Teun Heijstek 1936 – 2012

Het is alweer een maand geleden dat ons het bericht bereikte dat Teun Heijstek is overleden. Hormat betuigen is echter niet aan tijd gebonden, en daarom steken we hier graag nog een paar wierookstokjes voor hem aan…

Teun Heijstek

Teun Heijstek werd geboren op 3 maart 1936 te Magelang in Nederlands-Indië, als zoon van een KNIL-militair. Tijdens de oorlogsjaren was hij als jongetje geinterneerd in verschillende kampen. Na de oorlog kwam het gezin naar Nederland.

Na omzwervingen door Nederland en na zijn militaire dienst trouwde hij met Ellen en kreeg twee dochters, Mildred en Inesz. Boven de deur van zijn huis in Leeuwarden hangt een bordje met “Rumah senang”. Dat was ook echt van toepassing, bij Teun en Ellen was een warm welkom, in Indische sfeer, waar veel gesproken en gediscussieerd werd en waar rechtvaardigheid en verantwoordelijkheid kernwoorden waren.  Lees verder

Geplaatst in 7. In Memoriam | Tags: , , , | 5 reacties

Marie Thomas (1896-1966), de eerste vrouwelijke arts in Nederlands-Indië

Door Liesbeth Hesselink

Marie Thomas was de eerste vrouwelijke arts in Nederlands-Indië. Helaas is er weinig over haar bekend, wel bestaan er enkele foto’s van haar. Dit is een eerste aanzet tot een korte biografie. Hopelijk wordt deze aangevuld door lezers van de Java Post.

Marie Thomas

STOVIA

In Nederlands-Indië werd in 1851 een doktersschool opgericht; eerst dokter djawa-school geheten en later STOVIA (School Tot Opleiding Van Inlandsche Artsen). Lange tijd stond deze alleen open voor Inlandse jongens. Misschien heeft Aletta Jacobs, de eerste vrouwelijke arts in Nederland, invloed uitgeoefend op de toelating van meisjes tot de STOVIA. Zeker is dat zij tijdens haar wereldreis op 18 april 1912 een ontmoeting had met gouverneur generaal A.W.F. Idenburg. Hierbij heeft zij – zo blijkt uit haar reisbrieven – gepleit voor toelating van meisjes tot de geneeskunde opleiding:

“Ook bij de bespreking van vrouwelijke doctoren voor de inlandsche vrouwen en voor hospitalen van deze vrouwen, met uitsluitend vrouwelijke medische hulp en de opleiding van vrouwelijke doctor djawas, stond Z.Exc. veel dichter bij ons dan menige zijner ambtenaren met wij deze kwesties reeds vroeger bespraken. Tot dusver worden nog alle inlandsche meisjes, die zich aanmelden voor de doctor djawa-school, teruggewezen, altijd onder een of ander voorwendsel, doch eenvoudig omdat de machthebbenden bij dat departement de moeilijkheid van het gezamenlijk met de jonge mannen te ontvangen medisch onderwijs te zwaar inzien en de wenschelijkheid van het hebben van vrouwelijke doctoren voor de inlandsche vrouwen niet genoeg voelen.”[i]    Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , , , , , , | 16 reacties

Bersiap in cijfers

In het vorige artikel in de Java Post vroeg ik me af waarop de cijfers m.b.t. het aantal bersiapslachtoffers, zoals gebruikt in de documentaire “Archief van tranen”, nu eigenlijk gebaseerd waren. De maakster van de documentaire, Pia van der Molen, beriep zich op gegevens van historicus Herman Bussemaker, zóveel was duidelijk. Maar hoe deze laatste tot zijn schatting van 20.000 doden was gekomen, was niet helder. Bussemaker pakte gelukkig de handschoen op die ik hem heb toegeworpen, met als gevolg deze dialoog:

Herman Bussemaker:

Herman Bussemaker, tijdens de presentatie van de documentaire “Archief van tranen”

“Even een korte reactie op jouw artikel over “Archief van Tranen”. Pia van der Molen heeft mijn schattingen in mijn boek “Bersiap! Opstand in het Paradijs” gebruikt, maar niet misbruikt. Het zijn schattingen, en wie betere cijfers heeft, mag het zeggen.

