De ‘witte hadji’ Snouck als avonturier

Christiaan Snouck Hurgronje

Deze islamoloog en arabist was een van de eerste westerlingen die doordrong in Mekka. Later streek hij voor onderzoek neer in Java en Atjeh. En steeds weer schreef hij voorbeeldige etnografieën.

Door Dirk Vlasblom

Snouck Hurgronje in Mekka

Philip Dröge heeft een scherp oog voor intrigerende, weinig bekende stukjes geschiedenis dicht bij huis. Dat bleek eerder uit zijn boeken Moresnet (2016), over dat vergeten buurlandje van Nederland, en De schaduw van Tambora (2015), een huiveringwekkend verhaal over de vulkaanuitbarsting van 1815 in Nederlands-Indië. Met Pelgrim, een biografie van de Leidse islamoloog en arabist Christiaan Snouck Hurgronje, heeft hij alweer een boeiend onderwerp te pakken dat niet is opgenomen in de vaderlandse geschiedeniscanon. 

Bij zijn dood gold Snouck Hurgronje (1857-1936) in Nederland als een groot man, wegens zijn verdiensten voor de wetenschap en zeker ook voor de stabiliteit van de kolonie Nederlands-Indië. Omdat hij wetenschappelijk adviseur was geweest van generaal Van Heutsz, de bedwinger van Atjeh, is hij in het postkoloniale tijdperk in een wat minder gunstig daglicht komen te staan.

Zo niet in Leiden, zijn alma mater, waar zijn grote kennis van de islam werd overgedragen op nieuwe generaties studenten. De 150ste verjaardag van zijn geboorte, in 2007, was aanleiding voor een herdenking van deze illustere alumnus, met een tentoonstelling en de eerste Nederlandse uitgave van Mekka, een standaardwerk van Snouck uit 1888. Hij was een van de eerste westerlingen die – in 1885 – wisten door te dringen tot de heilige stad van de islam, verboden gebied voor niet-moslims.

Dat hij zich voor deze gedurfde onderneming bekeerde tot de islam is niet altijd begrepen. Dat hij zijn tocht liet faciliteren door de Nederlandse autoriteiten al evenmin. Het consulaat in Jeddah zat dringend verlegen om informatie over het doen en laten van pelgrims uit Nederlands-Indië tijdens de hadj, de jaarlijkse bedevaart. Die smeedden daar mogelijk opstandige plannen tegen het bewind in Batavia. De consul en zijn superieuren in Den Haag zochten een loyale vaderlander met een diepgaande kennis van de islam en de Arabische taal. En daar was de 28 jaar jonge Snouck, een arabist die in 1880 was gepromoveerd op Het Mekkaansche feest, een studie van de hadj.

De Ka´aba in Mekka

Exotisch karakter

In de ondertitel van zijn boek zet Dröge (1967) zijn personage neer als ‘wetenschapper, spion, avonturier’. De lezer krijgt de neiging deze volgorde om te draaien. Dröge heeft Snouck duidelijk niet als onderwerp gekozen om zijn academische merites, maar om diens avontuurlijke levensloop, het exotische karakter van zijn werkterrein en zijn omstreden samenwerking met het koloniale bestuur.

Dröge is een vlot verteller, maar niet heel stijlvast. Soms vereenzelvigt hij zich met zijn personage. Zo is Snouck het hele boek door ‘Christiaan’, als was hij de protagonist van een roman. Als Dröge de besnijdenis van Snouck beschrijft, kijken we mee naar de Arabische barbier en naar de lappen om het bloeden te stelpen. De nadering van Jeddah, als Christiaan zich op het snikhete dek bevindt van het stoomschip Prins Hendrik, wordt al even inlevend beschreven.

Die empathische passages contrasteren sterk met Dröge’s analyse van Snoucks drijfveren. Op die momenten blijkt de biograaf een verrassend lage dunk te hebben van zijn held. ‘Hoezeer hij vreemde volkeren en culturen ook interessant vindt, de Indonesiërs en Arabieren blijven voor hem objecten die je kunt bestuderen, geen individuen tegenover wie hij maar enige verantwoordelijkheid voelt. Hij kan heel sociaal en vriendelijk zijn, maar dat is slechts een trucje om zijn onderzoek te vergemakkelijken.’ Daar kan Christiaan het mee doen.

