De Glodok-affaire (I)

In de herinneringen van de Indo-europeanen neemt de ‘Glodok-affaire’ een belangrijke plaats in. Voor het eerst werd de Indo´s de indringende vraag gesteld: wie of wat zijn jullie nu eigenlijk, Europeanen of Aziaten?
De Java Post blikt terug en vertelt de hele geschiedenis, in delen.

Hadden de Japanners aanvankelijk de hoop dat de Indo-Europeanen zich aan de kant van de bezetters zouden scharen, in de loop van de oorlog bleek daar weinig van terecht te komen. Tijd voor maatregelen. In augustus 1943 werd in Batavia een propaganda-organisatie opgericht, het Kantor Oeroesan Peranakan (KOP). Het hoofd, de Japanner Hamaguchi Shinpei, werd geassisteerd door de Japanse dominee Nomachi en enkele pro-Japanse Indo-Europeanen onder leiding van Frits Dahler.

Kantor Oeroesan Peranakan (KOP), Rijswijk, Batavia.

Kantor Oeroesan Peranakan (KOP), Rijswijk, Batavia.

De werkzaamheden van het KOP richtten zich vooral op het organiseren van lezingen over de toekomst van Azië onder Japanse leiding, en het geven van taallessen. Nog steeds zonder al te veel succes. Een jaar later, in een periode waarin de oorlog in een kritieke fase terechtkwam, werd daarom alsnog overwogen de mannelijke Indo´s te interneren. Bij een eventuele aanval van de Geallieerden, zo redeneerden de Japanners, zouden de Indo´s wel eens als een vijfde colonne kunnen opereren. Internering zou ook een oplossing bieden voor het zo ervaren ‘sociale probleem’: de meeste Indo-jongeren leefden van de straathandel, en leidden in de ogen van de bezetter een doelloos bestaan.    Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , , , , , , , | 78 reacties

‘Wat kaal en armelijk’

Jonkheer mr. B.C. de Jonge (1875-1958) was gouverneur-generaal van Nederlands-Indië van 1931 tot 1936. Tijdens deze periode bewoonde hij het paleis te Buitenzorg (gebouwd in 1856). Onder de titel ‘Landvoogdelijke huishouding’ beschrijft De Jonge in zijn ‘Herinneringen’ hoe hij het paleis aantrof, en hoe hij het achterliet. Voorwaar, niet al te veel luxe.

Door jhr.mr. B.C. de Jonge

‘Het paleis te Buitenzorg is geen lelijk gebouw. Het bestaat uit een hoofdgebouw en evenwijdig daarmee twee vleugels, aan de achterzijde door de overkapping van de achtergalerij met elkaar verbonden, maar gescheiden aan weerszijden van het hoofdgebouw door een doorrit. Om van hoofdgebouw naar vleugel te komen moet men dus die doorrit oversteken, trap af en trap op, en om dit te voorkomen heeft men over de doorrit heen een houten bruggetje gebouwd, een lelijke en knullige oplossing.

Buitenzorg, paleis, 19e eeuw.

Buitenzorg, paleis, 19e eeuw.

Er wordt aan het paleis niet veel gedaan; meer dan het strikt nodige onderhoud grijpt niet plaats. Hetzelfde is het geval met de inrichting. Feitelijk teert men nog op hetgeen onder Van Stirum (G.G. van 1916-1921. – JP) is tot stand gebracht. Maar alles verweert en verteert in Indië snel. Ook de aankleding laat te wensen. Het zou gemakkelijk anders kunnen; men kan in Indië tegen niet te veel geld dikwijls mooie dingen koopen, zodat met een beetje zorg de kamers voorzien konden zijn van blijvende kunstvoorwerpen. Men mist in die grote ruimten ook wat schilderijen naast de enkele zeer grote van de leden van het Koninklijk Huis en, in het paleis Rijswijk, de zeer vele van vroegere Landvoogden. Onze musea zouden uit hun overtolligen voorraad best wat af kunnen staan om de Indische paleizen wat aan te kleden; ze zijn thans wat kaal en armelijk gemeubeld, hetgeen aan de representatie niet ten goede komt.    Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , , , | 19 reacties

Tangkoeban Prahoe: een berg met verhalen

Het is slechts één van de 80 duizend foto´s van het project ‘Foto zoekt familie’ van het Tropenmuseum. Een kiekje van een echtpaar tegen het decor van een monument en een bergachtige omgeving. Een foto als zovele, maar niet zonder een verhaal.

