Het Goebengtransport

Door Jan Somers

Morgen is het 15 augustus, de nationale herdenking bij het Indiëmonument in Den Haag.  Het is dan even stil. Misschien even tijd om aan de slachtoffers van het Goebengtransport in Soerabaja te denken?

Slachtoffers van het Goebengtransport op erebegraafplaats Kembang Kuning, ca. 1950

Slachtoffers van het Goebengtransport op erebegraafplaats Kembang Kuning, ca. 1950

Na de capitulatie van Japan en de onafhankelijkheidsverklaring van Indonesië barstte de bersiap los. Soerabaja werd opgezweept door radiotoespraken van de journalist Boeng Tomo, en van K’tut Tantri, de Brits-Amerikaanse kunstenares Muriel Pearson met de bijnaam Surabaya Sue die zich bij de revolutie had aangesloten. Op 19 september vond op het Oranjehotel het vlagincident plaats, de daaropvolgende rellen konden door de nog aanwezige Japanse militairen worden beteugeld. Tussen 15 oktober 1945, ‘bloody Monday’, en 20 oktober werden (indo)Europese mannen en jongens opgepakt en rechtstreeks, of na bloedige confrontaties met de PRI en gepeupel in de Simpangclub, overgebracht naar de Van de Werfstraatgevangenis. Voor de hoofdpoort had zich een opgewonden menigte met bamboesperen, knuppels en kapmessen verzameld waar de aan hun lot overgelaten gevangenen doorheen moesten zien te komen. Het aantal doden en gewonden onder de gevangenen is niet bekend, ruwe schattingen liggen tussen de vijftig en tweehonderd doden in de Simpangclub, en ca. veertig doden bij de gevangenis. Zelf heb ik het er redelijk goed vanaf gebracht. Bij al die gebeurtenissen bleef de Indonesische politie afwezig.  

Komst van de Britten

Op 25 oktober 1945 landden 4000 man van de 49e Indian Infantery Brigade onder brigade-generaal A.W.S. Mallaby in Soerabaja. De landing van deze kleine licht bewapende eenheid werd door de PRI geaccepteerd nadat de republikeinse leiders in Batavia op de hoogte waren gesteld en de Britten hadden uitgelegd slechts te willen zorgen voor bescherming en zonodige evacuatie van vrouwen en kinderen, geïnterneerden en Japanse militairen. Hierover had Mallaby regelmatig overleg met het stadsbestuur. Europese vrouwen en kinderen werden zoveel als mogelijk samengebracht in door die soldaten beschermde wijken Ketabang, Goebeng en Darmo. Het lukte de Britten groepen vrouwen en kinderen naar de haven te brengen en vandaar naar Singapore te evacueren. Voor deze transporten moest elke keer toestemming worden gevraagd bij de autoriteiten. Het gevolg was dat die transporten bij de Indonesische bevolking bekend werden en werden overvallen. Hierbij sneuvelden nogal wat Brits-Indische militairen waardoor deze transporten soms moesten worden gestaakt. Sommige militaire chauffeurs wisten echter zonder toestemming tamelijk veel vrouwen en kinderen ongestoord te evacueren.
Vanwege toenemende aanvallen werd het ook moeilijker alle wijken te beschermen en met toestemming van de Indonesische autoriteiten werd begonnen bewoners van de wijk Goebeng over te brengen naar het reeds overvolle Darmokamp.

Het Goebengtransport

In de ochtend van 28 oktober 1945 vertrokken vanaf het Lombokplein twee transporten met vrouwen en kinderen naar Tandjoeng Perak onder bescherming van Gurkha’s. Zij kwamen daar zonder problemen aan, maar de straten waren griezelig stil.
In de namiddag waren vrouwen en kinderen voor het volgende transport (nu naar het Darmokamp waar ook mijn moeder en zus verbleven) in de nabij het Lombokplein gereedstaande trucks gaan zitten. Het ging hierbij om 17 tot 20 trucks, elk bemand door vijf Gurkha’s, met 10 tot 15 vrouwen en kinderen per truck. Het transport stond onder leiding van kapitein Chopra van de Royal Indian Artillery die met vier Gurkha’s in een jeep voorop reed. In de voorste truck zat ook de Zwitserse consul M.E. Keller, die al meerdere transporten had begeleid.
Het transport reed door de Sumatrastraat, de Brugstraat, de brug Sonokembang over de Kali Mas, en de Embong Sonokembang om daarna de Palmenlaan in te slaan. Het transport heeft even stilgestaan voor de brug, omdat er schoten klonken en Chopra wilde weten wat er aan de hand was. De jeep die hij over de brug op verkenning had gestuurd, kwam terug met de mededeling van de militairen dat het verantwoord was verder te gaan.

Eén van de uitgebrande trucks van het Goebengtransport

Eén van de uitgebrande trucks van het Goebengtransport

Na de brug reed de colonne tussen de PRI-post in het Brantashotel en de Britse post in het vroegere Britse consulaat de Embong Sonokembang in. In de Palmenlaan stuitten de voorste trucks op een barricade bij Apotheek Kaliasin. De laatste truck was toen al over de brug Sonokembang gereden. Er stond niemand bij de barricade. Toen Chopra met zijn mannen uit de jeep stapten om de barricade te verwijderen, werd plots het vuur op hen geopend vanuit nabij gelegen huizen en kampongs. Chopra en zijn mannen werden dodelijk getroffen. Eén van de eerste trucks had meteen nadat het vuur werd geopend, vol gas gegeven en was over de trambaan richting Darmoziekenhuis gereden. Vervolgens werden de overige trucks op de Palmenlaan en Embong Sonokembang bestookt met geweren, lichte machinegeweren en handgranaten, waarbij de Gurkha’s fel van zich afbeten. Bij het donker worden hebben zij ook geprobeerd de straatlantaarns van de Palmenlaan uit te schieten. Op de Palmenlaan wisten uiteindelijk vier trucks te ontsnappen naar het Darmoziekenhuis dat onder bescherming van de Gurkha’s stond. Vanuit Embong Sonokembang wisten twee trucks via de zijstraat Embong Tjermee te ontsnappen en ook het Darmoziekenhuis te bereiken. De overige trucks in Embong Sonokembang werden in brand geschoten.

Op zoek naar dekking

Sommige vrouwen zochten dekking onder de matrassen die zich in de trucks bevonden. In die trucks vielen de eerste slachtoffers. Zo ook de heer Keller, die gewond raakte. Een aantal vrouwen en kinderen werd door de Gurkha’s in nabije huizen in veiligheid gebracht, enkele van die huizen werden ook het mikpunt van het gepeupel. Vele slachtoffers vielen vooral onder hen die op eigen gelegenheid een veilig heenkomen zochten. TKR-mannen werden door hun eigen volk uit kampong Kepoetran aangevallen toen zij vrouwen en kinderen voor hun veiligheid naar kampong Kaliasin wilden brengen.
Kolonel Pugh had vanuit het tot een vesting gemaakte Darmoziekenhuis geprobeerd het transport tegemoet te rijden maar kwam niet ver op de met barricaden verstopte Darmoboulevard. Van de in het ziekenhuis aangekomen truckchauffeurs hoorde hij over de gebeurtenissen. Enkele Gurkha’s hadden onder hevig vuur langs het konvooi gelopen en laadkleppen neergeklapt om de vrouwen en kinderen uit te laten om hen in een lege woning onder te brengen, onder bescherming van een wacht. Toen om negen uur de strijd begon te luwen ging Pugh met een patrouille en enkele brancarddragers op zoek naar die woning waar hij inderdaad vrouwen en kinderen aantrof. Daar was overigens al een andere patrouille aangekomen die hen matrassen had bezorgd, de gewonden had verzorgd en rantsoenen met hen had gedeeld. Er werden twee dode kinderen, een dode vrouw, twee gewonde kinderen en drie gewonde vrouwen aangetroffen.

