Blank en Bruin

Maresco Marisini, strijder tegen Indodiscriminatie 

Door Peter Schumacher

Hij was geen Indo-Europeaan, maar hij schreef wel een toneelstuk dat fel ageerde tegen discriminatie van Indo’s in Nederlands-Indië. Maresco Marisini, zo heette de schrijver, publiceerde Blank en Bruin. Indisch toneelspel van rassenhaat in 1916. Toen het stuk later dat jaar voor het eerst in Nederland werd opgevoerd, speelde hij zelf de rol van de Indische KNIL-officier die voortdurend streed tegen discriminatie van zijn ‘rasgenoten’.

Maurice Charles Louis t´Sas, alias Maresco Marisini (1916)

Maresco Marisini was het pseudoniem van Maurice Charles Louis t’Sas die rond 1880 in Semarang was geboren als zoon van de Nederlandse zakenman Edouard François Jean t’Sas (afkomstig uit Brabant) en de Italiaanse Pauline Engeline Tremio.[i]  Zijn nieuwe naam – hij zal hem later voorgoed adopteren – kan worden geïnterpreteerd als Maleis-Italiaans. Maresco is de aanduiding voor een oude Portugese vorm van de Indonesische krontjongmuziek, en het Italiaansklinkende Marisini betekent als ‘mari sini’ zo veel als ‘kom hier’, of ‘moet je hier even kijken’. In de eerste betekenis wordt het (ook nu nog en niet zelden discriminerend) gebruikt als commando aan het adres van lager geplaatsten en bedienden. In het Italiaans heeft Marisini geen betekenis.

Stond Charles t’Sas vóór zijn dubbele toneeldebuut in 1916, in Indië ook al bekend voor zijn opstandigheid? Het kan, maar uit de fragmentarische biografie die ik over hem bezit, blijkt daar niets van. Zijn vader stuurde hem naar verschillende Europese handelsscholen. Dat werd keer op keer een mislukking. Uiteindelijk ging hij naar de KMA in Breda en werd hij officier in het Indische leger (KNIL). Daarnaast beheerde hij in Indië ook nog een aantal bioscopen. Hoe het idee bij hem is gerijpt om naar Nederland te gaan en daar door middel van een eigen geschreven toneelstuk het krachtig op te nemen voor de positie van de Indo-Europeaan, weten wij helaas niet.    Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , | 7 reacties

De Grote Schoonmaak

Matten kloppen

Het waren donkere, godsvruchtige jaren, zo kort na de oorlog. Heel Nederland ging weer aan de slag en er was weinig tijd voor vertier. ´s Avonds, als het harde werk was gedaan en de aardappelen stonden op tafel, werd vaak meer gezwegen dan gesproken. De regering wees op het gevaar uit het Oosten, en de dominee en pastoor vroegen om ‘verlossing van den Boze’, wat daaronder dan ook moest worden verstaan.
De fysieke omgeving hielp ook al niet erg mee, want de Nederlander, geplaagd door oorlog en geboortegolf, was nogal klein behuisd. Binnen regeerde de strakheid van de regels die werden opgelegd door het meubilair: een eettafel met evenveel stoelen als gezinsleden, een klein zithoekje met een of twee zitstoelen (voor vader om de krant te lezen, voor moeder om te breien), en een wandmeubel met een radio en een rijtje klassieke boeken met titels als God schudde de wateren en De zee roept.   Lees verder

Geplaatst in 6. Onderzoek, Aanspraken en Verwerking | Tags: , , , , , , | 18 reacties

Geestesziek in Nederlands-Indië

Vier psychiatrische syndromen: amok, latah, koro en tropenneurasthenie

Door Menne Bartelsman en Pieter Eckhardt

Een aan neurasthenie lijdende ambtenaar, in de film 'Amok' (1934) van Fedor Ozep.

