Indië door de ogen van winnaars en verliezers

RECENSIE. Aan de hand van vier hoofdpersonen bedrijft Martin Bossenbroek een nieuwe vorm van geschiedschrijving over de dekolonisatie van Nederlands-Indië.

Diponegoro, naar het leven geteekend, door A.J.Bik [1830]

Door Jeroen van der Kris

Soetan Sjahrir, voorvechter van een onafhankelijk Indonesië, blijkt een onvermoede kant te hebben. Sinds 1936 leeft hij als balling op Banda-Neira, het hoofdeiland van de Zuid-Molukken. Zijn echtgenote, de Nederlandse Maria Duchâteau, krijgt geen toestemming van de autoriteiten om zich bij hem te voegen. Toch vormt Sjahrir een gezin, met vier pleegkinderen (twee jongens en twee meisjes). ‘Hij schrok nergens voor terug’, schrijft historicus Martin Bossenbroek, ‘hij kocht rustig modebladen om op een gehuurde Singer-naaimachine jurkjes voor Lily en Mimi te kunnen stikken.’

De ene revolutionair stikt jurkjes. De andere (Soekarno) staat erop dat zijn twee teckels meegaan als hij in januari 1942 overhaast naar een nieuw ballingsoord moet vertrekken, omdat de Japanners oprukken in Nederlands-Indië. In De wraak van Diponegoro maakt Martin Bossenbroek echte mensen van historische figuren.

Opnieuw heeft de historicus, die eerder lof kreeg voor zijn werk over de Tweede Wereldoorlog (De Meelstreep) en de Boerenoorlog (dat gewoon De Boeren Oorlog heet) een indrukwekkend boek geschreven. En dat komt niet alleen door de omvang van 800 bladzijden.

Dat hij nu over Indonesië schrijft, is geen uitvloeisel van ‘emotionele verbondenheid, morele verontwaardiging of zintuigelijke sensatie’, verklaart hij in zijn proloog. ‘Ook heb ik geen dierbare dan wel benauwende Indische familiegeschiedenis. Bij mij op zolder verstoft geen “grote grijze hutkoffer”. Op de overloop staan geen “zeven witte dozen” in de weg.’

Bossenbroek onderscheidt vier ‘Indische sporen’ in de Nederlandse samenleving: slachtofferschap, daderschap, nalatenschap en wetenschap. Hij kiest onomwonden voor het laatste. Ouderwetse geschiedschrijving dus? Niet helemaal. De wraak van Diponegoro is wel degelijk vernieuwend. Dat zit hem vooral in de voortdurende perspectiefwisselingen die het boek kenmerken. Bossenbroek vertelt zijn verhaal aan de hand van vier hoofdpersonen, de belangrijkste winnaars en verliezers van de Java-oorlog (1825-1830) en van de dekolonisatie-oorlog (1945-1949). Hij behandelt dus niet de hele geschiedenis van Indië, maar beperkt zich tot twee sleutel-episodes: het begin en het einde van de kolonisatie op grote schaal.

Zoon van een patriot

Het verhaal begint in 1806 in New York, als Hendrik Merkus de Kock op het punt staat voor het eerst naar Indië te reizen. De Kock, de zesentwintigjarige zoon van een patriot, is benoemd tot ‘equipagemeester van ’s lands zeemagt in Asia’. Dat betekent dat hij verantwoordelijk is voor de bouw, reparatie en uitrusting van alle marineschepen ten oosten van Kaap de Goede Hoop.

Maar De Kock twijfelt. In New York bereikt hem het bericht dat Napoleon zijn jongere broer Lodewijk heeft benoemd tot koning. De twee hoge bestuurders die hij begeleidt, worden teruggeroepen.

De Kock besluit in z’n eentje verder te reizen. Na vijf maanden bereikt hij Java. ‘Vanuit zee zag het er indrukwekkend uit’, schrijft Bossenbroek. ‘Eén woord overheerste. Groen. Oogverblindend overdonderend betoverend groen.’

De gok van De Kock pakt goed uit. Hij klimt uiteindelijk op tot legercommandant en plaatsvervangend gouverneur.

