California Dreaming

Venice Beach, Los Angeles

Onder de titel ´Where we are and where we came from´ brengt The Indo Project dit keer in zijn nieuwsbrief een overzichtje van de woonlanden van de Indo-Europeanen, voor zover gebaseerd op het ledenbestand van de nieuwsbrief. In de begeleidende tekst wordt aangegeven dat de gegevens misschien weinig wetenschappelijk zijn ´ want er is nooit in ieder land een registratie geweest van ons soort mensen´, maar ook dat het misschien wel leuk is om te weten. Vooral natuurlijk om te laten zien dat overal op de wereld Indo´s wonen.
De Java Post levert hier graag een bijdrage door het publiceren van enkele aanvullende cijfers.

Het Gebaar

Een betere registratie dan het leden bestand van het Indo Project geeft ons het bestand van de regeling ´Het Gebaar´. Deze regeling, uitgevoerd in de jaren 2001-2003, voorzag in het verstrekken van een éénmalige uitkering aan personen geboren vóór 1945 die in Nederlands-Indië hebben gewoond en daar dus de Japanse bezetting hebben meegemaakt. Omdat er geen verdere eisen werden gesteld – bijvoorbeeld met betrekking tot nationaliteit of huidige woonland -, was het aantal aanmeldingen groot. Van de ongeveer 95 duizend aanmeldingen kwam een kleine 20 duizend uit het buitenland.  Lees verder

Geplaatst in 4. Nederlands-Indië overzee | Tags: , , , , , , , , , , , , | 2 reacties

Potentieel staatsgevaarlijk

De internering van Duitsers in Nederlands-Indië  (zie Batavia seint ´Berlijn´) heeft na de oorlog heel veel publiciteit opgeleverd. Althans, voor zover het de ramp met de Van Imhoff betreft. Slechts héél even was de vraag naar de rechtmatigheid van de internering aan de orde, en wel in 1949, in het kader van de Regeringsenquête naar de gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog.

De Duitse landbouwingenieur Karl E. Kempski, thee-onderneming Poerbasari, Soekaboemi, 1924.

Uit een regeringsschrijven betreffende de reclassering van geïnterneerde Nederlandse ambtenaren blijkt dat door het verloren gaan van stukken op dat moment niet meer kon worden vastgesteld dat de internering berustte op gebleken wangedrag, “en dat toevlucht moest worden genomen tot de constructie van potentiële staatsgevaarlijkheid.”[i]
Het verslag van de Enquêtecommissie, gepubliceerd in 1949, ging uitgebreid in op de interneringen van de Duitsers. De nadruk werd hier gelegd op de reactie van de Duitsers en de internering van de Indische gijzelaars in Nederland. Uitgebreid werd verslag gedaan van de onderhandelingen over mogelijk uitwisseling van gevangenen. De Commissie constateerde dat niet alles even helder was, maar gaf wel gelijk aan de Nederlandse gouverneur-generaal Van Starkenborgh in zijn weigering om tot uitwisseling te komen.    Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 34 reacties

Eens een Hupp, altijd een Hupp!

Tragisch ongeluk bij Tjitjalengka

´Als een pijl uit de boog! Met de bekwaamheid alles op de weg te passeren en vóór te blijven, kilometer na kilometer, is de Hupmobile de mooiste wagen op de weg, en tevens de meeste waarde voor uw geld! Eens een Hupp, altijd een Hupp!´
Met deze en andere mooie teksten werd autominnend Indië in de jaren ´20 verleid tot de aanschaf van de Hupmobile, een forse middenklasser genoemd naar de oprichter van de fabriek, Robert C. Hupp. De wagen was snel, degelijk en ´ideaal voor de uitstapjes in het weekend´.  

´Eens een Hupp, altijd een Hupp´

De in Bandoeng woonachtige Oostenrijkse arts dr. Karl Heidt moet zich aangesproken hebben gevoeld door zo veel moois. Hij kocht een 7-zits Hupmobile en nodigde meteen zijn vrienden uit voor een fikse rit naar de Zuidkust van Java. Naast mevrouw Heidt gingen mee mevrouw Stigter en ´de heer W.´. Of de afkorting van deze laatste naam iets te maken heeft met het feit dat de man van mevrouw Stigter, directeur van de Holland Siam Maatschappij, op dienstreis was en niemand iets mocht weten van deze genodigde, – helaas, we weten het niet.

