De geschiedenis van Pabuaran

Sejarah pabrik alkohol Pabuaran

De geschiedenis van Indonesië begint, als we het internet mogen geloven, in 1945. Het enige meldenswaardige van vroeger tijden is in veel gevallen een plaatselijke legende uit de tijd van Majapahit. De koloniale tijd wordt overgeslagen. Wat betekent dat voor het historisch besef? Voor de Indonesische cultuur? Misschien weinig daar waar de Nederlanders geen stempel op de samenleving hebben gedrukt. Maar daar waar ze dat wél deden is dit toch een gemis? Zoals in het geval van Pabuaran, een gehucht onder de rook van Cirebon?

Voorgevel De Volharding

Voorgevel De Volharding

Door Bert Immerzeel

Rijden we een stukje mee met de camera-auto van Google Street View, dan zien we een dorp als bijna alle andere op Java: een wat rommelige hoeveelheid winkeltjes, opgebouwd van spaanplaat en golfplaten, onttrekt de blik aan wat oudere koloniale woningen aan de rand van de desa. Pabuaran telt thans tussen de 5 en 10 duizend inwoners. Los van de nog bestaande landbouw zullen de meesten hun bestaan vinden in de dienstverlening, voor een deel in het nabijgelegen Cirebon.

Een eeuw geleden, toen het dorp nog Paboearan of Paboewaran heette, was dat heel anders. De werkgelegenheid was toen vrijwel uitsluitend gerelateerd aan de plaatselijke suikerfabriek Leuweunggadjah en de in het centrum van het dorp gevestigde arakstokerij De Volharding. Vooral deze laatste was beeldbepalend. De naam ´Paboearan´ stond voor een enorm fabriekscomplex met een tiental bijbehorende woningen voor Europees personeel. In een tijd waarin het dorp misschien nog slechts een duizendtal inwoners telde, was bijna ieder gezin uit Paboearan de een of andere manier aan deze stokerij verbonden. 

Het Nieuws van den Dag voor Nederlandsch-Indië schreef in 1905:  “Instappende te Tjiledoek en de trein te Kadipaten verlatende, kan men gerust zeggen circa 5 uur tussen suikerriettuinen gereden te hebben. Het is verbazend zulke uitgestrektheden als hier met dat zoete goedje beplant zijn, hetgeen echter geen bevreemding meer wekt, indien men weet, dat aan dit lijntje van 5 uur alle 13 suikerfabrieken liggen, waarop de Residentie Cheribon kan bogen. Deze onafgebroken reeks van suikerfabrieken wordt alleen bij de halte Tjikoelak onderbroken door de arakstokerij ´de Volharding´, in de dessa Paboearan. Nog weinig jaren geleden een kleine onderneming, heeft de tegenwoordige eigenaar er een grote vlucht aan weten te geven en zij mag thans tot de grootste ondernemingen van dien aard in Indië worden gerekend. Niet alleen arak en spiritus worden hier gestookt, maar ook odeurs, lakken en vernissen bereid en dat alles uit die zogenaamde ´pohot´, d. i. afloopstroop der omliggende suikerfabrieken.”

Het was dus die ´pohot´, of melasse, een bijproduct van de suikerrietverwerking, die hier als grondstof diende voor de fabricage van een aantal andere producten. Alhoewel De Volharding ook reukwaters, vernissen en arak fabriceerde, stond het vooral bekend om de productie van spiritus. Deze werd verhandeld in twee soorten: de zuivere spiritus (tenminste 95% alcohol), op zijn beurt gebruikt als grondstof door andere fabrieken, en de brandspiritus (<95% alcohol) voor huishoudelijk gebruik.

Paboearan, luchtfoto

Paboearan, luchtfoto

De Nederlandsch-Indische Spiritus maatschappij

De Volharding werd, voor zover wij weten, kort na de opheffing van het Cultuurstelsel, in 1871 opgericht door J. Schlüter. Twintig jaar later vertrok deze wegens gezondheidsredenen naar Batavia en deed de zaken over aan zijn broer P. Schlüter. Het bedrijf stond daarna op naam van P.Schlüter & Co. Zoals we reeds in het Nieuws van den Dag lazen: het moet in deze periode flink zijn gegroeid. Om verdere groei mogelijk te kunnen maken besloot Schlüter in 1908 tot oprichting van een naamloze vennootschap, de ´Nederlandsch-Indische Spiritus maatschappij´, te Amsterdam. Het Bataviaasch Nieuwsblad van 2 mei 1908 over deze oprichting:

“Het doel: in het algemeen, in vereniging met anderen dan wel geheel voor eigen rekening, het vervaardigen van en de handel in spiritus en zijn neven- producten, en in het bijzonder het overnemen, uitbreiden en exploiteren van de bestaande spiritusfabriek De Volharding, gelegen te Paboearan, in de afdeling en residentie Cheribon, benevens het oprichten en drijven ener tweede spiritusfabriek in de afdeling Modjokerto, Soerabaja. Duur tot 31 December 1999. Kapitaal: f 4,000,000. verdeeld in 4000 aandelen van f 1000; voorlopig worden daarvan 2200 aandelen uitgegeven, die alle zijn geplaatst en volgestort. Inbreng als volledige storting op 800 aandelen: 1. grond te Paboearan, gelegen In het district Losarie, met de daarop gelegen woningen, fabrieksgebouwen, pakhuizen, schuren, reservoirs, waterleidingen, gouvernementsvergunningen of welke andere rechten ook; 2. het uitsluitend recht van beschikking over de firma P. Schluter & Co., waaronder de inbrenger thans zijn zaken drijft, de handelsmerken, contracten en relaties en het archief dier firma. De vennootschap wordt, onder toezicht van een raad van commissarissen, door één directeur beheerd. De raad van commissarissen bestaat uit ten minste 3 en ten hoogste 7 leden. Voor de eerste maal zijn benoemd: tot directeur de heer W.F. van Heukelom. te Amsterdam; en tot commissarissen de heren: W.G.J. Eschauzier, te ’s Gravenhage; Th.J. van Haren Noman, te Amsterdam; E.V.J. Perquy, te Bergen op Zoom; mr. J.G. van Marie, te Amsterdam, en jhr. J. de Serière, te ’s Gravenhage.”

Schlüter verkocht dus zijn bedrijf aan de naamloze vennootschap voor f 800.000, het equivalent van 20% van de aandelen in het nieuwe bedrijf. De ´Landbouw Maatschappij´ bezat ongeveer 40%. Voor verdere uitbreiding werd een tweede spiritusfabriek opgericht in Wates, ten zuiden van Soerabaja.

Aanvankelijk leek het een slechte investering. Sinds de oprichting van de Spiritus Mij. verminderde de vraag naar spiritus zodanig dat de fabriek te Wates in 1909 slechts op halve capaciteit kon werken. Een jaar later werd deze nieuwe fabriek zelfs, bij gebrek aan afzet, geheel stilgelegd. Vanaf april 1912 werkte zij weer met halve kracht tot juni 1913. Daarop nam, door toedoen van de Eerste Wereldoorlog, de afzet in Azië van spiritus zó toe, dat beide fabrieken op volle capaciteit konden werken, en de kleinste, die in Wates, zelfs moest worden vergroot. In 1915 en 1916 werden forse winsten geboekt. Aan de Nederlandse aandeelhouders werd over de periode 1903-1916 gemiddeld 15% dividend uitbetaald.

Baten en lasten

Beslagbakken

Beslagbakken

Het waren de hoogtijdagen van het kapitalisme, en dus waren de baten en lasten wel zeer onevenredig verdeeld. De inlandse werknemers van De Volharding – het moeten er inmiddels enkele honderden zijn geweest – werkten tegen een schamel loon en hadden te maken met risicovolle arbeidsomstandigheden. Zo verdronken in 1887 twee arbeiders in de melassestroop: “Een inlander op de arakstokerij Paboearan te Cheribon geraakte door onvoorzichtigheid in een pas gevulde beslagbak, welke onvoorzichtigheid hem het leven kostte; een zijner familieleden, eveneens in de stokerij werkzaam, die hem ter hulp wilde komen, stortte mede in het kokend vocht, zodat ook hij er uit werd gehaald, nadat de levensgeesten waren geweken.” In 1911 vond een brand plaats waarbij opnieuw twee werknemers het leven lieten.  Het Nieuws van den Dag beëindigt zijn verslag over deze gebeurtenis met: “De materiële schade is, naar verluidt, zeer groot, edoch door assurantie gedekt.”

Voor het behoud van het bedrijf, de cultuur, en de winst, werden scherpe scheidslijnen getrokken. De opzichters en ´chemikers´ dienden van Europese komaf te zijn.