Ik citeer uit mijn boek de tekst waar het om draait op pagina 342 van mijn boek. “Schattingen lopen uiteen van 3500 en 20.000 burgerdoden  aan Nederlandse kant. Ik ben geneigd om uit te gaan van het hoogste getal, zeker als men het door honger en uitputting voortijdig overlijden van een aantal nederlandse ouderen en kinderen in de zogenaamde Bersiap-kampen in aanmerking neemt. Het merendeel van de Nederlandse burgers is echter omgekomen bij ontvoeringen en moordpartijen zoals in dit boek beschreven, met een piek in de periode oktober-november 1945.”    Lees verder

Geplaatst in 6. Onderzoek, Aanspraken en Verwerking | Tags: , , , , | 64 reacties

Archief van tranen?

Door Bert Immerzeel

Degenen die net als ik niet in de gelegenheid waren om op 12 en 19 augustus j.l. de documentaire van Pia van der Molen en cameraman Michiel Praal  “Archief van Tranen” op de televisie te zien, hebben natuurlijk nog de mogelijkheid deze te bekijken op Uitzending Gemist.  Zelf heb ik van deze mogelijkheid dankbaar gebruik gemaakt. Of ik anderen aanraad hetzelfde te doen, daarover heb ik echter twijfels. Ondanks het feit dat veel losse verhalen worden verteld, is het geheel weinig informatief. De gebruikte cijfers zijn twijfelachtig, de analyse ontbreekt. Tijd voor enkele aantekeningen.

Pia van der Molen

Voor degenen die de film niet zagen, een korte samenvatting:
De maakster van de film, Pia van der Molen, vertelt in de inleiding dat ze ooit een aantal kindergraven van een familie zag op de begraafplaats Kembang Kuning in Surabaya, en dat dit haar nooit heeft losgelaten. Ze wilde weten welk verhaal hier achter schuilt. Verder kreeg ze van de weduwe van KNIL-militair Jack Boer een ordner met allerlei “geheime” stukken over bersiapmoorden. Mevrouw Boer had haar gevraagd hier “iets” mee te doen.
“Een opdracht met een hoofdletter”, zegt Van der Molen met gedragen stem. “En zó”, vervolgt zij, “ontstond het idee een film te maken over een verzwegen geschiedenis, die van de bersiapmoorden in Nederlands-Indië.”
Na een korte uitleg van de oorlogsperiode vervolgt de fim met een tiental korte verhalen over moordpartijen, in Soerabaja, Sidoardjo, Balapoelang, Banjoewangi en Ngadireso.    Lees verder

Geplaatst in 8. Recensies | Tags: , , , , , , , | 103 reacties

Retour Birma spoorweg

Door Herman Keppy

Voor de 45ste keer wordt 18 augustus 2012 stilgestaan bij de slachtoffers van de aanleg van de Birma-Siam spoorweg. Dat gebeurt bij het speciale monument op het landgoed Bronbeek in Arnhem. Anderhalve maand later zal, als we de regering van Myanmar mogen geloven, worden aangevangen met de reconstructie van dezelfde ‘Dodenspoorweg’.

Spoorlijn Birma-Thailand

Naar schatting 240.000 dwangarbeiders werkten in 1942 en 1943 dertien maanden lang aan de spoorweg die van Siam, nu Thailand, naar de kust van toenmalig Birma leidde. De meesten, zo’n 180.000 arbeiders, waren Aziaten uit de regio, 85.000 van hen vonden de dood en kregen een anoniem graf. Uit  Nederlands-Indië zouden zo’n 7.500 Javaanse romusha’s zijn ingezet. Van de meer dan 60.000 geallieerde ‘prisoners of war’ die aan de spoorlijn werkten, werden de meesten van de circa 12.600 doden na de oorlog gelokaliseerd en herbegraven op een van de grote erevelden in Thailand, Myanmar of in het land van herkomst. Onder hen 2.800 Nederlanders, waaronder veel Indische Nederlanders die bij het KNIL hadden gediend.
Ondanks de ontberingen van de dwangarbeiders en de luchtaanvallen van geallieerden is de 415 km lange spoorlijn in oktober 1943 voltooid. Aanhoudende bombardementen en de kerende oorlogssituatie zorgden er echter voor dat de Japanners de spoorweg nooit hebben kunnen gebruiken. Na de oorlog werd het grootste gedeelte van de rails van het noordelijke traject in Thailand gerecycled voor het spoorwegnet elders in het land. Het tot nu nog in gebruikzijnde boemeltje stopt in de buurt van de befaamde Bridge on the River Kwai. Zonder aansluiting met Thailand en ook onder invloed van de na-oorlogse isolatiepolitiek bleek het 105 kilomer lange gedeelte van de spoorweg in Birma, nu Myanmar, volstrekt nutteloos. Slechts de reeds voor de oorlog bestaande spoorlijn langs de kust waarop de Birma-Siam spoorweg aansloot, is tot nu toe in gebruik.
De trein en wagons die er op rijden zijn als in de rest van Myanmar van het type ‘derdehands’. Passagiers reizen in coupé’s waarvan de ramen geen ruiten hebben, noch de deuropening een deur. Als de avond valt, zorgen meegebrachte kaarsjes voor verlichting.   Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , , , , , | 16 reacties

