Oranjefeest op Zee

Hare Majesteit viert vandaag haar 73e verjaardag. De Java Post wil bij de feestvreugde niet achterblijven en bericht daarom hier van haar geboorte.
Onder de titel ´Oranjefeest op Zee Aan Boord van de Sibajak´ berichtte de pers in 1938 als volgt van deze heuglijke gebeurtenis:

m.s. Sibajak

´Op volle zee, twee dagen vóór de aankomst te Colombo, ontving de gezagvoerder van de heden te Tandjoeng Priok binnengelopen „Sibajak” van deRotterdamschen Lloyd, het bericht van de geboorte van Prinses Beatrix.
Het was 7 uur ’s avonds, de derde klasse had juist het avondeten gebruikt, in de tweede klasse zat men aan tafel, en de lste klasse was juist aan het apéritief toe.
De scheepskapel kreeg op dit gedenkwaardig ogenblik van de commandant het verzoek om eens een stukje te spelen voor de microfoon, opdat het gehele schip het zou kunnen horen. Nóg bevroedde men niet wat er aan de hand was, zelfs de leden van het orkest niet. Maar weg was alle kalmte toen de gezagvoerder glimlachend zei: „En speel nou maar het Wilhelmus”. Door de loudspeakers golfden de tonen van het volkslied het gehele schip door en ineens — nog vóór de commandant een woord gezegd had — wist men het. De heuglijke tijding was er. Alles stond. Er ging een trilling van ontroering door het geheele schip. En dan klonk de stem van de commandant, door de loudspeakers vertellend, dat er een Prinsesje geboren was.
De spanning ontlaadde zich in een gejuich dat zich voortplantte van dek tot dek. Dan klonk opnieuw het Wilhelmus, ditmaal in sterkte verhonderdvoudig door het meezingen van alles wat zingen kon, zodat het ver uitgalmde over het water van de zee. Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , , , , , , , | 2 reacties

De kunst van het becakrijden

Ik moest en zou een keer op een becak rijden. Niet omdat het me zo geweldig leek, maar meer omdat ik gefascineerd was door vraag hoe groot de kans is dat je als jongen, als je wieg in een wereldstad in Zuid-Oost Azië heeft gestaan, je uiteindelijk becakrijder wordt of iets soortgelijks. Het is zoiets als kleine landbouw voor de dorpelingen, of prostitutie voor de meisjes. Laagdrempelig, want het vraagt weinig of geen investeringen, en je hebt er geen opleiding voor nodig. Dat laatste kan  iedereen die in Amsterdam een taxi neemt beamen, – maar dat terzijde.

Riksja in de foto-studio

De cijfers zijn indrukwekkend. Alleen al in Jakarta waren er in de jaren ´80 zo´n 150 duizend becaks op straat, zó veel dat het stadsbestuur het welletjes vond en besloot in te grijpen. Ze zouden voor het moderne verkeer te langzaam gaan en opstoppingen veroorzaken. Een paar jaar later waren 130 duizend van de straat gehaald, de meeste daarvan werden simpelweg in zee gedonderd. De becakrijder – alhoewel nog veel te zien in andere steden op Java – werd in Jakarta een bijzonderheid. De enige mogelijkheid die veel becakrijders nog zagen om te overleven was het bij elkaar schrapen van wat geld om terug te keren als bestuurder van een klein gemotoriseerd vervoersmiddel als de bajaj, de bemo of de ojek. Sindsdien gaat alles er sneller, maar nu ook weer niet zó veel sneller, en stinkt het verschrikkelijk.  Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 15 reacties

Het gezicht van Japan

Madono Atsushi (Balikpapan)

Voor velen die in Nederlands-Indië de oorlog hebben meegemaakt zal het ´gezicht van Japan´ vooral het gezicht van de kampbewakers zijn geweest, de Japanners die drie jaar lang in hun nabijheid het Japanse gezag vertegenwoordigden.
Na de oorlog werden door twaalf Temporaire Krijgsraden ongeveer duizend gevallen beoordeeld van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Een kwart van de verdachten kreeg de doodstraf, slechts ongeveer 5% werd vrijgesproken.

Bij de souvereiniteitsoverdracht aan Indonesië, in december 1949, werd overeengekomen dat de nog in Nederlands-Indië in gevangenschap verkerende Japanners hun straf verder mochten uitzitten in Japan. Met het m.s. ´Tjisedane´ werden 680 van hen overgevaren naar Yokohama, en enige tijd later geinterneerd in de Sugamo gevangenis in Tokio. In 1956 zouden de laatsten met Nederlandse toestemming worden vrijgelaten. Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , , , , , , , , , , , , | 15 reacties

Hulde aan de vrouwen van Java!

Onder de titel ´Hats off for the women of Java´ verscheen op maandag 19 november 1945 in het Australische blad The Advertiser (Adelaide) een artikel over de Nederlandse vrouwen die in het eerste oorlogsjaar de krijgsgevangen militairen steunden met voedsel en berichten. De schrijver, ex-krijgsgevangen luchtmachtofficier Bert Barclay, sprak uit eigen ervaring. Ter ere van diezelfde vrouwen brengt De Java Post graag alsnog een Nederlande vertaling:

Het afgeven van pakjes aan gevangenentransport. Tekening: R.J. de Vries - Museon.

