Vierjarig onderzoeksprogramma Dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië, 1945-1950

Dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië, 1945-1950 is een grootschalig, gezamenlijk onderzoeksprogramma van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV), het Nederlands Instituut voor Militaire Geschiedenis (NIMH) en NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust en Genocidestudies. Het onderzoek is financieel mogelijk gemaakt door de Nederlandse regering, dat op 2 december 2016 besloot steun te geven aan een breed onderzoek naar de gebeurtenissen in deze periode.

Nederlandse militair op Noord-Celebes, 1948 (TM)

Nederlandse militair op Noord-Celebes, 1948 (TM)

Het programma, dat bestaat uit negen deelprojecten, moet antwoord geven op de vragen over aard, omvang en oorzaken van structureel grensoverschrijdend geweld in Indonesië, bezien vanuit een bredere politieke, maatschappelijke en internationale context. In dat verband zal ook uitgebreid aandacht worden besteed aan de chaotische periode van augustus 1945 tot begin 1946 – vaak aangeduid als de Bersiap – én de politieke en maatschappelijke nasleep in Nederland, Indonesië en daarbuiten. 

Het KITLV zal de deelprojecten Regionale studies en Bersiap gaan uitvoeren. Voor dit project zal samenwerking met een verschillende Indonesische universiteiten worden gezocht en zullen Indonesische onderzoekers worden aangetrokken. Deze deelprojecten vormen samen het vervolg op het KITLV-project Nederlands militair optreden in Indonesië 1945-1950 dat eind 2012 van start ging.

Het programma heeft een sterk internationaal karakter. Naast de samenwerking met wetenschappers uit Indonesië en andere betrokken landen zal er – meer dan voorheen – gebruik worden gemaakt van bronmateriaal uit o.a. Indonesië, Australië, Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Verder is er in het programma uitdrukkelijk ruimte voor getuigen uit Nederland en Indonesië. Deze kunnen zich melden of zullen worden opgespoord, om hun persoonlijke verhalen vast te leggen voor latere generaties.

De drie instituten vinden het belangrijk dat het programma zowel nationaal als internationaal breed wordt gedragen. Ze stellen daarom een Internationale Wetenschappelijke Adviescommissie en een Maatschappelijke Klankbordgroep Nederland in.

Voor dit onderzoek is het uiterst belangrijk dat de betrokkenen gezien en gehoord worden. Heeft u zelf materiaal uit, of meer informatie over, Indonesië tussen 1945-1950 en wilt u bijdragen aan ons onderzoek? Dan kunt u contact opnemen via: ln.05-54dni@negiuteg

Het programma Dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië, 1945-1950 loopt tot 1 september 2021. Kijk voor meer informatie op www.ind45-50.org.

x
Het volledige onderzoeksvoorstel is HIER te lezen.

Dit artikel verscheen eerder op de website van het KITLV, 24 februari 2017

x

Dit bericht werd geplaatst in 9. Java Post. Bookmark de permalink .

17 reacties op Vierjarig onderzoeksprogramma Dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië, 1945-1950

  1. Henry van Amstel zegt:

    Het is ongetwijfeld boeiende materie, maar ik vraag mij serieus af wat er nog boven tafel te krijgen is. Ooggetuigen zijn er (bijna) niet meer en er is al zeer veel over gepubliceerd. Wat kan dit onderzoek daar nog aan toevoegen?

  2. H.A. Naberman zegt:

    Ja….en ooggetuigen blijken vaak hoogst onbetrouwbaar, zonder dat er sprake is van opzet!

  3. RLMertens zegt:

    Mevr.Zegveld; ‘dat ontbreekt steeds in de onderzoeken; de consequenties van dat beleid voor de mensen ter plekke'(!) – Een conclusie die ik zeker deel! Dat beleid van uit Nederland, dat met misleidingen/propaganda; Indië bevrijden, orde en rust etc. een leger uit de grond stampte om ten oorlog te gaan. Met daarbij gevoerde provocaties tegen de Republikeinse leiders waardoor de bloedige bersiap periode ontstond. En zovele onschuldige slachtoffers eiste. De buitenkampers; vrouwen, kinderen en ouderen, die onverwachts tegenover een furie van haat geplaatst werden.
    Dat zijn feiten die uit de doeken moeten worden gedaan, met vermelding van vooral(!) de verantwoordelijke politici. Zij zijn het die het Indië drama op hun geweten hebben.

