Stand van zaken backpay

Vandaag, 16 februari 2017, informeerde staatssecretaris Martin van Rijn van het ministerie van VWS de Tweede Kamer over de stand van zaken met betrekking tot de Uitkeringsregeling Backpay. Hij deed dit per brief, gericht aan de voorzitter.

Staatssecretaris Van Rijn (archieffoto NRC)

Staatssecretaris Van Rijn (archieffoto NRC)

 

Geachte voorzitter,

U heeft mij gevraagd de Tweede Kamer te informeren over de stand van zaken met betrekking tot de Uitkeringsregeling Backpay. In de voortgangsrapportage uitvoering wetten oorlogsgetroffenen van 3 november 2016 (Kamerstuk 20 454, nr. 123) heb ik u reeds gemeld dat deze regeling tot en met 2017 wordt verlengd. Daarnaast wil ik u alvast de inhoudelijke contouren schetsen van de aangekondigde collectieve erkenning voor de Indische gemeenschap in Nederland[1], vanuit voorkeuren van die gemeenschap zelf.

Uitvoering Uitkeringsregeling Backpay
De Nederlandse regering heeft met de brief aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 3 november 2015 (Kamerstuk 20 454, nr. 115) erkend dat regelingen met betrekking tot de achterstallige salarissen van militairen en ambtenaren in dienst van Nederlands-Indië – de zogenaamde Backpay – en de regelingen met betrekking tot de geleden oorlogsschade te lang op zich hebben laten wachten. Een integrale oplossing voor de Indische kwestie, die zowel door het kabinet als door het IP kon worden geaccepteerd, was op dat moment niet haalbaar.

Eind 2015 heb ik, in overeenstemming met het IP, besloten de Uitkeringsregeling Backpay in te stellen als een eenmalige, finale, morele genoegdoening voor achterstallige salarissen van militairen en ambtenaren in Nederlands-Indië, vanuit het besef dat de zeer hoge leeftijd van de doelgroep een snelle en passende afronding vereiste. Daarnaast heb ik aangekondigd te willen werken aan een collectieve erkenning voor hetgeen in Indië plaatsvond.

Op grond van de Backpay-regeling kan een eenmalige uitkering van netto € 25.000 euro worden toegekend aan hen die als ambtenaar of militair ten tijde van de Japanse bezetting van Nederlands-Indië in dienst waren van het Nederlands-Indisch Gouvernement, aan wie gedurende deze periode geen dan wel onvolledig salaris is uitbetaald en die zelf nog in leven waren op 15 augustus 2015.

De Sociale Verzekeringsbank (SVB) is aangewezen als uitvoeringsorganisatie voor deze regeling. Hier was op de afdeling Verzetsdeelnemers en Oorlogsgetroffenen reeds veel expertise en kennis beschikbaar. In de uitvoering is maximaal aangesloten op reeds beschikbare informatie over rechthebbenden, zodat deze zo min mogelijk zouden worden belast en de uitvoering snel ter hand kon worden genomen. Zo is onder meer gebruik gemaakt van de gegevens van de Stichting het Gebaar, archieven van de Stichting Administratie Indische Pensioenen (SAIP), informatie van Pelita, het IP en de eigen SVB-bestanden om potentiële belanghebbenden te achterhalen. Daarnaast is er veel energie gestoken in een werkwijze die zorg draagt voor een rechtmatige uitkering.

De SVB heeft zich tot het uiterste ingespannen om zoveel mogelijk potentieel belanghebbenden te bereiken en waar mogelijk ambtshalve een tegemoetkoming toe te kennen. Vele aan voormalig Nederland-Indië verwante organisaties en verenigingen in binnen- en buitenland hebben op verzoek van de SVB oproepen geplaatst in hun bladen waarin rechthebbenden gewezen werden op de mogelijkheden om een Backpay uitkering aan te vragen.

Toekenningen
Afgelopen jaar zijn in totaal ruim 5000 dossiers pro-actief onderzocht en 779 aanvraagformulieren verwerkt. Tot nu toe hebben in totaal 555 mensen de backpay uitkering ontvangen.

