De zoektocht naar een B-25

Een gewaagde reddingsactie in Nederlands Nieuw-Guinea en een expeditie in 2019

In januari 2019 is een klein team van Nederlandse specialisten op het gebied van luchtvaarthistorie door de Vogelkop gereisd op zoek naar een Amerikaanse B-25H Mitchell bommenwerper die in juli 1944 een noodlanding moest maken aan de bovenloop van de Kais rivier.

Aanval B-25 op Japanse schuiten (foto collectie John F. Heyn)

Door Bas Kreuger

Op de ochtend van 27 juli 1944 waren vier B-25´5 van het 418e NF Squadron uit Wakde vertrokken om op kleine Japanse bevoorradingsscheepjes te jagen, de enige manier die de hongerige Japanse troepen in Nieuw Guinea nog hadden om materiaal aan te voeren.

Bij een aanval op twee van die schuiten in de Mac Cluer Gulf door vier B-25’s van het 418e NF Squadron was het vliegtuig van 1e Luitenant Ira M. Barnett (vlieger), Flying Officer Thomas R. Wright (navigator), Sergeant Peter P. Whipland (radio-operator) en korporaal Harold A. Quidgeon in zijn linkermotor geraakt. Hoewel hij nog naar 3.000 voet had weten te klimmen, bleek dat op één motor en met beschadigde roeren onvoldoende om de dichtstbijzijnde geallieerde basis op Biak, bijna 300 kilometer verderop, te bereiken. Na 10 minuten vliegen besloot Barnett zijn toestel op het eerste de beste stuk open grond neer te zetten. Dat bleek een sagomoeras te zijn, aan de bovenloop van de Kais rivier. De landing slaagde wonderwel en geen van de vier bemanningsleden had meer dan wat schaaf- en snijwonden.

Wegtrekken uit dit gebied was vrijwel onmogelijk en ze waren dan ook gedwongen op de vleugel van hun toestel kamp op te slaan. Met parachutes en materiaal uit de dinghy bouwden ze een tent. Voedsel en andere zaken werden door hun squadronmaats afgeworpen of door Catalina’s van het 2e Air-Sea-Rescue squadron.

Hoe moeilijk de omstandigheden in het gebied waren, bleek wel uit het afwerpen van voorraden op nog geen 200 meter van de Mitchell: de mannen deden er namelijk drie uur (!) over om die afstand af te leggen en weer terug naar hun kamp te komen. Gelukkig feit was dat de 44-jarige boordschutter, Harold Tantaquidgeon, een native American was en stamhoofd van de Mohegan stam. Harold had zoveel kennis van bushcraft dat hij de groep met voedsel, beschutting en kennis over overleven in de jungle hielp.

Vogelkop en Kais-rivier met kampong Baroe (midden onder)

Reddingsactie

De crashlocatie lag zo’n 300 kilometer achter de Japanse linies en diep in de jungle. Normaal gesproken was dat een doodvonnis voor de bemanning: ze zouden zijn omkomen in het oerwoud of gevangen genomen en onthoofd door de Japanners. De Amerikaanse 5th Air Force zag echter nog de mogelijkheid een reddingsteam de jungle in te sturen. Onder leiding van de Nederlandse NEFIS officier, 2e luitenant Louis Rapmund werd een team samengesteld van Australische en Amerikaanse survival experts, Amerikaanse infanteristen en Indonesische gidsen en tolken, twintig man sterk ongeveer.

Het reddingsteam werd met een Catalina vliegboot van het 2e Emergency Rescue Squadron naar kampong Moegim gevlogen, aan de monding van de Kais rivier. Daar regelde Rapmund kano’s in het lokale dorp om de groep stroomopwaarts te vervoeren. Bij de aankomst van de groep in kampong Baroe, bleek dat de Japanners op de hoogte waren geraakt van de aanwezigheid van “grote blanke mannen” in de bush; ze hadden een groep van meer dan 90 soldaten naar Baroe gestuurd. Rapmund vroeg daarop via een walkietalkie aan Luitenant Lang, de vlieger van de Catalina die de bevoorrading verzorgde, of deze de kampong waar de Japanners zich verzamelden Teminaboean wilde bombarderen.

Kapitein Gillespie, sergeant Brickner, twee specialisten van de RAAF en twee mannen van het KNIL, de korporaals Soemanti en Marlisse, gingen met 10 kano’s door naar de plek waar ze de bemanning van de B-25 meenden te vinden. Zeer tegen zijn zin bleef Rapmund met de overige leden van het team achter om een eventuele aanval van de Japanners op te vangen en zo voor rugdekking te zorgen. Dat dit nodig was bleek een dag later, toen, met flinke tussenpozen, drie kano’s met zo’n 35 Japanse soldaten aan boord bij kampong Baroe aankwamen. Om niet in een onvoorspelbaar vuurgevecht terecht te komen, liet Rapmund de Papoea roeiers van de kano’s in hun eigen taal (wat de Japanners niet verstonden) toeroepen overboord te duiken. Zodra ze dat deden, openden de Amerikanen en KNIL’ers het vuur en doodden zo de meeste Japanners. Een viertal van hen werd gevangen genomen en later per Catalina naar Biak afgevoerd. In deze Catalina kwam het nog tot een worsteling toen de Japanners probeerden de vliegboot te veroveren. Eén Japanner werd daarbij gedood en overboord gegooid.