Bij het krieken van de dag

Op zondag 1 december 1929 vertrok het gezelschap. Omdat het een tocht was van een uur of vier en de ingezetenen dezelfde dag nog wilden terugkeren naar Bandoeng, reed de auto, bestuurd door de inlandse chauffeur Adi, bij het krieken van de dag de stad uit. Een half uur later zou het noodlot toeslaan…..  Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , , , , , , | 2 reacties

Batavia seint ´Berlijn´

Het lot van de Duitsers in Nederlands-Indië

Na de Duitse inval in Nederland, op 10 mei 1940, werden in Nederlands-Indië enkele duizenden Duitsers en ongeveer vijfhonderd NSB-ers opgepakt en geïnterneerd. Niet dat ze iets fout hadden gedaan, maar meer voor het geval dát.
Velen van hen moeten gedacht hebben dat het allemaal op een misverstand berustte, en dat ze wel weer snel vrij zouden komen. Niets was echter minder waar. Het zou allemaal heel anders lopen.

Direct na die 10 mei werden door het Nederlands-Indische gezag 18 Duitse schepen die in een Indische haven voor anker lagen in beslaggenomen. De bemanning werd geïnterneerd. In de gehele archipel kregen ambtenaren via de code ´Berlijn´ de opdracht iedereen die vermoed werd Duits te zijn te arresteren. Eén van die ambtenaren, Cornelis van Heekeren,  schreef later:

Het Vaderland, 11 mei 1940

“Het is verbazingwekkend dat op (…) de 10e mei 1940, in de gehele archipel, met zijn continentale afstanden, de b.b.-ambtenaren en de politie de Duitsers en andere ‘vijandelijke onderdanen’ arresteerden. Onder die ‘vijandelijke onderdanen’ waren ook Duitse joden, politieke vluchtelingen uit de Duitse gebieden, Tsjechen, Hongaren, Denen, Joegoslaven, Belgen, Polen en Nederlandse NSB’ers. Het besluit hiervoor was (…) genomen op grond van artikel 20 van de regeling Staat van Oorlog en Beleg. Men ging bij de uitvoering van het principe uit dat het beter was in die eerste tijd allen te arresteren, om daarna uit te zoeken wie weer kon worden vrijgelaten. Wat men niet had voorzien, was, dat de reactie van het publiek op de berichten uit Europa zo fel zou zijn, dat het terugzenden van eenmaal geïnterneerden vrijwel onmogelijk was, omdat ze in de kleine blanke toplaag van de koloniale maatschappij niet meer werden geaccepteerd.” [i]    Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 61 reacties

Ook subsidiëring ´Erfgoed van de oorlog´ kon beter

Volgens de Algemene Rekenkamer laat het Ministerie van VWS al meer dan tien jaar steken vallen in het beheer van de 2,3 miljard euro aan subsidies. Zo worden wettelijke termijnen onvoldoende gehandhaafd, zijn dossiers vaak onvolledig, worden er fouten gemaakt bij voorschotten en worden subsidiebesluiten onvoldoende onderbouwd. Minister Edith Schippers (VVD) moet voor 1 oktober laten zien hoe de problemen worden opgelost.

Amsterdam, 16 september 2010: De Prins van Oranje krijgt in het Koninklijk Instituut voor de Tropen in Amsterdam de catalogus 'Erfgoed van de oorlog´ uit handen van minister Ab Klink (VWS). © ANP

Da´s heel veel geld, 2,3 miljard. Het rapport van de Rekenkamer geeft ons helaas geen inzicht in de opbouw van dat bedrag.[i] We weten dan ook niet of het in september 2010 afgeronde subsidieprogramma ´Erfgoed van de Oorlog´ dezelfde gebreken vertoont als de overige afgegeven subsidies. Gelet op de omvang van de Rekenkamerbezwaren mogen we echter aannemen van wel. De conclusies van Rekenkamer geven ons dan ook aanleiding eens terug te kijken naar de in het kader van dit programma gesteunde initiatieven met betrekking tot de oorlogsgeschiedenis van Nederlands-Indië.    Lees verder