In 2016 zijn 721 aanvragen afgewezen. Het merendeel van de afwijzingen heeft betrekking op rechthebbenden die op de datum van 15 augustus 2015 reeds waren overleden. 3 bezwaren zijn gegrond verklaard, dit ging om zaken waarbij de aard van het dienstverband ter discussie stond. Tegen 14 afwijzingen dient nog beroep bij de bestuursrechter. Er zijn geen klachten ingediend.

Signalen vanuit de doelgroep
Op 11 maart 2016 is de Commissie van Advies Backpay geïnstalleerd. De commissie kan door de uitvoeringsorganisatie SVB worden gevraagd om advies bij knelpunten die zich voordoen bij de beoordeling van aanvragen. Eén van de leden van de Commissie van Advies is aangedragen door het IP. Vanuit Pelita is een adviseur ingezet ten behoeve van het voorbereiden van beleidsnotities.

Na de inwerkingtreding van de regeling hebben mijn ministerie en de SVB honderden brieven, mails en aanvragen ontvangen van nabestaanden die ook menen recht te hebben op een backpay uitkering. Al deze mensen hebben een individuele zorgvuldige reactie ontvangen. Zo nodig zijn deze mensen doorgeleid naar de SVB als uitvoerende instantie.
Graag wil ik u in het verlengde hiervan informeren over de resultaten van het klanttevredenheidsonderzoek dat eind 2016 is uitgevoerd. De totale dienstverlening van de afdeling Verzetsdeelnemers en Oorlogsgetroffenen van de SVB wordt door de cliënten gemiddeld met een 8,4 beoordeeld, hetgeen als hoog is te kwalificeren.

Afstemmingsoverleg
In de beginperiode vond maandelijks afstemmingsoverleg plaats tussen het Indisch Platform, VWS en de SVB over de voortgang van de uitvoering van de Uitkeringsregeling. Nu het afwegingskader helder is en het aantal verstrekte uitkeringen afneemt, is de overlegfrequentie afgenomen. De SVB verstrekt periodiek aan VWS en het IP een rapportage over de uitvoering van de regeling met daarin een overzicht van het aantal onderzochte dossiers, ontvangen aanvragen, toekenningen, afwijzingen, bezwaar/beroep en klachten. Ook geeft men een inhoudelijke beschrijving van de belangrijkste punten in de uitvoering.

Contacten met ambassades
De SVB heeft Nederlandse ambassades van informatie over de uitkeringsregeling voorzien en deze eind 2016 ook geïnformeerd over de verlenging en het afwegingskader. Daarbij zijn aanvraagformulieren, advertentieteksten en brochures verspreid. Ambassades in landen waar relatief veel mensen uit voormalig Nederlands-Indië zijn gevestigd (USA, Canada, Indonesië, Australië, Nieuw-Zeeland en Zuid-Afrika) zijn daarnaast verzocht om deze informatie te verspreiden onder lokale Nederlandse verenigingen. Als ambassades overzichten van verenigingen aanleverden werden deze rechtstreeks vanuit de SVB van informatie voorzien. De ambassade en de sociale rapporteurs in Indonesië hebben aanvullende diensten verricht bij het verkrijgen van bewijzen van in leven zijn en het betrachten van zorgvuldigheid bij betalingen.

Uitputting middelen
Voor de Uitkeringsregeling Backpay is in eerste instantie een budget gereserveerd van € 19 miljoen euro voor 600 bruto uitkeringen (inclusief eindheffing). Aangezien de regeling met een jaar is verlengd, blijft het resterende budget van € 1,6 miljoen beschikbaar in 2017.

Collectieve erkenning
In overleggen met uw Kamer heb ik een brede steun geconstateerd met betrekking tot passende vormen van een ‘brede collectieve erkenning’ van hetgeen in voormalig Nederlands-Indië heeft plaatsgevonden en van wat individuele Nederlanders daar hebben moeten ondergaan.

Dit sluit ook aan op het breed opgezette onderzoek naar de context van het geweldgebruik en de periode van dekolonisatie in Nederlands Indië/Indonesië vanuit politiek, bestuurlijk, justitieel en militair perspectief, waarover u geïnformeerd bent bij brief van 2 december 2016 door de Ministers van Buitenlandse Zaken, van Defensie en mijzelf (Kamerstuk 26 049, nr. 82).