Britse soldaten in gevecht met Indonesiërs

Britse soldaten in gevecht met Indonesiërs

De volgende dag vertelde een bewoonster uit de Brantasstraat over de aanvallen op de geïsoleerd geraakte Britse wachtposten. Hun munitie raakte op. Een Britse post op de hoek van de Brantasstraat en de Brugstraat werd door de massa onder de voet gelopen en afgemaakt. De Britse bezetting van het consulaatgebouw en het Brantashotel trof hetzelfde lot waarmee alle Britse wachtposten in het Goebenggebied waren opgerold. Lijken werden in de Kali Mas gegooid en joelend met stenen nagesmeten. Dit waren de verminkte lichamen die Soekarno en Hatta die middag hebben langs zien drijven.

Latere gebeurtenissen

De dagen na de moord op het Goebengtransport kwamen de gevechten en de moordpartijen goed op gang. De door generaal-majoor D.C. Hawthorn, de superieur van Mallaby, ingeroepen bemiddeling door Soekarno en Hatta leidde tot een wapenstilstand, maar na hun vertrek laaiden de gevechten weer op. Bij de rondrit van een Britse/Indonesische delegatie om de wapenstilstand bekend te maken werd Mallaby vermoord. Met toestemming van de PRI uitgevoerde voedseltransporten naar het Darmokamp werden niet langer doorgelaten. Ondanks de escalatie van het geweld als gevolg van de moord op Mallaby wisten de Brits-Indische militairen nog een groot aantal vrouwen en kinderen naar het havengebied te brengen waarna  de bescherming van het Darmokamp moest worden beëindigd. Alle militairen werden teruggetrokken op hun bruggenhoofd rond Tandjoeng Perak. Ruim 6000 vrouwen en kinderen waren door de Brits-Indiërs geëvacueerd ten koste van 220 doden en vermisten en 80 gewonden.

Laten wij morgen, 15 augustus 2013, bij het stilzijn even aan hen denken.

x

x

Verantwoording: Ik heb mij gehouden aan de verhaallijnen in Willy Meelhuijsen, Revolutie in Soerabaja, Walburgpers, ISBN 90.5730.133.4. Hierin vooral de gedegen studie van de Amerikaanse historicus William H. Frederick, het uitgebreide verslag van onderbevelhebber kolonel L.H.O. Pugh, en de grote verzameling gegevens van H. Itzig Heine (als jongen er levend vanaf gebracht), aangevuld met een groot aantal Indonesische getuigenissen. Eén grote chaos waaruit ik mijn vereenvoudigd verhaal heb gemaakt. Het is geen waarheidsvinding van mij; ik heb alleen geprobeerd de situatie te schetsen waarin de slachtoffers zijn omgekomen. Het aantal slachtoffers zal voor altijd onbekend blijven. Volgens Frederick zouden er van de 200 vrouwen en kinderen tussen de 40 en 50 zijn gedood. Broeshart spreekt over 83 doden en Dominique Venner over 125 doden.  Itzig Heine komt tot een naamlijst van 34 overledenen en een naamlijst van 93 overlevenden. Andere bronnen komen gemiddeld tot 112 overledenen. Over gewonden wordt nergens gesproken, deze zijn waarschijnlijk verspreid geraakt in meerdere opvangpunten. De meest betrouwbare schatting van het aantal dodelijke slachtoffers vind je bij de graven op het ereveld Kembang Kuning in Surabaya. Daar zijn 26 verzamelgraven met 28 oktober 1945 als datum, waarin 108 personen zijn begraven, waarvan 23 met name genoemd,. Misschien behoorden niet al deze personen tot het Goebengtransport (ook elders in de stad werd gemoord), maar mogelijk zijn ook niet van alle slachtoffers de lijken gevonden. De Kali Mas was zo dichtbij! Ook is niet bekend onder welke datum de in de leeggeplunderde huizen later gevonden naamloze slachtoffers zijn begraven.
De gesneuvelde Brits-Indische militairen zijn waarschijnlijk op het ereveld in Jakarta herbegraven. Vermoedelijk zijn ook niet al hun stoffelijke overschotten gevonden. De dag na de moord op het Goebengtransport zaten Soekarno, Hatta en Sjarifoedin, die door de Britten naar Soerabaja waren gehaald om te bemiddelen, op de achtergalerij van het gouverneurshuis met uitzicht op de Kali Mas. Zij zagen onthoofde lichamen van Brits-Indische soldaten drijven. Hatta vertelde een verhaal dat hij die ochtend van resident Soedirman had gehoord. Britse soldaten die uit een in brand gestoken gebouw naar buiten vluchtten werden door de menigte vermoord, onthoofd en in de Kali Mas gegooid. Een andere door Soedirman vertelde ‘behandeling’ zal ik u besparen.

x

Dit bericht werd geplaatst in 3. Bersiap en Merdeka, 1945-1949 en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

56 reacties op Het Goebengtransport

  1. R Geenen zegt:

    Dat was natuurlijk ook een vreselijke tijd, echter ik denk terug, dat wij , mijn familie en ik het hebben overleefd dank zij de twee atoom bommen. Mijn vader echter niet.

    Ronny

  2. My God, wat een haat, dus ellende en verdriet kan de mens een mens aan doen op de wereld en het is nog steeds niet anders in meerdere landen.

  3. m.a.huster zegt:

    N.a.v. de oproep 15 Augustus te vlaggen het volgende : Zou het niet beter en mooier zijn om in analogie met 4 en 5 mei op de 14e Aug. 0m 18 uur de vlag halfstok te hangen en 15 Aug de vlag in top.
    Op de een of andere manier voel ik het als een te kort koming aan de gevallenen en kampdoden dat er alleen aandacht word besteed aan het einde WOII op de 15e.
    Groeten
    m.a.huster

    • R Geenen zegt:

      N.a.v. de oproep 15 Augustus te vlaggen het volgende : Zou het niet beter en mooier zijn om in analogie met 4 en 5 mei op de 14e Aug. 0m 18 uur de vlag halfstok te hangen en 15 Aug de vlag in top.
      Op de een of andere manier voel ik het als een te kort koming aan de gevallenen en kampdoden dat er alleen aandacht word besteed aan het einde WOII op de 15e.
      Groeten
      m.a.huster

      Daar ben ik het wel mee eens.
      Ronny Geenen

    • LJ Brunt zegt:

      Ik doe dit al jaren; 14 Augustus om 18.00 uur de vlag halfstok tot zonsondergang en 15 Augustus van zonsopkomst tot zonsondergang de vlag in top.
      Leen Brunt

    • hansvschaik zegt:

      Melle: mee eens !

