Herinneringen aan Moentilan (I)

Door Rob Cassuto

Op weg naar waar?

Toen de oorlog in Nederlands Indië uitbrak in 1942 was ik net één jaar. We – mijn moeder, grootmoeder en ik – kwamen na een kleine twee jaar kamp Tjihapit terecht in kamp Moentilan.
In de tweede helft van mijn leven wilde ik méér weten: hoe was het daar in dat kamp Moentilan, hoe was het toen? Herinneren doe ik mij praktisch niets, maar uit de herinneringen van anderen en een paar eigen flarden heb ik een reconstructie gemaakt.

Op weg van Bandoeng naar waar?…

Mijn moeder zegt dat ons transport uit Bandoeng begin 1944 plaats vond, maar het moet later in dat jaar zijn geweest, volgens de boeken was het in november: een paar honderd vrouwen en kleine kinderen stonden in lange rijen opgesteld op het Oranjeplein in Bandoeng, het plein dat deel uitmaakte van de wijk Tjihapit, de wijk die de Japanners tot vrouwen- en kinderkamp hadden getransformeerd en die ons al twee jaar gevangen had gehouden.
De geruchten over vertrek gingen al langere tijd en nu was het zo ver.
Ik moet er ook bij gestaan hebben, een kleuter van ruim drie. Bijna alle vrouwen hadden rugzakken genaaid voor de schaarse artikelen die ze mee mochten nemen op het aanstaande transport – niet meer dan 10 kilo en voor één maaltje eten. Gespannen afwachting.
Waarheen ging het?   Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , , , , , , | 38 reacties

Bekasi, een Brits Rawagedeh?

Rawagedeh, het Indonesische dorp dat de meeste Nederlanders tot voor kort onbekend was, staat qua media-aandacht nu wel duidelijk op de kaart. Vóór we echter denken dat het verhaal van de gebeurtenissen die daar hebben plaatsgevonden nu is verteld, moeten er nog heel wat kasten worden geopend en laden worden geleegd. Wie weet nog, bijvoorbeeld, van het lot van Bekasi?

Britse vergeldingsactie op Bekasi

Op 23 november 1945 stortte in de buurt van Bekasi een Britse Dakota neer, met aan boord 20 Brits-Indische militairen. Een verkenningsvliegtuig meldde echter dat bemanning en passagiers safe waren, ze hadden de crash overleefd.
De volgende dag werd vanuit Batavia een expeditie ondernomen om de mannen te gaan zoeken. Toen de troepen van 6/5de Mahratta lichte infanterie bij de plaats van het ongeval arriveerden, vonden ze het lijk van een Brits-Indische soldaat, ´horribly mutilated, one hand was cut off, numerous wounds on body´. Verder nog een los hoofd, een hand, en vijf bloeddoordrenkte sokken. De conclusie leek logisch: de andere inzittenden van het vliegtuig was waarschijnlijk hetzelfde overkomen.   Lees verder

Geplaatst in 3. Bersiap en Merdeka, 1945-1949 | Tags: , , , , , , , , , , | 6 reacties

Mijn jeugd in Bandoeng

Door Rob Cassuto

Rob Cassuto, 1950

Het was 1949, 1950. Acht, negen jaar was ik, ik woonde in Bandoeng en ik ging naar school in de Riouwstraat. Ik liep er naar toe. Vanuit ons huis aan het Houtmanplein, aan de rand van de stad, ging ik over het erf linksaf, door de Barentszstraat, die uitkwam op het Oranjeplein. Daar ging ik rechtsaf de Riouwstraat op. Het was zo’n tien à vijftien minuten lopen.
Naar huis had ik mijn eigen grillige route, langs de selokans (afvoersloten) die overal achter de huizen langs liepen, via allerlei doorgangetjes kuierde ik mijn geheime pad naar huis. Een avontuurlijke reis, alle delen van dat parcours waren voor mij landen of provincies van fantasielanden met fantasienamen.

Ajo, kom jij!

Na een aantal maanden was dat afgelopen. Indië was Indonesië geworden, Bandoeng werd Bandung en alle Nederlandse kinderen moesten naar één school en dat werd de school aan de Engelbert van Bevervoordeweg. Dat was een heel stuk verder.
Ook omdat het voor Nederlandse kinderen niet meer veilig was werd ik voortaan opgehaald. ‘s-Ochtends reed een auto van het kantoor van mijn vader voor met chauffeur. Het was een matgroene DeSoto en de chauffeur was een al wat oudere Indonesiër met een zwarte topi op zijn hoofd. We haalden ook nog de meisjes Chin op, dochters van een kantoorgenoot of kerkgenoot van mijn vader.
En na school wachten we buiten het schoolerf, vlak bij de brug over de Tjikapoendoeng, de kali (riviertje), die door heel Bandoeng loopt en daar vrij woest onder de brug doorkolkt, weer op ons vervoer.   Lees verder