Belang van de collectieve erkenning
Nederlands-Indië werd op 8 maart 1942 bezet door de Japanners. Zowel de inheemse bevolking als de Nederlandse burgers en militairen ondergingen een zware oorlogstijd. Na de Japanse capitulatie zijn vanaf 1945 circa 300.000 personen naar Nederland getrokken in grofweg vier migratiegolven. Het bestaan in Nederland viel deze vluchtelingen vaak niet gemakkelijk: ontheemd, berooid en vaak getraumatiseerd trof men een land in opbouw aan waar weinig interesse was voor het leed dat men in Azië had moeten ondergaan. Via contractpensions, doorgangskampen, leegstaande vakantieverblijven en toegewezen woningen viel velen het leven zwaar. De Nederlandse overheid heeft zich daarbij lang kil en bureaucratisch getoond tegenover de immigranten, waarvoor in 2000 excuses zijn aangeboden en Stichting Het Gebaar in het leven is geroepen ten behoeve van 97.000 individuele uitkeringen en diverse collectieve doelen.

Een diepgeworteld gevoel onrechtvaardig te zijn behandeld, het verdriet en de zoektocht naar de eigen identiteit waren daarmee niet verdwenen. Velen hebben zich tweederangs burgers gevoeld, en sommigen voelen dat nog. Hoewel de Indische gemeenschap een heterogene samenstelling kent, voelt men zich in alle verscheidenheid verbonden met het voormalig Nederlands Indië. Collectieve erkenning dient dan ook aan te sluiten bij die verscheidenheid en de ambitie om dat verleden te verankeren in de Nederlandse samenleving.

Invulling vanuit de Indische gemeenschap zelf
Doel van deze collectieve erkenning is ook de verankering van het Indische culturele erfgoed in de Nederlandse samenleving. Hierbij is essentieel dat niet de overheid bepaalt wat voor die erkenning nodig is, maar dat de Indische gemeenschap daar zelf het voortouw in neemt. Duurzaamheid, tastbaarheid en zichtbaarheid van de erkenning zijn daarbij wezenlijk. Door het eerder ervaren gebrek aan erkenning door de Nederlandse overheid en samenleving moeten hierbij respect en waardigheid centraal staan. Zo hebben we er ook in de Kamer over gesproken. Het is de ambitie om te werken aan een nieuwe fase in de relatie tussen overheid, de Nederlandse samenleving en de omvangrijke Indische gemeenschap in ons land.

In deze gezamenlijke zoektocht heb ik veel gesprekken gevoerd met partijen en personen die op één of andere manier de Indische gemeenschap vertegenwoordigen: belangenbehartiging, herdenkingsorganisaties, zorgverlening, artiesten en vele andere. Deze verkenning is afgesloten met een brede expertmeeting waarin de resultaten uit die gesprekken zijn besproken en werden ondersteund. De vormgeving van een collectieve erkenning voor de Indische gemeenschap in Nederland kent daarbij een aantal ambities. Zo moet sprake zijn van:
– een blijvend karakter, niet slechts incidenteel effect;
– gerichtheid op de Indische identiteit(en);
– de essentie van de geschiedenis en het cultureel erfgoed van Nederlands Indië;
– niet puur locatiegebonden kenmerken, maar een nationale of regionale vertaling;
– een verbindende factor voor de verschillende Indische groeperingen onderling, en tussen de Nederlandse samenleving en de Indische gemeenschap;
– balans en onpartijdigheid, dus zonder eenzijdige politiek-historische lading.

Inhoudelijke onderdelen van de collectieve erkenning
In mijn gesprekken met de Indische gemeenschap heb ik gevraagd wat men inhoudelijk nodig vond om collectieve erkenning gestalte te geven. Vervolgens heb ik getoetst in welke mate men eerder in de Kamer genoemde onderdelen nodig achtte. Op basis van deze gesprekken – en de brede expertmeeting – constateer ik dat onderstaande onderdelen als centraal punt in de collectieve erkenning voor de Indische gemeenschap worden benoemd.

