‘Alleen de wind is als vroeger´

Instructies voor evacuatie met een troepenschip

Uit Het Dagblad, Batavia, 15 februari 1946:

“Hoe zullen wij het straks aan boord hebben?”: het is een vraag die allen, die voornemens zijn te evacueren of te repatriëren, in meerdere of mindere mate bezig houdt.
Om nu te grote teleurstellingen van hen die het beeld van een vooroorlogse zeereis nog voor ogen hebben te voorkomen, en anderzijds de verhalen van pessimisten over gruwelijke ontberingen aan boord tot de ware proporties terug te brengen, meent het Centraal Evacuatiebureau goed te doen, ten behoeve van alle belanghebbenden, een korte beschouwing te geven over de schepen waarmee de evacuatie plaatsvindt.

Evacuees a/b van de Klipfontein, bij aankomst in Amsterdam, augustus 1946.

Evacuees a/b van de Klipfontein, bij aankomst in Amsterdam, augustus 1946.

Voorop staat, dat de ter beschikking gestelde vervoersgelegenheid uitsluitend bestaat uit troepenschepen. Aangezien er geen gelegenheid is geweest de troepenschepen geschikter te maken voor het evacuatievervoer, betekent dit dat de evacuees en repatriërenden — met uitzondering van ernstig zieken, die kunnen reizen met het speciaal voor ziekenvervoer ingerichte m.s. „Oranje” ongeveer dezelfde ervaring zullen moeten ondergaan als in de afgelopen jaren miljoenen geallieerde soldaten Om het onze reizigers, en vooral de vrouwen en kinderen onder hen, op deze drijvende kazernes iets ruimer te geven, wordt voor evacuatie slechts een gedeelte van de capaciteit der schepen benut.    Lees verder

Geplaatst in 4. Nederlands-Indië overzee | Tags: , , , | 18 reacties

Een zwarte augustus

Online bronnen m.b.t. Nederlands-Indië uit de lucht gehaald

De onthulling van monumenten is altijd feestelijk en gaat gepaard met ruime aandacht. De teloorgang is minder spectaculair: soms geleidelijk, soms abrupt, maar bijna altijd onopgemerkt. Met websites over de geschiedenis van Nederlands-Indië, monumenten op zich, is het niet anders. Opeens zijn ze er niet meer…

Erfgoed 'on line'

Erfgoed ‘on line’

Rond het jaar 2000 gaf de rijksoverheid opdracht tot het verrichten van groot onderzoek naar de geschiedenis van Nederlands-Indië en de repatriëring. Een paar jaar later mocht Stichting Het Gebaar een 35 miljoen uitgeven aan projecten om het erfgoed van Indië vast te leggen. Het moest allemaal blijven, zo vond men, en het mocht dus wat kosten. Het ging immers om een geschiedenis die nooit verloren mocht gaan.    Lees verder

Geplaatst in 6. Onderzoek, Aanspraken en Verwerking | Tags: , , , | 70 reacties

Weduwen niet naar Jakarta

Van het advocatenkantoor dat de belangen van de weduwen van bij Politionele Acties omgebrachte Indonesiërs behartigt, de firma Böhler, verscheen deze week het volgende persbericht onder de titel “Weduwen vragen de Nederlandse Staat excuses uit te spreken op Zuid-Sulawesi”:

Enkele van de weduwen

Enkele van de weduwen

Amsterdam, 2 september 2013 – “De tien weduwen van de standrechtelijke executies uitgevoerd door Nederlandse militairen op Zuid-Sulawesi, in Indonesië, in 1947, hebben minister Timmermans gevraagd de excuses uit te spreken op Zuid-Sulawesi. Zij zijn te oud om naar Jakarta te reizen.    Lees verder

Geplaatst in 3. Bersiap en Merdeka, 1945-1949 | Tags: , , , , | 126 reacties

Zeepost 2013/10

Vragen en oproepen van lezers

Op zoek naar documenten over de verpleging in Nederlands-Indië

In verband met een wetenschappelijk artikel over de geschiedenis van de verpleging in Nederlands Indië ben ik op zoek naar ervaringen van (oud-) verplegers of verpleegsters, liefst in de vorm van brieven of dagboeken.

N. Stokvis-Cohen Stuart met leerling-verpleegkundigen in de verloskamer

N. Stokvis-Cohen Stuart met leerling-verpleegkundigen in de verloskamer

Voor 1900 waren er geen gediplomeerde verpleegsters/verplegers in Indië. Ziekenhuizen waren in die tijd niet populair, noch bij de Europeanen noch bij de inheemse bevolking. De combinatie van slechte hygiëne en onbetrouwbaar, ondeskundig personeel bezorgde de gouvernementsziekenhuizen een slechte naam. Een Europese arts schreef het volgende over de verpleging: het ‘waren gewone baboes “niet eens van ’t fijnste soort”. Ze hadden hun eigen “onfrissche plunje” aan met daarover als dienstkleding een wit schort. Lezen en schrijven konden ze niet; ze kenden alleen de cijfers van 0 tot 9 en waren daardoor in staat de thermometer af te lezen en de temperatuur te noteren. De voorschriften voor voeding en medicijnen moesten ze maar onthouden. Op de mannenzaal was het iets beter omdat de oppassers ten minste meestal lezen en schrijven konden.’ Bovendien leefde onder de inlandse bevolking het beeld dat in het stadsverband altijd alleen maar  ‘gepotongd’, letterlijk gesneden, in dit verband geopereerd, werd.  Logisch dus dat men zich liever thuis liet verplegen.   Lees verder

Geplaatst in Zeepost | Tags: , | 12 reacties

De boeken van Van Hien

Door Ad Rek

H.A. van Hien,  De Javaansche geestenwereld.