Wie ondertussen ook opklimt is Diponegoro in Yogyakarta. Sultan Ngabdoelkamid noemt hij zich en in 1825 begint hij een heilige oorlog tegen de Hollanders. Na een aantal keren ternauwernood te zijn ontsnapt wordt hij tijdens een gevecht in zijn borst getroffen. Zijn witte gewaad is rood doorbloed.

Dan volgt een passage die kenmerkend is voor De wraak van Diponegoro.

‘Pijn deed het niet. Nooit echt gedaan. Het had gevoeld alsof iemand hem met de vlakke hand op zijn borst sloeg, dat was alles. Het had wel flink gebloed, maar de kogel was afgeketst op een rib. Een andere kogel had zijn rechterhand geraakt, maar die was al vóór de inslag uiteengespat. Hij had alleen de scherven eruit hoeven halen. Een paar maanden later zag je er al vrijwel niets meer van.’

Dit doet Bossenbroek vaker: hij vertelt hoe een hoofdpersoon zich heeft gevoeld en laat de lezer door diens ogen kijken. Bossenbroek beweegt zich hiermee in een lange traditie in de geschiedwetenschap. Soms lijkt hij langs de grens van het voor de moderne historicus toelaatbare te scheren, soms, zoals hierboven, denk je: is dit niet óver die grens? Maar het resultaat is geloofwaardig en steeds spannend.

Celebes

De Wraak van Diponegoro

Als het in 1830 eindelijk komt tot een ontmoeting tussen Diponegoro en De Kock, krijgt de lezer een blik in het hoofd van de Hollander. ‘De Kock had er goed over nagedacht’, schrijft Bossenbroek. ‘Zijn eerste woorden moesten meteen veelzeggend zijn. Bij Javanen luisterde dat nauw.’

De Kock heet Diponegoro welkom nadat hij van zijn paard is gestapt. Voor iedereen goed verstaanbaar zegt hij: ‘Pangeran Diponegoro.’ Pangeran is een adellijke titel. Waar het om gaat: De Kock noemt Diponegoro géén sultan.

‘Even leek de aangesprokene te verstrakken, verder reageerde hij niet. Hij ging op de aangewezen plek zitten, links van De Kock. Van zijn scherp gesneden gelaat viel niets af te lezen. Ook De Kock liet niets merken, maar inwendig juichte hij. Gelukt! De boodschap was luid, duidelijk en publiekelijk overgebracht. Hij was bereid over alles te praten, maar níét over de sultanstitel en daaruit voortvloeiende aanspraken. Door niet meteen weg te lopen, accepteerde Diponegoro dat impliciet als een voldongen feit.’

Maar onderhandelingen met Diponegoro lopen uiteindelijk op niets uit. De Kock laat hem gevangen nemen. Daarmee heeft de Java-oorlog een winnaar en een verliezer.

Als Diponegoro jaren later in ballingschap op Celebes overlijdt, is dat in Nederlandse kranten niet meer dan een klein bericht. Maar op Java is de herinnering aan de ‘heroïsche verzetsstrijder’ begin twintigste eeuw nog ‘springlevend’, schrijft Bossenbroek. Ook Soekarno is een bewonderaar.

Soekarno is één van de twee hoofdpersonen in deel twee van Bossenbroeks boek, dat gaat over de dekolonisatie-oorlog. De andere is bestuurder Huib van Mook.

Affaire met secretaresse

Anders dan je misschien zou denken in een oorlog zijn er in dit verhaal niet alleen good guys en bad guys. Van Mook lijkt zich aanvankelijk aan de goede kant van de geschiedenis te bevinden. In 1915 begint hij aan zijn opleiding tot Indisch ambtenaar in Leiden, waar hij bevlogen spreekt over de zegeningen van de ethische politiek. Op een congres met Indische studenten zegt hij dat het zaak is de bevolking van de archipel geleidelijk aan te laten meeregeren. ‘Stap voor stap, eerst lokaal, dan op regionaal niveau, totdat de hele bevolking “rijp” zou zijn voor nationaal zelfbestuur en uiteindelijk onafhankelijkheid.’ Maar als het conflict tot een climax komt in 1947 staat Van Mook als bevelhebber ‘steeds minder afwijzend’ tegenover ‘het gebruik van militaire machtsmiddelen’.