‘Bestrijd zenuwziekte, slapeloosheid en vermoeidheid, overwin de bezwaren van een tropisch klimaat. Ook gij kunt in korten tijd krachtiger en energieker gevoelen met Sanatogen.’[1]
Nederlands-Indische kranten stonden vol met dit soort advertenties voor middeltjes waarmee het ‘zwakke’ zenuwgestel kon worden aangesterkt. Een langdurig verblijf in de tropen was voor veel Europeanen ook niet gemakkelijk. De broeierige hitte, tropische ziekten en een vreemde cultuur werden gezien als een uitputtingsslag voor het lichamelijk en psychisch gestel. Niet voor niets sprak men over ‘tropenjaren’ of, als de tropen iemand in de bol sloegen, over ‘tropenkolder’. Het laatste wordt heel duidelijk in de roman De stille kracht van Louis Couperus, waarin deze het leven beschrijft van een bestuursambtenaar en zijn vrouw in Nederlands-Indië, dat door mysterieuze krachten wordt ontwricht. Het contrast tussen de ongrijpbare oosterse ziel en de rationele Europese ziel staat in deze roman centraal.[2]
De zielenroerselen die worden beschreven in De stille kracht zijn fictief, maar geven wel veel herkenning bij het lezen van patiëntbeschrijvingen door psychiaters in het voormalige Nederlands-Indië uit het begin van de vorige eeuw.

In dit artikel beschrijven wij 4 markante tropisch-psychiatrische syndromen aan de hand van casuïstiek uit onder andere het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde en het Geneeskundig Tijdschrift voor Nederlandsch-Indië. Op die manier geven wij een kijkje in de praktijk van een psychiater in Nederlands-Indië rond het begin van de 20e eeuw. Allereerst volgt een korte beschrijving van de institutionalisering van de psychiatrie in Nederlands-Indië.   Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , , , , | 19 reacties

Over de man die een hond bevrijdde

Dit keer een bericht uit de Sumatra Post van februari 1930, onder de titel ‘Dierenliefhebber’. Voor de Raad van Justitie te Batavia stond terecht de heer J.F. Rhemrev, adjunct-controleur van de Pandhuisdienst, die in de Pasarstraat te Meester Cornelis een door een Inlandse agent opgepakte hond had bevrijd. De agent was opgeroepen als getuige.

Loslopende hond

President: „Bekent u schuld?”
Beklaagde: „In zoverre, ik wist niet, dat die vent van de politie was. Hij liep in burger. Eerst later maakte hij zich als zodanig bekend, Het gebeurde op 15 november. We zaten op de tennisbaan. Ik hoorde een hond janken. Toen ging ik kijken, Het beest werd half gestikt. Hij rochelde al. De hond lag op den grond te wentelen. Toen heb ik het beest bevrijd. Daarbij heb ik de agent een weinig verwond. De hond bloedde. Ik zeide hem het beest naar een bewoner in de Pasarstraat te brengen. Maar hij liep door. Toen greep ik feitelijk eerst in. De agent moet zich aan de bamboe, waaraan de strik zat, verwond hebben”.
„Dus de agent was niet in uniform?”
–   „Neen. Later hoorde ik pas, dat hij aan zijn khaki jasje dienstknopen had. Verder droeg hij een kort vies broekje”.
Beklaagde is nooit veroordeeld geweest. Mr. De Loos: „Had hij ook geen wagen om het beest in te stoppen?
–   „Neen”.   Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , , , , | 8 reacties

Aletta Jacobs en de Indische connectie

Precies 100 jaar geleden, op 27 maart 1912, zette dr. Aletta Jacobs voet aan wal op Belawan, Sumatra. Een tussenstop op haar wereldreis om het vrouwenkiesrecht te promoten. Maar ook een ontmoeting met het land waar jaren eerder maar liefst twee zussen en vijf broers hun fortuin zochten.

Door Herman Keppy

Aletta Jacobs

Aletta Henriëtte Jacobs (1854-1929) is de eerste vrouw die afstudeert aan een Nederlandse universiteit en ook de allereerste vrouwelijke arts. Zij geldt als de belangrijkste voorvechter voor vrouwenkiesrecht en is (wereldwijd) een van de eerste voorstanders van anticonceptie. Dr. Aletta Jacobs wordt daarom beschouwd als de moeder van het feminisme in Nederland.

