Militairen tussen geloof en geweld

Door Koos-jan de Jager

Protestantse kerkdienst aan het front bij Soerabaja [NIMH/Hugo Wilmar]

Een legerpredikant, in 1947 werkzaam onder de Nederlandse militairen in Bandoeng, was er zeker van. Alleen het geloof in God, die ‘de teugels van het wereldbewind in handen heeft’, kon de Nederlandse militair in de chaotische verwarring van de oorlog overeind houden. De Alkmaarse dienstplichtige militair W. Harder dacht er net zo over. In een brief aan zijn gereformeerde ouderling schreef hij:

‘Gelukkig hebben we altijd de steun van God, als het soms eens te moeilijk wordt en daarmede komen we er altijd weer. Ik denk wel eens, hoe moeten die jongens zich voelen die niets aan het Geloof doen, want waar die dan steun vandaan moeten halen, nu dat is mij een raadsel.’

Uit de reflecties van beide militairen blijkt dat religie een belangrijke rol speelt in de omgang met psychische en emotionele druk in oorlogstijd. Het geloof gaf voor hen zin en richting aan hun leven.

Een belangrijk thema in het onderzoeksprogramma van het KITLV, NIMH en het NIOD is de omgang van Nederlandse militairen met geweld. Ik ben daarom benieuwd: dachten militairen na over de relatie tussen geweld, oorlog en geloof? Kan het zo zijn dat gelovige militairen minder makkelijk geweldsdaden accepteerden? Op het eerste gezicht lijkt een eenduidig antwoord op deze vraag op basis van brieven en dagboeken niet te geven. Zo schreef de orthodox gereformeerde Adriaan Janse nonchalant over geweld en militaire actie. Hij had vlijmscherpe kritiek op de situatie in de Nederlandse kerken en het optreden van de legerpredikanten in Indonesië, maar zijn geloof leidde niet tot reflectie op het oorlogsgeweld. Op 23 mei 1946 schreef hij:

‘Vannacht hebben we nog een tiental lampjes uitgeblazen, het bleken 4 Japanners en 6 Indonesiërs te zijn die niet stoppen wilden, en er vandoor gingen. Ze hadden kaarten bij zich en wapens en denkelijk spionnen van terreur en roofridder Soekarno, die men in Holland moet aanspreken met Excellentie.’

Andere militairen dachten wél na over de spanning tussen oorlogsgeweld en geloof. Voor de gereformeerde Dick de Korte stond de engelenzang van de Kerstnacht op gespannen voet met het ratelen van de mitrailleurs. Aan zijn kerkenraad schreef hij:

‘Oorlog en politionele actie, corruptie en teleurstellingen en daar tegenover komt de Vredeskoning. Het is alles even onbegrijpelijk. Vrede is een bekend woord, maar de werkelijkheid is ook bekend. Waar moet het heen? Soms vraag ik me af, is er nog Licht? En toch, ja er is Licht, er is Licht, al is alles donker. Al lijkt het dat de duisternis wint, toch zal ze verliezen, omdat Hij is geboren. Het begin van zijn overwinning was toen Hij geboren werd. Dit zal ons helpen om te kunnen geloven.’

Het contrast tussen beide brieven is groot. Adriaan schreef niets over zijn geloof in relatie tot het oorlogsgeweld, terwijl Dick wél problemen ervoer. Deze bronnen geven inzicht in de manier waarop militairen hun religieuze achtergrond in overeenstemming brachten met een actieve rol in de oorlog, de chaos en het geweld. Als we hun oorlogservaringen willen begrijpen kunnen we niet om religie heen: militairen kwamen immers in aanraking met ingrijpende kwesties rond leven en dood, waarin hun geloof een belangrijke rol speelde. Ik ben in mijn onderzoek geïnteresseerd in de vraag wat geloof voor deze militairen betekende en hoe het vormgaf aan hun handelen in de oorlog. Hoe gingen zij om met vragen die de oorlog opriep, bijvoorbeeld rond geweld? Systematische analyse van een groot aantal egodocumenten, zoals de brieven van Adriaan Janse en Dick de Korte, bieden waardevolle antwoorden op deze vragen. Samen geven ze een nieuw en onmisbaar perspectief op de Indonesische oorlog.

 

 

Koos-jan de Jager is sinds september 2018 als promovendus verbonden aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, waar hij de rol van religie in de Indonesische oorlog onderzoekt. Centraal staat de vraag welke impact de oorlog had op de religieuze overtuigingen van Nederlandse militairen en hun handelen in de oorlog. Voor Getuigen & Tijdgenoten schreef hij bovenstaande blog.

Dit bericht werd geplaatst in 9. Java Post. Bookmark de permalink .