Na het Mekkaanse avontuur verlegt Snouck zijn werkterrein naar het Oosten. In 1888 gaat hij onderzoek doen naar ‘instellingen van de islam in Nederlands-Indië’, het land met de grootste moslimbevolking ter wereld. Eerst verdiept hij zich tijdens een rondreis in de islam op Java, waar hij als ‘witte hadji’, een unicum in die dagen, in hoog aanzien staat.

Maar eigenlijk wil hij naar Atjeh, dat hem in gesprekken met Atjehse pelgrims is gaan fascineren. In deze vrome islamitische landstreek in het uiterste noorden van Sumatra stuit het Nederlandse gezag op taai verzet bij zijn pogingen het oude sultanaat in te lijven bij de kolonie. In 1890 krijgt Snouck toestemming van de gouverneur om onderzoek te doen in Atjeh. Na een verblijf van een half jaar concludeert hij dat er in het rebelse gebied twee groepen machthebbers zijn: de traditionele hoofden (uléëbalang) en de machtige schriftgeleerden (ulama). Zij hebben niet dezelfde belangen. Zo schaadt de vooral door ulama geleide guerrilla de peperexport van de hoofden. Snouck adviseert toenadering te zoeken tot de laatste en de legertjes van de ulama juist ‘hard te slaan’.

Zijn conclusies stuiten aanvankelijk op weerstand in Batavia, maar in 1898, na een uitputtende en uitzichtloze guerrillaoorlog van meer dan een kwart eeuw, doet de militaire gouverneur van Atjeh, Van Heutsz, een beroep op Snouck. Hij wordt diens ‘wetenschappelijke adviseur’. Als de nieuwe eeuw aanbreekt, is het verzet op zijn retour en kiezen steeds meer hoofden de kant van Nederland.

Gekonkel in de kolonie

Snouck Hurgronje op latere leeftijd

Dröge besteedt veel pagina’s aan het politieke gekonkel in de kolonie en de behendige manier waarop Snouck daarop inspeelt om zijn onderzoeksagenda uit te kunnen voeren én het beleid te beïnvloeden. Maar de wetenschapper Snouck Hurgronje komt er bij Dröge wat bekaaid vanaf. Hij noemt diens grote boeken – Mekka (1888), De Atjehers (1893-94) en Het Gayoland en zijn bewoners (1903) – in het nawoord diens ‘meest waardevolle erfenis’. Toch maakt hij niet duidelijk wat de wetenschappelijke betekenis van zijn hoofdpersoon is geweest.

De genoemde boeken zijn voorbeeldige etnografieën. Zo schetst Snouck een onthullend beeld van het pre-Saoedische Mekka, bestuurd door Hasjemitische sjarifs en Turkse pasja’s, waar de ‘buren van Allah’ (de Mekkanen) de ‘gasten van Allah’ (de pelgrims) schaamteloos uitzuigen. De heterodoxe islam van Atjeh, waarin soennitische, sji’itische en pre-islamitische tradities waren verweven, was nooit eerder zo compleet beschreven. En het bergvolk van de Gayo in het binnenland van Atjeh was nimmer door een westerling bezocht, laat staan beschreven.

Lang voordat veldonderzoek gewoon werd, leerde Snouck de talen van de gemeenschappen die hij bestudeerde, ging hij er wonen en vormde hij zich een beeld uit eigen observaties en gesprekken. Snouck beschikte over een uitzonderlijk waarnemingsvermogen en wist snel door te dringen in de sociale mechanismen en machtsverhoudingen van samenlevingen die hij nooit eerder had bezocht.

Dat Dröge ‘duikt in het vergeten leven’ van Snouck, zoals te lezen is op de achterflap van Pelgrim, gaat wat ver. Een belangrijk deel van dat leven, dat een derde van deze biografie beslaat, is Snoucks verblijf in Jeddah en Mekka. Die episode is al in 2007 uitvoerig beschreven aan de hand van nieuw archiefonderzoek door de Leidse arabist Jan Just Witkam. Hij schreef een inleiding van 175 pagina’s bij zijn vertaling van Snoucks Mekka, het Duitse origineel uit 1888. Dröge zegt in zijn nawoord alleen dat Witkam deze editie ‘zeer zorgvuldig heeft geannoteerd’.

 

Philip Dröge: Pelgrim. Leven en reizen van Christiaan Snouck Hurgronje. Wetenschapper, spion, avonturier. Spectrum, 360 blz. € 19,99

Dit artikel verscheen eerder in NRC, 1 februari 2018.

Dit bericht werd geplaatst in 9. Java Post. Bookmark de permalink .

70 reacties op De ‘witte hadji’ Snouck als avonturier

  1. Wal Suparmo zegt:

    Snouck Hurgronje is een overgrootvader van onze vriend wijlen Surya Atmadja. Hij praat d’r niet graag over omdat hij zijn vrouw en kinderen zo maar in Indie had verlaten om voor de derde keer trouwen met een domineesdochter in Holland.

    • Bill Zitman zegt:

      “onze wijlen vriend Surya Atmadja” enz. Waar heb je dit vandaan? Zo komen praatjes de wereld in….of wees duidelijker en vermeld je bron!

    • Bill Zitman zegt:

      @Wal Suparmo
      Kenapa kita tidak melihat balasanmu? Je bent altijd zo vlot met reageren, maar nu we vragen van welke informatie en voor welke reden je dit verhaaltje geschapen hebt, horen we niets meer.
      Toevallig zit ik in Jakarta en heb je belediging met de broer van “onze wijlen vriend” besproken en o.a. ook hun stamboom bekeken.
      Je hele reactie hierboven is uit je duim gezogen…..maar waarom?

      • hansvschaik zegt:

        Bill, woont die broer nog steeds op de Jalan Tanah Abang ii ? (vroegere laan Trivelli)?

      • Bill Zitman zegt:

        @ hansvschaik
        Het ouderlijk huis in Laan Trivelli was 3 jaar geleden verkocht, maar zijn broer woont net om de hoek in Cideng. Ze hadden Laan Trivelli sinds 1953 in de familie – de ouders allebij hoogleraren en gemengd huwelijk, moeder Soendanese en de vader van Banten precies zoals we al wisten. Hans, zouden we elkaar kunnen ontmoeten in Zoetermeer vanaf 18 mei tot 9 juni?

      • hansvschaik zegt:

        Bill, je vraagt me of ik tussen 18 mei tot 9 juni naar Zoetermeer kan komen.
        Dat weet ik nu nog niet, want ik ben net uit het ziekenhuis (ben nog herstellende van een lichte beroerte -stroke). Zoals je weet heb ik gewoond op laan de Riemer (29, huis bestaat niet meer) = nu jl Tanah Abang III. Ik ben in 1944 geboren te Batavia.
        Hartelijke groet, Hans

      • Bill Zitman zegt:

        Hans, ik wilde je uitnodigen om als onze gast op de CAS Reunie (19 mei) te komen, maar we kunnen je ook opzoeken. Schrijven we nog wel over!

  2. Walter zegt:

    Buitengewoon interessant

  3. Jan A. Somers zegt:

    Snouck Hurgronje wist de Indische overheid te overtuigen dat de onderhandelingen met de Atjeese vorsten altijd op niets zouden uitlopen.
    Tijdens het VOC-bewind, maar ook in de 19e eeuw werden afspraken gemaakt met de vorsten, bezegeld met een contract, een verdrag in volkenrechtelijke zin. Deze verdragen werden vaak niet nagekomen, en na een veelal bloedige terechtwijzing werd dan een nieuw verdrag van vrede en vriendschap gesloten. Afgezien van zo af en toe een bezwering op de Bijbel en Koran, speelde religie in die verdragen met de inheemse vorsten nauwelijks een rol. In Atjeh hadden de vorsten weliswaar macht over hun onderdanen, het gezag berustte echter bij de religieuze leiders en plaatselijke volkshoofden, de oelama’s en de oelèëbalang. Er was nauwelijks nog sprake van vorstelijke macht, de religieuze leiders hadden de jihad uitgeroepen. De heilige oorlog tegen het op westerse leest geschoeide Nederlands-Indische leger, een strijd die door geen van beide partijen kon worden gewonnen. Handhaving van recht tegenover een martelaarsplaats in het paradijs. Waarbij het regelmatig terugkerende gezichtsverlies van de Nederlanders het verzet van de Atjeërs alleen maar aanwakkerde.
    De religieuze achtergrond van het verzet van de Atjeërs werd in 1892 door Snouck Hurgronje in het ‘Verslag omtrent de religieus politieke toestanden in Atjeh’ beschreven. In dezelfde tijd verscheen van de hand van generaal Van Heutsz ‘De onderwerping van Atjeh’. Snouck Hurgronje was antropoloog en arabist, was moslim geworden en zelfs hadji, en sprak met de Atjeërs in hun eigen taal waardoor hij hun vertrouwen genoot. In zijn hiervoor genoemde verslag voor de Nederlandse regering, in 1893 omgewerkt tot ‘De Atjehers’, beschreef hij, uitgaande van de ceremoniële positie van de sultans en andere vorsten en het feitelijke gezag van de oelama’s en de oelèëbalang, wat er met het beleid in Atjeh allemaal mis was gegaan. Ondanks grote verschillen tussen beide geschriften, maar ook tussen beide persoonlijkheden, kwamen Van Heutsz en Snouck Hurgronje tot een ongeveer gelijke conclusie. Hiermee zou er een eind aan de oorlog komen.

  4. van den Broek van een andere generatie zegt:

    Het volgende citaat geeft toch een éénzijdig en gekleurd beeld van de persoon Snouck Hurgronje, : ……. Omdat hij wetenschappelijk adviseur was geweest van generaal Van Heutsz, de bedwinger van Atjeh, is hij in het postkoloniale tijdperk in een wat minder gunstig daglicht komen te staan…..

    Snouck Hurgronje was toch iets meer als wetenschappelijk adviseur van Van Heutz. Hij gebruikte zijn wetenschappelijke prestige om de politiek in Nederlands Indie te bepalen, dat is dus iets anders als wetenschappelijk advies.

    Zijn adviezen vormden de grondslag voor het van regeringswege uitgegeven tweedelige werk De Atjèhers (1893-1894ì). Hij bepleitte een ommezwaai in de Atjèh politiek, te weten het opgeven van de afwachtende houding en KRACHTDADIG breken van het verzet in geheel Atjèh en onderhorigheden.
    De uitvoering van deze taak werd in 1898 op Snoucks aandringen opgedragen aan kolonel J.B. van Heutsz, die zich bij de operaties in Groot-Atjèh zeer had onderscheiden.

    Aan menige door Van Heutsz geleide operatie nam Snouck persoonlijk deel, en enkele aanmerkelijke successen waren alleen aan door hem ter plaatse verkregen inlichtingen te danken, hij was een echte informant.

    Ter bereiking van de pacificatie van Atjeh, zou bestuurlijke bijstand evenwel niet kunnen worden ontbeerd. Deze taak kreeg Snouck, inmiddels in april 1898 tot adviseur voor Inlandse en Arabische Zaken benoemd, te vervullen. Een groot gedeelte van de jaren 1898-1901 vertoefde hij daartoe in Atjèh.

    Het aantal slachtoffers aan inheemse zijde spreekt boekdelen over de kwalijke rol van Snouck Hurgronje. Hij mag best op gelijke voet behandelt worden als Van Heutz

    • Jan A. Somers zegt:

      “toch iets meer als wetenschappelijk adviseur” Gelukkig zijn er altijd nog mensen die vanuit hun formele functie meer doen dan alleen het hun opgedragen werk. De wereld zou er anders veel slechter bij staan. Zelf was ik bij TNO aangesteld als wetenschappelijk onderzoeker. Maar dan doe je toch van alles en nog wat, zaken die je als nuttig voorkomen en anders blijven liggen? Je gaat toch niet afwachten tot er wat gebeurt? En soms veel leuker en belangrijker is dan het werk waar je oorspronkelijk voor bent aangesteld.

    • George zegt:

      When I reflect upon the characters and attainments of some of the General officers of this army… on whom I am to rely…..I tremble; and, as Lord Chesterfield said of the Generals of his day.”I only hope that when the enemy reads the list of their names he trembles as I do”. See Arthur Wellesley. Duke of Wellington, military dispatch, 1810.

  5. van den Broek van een andere generatie zegt:

    Hallo,Snouck Hurgronje heeft bloed aan zijn handen, dat is toch wel at anders , dan wat onschuldig wetenschappelijk werk doen, dat is toch niet waardevrij. Hij zette zich toch wel politiek in. Dan is hij toch sturend bezig?

    Ik kwam vaak op de fiets van huis naar school (Christelijk Lyceum Delft) langs het TNO-terrein aan de lage Kleiweg. Wat voor experimenten ze daar op dieren doen is me altijd een vraag gebleven. dan ga je toch leukere en nuttige dingen doen.

    • Jan A. Somers zegt:

      “Dan is hij toch sturend bezig?” Gelukkig heeft hij die mogelijkheid gegrepen. Dat herinner ik me nog van mijn eigen werk, meestal als uitvloeisel van je eigen werk. Als hij die kans niet zou hebben gegrepen zou er nog meer bloed zijn gevloeid, de oorlog tegen de verkeerde mensen. Dat gebeurde ook in de bersiap. Afspraken met het stadsbestuur werden niet nagekomen door de bersiappers, en de politie deed niets. Afgesproken evacuatieritten werden verlinkt, die ritten werden aangevallen. De Brits-Indische chauffeurs waren het zat als schietschijf te dienen en gingen toen hun eigen weg. Niks afspreken, gewoon ergens in een wijk iedereen uitnodigen die mee wilde, volle bak, wegrijden. Kwamen altijd ongeschonden aan in Perak. Ook later, afspraken met de Indonesische onderhandelaars werden niet geaccepteerd door de TNI en de strijdgroepen.
      “op de fiets van huis naar school (Christelijk Lyceum Delft) langs het TNO-terrein aan de Lage Kleiweg.” Dan moest u wel met het pontje over, het CLD (Delftweg) was toen nog aan de andere kant van de Vliet. In de TNO-vestiging aan de Lange Kleiweg was o.a. het Primatencentrum gevestigd. Daar werden dierproeven gedaan die elders niet mochten/konden worden gedaan. In al die andere laboratoria mochten voor dierproeven hooguit muizen, ratten, en cavia’s worden gebruikt. Die primaten waren een essentiële schakel in het geneesmiddelenonderzoek. Maar er werd ook gedragsonderzoek verricht. Daar was ook het Biochemisch Laboratorium van TNO gevestigd. In die vestiging werd ook onderzoek verricht naar detectie en afweer van strijdgassen. De directeur, dhr. Ooms, ging met zijn externe contacten vaak buiten zijn boekje, zoals zo vaak bij TNO. Dat heeft internationaal veel waardering opgeleverd, tot in de Veiligheidsraad, en het voorzitterschap van een vaste VN-commissie. De voorzitter van de onderzoekcommissie naar het gebruik van gifgassen in Syrië is dan ook een Nederlandse. Toegang was strikt geheim. Als ik moest tekenen in het register zei de portier, mij kennend, kruisje mag ook.
      In datzelfde complex zat ook het Adviesbureau der Genie. Dat was o.a. het centrale rekencentrum voor de krijgsmacht, bemand (vrouwen waren er toen niet bij) met pas afgestudeerde wiskundigen die daar hun dienstplicht vervulden. Daar heb ik plezierig mee samengewerkt bij het grote internationale onderzoek naar bodemverontreiniging met minerale olie. Zelf werkte ik bij het Instituut voor Gezondheidstechniek TNO, begonnen in een oud herenhuis in Den Haag en daarna verhuisd naar het TNO-complex Zuidpolder in Delft.

  6. van den Broek van een andere generatie zegt:

    
De laatste Atjeh-oorlog, kan met recht een dieptepunt uit de Nederlandse koloniale geschiedenis genoemd worden. Ongeveer 100.000 inheemsen werden gedood.
    De oorlog kende vele dieptepunten, zoals de oorlogsmisdaden die met medeweten van van Heutsz (1851-1924), door Nederlandse militairen zijn gepleegd. Uiteindelijk was hij als hoogste militair en later Gouverneur daarvoor verantwoordelijk.

    Een klokkenluider schreef hierover, maar de potentaten snoerden deze Fanoy de mond. Ik citeer :
    ‘In voorkomende gevallen doodt men zelf vrouwen en kinderen’, schreef Fanoy in zijn ontslagbrief die op het ministerie van Koloniën belandde. ‘Gevangenen worden gemarteld en zonder enige vorm van proces geëxecuteerd, allemaal met medeweten van Van Heutsz. Het is onverenigbaar met mijn geweten om nog mee te doen met zulke operaties.’
    De brief verdween uiteindelijk in de doofpot en Fanoy kreeg een onbeduidend kantoorbaantje in Batavia.” Waren dit excessen of was er sprake van structureel geweld?

    De kwestie is het volgende: aangezien Snouck Hourgronje zelf meeging op expeditie, in hoeverre was hij betrokken bij deze oorlogsmisdaden? Deze man kon na zijn verblijf in Atjeh als gerespecteerd en gevierde Professor rustig zijn wetenschappelijk ambt uitoefenen in Leiden. Ook hij had wat groots verricht in het verre Nederlands Indie. Voor veel minder zijn andere mensen aangeklaagd en door de publieke opinie veroordeeld.

    • Jan A. Somers zegt:

      Waar en wanneer is er een aanklacht tegen hem ingediend? Gevonnist? Zo niet, hoe weet u dan dat hij oorlogsmisdaden heeft gepleegd?

  7. van den Broek van een andere generatie zegt:

    Heer Somers, ik dacht dat U Rechten heeft gestudeerd, maar dat heb ik verkeerd begrepen. Ik heb geschreven ,,hij was betrokken bij….”. wellicht weet U wat dat betekent, het Nederlands van mij laat soms te wensen over….

    Geeft niet hoor. Kijk U even naar oorlogsmisdaden zoals gedefinieerd tijdens WO2 en terugwerkend toegepast bij het Neurenberger Oorlogstribunaal.

    Dhr Somers wilt dus in het verlengde beweren dat Hitler geen oorlogsmisdadiger was, omdat hij niet voor het gerecht is gedaagd (aanklacht en veroordeling etc.). Dat geeft een hele nieuwe kijk op de geschiedenis. Wellicht mijn dom antwoord op die toch wel intelligente vraag. zoals dhr Somers e.e.a. wel kwalificeert.

  8. Jan A. Somers zegt:

    “,,hij was betrokken bij….”. ” Tja, het gaat om de puntjes. Als ik zou schrijven dat u was betrokken bij de moord op uw vrouw? Betrokken zijn is in Nederland mogelijk al aanleiding tot aanhouding en ondervraging. En Hitler was al dood, en als er geen persoon is die kan worden vervolgd, wordt er niet vervolgd. De nog levenden werden wel vervolgd en veroordeeld. En dat u mij toedicht dat “dus in het verlengde beweren dat Hitler geen oorlogsmisdadiger was, omdat hij niet (…)” is uw prietpraat. Ik zal dat nooit kunnen beweren omdat hij nooit is vrijgesproken of van vervolging ontslagen. Ik kan hem hoogstens een heel akelige man vinden. Maar dat was Alva ook! Is die overigens veroordeeld voor zijn verantwoordelijkheid? Als u schrijft: “was hij als hoogste militair en later Gouverneur daarvoor verantwoordelijk.” Is al zwaar genoeg. Was hij verantwoordelijk voor oorlogsmisdaden? Op zich al een zware beschuldiging!
    “en door de publieke opinie veroordeeld.” Tja, dat getwitter.

  9. van den Broek van een andere generatie zegt:

    In de val getrapt.

    Neem nou bijvoorbeeld dhr Hirohito. Volgens de Somers redenering ook geen oorlogsmisdadiger, maar een heel akelige man.
    En Hirohito was niet dood, en als er een persoon is die kan worden vervolgd, wordt er niet vervolgd (verificatiebeginsel).

    Ik kan soms wel glimlachen om zijn wel doordachte uitspraken.

