Geen schikking weduwen Indonesië

Onderhandelingen tussen het ministerie van Buitenlandse Zaken en tien weduwen van door Nederlandse militairen in 1947 op Zuid-Celebes – het huidige Sulawesi – doodgeschoten mannen zijn op niets uitgelopen. Dat meldt de NOS:

Indonesische weduwe

Indonesische weduwe

Onderhandelingen tussen het ministerie van Buitenlandse Zaken en tien weduwen van door Nederlandse militairen in 1947 op Zuid-Celebes, het huidige Sulawesi, doodgeschoten mannen zijn op niets uitgelopen.
Jerry Pondaag van de stichting Comité Nederlandse Ereschulden noemt het schikkingsvoorstel van het ministerie “een grove belediging” voor de weduwen. Door het mislukken van de onderhandeling is een nieuw proces over oorlogsmisdrijven tijdens de koloniale oorlog in Nederlands-Indië onvermijdelijk.

Rawagede 

Volgens Pondaag is het aanbod van Buitenlandse Zaken aan de weduwen op Zuid-Sulawesi beduidend minder dan de regeling die eerder is getroffen met de weduwen van de slachtoffers van het bloedbad in Rawagede.
Na een jarenlang proces werden die in 2010 door de rechtbank in Den Haag in het gelijkgesteld in hun claim tegen de staat. De weduwen kregen 20.000 euro per persoon en bovendien bood de Nederlandse ambassadeur in het openbaar excuses aan aan de nabestaanden.
Volgens Pondaag biedt Buitenlandse Zaken nu de helft. Bovendien wil het ministerie alleen schriftelijk excuses maken. “En met name de eis dat in het openbaar excuses worden gemaakt, weegt zwaar voor de weduwen. Dit schikkingsvoorstel is een grove belediging”, zegt Pondaag.    Lees verder

Geplaatst in 3. Bersiap en Merdeka, 1945-1949 | Tags: , , , , | 16 reacties

`Till we meet again´

Directeur G.A.J. Koert

Directeur G.A.J. Koert

Van het project Foto zoekt familie vertellen niet alleen de albums die kunnen worden teruggegeven een verhaal. Ook albums die – bij gebrek aan erfgenamen –  in de kluizen van het Tropenmuseum zullen blijven liggen, verdienen aandacht. Als voorbeeld moge dienen album 1159, het afscheidsgeschenk van de directeur van een kweekschool in Bandoeng.

Gerardus Albertus Johannes Koert werd op 27 november 1876 in Leiden geboren als zoon van Adam Koert (oud 32 jaren, wachtmeester) en Teuntje Ruis (huisvrouw). Op 14 mei 1902 huwde hij met Helena Gerarda Johanna van Ramshorst. Volgens de huwelijksakte was hij op dat moment onderwijzer en had zijn dienstplicht achter de rug. Helena, een jaar jonger dan haar man, was zonder beroep. Als getuigen traden op twee oudere broers van Koert, een vriend en een broer van Helena.

Koert blijft in het onderwijs. In 1907, aldus een bericht in de pers, haalde hij nog zijn akte lichamelijke opvoeding. Weer een jaar later, in 1908, scheept Koert zich in voor een reis naar Indië. Opmerkelijk is het dat zijn echtgenote nergens meer wordt vermeld. Ofwel het paar is gescheiden, ofwel, en dat lijkt aannemelijker, Helena is inmiddels (in het kraambed?) overleden. Van kinderen geen spoor. Mogelijk is Koert naar Indië vertrokken om te vergeten en een nieuwe start te maken.    Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , , , , | 30 reacties

Mooier dan Solo

Uit het Soerabaijasch Handelsblad van 4 juli 1936 het artikel ‘Een Javaan over Nederland. Reisbeschrijving uit 1868’:

Op weg naar Nederland

Op weg naar Nederland

“Hoewel in den loop der jaren al menige inheemse bewoner van de Indische Archipel naar Nederland was overgestoken, had nog geen hunner zijn indrukken over Negeri Blanda op schrift gesteld. De eerste die hiertoe overging was Raden Moenta-Jib Moeda, die einde Juli 1868 met een Nederlandse vriend per zeilschip Robertus Hendrikus naar Holland reisde en onder de naam Raden Abdoellah ibnoe Sabar bin Arkebah zijn indrukken over de reis en zijn verblijf in Nederland vastlegde in een boek, waarvan de Hollandse titel luidt: Reis naar Nederland van Raden Abdoellah ibnoe Sabar bin Arkebah, door hem zelf beschreven. Zijn boek, dat in 1876 ter Landsdrukkerij te Batavia verscheen, bevatte behalve een voorrede en een inhoudsopgave der 43 hoofdstukken, 333 bladzijden in octavo.