Een échte Indische pleisterplaats
Een plek die werkelijk kan dienen als pleisterplaats wordt van cruciaal belang geacht voor de collectieve erkenning van de Indische gemeenschap. Per brief van 26 juli 2007 (Kamerstuk 20454 nr. 86) is melding gemaakt van de oprichting van het Indisch Herinneringscentrum (IHC). Daarbij is toen als locatie gekozen voor het landgoed Bronbeek in Arnhem. Na een uitvraag onder de Indische gemeenschap heeft het IHC besloten om de pleisterplaats verder vorm te willen gaan geven in Den Haag. Dit betekent dus het vertrek van het landgoed Bronbeek in Arnhem.

Scholing en educatie
Tweede onderdeel dat de Indische gemeenschap aangeeft betreft de wijze waarop onze geschiedenis met Indië vorm krijgt in het lesmateriaal op school.

Herdenken
Het belang van herdenken wordt door iedereen onderschreven. De nationale herdenking op 15 augustus moet daarom breder ingezet worden. Met herdenken leeft niet alleen de herinnering voort, maar kunnen ook educatieve doelen nagestreefd worden.

Museale en kennisfunctie
Voor de museale en kennisfunctie ten aanzien van het Nederlands Indisch cultureel erfgoed ziet men graag een betere verbinding tussen de verschillende deelcollecties en kleine musea, de ontwikkeling van een museaal kader en de totstandkoming van een digital passenger search.

Culturele activiteiten
Een vijfde onderwerp van de collectieve erkenning van Indisch Nederland is de clustering en thematische verbondenheid van culturele activiteiten, gekenmerkt door hun typische Indische karakter en het verbindende element van samenzijn. Hierdoor kunnen bovendien niet-Indische Nederlanders laagdrempelig kennis maken met cultuurhistorisch Indisch erfgoed.

Contextgebonden zorg
Nederland kent een uitgewerkt stelsel van zorg aan hen die dat behoeven. In relatie tot zorg voor de eerste generatie van Indische Nederlanders ziet men deze graag geïntensiveerd, onder meer door (h)erkenning van een Indisch verleden door zorgaanbieders, de toepassing van kennis van dat verleden in zorgplannen en in de uitwerking van het zorgaanbod. Hierbij is het relevant te onderkennen dat er verschillen zijn in de vragen en behoeften van generaties.

Vervolgstappen
Ik beschreef u hiervoor hetgeen de Indische gemeenschap als zes inhoudelijk gewenste onderdelen terugziet in een collectieve erkenning van haar verleden. Ik zal Uw Kamer voor de zomer nadere informeren over de verdere concretisering en uitvoering van de verankering van het cultuurhistorisch erfgoed en welzijn van de Indische gemeenschap in Nederland, waarbij ik wederom betrokkenheid vanuit de Indische gemeenschap (IHC, Pelita en het IP, ieder vanuit hun eigen rol en expertise) nadrukkelijk tot zijn recht wil laten komen.

Vooruitlopend daarop heb ik alvast projecten gefinancierd, onder andere op het terrein van contextgebonden zorg voor de Indische doelgroep, mede vanwege de inmiddels hoge leeftijd van deze doelgroep. Dit argument geldt tevens voor het  getuigenproject dat van start is gegaan in het kader van het brede onderzoek naar de dekolonisatieperiode in Nederlands Indië/Indonesië. Zodat niet alleen hun verhalen gehoord en vastgelegd worden maar waardoor ook het fundament wordt versterkt voor onderzoek naar deze periode en voor onderwijs aan volgende generaties.

Hoogachtend,

de staatssecretaris van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,

drs. M.J. van Rijn

[1] Wetende dat dit om politiek-historische redenen gevoelig kan liggen, probeer ik met “de Indische gemeenschap in Nederland” duiding te geven aan “iedereen met roots in die verre archipel, die zelf of waarvan de voorouders door oorlogsgeweld en na-oorlogse ontwikkelingen tot 1967 naar Nederland zijn gekomen”. Die groep wordt door het IP geschat op twee miljoen Nederlanders.

x

Dit bericht werd geplaatst in 9. Java Post. Bookmark de permalink .