  4. Walter Muller zegt:

    Ik was 5 jaar toen het transport voor ons huis aan de Goebengboulevard stil stond om met de laatste truck van het konvooi, nog mensen mee te nemen. Ik was een speels en eigenwijs kind en was al met de andere kinderen uit de buurt in de truck geklommen. Mijn moeder stond met mijn broer en zus nog achter de truck toen ze merkte dat ik al in de truck zat. Ze heeft me toen uit de truck laten komen en ik voel nu nog de handen, en hoor nog de stemmen van de kinderen die zeggen: Tot straks he, we zien elkaar wel weer. .Later hoorden we schieten en wisten dat het transport overvallen was. Mijn broer en ik hebben later de lijken in de rivier zien drijven en er dreef ook een Teddybeer mee en ik wist dat die van een van de kinderen ,moest zijn. Het trauma van een schuldgevoel waarom ik NIET , en zij WEL dood ! draag ik al jarenlang met me mee.
    Walter Muller, Assendelft

  5. J. Michiel Alma zegt:

    Over deze verschrikkelijke gebeurtenissen in Soerabaja heeft Peter Hoogendijk een , in mijn ogen uitstekende ,
    documentaire / film gemaakt . Zeer indringend , net als het verhaal van Jan Somers

  6. Ed Vos zegt:

    Morgen is het 15 augustus, de nationale herdenking bij het Indiëmonument in Den Haag. Het is dan even stil. Misschien even tijd om aan de slachtoffers van het Goebengtransport in Soerabaja te denken?
    ——————

    Tot die slachtoffers behoorden dan ook de Nepalese gurkha’s, voorts de andere Brits-Indische militairen, waarvan er een aantal ook in eigen land verwikkeld waren in een strijd voor de onafhankelijkheid; maar die “strijd” verliep veel soepeler. Het lijkt er wel op dat de bevrijders en beschermers van de Nederlandse bevolking in Surabaya (in Indie) anderen waren dan Nederlandse militairen. Die documentaire van Peter Hogendijk werd waarschijnlijk al in 2005 (?) op de t.v. vertoond. Het baarde weinig opzien, want weinig sensationeel en op sensatie belust.

    • hankypanky zegt:

      Droefig dat een tot razernij opgezweepte hoop mensen in staat bleek hun woede te kunnen koelen op onschuldige, meestal weerloze mensen waaronder o.a. moeders met kinderen.
      Waren er inderdaad Nederlandse soldaten ter plekke geweest had dit zo nooit kunnen plaatsvinden (de eerste contingenten Mariniers kwamen eerst – bedingt door e.o.a. ‘tactisch’ Engels spelletje aan in 1946, na een gedwongen verblijf in Malakka !)
      Herdenken doen we natuurlijk óók de gevallen Brits-Indische soldaten hierbij.
      Misschien ‘weinig opzienbarend’ en ‘weinig sensationeel’ maar zou eventueel die Nederlandse mefuffrouw Advocate in het Rawagede-proces ook eens blijk kunnen geven van interesse aan Nederlands-Indische slachtoffers + hun beschermers ? Bovendien lijkt het mij meer dan welkom wanneer de moderne staat Indonesia ook zijn deelname betuigt !

      • Ed Vos zegt:

        HP denk eens even na. De aanwezigheid van Nederlandse militairen zou werken als een lap op een Indonesische stier. De militairen die in de interneringskampen hadden gezeten waren ziek, zwak, misselijk en uitgemergeld. Die paar gezonde anderen zaten ergens in Oost-Indonesie. De Engelsen zagen al direct in dat de onafhankelijkheidsverklaring door een bredere laag van de bevolking werd gedragen dan werd gedacht. Nederlandse militairen zouden weinig kunnen uitrichten. Hoe moest Nederland de overtocht financieren?. Nederland zelf lag al plat. De 2 politionele acties werden al gefinancierd vanuit de Marshallhulp – ja voor de wederopbouw van Nederland. Voorts moesten er Curacaonaren en Surinamers worden gerecruteerd? Uit de andere kolonieen? Ja dat was beslist het geval ergens in 1946 (of later) toen de bersiap al voorbij was. Onder bersiap versta ik dus niet de periode 1945-1949 (dat zou u ons graag wilen voorhouden) maar die drie maanden dat het indonesische volk (peloppers zoals u wilt) zich klaar maakte tegen de komst van de Nederlanders.Dus eind oktober 1945 tot ergens begin 1946.
        De Brits-Indiers en andere niet-Nederlandse etnische bevolkingsgroepen (inclusief de Jappen) hebben goed werk verricht om de rust en orde te bewaren en de Britten lagen – zoals iemand het ons ook graag wil voorhouden — niet mede aan de basis van de vorming van de Indonesische staat.

    • Jan A. Somers zegt:

      citaat: “Het lijkt er wel op dat de bevrijders en beschermers van de Nederlandse bevolking in Surabaya (in Indie) anderen waren dan Nederlandse militairen.” Dat lijkt er niet op, dat was zo. Tot eind september waren het Japanse militairen die op diverse plaatsen nuttig optraden. Behalve een paar kleine KNIL-eenheden in Batavia waren het de Brits-Indische eenheden die voor onze bevrijding hebben gezorgd. Militairen die al oorlogsmoe waren, weer naar huis wilden. Maar geweldig hebben opgetreden. Zij mogen op 4/5 mei niet defileren. Hun doden worden op 4 mei en 15 augustus niet herdacht. Zij worden niet eens genoemd. Vreemd, met een retourtje Engeland heb je zo een eredetachement in huis. Zij hebben gezorgd voor het eind van de bersiap in o.a. Soerabaja. Toen de mariniersbrigade half maart 1946 in Soerabaja arriveerde was het alweer een levendige stad. Die troepentransportschepen werden keurig door Indonesisch havenpersoneel aangemeerd. Maar ook later: Mijn moeder en zus zijn in juni in Midden-Java door bemiddeling van het Rode Kruis vrijgekomen, niet door Nederlandse militairen.

  7. Ed Vos zegt:

    p.s. De Indonesiers voelden zich al Onafhankelijk. Welke strijd moesten zij dan voeren dan de strijd tegen de komst van agressieve indringers uit het buitenland? Wanneer bent u eigenlijk naar Nederland gegaan?

    • hankypanky zegt:

      U maakt telkens weer opnieuw de fout door te vermelden: “Indonesiers” ; het “Indonesische Volk” etc. en stelt deze als één grote groep tegenover anderen !
      Dit mag wellicht in Uw ogen idealistisch graag zo gezien worden maar is een wanbegrip en als zodanig niet hanteerbaar en beslist niet historisch te noemen!

      • Ed Vos zegt:

        HP, ik weet niet waar u naar toe wilt, immers dit artikel gaat over het Goebeng Transport, en de bersiap die plaatsvond op Java. Volgens een Indonesie-deskundige op dit forum was er in1928 een Sumpah Pemuda waar men het bahasa Indonesia accepteerde als nationale taal. Dus Indonesia bestond toen al in de geest:. Op 17 augusus 1945 werd de staat Indonesia een realiteit, waar Nederlanders anno 2013 nog steeds spreken over indie en dit ook voor de periode tot 1949/1962. Ik zou dezen adviseren eens goed op hun woorden te letten. De bersiap speelde zich dus af op bepaalde plaatsen op Java (en Sumatra). Zat je bijvoorbeeld op Lombok (daar zaten mijn ouders toen), Bali of op Borneo, Nieuw-Guinea dan merkte je er totaal niets van. Laten we ondanks de slachtoffers de bersiap dan ook weer niet goter maken dan ze is.

