Door Bert Immerzeel
Terwijl ik voor mijn computer plaatsneem om een nieuw stukje te schrijven, wordt ik gebeld door mijn zuster. Ze wil graag even mij stem horen op de dag van moeders verjaardag. God ja, da´s waar ook, het is 4 februari! Ik was het dit keer helemaal vergeten. Moeder zou vandaag 108 zijn geworden! Later op de dag krijg ik nog een berichtje van een andere zuster: ze heeft een bloemetje naar moeders graf gebracht.
Het zijn van die schaarse momenten dat we terugkijken en weten dat we een gedeelde geschiedenis hebben. Natuurlijk hebben we, ieder voor zich, onze eigen herinneringen, en kenden we moeders goede en minder goede kanten. Maar naarmate de tijd verstrijkt lijkt het beeld wel steeds positiever te worden. De scherpte is er van af.

Indisch geluk: het gezin Braun te Poerwokerto
Beeldvorming
Wat de verwerking van het verlies van Indië betreft, deze lijkt te lopen langs andere lijnen. De meest conflictieve momenten uit die geschiedenis worden met graagte teruggehaald, onder een vergrootglas gelegd, en in negatieve zin becommentarieerd.
Als ik u vraag naar Nederlands-Indië: waar denkt u dan aan? Aan ruisende palmen met uitzicht op de sawa´s? Aan warme, lome namiddagen op de veranda in een schommelstoel met een glas kwast? Aan uitstapjes met de auto naar de bergen boven Buitenzorg of Bandoeng? Of aan jaren van onzekerheid in een Japans interneringskamp, honger, niet-weten waar de rest van de familie is? Gebonk op de deur, geschreeuw, en schuilen en vluchten voor Indonesische jongeren met bamboesperen, rookwolken en de geur van rottend vlees? Of aan opvangkampen, afscheid, Ataka, stugge winterkleding, overvolle pensions, en het nieuwe begin van Indo-zijn? Lees verder →