Echtpaar op monument Tangkoeban Prahoe. Foto Tropenmuseum, album 1069.

Echtpaar op monument Tangkoeban Prahoe. Foto Tropenmuseum, album 1069.

De man zit er wat ongemakkelijk bij. Hij kijkt met een blik van: ‘moet dat dan? doe het dan maar vlug!’ Zijn vrouw geniet echter, en lacht naar de camera alsof er geen mooier moment denkbaar is dan dít. We weten niet wie zij zijn, en misschien zal dat wel zo blijven. Over de locatie weten we gelukkig meer. Mevrouw Hillerström van het Tropenmuseum heeft de moed gehad de kiekjes die niet al te zeer waren vastgeplakt, los te halen. Op de achterzijde las zij de tekst: “Tangkoeban Prahoe. Gedenksteen voor drie jongens die in de krater verongelukt zijn.”    Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , , , , , , , | 34 reacties

‘De onderste steen moet boven’

ASSEN/GRONINGEN – De ministers van Defensie en Justitie moeten op korte termijn tot in detail uitleggen wat de inzet was van de Nederlandse regering bij de bestorming van de gekaapte trein bij De Punt op 11 juni 1977.

Dat zegt SP-kamerlid Harry van Bommel in een reactie op de artikelen in Dagblad van het Noorden van zaterdag, waaruit blijkt dat Nederlandse mariniers kapers liquideerden bij de bevrijdingsactie. “We mogen ervan uitgaan dat de mariniers de opdracht kregen de kapers uit te schakelen en te arresteren. Daarom moet de regering uitgebreid ingaan op de analyse, zoals die zaterdag in Dagblad van het Noorden was te lezen.”

Gekaapte trein, De Punt

Gekaapte trein, De Punt

Als blijkt dat de mariniers zich niet aan de opdracht hebben gehouden of met een andere, tot dusver geheim gehouden opdracht op de trein zijn afgestuurd, dan moet dat hardop worden gezegd, meent Van Bommel. “Als dat zo is, moeten mensen politieke verantwoordelijkheid nemen. Hoe? Dat hangt af van het antwoord van de ministers.”
Dat veel mensen zeggen ‘wie een trein kaapt, kan een kogel verwachten’ past volgens het kamerlid in het huidige tijdsbeeld. “Onze minister-president zegt dat je een inbreker een flinke tik mag verkopen. Natuurlijk konden de treinkapers erop rekenen dat hun geweld met geweld zou worden beantwoord. Dat laat onverlet dat het geweld van de overheid is gebonden aan zogeheten geweldsinstructies en die laten geen executies toe.”    Lees verder

Geplaatst in 6. Onderzoek, Aanspraken en Verwerking | Tags: , , , , | 35 reacties

De atoombom en de blanke vrouw

Door Adriaan Westermann (1904-1971)

USS Mobile (CL 63)

USS Mobile (CL 63)

Het is vandaag 17 september 1945, om 8 uur in de ochtend, en we zitten op de prachtige kruiser Mobile, slingerend op de deining van de zee, op weg naar Okinawa. Het lopen op dit heftig bewegende en overvolle schip gaat lastig. Terwijl we ons staande proberen te houden zijn onze hersens nog bezig met het verwerken van onze indrukken van gisteren.

Het was een dag vol ongelooflijkheden. Voor het laatst liepen we in Omuta het kamp uit, langs de schutting en de baai. Op de weg naar het station passeerden we grote groepen Japanse vrouwen met hun en kinderen. Ze wuifden naar ons. We hebben nooit iets met ze te maken gehad, maar nu leek het wel, alsof zij in ons afscheid de terugkeer van hun eigen mannen zagen.

Met de trein reden we door Japan – een prachtig land – met 25 man in een rijtuig voor 60, en waarin de Japanners met gemak het dubbele aantal vervoeren. Het normale treinverkeer werd overal stopgezet om onze trein voorrang te verlenen. Op de stations die we passeerden zagen we andere treinen, uitpuilend met Japanners.
Daar zat ik nu tegenover mijn maat, met al die lekkerheden, koffie, chocolade, en beschuitjes met ham en kaas. Alles was even mooi. We reden langs prachtige baaien met kleine vissersdorpjes. Omdat het gebergte uitlopers heeft tot in de zee, verdween onze trein telkens in een tunnel. Bij het verlaten daarvan hadden we steeds een ander, maar altijd even mooi uitzicht.    Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , , , , , | 49 reacties

‘Treinkapers De Punt geliquideerd’

Treinstel na de beschieting

Treinstel na de beschieting

ASSEN – De mariniers die bij de bevrijdingsactie in de vroege ochtend van 11 juni 1977 de gekaapte trein bij De Punt binnenstormden, hebben nog levende en gewonde Zuid-Molukse kapers geëxecuteerd. Zeker drie en mogelijk vier van de kapers werden door mariniers doodgeschoten. De bij de bestorming omgekomen gijzelaar Rien van Baarsel is niet door een kogel uit een Moluks wapen om het leven gekomen, maar werd dodelijk getroffen door vuur van de mariniers.

