‘Kindsoldaat in dienst van het KNIL’

“Het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) rekruteerde in de Tweede Wereldoorlog extreem jonge kindsoldaten op Java. De jongste claimt zeven jaar oud te zijn geweest toen hij aan de slag ging op de kazerne.” Aldus De Telegraaf van vandaag, donderdag 17 december 2015.

De bron van het bericht blijkt het Indisch Platform te zijn. Woordvoerster Peggy Stein van het IP meldt dat drie van de circa 500 mensen die nu in aanmerking komen voor de zogenaamde backpay uitkering tijdens de oorlog zwaar minderjarig waren. “Een was zelfs pas 7 jaar oud, de oudste minderjarige was 15 jaar,” zo concludeert zij. Het platform verwacht dat de lijst minderjarigen nog langer is zodra de circa 1000 nog levende rechthebbenden op de uitkering zich allemaal hebben aangemeld.

Laurens van Akkeren (foto: Jos Schuurman)

Laurens van Akkeren (foto: Jos Schuurman)

Verder in de Telegraaf lezen we een eerste reactie van het NIOD. Woordvoerder Peter Keppy laat weten bekend te zijn met gevallen van jongens van 16 of 17 jaar, maar jonger niet. Tevens een interview met de heer Laurens van Akkeren (80), de man die stelt dat hij als 7-jarige krijgsgevangen werd gemaakt. Enkele citaten:   Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , , | 10 reacties

‘Een Indisch mensenkind’

Door Bert Immerzeel

Het Rijksmuseum kwam deze week naar buiten met een opvallend bericht. Het woord ‘neger’ mag niet meer. Ook omschrijvingen als hottentot, indiaan, eskimo, moor, kaffer of nikker komen straks niet meer voor in de omschrijving van de collectie. Het Rijksmuseum wil alle ‘kwetsende etnische aanduidingen’ vervangen door neutrale termen.

Aanleiding is volgens Martine Gosselink, hoofd afdeling geschiedenis, een “groeiend gevoel van ongemak over termen die vaak nog uit de koloniale tijd komen of vanuit een witte achtergrond zijn bedacht.” Dat ongemak heeft ook te maken met de digitalisering van de collectie, waardoor deze via de museumsite toegankelijk is voor de hele wereld. Gosselink: “We krijgen ook veel zwarte bezoekers, die willen we niet kwetsen. Het gaat niet alleen om huidskleur. Ook woorden als ‘wijf’, in de Middeleeuwen heel gebruikelijk, kunnen in deze tijd niet meer, of bijvoorbeeld ‘indisch mensenkind’.”

Baboe met 'Indisch mensenkind'?

Baboe met ‘Indisch mensenkind’?

Tot zover het nieuws uit de landelijke media. De Java Post wil evenmin iemand kwetsen, en dus gaan we ook hier op zoek naar mogelijk politiek incorrect taalgebruik. Om te beginnen natuurlijk meteen al de vraag waarom ‘Indisch mensenkind’ bij het Rijksmuseum niet kan. Ligt hier de pijn bij ‘Indisch’, of bij ‘mensenkind’? Of bij de combinatie van deze twee? We weten het niet. Misschien geven andere in de Java Post gebruikte termen meer reden tot nadenken. Wat bijvoorbeeld te denken van baboe, djongos, koelie, Inlander, Inheems, Indo, Batavia en Buitenzorg?   Lees verder

Geplaatst in 6. Onderzoek, Aanspraken en Verwerking | Tags: , , , | 57 reacties

De koloniale kist

Het was me het jaar wél. De emoties in verband met Nederlands-Indië liepen hoog op. Alsof we op zolder nog een oude kist vonden met daarin allerlei dingen waarvan we het bestaan misschien wel kenden, maar die nog lang niet waren verwerkt: brieven, documenten en foto´s, zaken die ons hart raken en die we maar moeilijk los kunnen laten.

