We gaan naar Zandvoort, al aan de zee.
We nemen lempers en koffie mee.
O, het is zo’n heerlijkheid,
als je zo naar Zandvoort rijdt.
We gaan naar Zandvoort, aan de zee.
Vertoefden we eerder op het strand van Petit Trouville, thans brengen we een bezoek aan Zandvoort en de Koninklijke Jachtclub. En we nemen lempers en koffie mee…

Linksonder de Jachtclub met afgepaggerde gedeelte van het strand. Daarboven de aanlegsteigers van de boten in het Kodjakanaal bij de Uniekampong. Rechts, waar op deze foto de gebouwen van General Motors, bevond zich eerder Petit Trouville. (ca. 1940, TM)
Door Bert Immerzeel
Van 1888 tot 1920 had Batavia iets ten oosten van Tandjong Priok een mondaine badplaats gekend, Petit Trouville, die moest wijken voor de uitbreiding van de haven. Plannen voor een nieuw badhuis werden niet verwezenlijkt, maar er werd wel een gelegenheid daartoe geschapen: een nieuw strand, ongeveer 500 meter ten oosten van Petit Trouville.
Nog in hetzelfde jaar droeg dit nieuwe strand al de naam Zandvoort, of, zoals in de kranten soms stond aangegeven: ´Nieuw Zandvoort´ of ´Klein Zandvoort´. Het duurde niet lang of de badgelegenheid werd ingenomen door een heuse zwemvereniging. De uitbater, een zekere heer W. Erkelens, vroeg entreegeld. Hij adverteerde voorts met ´zindelijk en smakelijk bereide luches´ à f 1,75, afkomstig uit een ´dependence-keuken´. Voor een echt restaurant had hij nog niet de papieren, en dat zou ook nog wel even duren want de gemeentelijke vergunning was afhankelijk van een onderzoek naar de kwaliteit van het badwater. En die was niet al te best.

Kaart van Zandvoort en de B.J.C.

Zandvoort, 1930 (KITLV)

Zandvoort, 1931 (TM-60031724)

Zandvoort, 1923 (KITLV)
In 1922 schreef Het Nieuws van den Dag: “Een oord van vermaak voor groot en klein hier ter stede is de zogenaamde badplaats ´Klein Zandvoort´. Tal van gezinnen trekken er elke zondag heen om er te baden, in het zand te liggen, te musiceren, te flirten; zelfs de grammofoon wordt niet vergeten. Terwijl bergen etenswaren, dranken en ijs worden meegevoerd. Vele jongelieden brengen ook nachtelijke bezoeken aan ´Zandvoort´, er wordt zelfs bij maanlicht druk gezwommen. Het is een attractie voor menig Bataviaan. (…)
Er stond een gammel bamboe-loodsje, waar tot voor kort dranken verkrijgbaar waren en broodjes, kroketjes, mitsgaders nasi goreng. Officieel echter was er geen restaurant te ´Klein Zandvoort´. De ´officieuse´ restaurateur heeft thans bij de gemeenteraad aangevraagd om er een restaurant te mogen houden. Zowel de Burgemeester als de Chef van den Gezondheidsdienst en de Hoofdcommissaris van Politie adviseren echter om een afwijzende beslissing te nemen. Aan deze adviezen ontlenen wij dat: 1. volgens het oordeel van verscheidene medici hier ter plaatse het baden te ´Klein Zandvoort´ een voortdurend gevaar voor de gezondheid oplevert, wijl het malaria-gevaar aldaar groot is, en 2. gevallen van vergiftiging door giftige vissen meermalen voorkomen. 3. het infectie-gevaar is er zeer groot, aangezien de faecaal afvoer in de onmiddellijke nabijheid van de badplaats plaats heeft door middel van een open goot naar zee. Het verlenen van een koffiehuis-vergunning voor ´Klein Zandvoort´ zou dus inhouden de erkenning van overheidswege dat het oord een veilige en gezonde badplaats zou zijn, terwijl niets minder waar is. Het verzoek moet dus worden afgewezen.”
De discussie over de kwaliteit van het zeewater zou nog vele malen gevoerd worden. Deze verhinderde echter niet dat de zaken tóch gewoon doorgingen, waarschijnlijk gevoed door de grote behoefte van de Batavianen aan een toegankelijke badplaats, en geholpen door de komst van de Bataviasche Jachtclub.
De Jachtclub
De Bataviasche Jachtclub (opgericht in 1910), had steeds haar ligplaats gehad aan de westkant van de Kali Besar, ter hoogte van de oude Vierkantsbrug, een plek, rijk aan historische herinneringen, maar voor het toenemend aantal vaartuigen te beperkt. Men richtte nu de blik op Tandjoeng Priok, alwaar een nieuw clubhuis zou moeten verrijzen. In 1924 lazen de Batavianen in de de krant van de verdere invulling: Het clubhuis zou moeten worden gebouwd op de landtong aan het eind van den oostoever van het Kodjakanaal, ten oosten begrensd door Zandvoort.
“Het clubhuis zal zowel aan open zee als aan het binnenwater staan. Vanaf genoemde landtong loopt n.l. de Oosterpier van de Priokhaven. Ten Oosten van deze pier is open zee, met zeer aantrekkelijk strand, ten Westen van deze pier is de beschermde havenkom, waardoor dus de jachten steeds in kalm water uit en binnen kunnen zeilen. Waar het thans reeds beschikbare nog door niemand geoccupeerde terrein te klein zou zijn, om ook een gesloten badruimte voor de B.J.C.-leden te verkrijgen, werd de beheerder van ´Zandvoort´ bereid gevonden het door hem daar gebouwde badhuis meer oostelijk – te verplaatsen, tegen vergoeding der daarvoor gemaakte onkosten. n.l. f 550. Bedoelde beheerder verkrijgt daardoor tevens het voordeel van een drukker bezoek aan zijn etablissement, op dagen van zeilwedstrijden der vereniging. Het ligt voorts in de bedoeling, een stuk zee af te paggeren, om zodoende de eigen B.J.C.-badgelegenheid niet alleen ´gesloten´ terrein, maar ook ´veilig´ terrein te maken. Aan de geprojecteerde haven der B.J.C. grenst het thans reeds bestaande haventje van de Unie-Kampong. De heer P.L. Zeeman, directeur der Unie-Kampong, is gaarne bereid, alle medewerking te verlenen als daar zijn: toezicht op clubhuis en haven. (…) Voordelen van dit plan zijn voorts, dat de wedstrijden geregeld te Tandjong Priok zullen kunnen worden gehouden, terwijl de niet zeilende leden en eventueele geïntroduceerden vanuit het clubhuis de wedstrijden zullen kunnen volgen, en dat de jachten een behoorlijke ligplaats hebben te Tandjong Priok en niet voor iedere wedstrijd vanuit Batavia naar Priok behoeven te worden gesleept.”
Medio 1926 werd het nieuwe clubhuis geopend. “Na de opening ging de erewijn rond en verspreidde men zich door het gebouw om de verschillende lokalen in ogenschouw te nemen. Zoals reeds aangegeven, bevindt zich op de verdieping een aardige zaal met gezellige zitjes aan de ramen van waaruit men een mooi gezicht heeft op de haven en de zee. Beneden staan rond een grote bergruimte keurige kleedkamertjes voor dames en voor heren. Maar de clou is toch de uitkijktoren, van waaruit men een mooi panorama heeft over de omgeving. En beneden bevindt zich een zeer ruim terras waar gedanst kan worden. (…) Batavia heeft een nieuwe gelegenheid tot ontspanning gekregen, welke vooral des avonds, wanneer van de zeezijde een flinke bries doorstaat, een goede gelegenheid geeft om de warmte van de dag flink te laten uitwaaien. En vooral op maanavonden zal het daar een magnifiek zitje zijn.”

Linksboven de club en de aanlegsteigers
Poep en kwallen
De komst van de Jachtclub, die vanaf 1929 zelfs het predikaat ´Koninklijk´ mocht voeren, had de discussie over de kwaliteit van het zwemwater niet geheel doen verstommen, maar de uitslag stond steeds vast: er veranderde niets. Het bestuur van de B.J.C. wees zijn leden er op dat uit onderzoek weliswaar meermalen was gebleken dat het water typhus-bacterieën bevatte, maar dat het zwemmen – ook in het afgepaggerde B.J.C.-gedeelte! – voor eigen risico was. In de jaarvergadering van 1929 werd nog geopperd om een nieuw zee-zwembad te bouwen, maar aan dit voorstel werd, waarschijnlijk door de intredende economische malaise, geen gevolg gegeven. Eerst op foto´s uit de jaren ´50 menen we een soort betonnen afbakening te zien, – mogelijk mede aangebracht ter bescherming tegen een regelmatig voorkomend springtij.
Het feit dat de nogal elitaire jachtclub nauwe banden onderhield met het gemeentebestuur zal ongetwijfeld hebben bijgedragen tot niet-ingrijpen van de autoriteiten. Wat ´Zandvoort´ betreft: als het zwemmen werd toegestaan binnen de ruimte van de B.J.C., kon dat op het meer volkse gedeelte van het strand natuurlijk evenmin worden verboden.
Naast poep en kwallen waren er overigens nog meer gevaren verbonden aan het recreëren op deze plaats. Zo ongeveer ieder jaar was er door de nogal verraderlijke zeestromen sprake van verdrinkingsgevallen, en – en dit geldt vooral voor de leden van de Jachtclub – het kwam regelmatig voor dat bezoekers hier te diep in het glaasje keken, en tijdens hun terugkeer per auto naar Batavia ongelukken veroorzaakten. Soms met dodelijke afloop.
Dat laatste was misschien wel inherent aan de locatie van de club. Deze was slechts te bereiken per auto, of, overdag, per trein van Batavia naar Priok en dan verder per gehuurd rijtuig.

Kon. Bat. Jachtclub

Entree van de Jachtclub

De Gouverneur-Generaal (met helm) op het terras van de Jachtclub, 1939

Het strand van de Jachtclub, 1931 (NA 2.24.05.02)
Het verval
Van het verdere verloop van de Jachtclub is ons weinig bekend. Tijdens de oorlogsjaren was het gebouw mogelijk in gebruik door de Japanners. In 1946 werd het ingenomen door Britse militairen.
Na de oorlog is getracht de club weer nieuw leven in te blazen. Boten werden er hersteld, oorlogsherinneringen weggedronken. In 1957, toen Soekarno besloot de verbindingen met Nederland te verbreken, liet het bestuur van de (thans ´Internationaal´geheten) ´Jachtclub Tandjong Priok´weten “dat de club in opdracht van de betrokken autoriteiten is gesloten. De woordvoerder van het plaatselijk militair commando van Djakarta was niet bereid commentaar te leveren op deze mededeling.”
Ons resten nog slechts enkele foto´s uit 1995. We zien daarop dat het gebouw, op dat moment in gebruik als restaurant, meermalen was verbouwd. Waarschijnlijk werd het niet veel later gesloopt. Het gehele gebied, ooit bekend als ´Zandvoort´, werd omgedoopt tot containerhaven.
Bronnen
Nieuws van den Dag voor Nederlandsch-Indië, 6 april 1922, 9 augustus 1926
Sumatra Post, 16 oktober 1924
Bataviaasch Nieuwsblad, 14 april 1940
Het Dagblad, 14 januari 1946
Algemeen handelsblad, 14 november 1957
De Klink, kwartaaluitgave Genootschap Oud Zandvoort, 2012
Foto´s: Tropenmuseum, Nationaal Archief, W.G.H.M.Maassen (privé-collectie) en B.Zitman (privé-collectie)