      • R Geenen zegt:

        U maakt telkens weer opnieuw de fout door te vermelden: “Indonesiers” ; het “Indonesische Volk” etc. en stelt deze als één grote groep tegenover anderen !
        Dit mag wellicht in Uw ogen idealistisch graag zo gezien worden maar is een wanbegrip en als zodanig niet hanteerbaar en beslist niet historisch te noemen!

        Ik ben daar mee eens, maar ik denk dat het algemeen een probleem begint te worden, ook in Nederland. Zelfs een ambtenaar van de SVB heeft mij uitgemaakt voor Indonesier toen ze van mij een rapport opmaakte. Ik heb haar nog duidelijk gemaakt dat mijn vrouw en ik Indische Nederlanders zijn en in het bezit zijn van een Ned. paspoort.

        R Geenen

      • Ed Vos zegt:

        @Ronny Geenen. alweer off-topic. Ik heb van huisuit altijd meegekregen dat ik Nederlander ben (een persoon met de Nederlandse nationaliteit) en afkomstig uit Indonesie. Die onderverdeling in diverse groepen, u kent ze wel, is een restant van het kolonialisme waaronder velen nog steeds zwaar gebukt gaan (opvoeding!) Voor de Burgerlijke Stand is iemand Nederlander wanneer hij een Nederlands paspoort kan tonen (of zoals het in de computer vermeld staat), al ziet hij er zo zwart uit als een gecremeerde kantjil en ongeacht hoe hij zich voelt..

  8. Het aantal omgekomenen en overlevenden van het transport zal onbekend blijven.
    Mijn schatting van de opstappers tot nu toe : doden 86 (massagraf Surabaya) + 26 (andere bronnen); overlevenden 99 (mijn rapport) + circa 40 (andere bronnen).
    Totaal opstappers : circa 250 ( maximaal ?,dubbeltelling ?)

    Van de 60 man escorte ( 49ste Brigade Mahrattas en chauffeurs van het RIASC ) is weinig bekend. Vermoedelijk zijn er circa 20 man gedood (w.o de chauffeur van onze truck) doordat de Engelse gevechtsrapporten niet beschikbaar zijn.
    Generaal Mallaby en enige Sepoy’s (militairen) liggen (apart) op het Ereveld Menteng Pulu in Jakarta
    Ook de namen van de 51 onbekenden in het massagraf Kembang Kuning zullen hoogstwaarschijnlijk onbekend blijven omdat identificatie te kostbaar (Oorlogsgravenstichting) is.

    Het archief van de Gravendienst is verloren gegaan, zodat de informatie over de in mei 1948 uitgevoerde exhumatie van Gemeentebegraafplaats naar Kembang Kuning van het massagraf niet beschikbaar is voor de Oorlogsgravenstichting.

    • Jan A. Somers zegt:

      Mijnheer Itzig Heine, wat ben ik blij dat u gereageerd heeft. In tegenstelling tot u ben ik buitenstaander. Ik zat toen in de Werfstraatgevangenis. Na mijn bevrijding ben ik door het Rode Kruis in Soerabaja wel ingezet bij het oopsporen van stoffelijke resten, maar alleen in Darmo.
      Verder zal ik vandaag niet meedoen met het gebruikelijke off topic gekibbel. Alleen maar het hoofd buigen.

    • Mijnheer Itzig Heine .
      De twee broertjes Krab in het massagraf bij uw broer is familie van mij.
      Een tante van hun liep op 28 november in de tuin in Soerabaya. Een Gurkha zag haar aan voor een vijand en schoot haar in het hoofd.
      Een oom Krab en broer van tante, was al overleden in september. Waardoor weet ik niet.

      • Ik weet niet wie u bent.
        Stel voor mijn rapporten te lezen en eventueel contact op te nemen.
        Zelf ben ik belangstellend om meer te weten over de twee overledenen van de Krab familie.
        Ik heb Krab,E.(30.10.38) en Krab F.W. (21.8.30) als zijnde overleden op 28.1045.
        Met vriendelijke groet,
        Henk Itzig Heine

  9. Voor degenen die meer willen weten over de Bersiap in Surabaya is de Amerikaanse historicus William H. Frederick een goede bron.
    Van hem verschenen o.a. : “Blood spilled in the Darkness : The Hidden Story of the Bersiap Killings in East java, October 1945 (2003)”; ‘” The Killing of Dutch and Euresians in Indonesian national revolution (1945 – 49) : a “brief genocide”reconsidered “. dit paper wordt binnenkort gepubliceerd in the Journal Genocide Research (September- October2012, 359-380).
    In Nederland zijn twee historische romans uitgegeven : ” Verstilde stemmen en verzwegen leven ” van Inez Hollander (2009) en ” Soerabaja ” van Paline Slot (2012) gaat over resp. de familie Francken en De Fluiter. Beide families hebben familie leden verloren op het Goebeng transport en de gevolgen hiervan op hun verdere leven.
    Mijn beide rapporten over het transport zijn te lezen op de website http://www.archiefvantranen.nl van Pia van der Molen.

    • G. Krab zegt:

      Geachte heer Itzig Heine,

      Mijn naam is Geertrude Krab. Ik heb samen met mijn moeder, drie zussen en twee broers in de vrachtwagen gezeten die tijdens het Goebeng transport door pemuda’s is beschoten. Daarbij zijn mijn beide broers, zoals bekend, om het leven gekomen.
      Mijn moeder en mijn drie zussen zijn inmiddels allen overleden. Aan hen kan ik dus niets meer vragen. En het roemruchte Indische zwijgen heeft ook in mijn geval betekend dat over die vreselijke periode van ons leven niet werd gesproken.
      Ten tijde van het transport was ik pas vier jaar, dus ik kan u helaas niet helpen aan nieuwe informatie. Wel zit ik zelf met de nodige vragen. Zo vraag ik mij af hoe men wist van wie de stoffelijke overschotten waren. En ook hoe men wist van wie de stoffelijke resten waren, die na de voorlopige begrafenis later naar de erebegraafplaats zijn overgebracht.

      Jammer dat degene die eerder een stukje schreef en beweert familie van ons te zijn, zich niet bekend heeft gemaakt. Ik ben heel erg benieuwd naar hem of haar.

      Ik hoop dat u mijn vragen kunt beantwoorden.

      Vriendelijk groet,
      Mw. G. Krab

  10. Beste Henk,

    Erg goed om je reactie te lezen op bovenstaand verhaal. Erg aardig ook dat je een aantal bronnen over het Goebengtransport noemt, maar een belangrijke bron laat je onvermeld. Want niet alleen als ooggetuige, maar ook als onderzoeker van het incident, ben jij zelf de beste bron. Daarom wil ik de lezers van deze blog toch wijzen op je indrukwekkende getuigenis die te vinden is op de dvd ‘Soerabaja Surabaya’. Daarin komen niet alleen de historische gegevens aan de orde, maar ook de onderliggende emoties. Oral history, Henk! Je maakt in het interview zo duidelijk mogelijk hoe het geweest is om de overval op het Goebengtransport mee te moeten maken. Het interview met jou is niet alleen in de documentaire verwerkt, ik heb het ook ongemonteerd als extra op de dvd gezet.

    Samen met andere interviews (o.a. Henk Kemper, die ‘Bloedige Maandag’ in de Simpangclub heeft meegemaakt; de twee zoons van brigadier Mallaby die over hun vader vertellen; en Des Alwi, die de Indonesische kant van het verhaal vertelt) geeft de dvd een goed overzicht van de gebeurtenissen. En wat mij betreft vooral een goed inzicht in de emoties die deze geschiedenis van Soerabaja oproept bij alle betrokkenen. Ik ben jou en de anderen immer dankbaar voor jullie getuigenissen.

