Zeepost 2012/11

Vragen en oproepen van lezers

Gezocht: informatie over gevangenbewaarder Tosses in Magelang

Piet Tosses, ca. 1920

Ik zoek informatie over mijn oudoom Piet Tosses, geboren 16-11-1887 te ‘s-Gravenhage. Als KNIL-soldaat voer hij in 1908 met de ‘Goentoer’ naar Padang. Hij werd cavalerist eerste klasse. In 1914 opnieuw gedebarkeerd, maar nu in Batavia bij het L.H. 2e Depot Bataljon. Later naar 7e en 4e bat.  Korporaal in 1916 en terug naar 7e bat.
Volgens zijn stamboekgegevens (zie hieronder) zwaaide hij af in 1921. Waarschijnlijk nam hij daarna een burgerbaan aan als bewaker bij de civiele gevangenis in Magelang.

In 1920 trouwde hij te Magelang met inlandse christelijke vrouw Rosalina (evenals Piet geboren in 1887). Zij had op dat moment al meerdere kinderen uit een eerder huwelijk. Rosalina stierf in maart 1947, Piet in juni 1950.    Lees verder

Geplaatst in Zeepost | Tags: , , , , , | 2 reacties

Dekolonisatie was overal lastig

Het is te gemakkelijk om te stellen dat de dekolonisatie van Indonesië is mislukt door de onervaren Nederlandse bestuurders. Bij de andere koloniserende machten verliep het verlies van hun koloniën niet veel beter.

Door Henk Wesseling

Franse légionnaires in Indo-China

De Nederlandse dekolonisatiepolitiek in Indonesië is tot nog toe altijd als een mislukking beschouwd. Toenmalig minister Bot (Buitenlandse Zaken, CDA) verklaarde in 2005 dat Nederland in de Indonesische kwestie „aan de verkeerde kant van de geschiedenis” is terechtgekomen. Maar klopt dat wel? En wat betekent ‘verkeerd’ in dit geval precies?

Er is al allerlei historisch onderzoek uitgevoerd naar het Nederlands militair geweld in Indonesië vlak na de Tweede Wereldoorlog. Toch dienden eind vorige maand drie instituten – NIOD, KITLV en NIMH – nog weer een groot onderzoeksplan in, rechtstreeks bij de Tweede en Eerste Kamer, nadat de regering er eerder geen belangstelling voor had getoond.
Wat kan er onderzocht worden? Bijvoorbeeld of dat negatieve beeld terecht is. Het algemene beeld lijkt te zijn dat Nederland kortzichtig opereerde, de internationale politiek niet begreep en de tijdgeest niet verstond. Zo is wel opgemerkt dat de hoofdrolspelers, Drees, Beel en Romme, weinig ervaring hadden met de internationale politiek.
Inderdaad staat wel vast dat de oud-wethouder van Den Haag, de adjunct-gemeentesecretaris van Eindhoven en de prominente inwoner van Bloemendaal door deze kwestie in een voor hen vreemde wereld waren terechtgekomen, die van de ‘grote politiek’. Dat gold niet voor de ministers, ambtenaren en gouverneurs van Groot-Brittannië en Frankrijk die de twee grootste koloniale rijken hadden bestuurd die de wereld ooit gekend heeft, en tot 1940 de wereldpolitiek hadden bepaald. Toch deden die het niet beter dan de provinciale Nederlanders.
Als men van de verkeerde kant van de geschiedenis wil spreken, moet men constateren dat alle koloniale mogendheden daar zijn terechtgekomen. Groot-Brittannië voerde dekolonisatieoorlogen in Maleisië, Kenia en Cyprus en zocht de oplossing voor de problemen vaak in deling van de koloniën. Zo werd Brits-Indië gesplitst in India en Pakistan, wat leidde tot het grootste bloedbad uit de koloniale geschiedenis – daarom spreekt men daar niet van independence, maar van the partition. Ook Palestina en Ierland werden gedeeld, met de gevolgen die we kennen.
Frankrijk vocht negen jaar een smerige oorlog – sale guerre – in Indochina (1945-54) en daarna een nog veel ergere oorlog in Algerije (1954-62). België holde in 1960 weg uit Kongo. Die vroegere modelkolonie is nu het meest miserabele deel van Afrika. Portugal hield als laatste vast aan zijn koloniën en voerde daar jarenlang slepende en bloedige oorlogen.

