Belanda kira kira betoel

Door Jan Somers

Aangezien mijn vader meestal op zee was, moest mijn moeder elke maand salaris (traktement) ophalen bij ’s-Landskas. Af en toe mocht ik mee. Ik herinner me nog dat de Chinese kassier een enorm lange duimnagel had. Volgens mijn moeder handig om bankbiljetten te tellen, maar daar had ik zo mijn twijfels bij.
Kort voor de Slag in de Javazee[i]  moest mijn moeder het salaris ophalen bij het Gouverneurskantoor. Mij was verteld dat de goudvoorraad van de Javasche Bank in veiligheid was gebracht, evenals papiergeld. Mijn moeder kreeg drie maanden salaris mee, in zakjes muntgeld. Heel veel dubbeltjes en kwartjes, te zwaar om naar Australië over te vliegen. Dit zou het laatste salaris zijn dat mijn ouders in hun leven kregen uitbetaald.

Intocht Japanners, Java 1942

In mijn school tegenover ons huis waren sinds het begin van de oorlog militairen gelegerd. De school was op een dag uitgestorven, op een paar militairen na. Deze militairen waren bezig militair materieel, zoals geweren, kapot te slaan en in waterbakken te doen om te laten roesten. Ze werden hierbij geholpen door jongetjes uit de straat, niet wetend dat dit volgens het oorlogsrecht niet geoorloofd was. Zelf had ik andere ambities. Ik had goedangs vol met blikconserven ontdekt, en met een vooruitziende blik sjouwde ik mij een ongeluk tassen vol mee naar huis. Ook vond ik een groot vat met drinkwater, nuttig omdat de drinkwatervoorziening was afgesloten en we aangewezen waren op onbetrouwbaar putwater. Al met al gingen we de bezetting in met voldoende voorraad voor enkele maanden. De dag daarop vond de intocht van de Japanners plaats, toegejuicht door langs de straten staande Indonesiërs.  Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , , , , , , , , | 3 reacties

In een vloek en een zucht

Online versie ´Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog´ weinig bruikbaar

De trouwe lezers van de Java Post herinneren zich misschien nog de hier geuite oproep aan het NIOD het werk van dr. Lou de Jong op het internet te plaatsen. In het artikel ´Lou  de Jong en het bombardement op Soekaboemi´, gepubliceerd in maart 2011, verzuchtten we dat ´Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog´ door zijn onvindbaarheid op het internet onbruikbaar was geworden, en dat daarmee een schat aan informatie verloren leek te gaan.

dr. L. de Jong (ANP)

Nu weten we niet of ze bij het NIOD de Java Post lezen, maar aan onze oproep is gevolg gegeven. Althans, zo lijkt het. Vorige week bracht het NOS-journaal het grote nieuws: Het Koninkrijk was vanaf dat moment integraal te downloaden en zou daarmee voor het grote publiek toegankelijk zijn gemaakt.
Op de website van de NOS legt de directeur van het instituut, mevrouw M.J. Schwegman, ons verder uit dat 18 duizend pagina´s ´in een vloek en een zucht´ zijn gescand en dat het eigenlijk helemaal geen grote klus was.
Is het grote publiek hiermee nu geholpen? Nee. Helaas moet ons oordeel luiden: laat, onduidelijk, en – het ergste van alles – weinig bruikbaar.   Lees verder

Geplaatst in 6. Onderzoek, Aanspraken en Verwerking | Tags: , , , , , | 2 reacties

Joden achter het kawat

Joden in Nederlands-Indië tijdens en na de Tweede Wereldoorlog

Door Rob Cassuto

In het eerste artikel over de ‘joodse kolonialen’ in Nederlands-Indië stond beschreven hoe zij de eerste decennia van de vorige eeuw een betrekkelijk zorgeloos en luxueus bestaan kenden. Velen van hen bewoonden mooie villa’s en hadden vele bedienden. De donkere wolken die zich eind jaren dertig samenpakten boven het tropisch paradijs wist men lange tijd uitstekend te negeren. Al was de inval van de Duitsers in Nederland natuurlijk een grote slag. Pas begin 1942 kreeg ook de gordel van smaragd te maken met het oorlogsgeweld.

Max Cassuto als KNIL-reservist, 1941

Mijn vader zat in Batavia (Jakarta) als kersvers bestuursambtenaar aan de telex, toen hij in mei 1940 het bericht van de Duitse inval doorkreeg. Hij beschreef het – in de authentieke spelling – aldus: ‘Vrijdag 10 Mei om zowat 11 uur kregen we het bericht van den inval in Holland. Onmiddellijk werden alle elementen, die gearresteerd moesten worden er achtergezet, en daarna pas ongeveer 2 uur later werd het bericht aan het publiek vrijgegeven.
Wij zaten, bij toerbeurten, dag en nacht op kantoor. Op ons kantoor stroomden de mensen binnen om hun medewerking aan te bieden, hun gaven te storten.(…) Groot was de woede tegen alles wat N.S.B-er was: De Deutsche Klub in Bandoeng en ’t N.S.B. clubhuis werden door de Bandoengsche schooljeugd vernield.’ De NSB had in de archipel een aanzienlijke aanhang. Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , , , , , , , , , , , , , | 18 reacties

Een joods Tempo Doeloe

Joden in Nederlands-Indië tot de Tweede Wereldoorlog

Door Rob Cassuto

Nederlands-Indië is mijn geboorteland. Mijn beide joodse grootvaders gingen er begin vorige eeuw naartoe. Mijn beide ouders zijn er geboren en ook ik zag er in de nadagen van het koloniaal bestuur het levenslicht. Mijn eerste levensjaar moet een tropisch paradijs zijn geweest, waar ik uit werd verdeven toen in 1942 de oorlog uitbrak. Met mijn moeder en grootmoeder kwam ik ruim drie jaar in interneringskampen terecht. Mijn verhaal gaat echter niet daarover, maar meer algemeen over de Joden in Nederlands-Indië. Na bijwoning van een symposium daarover in 2005 ben ik mij verder gaan verdiepen in die geschiedenis. Dit deel bestrijkt de periode tot de Tweede Wereldoorlog.

Graf Leendert Miero, 1915

Joden zijn er in Nederlands-Indië nooit in groten getale geweest. In de bloeitijd van de Nederlandse koloniale aanwezigheid, in 1932, zijn het er zo’n tweeduizend op driehonderd duizend Nederlanders, temidden van zestig miljoen autochtone inwoners. Een van de eerste Joden was Leendert Miero, die eind achttiende eeuw soldaat was op Java en na zijn afzwaaien in de handel ging. In Jakarta kan men nog steeds zijn graf bezoeken.   Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , , , , , | 8 reacties

De enige goede Japanner

In het blad The Advertiser uit Adelaide, Australië, verscheen op zaterdag 17 november 1945 een artikel van R.A.F.-officier Bert Barclay. De schrijver had zelf de gehele bezettingsperiode in krijgsgevangenschap verkeerd op Java en deed daarvan verslag:

Koreaanse gevangenbewaarder

´Enkele dagen geleden werd me gevraagd of ik, toen ik gevangen was op Java, ooit goeie Japanners was tegengekomen. Ik antwoordde: ´Ja, één, maar dat was een Koreaan´.
Door deze man te kiezen uit alle Japanners en Koreanen die we daar hebben gekend wil ik hem écht complimenteren voor het feit dat hij een gewoon goeie vent was, en niet slechts in vergelijking met anderen. In alle eerlijkheid, gedurende de twee jaar dat ik hem heb gekend, heb ik nog nooit iets anders bij hem gemerkt dan de oprechte wens anderen in nood te helpen. Gedurende de harde jaren van gevangenschap, toen alle andere Koreaanse wachten gebruik maakten van lijfstraffen, onderscheidde híj zich juist door vrienden te maken.   Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , , , , , , , , | 1 reactie

In handen van de Republiek

Een ontvoering op Sumatra in 1949

Door Peter Schumacher

Op 9 augustus 1949, ongeveer twee maanden voor in Den Haag de Ronde Tafel Conferentie moest beginnen, besloten de Nederlande en Indonesische strijdkrachten in Indonesië definitief de wapens neer te leggen. De gewapende strijd, die vier jaar had geduurd was voorbij. De twee partijen moesten het tijdens de RTC alleen nog eens worden over de voorwaarden van de overdracht van de souvereiniteit, die, zo was al wel besloten, nog vóór 1 januari 1950 zou plaats vinden.

Cees Kleingeld met djongos, 1952

Op die 9de augustus bevond de Indische planter Cees A. Kleingeld zich al een maand in handen van Indonesische guerrillastrijders op Sumatra. Hij was op 10 juli gevangen genomen. Kort na zijn vrijlating, half oktober, schreef hij een gedetailleerd verslag van zijn lotgevallen.
Kleingeld verbleef met twee andere Nederlanders, onder wie een neef van hem, op de rubberonderneming Marbau-Zuid in de buurt van Rantau Prapat (Centraal Sumatra). Bij een nachtelijke aanval van Indonesische guerrillastrijders sneuvelden twee Nederlanders en werd Kleingeld zelf gevangen genomen door de leider van de groep, die zich voorstelde als kapitein Gazali. Hij werd meegevoerd naar onbekende bestemming.
Hier volgen de belangrijkste fragmenten uit zijn verslag:   Lees verder

Geplaatst in 3. Bersiap en Merdeka, 1945-1949 | Tags: , , , , , , , , | Plaats een reactie