Het verhaal van de dekolonisatie is genoegzaam bekend: Nederland bevond zich duidelijk aan de verkeerde kant van de geschiedenis, Van Mook was uiteindelijk de verliezer van de dekolonisatie-oorlog. Maar door de manier waarop Bossenbroek het verhaal vertelt, komt het fris over. Je zou met gemak een aantal mini-biografieën kunnen destilleren uit zijn boek. Hij richt zich op de politieke hoofdrolspelers, maar toont die van alle kanten, als mensen van vlees en bloed, met sterke en met zwakke kanten.

Zo besteedt hij ruim aandacht aan het privé-leven van Van Mook. Hoewel getrouwd, legt die het tot drie keer toe aan met zijn secretaresse. De bestuurder moet zich daar wel schuldig over hebben gevoeld, schrijft Bossenbroek. Zijn echtgenote is in Indië geïnterneerd als Van Mook met één van die secretaresses in Londen zit. Van Mook is er getuige van dat de Britse hoofdstad wordt bestookt met Duitse V1’s. ‘Af en toe hoopte hij bijna dat hij zo’n bom op zijn hoofd kreeg.’

Haatzaaien

Met hetzelfde gemak verplaatst Bossenbroek zich in Soekarno, de latere president (en dus winnaar van de dekolonisatie-oorlog). In 1930 zit hij in een gevangenis in Bandoeng, hij wordt onder meer vervolgd wegens haatzaaien en verstoring van de openbare orde.

En dan volgt weer zo’n typisch Bossenbroekse beschrijving.

‘Soekarno had altijd geroepen dat hij nergens bang voor was, maar toen de zware ijzeren deur achter hem dichtsloeg, kromp zijn hart ineen. Zijn cel was hooguit tweeënhalf bij anderhalf, met alleen een veldbed en een emmer erin. Een “donker, vochtig en benauwd” hok. In gedachten had hij het zich vaak genoeg voorgesteld, maar nooit zo ontluisterend. Het voelde als een graf. Hij werd gek, hij ging dood.’

Begrijpelijk dat Soekarno zich ontvankelijk toont als de Japanners hem steun beloven voor zijn streven naar onafhankelijkheid van Indonesië.

Bossenbroek maakt ook nog ruimte voor een aantal bijrollen. Zo volgen we de twintigjarige fusilier Dorus Poland, die eerst naar Waterloo moet voordat hij naar Indië kan vertrekken. Schrijver Edgar du Perron, die gaat kijken of het beroemde ravijn uit Multatuli’s Max Havelaar écht bestaat. En Soekarno’s mederevolutionairen Hatta en Sjahrir.

Trauma

Aan de vele slachtoffers van de twee behandelde oorlogen besteedt Bossenbroek weinig woorden. Het blijft bij een enkele passage, bijvoorbeeld over de ‘vechtersbazen’ van Westerling die ‘heel erg over de schreef gegaan’ zijn op Zuid-Celebes.

Wie de aantallen slachtoffers op zich in laat werken, verbaast zich erover dat Indië geen groot collectief trauma is. Tijdens de verschillende gewelddadige confrontaties vielen ‘vele honderdduizenden doden’, vooral aan kant van de Indonesiërs. Misschien is het omdat, zoals Bossenbroek in zijn proloog schrijft, ‘de blik van de meeste Indonesiërs is gericht op het heden, of de toekomst, niet op het verleden’.

Het is een bewuste keuze dit boek niet te laten gaan over slachtofferschap. Wie daar behoefte aan heeft komt ongetwijfeld aan zijn trekken als het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV), het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) en het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies volgend jaar de resultaten presenteren van een diepgravend onderzoek naar de dekolonisatie-oorlog. Of eerder misschien al, want over twee weken verschijnt Revolusi, het boek waarvoor de Vlaamse schrijver David Van Reybrouck in vijf jaar tijd bijna tweehonderd getuigen van de onafhankelijkheidsstrijd interviewde.

 

Martin Bossenbroek: De wraak van Diponegoro. Begin en einde van Nederlands-Indië. Athenaeum, 800 blz. € 39,99

Dit artikel verscheen eerder in het NRC, 12 maart 2020.

 

Dit bericht werd geplaatst in 9. Java Post. Bookmark de permalink .

