De moord op Groeneboom (slot)

De nasleep

In 1929 werd in Oost-Java, in de buurt van Banjoewangi, een Nederlandse employé van een koffie-onderneming omgebracht. De moord, aanvankelijk lijkend op een simpel geval van mata gelap, kreeg gedurende de lange procesgang steeds meer aandacht. Door de uitgebreide berichtgeving in de pers groeide “de zaak Groeneboom” uit tot een kwestie van nationaal belang. Om de sociale onrust te beteugelen werd uiteindelijk de Volksraad ingeschakeld.
Wie was Groeneboom, en waarom werd hij vermoord?

Mevrouw Theodora Groeneboom-Koch en haar zonen Theo en Frits Groeneboom, ca. 1915

Mevrouw Theodora Groeneboom-Koch en haar zonen Theo en Frits Groeneboom, ca. 1915

Met de rechtelijke uitspraak tegen Rajap en Mojan, de moordenaars van Frits Groeneboom, was de zaak nog niet afgedaan. Niet alleen omdat inmiddels al weer andere aanslagen hadden plaatsgevonden (in juli 1929 op de heer Simpson van de onderneming Senthool, en in september 1929 op de heer Hemming van de onderneming Doerdjo), maar meer nog omdat de diepere vragen naar het waarom niet waren beantwoord. De pers, en dan in het bijzonder de Indische Courant, had herhaaldelijk gewezen op misstanden die wel moesten leiden tot onvrede bij -, en reacties van de kant van de inlandse arbeiders. Een enkele strenge uitspraak inzake een individuele moord zou daarin niets veranderen.
In december 1929 schreef de Courant:    Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , , , | 1 reactie

De moord op Groeneboom (III)

De rechtzitting

In 1929 werd in Oost-Java, in de buurt van Banjoewangi, een Nederlandse employé van een koffie-onderneming omgebracht. De moord, aanvankelijk lijkend op een simpel geval van mata gelap, kreeg gedurende de lange procesgang steeds meer aandacht. Door de uitgebreide berichtgeving in de pers groeide “de zaak Groeneboom” uit tot een kwestie van nationaal belang. Om de sociale onrust te beteugelen werd uiteindelijk de Volksraad ingeschakeld.
Wie was Groeneboom, en waarom werd hij vermoord?

Op 27 november 1929 werd in de kaboepaten (regentswoning) van Banjoewangi, onder voorzitterschap van mr. Raden Soeprapto, door de Landraad een begin gemaakt met de rechtzitting.
De Indische Courant deed bericht van de eerste dag:

De kaboepaten van Banjoewangi

De kaboepaten van Banjoewangi

“ln de mooie kaboepaten, sierlijke adatconstructie van slanke zuilen, dragend een harmonisch toegespitst dak, vriendelijk gelegen aan den wijde aloon-aloon van het aloude Banjoewangi, kwamen gisteren de heren der justitie binnen. Hier zou de Landraad oordelen over een halsmisdrijf. Raden meester Soeprapto, voorzitter, gekleed in toga, had de moeilijke taak dit rechtsproces te leiden. Mas Ngabei Djojowinoto, djaksa bij deze Raad, fungeerde als Officier van Justitie. Allen waren in het zwart; zij vulden de in diffuus licht dromende kaboepaten met een donkere ernst. Nu en dan, ter ere van de gerechtsheren, klonk de klare klank van een gamelan-gong. Te acht uur sloeg de hamer van de voorzitter in de wijde hall een zachte tik. Stilte viel.
„Rajap!” klonk het.    Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , , , | 1 reactie

De moord op Groeneboom (II)

In 1929 werd in Oost-Java, in de buurt van Banjoewangi, een Nederlandse employé van een koffie-onderneming omgebracht. De moord, aanvankelijk lijkend op een simpel geval van mata gelap, kreeg gedurende de lange procesgang steeds meer aandacht. Door de uitgebreide berichtgeving in de pers groeide “de zaak Groeneboom” uit tot een kwestie van nationaal belang. Om de sociale onrust te beteugelen werd uiteindelijk de Volksraad ingeschakeld.
Wie was Groeneboom, en waarom werd hij vermoord?

Kampong te Glenmore, waar Groeneboom werd begraven. Op de achtergrond de Goenoeng Raoeng (1927)

Kampong te Glenmore, waar Groeneboom werd begraven. Op de achtergrond de Goenoeng Raoeng (1927)

Terwijl de politie nog nauwelijks begonnen was met een onderzoek, verschenen in de pers al de eerste analyses over mogelijke oorzaken. Het was merkwaardig genoeg een correspondent van de toch tamelijk conservatieve Preanger Bode die een kritisch geluid lied horen over het arbeidsstelsel. Naast het feit dat Groeneboom veel te onervaren was om op een dergelijke gevaarlijke post te worden geplaatst, was sprake geweest van onrechtvaardigheden in de betaling van het taakloon:    Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , , , , , | 2 reacties

De moord op Groeneboom (I)

In 1929 werd in Oost-Java, in de buurt van Banjoewangi, een Nederlandse employé van een koffie-onderneming omgebracht. De moord, aanvankelijk lijkend op een simpel geval van mata gelap, kreeg gedurende de lange procesgang steeds meer aandacht. Door de uitgebreide berichtgeving in de pers groeide “de zaak Groeneboom” uit tot een kwestie van nationaal belang. Om de sociale onrust te beteugelen werd uiteindelijk de Volksraad ingeschakeld.
Wie was Groeneboom, en waarom werd hij vermoord?

Landweg nabij Bondowoso met op de achtergrond de Goenoeng Raoeng en de Merapi.

Landweg nabij Bondowoso met op de achtergrond de Goenoeng Raoeng en de Merapi.

Mogelijk was het het Bataviasch Nieuwsblad dat het eerst het door persbureau Aneta verspreide bericht op zijn voorpagina plaatste. Onder de kop `Door koelies vermoord´, berichtte het op 23 februari 1929:

“Groeneboom, employé op de ontginning Paal IV op de hellingen van de Goenoeng Raoen in het Banjoewangische, is gistermorgen door twee koelies vermoord. De koelies, die slecht werk hadden verricht, waarvoor de voorganger van Groeneboom hen betaling had geweigerd, zochten de pas op de onderneming geplaatste Groeneboom op om hem betaling voor genoemd werk te vragen. Groeneboom weigerde eveneens, waarop de koelies ’s ochtends hun slachtoffer opwachtten. Eén hunner viel Groeneboom met een golok aan, waarop een worsteling ontstond, van welke gelegenheid de andere koelie gebruik maakte om de golok te grijpen, waarmede hij Groeneboom elf levensgevaarlijke wonden toebracht. Groeneboom was vroeger een jaar werkzaam op de onderneming Trebla Sala en was 24 jaar oud.”

Ook andere grote nieuwsbladen plaatsten het bericht op de voorpagina. Het Soerabaijasch Handelsblad wist nog toe te voegen dat Groeneboom tijdens de worsteling een revolver had getrokken maar daar klaarblijkelijk niet mee had geschoten. “De bedrijvers van den moord-aanslag zijn gearresteerd en nog dezelfde avond met het lijk geconfronteerd. Zij bekenden schuld. Het slachtoffer was ongehuwd.” Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , , | 9 reacties

Collectie Tropeninstituut gered door Egyptenaren

Op de valreep dient Egypte zich aan als redder van vrijwel de gehele  overgebleven bibliotheekcollectie van het Tropeninstituut, die in de vuilcontainer dreigt te verdwijnen. De wereldvermaarde Bibliotheca Alexandrina in Alexandrië zegt zeven kilometer aan boeken en andere documenten te willen overnemen.

De bibliotheek van Alexandrië

De bibliotheek van Alexandrië

De Egyptische bibliotheekdirecteur Ismail Serageldin, voormalig vicepresident van de Wereldbank, is in Amsterdam om de laatste onderhandelingen af te ronden en mogelijk vandaag al de overeenkomst te ondertekenen.

Dat bevestigt Hans van Hartevelt, hoofd van de Tropenbibliotheek, die al maanden probeert de collectie onder te brengen en van een ‘bizarre maar geweldige wending’ spreekt. De Egyptenaren willen 400 duizend boeken overnemen en 20 duizend tijdschriften; zij betalen de kosten voor het inpakken en de verscheping. Serageldin wil de collectie toegankelijk houden voor onderzoek; daarom heeft hij ook interesse in gedigitaliseerde bestanden, een elektronisch archief en de websites die de collectie ontsluiten.    Lees verder

Geplaatst in 6. Onderzoek, Aanspraken en Verwerking | Tags: , , , , | 20 reacties

‘De geschiedenis behoort aan God’

prof.mr.dr. I.A. Diepenhorst

prof.mr.dr. I.A. Diepenhorst

“De geschiedenis behoort aan God.” Het was met deze woorden, dat in 1969, tijdens de behandeling van de Excessennota in de Tweede Kamer, ARP-lid Diepenhorst het standpunt van de confessionele partijen samenvatte. Wat geweest is, is geweest, wilde hij zeggen, het eindoordeel is slechts aan de Heer. Hij vervolgde: “Ik ben hoe langer hoe meer de overtuiging toegedaan, dat het eigenlijke van alles wat wij doen op een rekening wordt geschreven die wij niet kunnen lezen. Het is hierdoor dat onze (eigen) rechtspraak tekortschiet.”
Minister-president De Jong liet weten dat het onderzoek naar de gebeurtenissen in de periode ’45-’49 “een confrontatie met de broosheid van de menselijke persoonlijkheid” was geweest. “Het heeft ons daardoor voorzichtiger gemaakt bij het beoordelen van anderen die niet het voorrecht hebben te leven in een door wetten en gedragsregels beschermde samenleving als de onze.”
Moties van de linkse partijen, waarin een parlementaire enquête en verder onderzoek werd gevraagd, werden afgewezen. Het boek werd gesloten.  Lees verder

Geplaatst in 3. Bersiap en Merdeka, 1945-1949 | 279 reacties

De stenenwerperij te Soemedang

In de Java Bode van 24 maart 1883 verscheen het volgende artikel onder de titel `Steenen werpen en sirih spuwen´ :

Generaal-majoor A.V. Michiels

Generaal-majoor A.V. Michiels

Wie enige tijd in dit „land der zonne” heeft doorgebracht, zal ongetwijfeld wel eens van die spookverhalen vernomen hebben, waarbij, door een voor het oog onzichtbare hand, voortdurend op erven of huizen met stenen geworpen of met sirih gespuwd wordt. In de meeste gevallen duurt het vermaak slechts enige dagen, waarna het ophoudt, zodra de bewoners het huis verlaten hebben, zodat het blijkbaar daarom te doen was; dan wel ten gevolge van de nodige bewaking van buiten, zo dat het bedrog aan het licht komt.
Er is echter één geval van dien aard bekend, dat nooit is opgehelderd en waarvan het zelfs de moeite waard werd geacht het officieel aan de Regering te rapporteren. De zaak zal aan velen bekend zijn, doch zeker minder de bijzonderheden. In het derde deel van prof.dr. P.J. Veth’s Java vinden wij op bl. 240 daaromtrent het volgende:

Herinneringen van generaal Michiels

`Het had plaats te Soemedang in de Preanger, in het jaar 1831. Het gebeurde ten huize van de Assistent-Resident Van Kessinger. Vooral was het een elfjarig inlands meisje, dat door deze plagerij vervolgd werd. Veertien in en om het huis opgestelde inlandse bewakers hadden dagen lang tevergeefs beproefd de oorzaak van het aanhoudend stenen werpen te ontdekken, totdat eindelijk de sindsdien zo bekend geworden generaal, destijds luitenant-kolonel, Michiels, die te Soemedang kwam en bij de controleur afstapte, zich in persoon met een onderzoek belastte. De resultaten bleven onbevredigend; de Generaal sprak er later niet gaarne over, onder vertrouwde vrienden evenwel liet hij zich soms bijzonderheden ontvallen, die toonden welke diepe indruk het gebeurde op hem gemaakt had.    Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , | 9 reacties

Herinneringen aan een vogelvrij verleden (II)

Publicatie van deel 11a van “Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog” (1984) van dr. L. de Jong was voor PTT-er en ex-Bandoenger Erne van den Worm aanleiding zijn herinneringen op schrift te stellen. In een uitgebreid verslag vroeg hij De Jong vooral aandacht te hebben voor het lot van de buitenkampers.
Mede naar aanleiding van de recent uitgebrachte film Buitenkampers, brengt Java Post hier nog een keer het gehele verslag. Vandaag het tweede en laatste deel, waarin verschillende aspecten van het buitenkampleven worden besproken.

Door Erne Bertrand Leonard van den Worm (1914-1987)

Pasar Ikan

Pasar Ikan

Heel moeizaam ontstond voor de allerarmsten een vorm van sociaal werk, zoals de gaarkeuken van de later in Nederland, door de introductie van de echte Indische rijsttafel, bekend geworden Paatje en Maatje van der Capellen. Daarnaast had je ook een schoenlapprij en een rijwielherstelplaats.
Problematisch was de toestand van de jongeren van wie één of beide ouders in kamp of gevangenis verbleven. Verloedering was merkbaar als gevolg van niets-doen: geen school, geen werk en geen of weinig verpozing. Daarnaast toch ook blijken van  spankracht, zorg voor de jongere broertjes en zusjes, pogingen om illegaal onderwijs te volgen, zelf georganiseerde kastiewedstrijden.

Persoonlijk ervoer ik grote sociale bewogenheid bij mijn Kumi-taak. Bijvoorbeeld in het geval van een vrouw die met alle gevaren van dien voeding wist te verduisteren voor de kleintjes; deze vrouw, thans ver in de tachtig, verricht nog dagelijks een niet onbelangrijke, essentiele taak in de grootste Nederlandse medische belangenorganisatie.

Uit-huis-zettingen

Het Japanse leger requireerde voor zijn officieren en Sakura’s regelmatig door Nederlanders bewoonde huizen. Dit gebeurde meestal op 24-uurstermijn, met achterlating van het gehele meubilair. Ook mijn ouders waren daarvan het slachtoffer; gelukkig konden ze onderdak vinden in de garage van hun eigen huis. Wij, dat wil zeggen mijn vrouw, onze baby en ik, zijn vijf keer van de ene naar de andere paviljoen- of garagekamer verhuisd omdat de desbetreffende hoofdbewoners hun huis moesten verlaten. Gelukkig ontkwamen wij aan achterlating van het meubilair; dát verlies hadden wij al in Balikpapan geincasseerd.    Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , | 58 reacties

Herinneringen aan een vogelvrij verleden (I)

Publicatie van deel 11a van “Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog” (1984) van dr. L. de Jong was voor PTT-er en ex-Bandoenger Erne van den Worm aanleiding in de pen te klimmen. Hij vroeg De Jong in het volgende deel van zijn serie vooral aandacht te besteden aan het lot van de buitenkampers. Als De Jong interesse had, wilde hij zijn herinneringen wel op schrift stellen…
Het verslag van Van den Worm, opgesteld onder bovenstaande titel, is een van de weinige bewaard gebleven ego-documenten waarin uitgebreid wordt ingegaan op het lot van de buitenkampers. De Jong maakte dan ook graag gebruik van het relaas, en citeerde Van den Worm meerdere malen in het vervolgdeel van zijn serie.
Mede naar aanleiding van de recent verschenen documentaire Buitenkampers, publiceert Java Post nog een keer het gehele verslag, in twee delen.

Door Erne Bertrand Leonard van den Worm (1914-1987)

Erne van den Worm, ca. 1985.

Erne van den Worm, ca. 1985.

Over de buitenkampers is ontstellend weinig gepubliceerd; naar mijn weten alleen in “Vogelvrij” van Moscou-de Ruyter en in de hoofdstukken IX en XIII van “Nederlands-Indie onder Japanse bezetting”, samengesteld onder leiding van prof. dr. I.J. Brugmans.[i] Deze publicaties hebben de media echter niet of nauwelijks bereikt. Zeker is het dat het Nederlandse publiek ter zake volslagen onkundig is gebleven. Aanvulling van deze lacune is hoogst gewenst in het belang van een zo volledig mogelijke geschiedschrijving.

Veel – en terecht – is de laatste jaren geschreven en gesproken, en zelfs onderwerp van parlementaire behandeling geweest, over wat zich in en rond de Japanse krijgsgevangenen- en burgerinterneringskampen heeft voorgedaan. Daardoor echter is het andere leven, dat van buiten de kampen, aan de aandacht van de Nederlanders onttrokken.
Met dit relaas wil ik proberen aan te geven dat de toestanden buiten de kampen in enkele opzichten minder schrijnend zijn geweest dan daarbinnen, maar ook dat bij een vergelijking met de situatie in het moederland tijdens de oorlogsjaren, meer zorgvuldigheid is geboden dan hier te doen gebruikelijk.

Uitgangspunt voor een dergelijke vergelijking zou – meen ik – moeten zijn: de geen enkele ontsnapping biedende, wurgende omklemming van de buitenkampers door de Kenpeitai als meest bedreigende exponent van de Japanse bezettingsmacht aan de ene kant, en een grotendeels vijandig gestemde autochtone, Indonesische, bevolking aan de andere kant, met daarbij als bijkomende achtergrond de voortdurende angst en zorg voor de naaste verwanten binnen de kampen en gevangenissen.
Ik zal ik het volgende trachten de verschillende facetten van die positie der buitenkampers nader te omschrijven. Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , | 9 reacties

Buitenkampers

Afgelopen zondag ging tijdens het Filmfestival in Utrecht de documentaire ‘Buitenkampers’ van Hetty Naaijkens-Retel Helmrich in premiere. Het publiek reageerde na afloop met een minuutlange staande ovatie. Een meesterwerk, of een emotionele afrekening met het verleden?

Buitenkampers

Buitenkampers

Na het eerdere project van Holland Harbour Productions, de film ‘Het Jaar 2602’, werd Naaijkens-Retel Helmrich benaderd om het tweeluik te voltooien. Na een documentaire over de kampen moest ook het verhaal worden verteld van degenen die niet werden geïnterneerd. De eerste film werd zonder al te veel moeite gesubsidieerd door het project Het Gebaar. Voor de tweede film moesten meerdere deuren worden afgelopen. Uiteindelijk kon dankzij een bijdrage uit verschillende fondsen een aanvang worden gemaakt met de verfilming.

De verwachtingen waren hoger dan bij Het jaar 2602. De buitenkamp-situatie wordt door veel Indische Nederlanders gezien als iets typisch Indisch, een periode waarover veel te weinig werd gepubliceerd. Voor velen gold – en geldt – het “onbekend maakt onbemind.” Dit is dan ook het uitgangspunt van de film dat bij het begin door één van de geinterviewden wordt aangegeven: “Als je mijn geschiedenis niet kent, ontken je mijn bestaan.” Het verhaal moest verteld.    Lees verder

Geplaatst in 8. Recensies | Tags: , , | 167 reacties