    • Peter van den Broek van een andere generatie zegt:

      Dhr Mertens slaat de spijkers op hun kop. Het begon al met Van Mook, die totaal onvoorbereid, zonder enige vorm van informatie in Oktober 1945 zijn intrek nam in het Paleis aan het Koningsplein en deed of er de afgelopen3 jaar in Ned.-Indie niks gebeurd was. Hij zou Orde en Rust herstellen en dat dienden die meer dan 3.500 Nederlandse Bersiapdoden en tienduizenden vermisten dan gemerkt te hebben. Althans in de biografie worden maar weinig tot geen woorden aan deze periode vuil gemaakt. Wel krijg ik in geuren en kleuren zijn liefdesleven voorgeschoteld.. Over de biografie kan ik alleen maar zeggen: niet goed!……. geld weg

      Over Helfrich (Koninklijke Marine) en van Oygen (KNIL) maar te zwijgen. Die waren bereid om de vnl Indische Nederlanders op te offeren opdat Indie Nederlands te blijven. Vooral Het eigengereid gedrag van Helfrich is treurig, ik denk maar aan Hr. Ms. Tromp die voor spek en bonen in Batavia opdook, wat deed dat schip daar?. Dan het ludieke optreden van zijn ondergeschikte de KTZ Huijer, de Britten hebben nog buikpijn als zij aan hem denken. Verder het spookschip Abraham Crijnssen, die bij de inval van de Britten in de buurt van Surabaya opdook en spoorloos verdween. Vervolgens de landing van een bataljon Mariniers van de Mariniersbrigade die tegen Oud en Nieuw tegen de orders van Lord Mountbatten, opperbevelhebber SEAC, aan de Noord-West kust van Java landden. Zo te zien had de Nederlandse regering in Den Haag haar brokken-admiraal niet in de hand.

      Ik ga ervan uit dat vooral Indische Nederlanders in 1946 e.v. aanklachten hebben ingediend bij de autoriteiten aangaande de Bersiapmoorden en vermisten. Wat is er eigenlijk met die aanklachten gedaan? Ik zou daar het fijne van willen weten.

      Dat Orde en Gezag herstellen, wat heeft die politiek te betekenen voor de vooral Indische bevolking? want zeg nou zelf. Al die totoks zijn toch direct na de oorlog naar het Vaderland vertrokken en wie had nog zin om naar Ned.Indie terug te keren, niemand toch?. De Indische Nederlanders hadden geen keus, die waren met de woorden van ene Werner in Indie geworteld en oosters georiënteerd. Althans mijn familie, altijd gezagsgetrouw, voor Koningin en Vaderland, in de oorlog met de Jappen geheuld noch gecollaboreerd, dus echte Indo’s.

      Bij een vluchtige beschouwing heeft de Nederlands-Indische politiek niet om deze Nederlanders gemaald. Ze werden gewoon Uit Pure Hufterigheid links of rechts gelaten en speelden tijdens de overdrachtsbesprekingen geen rol van betekenis.

      Maar daar kan dat onderzoek , al dan niet wetenschappelijk licht opwerpen, wat kaarslicht.

      • Jan A. Somers zegt:

        “zijn intrek nam in het Paleis aan het Koningsplein ” Ja, dat was de vestiging van de landvoogd in Nederlands-Indië.
        “Hij zou Orde en Rust herstellen ” Ja, dat was zijn opdracht.
        “biografie kan ik alleen maar zeggen: niet goed!……. geld weg” Moet je wel bij de biograaf zijn. Van Mook heeft hier niets mee te maken.
        “wat deed dat schip daar?. ” Dat weet u als marineman toch wel? Ik niet. “en spoorloos verdween” Idem dito.
        “aanklachten hebben ingediend bij de autoriteiten aangaande de Bersiapmoorden en vermisten” Waar kon je dat doen? Mijn vader heeft het voor mijn moeder en zus uit Soerabaja in Singapore gedaan bij het Rode Kruis. Nadat ik hem had getelegrafeerd dat ze verdwenen waren en het huis gerampokt. Van mijn oma in Poedjon kon ik natuurlijk nog niets aanmelden. Daar kon ik nog niet komen, en was ze dus nog niet vermist. Wie van onze reageerders en hun voorouders hebben dat ook gedaan, en bij wie?
        “Al die totoks zijn toch direct na de oorlog naar het Vaderland vertrokken” Ja, als ze via de RAPWI daar een indicatie voor recuperatie voor kregen. De overigen gingen gewoon weer aan het werk. Zowel in het bestuur als in het bedrijfsleven.
        “wie had nog zin om naar Ned.Indie terug te keren, niemand toch?” Ik, geen Totok, wist al in 1946 naar Nederland te vertrekken (gratis, met nog 100 gulden toe). En bezig zijnde met mijn eigen toekomst had ik uiteraard geen zin en tijd om terug te keren. Pas later, met vakantie. Meer had ik daar toch niet te zoeken? Ik merk het, u heeft nog veel uit te zoeken. Sterkte.