Als men over het Nederlandse dekolonisatiebeleid wil oordelen, is het dus zaak niet alleen naar Nederland te kijken en niet alleen de schuldvraag te stellen, maar de dekolonisatie in vergelijkend en historisch perspectief te bezien. Zo bezien zijn er drie vragen: Waarom vond de dekolonisatie plaats toen ze plaatsvond, ruwweg tussen 1945 en 1960, en niet eerder of later? Waarom vond ze plaats zoals ze plaatsvond, nu eens zus, dan weer zo? Wat betekende de dekolonisatie voor het moederland en de ex-kolonie?    Lees verder

Geplaatst in 3. Bersiap en Merdeka, 1945-1949 | Tags: , , , , | 118 reacties

“Ook uit Indië?”

Een vergeten kamptaal uit de Japanse bezetting

Tijdens de eerste jaren van de Japanse bezetting van Nederlands-Indië ontstond er onder jongeren in de interneringskampen een eigen taal: een mengeling van Nederlands met uitdrukkingen uit het Maleis en de straattaal van Jakarta. Een van de laatste mensen die zich deze bijzondere variant nog herinneren, is Frans Schreuder. “Het was een luchtige taal, maar ook een beetje macho.”

Door Marc van Oostendorp

Vrouwen en kinderen in het kamp

Wanneer de Haagse pianoleraar Frans Schreuder (1930) de afgelopen decennia aan het vrouwenkamp dacht waarin hij als kind gezeten heeft, pakte hij vaak een papiertje. “Ik heb altijd aantekeningen gemaakt van de gekke woorden en zinnen die we in het kamp Tjideng gebruikten.” Hij is misschien een van de laatste mensen die zich herinneren dat er in de beginjaren van de Tweede Wereldoorlog in de kampen in Indonesië een heel eigen taal gesproken werd. “Ik heb deze week nog vijf mensen gebeld die in andere kampen gezeten hebben. Die wisten er niets meer van. Misschien komt het doordat ik een taalfreak ben. Ik hoor nóg hoe de mensen spraken.”
Tjideng was een van de grootste Japanse interneringskampen in Indonesië. Schreuder kwam er terecht doordat hij als jongetje de eerste tijd bij zijn moeder mocht blijven. Toen hij in 1943 dertien werd, moest hij naar een mannenkamp. Daar was geen sprake meer van kamptaal. “Die mannen waren alleen nog maar bezig met overleven.”    Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , , , , | 92 reacties

Per rijwiel de wereld rond

Mannen met fiets, ca. 1926

In het Nieuws van den Dag voor Nederlands-Indië van 5 oktober 1926 verscheen een opmerkelijk bericht:

`Te Batavia arriveerde de heer Anne Jans Keikes, die ongeveer 2 jaren geleden op 23-jarige leeftijd met twee vrienden (Faber en Landeman) uit Den Haag vertrok, om per rijwiel de wereld door te trekken. “Het doel van de reis”, aldus verklaarde Keikes, “was om later een boek te kunnen samenstellen omtrent de wederwaardigheden op zulk een tocht”.´

Keikes vervolgde:

“Onze fietstocht door Europa leverde geen noemenswaardige moeilijkheden op. Interessant werd het pas na Marokko, toen we ons aan een gedwongen rust moesten onderwerpen door een krijgsgevangenschap van 14 dagen bij de Riffs. Men hield ons voor Franse spionnen. Dank zij onze paspoorten en de bemoeienissen van de Franse Regering mochten we ten slotte doorreizen.
De volgende tien maanden fietsten we via Algiers, Tunis, Tripoli naar Egypte (Alexandrië). De wegen waren vrij goed in Noord-Afrika. Waar ze ontbraken, gingen we te voet. De verschillende stammen waren zeer gastvrij. Slechts enkele malen werden wij door vermoedelijke roverbenden aangehouden. Als ze echter begrepen wat het doel van onze tocht was en besefte, dat van de kikkers geen veren te plukken waren, liet men ons met rust. De door de Consul van Tunis verstrekte aanbevelingsbrieven hebben ons goede diensten bewezen.
Het is jammer dat mijn beide kameraden zich in Egypte door ziekte genoodzaakt zagen terug te keren naar Nederland. Ik heb toen maar besloten in mijn eentje verder te trekken, richting Nubië (Soedan) en Arabië.    Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , , , , , , | 6 reacties

