Een leven lang zwijgen

De gevolgen van onderduik tijdens Japanse bezetting

E.A. de Leeuw, 1938.

E.A. de Leeuw, 1938.

Ed de Leeuw dook onder tijdens de Japanse bezetting, en moest na dreigend verraad driemaal verhuizen. Later in zijn leven ging hij op zoek naar informatie over lotgenoten, maar vond dat nooit. Zijn dochter Liesje wist door gesprekken met hem hoezeer die onderduik een stempel op zijn leven heeft gedrukt. En dat liet sporen na op haarzelf en zelfs op haar kinderen. Na zijn dood besloot zij het onderzoek van hem over te nemen.

Door Liesje de Leeuw

Mijn vader Eduard Alfons de Leeuw (1917 -2004) dook onder “om aan vrijheidberoving te ontkomen.” Hij was reserveofficier toen het KNIL capituleerde op 8 maart 1942. Hij schreef in zijn dagboek:

“9 maart. ‘s Middags om 12 uur zijn al de officieren en manschappen van ons onderdeel verzameld in de kazerne van de Militaire Motor Dienst, waar wij te horen krijgen dat de volgende ochtend alle officieren zich moeten verzamelen bij het paleis van de Legercommandant, alle 0nderofficieren en man­schappen voor het DOO.
10 maart. Wij verzamelen ons op de aangewezen plaats, waar wij de hele ochtend moeten blauwbekken. Japanse vrachtwagens, bemand met soldaten met stalen helm en bajonet op het geweer rijden door de stad en Japanse escadrillejagers cirkelen heel laag rond. Wij moeten een paar maal aantreden als Japanse officiers het paleis binnen komen. Vreemd gezicht om opper-, hoofd-, en subofficieren op een rijtje te zien staan. Pas tegen 2 uur ’s middags krijgen wij te horen, dat degenen die in kazernes gelegerd zijn zich daarheen begeven en degenen die een eigen onderdeel hebben, thuis moeten blijven. (…)
Officieren die in Bandoeng geen adres hadden, moesten naar één van de (vele) kazernes; anderen die wel een adres hadden, moesten naar dat adres en wachten op nadere orders.”    Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , , , | 31 reacties

Tempo Doeloestraat

In een eerder artikel in de Java Post meldden we dat veel Nederlandse gemeenten een Indische buurt bouwden in Tempo Doeloetijd, en dat de laatste naamsverwijzing naar Indië waarschijnlijk plaats vond in oorlogsjaren. Fout, liet een lezer weten, de nieuwe polderstad Almere heeft óók een Indische buurt.

Je krijgt wel waar voor je geld: voor nog geen 130 duizend euro krijg je een heel huis, vrij op naam, met vrij uitzicht, parkeerruimte en in een kindvriendelijke omgeving. Wie wil dat nu niet? Nadeel: het is niet voor iedereen weggelegd. Je moet een zeker, laten we zeggen, vrijgevochten karakter hebben, kolonistenbloed. Want zonder dát red je het niet in een nieuwe wijk in Almere.

Tempo Doeloestraat, Almere, 2009.

Tempo Doeloestraat, Almere, 2009.

De wethouder van volkshuisvesting van deze stad moet dit ook hebben bedacht, toen hem de vraag werd voorgelegd welke naam de nieuwe wijk zou krijgen. Almere had al een Seizoenenbuurt, een Eilandenbuurt, een Bloemenbuurt en zelfs een Stripheldenbuurt. Het was niet eenvoudig om weer iets nieuws te bedenken. Zijn voorganger, geinspireerd door dat typische – veronderstelde – vrijgevochten karakter van de Almerenaar, had al de Oostvaardersbuurt bedacht, met namen als Gouden Eeuwweg, Willem Bontekoestraat en VOC-Laan. Misschien dat hij daar nog een keer op kon voortborduren?    Lees verder

Geplaatst in 4. Nederlands-Indië overzee | Tags: , , , | 18 reacties

Wetenschap met wereldallure

Enkele weken geleden berichtte De Volkskrant dat de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) een nieuwe lokatie had gevonden voor de samenvoeging van de bij de Akademie aangesloten instituten het NIOD, het Huygens Instituut, het Meertens Instituut en het NIAS: het vrijwel leegstaande gebouw van het Tropeninstituut (KIT) in Amsterdam-Oost. Het KITLV (Leiden) en het IISG (Amsterdam) mogen op hun huidige locatie blijven.