Verwonderd over een wrede wereld

Interneringskampen in Tjimahi door de ogen van een kind

Door Gerard Samson

Van Batavia naar Tjimahi

Buiten het Tjidengkamp stond een aantal Japanse soldaten die ons naar gereedstaande vrachtauto’s leidden. Zij waren opvallend vriendelijk. Het waren waarschijnlijk gewone dienstplichtigen, die deden wat hun opgedragen werd en misschien de hele toestand ook wel wat bizar vonden. We reden met drie vrachtauto’s naar het station Weltevreden waar we op het perron moesten wachten. Na een tijdje kwam er een geblindeerde trein aanrollen en we werden over een paar wagons verdeeld. Het duurde nog wel een uur voordat de trein in beweging kwam. De wagons waren vrij vol en omdat de trein heel langzaam reed, met alle ramen potdicht, kwam er geen zuchtje frisse lucht de coupé in en was het behoorlijk warm.
Ik ben waarschijnlijk in een diepe slaap gevallen, want ik kan mij van de andere jongens en de situatie in de trein weinig herinneren. Dit soort plotseling in slaap vallen kwam steeds vaker voor en was waarschijnlijk een teken van ondervoeding.   Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , , , , , , , , | 24 reacties

Pinda´s en Poepchinezen

Discriminatie van Indo´s als grond voor emigratie

De komst van de Indo´s confronteerde veel Nederlanders voor het eerst met medeburgers met een andere huidskleur. Uit onwil of onbegrip, ja, er werd gescholden.
Was dit voor de Indo´s een reden te emigreren?

Door Bert Immerzeel

Aankomst repatrianten op Schiphol

Het internet is een nimmer aflatende bron van informatie. Enkele weken geleden stond op één van de forums van geëmigreerde Indo´s een discussie over de vraag hoe de Nederlanders de repatrianten bejegenden in de jaren ´50 en ´60. De meeste schrijvers reageren negatief: “Ze noemden ons pinda´s en poepchinezen”, “ik was een nikker, een orang oetan”, “ze dachten dat Indo-meisjes prostituees waren”, “ik werd regelmatig in elkaar geslagen”. Sommigen geven aan dat deze slechte bejegening één van de redenen was voor hun emigratie naar landen als Australië en de USA, of zoals één van hen verzucht: “I am glad I moved out of the Netherlands. I never got used to their mentality.  Weer iemand anders is echter zo eerlijk hieraan toe te voegen dat het gescheld niet ophield na haar verhuizing naar Australië. Ook dáár werd zij aangekeken op haar huidskleur.
Wat is er nu waar aan deze discussie? Wás er wel sprake van discriminatie op basis van huidskleur? Of gaat het hier om een vermeende discriminatie, of een discriminatie van veel geringere omvang dan sommigen nu denken?   Lees verder

Geplaatst in 4. Nederlands-Indië overzee | Tags: , , , , , , , | 117 reacties

Een kamp vol potten en pannen

Het Tjidengkamp in zwart-wit

Een wasbeurt in Tjideng

Ter aanvulling op het verhaal ´Een kind in Tjideng´ dit keer een geluidloze film van dit kamp, waarschijnlijk gemaakt enkele maanden na de Japanse capitulatie. Wat opvalt is dat er weer wordt gelachen, ondanks het feit dat het leed nog dicht aan de oppervlakte moet hebben gelegen. Mannen zijn er nog nauwelijks. Het gedek is al gesloopt. De vrouwen en kinderen zijn – zo lijkt het – de hele dag bezig met het schoonmaken van hun omgeving, het bereiden van de maaltijden (rijst was er al weer volop) en het doen van de afwas. Overal staan potten en pannen, en zelfgemaakte komfoortjes om het eten warm te maken. Het water komt uit putten die waarschijnlijk niet al te hygiënisch moeten zijn geweest. Duidelijk is de enorme overbevolking van het kamp.   Lees verder

Geplaatst in 3. Bersiap en Merdeka, 1945-1949 | Tags: , , , , , , | 12 reacties

Een kind in Tjideng

Door Gerard Samson

Het vrouwenkamp Tjideng in Batavia was een nog geen vierkante kilometer grote stadswijk, met vrij goede huizen waar meestal Nederlanders woonden. Het was omheind met een twee meter hoge, dicht gevlochten bamboehek waar je niet doorheen kon kijken. Op de hoek van de kampingang stond een grote villa, waar het Japanse kampleidingkantoor gevestigd was.

Gerard Samson (1947)

Aanvankelijk waren de regels in het kamp nog niet zo streng, maar dat werd in de loop van de tijd erger. Het meest vervelende waren de appels iedere morgen en avond, waarvoor duizenden mensen moesten aantreden om weer eens geteld te worden. Het begon met een absurd en vernederend ritueel, het diep buigen voor de commandant. Dit bestond uit vier commando’s, eerst Koitsekeh = in de houding, dan Kereh = buigen, daarna Naoreh = oprichten en tot slot Yasumeh = op de plaats rust. Het commando Kereh was héél belangrijk, er moest namelijk héél diep gebogen worden. Wanneer men zo voorovergebogen stond, liepen een aantal Japanners langs de rijen om er op toe te zien dat men diep genoeg boog. Was dit niet het geval, dan werden er klappen uitgedeeld. Ik ben er van overtuigd, dat hier de basis is gelegd voor mijn diepgewortelde afschuw voor alles wat autoritair op mij overkomt.   Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , , , , , , | 41 reacties