Marie Thomas (1896-1966), de eerste vrouwelijke arts in Nederlands-Indië

Door Liesbeth Hesselink

Marie Thomas was de eerste vrouwelijke arts in Nederlands-Indië. Helaas is er weinig over haar bekend, wel bestaan er enkele foto’s van haar. Dit is een eerste aanzet tot een korte biografie. Hopelijk wordt deze aangevuld door lezers van de Java Post.

Marie Thomas

STOVIA

In Nederlands-Indië werd in 1851 een doktersschool opgericht; eerst dokter djawa-school geheten en later STOVIA (School Tot Opleiding Van Inlandsche Artsen). Lange tijd stond deze alleen open voor Inlandse jongens. Misschien heeft Aletta Jacobs, de eerste vrouwelijke arts in Nederland, invloed uitgeoefend op de toelating van meisjes tot de STOVIA. Zeker is dat zij tijdens haar wereldreis op 18 april 1912 een ontmoeting had met gouverneur generaal A.W.F. Idenburg. Hierbij heeft zij – zo blijkt uit haar reisbrieven – gepleit voor toelating van meisjes tot de geneeskunde opleiding:

“Ook bij de bespreking van vrouwelijke doctoren voor de inlandsche vrouwen en voor hospitalen van deze vrouwen, met uitsluitend vrouwelijke medische hulp en de opleiding van vrouwelijke doctor djawas, stond Z.Exc. veel dichter bij ons dan menige zijner ambtenaren met wij deze kwesties reeds vroeger bespraken. Tot dusver worden nog alle inlandsche meisjes, die zich aanmelden voor de doctor djawa-school, teruggewezen, altijd onder een of ander voorwendsel, doch eenvoudig omdat de machthebbenden bij dat departement de moeilijkheid van het gezamenlijk met de jonge mannen te ontvangen medisch onderwijs te zwaar inzien en de wenschelijkheid van het hebben van vrouwelijke doctoren voor de inlandsche vrouwen niet genoeg voelen.”[i]   

In 1912 werd een tweede artsopleiding in Soerabaja geopend, de Nederlandsch Indische Artsenschool (NIAS). Beide scholen (STOVIA en NIAS) werden opengesteld voor alle bevolkingsgroepen en voor vrouwen. Het is niet onaannemelijk dat men hoopte door nieuwe groepen  – meisjes en niet-Inlanders – toe te laten, het tekort aan artsen in de kolonie te verminderen.  Nu alle bevolkingsgroepen werden toegelaten, veranderde de titel van Inlandsch arts in Indisch arts.[ii]  Weliswaar werden meisjes tot de opleiding toegelaten, maar zij moesten hun opleiding zelf betalen en voor eigen onderdak tijdens de studie zorgen. Mannelijke studenten kregen een toelage en verbleven in een internaat. In ruil hiervoor moesten zij een zogenoemde akte van verband aangaan. Al bij hun toelating tot de STOVIA moesten zij een verklaring tekenen, waarbij zij zich verbonden na hun afstuderen minstens tien achtereenvolgende jaren in gouvernementsdienst te dienen op elke standplaats waarheen het gouvernement hen zou zenden.[iii] De doelstelling van het gouvernement was duidelijk: “Met het oog op de wenschelijkheid om den band tusschen den Staat en de dokters-djawa te versterken, en zoodoende te voorkomen dat zij, zooals tot dusver veelvuldig voorkwam, hunne betrekking voor eene meer lucratieve bij particulieren verwisselen”.[iv] Bij vertrek uit overheidsdienst binnen tien jaar moest het volle pond worden terugbetaald ongeacht het aantal dienstjaren.

Enkele Nederlandse vrouwen in Batavia richtten een studiefonds op (Studiefonds voor Opleiding van Vrouwelijke Inlandsche Artsen, SOVIA). Tot de oprichtsters behoorde onder andere Charlotte Jacobs, de zuster van Aletta Jacobs en apothekeres te Batavia, de schrijfster Marie Kooij-van Zeggelen en Elisabeth van Deventer-Maas, de echtgenote van de schrijver van ‘Een eereschuld’. Het fonds beoogde niet alleen de studie van vrouwelijke doktoren te ondersteunen, maar ook die van verpleegsters. De eerste leerlinge die zich in 1912 met gebruikmaking van het studiefonds inschreef aan de STOVIA was Marie Thomas. Het IIAV (Internationaal Instituut en Archief voor de Vrouwenbeweging te Amsterdam) is in het bezit van een foto waar het bestuur van SOVIA poseert met hun eerste ‘klantje’.

Marie Thomas

Marie E. Thomas werd in 1896 geboren in Likupang (in de buurt van Manado, Minahasa). Het is niet bekend hoe zij op het idee kwam om zich in te schrijven voor de artsopleiding. Sinds 1889 werden alleen leerlingen toegelaten die op een ELS (Europese Lagere School) of een hoofdenschool hadden gezeten. Hoofdenscholen waren niet toegankelijk voor meisjes, waaruit geconcludeerd kan worden dat Marie op een ELS heeft gezeten. In haar geboorteplaats was echter geen ELS; waarschijnlijk heeft ze die dus in Manado doorlopen, waardoor ze al op heel jonge leeftijd het ouderlijk huis heeft moeten verlaten. In Manado waren vier Europese scholen; volgens het jaarverslag over 1911 zaten er alleen christelijke inlandse meisjes op de ELS. Hieruit kun je afleiden dat Marie de christelijke godsdienst had.