Letje komt ter wereld in een kinderrijk Joods gezin in Sappemeer in Groningen. Haar vader is arts, evenals haar 12 jaar oudere broer Israël. Het is die broer die haar stimuleert om te vechten voor een plaats aan de Universiteit van Groningen. Dat lukt, door tussenkomst van niemand minder dan minister Thorbecke. Maar in dezelfde periode van dat succes krijgt de ambitieuze Israel oneervol ontslag aangezegd in het ziekenhuis waar hij werkt. Hij heeft te openlijk gerommeld met een vrouw, ‘geheel in strijd met de kieschheid en de betamelijkheid, bovendien te enenmale onbestaanbaar met de waardigheid zijner betrekking.’ Een glansrijke carrière in Nederland is verkeken.  Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , , , , , , | 5 reacties

Een historische voetbalreis

Spelers van het elftal van Nederlands-Indie, WK 1938

Een maand geleden verloor het nationale voetbalteam van Indonesië met 10-0 van Bahrein in de voorronden van de wedstrijden om de wereldbeker. De uitslag was curieus. Indonesia had misschien zelf niets meer te verliezen, het was – toevallig of niet – de enige uitslag die Bahrein nog hoop gaf om door te mogen spelen. Die hoop was overigens tevergeefs; het land vloog toch uit het toernooi. De wereldvoetbalbond FIFA heeft aangekondigd een onderzoek te zullen starten naar de rechtmatigheid van de uitslag. Al eerder constateerde de bond dat in Indonesië de invloed van de politiek te groot is op het voetbal, en gaf hiervoor de nationale voetbalbond, de PSSI, een waarschuwing.
De Java Post blikt terug op betere tijden.

Ook in Nederlands-Indië werd veel gevoetbald, zij het dat het organisatorisch behelpen was. De uitgestrektheid van het land maakte een nationale competitie onmogelijk. Slechts op regionaal niveau werden kleine competitietjes gespeeld. Zo werd in 1938 het team van HBS (Houdt Braaf Stand) in Soerabaja voor de elfde keer in zijn bestaan kampioen van de regio Soerabaja, na met slechts vijf andere teams om deze titel te hebben gewedijverd.
Van een nationaal team was voor het eerst sprake in 1921, toen een selectie van de Nederlandsch-Indische Voetbal Bond (vanaf 1935 Nederlandsch-Indische Voetbal Unie) in Batavia aantrad tegen een selectie van Singapore. Deze wedstrijd werd met 1-0 gewonnen. Latere ontmoetingen – eveneens in Batavia – vonden plaats in 1928 (winst op Australië: 2-1) en 1930 (gelijkspel tegen Shanghai: 4-4). In 1934 speelde het nationale team voor het eerst buiten de eigen landsgrenzen. In Manila werd tijdens de  Far Eastern Games gespeeld tegen Japan (7-1), China (0-2) en Filipijnen (2-3).  Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , , , , , , , , | 30 reacties

Krachtdadig, maar omstreden

Na alle commotie rond het beeld van Jan Pieterszoon Coen in Hoorn wilde de Java Post nu wel eens weten welke de exacte tekst is die onder het beeld wordt geplaatst. Het Bureau Communicatie van de gemeente Hoorn berichtte ons als volgt:

JP Coen, door Jacob Waden

PERSBERICHT

JP Coen krijgt nieuwe tekst
Er komt een nieuwe tekst op het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen in Hoorn. Dat besloot de Hoornse gemeenteraad op dinsdag 13 maart 2012.

De nieuwe tekst is uitgebreider en geeft ook een beeld van het gewelddadige optreden van Coen bij het verwerven van handelsmonopolies in Indië. De tekst komt op twee nieuwe bordjes en is in twee talen te lezen: Nederlands en Engels. Daarbij komt er een QR Code op de bordjes, die verwijst naar een website met uitgebreide feitelijke informatie en een platform voor meningen en discussies.
Een voorstel van de fractie van PvdA om de tekst ook in een derde taal, Bahasa Indonesia, te vertalen haalde geen meerderheid in de raad. Uiteindelijk stemden alle partijen in met het voorstel, behalve de fractie van de SP. Ook D66 stemde voor, zij het dat deze partij liever helemaal geen teksttoevoegingen had gezien.

