Door Koos-jan de Jager
Een legerpredikant, in 1947 werkzaam onder de Nederlandse militairen in Bandoeng, was er zeker van. Alleen het geloof in God, die ‘de teugels van het wereldbewind in handen heeft’, kon de Nederlandse militair in de chaotische verwarring van de oorlog overeind houden. De Alkmaarse dienstplichtige militair W. Harder dacht er net zo over. In een brief aan zijn gereformeerde ouderling schreef hij:
‘Gelukkig hebben we altijd de steun van God, als het soms eens te moeilijk wordt en daarmede komen we er altijd weer. Ik denk wel eens, hoe moeten die jongens zich voelen die niets aan het Geloof doen, want waar die dan steun vandaan moeten halen, nu dat is mij een raadsel.’
Uit de reflecties van beide militairen blijkt dat religie een belangrijke rol speelt in de omgang met psychische en emotionele druk in oorlogstijd. Het geloof gaf voor hen zin en richting aan hun leven. Lees verder











