Wie spreekt voor het koloniale verleden?

Een pleidooi voor transkolonialisme

Op woensdag 28 september sprak prof. dr. Remco Raben in de Aula van de Universiteit van Amsterdam zijn oratie uit, getiteld: “Wie spreekt voor het koloniale verleden? Een pleidooi voor transkolonialisme.” Raben is benoemd tot bijzonder hoogleraar Koloniale en postkoloniale literatuur- en cultuurgeschiedenis, vanwege de Stichting Indisch Herinneringscentrum. In zijn oratie roept Remco Raben de vraag op welke verhalen de koloniale en postkoloniale geschiedenis over ‘Indië’ zijn gaan beheersen.

Prof. dr. Remco Raben tijdens zijn oratie

Prof. dr. Remco Raben tijdens zijn oratie

Door Remco Raben

Mijnheer de decaan, zeergewaardeerde studenten, collega’s, lieve vrienden,

Indië is hot. Dat zijn woorden die u kunt verwachten van iemand wiens leeropdracht de koloniale en postkoloniale literatuur- en cultuurgeschiedenis luidt. Maar het kolonialisme heeft dusdanige diepe sporen achtergelaten dat we er dagelijks mee geconfronteerd worden, sterker nog: het maakt intrinsiek deel van ons uit. Dat staat los van de kwestie of iedereen zich bewust is van het koloniale verleden dat in ons doorwerkt. Dat is natuurlijk helemaal niet het geval. Integendeel. Grote delen van Nederland verkeren in een staat van ontkenning. Letterlijk.

Remco Raben

Remco Raben

De koloniale geschiedenis is verwarrend, soms zoet, soms onaangenaam, maar altijd verwarrend. Een probleem bij elke benadering van het koloniale verleden is die van representatie en representativiteit. Iedere uitspraak over hoe de kolonie was of hoe die werd ervaren roept de vraag op wie het verhaal vertelt en voor wie dat dan gold. Bij de productie en reproductie van de koloniale geschiedenis zijn we afhankelijk van de discoursen die door het kolonialisme zelf in het leven zijn geroepen, door het koloniale archief, en door de postkoloniale herinneringsculturen, die sterk door de zingeving van de natie zijn bepaald. Zo was in Nederland de Japanse bezetting tijdenlang synoniem aan het interneringskamp; pas 40 jaar later drong het besef geleidelijk door dat de meeste Nederlanders de oorlog buiten het kamp hadden doorgebracht. In Indonesië is vooral het verhaal van de vrijheidsstrijd zo dominant dat het al het andere in de schaduw stelt.[1] Andere verhalen bestaan wel, maar ze zijn ondergeschikt gemaakt aan het grote nationale narratief. En dat is jammer, want diversiteit, onbepaaldheid en verwarring vormen de essentie van de koloniale, en postkoloniale, situatie.

Kort samengevat is de vraag die ik wil opwerpen: wie spreekt voor de koloniale geschiedenis? Wie heeft het woordvoerderschap? En wat ís dat Indië eigenlijk? Welke grenzen trekken we? Het zijn even pertinente als onmogelijke vragen. Precies die onmogelijkheid tot plaatsbepaling en afbakening is de essentie van Indië.  Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 34 reacties

Verlenging backpay-regeling

Vandaag, 3 november 2016, informeerde staatssecretaris Martin van Rijn de Tweede Kamer met een ´Voortgangsrapportage oorlogsgetroffenen en Herinnering WOII´.

Vergaderende ambtenaren Binnenlands Bestuur, ca. 1940

Vergaderende ambtenaren Binnenlands Bestuur, ca. 1940

Uit de voortgangsrapportage:

“In verschillende stappen heeft de Nederlandse overheid na de Tweede Wereldoorlog getracht om aangedaan onrecht waar mogelijk te herstellen. De besluitvorming rond “Het Gebaar” in 2000 was daarbij een belangrijk moment. Er is toen een regeling getroffen voor de verschillende groepen van oorlogsgetroffenen en besloten tot een aantal verdiepende onderzoeken. Voor twee resterende onderdelen vindt op dit moment afronding van het rechtsherstel plaats. (backpay en rechtsherstel Roma en Sinti – JP)  Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 22 reacties

Met de dood op de hielen

Als ik dit in Australië vertel geloven ze me nooit, dacht luitenant G.L. Snell op 30 juli 1942 om half zes ’s ochtends onder een paar struiken in Dobo op de Aroe-eilanden bij Nieuw-Guinea. Als hoogtepunt in een reeks ontsnappingen die zich uitstrekte over heel 1942, had hij juist zijn eigen executie overleefd. Het verhaal van wat Snell in 1942 meemaakte bevat zo’n ongelooflijke combinatie van toeval, geluk en moed, dat een scenario-schrijver van James-Bondfilms zou aarzelen het te gebruiken — als hij het al had kunnen bedenken.