De nieuwe tekst:   Lees verder

Geplaatst in 6. Onderzoek, Aanspraken en Verwerking | Tags: , , , , , , | 37 reacties

Weg uit Indië

De ´Oranje´ in Priok

Een maand geleden publiceerde Hans Vervoort zijn laatste boek ‘Weg uit Indië’.
Hierin wordt het verhaal verteld van twee kinderen, Hans en Sonja, die de oorlogsjaren meemaken achter het kawat en, na geconfronteerd te zijn met de verschrikkingen van de bersiapperiode, later inschepen voor een reis naar Nederland.

Het is een boek geschreven voor kinderen van nu, maar roept ongetwijfeld vele herinneringen op bij de kinderen van toen.
Uit ‘Weg uit Indië’ hier een fragment.

Door Hans Vervoort

”’Die Jappen zijn hartstikke scheel” zegt mijn vader,’ vertelde Ronnie Eekhof, Hans’ beste schoolvriend, ‘en die kunnen dus absoluut niet rechtuit schieten.’ Het kon kloppen, er woonde een Japanse fotograaf in de buurt en Hans had zelf gezien hoe scheef zijn ogen stonden.
‘En hun tanks zijn van blik,’ vervolgde Ronnie, ‘als je ertegenaan duwt krijgen ze meteen een deuk. En hun schepen zinken allang voordat ze hier zijn.’
Maar het liep anders.
Op een dag kwam Hans’ vader thuis in heel andere kleding dan hij normaal droeg. Een groen uniform had hij aan en een helm op zijn hoofd. Alleen zijn bril was hetzelfde, een bril met ronde glazen en een zwart randje eromheen. Zijn vader keek altijd een beetje verbaasd, vond Hans, maar dat kon wel door de bril komen. Zijn moeder holde op zijn vader af en zoende hem langer dan ze meestal deed. Met hun hoofden dicht bij elkaar praatten ze een tijdlang zo zacht dat Hans niets kon verstaan. Maar uiteindelijk kwam zijn vader naar hem toe.
‘Jongen,’ zei hij, ‘je vader gaat vechten tegen de Japanners. Niet bang zijn, over een paar dagen ben ik wel terug. En misschien landen ze wel helemaal niet op Java.’
‘Mag ik ook zo’n helm?’ vroeg Hans.
‘Nou, vraag maar een ijzeren pan aan kokki,’ zei zijn vader. ‘Moet je horen, Hans. Zolang ik weg blijf ben jij de man in huis. Zorg goed voor je moeder en wees niet lastig of vervelend. En luister naar wat ze zegt! Beloof je dat?’
Hans knikte. Hij ging naar kokki Mina en vroeg een wadjan. Dat was een ronde diepe bakpan met twee handvaten. Mina had er verschillende en de kleinste paste op zijn hoofd. Een elastiek om beide handvaten en onder zijn kin, en de wadjan bleef goed op zijn hoofd zitten, als hij gewoon liep. Als hij holde moest hij hem met zijn hand vasthouden. Maar het was toch een helm, geen Japanse kogel kon erdoorheen. Die Japanse kogels spatten zó uit elkaar als ze tegen metaal kwamen, had Ronnie hem verteld.   Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , , , , | 4 reacties

Berichten uit Japan

Pearl Harbor, 7 december 1941

Op 10 december 1941, slechts drie dagen na de Japanse aanval op Pearl Harbor, zond de Zwitserse gezant in Tokio een in het Frans gestelde missive van de Amerikanen naar de Japanse Minister van Buitenlandse Zaken met daarin de vraag ´of de Japanse regering zou willen overwegen Japanse ambtenaren en diplomaten, maar ook andere personen, uit te ruilen tegen Amerikanen in Japan en het door Japan bezette China en Mantsjoerije´.
Als de Japanse regering hier positief tegenover zou staan, zo vervolgde de brief, dan zou de Amerikaanse regering op zijn beurt avec bienveillance, met een positieve benadering, Japanse voorstellen voor een dergelijke uitruil willen bestuderen.