De Lesseps_2

De Lesseps, Port Said

In augustus, de maand van de herdenking, werd veel aandacht besteed aan de onafhankelijkheid van Indonesië. Het was zeventig jaar geleden dat Soekarno de ‘proklamasi’ voorlas: een moment van hoop voor de Indonesiërs, maar voor de Indische Nederlanders het begin van veel ellende. Tegelijkertijd was er veel media-aandacht voor nieuwe onderzoeken naar de manier waarop we onze kolonie wilden veiligstellen. ‘Structureel geweld’, heette het in de woorden van verschillende onderzoekers.  Lees verder

Geplaatst in 6. Onderzoek, Aanspraken en Verwerking | Tags: , , , , | 48 reacties

Oma vertelt

Op 20 mei 1947 stapte de vijfentwintigjarige Jet Prins op de boot naar Indonesië. Daar zou zij een bestaan proberen op te bouwen met haar echtgenoot Jaap, die zeven maanden eerder was vertrokken. Jet verruilde de vertrouwde polders van de Beemster voor de onbekende tropische weelderigheid van Soerabaja, Bandjermasin en Medan. Hier woonde ze in roerige tijden. Meer dan 68 jaar later schrijft haar kleindochter haar levensverhaal, aan de hand van gesprekken die zij voerden. Hieronder een deel uit de serie ‘Oma vertelt’.

Door  Marijn Heemskerk

Toen oma als vijfentwintigjarige op de boot naar Indonesië stapte, was ze nog nooit buiten Nederland geweest. Hoe was het om op die boot te stappen?

Het zelfportret dat Jet Prins in de winter van 1946 aan haar verloofde in Nederlands-Indië stuurde. Niet veel later trouwden ze met de handschoen. Een half jaar daarna zouden zij elkaar in Jakarta weerzien.

Het zelfportret dat Jet Prins in de winter van 1946 aan haar verloofde in Nederlands-Indië stuurde. Niet veel later trouwden ze met de handschoen. Een half jaar daarna zouden zij elkaar in Jakarta weerzien.

Oma’s ogen twinkelen, ze steekt een duim op. “Nou, het was zó op die boot!” Ze lacht. “Leuke kapitein. En leuke eerste stuurman.”

Haar hele familie bracht haar op een lentedag in 1947 weg. “We gingen met de auto van oom Janus. Rotterdam was een mooie grote haven, daar was van alles te zien. M’n familie vond het een leuk uitstapje. En ze vonden het heel interessant wat ik ging doen. Ze waren allemaal wat minder avontuurlijk dan ik. Oom Gert ging met tante Janie in de Purmer wonen. En tante Maak woonde met oom Adri in Schermerhorn. Maar ik wilde op avontuur, weg uit de polder.”   Lees verder

Geplaatst in 3. Bersiap en Merdeka, 1945-1949 | Tags: , , , | 5 reacties

Het afscheid

Europeanen in Indië, en dan hebben we het hier over de totok-Europeanen, hadden vaak een bijzondere loopbaan. In ruil voor een fysiek zwaardere arbeidsomgeving, ver van huis, kregen ze een relatief hoog salaris en grote carriërekansen. Helaas moet van velen van hen, evenals van politici, worden gezegd dat ze meer oog hadden voor het economische gewin dan voor een verbetering van de leefomstandigheden op langere termijn. De hoge arbeidsmobiliteit was daaraan natuurlijk mede debet. Of het nu de ambtenaren betreft of werknemers in de privé-sector, zelden werkten ze op een post langer dan een jaar of vijf; regelmatig hadden ze recht op een Europees verlof; en bij verkrijging van hun pensioen – vaak al op 50-jarige leeftijd – vertrokken ze weer naar Nederland.

Het afscheid. Coll. TM/FZF 864

Het afscheid (TM/FZF 864)

 

Afscheidsfeesten werden bijna steeds gevierd onder ‘gelijken’: feestgangers die zich afvroegen of de vertrekkenden ‘binnen’ waren, en die zelf misschien ook al aan het aftellen waren voor de dag van hun eigen vertrek. Aan de kade waren de ‘uitwuivers’ ook niet erg treurig, in tegendeel, want ze wisten dat ze een plaatsje zouden opschuiven. Het hoorde er zo bij.   Lees verder

Geplaatst in 3. Bersiap en Merdeka | Tags: | 27 reacties

Indonesisch erfgoed keert terug

De kogel is bijna door de kerk. De collectie van het voormalige Museum Nusantara gaat voor het grootste deel terug naar Indonesië. Om hoeveel objecten het precies gaat, is nog niet duidelijk. Het Delftse museum was het enige in Nederland met een volledig Indonesische collectie.