    De dvd ’Soerabaja Surabaya’ ligt overigens bij diverse Openbare Bibliotheken en onderzoeksinstellingen (o.a. het NIOD).

    Met groet!
    Peter Hoogendijk

  11. J.knegtmans zegt:

    Wie zou mij meer details kunen verstrekken wat er gebeurd in in de wijk “”Menteng Poeloe” van batavia tijdens de Bersiap tijd. Men schijnt daar ook behoorlijk tekeer te zijn gegaan en zijn ook daar de nodige slachtoffers gevallen. Bij voorbaat dank voor een berichtgeving..

    • Ik kan me NIET voorstellen dat je dezelfde JAAP Knegtmans zal zijn met wie ik bij Verker & Co (auto zaak) samen gewerkt had. Ik zit al 55jaren in de States of America. Ik ben Victor du-Long met de scooter van de zaak. Graag inlichtingen hieromtrent. Tel.(510) 246-8845

  12. A. Zwaap zegt:

    Mijn naamis Alfred Zwaap, geboren in 1938 in Surabaia, 1942 tot 1945 in het Japanse kamp in Semarang met met moeder en broer. In 1945 bevrijd door de Gurkhas en naar Surabaia gebracht. Daar mijn moeder zeer ondervoed was is zij opgenoemen in het Darmo ziekenhuis 0nderbewaking van de Gurkhas. Eind 1945 zijn we via de Surabaia haven naar Singapore gebracht. Na enige dagen zijn wij met de Nieuw Amsterdam naar Holland gebracht. Aangezien mijn vader directeur van de elctr. mij ANIEM weer terug was in Surabaia, zijn wij, mijn moeder, broer en ondergetekende weer naar Surabaia gegaan. In de Beriap tijd heb ik dus de verthalen over de moord parijen in de Simpangclub vernomen.
    Wat mij heeft geergerd is het feit, dat een ned. advocate bezig is een schadeclaim aan te vragen bij de Ned. regering voor de weduwen van de door ned. militairen gedoodde indonesiers. Laat ik duidelijk zijn; ik ontzeg deze weduwen niet de schade claim,, maar waar is de schadeclaim voor de nederlanders b.v. van de moordparijen in de Bersiap tijd door de indonesiers?

    • Jan A. Somers zegt:

      Ik zal voor mijn in Soerabaja vermoorde tantes en in Poedjon vermoorde grootmoeder nooit mijn hand ophouden voor wat Euro’s. Ik zou mij dood schamen. Als anderen daar anders over denken is dat natuurlijk hun goed recht. Het is inderdaad hun recht. Maar hoe reken je dat om? Hoeveel Euro’s zou ik voor mijn grootmoeder moeten vragen? Niet aan denken!

    • Ben 125 % met je eens.!!! Weet niet wie die advocate is but nevertheless !!!

  13. Mijn naam is Rob Brassinga, geboren in Surabaja in de maand februari 1939. Wat ik van mijn ouders heb vernomen is het volgende: Mijn ouders, beide onderwijzers, waren kort voor de oorlog naar Bandung verhuisd en moesten al snel weer terug naar Surabaja daar mijn vader opgeroepen was voor de marine (Motortorpedoboten). Mijn moeder en ik trokken in bij Corrie Altman, een goede vriendin uit korfbalkringen, die woonde aan de Mawarstraat in Surabaja. (NB. Ik herinner me dat ik graag op een stolp bij de tuiningang van een huis zat). Mijn vader was eens, als mitrailleurschutter, aan boord van zijn MTB in een hinderlaag geplaatst in de buurt van Straat Badung, waar de Piet Hein tot zinken werd gebracht. Zijn MTB was evenwel niet betrokken in het vuurgevecht en hij is heelhuids teruggekomen om na de capitulatie, vanuit het Ondaatjekamp, afgevoerd te worden naar Siam (NB. Ik herinner me dat ik met mijn moeder aan de straatkant stond toen een konvooi vrachtwagens langskwam). Voorgenoemde Corrie Altman was direct na de capitulatie betrokken bij wat ondergronds verzet dat, helaas niet lang heft geduurd. Mijn moeder maakte geen deel uit van de verzetsgroep maar ze heeft wel een keer wapens overhandigt aan verzetstrijders. Toen de verzetsgroep werd opgerold door de Japanse marine (die het voor het zeggen had in Surabaja) werd iedereen die er ook maar iets mee had te maken met de activiteiten opgesloten in de Belauran gevangenis (NB. Het werd me verteld dat ik bij mijn grootmoeder in Undaan werd ondergebracht (NB. Ik herinner me nog dat ik haar zag in een grote kooi toen ik haar mocht bezoeken met mijn tante Thea). Mijn moeder werd gelukkig vrij snel losgelaten en moest proberen haar brood te winnen daar ze op een of andere manier een vals potrugees identiteitsbewijs had kunnen krijgen en dus neutraal was. Niet lang daarna werd ze door een Chinese handelaar, wonend aan de Baweanstraat (wijk Gubeng), als verkoopster aangenomen. We kregen de beschikking over een achterkamer met eigen gemakken. Ze heeft tot de capitulatie deze baan behouden. Ik had, gelukkig, een goede vriend, Louis Ruitenschild die in dezelfde straat woonde en waar ik kind aan huis was. Na de capitulatie werd mijn moeder ontslagen en we trokken toen in een, beetje achteringelegen, garage van een leegstaand huis verderop in de Baweanstraat. Het huis had ook een schuilkelder in de voortuin die mijn moeder en ik zo nu en dan gebruikten toen de gevechten tussen de britse troepen en de opstandelingen aan de gang kwamen. Groepen opstandelingen kwamen vaak langs maar niets van onze aanwezigheid. Op een gegeven dag kwamen een aantal militaire vrachtwagens, begeleid door britsindische militairen om alle vrouwen en kinderen af te voeren naar een opvangkamp (NB. Dit was. zoals we later zouden vernemen het Gubengtransport). Mijn moeder was van plan mee te gaan maar toen we moesten instappen in een van de afgeladen vrachtwagens weigerde ik dat te doen. Mijn moeder was genoodzaakt om haar plan op te geven en is met mij in de garage gebleven. Kort daarna verhuisden we naar de overkant van de straat om bij een witrussische dame, mevr. Baginsky, in te trekken voor de veligheid. We bleven daar tot de terugkomst van mijn vader die toen diende bij de marinebrigade van de Gadja Merah. Kort daarna verhuisden we naar een woning in de Lombokstraat vanwaar we pas in 1957 naar Nederland vertrokken.Tot in de vijftiger jaren hebben de wrakken van de uitgebrande vrachtwagens in de Gubengstraat gestaan. Zelfs toen ik op de Gentengkali concordante HBS was moest ik elke schooldag er langs fietsen.

    • Ron Geenen zegt:

      Gefeliciteerd met het heelhuids overleven van al die ellende.

    • Ælle zegt:

      Na wat u en uw ouders is overkomen kan ik me de reactie van de heer Geenen goed voorstellen. Het is ook werkelijk een felicitatie waard. Wat een geweldige en zorgzame Vader en Moeder heeft u gehad! Ook een gelukwens waard.
      Wat ik voor u heb gevonden is een website met een foto van de straat waar u als jongen voorbijfietste. http://www.mainpage.nl/general/006.htm
      Tegenwoordig is de betekenis van MTB mountainbike.
      Bedankt voor uw verhaal dat u met ons wilde delen. All the best to you, Rob Brassinga!

      • Ælle zegt:

        Hierbij de link van een nieuwe online-website voor Indo’s, belanda’s en al wie ’t interesseert. U wordt begeleid/accompanied by music. Speakerboxen open.
        http://icmonline.ning.com/profiles/blog/list
        Have a nice day!

      • Jan A. Somers zegt:

        Misschien mis ik af en toe wat, maar ik open nooit websites die ik niet ken. Ondanks mijn goede beveiliging. Als je wat ouder bent weet je gelukkig al veel, en hoeft ‘meer’ niet zo nodig. Mijn eerste baas bij TNO zei: meten is weten, veel weten is veel verdriet.

      • Ælle zegt:

        Whatever, Jan. Masa bodo biarin! Who cares?!
        Mijn laatste baas zei altijd: Je weet nooit hoe een koe een haas vangt.

      • Linda Brassinga zegt:

        Daar in het huis aan de Lombokstraat kreeg jij in 1947 een zusje en 1 jaar later een broertje bij.
        Wat ben ik onze moeder dankbaar om haar moedige besluit niet in de vrachtwagen te stappen en jou, omdat jij een keel opzette!
        Dankbaar om mijn bestaan.

      • Jan A. Somers zegt:

        Ja, dat evacueren ging op vrijwillige basis. Iedereen die weg wilde kon mee totdat de truck vol was. Rijden maar, God zegene de greep. Maar God had het in Soerabaja zo druk, die kon kennelijk niet alles zien.

      • Jan A. Somers zegt:

        “zorgzame Vader en Moeder ” Goed lezen, vader was er (volgens mij) niet bij. In die tijd namen de moeders de beslissingen!!!

    • ruud ruitenschild zegt:

      Beste Rob,
      Mag ik vragen of je me meer kunt vertellen over jouw toenmalige vriend Louis? Ik heb een oom gehad die Louis (Lodi) heette. Hij was de oudste broer van mijn vader. Ik zou graag willen weten of het gaat om deze oom. Ik hoop dat je wellicht dan wat zou kunnen vertellen over hem en zijn familie.
      Ik hoop van je te horen.
      Groeten,
      Ruud Ruitenschild.

      • R. Brassinga zegt:

        Beste Ruud,
        De L. Ruitenschild(t?) waar ik het over had heb ik in Den Haag weer ontmoet. Dat was in 1958 vlak voor zijn emigratie naar de VS. Hij en zijn as vrouw “Doddie” zouden zich vestigen in Menlo Park (Californie).. Ik weet verder dat hij drie oudere zusters had (Sylvia,Vera en Thelma, geloof ik).
        Ik weet ook dat voor hun vertrek uit Surabaya voor afvoer naar Nederland, omstreeks 1948, de oudste dochter (Sylvia?) was omgekomen in een motorongeluk.
        Ik meen me ook te herinneren dat zijn vader op zijn minst ook verzekeringsagent is geweest
        Ik heb sinds de laatste ontmoeting met Loetje in 1958 geen kontakt meer gehad.
        Ik hoop dat deze summiere informatie je kan helpen.
        Rob Brassinga

  14. Peter van den Broek van een andere generatie zegt:

    Ik lees mijn aantekeningen vluchtig door en nu begrijp waarom ondanks het vlagincident in Soerabaja duizenden Nederlanders uit de Japanse kampen toch naar Soerabja i.p.v. Semarang (ook een havenstad?) werden vervoerd.

    De vork zit zo in de steel:
    Een RAPWI-commandant kol. D.Asjes (1985) had op zijn reis naar Semarang ook op 23 September Soerabaja bezocht. Hij had de indruk gekregen dat de Japanners Soerabaja onder controlle hadden, er heerste orde en gezag terwijl in Semarang de toestand verslechterde (het eerste bevestigt ook ene KTZ Huyer) .
    Kol. D. Asjes ontvouwde een plan om deze Binnenkampers met speciale treinen van Banjoebiroe en Ambarawa naar Soerabja te transporteren . De Japanse legercommandant stelde legerorder n° 1145 op voor de implementatie van dit plan en ter bescherming van de transporten.

    Het is daarom verkeerd te veronderstellen dat door het vlagincident de Indonesiers bloed roken en daardoor gewelddadigheden ontstonden. Er was iets anders waardoor de ongeregelheden in Soerabaja uitbraken dwz er wanorde en chaos ontstond, maar dat iets anders.

    Het plan van kol. D. Asjes bleek velen noodlottig te zijn, maar dat is achteraf-gepraat.

    Dhr Somers kan voor de feitelijke toestand in Soerabaja in die tijd de bijzonderheden ook volgtijdelijk nalezen in NIOD IC 055795:55 (de zgn situation reports van Kol. D. Asjes). Opmerkelijk is dat NIOD niet andere situation reports zoals die over de Werfstraatgevangenis heeft, maar ze kunnen ook niet alle buitenlandse en toch wel relevante bronnen over de oorlog in huis hebben.

    Misschien schrijf ik in de verre toekomst mijn eigen versie van de gebeurtenissen in Soerabaja, maar ook in Semarang of Bandoeng na de proklamasi , m.n. waarom en hoe Bersiapslachtoffers het mikpunt waren van de Indonesische agressie, wellicht kan ik dan aanwijzingen geven wie hun moordenaars waren.

    • Jan A. Somers zegt:

      “verkeerd te veronderstellen dat door het vlagincident de Indonesiers bloed roken ” Dat was ook een vreemde veronderstelling die overigens nog door velen wordt gekoesterd. Een ordinaire matpartij, Geprovoceerd door een grote groep Indische macho’s, (niet naar school, geen werk), beantwoord door een grote groep Indonesische jongeren (niet naar school, geen werk). Was ook snel door de Japanse politie beëindigd. Demonstraties werden verder toegestaan in de Stadstuin. Een paar uur later heb ik er niets meer van gezien, keurig opgeruimd. Wel de verhalen van de dames van het Rode Kruis.
      “ook volgtijdelijk nalezen ” ach ja, u weet natuurlijk niet wat ik al heb gelezen, kunt niets aan doen.
      Asjes was niet zo maar een commandant, hij was toentertijd hoofd van het RAPW-kantoor in Soerabaja. Ik wist niet dat hij ook in 1985 voor RAPWI op reis was geweest, die was toch al lang opgeheven na eerst bij AMACAB te zijn ondergebracht? Asjer kon in zijn tijd nog wandelend door Soerabaja op weg naar het Rode Kruis en het gouverneurshuis. Ook ik kon normaal op de fiets mijn melkklantjes bedienen en heen en terug naar de melkerij fietsen. Met een omweg langs de ijsfabriek op Ngagel. en de Japanse melkcentrale. De Japanners hadden de zaak goed in handen. Die RAPWI- transporten leken ook mogelijk, RAPWI wilde de kampen in Midden-Java leeghalen, bescherming daar werd steeds moeilijker. Natuurlijk niet naar Semarang, deze mensen kwamen oorspronkelijk uit Soerabaja en wilden daar naar terug. Mijn zus is met zo’n transport meegekomen, ze was er niet zo best aan toe. Bij het station werden ze wel belaagd en uitgescholden door Indonesiërs, maar ze zijn netjes door de Japanners thuis gebracht. Maar in november kwamen ze wel in de problemen, samen met mijn moeder weggevoerd naar Midden-Java. Huyer had helemaal geen kijk op de zaak (het was ook niet zijn taak), die liet zich als hoge officier in een Japans escorte vervoeren naar de haven en terug. De problemen begonnen pas toen Huyer de Japanse bevelhebbers aan zich liet overgeven. Dat vonden die Japanners natuurlijk prachtig, die wilden naar huis, ze vroegen meteen of de Japanse troepen mochten worden overgebracht naar hun verzamelpunt in Poedjon. Daarna legde hij de verantwoordelijkheid voor orde en rust bij Soedirman! Leuk verzonnen! Het begin van het gezagsvacuüm! Ik dacht dat de club van Asjes, en die van Huyer, bij mij in de gevangenis zaten. Maar ze zijn al snel vrijgelaten op bevel van SEAC. De Engelsen wisten tenslotte precies wie er in de Werfstraatgevangenis zaten.

