Carte Blanche

Sobats

Volgens het dagblad Trouw menen de historici van het NIOD, KITLV en het NIMH het dit keer écht, wanneer zij zeggen een goed beeld te willen schetsen van de gebeurtenissen tussen 1945 en 1949. “Onderzoek naar die periode kan heftige emoties oproepen. Maar onder historici, tot in defensiekringen, leeft het idee dat nu de tijd rijp is om die beladen geschiedenis in kaart te brengen”, aldus het blad.
Vreemd, vraag je je dan af, waarom was de tijd eerder níet rijp? Deze instituten hebben samen toch zó veel archiefstukken in huis dat ze al tien of twintig jaar eerder met dit onderzoek hadden kunnen beginnen? “Volgens de initiatiefnemers moet dat nú gebeuren, omdat er nog levende getuigen zijn, en omdat ook Indonesië bereid zou zijn bronnen te openen voor historisch onderzoek.”

Het argument van de `nog levende getuigen’ spreekt zelfs tégen het tijdstip van het voorstel. De toenmalige legerleiding heeft al jaren geleden de eeuwige jachtvelden opgezocht, en van de jongens in het veld leven nog slechts weinigen. Hun inbreng zou tien jaar geleden relevanter zijn geweest. Los daarvan, het is de vraag of een dergelijk onderzoek zich wel leent voor oral history. Het geheugen laat soms vreemde gaten vallen.
Het argument dat de Indonesiërs nu medewerking zouden verlenen is niet te beoordelen, zolang niet wordt aangegeven welke deuren die eerder gesloten waren nu geopend worden .     Lees verder

Geplaatst in 6. Onderzoek, Aanspraken en Verwerking | Tags: , , , , , , | 24 reacties

Voor eens en voor altijd

Nationaal Archief

Vandaag lezen we in de Volkskrant het volgende bericht:

“Drie gerenommeerde onderzoeksinstituten vragen de regering een nieuwe studie te laten uitvoeren naar het militaire optreden van Nederland in voormalig Nederlands-Indië in de jaren 1945-1949. Ze noemen het van essentieel belang om naast Nederlandse ook Indonesische archieven en historici te raadplegen.

De oorlog in Nederlands-Indië blijft terugkomen en het eind is niet in zicht, schrijven het onderzoeksinstituut voor oorlogsstudies NIOD, het Nederlands Instituut voor Militaire Historie en het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV) vandaag in de Volkskrant. Eind vorig jaar, bijna zeventig jaar na dato, bood Nederland excuses aan en een schadevergoeding voor het bloedbad in het Javaanse dorp Rawagede. Enkele weken geleden nog werden schadeclaims ingediend voor schendingen van het oorlogsrecht op Zuid-Celebes.

Nieuw onderzoek is nodig om te kunnen begrijpen wat voor soort oorlog daar is gevoerd, waarom en hoe deze oorlog mensen van beide zijden ertoe bracht wreedheden te begaan. Ook ‘harde’ feiten zijn nodig en het antwoord op de vraag wie verantwoordelijk was. ‘We hopen het voor eens en altijd goed aan te pakken’, zegt Gert van Oostindie van het KITLV. De initiatiefnemers willen zelf het onderzoek begeleiden. Ze denken met een groep van zes ervaren onderzoekers drie jaar nodig te hebben. Oostindie raamt de kosten op 2 tot 3 miljoen euro.”   Lees verder

Geplaatst in 6. Onderzoek, Aanspraken en Verwerking | Tags: , , , , , | 40 reacties

De grote tovenaar

Uit het Nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië, 19 januari 1939:

Vrouw bij put, op Bali (KITLV)

“Grote waringings, heilige bronnen en diepe putten zijn volgens het Inlands bijgeloof steeds de geliefde woonplaatsen van geesten, goede en slechte. Zo kon het ook moeilijk anders of, in de put bij Ploembon, waar 5 mannen de dood vonden, was de woning van een uitermate vehemente geest; een boze slang had deze put tot zijn vesting gemaakt en al wie daarin afdaalde, vond onherroepelijk de dood.