Door Yannick Verberckmoes

‘Een Nederlandse museumcollectie naar een ander land overbrengen, is zeker niet gebruikelijk’, zegt Patrick van Mil, directeur van het Museum Prinsenhof in Delft. Hij is verantwoordelijk voor de herbestemming van de collectie. Van Mil ziet een aantal goede redenen om de verzameling van het Nusantara aan Indonesië over te dragen. ‘Op die manier blijft de collectie voor het publiek toegankelijk en blijft ze in haar geheel behouden. En het gaat natuurlijk om gemeenschappelijk erfgoed.’

Museum Nusantara in Delft

Museum Nusantara in Delft

Nusantara sloot in 2012 de deuren, omdat de bezoekersaantallen sterk afnamen. Het museum had zo’n 18,5 duizend objecten in zijn bezit, schat Van Mil. Een klein aantal, dat belangrijk is voor de ‘collectie Nederland’ – een verzamelnaam voor Nederlands erfgoed – wordt ondergebracht bij het Museum Volkenkunde, het Tropenmuseum of het Rijksmuseum. Het Delftse Museum Prinsenhof adopteert ook een aantal stukken.   Lees verder

Geplaatst in 6. Onderzoek, Aanspraken en Verwerking | Tags: , , | 71 reacties

De Zwarte Armada

Australische steun aan de Indonesische onafhankelijkheid

Tijdens de oorlogsjaren werd Australië verrast door de komst van duizenden Nederlanders en Indonesiërs, vluchtelingen voor de Japanse invasie. Andere Indonesiërs werden echter gedwongen om deze reis te maken. Stephen Gapps, curator van het maritiem museum in Sydney, vertelt ons van de gevolgen.

Door Stephen Gapps

In augustus 1945 zat een groepje Indonesiërs in Sydney voor een kortegolf radio in het kantoor van de Indonesische zeeliedenvereniging. Ze luisterden aandachtig naar ieder woord van Radio Batavia. Toen het nieuws van de proclamatie van de Indonesische onafhankelijkheid werd uitgezonden,  waren ze door het dolle heen.

Een scene uit de film Indonesia Calling van Joris Ivens, waarin Indonesische zeelieden naar een kortegolf radio luisteren.

Een scene uit de film Indonesia Calling van Joris Ivens, waarin Indonesische zeelieden naar een kortegolf radio luisteren.

De aankondiging was de climax van een decennialange campagne voor onafhankelijkheid van de Nederlandse koloniale overheersing, maar tegelijkertijd het begin van een vier jaar durende strijd voor erkenning door de Nederlanders en de internationale gemeenschap. Tijdens deze periode was de Australische ondersteuning voor Indonesië overduidelijk aanwezig.

Vanaf eind 1945 werden Nederlandse schepen die zich in de Australische havens voorbereidden voor een terugkeer naar Indonesië gehinderd door een reeks van boycots van de kant van de vakbonden van zeelieden: de zogenaamde ‘black bans’. Steun aan de Indonesische onafhankelijkheid groeide daarna ook buiten de arbeidersbeweging. Australië liep hiermee voorop in de internationale politieke erkenning van Indonesië. Dit belangrijke element in de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd is inmiddels in beide landen grotendeels vergeten.   Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 11 reacties

Gravers en slachtoffers

Historici doen hun onderzoek in stoffige archieven, waar ze eindeloos boeken, artikelen en andere geschreven bronnen lezen. Het kan ook anders. Schilderijen, sculpturen, films en allerlei andersoortige niet-tekstuele bronnen kunnen juist heel nuttig zijn voor historisch onderzoek. Remco Raben vertelt over een mysterieuze foto die hij op een cd’tje kreeg van een collega uit Indonesië.