19 reacties op Stand van zaken backpay

  1. peterflohr zegt:

    Er wordt met een grote boog om de feitelijke uitvoering tot op heden gepraat. Daar wordt met geen woord over gerept en dat is heel erg jammer. Aantoonbaar is gebleken dat niet in alle gevallen de uitvoering vlekkeloos is verlopen met tot gevolg dat onnodig pijn en verdriet ontstaan is. Gezwegen wordt over de inzet van vrijwilligers vanuit de Indische gemeenschap en een particuliere onderneming. SVB heeft niet zonder die inzet haar werk kunnen doen. De vragen die in de kamer zijn voorgelegd aan de staatssecretaris zijn vanuit die vrijwillige inzet naar voren gekomen. Hier wordt geen aandacht aan gegeven. Jammer.

  2. Bart Huysman zegt:

    En worden de Nazaten niet evenzeer vermeden genoemd te worden? 2e generatie?
    Ach, zo moe gevoel weer na het lezen van de brief van de staatssecretaris, zo moe.

  3. buitenzorg zegt:

    Wat mij nogal verbaast is de voetnoot: De Indische gemeenschap in Nederland = “iedereen met roots in die verre archipel, die zelf of waarvan de voorouders door oorlogsgeweld en na-oorlogse ontwikkelingen tot 1967 naar Nederland zijn gekomen” – door het IP geschat op twee (!!!!) miljoen. NB, de Indo´s in de rest van de wereld vallen hier dus niet onder. De hoogste schatting die ik ooit las, m.b.t. alle Indische Nederlanders, was 1 miljoen.
    Wat weet het IP, en kan daarvan ook nog eens de staatssecretaris overtuigen? Groeit de Indische gemeenschap zó snel? Twee op zeventien miljoen is al 12 %: misschien tijd voor de heropening van het Ministerie van (ex)Overzeese Gebiedsdelen? 🙂

    • Jan A. Somers zegt:

      Dat is nou een leuk ander onderwerp. We hebben het altijd gehad over onze slachtofferaantallen, de dode nullen. Moet je heel veel van hebben om met het vingertje te kunnen wijzen naar al die stoute inlanders. Hebben nu dus ook heel veel levende nullen. Siësta als Indische gewoonte? Plus Viagra?

      • Robert zegt:

        Met Viagra maak je de gerichtheid groter..

      • Robert zegt:

        Van Rijn heft daar op de foto zijn kopje op. Was hij bezig zijn Viagra pil te slikken om de gerictheid te vergroten?

      • e.m. zegt:

        @Van Rijn heft daar op de foto zijn kopje op.@

        — Volgens mij is hij bezig om “Proost Robert” te zeggen en is-tie bij de “b” . . .

    • Robert zegt:

      Ze hebben blijkbaar de dode Indos meegeteld in hun schatting. De rest wordt verwezen naar musea, culturele instellingen en pleisterplaatsen.

  4. Frits Siegel zegt:

    Mijn vader werkte als hoofdbedijfsambtenaar bij de telegraafdienst van de PTT. Ging na de bezetting in het verzet en werd door verraad opgepakt door de Kempetai, gemarteld en opgesloten in diverse gevangenissen , tot het laatst in de beruchte Glodokgevangenis.
    Mijn moeder, een blanke vrouw, wilde met haar kinderen niet in het vrouwenkamp. Wij vluchten toen bij Bogor de bergen in en hebben in een huisje aan de rand van bos en kampongs bijna 2 1/2 jaar (met honger) gel;eefd. Wij zijn in 1946 gerepatrieerd.
    Ik vind dat wij kinderen van voor de oorlog (buitenkampse kind) net zoveel geleden hebben als onze ouders. Ik vind dat wij net zoveel rechten hebben op een financiele genoegdoening.
    Beilen, Frits Siegel

  5. Ælle zegt:

    Loh?! Forbidden?!
    Forbidden
    You don’t have permission to access /artikelen-speciaal/5-blog/nieuws-en-berichten-in-de-zijlijn/10-vaste-kamercomissie-geen-backpay-voor-indische-nederlanders on this server.

  6. Peter van den Broek zegt:

    Dat op mijn opmerking over Nederlands Indie als “Zelfstandige Rechtspersoon” en de Bersiap wordt ingegaan is weliswaar interessant, maar ik wil het onderwerp ter discussie brengen waar het thuis hoort, dit om andere discussies niet te “vervuilen” en uit respect voor een onderwerp als Tarakan en de KNIL-militairen.