Geplaatst in 3. Bersiap en Merdeka, 1945-1949 | Tags: , , , , , , | 280 reacties

De tanden van Tojo

De afgelopen week werden televisiekijkers weer opgeschrikt door ´schokkende beelden´ van Amerikaanse soldaten die zich hadden misdragen. Het ging dit keer om vier soldaten die in Afghanistan op de lijken van enkele Talibanstrijders pisten. Schokkend? Nauwelijks. Oorlog is oorlog, denk ik dan, en daar hoort een hoop machogedrag bij. Het enige verschil met vroeger is dat we er nu vaker mee worden geconfronteerd, omdat die jongens allemaal met smartphones rondlopen en daarmee hun joligheid op het internet kunnen zetten.
De betrokkenen zullen ongetwijfeld op hun donder krijgen, niet zozeer vanwege dat piesen, maar natuurlijk veel meer omdat dit soort filmpjes schade berokkent aan het imago van de USA. Een Amerikaanse soldaat haalt geen grappen uit met zijn tegenstander! Tenzij het een hele goeie grap is natuurlijk…   

Foster en Tojo

Het volgende gebeurde ergens eind 1946. De 22-jarige Amerikaanse tandarts Jack Mallory, ingelijfd bij een legerhospitaal in Tokyo, was medeverantwoordelijk voor het gebitsonderhoud van de gevangenen van de Sugamo-gevangenis.
Op een dag vroeg zijn collega en kamergenoot George Foster hem te begeleiden bij een bezoek aan een gevangene die mogelijk een nieuw gebit nodig had. Mallory was in alle staten van opwinding toen hij zich realiseerde dat het hier ging om generaal Hideki Tojo, de man die verantwoordelijk was geweest voor de aanval op Pearl Harbor. Hij was echter verbaasd toen hij Tojo voor het eerst ontmoette: ´Helemaal niet het monster dat ik me had voorgesteld. Hij was zeer bescheiden en gewoon een zachtmoedige, kleine man´.   Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , , , , , , , , , | 7 reacties

Een luxe wachtkamer

Japanse oorlogsmisdadigers wachten op hun berechting

Omori, kort na Japanse capitulatie

Twee maanden na de capitulatie van Japan bracht de Amerikaanse LIFE-journalist George Silk een bezoek aan het Omori-kamp in een buitenwijk van Tokyo. Dit kamp had tijdens de oorlogsjaren gebruik gedaan als detentie-oord voor met name Amerikaanse en Britse krijgsgevangenen. Er hadden echter ook Australiërs, Canadezen, Noren en enkele tientallen Nederlanders vastgezeten. Na hun vrijlating werd het complex gebruikt om Japanse krijgsgevangenen te huisvesten.
Omori – zo onbekend voorheen – werd nu opeens wereldberoemd omdat hier enkele tientallen van de bekendste Japanse oorlogsmisdadigers werden ondergebracht. Zo zaten er gevangen kolonel Masaharu Homma, berucht van de dodenmars van Bataän, kolonel Suzuki van het Shinagawakamp, en Nagahama van de folterkamers in Manilla. Echter de meest bekende van allen was wel de voormalige Japanse premier en minister van oorlog Hideki Tojo.   Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , , , , , , , | 26 reacties

Ich hatt´ einen Kameraden

Een jaarlijkse herdenking op Arca Domas bij Bogor

Kranslegging Arca Domas

Door Bert Immerzeel

Van degenen die een band hebben met Nederlands-Indië en Indonesië zullen de meesten op de hoogte zijn van het bestaan van Nederlandse erevelden als Kembang Kuning, Ancol en Menteng Pulo. Echter slechts weinigen zullen weten dat ook de Duitsers in Indonesië een Friedhof  hebben en daar hun Trauertag vieren.
De Duitse Volkstrauertag valt samen met de afsluiting van het kerkelijk jaar. Steeds rond midden november, op de laatste zondag voorafgaand aan de advent, vindt een kleine sobere herdenking plaats op het Duitse grafveld Arca Domas in Cikopo bij Bogor. De Duitse ambassadeur en een Duitse militaire attaché leggen er kransen bij een tiental graven van Duitse mannen die hier in oorlogstijd het leven lieten.
Wie waren deze mannen? En waarom werden zij juist híer begraven, bij Bogor?   Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , , , , , , , , , , | 9 reacties

Slamat taoen baroe

Slamat taoen baroe!

Uit De Indische Courant van 5 januari 1940:

´Op Nieuwjaarsdag hebben enkele vindingrijke Inheemsche broeders getracht op een gemakkelijke wijze een extra duitje te verdienen. Met Nieuwjaar is het immers een goede gewoonte dat men alles, wat Europeaan is, geluk komt wenschen. Zoo komt de melkjongen met een kaartje, de krantenlooper, de jongen van de slagerij, ja wat niet al. Wat was dus gemakkelijker dan ook kaartjes met gelukwenschen te laten maken en huis aan huis „slamat taoen baroe” te wenschen, zoo dachten verschillende slimmerds in Bandoeng.
Zoo gedacht, zoo gedaan, en op Nieuwjaarsdag kregen bewoners van verschillende Europeesche wijken bezoek van Inlanders met een keurig kaartje, waarop gelukwenschen van „koelie reinigingsdienst gemeente”. Vele namen het kaartje met dank in ontvangst en een kwartje of halve gulden werd dan wel afgeschoven, maar deze koelies, die geen koelies waren, kwamen, ongelukkig voor hen, ook bij gemeente-ambtenaren gelukwenschen aanbieden. Deze Europeanen wisten beter en al spoedig bleek het bedrog. Nu zal een vijftal Inlanders zich voor dit bedrog voor den rechter moeten verantwoorden.´

