig aandacht aan geschonken wellicht te wijten aan de angst van de Indischen als een soort collaborateur met het Japanse schrikbewind afgeschilderd te worden, want hoe kan je anders in deze omgeving overleven is de redenering op zijn plat gezegd. . Hierbij wordt ongewild te vaak de misplaatste vergelijking gemaakt met de oorlogssituatie in Nederland waar wel een duidelijke vorm van collaboratie te bespeuren is, want hoe hadden anders meer dan 100.000 Joden richting Oosten gedeporteerd kunnen worden. Indischen kunnen toch moeilijk met Mussert of Rost van Tonningen vergeleken worden. Die laatsten waren niet alleen collaborateurs en landverraders maar geloofden heilig in de Nazileer (Uebermensch/Untermensch).
    Ik vind het nog steeds opmerkelijk dat de toenmalige GG dhr Mussert bij zijn bezoek aan Indie twee keer heeft ontvangen. De GG is nooit van NSB-sympathien beschuldigd, maar wat wil je in een maatschappij vol van rassendiscriminatie. Je dient die maatschappij naar de toenmalige maatstaven te beoordelen.

    Die keuze of meer plaatsbepaling, want er viel niet veel te kiezen, is wel van betekenis geweest voor het lot of beter gezegd noodlot van de Indischen.

    Ik mis nog een beschrijving van dat dilemma zoals de Indischen dat beleeft hebben niet alleen tijdens de koloniale oorlog maar ook in de periode tot 1962, de kwestie Nieuw Guinea. Het kan meer inzicht geven in de emigratiegolven, zes naar ik aanneem, maar ook in de hachelijke positie van de Warga Negara’s. Zij zijn uiteindelijk het kind van de koloniale rekening.

    Daarvoor bestaat vanuit Nederland weinig erkenning en dat blijk des te meer uit de gratuite, in de zin van onverplichte woorden van onze premier tijdens de herdenking van 15 Augustus. Hij had ook zijn mond kunnen houden, dan had irritatie vermeden kunnen worden.

    • Jan A. Somers zegt:

      “Het kampbegrip past wel in de Totok-optiek” In de kampen waren ook nogal wat Indo’s, en ik ken ook totoks die niet in een kamp zaten. Mijn broer en zus waren geen totok, maar wel in het kamp, mijn broer in Tjimahi, mijn zus in Soerabaja, later naar Ambarawa en Lampersari.. Het kamp in Soerabaja, de Wijk, was in het begin open. Daar was ‘huisvesting’ en ‘eten’. Nogal wat Indofamilies (arm. enkele maanden geen werk, geen salaris) konden daar heen. Met een paar jongetjes hadden we een soort verhuisbedrijfje en daarmee hebben we wat van die families verhuisd. Toen het gebied werd afgesloten kon je er niet meer uit! Wel heb ik mijn zus nog een tijdje van extra eten kunnen voorzien. Eerst ’s avonds in een zijstraat afwachten totdat er een patrouille voorbij was, Dan met de fiets naar de gedek, dochter van baboe Soep achterop staand de spullen overdragen, weg wezen. Later, bij de Kenpeitai zag ik ook totoks die waren opgepakt, en kennelijk niet in een kamp zaten.

      • Jan, weet jij of De Wijk in Malang nog steeds afgesloten was met een “mannetje bij de poort” tot het einde van de oorlog m.a.w. was het nog een interneeringskamp tot het einde van de Japanse bezetting?

      • Jan A. Somers zegt:

        Van de Wijk in Malang weet ik niets af. Mijn nichtje Tineke Versteegh heeft daar gezeten, maar zij is vorig jaar overleden.

  12. van den Broek zegt:

    Inn het kamp zaten ook Indonesiers, zoals mijn oma, die ging vrijwillig het kamp in omdat haar 4 kinderen (Indischen) het kamp in moesten. Ik wil met kampbegrip in totok-optiek alleen maar aanduiden dat de totoks hun kampperiode gebruikt hebben om hun slachtofferschap te legitimeren/claimen, kijk maar naar de stroom van boeken. Interessant was de vraag waarom Indischen zo weinig boeken itt de totoks hadden geschreven. De antwoorden doen niet onder voor belachelijkheid onder . . In geschiedenisboeken zoals “de Terugkeer” wordt uitgegaan gegaan dat alle Nederlanders in de kampen zaten, in dit sprookje geloven nog vele mensen ook Indischen. De documentaire 2602 laat 2 Indischen uit de kampen zien maar benadrukt niet hun bijzondere problematiek. Ik heb daarover hardhandig gediscussieerd.
    De woorden Binnenkampers en Buitenkampers geven al aan dat KAMP een beladen begrip is voor de totok. Buitenkampers komen pas laat in de geschiedenisin beeld, zie documentaire de Buitenkampers.