Foto zoekt familie: album 1061

Het Tropenmuseum in Amsterdam wil de eigenaren van 335 foto-albums opsporen. Middels een website en een app zullen vanaf januari 2013 ongeveer 80 duizend foto´s onder de aandacht van het grote publiek worden gebracht. Vooruitlopend op de start van dit project legt de Java Post al vast enkele van deze albums voor aan zijn lezerspubliek. Vandaag is het de beurt aan album nr. 1061.

Op de meeste van de foto´s in dit album zien we volwassenen in een vrijetijdsomgeving: zwembaden en hockeyvelden, vermoedelijk in Singapore. Het is dus is – in afwijking van een eerder album dat we in de Java Post bespraken – geen typisch gezinsalbum. Dit maakt het lastiger de foto´s te duiden, omdat de samenhang van de foto´s minder helder is. We weten niet met zekerheid wie de eigenaars zijn; als zij (we gaan wel uit van een echtpaar) kinderloos zijn gebleven, zijn er waarschijnlijk geen erfgenamen voor de albums.

We beginnen met een foto van de mogelijke eigenaar, hier afgebeeld op een pontveer:

1. Europese man met auto en Inlanders op veer

De vraag is meteen al aan de orde of deze man wel bij de auto hoort. Misschien was hij een vriend of collega van degene die de foto nam. De zelfde auto (S = Singapore 6186) zien we op de volgende foto:    Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , , | 33 reacties

Een bijzondere dag

Onderscheiding voor verdienstelijke Bandoengers

“Er heerste in het noordelijke deel van Bandoeng een ware feeststemming, een stemming  die wij ons herinneren van vóór den oorlog, en die we sindsdien – tot voor gisteren dan – niet meer beleven mochten”, aldus het Rode Kruisblad Propeller van 31 januari 1946, de verjaardag van Prinses Beatrix.

Bandoeng: BVLO-terrein met Jaarbeurs (1923)

´s Morgens begonnen de feestelijkheden met een militaire parade waaraan werd deelgenomen door zowel Britse als Nederlandse troepenonderdelen. Bij het Jaarbeursgebouw werd gedefileerd voor de Britse brigadegeneraal N. MacDonald en de Nederlandse kolonel Poulus. Vervolgens werd op het terrein van de Bond voor Lichamelijke Opvoeding, voor het Jaarbeursgebouw, de Nederlandse vlag gehesen en door meer dan dan vijfduizend kinderen het `Wilhelmus´ en `Wien Neerlands Bloed´ gezongen. Een toespraak van een lokale bestuurder en nog een lied, gezongen door Ambonese kinderen, completeerden het officiële programma. De rest van de dag werd voornamelijk gevuld met kinderspelen en volksdansen.    Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , , , , , , | 52 reacties

Dewi Sartika: heldin van de nationale beweging

Naar aanleiding van haar bezoek aan Java publiceerde Dineke Stam eerder in de Java Post over Raden Adjeng Kartini. Dit keer een artikel over een andere belangrijke vrouw uit de geschiedenis van Indonesië: Dewi Sartika.