Hoofdkantoor KNAW, Amsterdam

Hoofdkantoor KNAW, Amsterdam

Naar verluidt wordt het voorstel één dezer dagen voorgelegd aan de ondernemingsraad van de KNAW. Als deze akkoord gaat, worden de betrokken instituten volgend jaar verhuisd. Uit de Volkskrant van 14 februari j.l.:

“Aan de wetenschappelijke autonomie van de instituten wordt niet getornd, zegt Jan Willem Gunning, die als bestuurder Letteren van de KNAW voor het project verantwoordelijk is. ‘Het is nooit de bedoeling geweest ze samen te voegen tot een megalomaan instituut. Ze komen fysiek bij elkaar en we hopen op inhoudelijke samenwerking.’ Dat het centrum wel een nieuwe naam krijgt, werktitel ‘Humanities Center’, doet daar volgens hem niets aan af: ‘Het wordt geen gefuseerde eenheid en de eigen namen blijven ook bestaan.’
De reden voor de samenvoeging is inhoudelijk. ‘Dit is geen bezuiniging’, zegt directeur Theo Mulder van de KNAW . ‘Natuurlijk is het goed voor de efficiency als je bij elkaar zit, en voor de ict. Je hebt geen vijf portiers nodig, dus op termijn zullen er mensen verdwijnen. Maar we investeren ook.’”    Lees verder

Geplaatst in 6. Onderzoek, Aanspraken en Verwerking | Tags: , , , , , | 6 reacties

Een groet uit Bandoeng

Bijzondere brievencollectie online 

“Je weet, er liggen mappen op zolder met brieven”, zei Eida Tan-Schepers in 1983 tegen haar dochter, een maand voor haar dood. “Zou het geschiedvervalsing zijn als ik er een paar uit zou laten?” Na haar dood werden 3 brieven verkreukeld tussen haar zakdoeken gevonden en daarbij een mapje met nog 6 andere brieven. Omdat Eida had gezinspeeld op het nalaten van ‘geschiedenis’ en ze bovendien deze negen brieven niet had vernietigd of weggedaan, werden ze door haar dochter gelezen en op datum teruggelegd bij de rest van de brieven. De verzameling brieven van Eida Tan-Schepers en haar in 1945 omgekomen echtgenoot Tan Sin Hok was hiermee weer compleet.

Tan Sin Hok en Eida Tan-Schepers,  Bandoeng 1929.

Tan Sin Hok en Eida Tan-Schepers, Bandoeng 1929.

Bijzondere brieven

Het duurde uiteindelijk nog meer dan vijfentwintig jaar voordat haar kinderen Gijsbert, Axel en Lisa Tan in 2009 het besluit namen om de brieven te herlezen met het oog op een eventuele publicatie. Deze herlezing deed hen beseffen met een zeer bijzondere collectie ego-documenten te doen te hebben. Lees verder

Geplaatst in 6. Onderzoek, Aanspraken en Verwerking | 14 reacties

In dienst van de vrijheid

Indonesische jongeren in het Nederlands verzet

Van het verzet door Indonesische jongeren tegen de Duitse bezetter is weinig bekend. Het waarom van hun bijdrage intrigeert. Oud-verzetsdeelnemer Djajeng Pratomo (deze week 100 jaar geworden!) legt uit dat vrijheid een universeel karakter draagt.

Door Raden Mas Djajeng Pratomo

Djajeng Pratomo, 2014. Foto: Aboeprijadi Santoso.

Djajeng Pratomo, 2014.
Foto: Aboeprijadi Santoso.

In juni 1941 deed de nazi-Sicherheitsdienst een inval in verschillende woningen van Indonesische studenten in Leiden. Zij zochten naar vier leidende leden van de Indonesische verzetsgroep “Perhimpunan Indonesia”. Twee van hen, R.M. Sidartawan en P. Lubis, werden gearresteerd. De anderen wisten te ontsnappen. Op de vroege ochtend van 18 januari 1943 deed de SD opnieuw een inval in een woning van Indonesiërs in Den Haag. Zij arresteerden twee studenten en twee arbeiders: R.M. Mun Sundaru, R.M. Djajeng Pratomo, Kajat en Hamid. Vier van deze gearresteerden werden van het ene concentratiekamp naar het andere gesleept: Schoorl, Amersfoort, Vught, Neuengamme, Buchenwald, Oranienburg-Sachsenhausen, Dachau. Twee van hen zijn bezweken aan de martelingen en ontberingen in deze kampen; Sidartawan in Dachau en Mun Sundaru in Neuengamme.   Lees verder

Geplaatst in 4. Nederlands-Indië overzee | Tags: , , | 60 reacties

Een dichter is heengegaan

In zijn woonplaats Fort Worth, Texas, USA, overleed deze week op 98-jarige leeftijd de dichter en wetenschapper Leo Vroman. De in een joods gezin geboren Vroman vluchtte in 1940 vanuit Nederland naar Nederlands-Indië. Vanaf 1947 woonde hij met zijn eveneens dichtende vrouw Georgine (Tineke) Sanders in de Verenigde Staten.
René Karels publiceerde in 2003 in het blad Indische Letteren het volgende artikel over hun beider Indische poëzie.

‘Nu had ik telkens haar hand in mijn hand’
– Over de Indische poëzie van Leo Vroman en Georgine Sanders

Door René B. Karels

Leo Vroman (1915-2014)

Leo Vroman (1915-2014)

Welke literaire erkenning heeft Leo Vroman niet gehad? Ik noem slechts de prestigieuze P.C. Hooftprijs voor zijn poëtisch oeuvre in 1964 en het eredoctoraat in de letteren van de Rijksuniversiteit Groningen in 1989. Hij mag zonder enige twijfel tot de belangrijkste naoorlogse dichters worden gerekend. Het slot van het gedicht ‘Vrede’ uit de bundel Uit Slaapwandelen (1957) is bij velen bekend: ‘Kom vanavond met verhalen / hoe de oorlog is verdwenen, / en herhaal ze honderd malen: / alle malen zal ik wenen.’ Zijn debuut dateert van meer dan vijftig jaar geleden en tot op heden volgt een niet aflatende stroom bundels.

Aan zijn ‘Indische poëzie’, waaronder ik poëzie versta die een duidelijke verwijzing naar Nederlands-Indië of Indonesië bevat, is nog weinig separate aandacht gegeven. We treffen deze al aan in de bundel Gedichten (1946) en zij keert daarna stelselmatig in zijn werk terug.

De poëzie van zijn vrouw, Georgine Marie (Tineke) Sanders, is veel minder bekend bij het gedichtenlezend publiek. De Indische gedichten in haar oeuvre zijn totaal anders van aard dan die van Vroman, maar verdienen het evenzeer voor het voetlicht te worden gehaald.

In dit artikel staat een keuze uit deze gezamenlijke Indische poëzie centraal, ingebed in een gecombineerd biografisch kader van zowel Leo als Tineke, waarmee de gedichten onlosmakelijk verbonden zijn.    Lees verder

Geplaatst in 7. In Memoriam | Tags: , , , | 6 reacties

Op zoek naar het Zeemanshuis

“Mijn ouders woonden in 1955 in het zeemanshuis gelegen aan de Perakweg in Jakarta. Heeft U enig idee hoe die straat nu heet?”, aldus de vraag van Thessy Vercauteren in de Java Post. Het leek een gemakkelijke vraag, dus gingen we meteen op zoek. Een eerste zoektocht leverde echter niets op. ‘Perak’ leek namelijk te verwijzen naar Tandjoeng Perak, en dat is Soerabaja, en geen Batavia/Jakarta. Batavia heeft ooit korte tijd een Tandjoeng Perakstraat gekend, maar die lag in de wijk Gondangdia, ver van de haven. Het zeemanshuis in Soerabaja lag wél in de buurt van de Perakweg. Bedoelde zij niet Soerabaja?

Zeemanshuis, Tandjoeng Priok, ca. 1930

Zeemanshuis, Tandjoeng Priok, ca. 1930

Thessy: “Ik weet alleen dat mijn vader beheerder was van het Zeemanshuis. De enige informatie die ik heb is van iemand die een brief heeft ingestuurd naar het Koninklijke Rotterdamsche Lloyd museum. Hij noemt mijn vader bij naam. (…) Mijn vader was René Vercauteren, kwam uit Zeeland en is als missionaris tijdens de oorlogsjaren naar indonesie gegaan. Hij trouwde later met mijn moeder Valesca Bochem geboren in Jakarta en heeft met haar in het zeemanshuis gewoond. Hier zijn ook mijn twee oudste zussen geboren.”  Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , | 56 reacties

De Javastraat

Het was in de tijd waarin, zoals Het Vaderland op 2 november 1924 schreef, “Indië meer dan ooit de aandacht trok, de tijd van Multatuli, van Fransen van de Putte, van bevrijdingsideeën voor den inlander, van stoomvaart- en telegraafplannen”, dat in Den Haag een heuse ‘Indische’ wijk werd gebouwd.  Het was de tijd, dat het aantal oud-Indiëgasten, die het toen nog goedkoope Haagje met voorliefde tot woonplaats kozen, jaarlijks groter werd. Indië moest dus wel populair worden in deze aantrekkelijke plaats, die destijds wel wat industrie, maar geen belangrijke handel bezat en die reikhalsde naar vreemde renteniers en pensioentrekkers.
Een van de belangrijkste straten in deze buurt, de oude Schuddegeestweg, genoemd naar een herberg die daar vroeger had gestaan, werd in 1861 omgedoopt in Javastraat.

Java Straat, Den Haag

Javastraat, Den Haag

“Zo is ’t geen wonder”, vervolgde Het Vaderland,  “dat op de Javastraat weldra de Balistraat volgde en dat daarna de Sumatra-, Banka-, Borneo-, Soenda-, Riouw-, Billiton- en Malakkastraten werden aangelegd, alle nog vóór het jaar 1880. Een gans Indische wijk. De enige niet-Indische naam, die er tussen viel, was die van de laan, genoemd naar de vroegere burgemeester Copes van Cattenburch.”

En zó is het begonnen. In navolging van Den Haag kreeg aan het eind van de 19e en het begin van de 20e eeuw, de tijd van Tempo Doeloe, bijna iedere stad in Nederland van enige omvang een een wijk met straatnamen ontleend aan onze kolonie. Echter, in afwijking van Den Haag, níet om oud-Indischgasten te herbergen, want zó veel waren daar nu ook weer niet van, maar meer omdat deze namen een zekere grandeur gaven aan de gemeente.
Ook in de provincie waanden we ons wereldburgers.    Lees verder

Geplaatst in 4. Nederlands-Indië overzee | Tags: , | 36 reacties

Een schaatsheld in de tropen

Op 31 december 1990 publiceerde De Telegraaf het volgende artikel, onder de titel “De schaatsheld en het trauma van de vergeten tropenoorlog”:

Jan Uitham in 1948

Jan Uitham in 1948

Van 1946 tot 1950 vocht een leger van 150.000 man een bij voorbaat verloren oorlog in Nederlands Indië. Sinds vijf jaar vecht dat leger opnieuw een verbeten strijd. Nu om erkenning door dezelfde overheid, die deze soldaten 43 jaar geleden naar de Gordel van Smaragd zond. Achttienduizend van deze veteranen verkeren nu in grote psychische nood. Eén van hen is Jan Uitham, DE marathonman van het ijs, die in 1963 achter Reinier Paping als tweede finishte in de zwaarste Elfstedentocht ooit gereden. De Groninger (65), die zijn 50-jarig jubileum als wedstrijdschaatser deze winter met een nieuwe Elfstedentocht hoopt te vieren, zegt: „Dat beulswerk op het ijs was slechts kinderspel vergeleken bij de ellende die we in Indië hebben meegemaakt.”

Door Ron Couwenhoven

Het kwik was gedaald tot -20,8 Celsius in Joure. Sneeuwjachten en stormwinden teisterden Nederland. Auto’s bereden het IJsselmeer en trokken bij Culemborg over de Lek. Amsterdam had een kolentekort en in heel West-Europa waren al 800 mensen omgekomen als gevolg van de wel heel strenge winter.
In de kille dreigende duisternis van de vroege ochtend van de achttiende januari 1963 verlieten 580 wedstrijdrijders hardlopend Posthuma’s Carrosseriebedrijf aan de Verlengde Schans in Leeuwarden. De twaalfde Elfstedentocht was begonnen.
Elf uur en 21 minuten later  kwam Jan Uitham uit Noorderhoogebrug als tweede over de finishlijn. Te laat om koningin Juliana nog een hand te geven. Hare Majesteit was met haar dochter Beatrix al vertrokken, omdat zij 22 minuten eerder winnaar Reinier Paping al gefeliciteerd had. Jan Uitham had weliswaar verloren, maar hij had opnieuw de uitzonderlijke mentale hardheid getoond, die zo tot de verbeelding sprak van miljoenen Nederlanders.    Lees verder

Geplaatst in 3. Bersiap en Merdeka, 1945-1949 | Tags: , , | 7 reacties

Bersiap: de werkelijke cijfers

Door Bert Immerzeel

De gewelddadige opstand van het Indonesische volk in 1945-1946, beter bekend als de bersiapperiode, heeft traumatische sporen achtergelaten in de herinneringen van de Indische Nederlanders. De afsluiting van een koloniaal tijdperk eiste duizenden slachtoffers. Over het exacte aantal slachtoffers aan de kant van de (Indo-)Europeanen, wordt – bijzonder genoeg – nog steeds gediscussieerd. Een artikel in dagblad Trouw verhitte kort geleden opnieuw de gemoederen.[1] De hierin aangehaalde Amerikaanse historicus William H. Frederick spreekt van genocide, en het omkomen van niet minder dan 10% van de Indo-Europese bevolking. Op verschillende Indo-forums werd, in plaats van met afgrijzen, zelfs positief gereageerd. Het gebruik van het begrip genocide deed enkelen zelfs goed.[2] Tijd om de zaak terug te brengen naar de juiste proporties.

bersiap soerabaja

Jonge revolutionairen in Soerabaja, eind 1945

Decennia lang werd door historici gebruik gemaakt van de officiële cijfers van de Opsporingsdienst Overledenen (O.D.O.). De O.D.O, opgericht in Batavia in december 1945 en werkzaam tot december 1949, had als taak de slachtoffers van de Japanse bezetting op te sporen en, in samenwerking met de Legergravendienst, zorg te dragen voor hun herbegraving. Omdat de oprichting plaatsvond midden in de bersiapperiode, en er dus nog veelvuldig werd gemoord, werd het werkterrein al snel uitgebreid tot de na-oorlogse vermisten. Helaas is van het O.D.O.-archief zeer weinig bewaard gebleven. Dr. L. de Jong schreef in Het Koninkrijk der Nederlanden tijdens de Tweede Wereldoorlog (Epiloog, 1988), op basis van de hem bekende O.D.O.-cijfers, dat de bersiapperiode tenminste 3.400 (Indo-) Europese slachtoffers had geëist, maar dat het werkelijke aantal hoger lag, mogelijk zelfs enkele duizenden.[3]    Lees verder

Geplaatst in 3. Bersiap en Merdeka, 1945-1949 | Tags: , , , , , | 290 reacties