´Hoed af voor de vrouwen van Java! Het is aan hen dat alle krijgsgevangenen op dat eiland dank verschuldigd zijn. Wij, Australiërs, Engelsen en Amerikanen, zullen deze schuld nooit kunnen inlossen. Hooguit kunnen we hen complimenteren door te zeggen dat als deze vrouwen gewapend zouden zijn geweest, de Japanners nooit zover zouden zijn gekomen….

Ik betwijfel of er ooit burgers in een bezet land zijn geweest die zó veel voor krijgsgevangenen hebben gedaan en zó veel risico hebben genomen om deze voedsel te geven, als déze vrouwen in het eerste bezettingsjaar toen zíj nog vrij waren. Het lijkt er wel op alsof alles vanaf het begin af aan georganiseerd was, want we waren nog niet opgesloten of de voedselpakkettten begonnen te komen, op de meest vreemde plaatsen. Hoe deze vrouwen het langs de schildwachten kregen heb ik nooit begrepen, maar het wás er, en we hadden te eten! Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , , , , , , , , , | 3 reacties

Anti-Japans tegen wil en dank

Het tragische lot van een Hongaarse familie op Sangihe

Sangihe (Sangir)

In december 1932 meldde het Zendingsbureau in Oegstgeest dat een langgekoesterde wens in vervulling was gegaan. Het was mogelijk geweest een Nederlands Hervormde arts te zenden naar het plaatsje Tahoena (Taroena) op het eiland Sangihe ten noorden van Celebes. Met de aanstelling van de Hongaarse dokter Cseszkó zou het zendingswerk dat hier verricht werd veel vollediger kunnen worden. Naast de geestelijke verzorging door de predikanten, zou nu immers ook sprake kunnen zijn van de verzorging van zieken in de Christelijke geest, als uiting van Christelijke barmhartigheid. Het verantwoordelijke Sangir- en Talaudcomité hoopte dat het werk van Cseszkó jarenlang gezegend mocht zijn, en strekken tot uitbreiding van Gods Koninkrijk.   Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 3 reacties

De dood van een eenzaam mannetje

Javaanse neushoorn bedreigd door stropers en wetenschappers

Al in 1909 werd het doden van neushoorns op Java verboden. Volgens het Staatsblad van Nederlandsch-Indië werd de maximum straf voor een dergelijke overtreding in dat jaar gesteld op 8 dagen gevangenis of een boete van f 100,-. Op dat moment was al bekend dat de Javaanse neushoorn (Rhinoceros sondaicus) met uitsterven werd bedreigd. Van het dier waren op dat moment misschien nog slechts enkele honderden in leven, waarvan de meeste op het schiereiland Oedjoeng Koelon in het uiterste westen van het eiland Java.

Javaansche rhinoceros, 1827

De volgende decennia vielen nog echter vele neushoorns, of ´badaks´ zoals ze in West-Java worden genoemd, in handen van stropers. Vooral onder de Chinese bevolkingsgroep waren de dieren geliefd. Voor hun huid en hoorn – gebruikt in de Chinese geneeskunde – werden maar liefst bedragen tussen de f 500 en f 1000 neergelegd. Ook het benoemen van Oedjoeng Koelon tot natuurmonument, in 1921, maakte aan de jacht geen einde. In een moeilijk begaanbaar tropisch regenwoud had de veldpolitie te weinig middelen om goed te controleren, en bleven de boosdoeners meestal onbestraft. En áls er al een in de kraag werd gevat, dan werden er soms ook nog fouten gemaakt.   Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , | 3 reacties

Een geslaagde grap

Bevolking van Semarang mist vliegdemonstratie

Op deze bijzondere dag, 1 april 2011, hebben we even aandacht voor de geschiedenis van de Nederlandse luchtvaart. Het is namelijk een eeuw geleden dat in Nederlands-Indië voor het eerst werd gevlogen. Op maandag 20 maart 1911 meldden de kranten dat de zaterdag daarvoor, op 18 maart dus, in Soerabaja de eerste vlucht had plaatsgevonden. De eer was aan geheel en al aan de Nederlandse luchtvaartpionier Gijs Küller (1881 – 1959).

Onder de titel ´Küller heeft gevlogen!´ meldde de pers:

Gijs Küller (1881 – 1959)

´Zaterdagmiddag deed Küller in den omtrek van het vliegterrein drie welgeslaagde proefvluchten. De aviateur bereikte een hoogte van 50 Meter. De laatste vlucht deed bij boven de stad. Het publiek in de straten liep te hoop en rende naar het vliegterrein. Küller werd van alle zijden geluk gewenst en ten slotte op de schouders rondgedragen. De opstijging en daling geschiedden keurig en zonder enige wijfeling. Reeds na 100 Meter rijden was de machine van den grond. Sierlijk werden de bochten genomen. Alle tegenwoordigen waren enthousiast. Aan de familie van Küller werd een telegram gezonden, meldende de succesvolle eerste vluchten.´ Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , , , , , , , , , , , , | 5 reacties

Nieuwe trauma´s?