Door Dineke Stam

Indonesische heldinnen

Dewi Sartika is de vijfde heldin op dit schilderij van Cisca Pattipilohy, geschilderd door een collectief van politieke gevangenen. In het jaar dat Aletta Jacobs naar het toenmalige Nederlands-Indië reisde,  nu 100 jaar geleden, was Raden Adjeng Kartini al overleden. Jacobs noemt Kartini slechts één keer in haar Reisbrieven,  als zij kennismaakt met prinsessen in Djokja: “In deze jeugdige prinsesjes begroette ik de moderne Javaansche vrouw, meisjes van het slag van Karthini, die niets liever zouden willen dan zichzelf te ontwikkelen, om deze ontwikkeling dienstbaar te maken tot verheffing harer Javaansche zusters. Zou de schrijfster van Hilda van Suylenburg wel gedacht hebben, dat zij hier, in het midden van Java, zulke lieve, jonge, hooge vereersters vindt in de prinsessen van het huis van Paku Alam?”. Hilda van Suylenburg was de populaire feministische tendenzroman uit 1897 geschreven door Cécile Goekoop-de Jong van Beek en Donk. Kartini las dit boek intensief, zo blijkt uit haar brieven.

De kracht van het onderwijs

Jacobs schrijft nauwelijks over Kartini, maar wel uitgebreid over het bezoek aan de school van Dewi Sartika, de vrouw die erin slaagde een van Kartini’s idealen concreet vorm te geven. “Met mevrouw Oudemans, de beschermvrouw van de school, bezocht ik hier de school voor inlandsche meisjes. De oprichtster en leidster van deze school is Raden Devi, de vrouw van een inlandschen onderwijzer. Zijzelf heeft slechts tot haar twaalfde jaar school gegaan en verder onderricht, eerst van haar moeder, die een hoogstaande vrouw moet geweest zijn, en later van haar man, genoten. Acht jaren geleden, zij was toen reeds moeder van eenige kinderen, gevoelde zij zich geroepen om van de weinige kennis, die zij bezit, doch die toch hemelsbreed boven de kennis staat van de meeste Javaansche vrouwen, zooveel in haar vermogen is aan andere vrouwen mede te deelen. Zij bracht toen zeven of acht meisjes bijeen en begon die te leeren lezen en schrijven. Spoedig kwamen andere meisjes vragen, of zij ook mochten komen, en dat getal breidde zich zóó snel uit, dat thans deze school 230 leerlingen telt.”    Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , | 6 reacties

Klapa Noenggal: een mislukt landbouwproject

Door Piet Hein van den Eeckhout van het Indo-Comité in Batavia werden meerdere projecten bedacht om de Indo-Europese jongeren in het gareel te dwingen. Het landbouwproject Klapa Noenggal was een eerste serieuze poging de jongens aan de slag te krijgen. Het zou een fiasco blijken te zijn.   

Locatie Klapa Noenggal, 40 km ZO van Batavia

In augustus 1943 werd in Batavia het Kantor Oeroesan Peranakan (KOP) opgericht, een organisatie die tot doel had om de Indo-Europeanen op te laten gaan in de Indonesische samenleving. Voorzitter was Hamaguchi, terwijl de Indo-Europeaan P.F. Dahler werd aangesteld als als intermediair tussen de Japanners en de Indo-Europese bevolking.
Medio 1944 besloten de Japanners een aantal pro-Japanse geinterneerden vrij te laten uit het burgerinterneringskamp Tjimahi.[1] Deze geïnterneerden, onder leiding van Piet Hein van den Eeckhout, hadden zich tijdens hun internering uitgesproken voor samenwerking met de Japanners door oprichting van de pro-Japanse organisatie Persatoean Asia Golongan Indonesia (PAGI). Van den Eeckhout werd in staat geacht om de Indo-Europeanen in het gareel te krijgen.

Eén van de eerste activiteiten van Van den Eeckhout was het organiseren van een soort loyaliteitsenquête. Jongeren tussen de 16 en 23 werden opgeroepen om de vraag te beantwoorden of ze wilden samenwerken met de Japanners en de Indonesische bevolking. Omdat het geheel zich afspeelde in een nogal rellerige sfeer kreeg Van den Eeckhout snel een beeld van wélke jongeren zich het meest ´anti´ opstelden. Eind september werd op zijn initiatief een 80-tal opgesloten in de verschillende PID-politiebureaus. De volgende maanden werden door het KOP verschillende initiatieven ondernomen om de jonge Indo´s ´bij de les´ te krijgen: verplicht onderwijs in het Japans, excercitie, wijkdiensten en tenslotte tewerkstelling in enkele landbouwkampen. Op 15 december, een tijdstip waarop in Bandoeng de voorbereidingen begonnen voor een soortgelijk project, vertrok vanuit Batavia een groep jongeren naar Klapa Noenggal, een rubberonderneming ongeveer 40 kilometer ten zuidoosten van de stad.    Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , , , , , , , , | 20 reacties