  4. M.T. De Beer- Neiteler zegt:

    Jullie zijn eigenlijk te laat hiermee.
    Mijn ouders, die deze periode in voormalig nederlands Indië hebben mee gemaakt, leven niet meer. En zo met hen vele/ meeste anderen niet!
    Ik heb wel heel veel verhalen gehoord als kind, maar kan ze niet meer exact na vertellen!

    • Ron zegt:

      Wat heeft U bijgedragen aan de verhalen? Wordt het niet tijd na 70 jaren om alles wat u heeft gehoord, op papier vast te leggen? U kunt nog steeds uw bijdrage leveren.

  5. van den Broek van een andere generatie zegt:

    Mevr. De Beer-Neiteler,

    U heeft niet alleen het recht maar ook de plicht Uw verhaal te vertellen. Het is toch opmerkelijk dat we na meer dan 70 jaar daarover dienen te discussiëren?

  6. Peter van den Broek van een andere generatie zegt:

    Veel Nederlanders, daaronder ook ervaringsdeskundigen bestempelen de Bersiap wel als een chaotisch en anarchistisch periode . Uitgaande daarvan spreken deze met heilige verontwaardiging over die periode, maar wat er werkelijk gebeurd en wat de betekenis van het geweld is , wordt gemakshalve voorbijgegaan, het wordt versluierd . Ik kan met hun verontwaardiging niks.

    Sommige Nederlanders schilderen personen, die een ander mening zijn toegedaan, af als clownesk en nagelen deze Andersdenkenden met ondoordachte en weinig vleiende woorden aan het kruis. Daargelaten dat zij de discussie daardoor wel naar een heel platvloers niveau laten afglijden. Ik kan ook daar niks mee.
    Zoal ook Nederlandse historici over de Bersiap hebben geschreven, volgden zij al 70 jaar dezelfde platgetreden paden met dezelfde uitgesleten conclusies, die van onvoldoende inzicht getuigen

    Ik kijk daar wat genuanceerder tegenover de Bersiaptijd.
    De Indonesische vrijheidsstrijd wordt veelal als een door Japan geïnspireerde beweging afgedaan en terzijde geschoven (zie propagandistische uitspraken zoals Soekarno collaborateur e.d.) . Laat staan dat de Proklamasi van 17 Augustus als Dreh-und Angelpunkt wordt genoemd.

    Het onderzoeksvoorstel van de 3 genoemde instituten spreekt in het geheel niet over 17 Augustus 1945, alsof dit een non-event is, zij maakt zich op die manier spreekbuis van de toenmalige en huidige politiek, dat heeft dus weinig met een onbevooroordeeld kijk op de Bersiaptijd te maken. Maar die datum heeft toch beslissende invloed op de Indonesische vrijheidsstrijd of ben ik met de woorden van Youp van het Hek debiel? zie zijn Oudejaarsconference van 1989.
    Het blijft een benauwende en verkokerde Nederlandse dus post-koloniale kijk op het gebeuren, die geen Recht doet aan aan onze gezamelijke Geschiedenis .

    Voor een goed begrip van deze periode is het uitgangspunt van Mevr Zegveld (aantasting van de Mensenrechten) en de verhalen van veelal buitenlandse onderzoekers (Benedict Anderson, Cribb, Frederic, Kahin, Palmos etc.) zeer verfrissend. Als ook aan de Indonesische strijd als revolte/revolutie beter aandacht wordt besteed, kunnen wij Nederlanders ons bevrijden van onze vastgeroeste post-koloniale denkkaders (vooringenomenheid i.c. koloniale arrogantie of woorden van gelijke strekking) en Recht doen (als filosofisch begrip) aan de Geschiedenis, waar wij aan de andere kant stonden, door sommigen wel betiteld als verkeerde kant. Dat laatste lijkt mij een waarde-oordeel dat niets met Geschiedenis te maken heeft.

    Ik blijf met argwaan en met argusogen kijken naar het onderzoeksvoorstel van die 3 onderzoeksinstituten. Na 70 jaar indolentie en onverschilligheid mag ik van de Hoge Heren Nederlandse Historici wel een beter en doordacht voorstel verwachten. Hier wordt onze Geschiedenis geschreven en daarvan is de Andere kijk op het gebeuren ook Onze Geschiedenis.

    Dat dienen degenen die het hebben meegemaakt (vooral Indische Nederlanders) niet vergeten en vooral zij dienen onze Geschiedenis, de Bersiapperiode als schending van fundamentele Mensrechten tot uitdrukking laten komen in hun kritische bijdrage aan het onderzoeksvoorstel.

