De geschiedenis van de Gouvernements Marine
Door Jan Somers
In de VOC-tijd was er in de Indische archipel nauwelijks sprake van Nederlands gezag. Behalve voor Batavia en ommelanden ging het feitelijk om losse handelsposten met slechts hier en daar ´bestuur´. Wel waren bij sommige vorstenhoven gezanten of residenten gedetacheerd, en, afhankelijk van de relatie met de vorst, soms een klein garnizoen.
Op het Vredescongres van Wenen in 1815 werden Nederland en België verenigd om nieuwe bedreigingen door Frankrijk te voorkomen. Voor de levensvatbaarheid van zo’n klein land werd het bezit van koloniën echter noodzakelijk geacht. Zo werd een door Engeland veroverd gebied dat wij later Indië zouden noemen, een Nederlandse kolonie. In Nederland wist men totaal niet wat dat koloniaal bezit inhield. Zo bleek het aan de commissie-generaal op 29 oktober 1815 meegegeven reglement onbruikbaar, over het door Daendels en Raffles hervormde bestuur was niets bekend.
Bij Koninklijk Besluit van 15 augustus 1815 werd een korps koloniale zeeofficieren samengesteld. De taak van de Koloniale Marine bestond aanvankelijk uit de beteugeling van de zeeroof, het voorkomen van mensenroof en het handhaven van het Nederlandse gezag, naast de door een ´Indische Zeemacht´ uit te voeren verdediging van het grondgebied. Deze Koloniale Marine werd in 1816 opgebouwd uit omgebouwde koopvaardijschepen, Engelse brikken, en in Indië aanwezige oorlogsschepen die te slecht werden bevonden voor de thuisreis. Lees verder