Op 5 Januari j.l. speelde het drama van kampong Kapoendoean zich af. Deze desa ligt op 9 km. zuid van Ploembon, een plaatsje aan de weg van Kadipaten naar Cheribon. Daar had de koewoe, het desahoofd een maand of acht geleden een 8 meter diepen put laten graven, waarin 80 centimeter water stond. De koewoe gaf de 5de dezer last de put iets uit te diepen, hetgeen met emmertjes aan een touw gebeurde. Nu wilde het ongeluk dat zijn zoon Soewilo zijn hoofddoek bij dat werk in de put liet vallen. Langs een dunne awi, een langen bamboe, liet Soewilo zich omlaag glijden. Nauwelijks was hij onder de rand van de put verdwenen, of hij liet de awi los en stortte omlaag, waar hij in het putwater bleef liggen en stikte. Oemar, de schoonzoon van de koewoe, wilde Soewilo redden. Hij liet zich eveneens omlaag glijden… maar ook zijn handen lieten de bamboe los en hij stierf de zelfde dood als Soewilo enige minuten tevoren. Soetah, een andere zoon van de koewoe wilde de beide mannen redden. Hij viel omlaag en stierf. Het vierde slachtoffer werd de politiedesa Kadang die een dikkere bamboe nam, voorzien van uitsteeksels. Maar ook hij verloor, zodra hij beneden het maaiveld was, het houvast, stortte in het water en overleed. Het vijfde en laatste slachtoffer werd Idjo, die met gesloten ogen en stijf dichtgeknepen mond omlaag ging. Ook hij vond de dood.   Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , , , | 4 reacties

Overleven op één ons rijst

Steunverlening aan Indo-Europeanen in Bandoeng

Etensblik, gebruikt in interneringskamp Bandoeng

De Indo-europese bevolking van Bandoeng kende tijdens de oorlogsjaren twee grote plagen: angst voor internering, en armoede.
Wat de internering betreft: aanvankelijk wist niemand wat zou gaan gebeuren. De Japanners wilden eigenlijk iedereen uit het straatbeeld verwijderen die tot het Nederlandse kamp kon worden gerekend, en daartoe behoorden ook de Indo-europeanen. Hiervoor was echter te weinig ruimte en bewaking beschikbaar, en te weinig voedsel. Om praktische redenen werd daarom besloten tot invoering van een rasregistratie, op basis waarvan het ‘meest Nederlandse deel’, met meer dan 50% blank bloed, alsnog kon worden geïnterneerd.

De definitieve schifting vond plaats in juni 1943, toen de Indo-europeanen werden ingedeeld in acht groepen: 1: totok-vader en Indo-moeder; 2: totok-moeder en Indo-vader; 3: Indo-vader en Indo-moeder; 4: totok-vader en Indonesische moeder; 5: totok-vader en totok-moeder, maar in Indië geboren; 6: Indonesische vader en totok-moeder; 7: Indonesische vader en Indo-moeder; 8: Indonesische vader en moeder van andere Aziatische nationaliteit.   Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , , , , , , | 27 reacties

Op zoek naar de Orang Pendek

Orang pendek

Het was pas in 1914, na het beëindigen van de Atjeh-oorlog, dat Nederlands-Indië zijn definitieve grenzen kreeg. Toeval of niet, deze militaire overwinning bood ruimte aan het exploreren van het Sumatraanse achterland juist in een periode waarin de natuurwetenschappen hoogtijdagen beleefden. De koele logica van de wetenschap zou een antwoord moeten geven op alle vragen die uit het onherbergzame achterland van dit reusachtige eiland zouden opdoemen. Eén van die vragen had te maken met de waarneming van een onbekend wezen, de ‘orang pendek’. Was het een mens? Een aap? Een prehistorisch monster? En voor alles: bestond het wel? Men stond voor raadsels.