  7. Robert zegt:

    The arrogance, conceit, ethnocentrism, blunders, oversight, faux-pas and ignorance of the Dutch authorities caused the debacle of the decolonization in the Indies. The Dutch authorities had no notion of the impact of the Japanese occupation of the Indies on the local population. The Japanese trained and indoctrinated the native people for independence under the principle of Asia for the Asians. Japan destroyed European colonialism in Asia, and the Dutch politicians did not discern, nor were aware of the fact that another era came into being.

  8. Peter van den Broek van een andere generatie zegt:

    Dat dienen degenen die het hebben meegemaakt (vooral Indische Nederlanders) niet vergeten en een kritisch een gefundeerde bijdrage te leveren wat het onderzoek precies dient te bestuderen. zij dienen onze Geschiedenis, de Bersiapperiode als schending van fundamentele Mensrechten tot uitdrukking laten komen in hun kritische bijdrage aan het onderzoeksvoorstel.

    Men laat zich wel op het eerste gezicht door de gebeurtenissen overdonderden , maar dat het zo’n chaos en anarchie was, en vluchtige wil ik best betwijfelen en niet alleen ik .

    Wat willen Indische Nederlanders over de Bersiap weten? want wat lees ik in het onderzoeksvoorstel: …
    citaat:….werden vele duizenden (Indo-) Europeanen, maar ook Chinezen en van ‘collaboratie’ met het Nederlandse koloniale gezag betichte Indonesiërs het slachtoffer van massaal en grof geweld, uitgeoefend door al dan niet GEORGANISEERDE Indonesische strijdgroepen…….

    De instituten mogen zich wel gaan verdiepen in die GEORGANISEERDE Indonesische strijdgroepen. Ik heb zelf door een wel zeer oppervlakkige studie in deeltijd van de Bersiap en dan niet alleen over Soerabaja/Surabaya wel een indruk gekregen dat die strijdgroepen niet alleen georganiseerd maar ook systematisch te werk gingen en daarbij gesteund werden door Indonesische instanties, maar dat is maar een vluchtige indruk, een eerste werkhypothese.

    Dus wat weerhoudt BELANGHEBBENDEN om situaties in de Bersiap aan te kaarten? details mag voor de geloofwaardigheid/plausibiliteit van het verhaal vooral niet ontbreken. Dat zal die instituten toch wel richting geven en helpen in hun gezoek in de geleide anarchie en systematische chaos.

    • Jan A. Somers zegt:

      “Dus wat weerhoudt BELANGHEBBENDEN om situaties in de Bersiap aan te kaarten?” En wat gebeurt er mee? Wat was de belangstelling voor reeds uitgevoerd onderzoek? 1995/1997 – 2001. SMGI. Jaarlijkse nieuwsbrief, folders bij reünies, pasars, toko’s. Tien interviewers, waaronder dochter Nadet die o.a. ook Herman Bussemaker heeft uitgewrongen (mij niet, dat is door interviewers binnen de familie nooit gebeurd). Bussemaker heeft er wel druk gebruik van gemaakt! Interviewers allemaal van academisch niveau. Openstelling van de data met interviews vanaf 1998. 2800 uur verhalen over Indië, Indonesië, Nederlands-Nieuw-Guinea. Conferentie Stemmen uit Indië, op 12 mei 2001, Ruim 300 mensen aanwezig. Wat was de verdere belangstelling, ook uit de Indische gemeenschap? Ja, als je wilde komen moest je je van te voren aanmelden. Maar dan waren de secties van de banden al voor je uitgezocht, met continue begeleiding. Een enkeling die kwam opdagen. Ik hoop op betere belangstelling voor het komende onderzoek. Maar ik zit er zelf niet op te wachten, ik hoef niet meer te weten dan ik nu weet. Laat de jongelui er maar op los. En ik zal ook nooit mijn hand ophouden.

  9. Peter van den Broek van een andere generatie zegt:

    Ik kan mij best indenken, dat belanghebbenden na bijna 70 jaar een beetje moedeloos zijn geworden om hun verhaal over de Bersiap, dat onvoldoend erkend, bekend en gehoord werd, als hoofdgerecht te serveren. Daargelaten dat het pijnlijke verhalen zijn over hun dierbaren, die littekens en nooit geheelde wonden hebben achtergelaten bij gebrek aan Gerechtigheid (in de filosofisch betekenis van het woord).

    Maar dit is welhaast de laatste kans dat zij die het hebben meegemaakt (belanghebbenden) hun stem kunnen laten horen en dat het gehoord wordt, rekening houdend met het feit dat nu eindelijk Geschiedenis als collectief geheugen wordt vastgelegd.

    Met hand op houden bedoel ik natuur dat Gerechtigheid verkregen wordt. Pecunia non olet maar daarvoor koop je geen Gerechtigheid, dat wat recht getrokken wordt.

  10. George zegt:

    Pecunia non olet maar veroorzaakt dat er veel wordt getjopet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s