Het terras in 1954

De jachtclub, jaren ´50 (coll. B. Zitman)

De jachtclub, jaren ´50 (coll. B. Zitman)

De jachtclub, jaren ´50 (coll. B. Zitman)

De jachtclub, jaren ´50 (coll. B. Zitman)

De jachtclub, jaren ´50 (coll. B. Zitman)

De jachtclub, jaren ´50 (coll. B. Zitman)

Het restaurant Sampur Indah, 1995 (collectie W. Maassen)

Het restaurant Sampur Indah, 1995 (collectie W. Maassen)
Mooi overzicht en geschiedenis van Jachtclub Tandjong Priok te Batavia/Djakarta.
Ik heb nog diverse clubbladen van de periode 1950 T/m 1956 en verscheidene foto’s van het zeil en verenigings leven van mijn ouders.
Dan hadden jullie het goed. Wij Indo’s leefden tijdens die zelfde periode 1946 tot eind 1950 in Cideng in armoede.
Beste heer ter Horst,
Het benieuwt mij zeer wat die clubladen vermelden over de zeilactiviteiten van mijn oudoom en oudtante, Herman Bouman en Mieke Bouman-van den Berg. Zij waren fanatieke Draakzeilers in hun “Fafnir” (misschien eerder “Karin”) en vervulden bestuursfuncties. De kans is minimaal dat de boot alles heeft overleefd, maar ik ga u dankbaar zijn voor meer aanknopingspunten zoals foto’s en wedstrijdverslagen. Ook het register-/zeilnummer is mij onbekend.
Met vriendelijke groet,
Wicher Bouman
Leuke herinneringen aan de Jachtclub. Heb daar heel wat rondjes gezwommen (In de jaren ‘50)
ik heb ook diverse clubbladen van de “scheepsroeper’ het clubblad van de KBJC jaren 1930 waar mijnn opa x.w. rosenkrantz als oud gezagvoerder ( Argus) vice voorzitter was van de KBJC tevens in de zeilraad zat
het Zijn twee dikke ingebonden boeken geworden van de clubbladen 1930 en ik zoek iemand die deze twee dikke boeken in kan scannen en de persoon mag dan een copie van deze twee dikke boeken natuurlijk behouden De originelen boeken gaan naar de MARINE waar opa rosenkrantz als oud gezagvoerder van o.a de ‘argus’ ergens in de jaren 1916 het commando over had gehad.
Beste Wim ter Horst,
Misschien een wat erg late reactie, maar ik probeer het toch. Ik ben erg geïnteresseerd in het clubblad, met name exemplaren waarin geschreven is over de America’s Cup, en de beginselen van het zeilen. Hebt u die nog? Is het mogelijk daar wat kopieën of scans van te (laten) maken?
Ik heb tijdens de Japanse bezetting(!) een paar keer in mijn eentje bij de Jachtclub gezwommen. Het gebouw was praktisch verlaten en niet in gebruik. Na de oorlog kwam ik er vaak, een goede vrind, ex KL’er was er kok.
Ik begrijp niet dat er van de jaren 50 en de jachtclub zo weinig historie en foto’s aanwezig zijn.
Juist vanaf 1950 werd de club erg populair en met mijn familie ging ik daar bijna ieder weekend naar toe. En soms was het zo druk dat je geen plaats kon vinden.
In Februari ’52 sloot ik mij bij de Zeeverkenners aan die daar bij de jachthaven een clubhuis hadden. Iedere zaterdag middag was er een bijeenkomst waar wij de padvinderij manier van b.v. vlag hijsen waren aan het oefenen aan de vlaggenmast vóór het jacht club gebouw en voor onze zwemproef moesten we vanaf de jachthaven helemaal naar het eind van de pier zwemmen……..met kleren en schoenen aan!