Opmerkelijk aan dit boek is, dat de schrijver zich vaak verdiept in feiten, welke men niet in de eerste plaats in een reisbeschrijving zou zoeken en die minder geëigend lijken om de belangstelling van zijn lezerskring te prikkelen. Zo vertelt hij bijvoorbeeld over het leven aan boord betrekkelijk weinig, maar als het schip een Engels schip ontmoet en daarmede seinen wisselt, vindt hij hierin aanleiding tot een uitvoerige verhandeling over seinboeken en de betekenis der seinen op zee. Op Sint-Helena bezoekt hij het huis en het graf van Napoleon; hij geeft er een schets van, maar knoopt er tevens een geschiedenis over Napoleon aan vast.   Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , | 6 reacties

Vrijheid, wat is dat?

Krijgsgevangene Adriaan Westermann (1904 – 1971) verbleef tijdens de oorlogsjaren in Thailand en Japan. In een bijgehouden dagboek doet hij verslag van de eerste dagen na de bevrijding in het Japanse mijnstadje Omuta.

Door Adriaan Westermann

Omuta: het stutten van de mijn

Omuta: het stutten van de mijn

Omuta, 4 september 1945:

Na de landing van de Amerikanen en het vertrek van de Japanse soldaten mochten wij vandaag voor het eerst de stad in. Aantreden bij de Amerikaanse wacht, geteld worden en dan de afmars. Langs de bekende mijnweg met de wachthuisjes, kolenhopen en spoorlijnen, en dan onder het viaduct door.
Sommigen van ons hebben deze weg meer dan 2 x 400 keer gelopen, dikwijls hongerig en afgemat. Niemand mocht en kon achterblijven, we werden opgejaagd door soldaten en buntaitjo´s. Niet zingen, niet fluiten en niet roken. Door regen, sneeuw en modder. Pratend over eten. Met zwarte oogranden en oren, en op stukke schoenen of blote voeten.

Dat was vroeger. En nu? Als een vrij man, goed gekleed en geschoeid, voldoende gegeten en dan voor de eerste maal sinds drie en een half jaar. Dit is wel een keerpunt in iemands historie.
Het weer was niet al te best, zo nu en dan viel er een buitje. Tot de mijn liepen we in formatie; er werden opmerkingen gemaakt in de zin van “als ik die of die tegenkom, dan kan ik me niet kunnen inhouden en sla hem op zijn bek.” Iemand zei: “We kunnen nu doen en laten, wat we willen.” “Tja”, zegt weer een ander, “dat deden de Japanners vroeger ook.” Eigenlijk weet niemand precies hoe en wat hij zal doen, en hoe de bevolking zal reageren.   Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , , , , | 4 reacties

The military in Tjepiring

By Leonie van Daalen

Suddenly, in November 1949, a long column of military men and some tanks came roaring into Tjepiring so that the ground trembled. Officers came in trucks and jeeps, waving at us, as they entered our small community. They were from the Northern Light, Infantry Battalion 403, part of the Tiger Brigade, which moved onto our sugar plantation. We greeted them with much enthusiasm, for we were very happy to see them. Their presence meant both security and fun. Our plantation was suddenly transformed, as we could hear the voices and laughter of young men everywhere. The soldiers moved into all the empty houses while the officers stayed in the clinic, which was also partially transformed into a canteen.

Tiger Brigade, Northern Light, Infantry Battalion 403, in Tjepiring

Tiger Brigade, Northern Light, Infantry Battalion 403, in Tjepiring

These young men had been fighting around Djogja and Solo for six months. They were generally in their early twenties, many of whom came from farms in the three most Northerly provinces of the Netherlands. Due to the war years, they had travelled very little, so when they arrived in the Indonesia, they were suddenly confronted with a totally different culture. Yet courage and bravery were asked of them to establish order in the colony and to protect Dutch citizens and property. They had arrived thinking that they were liberators, but, instead, they had had to fight a hidden enemy, a treacherous guerrilla war. To many, it was a great disappointment that the Dutch government had agreed to the Independence of Indonesia before the end of the year.    Lees verder

Geplaatst in 3. Bersiap en Merdeka, 1945-1949 | Tags: , , , | 28 reacties

Zeepost 2013/6

Vragen en oproepen van lezers

Werktuigkundige Adriaan Lemmens, a/b van de Janssens en op Poeloe Damar.