Dat zijn de voornaamste conclusies van een onderzoek dat freelance-journalist Jan Beckers samen met Junus Ririmasse, één van de toenmalige kapers, heeft gedaan naar de ontknoping van de gijzelingsactie bij De Punt. Aan de hand van oude autopsierapporten, foto’s, tientallen gesprekken met betrokkenen en met steun van een forensisch patholoog trekken zij de conclusie dat ‘een aantal mariniers zich schuldig heeft gemaakt aan perversiteiten en zich te buiten ging aan een orgie van bloed en geweld’.    Lees verder

Geplaatst in 6. Onderzoek, Aanspraken en Verwerking | Tags: , , , | 33 reacties

‘We wisten niet dat het zo veel waard was’

een wonderlijk, nogal lelijk houten beeld

“…een wonderlijk, nogal lelijk houten beeld”

Het Vrije Volk van 10 september 1971 meldde van een diefstal die geen diefstal bleek te zijn:

“Twee Amsterdamse studenten, 23 en 25 jaar oud, hadden een dag en een nacht feest gevierd, toen hun oog viel op een wonderlijk, nogal lelijk houten beeld. Ze Namen het mee uit de hal van het hotel waar het feest werd gehouden, niet wetend dat het beeld een Columbiaanse afgod voorstelde, door het Tropenmuseum aan het hotel in bruikleen afgestaan. Het was ƒ 5000 gulden waard. In de nacht van 14 op 15 mei omstreeks vier uur reden ze ermee op hun brommer door de Linnaeusstraat in Amsterdam-Oost tot een surveillancewagen van de politie langskwam en hen aanhield.
‘We waren dronken, we wisten nauwelijks wat we deden en we hadden er zeker geen idee van dat het beeld zoveel geld waard was’, zei de 23-jarige Theo N. gistermiddag voor de Amsterdamse politierechter. Zijn vriend, de 25-jarige Wim T., was niet ter zitting verschenen. De politierechter geloofde evenmin in diefstal en veroordeelde het tweetal wegens wederrechtelijk wegmaken van het beeld tot veertien dagen voorwaardelijke gevangenisstraf en ƒ 75 boete.”    Lees verder

Geplaatst in 6. Onderzoek, Aanspraken en Verwerking | Tags: , , , , , | 11 reacties

Zeepost 2013/7

Het Museon vraagt uw aandacht voor de nieuwe expositie, vanaf 23 mei 2013:
‘Buitenkampers, de kleur van overleven’

Affiche tentoonstelling

Affiche tentoonstelling

Een paar maanden na de inval van Japan in 1942 begon in Nederlands-Indië de registratie van alle Nederlanders. Er werd daarbij onderscheid gemaakt tussen volbloed Nederlanders, totoks, en Indische Nederlanders, Indo’s. Met een afstammingsbewijs, een asal oesoel, kon bewezen worden dat er in de familie een Aziatische voorouder was. De totoks werden geïnterneerd, de Indo’s bleven buiten de kampen. In april 1943 ging het Japanse bestuur over tot een speciale registratie van niet-geïnterneerde Indische Nederlanders. Veel van hen werden toen alsnog naar de kampen gestuurd. Japanse ambtenaren bepaalden tot welke groep iemand hoorde. De tentoonstelling gaat over de Nederlands-Indische mensen die buiten het kamp bleven. Buitenkampers, de kleur van overleven is tot en met 27 oktober 2013 te zien.    Lees verder

Geplaatst in Zeepost | Tags: , , | 79 reacties

Oorlogsjeugd in Soerabaja (III)

Het protestants meisjesweeshuis, Van Hoogendorplaan 93, Soerabaja

Het protestants meisjesweeshuis in Soerabaja (opgericht in 1854) werd sinds 1936 geleid door directrice Addy Duvekot. In september 1943, toen zij door de Japanners werd geïnterneerd, werd haar taak overgenomen door mevrouw Kyander (de kinderen noemden haar ‘Oma’) die door haar Finse herkomst buiten het kamp wist te blijven. Mevrouw Kyander loodste het weeshuis verder door de oorlogsperiode, zij het niet zonder kleerscheuren.
De Java Post publiceert haar verslag in drie delen. Vandaag het derde en tevens laatste deel, over de bersiapperiode, eind 1945.