Sinds 1902 moesten gegadigden voor de STOVIA een schriftelijk toelatingsexamen afleggen. Nadat Marie hiervoor was geslaagd, vertrok ze naar het verre Batavia. Misschien vond ze daar onderdak bij familie of bij mensen uit de Minahasa, haar geboortestreek. Op school was ze het enige meisje tussen ongeveer 180 jongens tot twee jaar later een medeleerlinge, Anna Warouw, ook uit de Minahasa zich inschreef.

In 1922 studeerde Marie af aan de STOVIA; de opleiding duurde in die tijd 10 jaar. Bij het behalen van haar diploma werd Marie in het zonnetje gezet en overladen met cadeaus, hetgeen haar uitzonderlijke prestatie maar ook haar eenzame positie benadrukte. Ze trad in dienst van de overheid en ging werken in het grote ziekenhuis (CBZ) in Weltevreden (een voorstad van Batavia). Ze specialiseerde zich op het gebied van de verloskunde. In de advertentie waarin haar huwelijk bekend werd gemaakt noemt zij zich verloskundig-assistente te Weltevreden. Het museum Boerhaave heeft enkele foto’s waar ze afscheid neemt van het vrouwenhospitaal; deze zijn enkele dagen voor haar huwelijk gemaakt.  Achterop een van de foto’s schrijft N.J.A.F. Boerma, sinds 1920 docent verloskunde aan de STOVIA en als vrouwenarts werkzaam in het CBZ, “ter eere van Mej. Marie Thomas die ons helaas gaat verlaten”.

Dr. Thomas aan het werk als verloskundige

Marie heeft haar echtgenoot Mohamad Joesoef op de STOVIA leren kennen; ze zaten lange tijd bij elkaar in de klas. Bij de overgang van de voorbereidende naar de medische afdeling van de STOVIA hadden beide een taak voor meetkunde. Haar man was afkomstig uit Solok (Sumatra’s Westkust). Waarschijnlijk was hij geen Christen, want op de enige ELS in Solok zaten eind 1910 alleen niet-Christelijke Inlandse jongens – en verder Europese jongens en meisjes. Hij werkte op het moment van zijn huwelijk als oogheelkundige te Padang (Sumatra’s Westkust). Het huwelijk was in twee opzichten bijzonder: de beide partners hadden zowel een andere godsdienst als een andere etniciteit, ze waren elk afkomstig uit een ander deel van Indonesië. Na haar huwelijk vestigde Marie zich als gouvernementsarts te Padang, maar na 1931 werd zij niet meer als zodanig genoemd.

Het lijkt erop dat het echtpaar begin jaren dertig van de twintigste eeuw in Weltevreden woonde. In 1931 werd namelijk het faillissement uitgesproken over haar Mohamad Joesoef; hij was toen particulier geneesheer in Weltevreden. Dit moet een dramatische gebeurtenis zijn geweest voor het echtpaar; Mohamad werd gedetineerd in de gevangenis te Struiswijk. In 1932 trad Marie toe tot het bestuur van Persatoean-Minahasa [Verenigd Minahasa]. Deze gematigd nationalistische politieke partij, opgericht in 1927, was voorstander van een federaal Indonesia met garantie voor de identiteit en autonomie van de Minahasa. Ook al was Marie inmiddels met een Sumatraan getrouwd, haar hart klopte nog steeds voor haar geboortestreek. De voorzitter van Persatoean Minahasa, Sam Ratu Langie zat toen in de Volksraad (het pseudo-parlement in Nederlands Indië), dus waarschijnlijk vonden de bestuursvergaderingen in Batavia plaats. Even leek het alsof Marie net als haar Nederlandse evenknie Aletta Jacobs  naast het arts-zijn ook politiek actief werd. Het bestuurslidmaatschap duurde echter maar drie jaar; ik vermoed dat het echtpaar toen naar Bukittingi (het vroegere Fort de Kock) verhuisde. Waarschijnlijk heeft Marie daar een vroedvrouwenschool opgericht en heeft zij daar ook les gegeven. In 1936 vond in haar huis een vergadering plaats die tot doel had om een plaatselijke afdeling van de Vereeniging van Indonesische Geneeskundigen op te richten, hetgeen op dat moment niet lukte. Een paar jaar later echter wel. In 1940 was Marie penningmeester; het jaar daarop bekleedde haar man deze functie. Marie overleed in 1966. Haar man was al in 1958 overleden. Het is niet bekend of het echtpaar kinderen heeft gehad.

x

___________________

[i]  Dr. Aletta H. Jacobs, Reisbrieven uit Afrika en Azië, 2 delen, Almelo (1913), II, 425.
[ii]  De Waart, “Vijf-en-zeventig jaren medisch onderwijs te Weltevreden, 1851-1926”, 54.
[iii] Art 9fReglement 1902, Ind Stb 1902 nr 443.
[iv]  KV 1901, 82.