Het kanaal vanaf de jachthaven opstrooms lag toen vol met half gezonken oorlogs wrakken van het opruimen en het uitdiepen van de haven om als oud ijzer verkocht te worden. Wij natuurlijk mee slopen – bronzen navigatie instrumenten enz.
De padvinderij had ook twee Vrijheid klasse zeilbootjes waar we vaak mee naar de Duizend eilanden (o.a. Onrust en Leiden) zeilden en daar overnachtten.
Daarnaast waren er altijd speedboat en zeil wedstrijden (b.v. Draken klas) waarvan de schippers ons als bemanning wilden hebben, terwijl hun familie als toeschouwers op het terras zaten.
Dit ging door tot 1958 waarna, toen door een brand het jachtclub gebouw tijdelijk gesloten was, totdat het later in gedeeltelijke omgebouwde vorm een restaurant werd.
Toevallig was ik mijn foto’s van deze tijd aan het scannen om aan een mederedacteur hier op Java Post te zenden. Deze persoon heeft mij alreeds zijn foto’s van zijn ‘ontgroening’ bij de Zeeverkenners gezonden, wat ook op de jacht club gebeurde, gestuurd. (lees AB Ms Tawali maart 1942 op Java Post)
Zelf denk ik dat er veel meer gegevens en betere foto’s van na oorlogse jaren te vinden zijn in privé familie collecties in NL
Please note, de foto van “Zandvoort jaren 1950” klopt niet. We reden toen al niet meer in 1925 Model T Fords rond 😄 en de ingang en de ‘pagar’ klopt ook niet. De foto is van vóór de oorlog.
Werd in 1952 nog de Nederlandse vlag gehesen bij de Jachtclub??? Kan me niet meer herinneren….
Geen Nederlandse vlag – wel ons eigen vaantje naast de ‘merah-putih‘ wanneer we op het gebied waren.Ook geen racistische bordjes met wie niet op het terrein mochten komen.
In Nederland is het de vriendelijke gewoonte ook de vlag van een bezoekend schip te hijsen.
Dank, Bill, voor deze aanvullingen.
De laatste foto heb ik naar boven verplaatst.
Beste Bill,
Ik heb thuis diverse foto”s van de jachtclub van mijn vader, hij was naast bestuurslid ook vanaf 1953 t/m 1955 de Sinterklaas die in Djakarta aan kwam en ook met de verenigingsdraak H22 bij de jachtclub arriveerde, daarnaast zat hij ook in de organisatie van de zeeverkenners meen ik mij te herinneren.
Beste Wim
De aankomst van Sinterklaas op een ‘draak‘ op de Jachtclub kan ik me nog goed herinneren. Alhoewel de naam ‘Ter Horst‘ ergens een klokje luid, ken ik je vader niet.
Onze ‘schippers’ waren Jaap Coobs, een verwoeste padvinder die vlak bij ons in Cideng woonde en Hans Lichthelm van de KPM die in de KPM flats in Kebajoran Baroe woonde.
Beide waren bridge kennissen van mijn ouders.
Ik denk dat onze vaders elkaar wel kenden. Mijn vader was bij de Java Bode en o.a. organiseerde ook hun Sinterklaas feestjes waarbij ik dan Zwarte Piet speelde en werd In een volg-stoet boven op een reclame/bestel wagen met een grote doos met ‘cadeautjes‘ door Weltevreden (Jakarta Pusat) gereden – begin punt Molenvliet (Hajam Wuruk) – eindpunt Teresiakerkweg in Menteng. Ik weet niet wie ’mij Sinterklaas’ was.
Kan natuurlijk ook mogelijk zijn dat er meerdere ‘Sinterklazen met Pieten’ waren.
Ik denk dat ik toen als ZP veiliger was In Jak. dan nu in NL zou zijn……
Heb ook veel familie foto’s bij de Jachtclub.