Het vrijzinnig protestantisme in Nederlands-Indië
Profetieën zullen verdwijnen,
klanktaal zal verstommen,
kennis verloren gaan,
want ons kennen schiet tekort
en ons profeteren is beperkt…
Wanneer het volmaakte komt
zal wat beperkt is verdwijnen…
(1 Korintiën 13.8-11)
Het vrijzinnig protestantisme viert dit jaar het honderdjarig bestaan van haar landelijke vereniging, de ‘Vereniging van Vrijzinnig Hervormden’ (VVH, sinds 2004: VVP). De beweging, opgekomen aan het eind van de 19e eeuw als tegenhanger tegen allerlei orthodoxe stromingen binnen de protestantse kerk, vertegenwoordigt een theologie die uitgaat van geloven in vrijheid en verdraagzaamheid. Het is een geloof dat ruimte laat voor twijfels, en voortdurend in dialoog is met de maatschappelijke ontwikkelingen.

Nassaukerk Batavia (NA/Cas Oorthuis)
In Het vrijzinnig protestantisme in Nederland van Rienk Kramer (2007) lezen we verder van de oprichting van de ‘Vrijzinnig Christelijke Studentenbond’ (1915) en de ‘Vrijzinnig Christelijke Jongerenbond’ (1919). Deze laatste, bedoeld voor niet-studerenden van 18 tot 35 jaar, was een initiatief van de remonstrantse predikant L.J. van Holk. ‘Het romantische gemeenschapsverlangen en het idealistisch besef een gemeenschappelijke roeping te hebben in deze wereld is ook hier kenmerkend. Er werden conferenties georganiseerd en studiegroepen, evenzo jongens- en meisjeskampen liefst met ´s avonds een kampvuur. De belangstelling ging uit naar culturele onderwerpen: naar dichters en schrijvers, maar vooral naar toneelkunst. Zeer populair was het werk van Henriëtte Roland Holst. (…) In 1925 had deze jongerenorganisatie zo´n 3000 leden, en was daarmee een zeer belangrijke uiting van vrijzinnig protestants geloofsleven.´ In 1928 gingen de V.C.S.B. en V.C.J.B. samen op in de Vrijzinnig Christelijke Jeugd Centrale (V.C.J.C.).
Vrijzinnig protestanten in Indië
Over het vrijzinnig protestantisme in Nederlands-Indië vinden we in de bestaande literatuur geen woord. Toch heeft ook dáár een dergelijke beweging bestaan. In 1930 werd in Batavia een vereniging opgericht van ‘Vrijzinnig Godsdienstigen in Nederlandsch-Indië’, kort daarop gevolgd door afdelingen in andere grote plaatsen op Java. In 1933 werd een jeugdafdeling opgericht, de ‘Vrijzinnig Christelijke Jeugd Bond’ (VCJB). Het aantal leden van de beweging moet beperkt zijn geweest, maar de toon was steeds positief en hoopvol.
Het Bataviaasch Nieuwsblad berichtte op 24 februari 1939: Lees verder