H.A. van Hien, De Javaansche geestenwereld.

Zo halverwege de jaren ´60 was ik als jonge twintiger behalve in yoga en India ook geïnteresseerd geraakt in theosofie. Via mijn toenmalige yogalerares kwam ik in contact met een theosofe in Breda. Het was een mevrouw van een jaar of tachtig die in Indonesië had gewoond en daar in Grissee in het onderwijs had gewerkt.

Ik ging bij haar in de tuin werken. Dat was heel erg nodig. De buren klaagden dat het er een oerwoud was. Je kon inderdaad vanaf de tweede verdieping de grond niet meer zien. “Ze denkt zeker dat ze nog steeds in Indië woont”, becommentarieerden ze mijn werkzaamheden vanaf het balkon. Ik snoeide van alles, maar wel op háár aanwijzingen. Jammer genoeg voor de buren mocht ik niet al te veel snoeien.

Aan het eind van de dag kookte ze voor mij een Indische maaltijd waarbij ze mij ook nog opvoedde in tafelmanieren. Thuis had ik die niet echt geleerd en de Indische familie waar ik vaak kwam bestond uit ‘blote voeten Indo’s’ die ook nog eens met hun handen aten, met het bord op schoot. Dat laatste probeerde ik dan na te doen. Heel interessant, maar volgens deze mevrouw niet zoals het hoorde. Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , , , | 68 reacties

Zeepost 2013/9

Vragen en oproepen van lezers

De familie Luijkx in Bandoeng

In verband met een aanstaande ‘roots-reis’ naar Java ben ik op zoek naar plaatsen waar mijn grootouders van moederskant gewoond hebben. Foto’s en info zijn verloren gegaan, het enige dat ik nog heb zijn data en plaatsen uit een poesie-album van mijn (overleden) moeder Rinie Luijkx.

Mw. Luijkx-van der Haar en haar dochters Rinie, Leny en Ria.

Mw. Luijkx-van der Haar en haar dochters Rinie, Leny en Ria.

Mijn grootvader heette P.J.A. (Piet) Luijkx, geboren 09-02-1910. Hij was kapitein MAkl en onderluitenant KNIL, en werkte bij de administratieve dienst. Mijn grootmoeder heette Hendrika van der Haar maar werd ook wel Loek genoemd.   Lees verder

Geplaatst in Zeepost | Tags: , | 1 reactie

Een uitgestoken hand

Kort na het uitroepen van de Republiek op 17 augustus 1945 verliet Jacques Lisser, samen met zijn vader, het interneringskamp in Bandoeng om zijn moeder op te zoeken. Onderweg ontmoetten de mannen niets dan hartelijkheid. Van een anti-Nederlandse stemming was nog niets te merken.
Toen ‘Den Haag’ weigerde mee te werken aan het onafhankelijkheidsstreven van de Indonesiërs sloeg de sfeer echter om, en werd ook Lisser slachtoffer van pemuda-aktiviteiten.

Door Jacques Lisser

Jacques Lisser, 1941

Jacques Lisser, 1941

In het laatste jaar van de Japanse bezetting zaten mijn vader en ik in het burger-interneringskamp Tjikoedapoeteuh te Bandoeng. Mijn moeder was in een ander kamp geïnterneerd. Waar zij zat en of zij nog leefde wisten wij niet. Al heel lang hadden wij geen post meer van haar ontvangen.
Na de capitulatie kregen we een telegram met het bericht, dat zij, ernstig verzwakt, in het ziekenhuis in Semarang was opgenomen. Wij besloten naar haar toe te reizen.

Buiten het kamp was sprake van een feestelijke stemming. We werden vriendelijk bejegend. De Indonesiërs beschouwden ons, evenals zichzelf, slachtoffers van de Japanse bezetting. Velen mannen en jongens liepen met een rood-wit embleem en een kopiah (zwart hoofddeksel zoals Soekarno droeg). Wij noemden hen gemakshalve ‘nationalisten’. Van een bevriende Indonesische zakenrelatie van mijn vader leenden wij wat geld, kochten reisbiljetten en wat leeftocht, en probeerden nog diezelfde middag met een trein naar Semarang te reizen. De wagons waren propvol. De normale ingangen waren niet meer toegankelijk. Een uit het raam hangende man gebaarde ons via zijn raam de trein in te klimmen. Met hulp van reizigers op het perron lukte het ons ons door het raam te wurmen. Door flink in te schuiven werd ons een relatief comfortabele zitplaats geboden. Gedurende de hele reis werd er over het verleden en toekomst gesproken. Samen met de Hollanders snel de sporen van de Japanse bezetting uitwissen en het land verder opbouwen, maar natuurlijk onder leiding van een Indonesische regering, – zó was ongeveer de inhoud van onze conversatie.    Lees verder

Geplaatst in 3. Bersiap en Merdeka, 1945-1949 | Tags: , , , | 147 reacties

Het Goebengtransport

Door Jan Somers

Morgen is het 15 augustus, de nationale herdenking bij het Indiëmonument in Den Haag.  Het is dan even stil. Misschien even tijd om aan de slachtoffers van het Goebengtransport in Soerabaja te denken?

