INTERVIEW HISTORISCH NIEUWSBLAD 5/2020. Frank van Vree is de directeur van het NIOD, dat zijn 75ste verjaardag viert. Het instituut houdt zich bezig met geschiedenis die pijn doet: natuurlijk de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust, maar steeds vaker ook andere uitbarstingen van massaal geweld en genocide. Wie zulke gevoelige thema’s aanraakt, voelt al snel schopreflexen uit de samenleving. In deze tijd zelfs nog meer dan 75 jaar geleden, zegt Van Vree. ‘Het neonationalisme heeft geschiedenis tot een slagveld gemaakt.’
Door Bas Kromhout
Uw voorgangers Hans Blom en Marjan Schwegman wilden onze blik op de Tweede Wereldoorlog veranderen. Blom wilde af van moralisme in de geschiedschrijving, Schwegman pleitte voor een herwaardering van helden. Wilt u ook iets rechtzetten?’
Van Vree: ‘Haha, die ambitie heb ik helemaal niet. Liever wil ik als directeur het onderzoek versterken, door de krachten die er aan het instituut zijn op een goede manier te mobiliseren. Toen ik hier in 2016 werd aangesteld, moest er organisatorisch en financieel een heleboel gebeuren. Dat heeft veel tijd gekost, maar nu is het weer redelijk op orde.’
Wat is 75 jaar na de oprichting de bestaansreden van het NIOD?
‘Loe de Jong heeft begin jaren zeventig gezegd dat het instituut zijn tijd had gehad. De staatssecretaris van Onderwijs deed toen een voorstel tot opheffing. Maar in 1978 besloot minister Arie Pais dat dit toch maar niet moest gebeuren, omdat het NIOD voorzag in een toenemende maatschappelijke behoefte. De belangstelling voor de Tweede Wereldoorlog was in de jaren zestig zeer gering, maar nam vanaf de jaren zeventig toe. Lees verder











