Tjiandjoer is een kleine provinciestad, ongeveer 50 kilometer ten westen van Bandoeng, aan de weg naar Soekaboemi, Buitenzorg en Batavia. Vanuit Tjiandjoer loopt tevens de weg naar Sindanglaja en de Poentjak Pas. Wat weten we van de oorlogsgebeurtenissen hier?
Door Bert Immerzeel
Over Tjiandjoer is weinig geschreven, zo lijkt het. Op de kaart van het stadje (1946) vinden we de gebruikelijke aanduidingen: de pasar, woning van het districtshoofd, moskee, postkantoor, gevangenis, sociëteit, zoutregie, kantoor assistent-resident, Europese- en Inlandse school. De meeste blanken en Indische-Nederlanders waren hier voor de oorlog werkzaam in het lokale bestuur, de spoorwegen en op de omringende thee- en rubberplantages.
Tijdens de Japanse inval, in 1942, werd het spooremplacement van het stadje door de Japanners gebombardeerd, getuige de verklaring van een 13-jarig meisje: “We woonden vlak bij het station, waar wagons met brandstof werden geraakt. Tijdens de inslagen zaten we in een provisorische schuilkelder (een gat met een dak van atap) in de zijtuin van het huis en hoorden alles gebeuren. Tijdens de luchtaanval mitrailleerden de Japanners ook nog een passerende groep Australische militairen, waarbij velen gedood en gewond werden. Omdat het ziekenhuis niet werkte – het personeel was gevlucht – zorgde mijn moeder die verpleegster was geweest ervoor dat de gewonden bij ons thuis werden behandeld. Ze hadden vooral brandwonden. Samen met mijn zusje moest ik hun kleding los knippen en de wonden met schone stroken lakens afdekken. Ze vergingen van de pijn en gilden het uit, – Vreselijk! Ik heb dat nooit meer kunnen vergeten. Korte tijd later werden ze door andere Australiërs opgehaald.”[i] Lees verder