    De Nederlandse Staat beweert bij de Bersiapzaken dat Nederlands Indie als een “Zelfstandig Rechtspersoon” beschouwd mag worden m.a.w. de “Rechtsopvolger” is verantwoordelijk, i.c. de Verenigde Staten van Indonesie VSI.

    Een advocaat in één van de Backpay-zaken geeft daarentegen aan dat uit de Geschiedschrijving blijkt dat Nederlands Indie geen “Zelfstandige Rechtspersoon” is. Dat is toch een interessant argument voor Backpay claimers en iets anders dan spijkers op laag water zoeken.

    Ik ga ervan uit dat Nederlands-Indie een Zelfstandige Rechtspersoon is, ik neem dat als start en meetpunt . De Japanse inval in 1942 verandert die situatie volledig.
    Neem ik het gezaghebbend werk van Prof. Lou de Jong “Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog” als referentiekader, dan kan ik aangegeven waar de Zelfstandigheid i.c. de Zelfstandige Rechtspositie van Nederlands Indie in de loop van de Japanse bezetting versterkt maar ook verzwakt wordt. weliswaar in Geschiedkundig opzicht
    .
    Zo’n opmerking dat” HJ van Mook een volledige Nederlands-Indische regering in Australië tot zijn beschikking” is in volledige tegenspraak wat Prof L. de Jong in zijn standaardwerk beschrijft.

    Om dan de Nederlandse regering in ballingschap als “Londense club” te beschrijven lijkt mij niet zo’n gelukkige omschrijving en daarbij het ministerschap van diezelfde HJ van Mook (Minister van koloniale Zaken dwz Nederlands –Indie Suriname en Curacao) voor de ontwikkelingen niet zo relevant was” is bij het lezen van datzelfde standaarwerk een soort blasfemie.

    • Jan A, Somers zegt:

      “een soort blasfemie” Nee hoor, dat vond Van Mook zelf. Hij voelde zich niet thuis in dat Londense gezelschap met hun interesses. Van alles en nog wat, behalve Indië. Heeft u wel eens gelezen hoe koningin Wilhelmina dacht over haar regering in Londen?
      “volledige Nederlands-Indische regering” Van Mook had de mensen die hij in Australië nodig had allemaal bij elkaar. Hij had natuurlijk geen departement van onderwijs, ook geen departement van verkeer en waterstaat. enz. nodig. Voor hem was het compleet.
      ” Een advocaat” Advocaten zeggen zoveel. Zij moeten toch hun honorarium waarmaken? Alleen wat de rechter vindt is van belang.
      “verandert die situatie volledig.” Hoe staat het dan met het bezette gebiedsdeel Nederland? Met België? Met Frankrijk? Ik volg gewoon Shaw die het bezette Duitsland als voorbeeld noemt: With the defeat of Germany (…) the Allied Powers assumed “supreme authority” with respect to that country (…). The Control Council established by the Allies acted on behalf of Germany (…) .The state of Germany continued however (…). In mijn boek heb ik dat vertaald met een bestuursduiding: Zaakwaarneming. Die Japanse bezetting werd beëindigd op 15 augustus 1945, waarbij Japan al zijn staatkundige wijzigingen te niet moest doen, en de vooroorlogse staatkundige situatie moest herstellen. Conquest is al heel lang uit het volkenrecht verdwenen!
      Ik begrijp niet dat u zo’n normale juridische constructie als zelfstandig rechtspersoon niet wilt snappen. Lees eens uw schriftje uit uw CLD-tijd er op na! Niet alleen Indië was als gebiedsdeel zelfstandige rechtspersoon, dat was Nederland als gebiedsdeel ook. Met het koninkrijk als oppertoezicht. Waarbij dat koninkrijk erop moet toezien dat een gebiedsdeel bestuurlijk niet buiten zijn boekje gaat, en daarmee het geheel, of andere gebiedsdelen kan benadelen. Bij de rechterlijke macht heet zoiets marginale toetsing. En Indië als werkgever was iets anders dan Nederland als werkgever, of zeg maar TNO. Binnen Nederland zijn gemeenten, provincies, waterschapen, de staat zelf, allemaal zelfstandige rechtspersonen. Zelfstandige entiteiten binnen het geheel. Rechtspersoon, want het recht gaat over personen, al dan niet natuurlijk. Wil je in je bedrijf met anderen kunnen handelen, dan moet je bedrijf rechtspersoon zijn. Gewoon even bij de K.v.K langsgaan!
      “De Nederlandse Staat beweert ” De staat beweert niets, de staat mag niet eens beweren (hooguit de landsadvocaat, daar wordt die voor betaald), dan wordt die teruggefloten door de rechter, die in het Amsterdamse Hof twee keer de weg heeft gewezen naar Indonesië. En daarbij het begrip verjaring niet hanteerde aangezien de Indonesische rechter dat begrip wel eens anders zou kunnen hanteren. En waarbij de minister het oordeel van de rechter moet volgen, leuk of niet.

  7. Peter van den Broek zegt:

    Ik dank de Heer Somers hartelijk voor zijn uiteenzetting over het Backpay probleem. Ik had dat eigenlijk wel verwacht, want hij heeft het al vele malen herhaald. Dat scheelt mij handen met werk. Hij mag ook aangeven dat zijn vader of hij als rechtsopvolger in wezen ook een backpay claim kon indienen, maar zijn vader heeft dat nooit gedaan ondanks zijn werk onder het bewind van president Soekarno.

    Het gaat mij erom aan te geven dat het zelfstandige karakter van de Rechtspersoon Nederlands-Indie door de Japans bezetting sinds 1942 verandert in positieve maar ook in negatieve zin.
    De zelfstandige Rechtspersoon Nederlands-indie komt pas tot leven, wordt zichtbaar en grijpbaar als over haar Geschiedenis na 1942 wordt verteld. Ik gebruik daarbij het standaardwerk van Prof. Dr L. de Jong Het koninkrijk der Nederlanden in deTweede Wereldoorlog” als uitgangspunt. Mijn verhaal is een Geschiedkundig verhaal.

    HJ Van Mook is één van de hoofdpersonen van het dekolonisatieproces. Zijn levensloop na 1942 karakteriseert wel het verloop van de gebeurtenissen in Nederlands Indie. Op 27 December 1949 vond de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië plaats. Van Mook had toen al lang plaats gemaakt.

    wordt vervolgd

    • Jan A, Somers zegt:

      “Van Mook had toen al lang plaats gemaakt.” Ja, zonder bedankje. Maar zijn rol (gebiedsdeel) was met Linggadjati ook al voorbij, De soevereiniteitsoverdracht was een koninkrijksaangelegenheid: Koningin Juliana, in Amsterdam.
      “ondanks zijn werk onder het bewind van president Soekarno.” Mijn vader, en al zijn collega’s, hadden niks met president Soekarno te maken. Hun directe baas was: Bij besluit van de minister van Perhubungan, Tenaga dan Perdjaän van 28 januari 1950 werd het volgende bepaald:
      1e Alle aangelegenheden behorende tot de werkkring van het voormalige Dept. van Scheepvaart (,,,) zullen behoren tot de werkkring van het Dep. Pel.;
      2e Alle wettelijke en contractuele bevoegdheden van de voormalige Secretaris van Staat zullen (…) onder de bevelen en het oppertoezicht van genoemde Minister, worden uitgeoefend door Kepala Dep. Pel.
      In die functie werd de heer Van Deinse vervangen door Mas Pardi, vóór de oorlog eerste officier van de Gouvernements Marine, en tijdens de bezetting admiraal bij de Angkatan Laut Republik Indonesia. Een man wiens nieuwe functie door de officieren van de voormalige Gouvernements Marine van harte werd gegund. En in Nederland liepen de contacten via de Komisaris Agung RIS in Den Haag. Keurig geregeld, zoals het hoort. Mijn vaders liefste schip, de Zuiderkruis, werd naderhand statiejacht van de president RIS.

  8. Peter van den Broek zegt:

    Nou heer Somers, U springt wel van de hak op de tak, dat schept alleen maar Wanorde en Chaos zoals bij Uw Bersiapbeschrijving.

    Bij de “Zelfstandige Rechtspersoon Nederlands-Indie” in verband met de Backpay mag men toch wel systematisch en chronologisch te werk gaan. Een discussie over de Backpay is niet gebaat bij Uw breedsprakige en uitvoerige benadering. De Gouvernementsmarine is toch wel een heel klein detail en nietszeggend als dat ook nog eens gaat over de periode na 1949.

    Mag ik teruggaan naar 1942, toch het begin van het Einde van ons Nederlands-Indie?

    • Jan A. Somers zegt:

      Sorry, ik word oud. Ik dacht te kunnen regeren over uw reactie over de connectie tussen mijn vader (en de hele GM), en Soekarno. En de connectie met de backpay, in het item over de backpay. Nogmaals sorry.
      ““Zelfstandige Rechtspersoon Nederlands-Indie” in verband met de Backpay” Foutje, die werkgever had niets te maken met de backpay, wel met de achterstallige salarissen.
      “karakter van de Rechtspersoon Nederlands-Indie door de Japans bezetting sinds 1942” Klopt helemaal, Japan als volkenrechtelijke zaakwaarnemer. En op 15 augustus weer terug naar de Zelfstandige Rechtspersoon Nederlands-Indië. U merkt het, we zitten bijna op één lijn.
      Maar die GM moest wel, in plaats van de KM, op zoek naar de Duitse slagkruisers, en daarbij direct artillerievuur openen. (met houten mitrailleurs! Ja, ze hadden nog een timmerman aan boord!). En die grote Engelse konvooien begeleiden door de Indische wateren.

      • Peter van den Broek zegt:

        Japan als Volkenrechtenlijke zaakwaarnemer in een onderdeel van het Koninkrijk ? En Duitsland als Volkenrechtenlijke zaakwaarnemer in een ander onderdeel van het Koninkrijk? Ik kan het even niet volgen.

        Wanorde en Chaos, hak op de tak, waar is de tijdlijn en d systematiek? we gaan terug in the tijd , Januari 1942.

      • Jan A, Somers zegt:

        “Ik kan het even niet volgen” Dat idee had ik al lang. ff niet opgelet bij de les begrijpend lezen op het CLD. Niet erg hoor.

  9. Peter van den Broek zegt:

    In Nederlands spraakgebruik wordt bij zaakwaarneming wel afspraken tussen partijen gemaakt en een vergoeding voor de waarneming bepaald.
    Pas ik de beschouwing van dhr Somer op Nederlands Indie toe, dan heeft de zaakwaarnemer de Japanse keizer Hirohito,een afspraak met de GG van Starkenborgh gemaakt en tevens een vergoeding afgesproken. Hirohito stuurt wel 60.000 militairen op Indie af en boort in de Javazee wat schepen in de grond. Dhr Somers heeft toch wel een individuele kijk op onze geschiedenis.

    Maar nu terug naar het topic: de positie van Nederlands-Indie als Zelfstandige Rechtspersoon.

    1942.01.01 De Gouverneur-Generaal GG Van Starkenborgh benoemt HJ Van Mook tot luitenant-Gouveneur-Generaal.

    Commentaar:
    De functie van luitenant-GG is best uitzonderlijk want die komt behalve in het geval van Baron De Kock (zie fort De Kock), die in 1825/1826 eerst GG en daarna de luitenant-GG werd bij mijn weten eigenlijk niet voor in de Indische geschiedenis, daargelaten dat de Wet op de Indische Staatsinrichting IS niet uitdrukkelijk de functie van een luitenant-GG aangeeft.

    De nood van de Staat van Oorlog met Japan breekt wetten. HJ van Mook houdt zich bezig met wapeninkopen in de VS. Van Starkenborgh had toch net zo goed zijn Hoofd Inkoop daar naar toe kunnen sturen? zo’n hoger functie van Algemeen Bestuur is daarvoor eigenlijk niet nodig.
    Dat niet alleen, HJ Van Mook vat zijn taak nogal ruim op en maakt ook contact met buitenlandse politieke en militaire figuren. Hij beweegt zich op het terrein van de buitenlandse politiek en dat is zijn taak niet, maar voorbehouden aan een Minister van Buitenlandse Zaken. Die functie bestaat niet in de Staatsinrichting van Nederlands Indie!!!! Niet iedereen is zo tevreden met de taakopvatting van HJ Van Mook.

    Wordt vervolgd met GG van Starkenborgh Stachouwer als Opperbevelhebber der Strijdkrachten in Nederlands Indie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s