‘Eigen schuld’

Door Bert Immerzeel

Een jonge Japanse gevangene kijkt naar beneden. Hij is gewond aan zijn neus en voorhoofd. ‘Eigen schuld’, hoor ik sommige lezers al denken.

Japanse gevangene

Japanse gevangene

x
We kijken hier naar een afbeelding van het Nationaal Archief. Een foto met een bijzonder verhaal. Als we uitzoomen krijgen we meer informatie. De man draagt een houten bord met daarop zijn naam  en de datum 1 augustus 1947. “Hè?”, denken we nu, “1947? Wat laat. De grootste Japanse oorlogsmisdadigers waren op dat moment al geëxecuteerd, en de rest was toch naar huis gezonden? Wie was deze Seisaku Kitamura?”   Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 24 reacties

Van Oost en West

De geschiedenis van Nederlands-Indië lijkt op te houden in 1949, en die van Indonesië te beginnen in 1945. Het niemandsland tussen deze twee jaren wordt betwist alsof we daar nog rijker van kunnen worden. Ook over de periode 1949-1962, toen de Nederlanders het een tijdje voor het zeggen hadden in Nieuw-Guinea, is het laatste nog lang niet gezegd.

Waarom zoeken we steeds de verschillen? Waarom die eeuwige strijd over het gelijk? Waarom gaan we niet op zoek naar hetgeen ons bindt?

De Java Post ging op zoek, en vond de schoonheid in een collectie foto´s van Karo-meisjes en vrouwen van Noord-Sumatra uit de periode 1920-1930. In een mini-expositie ‘Van Oost en West’ tonen we deze in combinatie met foto´s van Nederlandse vrouwen en kinderen. Wat willen we zien: de gelijkenissen of verschillen?

Drie Karo-meisjes (foto: Schmid)

Drie Karo-meisjes (foto: Schmid)

x Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 9 reacties

Nederlands extreem oorlogsgeweld van structurele aard

Meerderheid van militairen niet betrokken – de daders kwamen wel uit alle geledingen

Was het geweld van het Nederlandse leger in de koloniale oorlog in Indonesië te vergelijken met dat van de Duitsers in bezettingstijd? Nee, heeft de regering altijd gezegd. Vast staat nu wel dat dat geweld zich niet beperkte tot enkele incidenten, maar dat het extreem en structureel was.

Door Rémy Limpach

Een Indonesische gevangene wordt van zijn cel naar de verhoorruimte gebracht. Al voor hij daar aankomt, is hij herhaaldelijk met een knuppel neergeslagen door een Nederlandse militair die met hem meeloopt. Die militair is een verveelde kok van de Huzaren van Boreel van de Koninklijke Landmacht, gelegerd in Bentokan, Midden-Java. De kok had besloten ook eens deel te nemen aan het verhoor van een gevangene. In de verhoorruimte aangekomen, rukt hij met grof geweld plukken haar uit het hoofd van de arrestant en bewerkt diens ontblote borst met brandende sigaretten. Hij snijdt hem in de huid en wrijft zout in de wonden. Bij elke aanraking moet de gevangene ook nog ‘terima kasih, toean’ tegen zijn beul zeggen, ‘dank u wel, meneer’.

Nederlandse militairen poseren met enkele Indonesische gevangenen (NIMH)

Nederlandse militairen poseren met enkele Indonesische gevangenen (NIMH)

Van dit macabere schouwspel, dat zich afspeelde in maart 1949, waren meerdere Nederlandse militairen getuige, maar niemand greep in. Wel besloot een van hen, de verontwaardigde sergeant A. Peters, zijn observaties later naar een Nederlandse krant te sturen. Maar zijn plan om door publicatie van zijn relaas een einde aan de vaak wrede Nederlandse omgang met gevangenen te maken mislukte. Hoofdredacteur J.F.F. Möllman van het katholieke weekblad De Linie weigerde de brief te publiceren en verklikte de onderofficier, die het lef had gehad om met zijn volledige naam te ondertekenen.  Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 80 reacties

De aanval op Nederlands-Indië

De Japanse “Senshi Sōsho” (“oorlogsserie”) telt 102 delen, samengesteld door het Japanse Instituut voor Militaire geschiedenis. Daarvan gaan er twee over de invasie van Nederlands-Indië in 1941-1942. Het eerste deel betreft de verovering van Nederlands-Indië, eindigend met de capitulatie van het KNIL op Java. Het tweede deel betreft de maritieme operaties in en om de Indonesische wateren, waaronder de slag in de Java zee, eind februari 1942.

Dankzij financiële steun van de Corts Foundation werd de vertaling van het eerste deel – in het Engels getiteld ‘The Invasion of the Dutch East Indies’ – op 21 september 2015 in Leiden gepresenteerd aan het publiek. De vertaler, Willem Remmelink, voorheen lange tijd directeur van het Japan-Netherlands Institute in Tokyo, hield een inleiding.

De Japanse leden van de adviesraad, tijdens de presentatie

De Japanse leden van de adviesraad, tijdens de presentatie

Door Willem Remmelink

De Tweede Wereldoorlog heeft diepe littekens achtergelaten in zowel de Nederlandse, de Indonesische als de Japanse samenleving. De reacties hierop zijn echter nogal verschillend.

In Nederland is de aandacht vrijwel uitsluitend gericht op de slachtoffers: de burgergeïnterneerden, de krijgsgevangenen aan de Birma of Pakan Baroe spoorlijn, en natuurlijk de troostmeisjes.