Herdenking Indië

Door Jan Somers

Monument Den Haag

Morgen is het 15 augustus, de nationale herdenking bij het Indiëmonument. De verslaggeving in de pers, zoals gebruikelijk, zal echter wel weer mager zijn. Wat weten wij eigenlijk over de slachtoffers van de oorlog in Indië? Zou het niet mogelijk zijn elk jaar rond deze tijd met bestaande kennis één verhaal te maken over die (vergeten) slachtoffers? Een voorbeeld.

Nefis-III

Alle uit Indië uitgeweken krijgsmachteenheden in het Verre Oosten kwamen onder commando van Admiraal Helfrich als Bevelhebber der Strijdkrachten in het Oosten (BSO). Dat commando betekende weinig meer dan een administratieve functie vanwege de grote afstand en de communicatieproblemen tussen zijn hoofdkwartier in Colombo en de stationering van het grootste deel van de Nederlandse strijd­krachten in Australië.
In Melbourne was de Marine- en Leger Inlichtingendienst gevestigd, al snel – vanwege de samenwerking met de bondgenoten – omgedoopt in Netherlands Forces Intelligence Service (Nefis). De Nefis had tot taak alle informatie te verzamelen die van nut kon zijn in de strijd tegen Japan, waaronder ook, en met name, informatie over de actuele situatie in het bezette Nederlands-Indië. De dienst was ingedeeld in drie afdelingen, waarbij Nefis-III tot taak had zogenaamde parties uit te zenden: spioneringsoperaties waarbij militairen  met duikboten naar het bezette gebied werden gevaren en later weer werden opgepikt. Althans, dat was de bedoeling.    Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , , , , , , | 40 reacties

Alleen de geur was gebleven

Door Piet Scheele

In 1993 voor het eerst weer terug naar Indonesië met een reisgezelschap van Uni Travel. Een jongeman in het reisgezelschap keek ongelovig en kon niet begrijpen, dat als je dan toch drie jaar (1947 tot 1950) in Indonesië was geweest, je niet alle mooie plekjes van dat land al had bezocht. Zelf had hij in zijn diensttijd in Duitsland gelegen. Hoe leg je uit aan een medereiziger in een welverzorgde groepsreis, dat dat heel wat anders was?

Tobameer, vissershuisje

We hebben in die tijd ook wel veel gezien. Het Tobameer op een dag dat we een keer verlof hadden, waar twee jongens, die naar het kratereiland Samosir voeren, gevangen werden genomen. Waar met Batakkers, die de oude traditie van kannibalisme nog in hun genen hadden, onderhandeld moest worden over hun vrijlating. Nee, ze werden niet opgegeten. Vraag niet wat er in ruil betaald moest worden en/of beloofd. De Batakkers, de bevolking rond het Tobameer, gekerstend en met een jonge christelijke traditie, wilden zich van de rest van de nieuwe republiek in wording, Indonesië, afscheiden.
De Anaikloof hadden we eerder ook gezien. Je kwam er bij de tweede politionele actie minder gemakkelijk doorheen, dan nu met een geairconditioneerde touringcar. Het Karbouwengat, bij ons toen minder geliefd, was ons ook niet onbekend. Twee jongens van het bataljon zijn er met een patrouille in een hinderlaag gelopen en gesneuveld. En hoe zouden we Minangkabau, de streek van het matriarchaat en de zilversmeden, nu een bezienswaardigheid, ooit kunnen vergeten?   Lees verder

Geplaatst in 3. Bersiap en Merdeka, 1945-1949 | Tags: , , , , , , , , , | 18 reacties

Het is geschiedenis, toch?

