Gebruik van het woord ‘bersiap’ staat ter discussie. Bert Immerzeel graaft in zijn geheugen, en komt uit in…. Utrecht.
Door Bert Immerzeel
Jaren geleden reisde ik met de trein via Utrecht Centraal. Het was een doordeweekse, wat druilerige dag en er waren vertragingen. Toen ik met de roltrap afdaalde naar het spoor, zag ik al hoe laat het was. Er stond weliswaar een trein te wachten, maar naar het leek niet op mij. De deuren stonden open, maar er kon eigenlijk niemand meer bij. Alle sta- en zitplaatsen waren vol, en de balkons puilden uit van de passagiers. Met wat duwwerk en veel verontschuldigingen wurmde ik me toch naar binnen.
Daar stonden we dan allen te wachten op, ja, wat? De officiële tijden klopten sowieso niet, dus we mochten slechts hopen op een spoedig vertrek. Gesproken werd er nauwelijks. De meeste passagiers zaten op hun telefoon te kijken of staarden peinzend naar het plafond of naar hun voeten. Iedere minuut kwam wel weer een nieuwe passagier bijna rennend van de roltrap om te moeten merken dat al die haast voor niets was.
En ja, hoor! Daar kwam er weer een: een jonge vent die toch zo brutaal was dat hij zich naar binnen moest dringen. Een bijna onmogelijke opgave, maar het zou hem lukken. Toen hij binnen was, leek hij zich te bedenken: ‘Is dit de vorige trein?’, vroeg hij aan de wachtenden om hen heen. Een stilte was het antwoord.
‘De vorige trein?’ Wat is dat? De volgende trein was het vrijwel zeker, maar de vorige?