In Indonesië ligt de focus niet op de Japanse bezetting, hoe zwaar deze ook was en hoevelen ook het leven hebben gelaten, als romusha of vanwege het onverstandig economisch beleid van het militaire bestuur. In Indonesië ligt de focus nog volledig op de proklamasi, het uitroepen van de onafhankelijkheid. De Japanse bezetting krijgt slechts zeer summiere aandacht. Er zouden ook ongemakkelijke vragen kunnen worden gesteld, zoals die naar de rol van Soekarno tijdens de Japanse bezetting. Aangezien Indonesiërs in het algemeen conflicten trachten te vermijden, wordt de val van de Nederlands-Indië en de Japanse bezetting tot niet meer gezien dan een opmaat naar de onafhankelijkheid. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 51 reacties

Herinneringen aan Bali

Door Anne-Lot Hoek

Charles Destrée

Charles Destrée

Esbly, augustus 2013. In een klein dorpje vlak buiten Parijs woont oud-verzetsman Charles Destrée (86). Op tafel bij de gepensioneerde graficus staat een grote doos die hij speciaal van zolder heeft gehaald en waar met pen ‘Indonesië’ op is geschreven.

Het is Destrée’s archief van zijn jaren als oorlogsvrijwilliger in Nederlands-Indië tijdens de onafhankelijkheidsoorlog. Hij ging er in 1946 met de boot naartoe en keerde in 1948 terug in Nederland, waarna hij meteen naar Frankrijk vertrok. Tegenwoordig houdt hij zich vooral bezig met het uitwerken van omstreden theorieën over ons koningshuis. De doos puilt uit met legerbadges, emblemen, gedenkboeken en schetsen die hij als legertekenaar maakte. Er is zelfs een brief van prins Bernhard als dankbetuiging voor zijn inspanningen in het verzet. In een van zijn fotoalbums staan niet eerder gepubliceerde gruwelijke foto’s. We zien gedode Indonesiërs die op een rij liggen, eentje met een kapot geschoten gezicht. Daaromheen staan kampongbewoners. Op een andere foto is een gevangene te zien die wordt weggevoerd, een Nederlandse KNIL-soldaat loopt ernaast. Achterop een van de foto’s is te lezen: ‘Bali. Foto’s van onbekende herkomst. Represailles?’ In een van zijn brieven naar het thuisfront beschrijft Destrée wat er op de foto’s is te zien: oorlogsmisdaden gepleegd door Nederlanders.

Nederlandse militairen in Indonesië

Nederlandse militairen in Indonesië

Het is een opmerkelijke ontdekking. Nooit eerder kwam in Nederland iets naar buiten over oorlogsmisdaden op Bali. Een wetenschappelijke publicatie uit 1995 van de Canadese historicus Geoffrey Robinson waarin werd stilgestaan bij deze donkere episode (zie nawoord) wekte geen enkele beroering.   Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 31 reacties

En de trein ging

Romantiek in de bioscopen in Indië

Romantiek in de bioscopen in Indië

Toen Annie Foller zes en twintig jaar was, besloten haar vader en haar moeder dat ze maar eens naar Indië moest gaan. Papa Foller was ambtenaar ln Den Haag; hij had vier kinderen van wie Annie de oudste was. Annie werkte op een kantoor, maar vader en moeder vonden, dat ze moest trouwen. Waarom trouwde ze niet? Ze zag er niet onaardig uit; misschien was ze een beetje ernstig voor een meisje van deze tijd. Maar wat deksel! er waren toch ook wel mannen die een ernstig meisje tot vrouw wilden hebben! Doch Annie trouwde niet, en bij iedere verjaardag keken haar ouders somberder, alsof het een hopeloos geval was. “Als ze eenmaal dertig is”, zuchtte papa Foller, “een meisje van dertig dat nog trouwt, dat is zo iets als het grote lot uit de loterij.” En toen herinnerde hij zich wat zijn broer uit Indië, toen die met verlof in Den Haag was, eens had gezegd: “In Indië trouwt ieder Hollands meisje binnen drie maanden na haar aankomst. Daar is nog altijd een tekort aan Europese vrouwen.”   Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 5 reacties

‘Nette oorlogen bestaan niet’

Historicus Rémy Limpach promoveert op onderzoek naar Nederlandse militairen in Indonesië. Die zouden structureel en extreem geweld hebben gebruikt. Peter van Gelderen zet vraagtekens bij zulk onderzoek.

Door Asing Walthaus

Peter van Gelderen

Peter van Gelderen

Willy van Kammen, 21, sneuvelde als eerste van het bataljon van Peter van Gelderen. Van Kammen, uit Sint Jacobiparochie, was ordonnans van het 3-12 regiment in Nederlands-Indië. Zijn motor werd onderweg beschoten en vloog in brand. Van Kammen werd met messen doodgestoken.

,,Erger dan onmenselijk hoe ze die jongen hebben afgemaakt”, zegt Van Gelderen. ,,Hij werd naakt gevonden, moet je je voorstellen. De daders meldden zich niet, die hadden zich in de kampong verscholen. Het hangt af van de commandant, hoe die reageert, wat er in zo’n geval gebeurt.”

Van Gelderen, gisteren negentig geworden, ging in 1946 als dienstplichtige naar Java. ,,Peter, ga je daar wel heen?”, zei zijn vader, die pacifist was. Maar Peter had in de Tweede Wereldoorlog lang genoeg ondergedoken gezeten en wilde ervaren wat het was.

Het ging in een roes, militaire opleiding in Assen, uitzending naar Bekasi op Java, de andere kant van de wereld. Daar moesten ze orde en rust brengen, wat eerst neerkwam op veel patrouilleren en soms beschoten worden. ,,De natuur op Java was imponerend, maar voor ons gevaarlijk.”   Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 105 reacties