9 reacties op Indië door de ogen van winnaars en verliezers

  1. WALTER KLEIN zegt:

    Een positieve beschrijving en prachtige tekening

  2. Boudewijn van Oort zegt:

    interessante aanpak van de geschiedenis.
    Jammer dat het zo veel kost om naar Noord Amerika te sturen.

  3. Jan A. Somers zegt:

    Voor mij als gewoon mens te veel om goed te lezen. Met veel beschrijvingen die niet relevant zijn. Zoals “De ene revolutionair stikt jurkjes. De andere (Soekarno)”, “Hoewel getrouwd, legt die het tot drie keer toe aan met zijn secretaresse.” (een hele alinea!). Stel je voor dat hij in een biografie van mij schrijft (denk ik overigens niet), dat ik tijdens de vergadering ineens moest poepen? Al die bladzijden maken het boek veel te lang, en te duur.
    En dan zo’n triviale opmerking als: “als het conflict tot een climax komt in 1947 staat Van Mook als bevelhebber ‘steeds minder afwijzend’ tegenover ‘het gebruik van militaire machtsmiddelen’.” als burgemeester Halsema het niet red met de politie, belt ze toch ook naar de Mareschaussee? Maar wel heel wat anders dan de Indonesische autoriteiten: Toen die het niet konden redden met de politie (die stond toe te kijken), lieten ze het over aan de bersiappers. Maar dat staat er nou net niet in.

  4. joost van bodegom zegt:

    Ben er net in begonnen. Blij verrast in de proloog de volgende zin aan te treffen:
    “Postuum wordt met name Fasseur door een nieuwe generatie historici verweten de spil te zijn geweest in een Leids-Haags old boys network dat alle ongerechtigheden uit het Nederlandse verleden systematisch wegpoetste”. SIC!

    • Jan A. Somers zegt:

      Het leven gaat toch gewoon door. Met mensen die anders zijn dan hun voorgangers, met nieuwe ervaringen en beeld van de samenleving. Zwarte Piet mag niet meer. Zo was Fasseur kind van zijn tijd. En na die “nieuwe generatie historici” komen weer anderen. Tijdens de oorlog/bersiap waren Japanners en Indonesiërs slechte mensen. Maar nu rijden we in een Toyota en fotograferen we met Canon. En ik heb in mijn werk veel plezier gemaakt met Indonesische studenten en collega’s. Kwamen bij mij thuis koken!

      • joost van bodegom zegt:

        Dus Fasseur, “kind van zijn tijd” soeda, laat maar? Jan A. je moest eens weten…
        Maar niet in deze rubriek wat mij betreft.

    • RLMertens zegt:

      @JoostvanBodegom; ‘verleden systematisch wegpoetste etc.’- Dat gebeurde al van af JP.Coen; ‘om Godswille hebben we 2500 inlanders( Bandanezen) omgelegd’. Zijn voorganger gg.Reael protesteerde heftig. – Toen Dipanegara ( zo is zijn naam!) lafhartig gevangenen werd genomen en naar Menado,(later Makassar) werd verbannen schreef de begeleidende officier kapt.JJ.Roeps een brief aan zijn vrouw in Nederland. Waarbij hij
      (4-5-1830) aantekende; ‘wij leiden hier ons eigen leven alsof wij bij ons zelf thuis zijn. We eten van dit land en vinden vanzelfsprekend dat het volk opbrengt wat wij nodig hebben. En wij schrikken als dan opeens blijkt dat het volk ons niet zo lief heeft als wij gedacht hadden. Deze opstand is nu bedwongen. Zal het de laatste zijn?’ -Tijdens de bersiap 1945, meer dan een eeuw later, ontvingen Indo jongeren in Batavia een briefkaart met opschrift; ‘zal één doodskreet van Indo’s en Ambonezen klinken; de vloekzang van Sentot!; de laatste dag der Hollanders op Java’! Deze Sentot was één der krijgsheren van Dipanegara; ‘ Zult gij nog langer ons vertrappen. Uw harten vereelten door het geld. En doof voor de eisch van recht en rede. De zachtheid tergen tot geweld. Dan zullen wij uw kinderen slachten. En de onzen drenken met hun bloed. Opdat der eeuwen schuld met rente, Met woekerwinst wordt vergoed. En als de zon in ’t oosten opdaagt. Knielt elke Javaan voor Mohammed. Wijl hij het zachtste volk der aarde. Van christenhonden heeft gered'(!)
      note; De vloekzang van Sentot is opgetekend door een tijdgenoot van Multatuli; SEW. Roorda van Eysinga, ex KMA officier van het Indische leger, die wars was voor het onrecht aangedaan tegen de Inlanders. Niemand wilde het stuk opnemen. Het dreigde in vergetelheid te raken. Multatuli nam het in zijn eigen( voorgaande zijn door van Gennep uitgebracht ) uitgave op; 4e druk 1875! – Opvallend is het ook dat een pemoeda kennis heeft van Multatuli – U ook?

