Publicatie van deel 11a van “Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog” (1984) van dr. L. de Jong was voor PTT-er en ex-Bandoenger Erne van den Worm aanleiding in de pen te klimmen. Hij vroeg De Jong in het volgende deel van zijn serie vooral aandacht te besteden aan het lot van de buitenkampers. Als De Jong interesse had, wilde hij zijn herinneringen wel op schrift stellen…
Het verslag van Van den Worm, opgesteld onder bovenstaande titel, is een van de weinige bewaard gebleven ego-documenten waarin uitgebreid wordt ingegaan op het lot van de buitenkampers. De Jong maakte dan ook graag gebruik van het relaas, en citeerde Van den Worm meerdere malen in het vervolgdeel van zijn serie.
Mede naar aanleiding van de recent verschenen documentaire Buitenkampers, publiceert Java Post nog een keer het gehele verslag, in twee delen.
Door Erne Bertrand Leonard van den Worm (1914-1987)

Erne van den Worm, ca. 1985.
Over de buitenkampers is ontstellend weinig gepubliceerd; naar mijn weten alleen in “Vogelvrij” van Moscou-de Ruyter en in de hoofdstukken IX en XIII van “Nederlands-Indie onder Japanse bezetting”, samengesteld onder leiding van prof. dr. I.J. Brugmans.[i] Deze publicaties hebben de media echter niet of nauwelijks bereikt. Zeker is het dat het Nederlandse publiek ter zake volslagen onkundig is gebleven. Aanvulling van deze lacune is hoogst gewenst in het belang van een zo volledig mogelijke geschiedschrijving.
Veel – en terecht – is de laatste jaren geschreven en gesproken, en zelfs onderwerp van parlementaire behandeling geweest, over wat zich in en rond de Japanse krijgsgevangenen- en burgerinterneringskampen heeft voorgedaan. Daardoor echter is het andere leven, dat van buiten de kampen, aan de aandacht van de Nederlanders onttrokken.
Met dit relaas wil ik proberen aan te geven dat de toestanden buiten de kampen in enkele opzichten minder schrijnend zijn geweest dan daarbinnen, maar ook dat bij een vergelijking met de situatie in het moederland tijdens de oorlogsjaren, meer zorgvuldigheid is geboden dan hier te doen gebruikelijk.
Uitgangspunt voor een dergelijke vergelijking zou – meen ik – moeten zijn: de geen enkele ontsnapping biedende, wurgende omklemming van de buitenkampers door de Kenpeitai als meest bedreigende exponent van de Japanse bezettingsmacht aan de ene kant, en een grotendeels vijandig gestemde autochtone, Indonesische, bevolking aan de andere kant, met daarbij als bijkomende achtergrond de voortdurende angst en zorg voor de naaste verwanten binnen de kampen en gevangenissen.
Ik zal ik het volgende trachten de verschillende facetten van die positie der buitenkampers nader te omschrijven. Lees verder →