  15. Peter van den Broek van een andere generatie zegt:

    Voor alle duidelijkheid; D. Asjes vertelt in zijn boek van 1985 “Startklaar: verhalen en anecdotes uit een ruim 50-jarig actief vliegersleven” hoe de vork in de steel zit. Dhr Somers dient maar verifiërend uit te leggen waarom hij een andere mening heeft, hij was er tenslotte bij.

    Het vlagincident bij het Oranje-hotel zit toch iets anders in elkaar als vele Nederlandse bronnen willen doen geloven. Sommigen menen foutief dat de vlag bedoeld was om aan te geven dat er een officiele Nederlandse missie in het hotel aanwezig was, maar dat berust op fabeltje.
    Hario Kecir beschrijft in zijn boek Student Soldier : A memoir of the Battle that sparked the Indonesian and National Revolution” gedetailleerd dat de Indonesiers ontdekten dat de Nederlandse militairen, onderdeel van de RAPWI-party o.l.v een Engelse kapitein (de hoogste in rang) , betrokken waren bij het vlagincident d.w.z. het initiatief namen tot het hijsen van de vlag als antwoord op de grootschalige demonstratie in Jakarta/Batavia van eind Augustus als ik mij niet vergis.het boek van Hario Kecir was weinig bekend, maar dat kan veranderen, aangezien het boek ook in het Engels beschikbaar is, ik nodig dhr Somers uit dat boek toch eens te lezen, is wel verhelderend voor het begrip van de feitelijke situatie in Soerabaja.

    En als dhr Somers precies wil weten hoe het komt , dat Jack Boer en zijn Ghurka’s in de ochtend van 10 November 1945 met een tank ongezien de Werfstraatgevangenis heeft kunnen bereiken, dan dient hij het boek van Richard McMillan ( 2005) The British Occupation of Indonesia 1945–1946 of dat van Francis Palmos (2012, vooral de voetnoten aangevuld met de situation reports van de desbetreffende Britse commandanten te lezen.
    De voorbereiding van de slag in Soerabaja ging niet stilletjes gepaard en natuurlijk was Soerabaja met meer dan 100.000 samengestroomde en bewapende pemuda’s ook ‘snachts een luidruchtige stad geworden. Een Nederlands sergeant van bovenstaande RAPWi-party vertelde dat hij van het lawaai niet slapen kon en dat hij er soms nog van droomt. Opmerkelijk is dat hij nooit aangesproken is op zijn betrokkenheid bij het vlagincident maar dat past niet in het Nederlandse vooroordeel.

    En het fabeltje over het gezagsvacuüm wat betreft Surabaya geloof ik al niet meer. Maar misschijn schrijf ik daar een verhaaltje over als ik in de gelegenheid ben enige bronnen in Indonesië (bvb het beruchteTNI Archief) ter verificatie of falsificatie te raadplegen. De geschiedenis over de slag in Soerabaja en wat zich daarom heen speelde zoals de Werfstraatgevangenis dient nog steeds geschreven te worden. Misschien kunnen die 3 onderzoeksinstituten daar aandacht aan schenken.

    • Jan A. Somers zegt:

      “ongezien de Werfstraatgevangenis heeft kunnen bereiken” Ik wil helemaal geen boek lezen met overgeschreven andere artikelen/rapporten, dat zijn er meerdere. Ik wil getuigenissen. De vele die het Comité Onderscheiding Jack Boer, en het Kapittel heeft verzameld zijn alleen maar aanbiddingen. Maar u zou een nieuw verhaal schrijven, daar wacht ik maar op. Het enige wat ik weet is dat ik om 06.00 uur in de rij stond voor de maïspap. Met alle bewaarders erbij.
      “Hario Kecir was weinig bekend” Mij wel bekend. Dat was nog eens een held! Met een prachtige foto!
      “ging niet stilletjes gepaard ” Dat heb ik ook ervaren, die 49th Indian Infantery Group heeft heel wat afgeschoten. Ook die keer bij het Goebengtransport. Maar dat wist u al. En ook de rapportage van de heer Itzig Heine is mij welbekend. Heeft u overigens op Kembang Kuning dat graf gezien? W.H.Itzig Heine K. 5-7-28 28-10-45. Als u er nog eens bent: Grafnrs 183 t/m 208, Loc,nr. 190-191. Kunt u meteen tellen.
      “over het gezagsvacuüm wat betreft Surabaya geloof ik al niet meer” Ik dacht dat u niet geloofde, maar exact was. Maar in uw komende verhaal legt u waarschijnlijk precies uit waar de politie van Soerabaja gebleven was. Dat was toch het gezagsorgaan van het gemeentebestuur? In de ‘Malino’gebieden was die Indonesische politie toch ook gewoon bezig>geen gezagsvacuüm!
      Ik laat u verder maar met ruist, velen zijn mij hierin al voorgegaan. Het is toch maar prietpraat. Van een minkukel. Bij voorbaat al verloren tegen een intellectueel.

      • Peter van den Broek van een andere generatie zegt:

        Ik heb zo een idee hoe Jack Boer met zijn gevechtsgroep van Gurkha’s ongezien de Werftstraatgevangenis kon bereiken . In zijn memoires vertelt Hario Kecir dat de Indonesiers zich tot verschillende verdedigingslinies hadden teruggetrokken, d.w.z. kort voor de Britse aanval op 10 November . Maar dat verhaal dien ik te verifiëren aan de hand van die bekende en dagelijkse Britse gevechtsrapporten.

        Helaas vormt de zaak Jack Boer niet het onderwerp van mijn verhaal.

  16. Peter van den Broek van een andere generatie zegt:

    ter afsluiting. ik lees de reacties op het Goebeng transport en ook dhr H. Itzig Heine heeft het terloops over desbetreffende Engelse gevechtsrapporten, de zgn situation reports niet beschikbaar zijn voor een afsluitende analyse van het Goebeng-transport.
    Hij heeft als overlevende van het transport een uiterst interessante, leesbare en gedetailleerde beschrijving ervan gegeven. Maar ik verwacht niet anders van een oud-Marine-officier.

    • Jan A. Somers zegt:

      “een oud-Marine-officier.” dat was de heer Huyer ook, en de heer Helfrich.

      • van den Broek van een andere generatie zegt:

        ik ook, weliswaar dienstplichtig maar ik heb als bovenstaande Heren dezelfde officierseed afgelegd t.o.v. een heuse VADM

  17. Peter van den Broek van een andere generatie zegt:

    Dhr. Meelhuisen heeft best een aardig boek geschreven maar om zijn boek als verhaallijn te nemen voor bovenstaand topic lijkt mij wat te ver gaan, zijn verhaal is toch meer het kunstig overschrijven van andere artikelen/rapporten, daarbij vooral Indonesische bronnen over het hoofd zien.