Door Michiel Hegener

Luitenant G.L. Snell (1944)

Luitenant G.L. Snell (1944)

“Maar op mijn woord”, zegt brigade-generaal b.d. Snell in een kamer vol souvenirs uit een Indisch verleden, “ik ben geen ogenblik bang geweest. Dat laconieke heb ik altijd gehad. Na de oorlog, in ’45-’50, ben ik een keer met acht man op dertien vijandelijke mitrailleurs gelopen. Alles ging langs me heen. De kogel waar mijn naam op staat moet nog worden gegoten, zei ik toen tegen iemand. Ik heb sterk het gevoel dat alles voorbestemd is. Als het je tijd is rijd je tegen een boom of je struikelt over een deurmat.”

Bij het uitbreken van de oorlog was Snell commandant van het Knil-verdedigingsdetachement van het vliegveld Laha op Ambon, en werd daar terzijde gestaan door een Australische eenheid — samen ongeveer 300 man. Elders op het eiland bevonden zich nog 3500 Australische en Nederlands-Indische troepen. Nadat de vijandelijkheden waren ingeluid met een minuscuul luchtslagje op 15 januari 1942, kwam aan het eind van de maand de onvermijdelijke Japanse invasie. De verdedigers van het zuidelijke schiereiland gaven zich na een paar zware gevechten gewonnen. Maar, aldus Snell, “de Australische commandant van het vliegveld en ik hebben besloten om dat niet aan onze troepen te vertellen. Toen zijn we nog twee dagen doorgegaan.”  Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 10 reacties

Actie tegen ‘koloniale verheerlijking’: beelden beklad

HOORN – De ‘actiegroep de Grauwe Eeuw’ heeft in de nacht van maandag op dinsdag beelden in Hoorn beklad om ‘afschuw te laten blijken voor de koloniale verheerlijking waarmee Hoorn vol trots pronkt’.

J.P. Coen, vóór het Westfries Museum te Hoorn

J.P. Coen, vóór het Westfries Museum te Hoorn

Door Eric Molenaar 

Het standbeeld van JP Coen, de buste van Bontekoe, de scheepsjongens van Bontekoe en ‘museum Halve Maen’ waren de doelwitten van deze actie.

De daders kwamen met de volgende verklaring: ‘JP Coen en Bontekoe waren twee massamoordenaars in dienst van de VOC en hebben hun koloniaal terreur losgelaten op o.a. de bevolking van  Nederlands Indië. Sculptuur de scheepsjongens van Bontekoe is een verwijzing naar het gelijknamige jeugdboek waarin Bontekoe en diens massamoorden worden ‘white washed’ en zelfs geromantiseerd. Museum de Halve Maen is een replica van het VOC schip waarmee Henri Hudson Manhattan “ontdekte”, het begin van een bloedige kolonisatie van en genocide op de Lenape, de inheemse bevolking daar.  Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 83 reacties

´Onze overwinning is hun ten zegen´

De Nederlands-Indische overheid trachtte met militaire en economische middelen zo veel mogelijk macht uit te oefenen tegen zo weinig mogelijk kosten. In Bandjermasin, waar een contract was gesloten met de sultan, ging het in 1852 fout toen de Nederlanders zich bemoeiden met de troonopvolging. Er ontstond niet alleen een lokale opvolgingsstrijd, maar de bevolking richtte zich ook steeds meer tegen de koloniale macht. De jaren 1859-1963 staan thans bekend als de Bandjermasinsche Krijg. Het zou tenminste vier jaar duren voor de Nederlanders weer heer en meester waren in dit gebied. Dit alles – natuurlijk – uit naam van ´de beschaving´. Zelfs de doden speelden hierbij een rol.