Enkele dagen geleden werd door de Stichting Japanse Ereschulden (JES) het volgende bericht afgegeven aan de landelijke media :

Nagasaki, na de bom

‘Ook nieuwe trauma’s voor krijgsgevangen.’
Bij veel nog levende Nederlanders die in Japan krijgsgevangen waren toen de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki vielen, rijten de ramp met de kerncentrales in Japan ook oude wonden open. Dat stelt een zegsman van de Stichting Japanse Ereschulden maandag.
Binnen de straal waar de radioactieve straling zijn sporen na liet, werkten in augustus 1945 ruim 3400 Nederlandse krijgsgevangenen in mijnen en op werven. Veel van hen hebben door de straling hun hele leven fysieke problemen ondervonden. Er zijn er vermoedelijk nog enkele tientallen in leven. Zij zijn nu ruim in de tachtig.
„Alle aandacht gaat uit naar de Japanse slachtoffers van de atoombommen die nu door de problemen in de kerncentrales weer met oude trauma’s worstelen”, stelt de woordvoerder. „Dat is geheel terecht. Maar het probleem van Nederlandse slachtoffers van de bommen blijft onderbelicht.”
De stichting behartigt de belangen van meer dan 90.000 slachtoffers van de Japanse bezetting in de Tweede Wereldoorlog.´

Het bericht werd onder meer geplaatst door De Telegraaf, De Pers en het Reformatorisch Dagblad, en bij deze dus ook hier. De Java Post plaatst echter graag enkele kanttekeningen. In het artikel  ´Alles bleef stil, doodstil´ werd hier al uitgebreid ingegaan op de ervaringen van Nederlanders met de atoombom op Nagasaki. Eerder, maar vooral voorzichtiger en correcter dan nu door de JES en de landelijke pers.
Het bericht van de JES bevat namelijk onzorgvuldigheden, en pretendeert kennis te hebben van dingen die we niet weten:     Lees verder

Geplaatst in 6. Onderzoek, Aanspraken en Verwerking | Tags: , , , , , , , , , , , , , | 6 reacties

Tussen Tjideng en Tjampoer

Een nieuwe interesse in Indo-historie?

Enkele weken geleden kreeg ik een nieuwsbrief van het Amerikaanse Indo Project waarvan de inhoud me is bijgebleven. De chairwoman van deze organisatie, Bianca Dias-Halpert, schreef in het hoofdartikel ´Telling Our Story´ dat sprake was van een hernieuwde interesse in de geschiedenis van de Indo´s en Nederlands-Indië, een trend die gebaseerd zou zijn op een gevoel van onbehagen bij de Indo´s door het niet-kennen van de eigen achtergrond.
Ik zou willen dat het waar was, het zou zo mooi zijn. Toen Alex Haley in 1976 ´Roots: The Saga of an American Family´ publiceerde, was dat weinig minder dan een revolutie. Het boek, waarvan miljoenen exemplaren verkocht werden, gaf zwart Amerika zijn geschiedenis terug. Voor het eerst leerden de Amerikanen hun geschiedenis kennen van vóór de overtocht van de negerslaven, een geschiedenis om trots op te zijn.

Lievelingswoord

Tjideng 1942

Indisch Nederland heeft een dergelijk moment helaas nog niet gekend, het boek ´Asta´s ogen´ van Eveline Stoel ten spijt. Natuurlijk is er sprake van belangstelling voor de ´typisch´ Indische cultuur en geschiedenis, maar het toch maar een beperkte groep die er werkelijk iets mee doet. En dan heb ik het niet over de kookclubs en koempoelans, maar meer over het actief bezig zijn met die Indische geschiedenis. Als hier een miljoen eerste, tweede en derde generatie ´Indische´ Nederlanders wonen, dan zou dat toch een enorme hoeveelheid materiaal moeten opleveren? Zó veel dat Bronbeek het niet zou kunnen verwerken?! Lees verder

Geplaatst in 6. Onderzoek, Aanspraken en Verwerking | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , | 9 reacties

Goed speurwerk

In het Nieuws van den Dag voor Nederlands-Indië van 20 oktober 1939 verscheen onder de titel ´Goed speurwerk van de politie´ het volgende artikel over een geleende geldsom:

Een krètèk in Bandoeng, 1930

´De vorige maand werd aangifte gedaan van het verlies van een bedrag van ƒ 1700, door een zuster van de Congregatie der Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid, aan den Waringinweg te Bandoeng. Na het bedrag bij de Bandoengsche Spaarbank aan de Ouden Hospitaalweg te hebben opgenomen, reed zij in een krètèk naar het hoofdpostkantoor, waar zij het karretje afdankte, doch in haar verstrooidheid de tas met het grote bedrag vergat. De politie, bij wie zij aangifte deed van de vermissing, had nagenoeg geen enkele aanwijzing om een onderzoek in te stellen naar de bewuste krètèk, omdat het nummer onbekend was en bovendien van den koetsier geen signalement kon worden opgegeven.   Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , , , , , , , , , | 2 reacties