Door Remco Raben

Het is wat je noemt een vrolijk portret. Negen mannen en een vrouw poseren voor zo’n gauw geteld honderdtal schedels, uitgestald op een stellage van zwart doek. Er wordt een beetje gedold met de doodshoofden, er wordt wat gerookt, gemelijk gekeken. Ondanks de macabere decorstukken geen ongezellig tafereel. Wat is deze merkwaardige uitstalling? Op de foto staat ‘Penggali2 dengen korban2  jang terdapet’, oftewel: Gravers en gevonden slachtoffers.

"Penggali2 dengen korban2 jang terdapet"

“Penggali2
dengen korban2 jang terdapet”

De herkomst van de foto is weinig spectaculair. Enkele jaren geleden kreeg ik een CD in handen gedrukt van een bevriende Chinees-Indonesische historicus in Jakarta. Op het schijfje staan vijftig foto’s van graafacties in Oost-Java. We zien allerlei groepen mannen met schoppen in de hand en schedels aan hun voeten. Nadere gegevens ontbraken. Niemand kon vertellen waar de foto’s vandaan kwamen en wat er op gebeurt. We weten niet wie de mensen op de foto zijn; zo te zien zijn zij Indonesiërs van Chinese herkomst.   Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 29 reacties

Het geschenk van Otto Djaja aan Vrij Nederland

Door Peter Schumacher

Toen hoofdredacteur Henk van Randwijk van Vrij Nederland in de zomer van 1947 fel  tekeer trok tegen de Eerste Politionele Actie in Indonesia onder de kop “Waarom ik Nederlander ben”, verloor het blad duizenden abonnees. Dat verhaal is redelijk bekend, maar er was ook steun voor Van Randwijks krachtige stellingname in het Indonesië-conflict: de op dat moment in Nederland exposerende Indonesische schilder Otto Djajasoentara schonk uit erkentelijkheid voor diens standpunt Van Randwijk een revolutionair schilderij.

Soemedang, 16 mei 1946

Soemedang, 16 mei 1946

Van deze bijzondere geste was mij tot een jaar of vijf geleden helemaal niets bekend. Op de redactie van Vrij Nederland (toen nog op de Raamgracht in Amsterdam) wilde ik in 2010 in oude jaargangen nog eens precies nalezen wat Van Randwijk over het Indonesië-conflict had geschreven. Ik kreeg toegang tot het archief, dat bestond uit een grote kast met twee planken aan beide zijden. Daar brandde alleen maar licht als iemand die oude klappers kwam raadplegen. Dat licht ging dus aan en onmiddellijk zag ik aan de muur een opvallend schilderij hangen, waarbij een door een massa meegevoerde rood-witte vlag mijn aandacht trok. Rechts bovenaan stond de naam van de schilder met daarbij de plaats en de datum wanneer hij het had gemaakt: Soemedang, 16-5-1946.   Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 14 reacties

De Indonesische revolutie op Australische bodem

Door Stephen Gapps

Op 24 oktober van dit jaar kwamen meer dan honderd mensen bijeen in Casino, New South Wales, Australië, om daar de 70e verjaardag te herdenken van een gebeurtenis die in Australië weinig bekendheid geniet. In het najaar van 1945 werden de inwoners van het slaperige stadje Casino op dramatische wijze betrokken in de gebeurtenissen rond de strijd voor de Indonesische onafhankelijkheid.

Camp Victory, ca. 1946.

Camp Victory, ca. 1946.

Na de Japanse invasie in 1942, vluchtten de Nederlanders, die al meer dan 300 jaar de koloniale macht hadden, vanuit Nederlands-Indië naar Australië. De Nederlandse regering in ballingschap werd begeleid door inheemse soldaten, matrozen, en ambtenaren.

Vanaf december 1943 arriveerden ook een paar honderd inheemse militairen in Casino, deel uitmakend van een technisch bataljon van het KNIL. Ze oefenden en werkten er ter voorbereiding van de Nederlandse terugkeer, voor wanneer de oorlog voorbij zou zijn. Alhoewel in Australië nog steeds de inreisbeperkingen golden van het blanke immigratiebeleid, werden deze soldaten toch toegelaten. Het was oorlogstijd, en ze maakten deel uit van de Nederlandse krijgsmacht.  Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 84 reacties