Dit bericht werd geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië en getagged met , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

13 reacties op Marie Thomas (1896-1966), de eerste vrouwelijke arts in Nederlands-Indië

  1. Goed verhaal, ik wacht met spanning op nadere bijdragen over deze dokter.

  2. Indisch4ever zegt:

    Pietertje van Wijngaarden staat in de regeringsalmanakken kort na 1900 als arts genoteerd Ze was geboren in 1878 te Kollumerland, overleed in het Jappenkamp. Haar man was de rechter Helenus Agricola Pet in 1873 te Mr Cornelis geboren, ook in het jappenkamp gestorven.
    Er was een P. van Wijngaarden die in 1897 als tweede beste examen deed aan de HBS te Batavia. Waar deed ze haar artsenstudie en waar huwde ze ca 1903 ?

  3. A nony mouse zegt:

    Waarom moet dit leuke onderwerp over Marie E. Thomas verpest worden met herhaalde teksten over religie? Ook Aletta Jacobs wordt in de Post tot in den treure opgerakeld wanneer het over artsen gaat.
    iets anders is dat ik ergens las dat ze in het ziekenhuis in Jakarta (waar ik ter wereld kwam ) als arts gepraktiseerd had, namelijk Budi Kemuliaan, Rumah Sakit Bersalin – Maternity Hospital. Zou men daar niet omtrent Marie Thomas informeren?

    • Jan A. Somers zegt:

      Het is een geschiedenis van zo’n 100 jaar geleden. Religie en etniciteit (en sociale status) waren van groot belang voor de mogelijkheden van de jongelui. Niet alleen in Indië!

      • A nony mouse zegt:

        Java Post betekent Omzien in Verwondering

        In 1935, acht jaar na de stichting van Stovia etc. werden er 447 studenten geregistreerd met een toename van 96 in 1939 waarvan 120 eerstejaars. Onder de 447 in 1935 waren 84 Europeanen, 151 Chinezen, 209 autochtonen, 2 Japanners en één Amerikaan.
        Er waren hier 30 vrouwelijke studenten bij.
        Slechts 39 slaagden er in totaal in 1939, waarvan 11 Europeanen, 15 Indonesiërs en 13 Chinezen. Vaak hadden de studenten en hun verwanten te lijden onder de economische omstandigheden. De situatie is vandaag de dag onveranderd gebleven.
        Het niveau van het medisch onderwijs werd weliswaar gelijkgetrokken met dat van Nederland wat betreft de vereisten tot toelating.
        Niet te vergeten, er was in die periode ook een opleiding tot tandarts mogelijk. De Stovit.
        Desondanks waren helaas veel van onze naaste familieleden door onbekwame artsen aan hun einde gekomen.

        Bron: Geneeskundig tijdschrift voor Ned-Indië

    • meike pangkey zegt:

      Je reactie vind ik historisch kortzichtig, de z g ethische politiek werd in nauwe samenwerking met de Nederlandse Zendelingen Genootschap geimplenteerd.

  4. Eric Neyndorff zegt:

    Ik zie op de website Historische kranten van de KB dat mej P. van Wijngaarden in juli 1897 met de ss Prinses Marie naar Nederland is vertrokken, waarschijnlijk heeft ze haar studie in Nederland gedaan. In de Locomotief van 04-08-1898 staat dat mej. P van Wijngaarden, afkomstig van de Hogere Burgerschool in Semarang haar eerste examen natuurkunde heeft afgelegd.

  5. Wolter zegt:

    Is er meer bekent over de familie van Marie Thomas? Gevonden in een familie bericht uit 1925 op Delpher: overleden A. Thomas, wed. Thomas-Maramis, Marie E. Thomas te Medan. Is haar moeder een zus of nicht van Maria Walanda Maramis?

  6. Yeremia Lalisang zegt:

    Hi,
    I shared this article to my Grandmother who is the daughter of Anna Warouw. Do you want to talk with her so that you can have coverage of my Great-Grand Mother, Anna Warouw, as well, who is the second Vrouwlijke arts in het Nederlands-Indie.

    Dank u wel!
    Jeremy Lalisang

    • Wolter zegt:

      Hi Jeremy,

      Your grandmother must be tante Ietje Lalisang Karamoy. My grandmother Pingkan Gerungan, is a full cousin of Anna Warouw (so we are related to!)

  7. Surya Atmadja zegt:

    Dr Anna Karamoy-Warouw, gebboren op 23-02-1898 te Amoerang.
    De vrouwen van Minahasa hebben historisch gezien voorsprong dan hun Javaanse/Sundanese zusters.

  8. meike pangkey zegt:

    Mijn moeder is geboren in Amoerang, 1909, als wees werd ze kinderjuf bij Dokter Andu in Menado. Yerimy, do you know where she had praktice her doctorship?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s