Bandjermasin: monument voor residentiekantoor

Bandjermasin: monument voor residentiekantoor

In februari 1860 schreef de chef der expeditie, luitenant T.M. Verspijck, vanuit Amoenthai in zijn dagorder:

“Op den 5den Februarij jl. rukte de kapitein Schift van Moengoe-Taijor met den 1sten luitenant Blondeau, den dienstdoenden officier Coenen en 70 bajonetten met den officier van gezondheid Tall naar Tjambaioe, de plaats waar Radja Koening en de opstandeling Anta Loedin zich met hun aanhang ophielden. Na een uiterst vermoeijenden marsch bereikte men genoemde kampong, waar men de opstandelingen met een goed aangebragt geweer-vuur overviel en verrastte; deze vlugten daarna in allerijl naar het versterkte huis van den Radja Koening. Driemaal werd deze sterkte door twee peletons onzer dappere troepen te vergeefs bestormd; ten vierde male werd zij genomen en verbrand, zoomede de daaraan grenzende Kampong. Elf lijken bleven van den vijand achter, terwijl de beruchte Radja Koening geblesseerd en daarna afgemaakt is geworden; volgens geruchten zou ook de opstandeling Anta Loedin gesneuveld zijn. Deze schoone overwinning hebben wij evenwel duur betaald door het verlies van den braven en moedigen 1sten luitenant Blondeau, die bij de eerste bestorming aan het hoofd zijner manschappen door twee lanssteken zwaar gewond werd en eenige oogenblikken later den geest gaf. Zijn naam blijve steeds bij het leger in roemrijke nagedachtenis. Ook de dappere werkzame kapitein Schiff, die gedurende zijn kommandement te Moengoe-Taijor vele en nuttige diensten heeft bewezen, zal ten gevolge der vele vermoeienissen wegens ziekte van zijn post moeten worden afgelost. Aan alle officieren, onder-officieren en manschappen, die deze luisterrijke overwinning hebben bevochten, betuig ik mijn dank.”  Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 3 reacties

Jan Schlechter Duvall: Indo surrealist

De toonzaal van restaurant De Lachende Javaan in Haarlem, herbergt tot het einde van dit jaar de originele tekeningen en schilderijen van een Indische surrealist. Zijn naam: Jan Schlechter Duvall. Zijn leven en werk: bijzonder.

Jan Schlechter Duvall

Jan Schlechter Duvall

Door Herman Keppy

Jan Schlechter Duvall (1922–2009) is geboren en getogen in Nederlands-Indië. Tijdens de oorlog was hij dwangarbeider aan de Birmaspoorlijn. Na de Japanse capitulatie vertrok hij naar Nederland en volgde hij een kunstopleiding, waarna hij terugkeerde naar Indonesië voor de opbouw van het tekenonderwijs.

In 1957 verliet hij zijn geboorteland en kwam als spijtoptant naar Nederland. Dat nieuwe thuisland bleef hem vreemd: hij emigreerde in 1962 naar Amerika, om uiteindelijk toch te sterven in zijn vaderland, Indonesië.

Zijn surrealistische werk is wereldwijd tentoongesteld maar raakte, behalve in kleine kring van bewonderaars, grotendeels vergeten. Schlechter Duvall liet veel schilderijen, tekeningen en gedichten in het aardse. Ook brieven, waaruit drie fragmenten (alle uit 1962) hieronder worden geciteerd.   Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 8 reacties

Atjeh door de transkoloniale bril

RECENSIE (overgenomen van Athenaeum). Aandacht voor Nederlands oorlogsgeweld in Indonesië – een onderwerp dat de Nederlandse pers, kort van geheugen, steeds opnieuw herontdekt – betreft meestal de dekolonisatieoorlog. Anton Stolwijk richt zijn pijlen op een vroegere strijd: de ‘pacificatie’ van Atjeh, de strategisch gelegen noordelijke helft van het lucratieve Sumatra. In een afgewogen, integere maar meeslepende hybride van studie en documentaire onderzoekt hij de toedracht van de Atjeh-oorlog en de sporen ervan in de huidige tijd.

Militairen van het KNIL bij de sultansgraven te Kota Goenoengan in Koetaradja tijdens de tweede Atjehexpeditie

Militairen van het KNIL bij de sultansgraven te Kota Goenoengan in Koetaradja tijdens de tweede Atjehexpeditie

Door Esther Wils

‘Transkoloniale’ geschiedschrijving is wat wij nodig hebben, was op woensdag 28 september jl. de centrale boodschap in de oratie van buitengewoon hoogleraar Remco Raben, aangesteld vanwege de stichting Indisch Herinneringscentrum. Geschiedschrijving die buiten de kaders kijkt die door het kolonialisme zelf zijn aangereikt, los van de ‘zwaartekrachtwerking van het Europese beeld van moderniteit’, simpelweg omlijnd door de gedeelde plaats en tijd van mensen van verschillend ras en verschillende maatschappelijke status.