A.J. Lemmens (1904-1990)

A.J. Lemmens (1904-1990)

Mijn vader Adrianus Johannes Lemmens (Hatert, 24 maart 1904 – Hengelo, 27 juni 1990) was een Nederlands hoofdwerktuigkundige bij de Koninklijke Paketvaart Maatschappij.  Hij werd geboren als zoon van Johannes Gerardus Lemmens en Catharina Maria Manders, en trouwde te Soerabaja op 6 februari 1929 met Dolly Gerarda Bogaardt, geb. Mojokerto in 1904, dochter van Ernest Theodoor Bogaardt en de inlandse vrouw Kassirah. Het huwelijk werd ontbonden te Batavia op 17 september 1929.

Hij trouwde voor de tweede keer, op 7 november 1929 te Nijmegen, met Gertruda Catharina Geutjes. Uit dit huwelijk werden drie kinderen geboren, Karin (Toos), Jan en Gerard (ondergetekende). In 1930 keerde hij terug naar Nederlands-Indië, mijn moeder volgde hem in 1931. Hij was tevens de oom en peetvader van acteur Willem A. Nijholt, waardoor deze laatste de tweede voornaam Adrianus kreeg.

Met de Janssens naar Singapore

Eind 1941 voer mijn vader als tweede werktuigkundige op het K.P.M.-schip Janssens van Surabaya naar Singapore, met torpedo’s voor Nederlandse duikboten die samen met Britse en Australische schepen deze plaats verdedigden. Door gebrek aan schepen huurde de Nederlandse Marine in die tijd enkele koopvaardijschepen, waarvan de Janssens er één was. Aan boord van de Janssens waren, behalve de bemanning, ook de enige overlevende van de in de Golf van Siam op een Japanse mijn gelopen onderzeeër Hr. Ms. O 16, en een aantal overlevenden van getorpedeerde Engelse schepen Prince of Wales en Repulse. Het schip liep daarbij voortdurend de kans getroffen te worden door bomaanvallen die werden uitgevoerd door Japanse vliegtuigen. Als bewaping had het slechts twee dubbele mitrailleurs en twee oude kanonnen die voorheen alleen gebruikt waren als saluutkanonnen. Na deze actie kwam de Janssens veilig terug in de thuishaven Soerabaja. Voor zijn moedige gedrag tijdens deze periode ontving mijn vader later, in 1953, het Oorlogsherinneringskruis.    Lees verder

Geplaatst in Zeepost | Tags: , , , | 6 reacties

Ter ere van de monarchie

Wilhelminatoren

Over enkele weken mogen we een nieuwe koning begroeten. Vanuit historisch oogpunt bezien interessant, want onze staatsvorm staat op dit soort momenten ter discussie. Natuurlijk heeft ieder kroningsfeest zo zijn eigen bijzonderheden, zoals dat van Wilhelmina in 1898 in Soerabaja.

Ook in Indië werd bij verjaardagen en jubilea van het koningshuis flink uitgepakt. Bij uitstek geschikt om de band tussen het moederland en Indië te benadrukken, waren het dagen waarop overal in het land jubileumbogen werden op gericht, vlaggen werden uitgehangen en optochten werden georganiseerd. De feesten waren meestal gescheiden in die voor Inlanders en Europeanen, dat wel.    Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , , , | 96 reacties

De oom met de camera

Alle albums van het Tropenmuseumproject Foto zoekt familie staan nu online. Bezoekers van de site wordt verzocht mee te zoeken naar mogelijke eigenaars. Dat dit niet eenvoudig is, is inmiddels wel duidelijk. Bij meerdere albums kunnen we nu al vaststellen dat een eigenaar niet zal worden gevonden. Het album 1071 is één van deze albums. Gelukkig wél een album met een verhaal…

Jan Vane (1876-1945)

Jan Vane (1876-1945)

Het album werd door het Tropenmuseum zélf al toegeschreven aan een zekere heer Vane, zonder te weten wie hij precies was. In 2011 werden de foto´s uit het album gebruikt ter illustratie van een interview in het blad Moesson met Elly Maagdenberg, de dochter van een pensionhoudster in Batavia. Uit het interview werd duidelijk dat Vane regelmatig in Pension Haverkamp verbleef en daar de gasten vereeuwigde met zijn Rolleiflex. Hoe het album van Vane in het Tropenmuseum terecht is gekomen, is niet duidelijk. Wat weten we van hem?