Door Bert Immerzeel

Niemand weet precies wanneer, maar volgens de overlevering werden zelfs al in de tijd van Marco Polo op Sumatra waarnemingen verricht van een onbekend op een mensaap of aapmens gelijkend wezen. De ontdekkingsreiziger zou het verhaal hebben afgedaan als een verzinsel, gevoed door oplichters en fantasten.
In de moderne geschiedschrijving duikt het wezen op zo rond het begin van de vorige eeuw. Nederlandse kolonisten maken dan melding van uitspraken van lokale bewoners, waarin sprake is van ontmoetingen met een op een aap gelijkend wezen dat vreemd genoeg ook iets weg heeft van een mens. Belangrijkste constatering is wel dat het dier – meestal zo rond de 1 à 1.20 meter lang – op twee poten loopt, behaard is, en op de grond leeft. Ook zou zijn kop nogal menselijke trekken vertonen. Het heeft geen staart.
De meeste waarnemingen komen van Midden-Sumatra, maar ze zijn ook afkomstig van andere delen van het eiland. Alhoewel meestal sprake van een orang pendek (kort mens), worden ook andere namen gebruikt: sedapa of orang letjo. Het wezen leeft van jonge groenten, vruchten, zoetwaterschelpen, slangen en wormen. Soms doet het zich te goed aan suikerriet en pisang uit de tuinen der bevolking.   Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , , , , | 6 reacties

Chaos

Zoeken naar verhalen is niet zonder risico. De bedoeling is dat ik hier twee artikelen per week publiceer. Soms blijkt dat te moeilijk. Niet omdat het me ontbreekt aan inspiratie, niet dat er geen verhalen voorhanden zijn. Integendeel. Verhalen laten zich echter niet altijd zo maar schrijven, eerst moet onderzoek worden gedaan. En dat kost soms tijd, veel tijd.

Tekko Taks gaat naar Apiefauna, van Henk Kabos.

Vaak ook leidt het ene verhaal tot het andere, met alle positieve en negatieve gevolgen van dien. Een verduidelijking: ik wil op dit moment en verhaal schrijven over de zoektocht naar de Sumatraanse aapmens orang pendek, maar al lezende brengt dit mij op het idee een artikel te wijden aan de Limburgse paleontoloog Eugene Dubois, of aan de krantenstrip Tekko Taks van Henk Kabos.
En dat, terwijl ik al halverwege een artikel was over de opvanghuizen voor verpauperde Indo’s in Bandoeng tijdens de oorlogsjaren. En drie dozijn andere artikelen in de grondverf heb staan.

Chaos in mijn hoofd, chaos in de Java Post.
Komt goed.

Bert

Geplaatst in 9. Java Post | Tags: , , , , | 6 reacties

Communiceren met Coen

Nog slechts een maand, en dan is de tentoonstelling in het Westfries Museum in Hoorn over de vraag of Jan Pieterszoon Coen ‘standbeeldwaardig’ is, alweer afgelopen. Om de hele discussie nog een keer op haar waarde te kunnen schatten bezocht ik onlangs het museum.

Coen voor het Westfries Museum

Degenen die de tentoonstelling hebben bezocht zullen het met me eens zijn: de argumenten vóór behoud van het beeld komen beter uit de verf dan de argumenten tegen. De vorm, een rechtzaak waarin – met behulp van video – onder leiding van ‘rechter van dienst’ historicus Maarten van Rossem vier kenners van de materie een pleidooi houden, is niet slecht gekozen. Het ontbreekt echter aan een grondige uitwerking. Als blijkt dat drie van de vier getuigen voor behoud van het beeld zijn en de rechter zélf ook, dan moet je natuurlijk als bezoeker wel sterk in je schoenen staan om je sticker nog op het ‘tegen’-bord te durven plaatsen. De visuele ondersteuning van beide standpunten spreekt ook niet in het voordeel van het tegen-oordeel. Niet veel meer dan wat losse pamfletten moeten ons verleiden tot afkeuring van het beeld.    Lees verder

Geplaatst in 8. Recensies | Tags: , , , , | 17 reacties

Voetbal is oorlog

“Voetbal is oorlog”, zei Rinus Michels ooit, en waarschijnlijk had hij gelijk. Dat zijn uitspraak echter ook letterlijk kan worden opgevat, weten degenen die aanwezig waren bij een wedstrijd tussen het Bandoengse Sidolig en Jong Ambon, op zondag 17 december 1950.