Soerabaja: burgers zoeken veilig heenkomen tijdens gevechtspauze

Soerabaja: burgers zoeken veilig heenkomen tijdens gevechtspauze

Door ‘Oma’ Kyander

Op 26 augustus 1945 kwamen in Soerabaja ineens vrouwen en kinderen uit de kampen. De stad was er in het geheel niet op voorbereid. Het Rode Kruis was net begonnen te werken, en er was schreeuwend gebrek aan onderdak. Dezelfde dag gaven wij ons adres op voor huisvesting van 40 vrouwen en kinderen. We maakten twee slaapzalen vrij, er kwamen drie bedden in de verbandkamer en onze eigen kinderen verhuisden zo veel mogelijk naar één slaapzaal (met matjes onder de bedden). De grootsten sliepen in de naaikamer, op de grond en op de tafels. Ik moet zeggen dat de kinderen deze maatregel zeer sportief namen, nooit klaagden over ongemak en naar beste vermogen geholpen hebben met de verzorging van onze logé´s. Dezelfde avond arriveerde al de eerste groep. De zieken werden in de ziekenkamer ondergebracht en verzorgd, de zwakken in de rustiger verbandkamer en de gezonden in de twee slaapzalen. We hadden voldoende voorraden in huis om hen allen te voeden, en dr. Thiel kwam ons dagelijks bezoeken voor medisch advies aan de zieken. Zo draaiden wij ongeveer twe weken door, totdat de buurt ontwaakte en het blijkbaar genant vond dat het weeshuis alle onkosten droeg voor de voeding van de evacuees terwijl de rest alleen toekeek als vrachtwagen na vrachtwagen vol vrouwen en kinderen bij ons werd gedeponeerd. In elk geval heeft de heer Yap in zijn blok een inzameling gehouden en ons een bedrag van f. 1500,- overhandigd als zeer welkome bijdrage in de kosten. Later hebben we ook hulp in natura gehad van het Rode Kruis.   Lees verder

Geplaatst in 3. Bersiap en Merdeka, 1945-1949 | Tags: , , , , , , | 8 reacties

Oorlogsjeugd in Soerabaja (II)

Het protestants meisjesweeshuis, Boeboetan 93-95
en Van Hoogendorplaan 93, Soerabaja

Het protestants meisjesweeshuis in Soerabaja (opgericht in 1854) werd sinds 1936 geleid door directrice Addy Duvekot. In september 1943, toen zij door de Japanners werd geïnterneerd, werd haar taak overgenomen door mevrouw Kyander (de kinderen noemden haar ‘Oma’) die door haar Finse herkomst buiten het kamp wist te blijven. Mevrouw Kyander loodste het weeshuis verder door de oorlogsperiode, zij het niet zonder kleerscheuren.
De Java Post publiceert haar verslag in drie delen. Vandaag deel II, over de periode 1943-1945.

Boeboetan, pasar

Boeboetan, pasar

Door ‘Oma’ Kyander

Enkele dagen na de benoeming van de nieuwe directeur ging alles rustig zijn gang, totdat op een ochtend een juffrouw bij ons verscheen, die zich voorstelde als Juffrouw Blondell, en meldde dat zij gestuurd was door Kastian en kwam werken voor de administratie. Ik wist van niets af en zei dat het beslist een vergissing was, dat we de administratie wel alleen afkonden en geen hulp zochten. Zij vertrok, maar een half uur later had ik Kastian op mijn dak, – een heel andere Kastian, dan ik kende! Hij was razend dat zijn orders geweigerd werden, en dreigde met de Kenpeitai en de PID als straf voor onze tegenwerking.
Het duurde lang voor ik hem tot bedaren kreeg, maar van de secretaresse kwam ik niet af. Ik moest beloven haar aan te nemen, à raison van f.30,- per maand, voor het bijhouden van onze boeken. Tenslotte zei de heer Kastian nog, dat hij “voor God op zijn knieën wou zweren” dat hij alleen het beste met ons voor had. Ik zei hem dat dat niet nodig was, en dat ik hem ook zonder dat volkomen geloofde.    Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , , , , | 10 reacties