Raben, die zelf al decennialang volgens dit principe werkt – in de voetsporen van onder anderen Rudy Kousbroek en Ian Buruma – is lang niet de enige die er zo over denkt. De transkoloniale blik kent ook uitwassen – zie bijvoorbeeld de simplistische artikelen van Marjolein van Pagee, die zich opwerpt als verdediger van de onderdrukte Indonesiërs en in de NRC ruim baan krijgt met haar gedateerde en slecht geïnformeerde verhalen. Deze journaliste ziet er geen been in tijdens een historische re-enactment – zeer populair in Indonesië – te poseren met de oorlogsmisdadiger Sutomo en de foto op Facebook te plaatsen. Met dit soort vereenzelviging is niemand gediend.   Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 75 reacties

De fanfare

Teun Krul (linksonder) bij de Marine

Teun Krul (linksonder) bij de Marine

Mijn grootouders aan moederskant hadden zes kinderen: vijf dochters en één zoon. En om die zoon is nogal wat te doen geweest. Niet alleen toen hij er was, maar ook toen hij nog geboren moest worden. Het probleem was namelijk dat mijn opa, een tuinder met nogal conservatieve opvattingen, heel graag een mannelijke opvolger wilde hebben en daar naar zijn zin veel te lang op moest wachten. Pas het voorlaatste kind was een jongen. Natuurlijk kreeg het kind de naam van zijn vader: Teun.

Later zal mijn opa zich nog wel een keer hebben afgevraagd of hij hier nu zo lang op had zitten wachten. Mijn Ome Teun leek in niets op zijn vader en had een gezonde lak aan de barse buien van zijn ouwe heer. Zodra hij kon, ontvluchtte hij het ouderlijk huis en werd verpleger bij de Koninklijke Marine. Dat was twee keer mis voor mijn opa. Het beroep van zijn zoon zal hem niet hebben aangestaan, en de Marine betekende natuurlijk ook dat de jongen bijna nooit thuis was.  Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 1 reactie

Moorden en martelingen verdoezelen was ‘gewoon beleid’

Interview Rémy Limpach, historicus

De koloniale autoriteiten in Nederlands-Indië waren structureel gewelddadig. Klokkenluiders werden geïntimideerd, de bestuurlijke top gedoogde het extreme geweld en keek weg. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van historicus Rémy Limpach.

Limpach bij de presentatie van zijn boek

Limpach bij de presentatie van zijn boek

Door Anne-Lot Hoek

Op 26 februari 1949 verscheen er een anonieme brief in het weekblad De Groene Amsterdammer met als kop ‘Een officier schrijft uit Djocja aan zijn vrienden: een commentaar op ons.’ In de brief, die buiten zijn medeweten werd gepubliceerd, bekritiseerde deze officier het doden van Indonesische gevangenen met een nekschot, het verdoezelen door de autoriteiten van misdrijven en de martelingen door de inlichtingendiensten. Als represaille werden kampongs in brand gestoken, schreef hij, waarbij andere officieren hem aanraadden daar haast mee te maken, ‘voordat de bevolking de kans heeft gekregen eruit te vluchten’. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 113 reacties

Richt een museum op over het Nederlands-Indische verleden

Een transnationaal museum over het Nederlands-Indische verleden kan een nuttige rol vervullen in Nederland én Indonesië. Ook als symbool.

De haven van Tandjoeng Priok, Batavia

De haven van Tandjoeng Priok, Batavia

Door Niels Graaf

In Jakarta is alles anders. Waar tijdens de nationale Indië-herdenking in Den Haag over het gebrek aan kennis van de koloniale geschiedenis werd geklaagd, kijkt men in de Indonesische hoofdstad slechts vooruit. Zelfs deze week, bij de grootse viering van 71 jaar onafhankelijkheid, ging het vooral over vandaag en morgen. Aan terugblikken is geen behoefte.

Toch kan meer aandacht voor de koloniale geschiedenis, zowel in Nederland als Indonesië, geen kwaad. Dit verleden is immers niet per definitie voorbij. De Leidse hoogleraar Gert Oostindie betoogde het al eens. De Nederlandse aanwezigheid in de koloniën was niet alleen daar van blijvende invloed.   Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 28 reacties