Het antwoord van Tokio was positief. De volgende maanden werd door beide partijen, met als postbezorgers de Zwitsers aan Amerikaanse – en Spanjaarden aan Japanse kant, gewerkt aan een overeenkomst. De Amerikanen wisten hierbij de groep op te rekken tot ´burgers, ongeacht hun beroep´, terwijl de Japanners vasthielden aan het begrip reciprocity, wederkerigheid: niet alleen moesten de uit te ruilen groepen precies even groot zijn, de waarde van de personen (in de zin van status en opleiding) moest ook gelijk zijn. Vooral dit laatste gaf de Amerikanen nogal wat hoofdbrekens, want ze hadden aanvankelijk niet het juiste ´ruilmateriaal´ ter beschikking. Pas na de internering van alle aan de West Coast van de USA wonende Japanse Amerikanen in zogenaamde relocationcenters, in maart 1942, kon deze groep worden samengesteld. En zo duurde het nog tot medio 1942 voor de eerste ruil plaatsvond.   Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , , , , , , , , | 19 reacties

Kind van de Oost

In 2005 publiceerde Hans Vervoort zijn autobiografische boek ´Kind van de Oost´ waarin hij vertelt over zijn jongste jeugdjaren in het kamp op Java. Uit dit boek hier het fragment ´Op pad´: Semarang, eind 1945.

Door Hans Vervoort

Halmaheira, Semarang

Nu we weg waren uit het Jappenkamp werd het leven heel anders. Weliswaar zaten we opnieuw in een kamp, maar je kon er uit en ik wist dat er allerlei dingen te gebeuren stonden: we zouden weer vertrekken, we zouden met de boot gaan naar mijn vader. Dat reizen met de boot scheen iets machtigs te zijn. Mijn moeder kon lang vertellen over de hijskraan op de kade. Ze liet dan haar arm langzaam dalen met geopende hand, die hand kwam ergens op terecht (een blokje, of een stukje brood), sloot zich na enig zoeken, en steeg dan weer op, begaf zich zijwaarts en liet dan de lading weer zakken op het dek van het schip. Dat moest ik mij natuurlijk vele malen groter voorstellen.

We zaten hier in Semarang in kleine sombere kamertjes zonder raam. Het was een oude kazerne. Buiten scheen de zon, maar je zag er niets van, want de deur kwam alleen uit op een gang. ‘Weet je wat we doen,’ zei tante Aal op een dag binnenkomend, ‘we hakken een gat in die muur.’ ‘Kun je dat nou wel doen, meid?’ vroeg mijn moeder ongerust. ‘Welja,’ zei tante Aal, ‘als ze er wat op tegen hebben dan plakken ze het maar weer dicht met hun formulieren.’ Dit bracht mijn moeder aan het giechelen. Tante Aal nam de bijl op die ze bij zich had en sloeg aan het hakken. Het was een dunne witte muur, maar toch duurde het nog wel een uur voordat zij en mijn moeder het gat gemaakt hadden. Het was een rond gat, en een beetje gekarteld, maar je kon erdoor naar buiten kijken en er kwam ook licht naar binnen. Het hokje werd er een stuk vrolijker door. ‘Zo, nou valt er tenminste in te wonen,’ zei tante Aal. We zaten op de bedden en keken tevreden naar het gat. ‘Wanneer gaan we nu naar pappie?’ vroeg ik om iets te zeggen. Mijn moeder zuchtte. We zaten nu twee weken in het doorgangskamp. ‘Nog een paar dagen wachten, jongen,’ zei ze, en tegen tante Aal: ‘Hij vraagt voortdurend om zijn vader. Ik ben gisteren nog wezen informeren, maar die onderluitenant Onderwater verstopt zich gewoon. We moesten maar eens voor zijn kantoor gaan zingen: Luitenant Onderwater, kom eens boven water.’ Dat leek me erg leuk en ik lachte hard.  Lees verder

Geplaatst in 3. Bersiap en Merdeka, 1945-1949 | Tags: , , , , , | 3 reacties