Nieuwe oproep ter ondersteuning onderzoeksvoorstel

Nederlandse mariniers in actie, Oost-Java

Op 26 september 2012 stuurde prof.dr. G.J.Oostindie, directeur van het KITLV, namens zijn eigen organisatie en het NIMH en NIOD, een brief aan de voorzitters van de fracties in de Tweede kamer en aan de voorzitters van de Eerste en Tweede kamer een brief waarin aandacht werd gevraagd voor het door deze drie organisaties voorgestelde Indonesië-onderzoek, met het verzoek dit initiatief te ondersteunen en de middelen daarvoor vrij te maken.
De volledige tekst van het bijgevoegde onderzoeksvoorstel luidt als volgt:

x

x

Onderzoeksvoorstel ‘Nederlands militair geweld in Indonesië, 1945-1950’
KITLV, NIMH, NIOD
September 2012

Samenvatting

“Het Nederlandse militaire optreden in Indonesië tussen 1945 en 1950 geeft nog steeds aanleiding tot emotionele debatten in de samenleving. Over de aard van het militaire geweld en de ontsporingen daarvan worden feiten en interpretaties publiekelijk betwist. Dit wetenschappelijk onderzoeksvoorstel ‘Nederlands militair geweld in Indonesië, 1945-1950’ heeft daarom het doel te komen tot een gezaghebbende beschrijving en analyse van het Nederlands militaire optreden in Indonesië in de periode 1945-1950 en meer in het bijzonder de ontsporingen die dat met zich mee heeft gebracht, de verantwoordelijkheden en verklaring hiervoor alsmede de latere beoordeling hiervan. Gezien het wetenschappelijke en maatschappelijke belang van dit onderzoek maken het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV), het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) en het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies hiervoor op de eigen begroting substantiële middelen vrij. De instituten nemen hiermee hun verantwoordelijkheid, maar stellen tegelijkertijd vast dat gezien de vereiste breedte en diepgang van het onderzoek externe cofinanciering onontbeerlijk is.
Daartoe doen zij een beroep op de overheid om aanvullende financiële middelen ter
beschikking te stellen. Bij substantiële cofinanciering kan het gehele project worden
uitgevoerd en in vier jaar worden afgerond.    Lees verder

Geplaatst in 6. Onderzoek, Aanspraken en Verwerking | Tags: , , , , , | 112 reacties

Zeepost 2012/10

Vragen en oproepen van lezers

Tbc-besmetting a/b van de Kota Inten, 1950

Antonius Mulder (geboren Arnhem) maakte in de periode 1948-1950 deel uit van de Mariniersbrigade (C Batterij) op Oost-Java. Als chauffeur heeft hij veel in Surabaya rondgereden. Hij deed er voor zijn collega´s boodschappen op de markt.

M.S. Kota Inten

Tijdens de thuisvaart, in juli 1950 met de Kota Inten, werden in Djakarta nog mannen van de Landmacht opgepikt. Het schip was overvol, in totaal zo´n 1800 man. Men sliep op het dek omdat het te vol was. Er brak een pokkenepidemie uit en het schip moest in quarantaine. Na aankomst in Rotterdam was Mulder al snel flink ziek. Eerst angina, later tbc. Hij is door een verkeerde longpunctie nooit meer hersteld.

Uiteindelijk is het een verzekeringskwestie geworden. Om deze reden zijn we nog steeds op zoek naar lotgenoten/getuigen die ook soortgelijke verhalen kennen.
Wie, o wie?

Gea Regterschot
gejah.regterschot@hotmail.com

Geplaatst in Zeepost | Tags: , , , , | 3 reacties