De Nederlandse schilder Hal Wichers verloor tijdens de beginperiode van de Indonesische revolutie, de zogenoemde bersiap, zijn jonge dochter, een belangrijk deel van zijn kunstcollectie maar ook zijn afgelegen woonhuis met atelier aan de noordrand van Bandung. Wichers repatrieerde naar Nederland en sprak nooit meer over dit belaste verleden. Een zoektocht naar het werk en huis van Hal Wichers.

Gescheurde zwart-wit foto van het huis en atelier van Hal Wichers, najaar 1945. © Tjieke Deuss-Wichers.
Door Louis Zweers
De schilder Hal Wichers (1893-1968), opgeleid aan de Rijksacademie te Amsterdam, keerde na zijn studie weer terug naar Indië waar hij was geboren. Daar werd hij vooral bekend door zijn romantische Indische werken. Zijn olieverven in impressionistisch stijl tonen tropische landschappen met vulkanen en rijstvelden, bloeiende flamboyants met felrode bloesem en Balinese tempelscenes. Halverwege de jaren dertig liet hij een vrijstaand huis met een groot atelier in de nieuwe villawijk Ciumbeleuit (het oude Berg en Dal) in de heuvels aan de verstilde rand van Noord-Bandung bouwen. De ruime tuin van bijna een hectare (een oppervlakte van twee voetbalvelden) stond vol met bougainvilles, kembang sepatu (hibiscus) en fruitbomen. Er werd een moestuin en een vijver met rotspartijen aangelegd. Een saillant detail was de nieuwe ondergrondse schuilkelder, een voorbode van de komende oorlog. Zijn huis met overdekt terras bood een panoramisch uitzicht op de hoogvlakte van Bandung met zijn imposante vulkanen. Vanuit zijn atelier had hij zicht op de kenmerkende Tangkuban Prahu vulkaan, in de vorm van een omgekeerde kano. Lees verder