    De beeld wat de totoks geven van het verblijf in kampen is niet geloofwaardig danwel onvolledig zolang ook niet het verhaal van de Indischen binnen en buiten het kamp wordt verteld/erkend. Dan pas kunnen zij gezamenlijk hun oorlogsgeschiedenis claimen.

  13. Jan A. Somers zegt:

    Zie ook het goede artikel van Henk Schulte Nordholt, Buiten het Kamp, Buiten de Geschiedenis (Stemmen uit Indië, KITLV/SMGI, 2001). Gebaseerd op interviews van de SMGI, en nog acht boeken hierover.
    “Dan pas kunnen zij gezamenlijk hun oorlogsgeschiedenis claimen.” Dat zal nooit lukken, ieder heeft zijn eigen kleine oorlog. Die van mij is heel anders dan die van u!

  14. J F Schalk zegt:

    Mijn vader HFL Schalk werd in w o 2 opgeroepen voor de mil.dienst,en ingedeeld bij de vernielings brigade.Moest bruggen en vitale gebouwen zo nodig opblazen.werd gevangen genomen door de Jappen en terdood veroordeeld,maar per-ongeluk via t Ziekenzorg kamp in Solo naar Semarang en later verder Singapore-Siam-Birma getransporteerd.(zijn schip gebombardeerd maar hij werd gered)In Siam/Birma zag hij zijn 2 broers,zijn oudste zoon en neven terug.Zwaar gehavend de bevrijding meegemaakt.Terug in Semarang deed hij kantoorwerk( Plaatselijke Mil Commando) Toen ik zelf bevrijd werd,werden wij herenigd in Semarang.Kort daarna is hij gestorven en ik zat in Ned.Nw Guinea.Door de spanningen om Ned.Nw Guinea was er geen bericht-verbinding. Ik kreeg doodsbericht via Nederland pas 2 weken na zijn overlijden.In de Japanse bezetting zat ik in Solo. Niet geinterneerd,wel huisarrest.We moesten naar de Japanse school,speciaal voor Ned.kinderen,elke ochtend voor de Jap.vlag diep buigen en eed afleggen,er zaten veel blonde kinderen.En wat ik wilde zeggen is dit :,Ik was blij,toen wij geinterneerd werden :. Toen ik in t kamp zat,kon ik met vrienden spelen,wij werden bewaakt, Veiliger dan buiten t kamp .naar ik later hoorde werden veel mensen buiten t kamp vermoord(ook chinezen en intel.Indon.).En in ons kamp zaten blank en bruin in de rij voor n stukje getuk ( ons ontbuit) en baden ons samen in de kali schoon..ps kamp in Solo = de Societeit ,,de Harmonie..Dicht bij de Benteng.lATER NAAR mANDJUNG KAMP,BUITEN DE STAD.

    .

  15. L.E. Wattimena zegt:

    Ben op 17-5-1938 in Kertosono geboren, vader was gepensioneerd vd KNIL en werkte toen denk ik als assistent van arts van Stokum,,woonden in een heel groot huis ik denk de enige omgegeven door kampongs, op 19 november 1941 in opdracht van departement van oorlog moest mijn vader weer in dienst, op 17 maart 1942 krijgsgevangenschap in Tjimahi, japanse interneringskaart 6922
    Tussen 3 en 5 maart 1942 is er gevochten/beschietingen in de omgeving van Kertosono ook bij ons
    waar wij woonden, er zijn kogelgaten inde muur op het veranda van ons huis
    Is er iemand bekend met de straat namen van Kertosono waar wij gewoond hebben daar waar
    werd gevochten, voor ons huis heb je een sloot, niet ver van het station en een brug en ook niet ver van een suikerfabriek denk ik .Mijn moeder was later ook opgepakt door de Japanners en afgevoerd naar gevangenis in Tjipinang en in 1945 bevrijd door de Britse Indische Leger, helaas
    geen interneringskaart.
    Bedankt

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s