Geplaatst in 6. Onderzoek, Aanspraken en Verwerking | Tags: , , , , , , , , , , , , , , | 3 reacties

Een drama in het bosch

Illegale houtkap met tragische gevolgen

In de Jakarta Post lezen we dat in het district Garoet afgelopen maanden tientallen doden zijn gevallen door aardverschuivingen ten gevolge van zware regens. De bevolking was al lange tijd bang voor dergelijke gebeurtenissen vanwege de toenemende ontbossing. Illegale houtkap komt nog steeds veel voor op Java.
Dat deze problemen niet uit de lucht komen vallen, blijkt uit een bericht in de Sumatra Post van 27 april 1932, onder de titel ´Een drama in het bosch´:

Houtkap op Java, 1935

´Het persbureau meldt dat de veldpolitie te Garoet opnieuw een mooi succes heeft geboekt. Gewaarschuwd door de opperhoutvester van Garoet dat in de omgeving van de Goenoeng Hoedjoengan de laatste tijd veel houtdiefstallen voorkwamen, trok de politie er op uit. Ter hoogte van de onderneming Pasir Malang werd vernomen dat zich hier in de buurt kort geleden een tweevoudige moord moet hebben afgespeeld. Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

´In opgewekte stemming´(II)

In het artikel ´In opgewekte stemming (I)´ werd in de Java Post bericht gedaan van het ontstaan van werkkampen voor Indo-Europeanen op Java. In Bandoeng werd door de Japanners besloten tot de oprichting van twee ´kolonisaties´: één bij Goenoeng Haloe, en één bij Pasir Benteng. We vervolgen hier het verhaal met een beschrijving van beide kampen, en eindigen met een terugblik.

I. Goenoeng Haloe

Landschap in de Preanger

De eerste kolonisten arriveerden op Goenoeng Haloe op 9 januari 1945. Uiteindelijk zou de kolonie (inclusief subkampen) tussen de 360 en 380 bewoners krijgen, twee maal zo veel als Pasir Benteng.[i]
De onderneming bevond zich op 60 kilometer ten zuidwesten van Bandoeng, en had drie verschillende locaties: het hoofdkamp Goenoeng Haloe, en de nabijgelegen plaatsen Tjitjalobak en Montaja.
Het hoofdkamp bestond uit een verlaten theefabriek met enkele bijgebouwen, gelegen aan de oever van een riviertje. Hier werden ongeveer 200 personen gehuisvest. Dit kamp werd geleid door de Indo-Europeanen W.Ch. de Meyier en M. van Leuven.
Tjitjalobak, een uur gaans verderop, was iets kleiner. Het bood plaats aan een tiental gezinnen en een vijftigtal jongens. De gezinnen woonden in woningen, de jongens in een barak. Dit kamp werd geleid door de (éénarmige) W. Keasberry, met assistentie van A.G. van Egmond, A. Glaser, G. Abuys en K. van Greeven. De supervisie lag – evenals in het hoofdkamp – in handen van de Japanner Ema en de Indonesiër Joesoef.
Montaja, het kleinste kamp van de drie en nog weer iets verder gelegen, was in hoge mate zelfvoorzienend. Enkele gezinnen afkomstig uit de Bandoengse opvanglocatie ‘Huize Bosdijk’ hadden hier een ondersteunende rol. De kampleiding, bestaande uit M.E. Blondeel Timmerman en E. Lucardie, trachtte zo goed en zo kwaad als het ging de opgelegde taken uit te laten voeren, zonder dat sprake was van veel toezicht van Joesoef of de Japanners.   Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 19 reacties

De rode secretaris

Deze week, op 5 mei, vierde Nederland een passend en ingetogen vrijheidsfeest. ´Vrijheid´, zo lieten politici in de media weten, is niet alleen mogen zeggen wat je vindt, maar vooral ook zíjn wie je bent.
Dat het ooit anders was blijkt uit een verslag van de gemeenteraadsvergadering van Tegal, in juni 1928:

Tegal, residentiehuis

´Onder grote belangstelling heeft de Tegalsche gemeenteraad een vergadering gehouden waarbij als voornaamste agendapunt de ´kwestie-Kapteyn´. Deze kwestie zou aanvankelijk in besloten bijeenkomst worden behandeld. Besloten werd echter alsnog tot openbare behandeling. Elf raadsleden waren aanwezig. Door zeven leden was een motie ingediend, ongeveer luidende als volgt:
´De gemeenteraad van Tegal spreekt zijn ernstige afkeuring uit over de wijze waarop de heer D. Kapteyn, gemeentesecretaris, gemeend heeft op 1 Mei 1928 uiting te moeten geven aan zijn politieke gevoelens door het uitsteken van de rode vlag, en gaat over tot de orde van den dag´.   Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

´In opgewekte stemming´(I)

De werkkampen voor Indo-Europeanen in Bandoeng

Ook al kent de oorlog vele verhalen, in de loop der jaren worden ze vaak samengevat. Zo ontstaat langzaam het beeld van ´de krijgsgevangene´ en ´de burgergeinterneerde´. Van degenen die buiten de kampen zijn gebleven hebben we echter een minder duidelijk beeld.  Als voorbeeld moge hier dienen het verhaal van de Indo-Europeanen in een stad als Bandoeng. Sommigen jongeren werden geinterneerd, anderen niet. Sommigen vertrokken vrijwillig naar een werkkamp, weer anderen voelden zich daartoe gedwongen. Zijn deze verschillen belangrijk? Of hebben de getuigen vooral veel gemeen? Wat weten we van hun ervaringen?

Gelijkschakeling van de Indo-Europeanen

P.F. Dahler (1883-1948), voorzitter Indo-Comité´s Java

Kort na hun bezetting van Nederlands-Indië dachten de Japanners nog dat de Indo-Europeanen de kant van de Indonesiërs zouden kiezen. Als de Indo´s minder dan 50% Europees bloed hadden, werden ze daarom in principe niet geïnterneerd.
Naarmate de oorlog vorderde bleek deze inschatting onjuist. De meeste Indo´s waren gevoelsmatig erg verbonden met de Europese toplaag en kozen daarom voor een non-coöperatieve houding. Hun positie was echter nauwelijks houdbaar. Door verpaupering werden ze als groep gemarginaliseerd.
De Japanners reageerden met de oprichting van Indo-Comité´s in de grote steden. Deze kregen als opdracht om te zorgen voor hulpverlening en werkverschaffing. De mate waarin deze comité´s fungeerden als doorgeefluik van Japanse orders, hing vooral af van de samenstelling van het plaatselijk Indo-bestuur. In Malang en Batavia troffen de Indo’s het bijzonder slecht. In Bandoeng was het Indo-Comité veel minder streng in zijn optreden, en leverde ook een positieve bijdrage. Aan medewerking aan een tewerkstelingsproject viel echter niet te ontkomen… [i]     Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 9 reacties

Dromen van Indië

Onder aansprekende titels als ´Een droom achterna´ of ´Overleden echtgenoot gezocht´ bracht de internationale pers in 1939 het bericht van de 63-jarige Britse mevrouw Olive Bransen die – daartoe aangespoord door haar dromen – op het punt stond in te schepen voor een reis richting Nederlands-Indië om haar reeds lang doodgewaande echtgenoot te kunnen ontmoeten.

Banda Eilanden

Tien jaar eerder was haar echtgenoot, de insectenkundige John Bransen, naar Nederlands-Indië gereisd om daar de vlinders te bestuderen. Naar het schijnt zou hij eerst enige tijd hebben rondgezworven op Nieuw-Guinea, om daarna verder te reizen naar de Banda Eilanden. Onderweg – zo luidde het verhaal van de inlanders die hem vergezelden – werd hij overvallen door een hevige storm. Een sterke draaikolk trok de boot waarin hij voer naar beneden. Uren lang zocht men hem, maar van Bransen geen spoor. Nadat de tijding van het ongeval – pas veel later – het thuisfront had bereikt, moest mevrouw Bransen accepteren dat haar man was verdronken.   Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie