De stenenwerperij te Soemedang

In de Java Bode van 24 maart 1883 verscheen het volgende artikel onder de titel `Steenen werpen en sirih spuwen´ :

Generaal-majoor A.V. Michiels

Generaal-majoor A.V. Michiels

Wie enige tijd in dit „land der zonne” heeft doorgebracht, zal ongetwijfeld wel eens van die spookverhalen vernomen hebben, waarbij, door een voor het oog onzichtbare hand, voortdurend op erven of huizen met stenen geworpen of met sirih gespuwd wordt. In de meeste gevallen duurt het vermaak slechts enige dagen, waarna het ophoudt, zodra de bewoners het huis verlaten hebben, zodat het blijkbaar daarom te doen was; dan wel ten gevolge van de nodige bewaking van buiten, zo dat het bedrog aan het licht komt.
Er is echter één geval van dien aard bekend, dat nooit is opgehelderd en waarvan het zelfs de moeite waard werd geacht het officieel aan de Regering te rapporteren. De zaak zal aan velen bekend zijn, doch zeker minder de bijzonderheden. In het derde deel van prof.dr. P.J. Veth’s Java vinden wij op bl. 240 daaromtrent het volgende:

Herinneringen van generaal Michiels

`Het had plaats te Soemedang in de Preanger, in het jaar 1831. Het gebeurde ten huize van de Assistent-Resident Van Kessinger. Vooral was het een elfjarig inlands meisje, dat door deze plagerij vervolgd werd. Veertien in en om het huis opgestelde inlandse bewakers hadden dagen lang tevergeefs beproefd de oorzaak van het aanhoudend stenen werpen te ontdekken, totdat eindelijk de sindsdien zo bekend geworden generaal, destijds luitenant-kolonel, Michiels, die te Soemedang kwam en bij de controleur afstapte, zich in persoon met een onderzoek belastte. De resultaten bleven onbevredigend; de Generaal sprak er later niet gaarne over, onder vertrouwde vrienden evenwel liet hij zich soms bijzonderheden ontvallen, die toonden welke diepe indruk het gebeurde op hem gemaakt had.   

Eens had hij zich met het genoemde kind, dat steeds door stenen vervolgd werd, in een kamer opgesloten, terwijl niemand daar binnen of zelfs in de nabijheid werd toegelaten. Met het kind tussen de benen geklemd, plaatste hij zich voor de muur van de kamer met de voeten daartegen steunende, en bleef in die houding uren lang zitten, om het vallen der stenen waar te nemen. Steeds werden de stenen menigvuldiger en dit te meer, naarmate hij zijne aandacht te meer op het kind gevestigd hield. Nagenoeg loodrecht vielen zij om het meisje neder, zonder het te bezeren of zelfs te raken, en het kind zelf scheen over het ongewone verschijnsel niet verwonderd, noch daarvoor bevreesd te zijn

Rapport van de assistent-resident

Pleuni Touw, bespuwd met sirih in De Stille Kracht van Couperus (1974)

Pleuni Touw, bespuwd met sirih in De Stille Kracht van Couperus (1974)

Men heeft het destijds zelfs de moeite waardig gevonden een rapport aan de G. G. over deze zaak op te maken, dat door de Assistent-Resident Van Kessinger getekend is en waaruit ik het volgende laat volgen:
„Op de 4 Febr. 1831, zijnde de eerste dag der Javaanse maand Poeasa, van ene gedane inspectie naar huis kerende, ontwaarde ik op enigen afstand van mijn huis, dat het door een groot aantal mensen omringd was. Daar ik niet kon begrijpen wat dat betekende, verhaalde mij mijne vrouw, dat er in de binnengalerij van het huis stenen vielen, zonder dat men kon ontwaren waar zij van daar kwamen. Dit horende, werd ik enigzins vergramd en zeide, dat een mens met gezonde ogen toch wel zien kon, door wie de steenen geworpen werden. Daarop plaatste ik mij binnen in de binnengalerij, waar het merendeel der stenen vielen, maar overtuigde mij spoedig, dat dit niet door mensenhanden kon geschieden daar de stenen soms vlak voor mijne voeten loodrecht vielen zonder zich te bewegen en zonder dat iemand in de nabijheid was.
„Ik onderzocht toen de planken der zoldering één voor één en bevond toen, dat zij alle vast en zonder tussenruimte naast elkander lagen. Hierop liet ik al de mensen, die in of bij het huis wonen zich vóór het huis verzamelen en door enige politie oppassers bewaken en begaf mij vervolgens, na vooraf alle deuren en luiken gesloten te hebben, alleen door mijn vrouw vergezeld, binnenshuis. Maar toen was het nog veel erger en kwamen de stenen van alle kanten aanvliegen zoodat ik spoedig genoodzaakt werd om de deuren en de luiken weer te openen. Dit hield zo gedurende 16 dagen gestadig aan, zo dat op een dag wel 1000 stenen vielen, waaronder zelfs van 6 pond zwaarte. Hierbij moet ik niet vergeten te zeggen dat mijn huis een planken huis is, gebouwd van droog djatihout en dat de vensters voorzien zijn van omstreeks 2 duim van elkander verwijderde houten tralies en voorts dat het werpen ’s morgens te 5 uur begon en aanhield tot 10 uur ’s avonds. „De bijzonderheid dat de stenen meestal in de nabijheid van een elfjarig meisje vielen, ja, dat kind zelfs schenen te vervolgen. ga ik met stilzwijgen voorbij, omdat zij minder ter zake is.”´

Goocheltoeren?

Aldus de vermelding door professor Veth. De opheldering van deze geschiedenis wordt in de autentieke bescheiden niet gemeld. De Regering heeft er een einde aan gemaakt, door het huis te laten afbreken. Professor Veth meent ten opzichte van dit onzichtbaar stenen werpen, ofschoon het ook in Europa wel eens is voorgekomen, tot geen andere conclusie te kunnen komen dan die, waartoe ons de goocheltoeren der Javanen brengen: „dat de inlanders kunstgrepen kennen en een snelvingerigheid bezitten, die het begrip der Europeanen verre te boven gaan.”

Het is zeker waar, dat de inlandse goochelaars de verwonderlijkste toeren doen, die te meer verbazing wekken, daar zij zich bij hunne kunsten, tot op een zeer kort, nauw broekje na, geheel ontkleden en alle toestellen versmaden, waarvan zich een Europees goochelaar bedient. Zo kan men van die kunstenaars te Batavia zien, die een aantal ledige borden onder een mand plaatsen en ze weinig oogenblikken later zien ronddelen met allerlei spijzen gevuld, of uit een kippenei, in een kom met rijst geplaatst, de plant zien opschieten, die door de toeschouwers verlangd wordt. Maar toch geloven wij, dat zij aan dat stenen werpen en sirih spuwen, vreemd zijn. De voorzorgsmaatregelen tegen bedrog, bij die gelegenheden genomen, zijn dikwerf zo afdoende geweest, dat dááraan niet kan worden gedacht. Maar waaraan dan wél, zal men zich afvragen? Aan toverij? Neen, daaraan zal wel geen enkele onzer lezers met ons willen geloven. Maar waaraan dan toch? Zie, dat zouden ook wij gaarne willen weten. Een bevredigende oplossing is ons nimmer ter ore gekomen.

x

Dit bericht werd geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

9 reacties op De stenenwerperij te Soemedang

  1. Wal Suparmo zegt:

    Deze stenengooierij was ook bij ons gebeurd op Jl Pandean Lamper Lor 145 Semarang, En had een hele maand geduurt. Het ‘SPOOK’ kwam om  klokslag 20.00 s’avonds en ging op 09.00 uur weg. Alles gebeurde met gesloten ramen en deuren. Buren kwamen kijken incl.de Pastoor  met zijn wijwater en de Haji met zijn gebeden. Maar alles TO NO AVAIL. De etenstafel was soms vol met VERSE ( natte) kali stenen en de lampen werden besmeten. Maar helemaal geen schade. De kinderen beschouwden het zelf als een leuk spelletje  en intermezzo.

    ________________________________

  2. hansvschaik zegt:

    grappig verhaal

  3. Deze wonderlijke voorvallen zijn bekend als poltergeist waarbij niemand door de stenen geraakt worden. Het kind veroorzaakte waarschijnlijk in dit geval deze verschijnselen.
    In Surabaya kwam dit voor in een huis in de Darmo buurt. Het volgende heb ik gehoord van de dochter van politie inspecteur. De politieinspecteur onderzocht dit en vroeg toen eerst een pastoor en later een dominee of zij misschien met gebeden dit op konden lossen. Toen dat ook niet hielp hebben ze een hadji gevraagd om te komen. Hij zei dat het veroorzaakt werd door een onrustige geest en dat er iemand waarschijnlijk op het erf begraven was. Zij vonden de overblijfselen bij de buitenmuur, waarschijnlijk was er iemand tijdens de bersiaptijd met spoed daar begraven. De overblijfelsen werden overgebracht naar een Javaans kerkhof. Hierna hield het op. In boeken over zulke gebeurtenissen staat het voorkomen van een poltergeist beschreven en houdt het steenwerpen verband met een persoon die in het huis leeft.
    Louis Pauselius

    • Jan A. Somers zegt:

      Zo’n huis stond in de jaren dertig ook aan het eind van de Reinierszboulevard. Bij Kampong Koepang Praoepan, waar de Pasarkembangstraat begon. Een groot, verwaarloosd huis met gesloten jaloezieën. Een schoolvoorbeeld van een spookhuis. Als iedereen het een spookhuis vindt, gaat het vanzelf spoken. Zo ging dat in Indië. Mooi verhaal. Niet waar? In iedere geval leuk!

      ,

  4. Ara zegt:

    Mijn familie en ik waren ook slachtoffer geweest van steengooerij in Ambarawa ergens in de beginjaren van de oorlog. Na lezing van dit bericht kan ik bijna hetzelfde melden.
    In de oorlogsjaren woonde mijn grootmoeder en 3 van haar dochters met hun kinderen en kleinkinderen en ik in het huis van mijn oma , Gang Mertotinayan Ambarawa.
    Mijn achternicht van 3 of 4 jaar die haar moeder aan een vermoedelijke hartfalen verloor en haar vader het incident met de Juno Maru niet overleefde zou hier mogelijk een rol hebben gespeeld zonder dat we het wisten. Deze nicht had twee oma’s bij wie zij om beurten ondergebracht werd
    dat ging zo de hele oorlog door.
    Dat zou bij haar bepaalde [telekinetische] spanningen hebben kunnen opgeroepen.
    De steengooierij gebeurde alleen bij ons niet bij de andere Javaanse oma van ons nichtje , wij zijn van Indo-Afrikaanse komaf. Misschien dat dat ook had meegespeeld ik weet het niet
    Met tussenpozen en vooral als het regende kwamen de stenen naar beneden zonder ooit iemand te raken noch wat dan ook te beschadigen. De Lurah en ander belangstellenden en of belangrijke mensen waren erbij geweest. Het vond in enkele weken plaats en hield ook in eens op.
    Een goede verklaring kon toen niemand geven.

  5. E. Mutter zegt:

    Deze verhalen zijn en waren bekend over Nederlands-Indië. Alleen zijn ze in de meeste gevallen slecht gedocumenteerd. In 2007 verscheen van de hand van de journalist, jurist en auteur Coen Ackers het boek Het regent steenen. De spirituele erfenis van Nederlands-Indië. In deze publicatie toont de auteur aan dat de steneneregens uit 1825, 1831, 1834 en 1842 die in de voormalige kolonie plaats vonden en goed gedocumenteerd werden overgeleverd, in de negentiende eeuw van grote invloed zijn geweest op de ontwikkeling van de spiritistische beweging in Nederland. Het boek is zeer toegankelijk geschreven en voorzien van een zeer uitgebreid notenapparaat, bibliografie en personenregister. Vooral de beschreven gevallen zijn zeer boeiend om te lezen. Voor serieus geinteresseerden in deze materie is dit werk een absolute aanrader.

    • Jan A. Somers zegt:

      Heel lang geleden heb ik een boek gezien over de Egyptische piramiden. Titel uit mijn geheugen opgevist: De stenen spreken???? Geschreven door een majoor van het KNIL???? Uit de maten, en het verloop van de gangen leidt hij voorspellingen af voor gebeurtenissen in de wereld en Nederland. Heel boeiend en overtuigend geschreven. Spannend jongensboek.

      • E. Mutter zegt:

        Inderdaad Jan Somers het door u bedoelde boek heet Als de stenen spreken. Zoals u zelf aangeeft een spannend jongensboek. Meer gewicht mag je er niet aan geven. Sommigen noemden dit werk schertsenderwijs Als de keien lallen….Trouwens dat boek heeft niets te maken met het fenomeen sterrenregens.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s