Stel nu eens, dat de Japanners wél de Amerikanen en Britten hadden aangevallen, maar Nederlands-Indië links hadden laten liggen. Wat dan? Het mag niet meer dan een voetnoot lijken want we weten de afloop, maar toch, het maakt een verschil: de Japanners hebben de Amerikanen en Britten de oorlog verklaard, Nederland verklaarde de oorlog aan Japan. We waren er zó van overtuigd dat de Japanners na de aanval op Pearl Harbor en Malakka ook Nederlands-Indië zou aanvallen, dat het ons niet zo veel moeite kostte om zélf maar het initiatief te nemen. De tegenstander stelde niet zo veel voor, dachten we, en de Britten zouden ons zeker te hulp komen.

“Secret source”

Terwijl de strijd in volle hevigheid losbarstte, en de Nederlandse vloot en luchtmacht werden ingezet onze bondgenoten te helpen, kwam op 28 december 1941 bij Churchill een telegram binnen met een merkwaardige tekst: “Reported from secret source that the Japanese are now making a last attempt to persuade the Netherlands East Indies to accept immediate stoppage of hostilities and aid to Japan´s enemies. If accepted, the Japanese will protect the Netherlands East Indies leaving the administration untouched. Should the Dutch refuse, immediate action against Dutch Borneo and possibly other (islands) may be expected.”

Nu moet je natuurlijk wel héél erg naief zijn om de Japanners te geloven, en dat deed Batavia dan ook niet. Uit niets blijkt dat het genereuze aanbod in overweging is genomen. De Japanners hielden zich in ieder geval aan hun woord waar het de dreigementen betrof: eerst werd Pontianak gebombardeerd, de rest zou spoedig volgen.
Deze gebeurtenissen maken wel dat we ons nog een keer kunnen afvragen wat zou zijn gebeurd als we níet meteen de oorlog hadden verklaard, of als we het aanbod van de Japanners hadden geaccepteerd. Welke loop had de geschiedenis dán genomen? Met enige fantasie kunnen we ons het volgende voorstellen.    Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , , , , , | 70 reacties

‘Jongens, laten we dit huis sparen’

Weigeraars op Java

Door Anne-Lot Hoek

Drie Nederlandse militairen die weigerden een kampong in brand te steken tijdens de eerste politionele actie, belandden in de cel. Tijd voor eerherstel. Een reconstructie.

Mariniers op Oost-Java

Het is 11 augustus 1947, drie weken na het begin van de eerste politionele actie, de oorlog die Nederland is begonnen tegen de jonge Indonesische Republiek. In de Oost-Javaanse kampong Soetodjajan nadert een patrouille van Nederlandse mariniers. Ze kammen de huizen uit op wapens. Daarna beginnen de militairen een nauwkeurig afgebakende strook van vijfhonderd bij tweehonderd meter plat te branden. Een Indonesische tiener probeert het wapen van een Nederlandse soldaat die zijn huis binnendringt af te pakken. Hij wordt ter plekke geëxecuteerd. Ook een andere jongen die verzet tracht te plegen, wordt onmiddellijk doodgeschoten. De mariniers gaan vervolgens van huis tot huis terwijl dorpelingen ontredderd toekijken naar de omhoogslaande vlammen.

De actie is een represaillemaatregel. Een dag eerder zijn een Nederlandse jeep en een truck op landmijnen van Indonesische verzetsstrijders gelopen bij de militaire post Pakisadji langs de weg naar Malang, niet ver van de gedoemde kampong. Alle sporen wijzen erop dat de mijnen zijn gelegd door ‘terroriserende Republikeinse benden’ die zich schuilhouden in de kampong Soetodjajan, aldus kapitein Hendrik Grijzen in een verslag dat hij na de acties opstelt. Het is daarom volgens hem ‘tactisch noodzakelijk’ het noordelijke gedeelte van de kampong ‘te elimineren’.    Lees verder

Geplaatst in 3. Bersiap en Merdeka, 1945-1949 | Tags: , , , , , , , , , , , | 28 reacties

Zeepost 2012/8

Vragen en oproepen van lezers

Pim Thung in Bandoeng

Thung tijdens studentenfeest in Leiden

De vader van mijn vriend heette Pim Thung. Hij is geboren in Bandoeng, en studeerde rond 1930 Indisch Recht in Leiden. Na zijn afstuderen keerde hij terug naar Indië, en begon daar een advocatenpraktijk. Tijdens de oorlog was hij als politiek gevangene geïnterneerd in een Jappenkamp.

Na de oorlog is hij nog jong, op 48-jarige leeftijd, overleden. Zijn weduwe vertrok daarna met acht kinderen naar Nederland.   Lees verder

Geplaatst in Zeepost | Tags: , , | Plaats een reactie