5 reacties op Militairen tussen geloof en geweld

  1. walter zegt:

    In WWII was het duidelijk wie de vijant was. In Indonesia niet zo, dat maakt het moeilijk.

  2. RLMertens zegt:

    @Koos-jan de Jager
    Uit De Wending, maandblad voor evangelie en cultuur, mei 1949, brief van een jonge militair:

    “Al die die mensen(Indonesiërs) die we niet hebben gegeven wat we hadden kunnen geven(merdeka!), blijven ons beschuldigen in ons geweten(!). De oudere generatie in Nederland is voor een groot deel christelijk. En zij theoretiseert. En het noodlottig feit is, dat zij niets doet. Niets uit oogpunt van Liefde, die zij toch moet kennen en behoort toe te passen. Die generatie praat misschien over God, geeft sociale Encyclieken uit, maar de daad blijft oneindig ver ten achter bij het woord. En dat hele Nederlandse volk dat rustig toelaat, dat wij gedaald zijn tot Duits(!) peil en dat toelaat dat, opgezweept door Elsevier(!) en consorten, honderd duizend jongens met een rustig gezicht kampongs verbranden, mensen neerknallen, dat is een aanfluiting voor iedereen die iets goeds wil doen. Kletsen dat kunnen we. Vier jaar geleden ratelden hier Japanse mitrailleurs, nu de onze, niet omdat we schieten willen , maar omdat we nagelaten hebben een daad te stellen. En zo zal het doorgaan. Straks zal de hele ministerraad gaan zitten om een Ronde tafel. Een gewone ministerraad met misschien twee of drie gasten. En uit vrije wil zal er niets gedaan worden. Alles bij elkaar een heel brok ontevredenheid. Over Nederland, over die slappe politiek van de Pvda etc. Ik kan er niets aan doen. Terwijl ik hier zit hoor ik granaten ontploffen van een leger dat orde en rust brengt. Dat moet dan wel heel erg nodig zijn, en heel succesvol, willen de slachtoffers verantwoord zijn. En ik betwijfel of dat het geval zal blijken te zijn. Er zijn extremisten, maar je kunt ze niet onderscheiden en daarom vechten wij tegen een volk(!) Een hopeloze strijd, die ons volk vernederd heeft. Het resultaat van kletsen. Hetzelfde geldt de sociale politiek in Nederland. Daarom houd ik niet van woorden. Zij zijn tekort geschoten, steeds weer. Ik wil wat doen, en zo mogelijk een klein beetje resultaat zien, maar dat hoeft niet. Als we maar niet doorgaan met afzakken.”

    Voila een brief van 75 jaar geleden! Van een soldaat die weet wat daar gebeurd is en aan gebeuren gaat. Over kampongs afbranden en neerknallen van bewoners. Ik zou u aanraden dat hele archief van De Wending; redactie prof.dr.W.Banning, van Lumeystr.9, Den Haag, door te spitten! – Ook terug gaan naar het Excuus(!) aan Indonesië van de Kerksynode 1995!

    • Jan A. Somers zegt:

      “Van een soldaat die weet wat daar gebeurd is” Van een ambulancechauffeur die weet wat daar gebeurd is: In de stadsranden kwamen nog wat rampokpartijen voor met doden en ernstige gewonden. Ik kan me nog een slachtoffer herinneren met een half doorgehakte nek. We durfden hem niet eens op de brancard te leggen, maar schoven hem met balé-balé en al in de ambulance. Meteen naar het Rooms Katholiek ziekenhuis waar de slechtste gevallen heen gingen. Wat was het geweldig die gewonde man na enkele weken met een stijf ingezwachtelde nek/hals in de tuin te zien lopen! Wat waren we trots. Al snel kwamen kinderen nieuwsgierig kijken. Zij zagen er niet zo fris uit, vol uitslag en zweren. Wij zagen er kennelijk vertrouwenwekkend uit, zonder problemen lieten zij zich helpen, met snoepjes als beloning. Twee weken later op dezelfde plek hetzelfde beeld. Met één groot verschil: er kwamen nu moeders mee. Wat waren wij trots! De tweede plek was een desa waar we van de kepala-desa de voorgalerij van zijn huis mochten huren. Alleen heb ik hem nooit gezien, mogelijk wilde hij zich niet compromitteren met ons gezelschap, waarschijnlijk waren de pemoeda’s te dicht bij. Ook hier kregen wij eerst te maken met kinderen, later de moeders en opa en oma erbij. Wat waren wij trots. (cit. Javapost)

      • RLMertens zegt:

        @JASomers; ‘van een ambulancechauffeur etc.’- Ook uw getuigenissen hebben totaal geen invloed gehad op het Haagse politiek beleid! Er is er nauwelijks begrip/aandacht van; de door overheid indertijd veroorzaakte/’uitgelokte’ ellende.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s