De koelie van de Java Post denkt er het zijne van. Misschien moet ook hij ooit aanbellen. Voorlopig komt hij echter liever gratis bij u aan de deur, en wenst u – om niet – een bijzonder gelukkig nieuwjaar!

x

Geplaatst in 9. Java Post | Tags: , , , , , | 14 reacties

Een verloren strijd

In ons vorige artikel ´Van paardenkracht naar pk´ schreven we over de opkomst in de jaren ´30 van een nieuw voertuig in Nederlands-Indië, een door motorkracht aangedreven voertuig voor personen- en goederenvervoer: de demmo of atax.

Een demmo passeert een grobak (Malang)

Het pruttelding had zó veel succes, dat de uit Malang afkomstige Indische Courant in juni 1932 de verwachting uitsprak dat ´dit mechanisch vervoer het paard tenslotte geheel van de straten zal verdringen. Vooral in kleinere steden als Malang voldoen zij uitstekend.´
Het zal niet verbazen dat de koetsiers van de door paarden getrokken voertuigen, de ´dogcarts´, het daar niet mee eens waren. In oktober van hetzelfde jaar nog richtte de vereniging van Malangse dogcart koetsiers, de Sarikat Koetsier Indonesia, zich tot het gemeentebestuur van Malang met het verzoek tot inwilliging van de volgende eisen:   Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , , , , , | 4 reacties

Van paardenkracht naar pk

De 20e eeuw diende zich aan met een heel scala aan nieuwe uitvindingen die het dagelijkse leven zouden veranderen. De belangrijkste waren misschien wel de auto, de radio en de telefoon. Voor het huiselijke leven waren er echter niet minder belangrijk producten als wasmachines, koelkasten, fornuizen en stofzuigers. De meeste hiervan kwam overgewaaid uit de Verenigde Staten, echter ook in Europa werd hard gewerkt aan allerlei nieuwigheden. Aan Nederlands-Indië ging dit alles evenmin voorbij. Omdat de industrie van consumptiegoederen hier nog in de kinderschoenen stond, waren het handelshuizen zoals Lindeteves en Borsumij die goede zaken deden met de import van al deze producten.

Een nieuw voertuig

de demmo

De opvallendste verschijning in het openbare leven was ongetwijfeld de auto, een product dat – althans voor de eigenaren – alleen maar pluspunten leek te bezitten. Voor de samenleving als geheel lag het echter iets ingewikkelder. Tot in het begin van de 20e eeuw was iedereen in Nederlands-Indië, rijk en arm gelijk, voor transport aangewezen op paardentraktie. Met de komst van de auto veranderde het straatbeeld echter aanzienlijk. Terwijl de rijke blanken zich nu verplaatsten per auto, bleven de Indo-Europese middenklasse en inheemse armen aangewezen op paardenvoertuigen als de sado, deleman en grobak. En dat voelde niet goed. Voor het eerst werd men zich ook bewust van de nadelen van deze voertuigen, verscherpt door de toename van het verkeer. Het aantal ongelukken met paarden nam hand over hand toe, en uitwerpselen op het wegdek werd minder natuurlijk gevonden als voorheen.   Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , , , , , , | 8 reacties

Een eenzame Indischman

In het ´Nieuws van den dag voor Nederlands-Indië´ van 1937 staat een kerstverhaal dat de Java Post zijn lezers niet wil onthouden. Om geen afbreuk te doen aan de tijdgeest publiceren we het hier in oude stijl en spelling:

Winter in Den Haag

´Er kunnen in iemands leven in de donkere dagen voor Kerstmis, — o, heerlijk Indië, waar men die dagen niet kent! —, dingen passeeren, welke die dagen nog donkerder maken dan ze gemeenlijk vanwege de weersgesteldheid reeds zijn. Ik heb dit zoo juist ondervonden. U zult het wellicht niet aardig van me vinden, dat ik u van deze trieste ervaring deelgenoot maak, maar ik neem aan dat er voor u nog genoeg prettige dingen zijn in deze feestelijke en laatste maand van het jaar, die u het hoofd weer doen opbeuren.
Ik geef toe, dit is geen bemoedigend begin. Ik dwing u er niet toe verder te lezen. Het slot is evenmin opwekkend.

Een paar maanden geleden had ik hem ontmoet. Hij was een gepensionneerd Indisch spoorwegman, die de hoop koesterde van zijn pensioen nog enkele jaren in Holland na een leven van hard werken in de tropen rustig te kunnen genieten. Zoo wikt de mensch….   Lees verder

Geplaatst in 4. Nederlands-Indië overzee | Tags: , , , , , , , , | 22 reacties