Een waarschijnlijk weinig opgemerkt, maar veelzeggend bericht, in 1910 uit het Soerabaijasch Nieuwsblad:  “De heer A.W. Harthoorn, opziener der recherche te Tjiledoek, belast met de controle van de accijns op spiritus in de fabriek te Paboearan, is plotseling gestorven, vermoedelijk ten gevolge van vergiftiging.” Geen enkele der Indische kranten berichtte later nog over dit voorval. Vreemd, des te meer daar de heer Harthoorn slechts vijf maanden eerder werd aangesteld in deze functie. Was de combinatie spiritus en accijns misschien te brandbaar?

Het lijkt erop van wel. In 1923 kwam dit aan het licht bij de rechtszaak met betrekking tot de zogenaamde ´Dralle-affaire´. De Duitse firma Dralle, gevestigd in Garoet, betrok voor de vervaardiging van allerlei geurstoffen en chemicaliën een deel van haar grondstoffen van de Spiritus Mij. in Paboearan. De contactpersonen voor de transacties waren directeur Hibbeler van Dralle, en administrateur d´Ancona van Paboearan. In het kort kwam het hier op neer dat Dralle grote partijen zuivere (belaste) spiritus van Paboearan betrok, die werden geadministreerd als (onbelaste) brandspiritus. Schade voor de fiscus naar schatting f. 800.000. Beide beklaagden werden veroordeeld: Dribbeler tot een boete van f. 70.000, d´Ancona f. 50.000.

Hoe het verder ging

Hoe het verder ging? Wel, voor de arbeiders veranderde weinig, zij het, dat de negatieve gevolgen van fluctuaties in de output voornamelijk op hun rekening werden geschreven. De fabrieken in Pabaoeran en Wates zaten met hun productiecapaciteit tegen de limiet aan. Als de vraag tijdelijk wegviel, werd één van beide fabrieken tijdelijk gesloten. Het bijbehorende Europese personeel verhuisde dan naar de andere vestiging; een groot deel van het inlandse personeel moest tijdelijk de broekriem aantrekken.

Zo ook in de jaren ´30 toen de spiritusproductie op een laag pitje stond. In 1938 ging bij een grote brand in Wates een deel van de voorraad verloren. De kranten meldden echter: “Op Paboearan ligt een zeer grote voorraad alcohol, waarmede men voorlopig in de export zal kunnen voorzien, terwijl men voor de binnenlandse consumptie in elk geval nog de 800 drums te Wates in opslag heeft. Gezien de huidige marktsituatie is de bedrijfsschade dus gering.”

Van het lot van Paboearan tijdens de oorlogsjaren is ons niets bekend. We mogen veronderstellen dat (een deel van) de Europese bedrijfsleiding geïnterneerd werd en dat het productieproces stilviel. Na de Japanse periode werd de fabriek weer in gebruik genomen. Kort voor de soevereiniteitsoverdracht op 27 december 1949 werd de naam van de Nederlandsch-Indische Spiritus Mij. veranderd in N.V. Paboearan. Dit zou erop kunnen duiden dat ´Wates´ verloren was gegaan.

Pabuaran, 2016: de plaats waar de fabriek heeft gestaan.

Pabuaran, 2016: de plaats waar de fabriek heeft gestaan.

Verbeterd Guillaume apparaat

We keren terug naar het Pabuaran van nu, en zien dat ook de N.V. Paboearan niet meer bestaat. De fabriek is gesloopt. Brandspiritus wordt niet meer verkocht, en alcohol is in het islamitische Indonesië uit de gratie.

Het verbeterd Guillaume apparaat

Het verbeterd Guillaume apparaat

Op de plaats waar De Volharding gedurende een eeuw het beeld van het dorp bepaalde, ligt nu een kale grasvlakte met hier en daar wat struiken. Op de plaats waar drie, vier, misschien wel vijf generaties arbeiders slechts een wereld kenden van chemicaliën, beslagbakken, drumgoedangs en laadperrons, voetballen nu enkele kinderen.
Op foto´s van De Volharding zien we een ´verbeterd´ Guillaume-apparaat. Misschien was dit wel de trots van de fabriek, en van het hele dorp. Wie weet echter nu nog wat dat was, een Guillaume-apparaat? Laat staan een ´verbeterd´ Guillaume- apparaat?!

Een bord geeft aan dat een deel van het 2 ha grote terrein, kort (?) geleden werd verkocht. Misschien komt er binnenkort wel een shopping mall, of een bouwmarkt. Wat het ook wordt, het zal nooit meer hetzelfde zijn.
De geschiedenis van Pabuaran heeft weinig te maken met Majapahit, en valt niet goed in te delen in vóór en ná 1945, in koloniaal of onafhankelijk. Nee, de geschiedenis van Pabuaran is beter in te delen in tijdens of ná het industriële tijdperk, oftewel mét of zonder De Volharding met zijn chemicaliën, beslagbakken, drumgoedangs en laadperrons. Want het is deze fabriek die Pabaoeran gemaakt heeft tot wat het nu is.

x

Luchtfoto

Luchtfoto

Luchtfoto

Luchtfoto

Luchtfoto

Luchtfoto

Foto uit droogtoren (?)

Foto uit droogtoren (?)

Achterzijde

Achterzijde

paboearan_21

Nieuwe schoorsteen t.b.v. verbrandingsoven, 1930

paboearan_20

Fundatie verbrandingsoven, 1930

Overzicht zijspoor

Overzicht zijspoor

Hoofdschakelbord

Hoofdschakelbord

Laboratorium

Laboratorium

Het verbeterd Guillaume apparaat

Het verbeterd Guillaume apparaat

Blikkensoldeerderij

Blikkensoldeerderij

Smederij

Smederij

Laadperron

Laadperron

Blikkenfabriek

Blikkenfabriek

Alcoholgoedang

Alcoholgoedang

Melassetanks

Melassetanks

Fermentatielokaal

Fermentatielokaal

Goedang, 1938

Goedang, 1938

paboearan_35

Voorgevel, 1938

paboearan_36

Personeel De Volharding, 1938

Administrateurswoning

Administrateurswoning

Personeelswoningen

Personeelswoningen

paboearan_34

Personeelswoning, bewoond door H.O.Bons, 1938

Personeelswoning, bewoond door W. Wens, 1938

Personeelswoning, bewoond door W. Wens, 1938

Paboearan, ZO van Cheribon

Paboearan, ZO van Cheribon

"Een kale grasvlakte, met hier en daar wat struiken"

“Een kale grasvlakte, met hier en daar wat struiken”

pabuaran_gsv_01

Een woning voor Europees personeel, anno 2016

pabuaran_gsv_02

Het terrein waar De Volharding eens stond.

pabuaran_gsv_03

Overzijde van de weg, met nog enkele oorspronkelijke arbeiderswoningen

Bronnen
Nieuws van den Dag voor Nederlandsch-Indië, 1905
Preanger Bode, 1905
Bataviaasch Nieuwsblad, 2 mei 1908
Soerabaijasch Nieuwsblad, 1910
Preanger Bode, 19 mei 1910
Algemeen Handelsblad, 15 juni 1910
Nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië, 7 januari 1911
Sumatra Post, 27 januari 1922
Indische Courant, 7 november 1923
Nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië, 16 juli 1925
De Vrije Pers, 3 maart 1950
Foto´s van De Volharding alle afkomstig van Nationaal Museum van Wereldculturen, grotendeels collectie Foto zoekt familie, album 860.
Foto´s uit 2016 afkomstig van Google Street View

Dit bericht werd geplaatst in 9. Java Post. Bookmark de permalink .

5 reacties op De geschiedenis van Pabuaran

  1. Dank Bert , weer een bijzonder interessante bijdrage!
    Jan Maassen

  2. Geweldig al die fotos uit die tijden … hartelijk bedankt Mijnheer Bert….
    Mijn vader was een van de directeuren in een suiker fabriek ( 1948 ) in Surabja maar dan wel de echte suiker..zo doende geen geval voor een boete…
    Aennelies Douqué.

  3. J Michiel Alma zegt:

    Van Indisch/Friese komaf , maar nooit in Indonesie geweest : wéér met plezier gelezen !
    Dank , Bert

  4. H.A. Naberman zegt:

    Zeer interessant!! Nooit eerder over deze industrie gelezen….

  5. August Pijma zegt:

    Weer een heerlijk stuk Indiesche geschiedenis.
    Ik heb nog nooit van Pabuaran gehoord, maar ben dankbaar weer wat te leren..
    Nogmaals bedankt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s