Na een kleine week kwam de groep van Gillespie terug met de vier Amerikanen. Alleen Peter Whipland had een flinke wond aan zijn been opgelopen, de anderen waren er goed aan toe. Samen met de opgeluchte crew zakte het hele team de Kais rivier af naar kampong Baroe waar ook de commandant van het 418e squadron, Majoor Carrol C. Smith, was aangekomen om zijn bemanning welkom te heten.

Louis Rapmund (geheel rechts) met de crew van de B-25H (midden, voor de palmboom) zojuist door hem en zijn team gered. Kampong Baroe, 18 augustus 1944

Voordat Barnett, Whipland, Wright en Tantaquidgeon met de Catalina terugvlogen naar Biak, aten ze met hun redders en de lokale Papoea’s een rijsttafel. Een groepsfoto met de crew, Gillespie en Rapmund vereeuwigde de bijzondere redding.

Expeditie 2019

In januari 2019 trekt een kleine groep Nederlanders in het spoor van Rapmund de Kais rivier op om te zien of de B-25 van het 418e Squadron terug is te vinden. Het team bestaat uit de luchtvaarthistorici Fred Pelder en Bas Kreuger, de fotograaf en Afghanistan-veteraan kapitein Fred Warmer en de voormalige commando’s Rob Hoogendoorn en Max Ammer van Papua-Diving.com.

De zeven meter lange boot met twee 30PK buitenboordmotoren doet maar twee dagen over de tocht waarover Rapmund en de Papoea-roeiers twee weken deden. Bij diverse kampongs doet de groep navraag of men weet heeft van een Amerikaans vliegtuig, geland in het bos. In elk dorp wijst men ons door naar het volgende, tot we in kampong Bawane komen waar de lokale bevolking weet te vertellen dat hun dorp ooit iets noordelijker had gelegen en men toen van een staart wist die uit het moeras stak. Met zes Papoea’s als helpers varen we nog een paar kilometer door en maken kamp nabij de resten van een dorpje.

De volgende dag trekken we het moeras in….

De volgende dag trekken we met onze helpers het moeras in. Dat blijkt niet mee te vallen. Tot je knieën, soms tot je heupen waad je door de bagger, oplettend dat je niet tegen een palm aanvalt met centimeters lange doornen, goed kijkend waar je je voeten neerzet en daarbij geteisterd door muskieten en bloedzuigers. Na uren lopen en je een weg banen door het moeras en de dichte jungle hebben we iets van één tot anderhalve kilometer afgelegd en zouden vlak in de buurt van het toestel moeten zijn. Maar het toestel ligt in een klein meertje aan de rand van het moeras, is in de afgelopen 75 jaar weggezonken en nu voor het expeditieteam onbereikbaar.

We besluiten in 2020 nogmaals terug te keren met rubberboten, magnetometers en duikuitrusting, om zodoende de unieke tijdscapsule aan een nader onderzoek te onderwerpen. Immers het vliegtuig is in 75 jaar onberoerd gebleven, heeft een noodlanding gemaakt en ligt geconserveerd in een zoet water moeras en moet daardoor nog in een redelijke goede staat verkeren.

De Papoea’s bleken ter plaatse de meegebrachte historische foto van de bemanning en hun redders te herkennen. Deze werd gemaakt bij de kerk in kampong Baroe. Het bijzondere daarvan is dat deze kerk er anno 2019 nog steeds staat. Na deze verrassende vondst zakken wij de rivier weer af en besluiten daar een kijkje te gaan nemen.

De ontmoeting met Paulus

Het is zondag en in de kerk is de dienst gaande. We praten met de kerkgangers en dan komt opeens een vrouw met een hele oude Papoea aanlopen. Ze vertelt ons dat hij haar opa is en Paulus heet, ruim negentig jaar oud is en als jongen heeft meegeholpen bij de redding van de Amerikaanse vliegers, sterker nog, hij staat zelfs op de foto uit 1944!

En zo vinden we niet alleen de locatie van het vliegtuig terug, maar ook een onverwachte ooggetuige! Daarmee kan deze expeditie en reis gerust geslaagd genoemd worden.

 

Recent verscheen het boek KAIS over de crashlanding van de B-25 en de daaropvolgende redding van de bemanning van deze bommenwerper.
Het boek is een combinatie van het historische verhaal met dat van de expeditie van 2019 op zoek naar het wrak van de B-25. Het boek is te bestellen via https://www.airwarnewguinea.com/book/ of
bij de webwinkel van het Boekengilde https://www.boekengilde.nl/boekenshop/kais/, maar ook bij Bol.com.

 

 

Dit bericht werd geplaatst in 9. Java Post. Bookmark de permalink .

Een reactie op De zoektocht naar een B-25

  1. Arie Hendrik zegt:

    Geweldig verhaal.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s