    Over het Goebeng transport had dhr Somers beter de getuigenis van dhr Itzig Heine kunnen overnemen, die was overlevende bij het Goebeng transport.

    Dhr Itzig Heine heeft wel een bijzondere prestatie geleverd om zoveel mogelijk namen van de slachtoffers van het Goebengtransport te achterhalen. Hij geeft op systematisch en gedetailleerde wijze de gebeurtenissen rondom het Goebeng transport weer.

    Dat niet alleen hij weet ook in de bijlage met foto’s en al te melden dat enkele Britse militairen betrokken bij de gebeurtenissen rondom het Goebeng-transport voor hun daden gedecoreerd zijn met het Military Cross, Dat is de twee na hoogste militaire onderscheiding voor officieren van het Britse leger.

    Wat ontbreekt om het verhaal van het Goebeng transport compleet te maken is het dagelijks gevechtsrapport/situation report van de verantwoordelijke Britse offivier van het Goebeng-transport.. Dat rapport is wel cruciaal voor een complete beschrijving van de gebeurtenissen, dhr Itzig Heine meldt terloops dat hij niet de beschikking heeft over deze rapportage.

    Ik ben zelf op zoek naar bepaalde Engelse gevechtsrapporten/situation reports en dan spreek ik over andere of specifieke ODO-zaken. Dus als ik onverhoop toch voor die gevechtsrapporten in Engeland dien te zijn, dan zal ik ook de gevechtsrapport niet aleen van het Goebeng-rapport maar ook over de inval in de Werftsraatgevangenis opvragen

    Ach Heer Somers, als U eens het Goebeng-rapport goed bestudeert, dan zijn er ook foto’s van het graf van de broer van dhr Itzig Heine, kwestie van ALLES goed lezen in het rapport.
    Dhr Somers weet niet wat ik weet, maar ik weet wel wat hij niet weet.

    • Jan A. Somers zegt:

      “kwestie van ALLES goed lezen in het rapport.” Dat zou u ook makkelijk kunnen doen Zie Jan A. Somers zegt: 12 mei 2017 om 12:08 pm. Jammer genoeg kon ik mijn foto’s hier niet uploaden. Maar u kunt ze bij een bezoek aan Kembang Kuning ook zelf maken. Of in de registers van de OGS. Die foto’s had u overigens ook bij Meelhuijsen kunnen zien, p. 178.
      Het rapport van de heer Itzig Heine was ook een van mijn bronnen, maar mijn relaas in Javapost heeft u waarschijnlijk niet gelezen. (zie Javapost 14 augustus 2013).
      “de verantwoordelijke Britse officier van het Goebeng-transport.” Kapitein Chopra (Royal Indian Artillery) was de eerste gesneuvelde. Ook heeft kolonel Pugh gerapporteerd, maar hij was er pas na de moord.
      “vertelt Hario Kecir dat de Indonesiers zich tot verschillende verdedigingslinies hadden teruggetrokken” Dat heb ik ook gelezen. U waarschijnlijk niet, die man heette niet Kecir. maar Kecik. De eerste linie was langs de Bataviaweg, halverwege de havens en de Werfstraatgevangenis, maar dat had ik al geschreven. Daar heeft de 5th Indian Division twee uur over gedaan. Een tweede linie lag bij het spoorwegviaduct. De betreffende legerrapporten werden door de heer ‘Buitenzorg’ al genoemd in Javapost van 7 februari 2011. Zelf heb ik ze later vermeld en ook in de rapportage voor het grote onderzoek: (…) Went quietly until 0900 hrs when gunfire on certain targets was called down. (…) 11.00 hrs Concentration brought down on area Court of Justice, Government building used as Headquarters. Field Regiment, two destroyers, and all (…) mortars used. Air strike by 8 Thunderbolts and one Mosquito on same target. (…). Dan wordt het vuur verder verlegd voor onze bevrijding: (…) Second air strike Simpang area 15.15 hrs. (…). Dat kan kloppen, wij zagen de eerste Gurkha’s rond drie uur in de middag. Estimated enemy casualties 1500.(…).
      “daarbij vooral Indonesische bronnen over het hoofd zien.” Ik heb mij Meelhuijsen 69 Indonesische bronnen geteld. (+/- een paar mogelijke telfouten). Het was overigens niet de heer Meelhuisen die dat boek heeft geschreven, maar de heer Meelhuijsen. Hij verwijst voor het Goebengtransport overigens o.a., naar de heer Itzig Heine.
      Ik had het loffelijk plan u niet meer lastig te vallen met mijn prietpraat, maar ik vond het nuttig u even wat te noemen wat u zelf had kunnen lezen.

  18. Peter van den Broek van een andere generatie zegt:

    En waar was dan die DERDE verdedigingslinie?

    Britse maar ook Indonesische bronnen o.a. Kecik, spreken over een derde verdedigingslinie die meer ten Zuiden van die andere linies was gelegen.

    Ik twijfel of de legerrapporten genoemd door dhr. Buitenzorg wel de Situation Reports zijn, opgemaakt door de Britse commandanten te velde. Als bron geeft hij het archief en archiefnummer aan: NA gevolgd door een nummer. N.A. staat als ik me niet vergis voor Nationaal Archief, een Nederlands archief met Britse troepengegevens???Dat lijkt me sterk.Anders had dhr Itzig Heine toch die gegevens kunnen opvragen?

    Als Britse bronnen verwijzen naar die militaire rapporten, dan wordt het National Army Museum in Chelsea, London,genoemd, aangeduid met NAM gevolgd door een nummer. Maar meestal spreekt men, als men over die situation reports heeft over WO gevolgd door een nummer. WO staat voor War Office.

    Dat is de SYSTEMATIEK van de archivering van Britse militaire gegevens, voor zover ik dat heb begrepen. Iedereen kan dat controleren door bij de voetnoten in de literatuur te kijken welke bronnen worden aangegeven dwz NAM of WO

  19. Peter van den Broek van een andere generatie zegt:

    Waar ik naar toe wil is een vergelijking op basis van feitelijke gegevens, van een analyse voor NEDERLANDERS van 3 sprekend gebeurtenissen uit de Bersiapperiode m.n. in Soerabaja: Simpang Club – Goebeng Transport – Werfstraatgevangenis.

    Dankzij dhr Iztig Heine weten wij stap voor stap, minuut na minuut, wat zich bij het Goebeng transport afspeelde. Alleen de Situation Reports ontbreken. In het geval van het Goebeng-transport wordt in een voetnoot NAM 33581 aangegeven, maar dat zou ik willen verifiëren.

    Van de Simpang Club (de rol van Bung Tomo) weten wij weinig en van de Werftstraatgevangenis weet de Nederlandse regering zelfs niet wie de leider was van legereenheid die de Nederlandse gevangenen bevrijdden, laat staan van de namen van de andere Gurkha’s. Zij weet zelf niet het precieze aantal gevangenen dat bevrijd werd, alhoewel over 2.384 personen wordt gesproken? In het geval van de Werftstraatgevangenis i.c. de rol van Jack Boer geeft Francis Palmos als gevechtsrapport WO 203/2255 aan. Ik meen dat deze gegevens in een archief in Kew te vinden zijn

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s