Een Zeeuws doktersgezin op weg naar Indië

Zijn ouders waren Jan Daniel Huibrecht Vane (Krabbendijke, 1847) en Wilhelmina Petronella Mense (Nieuwe Tonge, 1849). Kort na hun huwelijk, in 1872, reisde het paar naar Nederlands-Indië. Vane, opgeleid tot “officier der gezondheid 2e klasse”, kreeg een functie bij het Groot Militair Hospitaal in Weltevreden, Batavia. Op 17 maart 1874 kreeg het paar een dochter, Cornelia Johanna. Later dat jaar werd Vane op ‘ziekenschepen’ geplaatst, en vertrok daarvoor, samen met zijn echtgenote en dochter, naar Soerabaja.  Kort daarop werd hij op eigen verzoek eervol ontslagen uit militaire dienst, en kreeg toestemming zich als burgerarts te vestigen in de residentie Probolinggo.    Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , | 3 reacties

Hecht je niet en wortel niet

Op 22 maart overleed Aya Zikken, 93 jaar oud. Kort daarvoor verscheen het ‘zelfportret’, over een rusteloze, gedreven vrouw op zoek naar de verloren magie van het Indisch paradijs.

Door Kester Freriks

De jonge Aya Zikken

De jonge Aya Zikken

Een jong Hollands meisje, woonachtig in het Gelderse Epe, hoort voor het eerst over Java. Het is 1925. Ze heet Aya Zikken en is zes jaar. Haar vader is hoofdonderwijzer. Dat Java moest ‘gruwelijk’ zijn met ‘sissende gifslangen over het bospad.’ Daar zou ze met haar ouders gaan wonen in ‘een houten huis op palen waar een tijger op de stoep lag en wolken muskieten voor de ramen hingen in plaats van de vertrouwde vitrage in Holland.’

Eenmaal in Indië komt het gezin Zikken in Bandoeng terecht. Daar vindt de jonge Aya geluk en vrijheid. Ze hecht zich aan vriendinnen, de inlandse bedienden en vooral ook de huisdieren die onlosmakelijk met een jeugd in Indië zijn verbonden. Lang duurt dat geluksgevoel niet. Kort daarop krijgt haar vader een aanstelling in Soerabaja, later volgt de overplaatsing naar de zuidpunt van Sumatra. Opnieuw raakt het meisje in paniek. Wat moet ze daar in de jungle? Vader Johannes Zikken probeert zijn dochter gerust te stellen: ‘Ergens wortelen is verkeerd. Het is nodig de moed op te brengen om steeds een nieuw leven te beginnen.’ En: ‘Alles is voor even.’ De 9-jarige Aya Zikken beseft dat in dit land ‘iets is dat achtergelaten kon worden en ook niets dat je mee kon nemen.’ Zelden zullen sussende, vaderlijke woorden zoveel invloed hebben gehad. Ze bepaalden haar leven, en vooral haar latere literaire werk met hoogtepunten als De atlasvlinder (1958), Terug naar de Atlasvlinder. Een reis door Sumatra (1981), De Tanimbar-legende (1992) en Indische jaren. Het verhaal van Tjisaroea (2001).    Lees verder

Geplaatst in 7. In Memoriam | Tags: , , , | 6 reacties

Mystery of the deep

Jersey Evening Post

Jersey Evening Post

`De Vlielander Jan Kuiper mag graag de vloedlijn afzoeken naar mooie stukken hout waarvan hij lijsten kan maken voor de schilderijen die zijn vrouw maakt´, aldus een openingszin uit recente jutterslectuur. Een pakkend begin, de liefde spat er van af. Nog onbewust van wat komen gaat lopen we graag een stukje met Jan mee, samen op zoek naar iets moois. Maar dan, opeens, komt het: `Afgelopen week vond Kuiper een, naar het leek, kunststof tegel van 29 bij 31,5 en 2,5 cm dik. In de tegel stond het woord TJIPETIR.’

Niet alleen Jan Kuiper vindt op Vlieland een dergelijke tegel, maar ook Debora Boomsma en Dirk Bruin. Op Texel en Ameland worden soortgelijke vondsten gemeld. Na enig googlen blijkt dat het zelfde soort tegels de afgelopen winter is aangespoeld op de kust van Cornwall en Noord-Frankrijk. Het woord Tjipetir klinkt de Britten en Fransen zó uitheems in de oren dat daar meteen gedacht wordt aan een mysterieuze herkomst, een soort Atlantis. De Jersey Evening Post spreekt van een “Mistery of the deep”. Een Brit uit Cornwall opent een speciale Facebook-pagina en Twitter-account, en filmregisseurs tonen al belangstelling.    Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , , | 19 reacties