Een team van Sidolig, rond 1950 (KITLV)

Het begon allemaal zo vredig. Als voorronde voor een Kersttoernooi had de rayonsportofficier van de Koninklijke Landmacht die dag enkele voetbalwedstrijden gepland op het terrein van Sidolig (Sport In De Open Lucht Is Gezond). De aanwezige teams waren – naast die van de thuisclub – Jong Ambon, Chung Hua, UNI en twee ploegen van de landmacht. Het toernooi vond plaats bijna een jaar na de souvereiniteitsoverdracht en stond in het teken van het naderende afscheid. De weinige nog aanwezige Nederlandse militairen zouden binnenkort vertrekken.   Lees verder

Geplaatst in 5. Indonesia | Tags: , , , , , , | 27 reacties

Als toerist door Nederlands-Indië

Men and Cities (1938)

Een van de bekendste reporters van het Australische dagblad Sydney Morning Herald was zonder twijfel Sydney Elliott Napier (1870-1940). Napier, oorspronkelijk geschoold als advocaat, zou op latere leeftijd kiezen voor de journalistiek. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd hij als reservist opgeroepen in het Australische leger en vulde daar zijn weinige vrije uren met het schrijven van poezie. In 1925 trad hij in dienst bij de Sydney Morning Herald en schreef daarna niet alleen voor de krant, maar publiceerde ook verschillende boeken over uiteenlopende onderwerpen als literatuur en reizen. Vooral zijn reisverhalen werden veel gelezen: On the Barrier Reef (1928), Walks Abroad (1929), Men and Cities (1938) en This Roundabout (1938).

In het New Zealand Railways Magazine werd in 1939 over Men and Cities geschreven “dat degenen die hem al kenden opnieuw getroffen zullen worden door de beschrijvende kracht, de scherpe observatie en de literaire stijl van deze auteur. Met de heer Napier gaan we dit keer naar Tahiti, Panama, Virginia, Newport, en tenslotte naar Nederlands-Indië en Singapore. Het enthousiasme van de auteur voor vreemde en prachtige scenes en voor ongewone mensen is aanstekelijk.” Het Australische blad “The Advertiser” daarentegen meende dat het maar een saai boek was. Wie had gelijk? De lezer van de Java Post oordele zelf…

De Sydney Morning Herald publiceerde Napier’s verslag van zijn reis door Nederlands-Indië in een tiental delen in het najaar van 1934. Hier de aflevering van 1 december 1934, over zijn verblijf in Batavia:   Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , , , , , , | 20 reacties

Indische invloed

Door Robbert Dijkgraaf

In mijn werkkamer hangen twee portretten van oud-voorzitters van de Akademie, typische geleerden uit het begin van de vorige eeuw: eerbiedwaardig, grijs, met baard en bril. De eerste is een echte bèta. De natuurkundige Hendrik Lorentz kijkt aimabel, maar ferm de wereld in. Hij was niet alleen architect van de moderne theorie van straling en materie, maar ook verantwoordelijk voor de bouw van de Afsluitdijk. De tweede is een echte alfa. Hij hangt voorovergebogen boven een dik boek, zijn neus bijna in de pagina’s – een karikatuur van de verstrooide geleerde, de boekenwurm die zich nauwelijks bewust is van de rest de wereld.

Hendrik Kern (1833-1917)

Maar niets is minder waar. De sanskritist Hendrik Kern (1833-1917) was minstens zo geniaal én relevant als Lorentz. Hij sprak zo’n beetje iedere denkbare taal, levend of dood, en was een wereldexpert op het gebied van Oosterse talen, van Perzisch via oud-Javaans tot Polynesisch. Kern werd geboren in het voormalige Nederlands-Indië en heeft veel betekend voor zijn geboorteland. In Indonesië wordt hij vereerd als een vader des vaderlands, omdat hij liet zien dat het gefragmenteerde eilandenrijk taalkundig een natuurlijke eenheid vormt.   Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , , , | 57 reacties