Slachtoffers van het Goebengtransport op erebegraafplaats Kembang Kuning, ca. 1950

Slachtoffers van het Goebengtransport op erebegraafplaats Kembang Kuning, ca. 1950

Na de capitulatie van Japan en de onafhankelijkheidsverklaring van Indonesië barstte de bersiap los. Soerabaja werd opgezweept door radiotoespraken van de journalist Boeng Tomo, en van K’tut Tantri, de Brits-Amerikaanse kunstenares Muriel Pearson met de bijnaam Surabaya Sue die zich bij de revolutie had aangesloten. Op 19 september vond op het Oranjehotel het vlagincident plaats, de daaropvolgende rellen konden door de nog aanwezige Japanse militairen worden beteugeld. Tussen 15 oktober 1945, ‘bloody Monday’, en 20 oktober werden (indo)Europese mannen en jongens opgepakt en rechtstreeks, of na bloedige confrontaties met de PRI en gepeupel in de Simpangclub, overgebracht naar de Van de Werfstraatgevangenis. Voor de hoofdpoort had zich een opgewonden menigte met bamboesperen, knuppels en kapmessen verzameld waar de aan hun lot overgelaten gevangenen doorheen moesten zien te komen. Het aantal doden en gewonden onder de gevangenen is niet bekend, ruwe schattingen liggen tussen de vijftig en tweehonderd doden in de Simpangclub, en ca. veertig doden bij de gevangenis. Zelf heb ik het er redelijk goed vanaf gebracht. Bij al die gebeurtenissen bleef de Indonesische politie afwezig.   Lees verder

Geplaatst in 3. Bersiap en Merdeka, 1945-1949 | Tags: , , , , , | 102 reacties

Een bijzondere verjaardag

Door Jacques Lisser

Op 8 augustus 1945 werd ik 20 jaar. Het was mijn vierde verjaardag in gevangenschap. Al in de eerste maanden van de bezetting werden velen van mijn klasgenoten van mijn middelbare school in Soerabaja en ikzelf in een gevangenis ondergebracht. Daarna begon een zwerftocht door verschillende interneringskampen op Java, eindigend in het kamp Tjikoedahpateuh (15e Bat.) in Bandoeng.
Deze achtste augustus zal ik nooit vergeten.

Spoorwegkamp Tjitjalengka

Spoorwegkamp Tjitjalengka

De dag begon heel normaal. Om vijf uur s’ochtends liepen wij het kamp uit naar het station voor transport naar de aan te leggen spoorlijn tussen Tjitjalenka en Madjalaya; een traject van 15 km, 28 km ten oosten van Bandoeng. Hieraan moesten enkele duizenden geïnterneerden uit Tjikoedahpateuh en het nabijgelegen kamp Tjimahi werken. Een dagelijks zwaar corvee in de felle zon met heel weinig schaduw om uit te rusten en veel te weinig drinkwater. Doodmoe, uitgehongerd en uitgedroogd kwamen wij iedere avond thuis.   Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , , , , , | 29 reacties

Tot in lengte der dagen

Monumenten worden gezien als symbolen van een samenleving, als ‘lieux de memoires’ van wat eens was. Maar wat, als die monumenten er zelf niet meer zijn? Van alle monumenten die Nederlands-Indië ooit heeft gekend, was het Koningin Emma Monument in Soerabaja misschien wel het kortste leven beschoren. De enige sporen die het naliet zijn enkele artikelen in de dagbladpers, en – dank zij het project ‘Foto zoekt Familie’ van het Tropenmuseum – een enkele foto, gemaakt door een particulier.

Monument Koningin Emmaschool Soerabaja, 1937

Monument Koningin Emmaschool Soerabaja, 1937 (TM/FZF/937/15)

Zoals bij vele andere foto´s uit dit project: de maker van het plaatje is ons onbekend. Uit het album kan worden opgemaakt dat het een familie betrof die aan de Embong Kenongo heeft gewoond, op een steenworp afstand van de gouverneurswoning. We stellen ons zo voor dat de man des huizes met zijn vrouw en dochter naar het park voor de gouverneurswoning is gewandeld, en daar deze foto heeft gemaakt. De tekst van het monument – “opgedragen bij het jubileum van de Koningin Emmaschool” – helpt ons een reconstructie te maken van het doel en de bouw.    Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , , , , , , , , | 10 reacties