      • Jan A. Somers zegt:

        “Opvallend is het ook dat een pemoeda kennis heeft van Multatuli ” Klopt, de toespraak tot de hoofden van Lebak. En weet u nog: Saïdja’s vader had een buffel, waarmee hij zijn land bewerkte. En wat daarna kwam?

  5. Peter van den Broek zegt:

    Bossenbroek onderscheidt vier ‘Indische sporen’ in de Nederlandse samenleving : slachtofferschap, daderschap, nalatenschap en Wetenschap. Hij kiest onomwonden voor het laatste. Hij vertelt hoe een hoofdpersoon zich heeft gevoeld en laat de lezer door diens ogen kijken, aldus de NRC-journalist.

    Dat mag best aardig klinken en kan best waar zijn, maar waar baseert Bossenbroek zich op? Neem nou als voorbeeld de ontmoeting waarbij de Kock Diponegoro aanspreekt als ‘Pangeran De Kock noemt hem géén sultan. Bossenbroek gaat wel in op de innerlijke roerselen van de Kock: “….. inwendig juichte hij. Gelukt! De boodschap was luid, duidelijk en publiekelijk overgebracht. Hij was bereid over alles te praten, maar níét over de sultanstitel en daaruit voortvloeiende aanspraken. Door niet meteen weg te lopen, accepteerde Diponegoro dat impliciet als een voldongen feit.”

    Door alleen De Kock naar voren te halen is wel een erg Nederlands-centrische beschrijving geworden, maar wat speelde er in het hoofd van Diponegoro? De verfijnde Javaanse cultuur en vooral de Kraton-etiquete schrijft voor dat een edelman, vooral van het niveau van Diponegoro zijn gevoelens niet toont. Daar komt nog bij dat de Javaan nooit in het openbaar iemand gezichtsverlies laat lijden, dat doet De Kock juist wel door hem niet in zijn respect te laten. De Kock laat zich zien als een ordinaire kesasar belanda, hij begrijpt totaal niks van de gevoelens van zijn tegenstander. “East is East, and West is West and never the twain shall meet”. Duidelijker kan het niet.

    Als de onderhandelingen zo beginnen, dan mag het toch niemand verbazen dat zoiets op niets uitloopt, ook De Kock niet. De onderhandelingen met Diponegoro lopen uiteindelijk op niets uit. Het wordt nog erger dat De Kock Diponegoro, die toch voor Onderhandelingen was gekomen, gevangen nemen. Doplomatie is hem vreemdDaarmee heeft de Java-oorlog een winnaar en een verliezer, vraagteken?

    Jammer dat de historicus Bossenbroek de Java oorlog niet in zijn historisch context laat. 200000 (tweehonderdduizend) Javanen sneuvelden in die oorlog. De Javaanse maatschappij was totaal ontwricht. Andere Javaanse vorsten kozen eieren voor hun geld en besloten tot cooperatie met de Nederlandse staat, of was het collaboratie? Meer dan 110 jaar blijft het op Java stil. Op 17 Augustus 1945 roept de Javaan Sukarno en de Sumatraan Hatta de onafhankelijkheid uit, wat in Indonesie als Proklamasi bekend staat.

    N.B. ik heb een inkijkexemplaar van het boek “Revolusi” van de Vlaamse schrijver David van Reybrouck ingezien, on-line te lezen . Afgezien van zijn indrukwekkende kennis van onze koloniale verleden beschrijft hij op onderhoudende en verbazingwekkende wijze de geschiedenis.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s