    • Jan A. Somers zegt:

      “bijvoorbeeld dhr Hirohito.” U was wel in de gelegenheid het OM te verzoeken deze man te vervolgen. Is dat al gebeurd? Een rechter zoekt niet zelf z’n klantjes uit. Maar misschien doet u zo’n verzoek wel gaande uw bersiap-onderzoek. Daar bent al een heel eind in.

  10. van den Broek van een andere generatie zegt:

    Een verzoek om een dode man, weliswaar een hemelse zoon te vervolgen lijkt me onbegonnen werk.
    Een rechtszaak naar burgerlijk rechtigen tegen bvb de Indonesische Staat is weliswaar een niet uit te sluiten optie maar een niet voor de hand liggend keuze.

    Mijn onderzoek naar de Bersiap staat nog in de kinderschoenen. Ik vul niet al te zeer in het wilde weg gegevens in een database.

    • Jan A. Somers zegt:

      “lijkt me onbegonnen werk.” Inderdaad! Zoals u weet, of redelijkerwijs had kunnen weten, is vervolging alleen mogelijk in te stellen tegen een persoon. Maar bij zijn leven had dat door u dus best gekund, maar dat is niet gebeurd. En hier is er nu geen persoon meer. Overigens heeft indertijd bij de berechting voor oorlogsmisdaden van Japanse personen niemand een vervolging ingesteld tegen Hirohito. Kennelijk niet interessant. Ook is de heer Soekarno nooit vervolgd voor zijn medewerking aan de werving en arbeid van romusha’s. Kennelijk ook niet interessant. Eigenlijk wel fijn dat al die lui al dood zijn. Geeft rust in de tent. Kunnen we weer gewoon vooruit. Natuurlijk kunt u een vervolging instellen tegen de Indonesische staat. Er was tijdens de bersiap weliswaar geen Indonesische staat, maar een NLM houdt zijn verantwoordelijkheid over daden, gepleegd in gebieden toentertijd ‘under Effective Control’, ook na realisatie van hun doelstelling, de staat Indonesië. Er zijn vanuit Indonesië toch ook vervolgingen ingesteld tegen de Nederlandse staat? Voor mij hoeft het niet hoor. Het staat in de boeken in mijn boekenkast. lekker rustig. Ik zou al blij zijn met een echt bersiapbankje.

      • van den Broek van een andere generatie zegt:

        Bovenstaande is wel een wat oppervlakkige analyse, wat heet een opeenstapeling van vooroordelen en veronderstellingen?

        Een aanklacht tegen dhr Hirohito had wellicht zin gehad tijdens zijn controversiële staatsbezoek in Nederland, maar toen liep ik nog in mijn korte broek rond. Daargelaten dat ik geen belanghebbende ben zoals Jeffry Pondaag, maar dat begrijpen alleen advocaten.
        Wellicht had iemand van de Totoks een aanklacht kunnen indienen , zij waren toch de meerderheid tijdens de Japanse bezetting, maar die is waarschijnlijk door het Nederlands establishment tegengehouden, vanwege de zakelijke belangen zoals KLM-landingsrechten.Nederland had veel te verliezen.

        Het is opmerkelijk, dat het Indo’s waren die openlijk ageerden zoals bij het bezoek van de Japanse premier Kaifu (het boeket-incident) en de actie tegen Lubbers (het dubbele ei-incident) , Indo’s hadden weinig, dus weinig te verliezen.

        Als een aanklacht tegen Hirohito was doorgezet, dan had ik wel willen zien of dat staatsbezoek in 1971 was doorgegaan. Vergelijk dat eens met het voorgenomen staatsbezoek van de Indonesische president SBY. De RMS had een aanklacht tegen hem ingediend. die weliswaar door de Rechtbank werd afgewezen, maar om gezichtsverlies te vermijden zegde SBY het staatsbezoek af terwijl zijn regeringsvliegtuig taxiede op de landingsbaan van Jakarta. Dhr Hirohito weet wat gezichtverlies is en had zeker garanties gekregen van de Nederlandse regering dat geen klachten zouden worden ingediend tegen hem als oorlogsmisdadiger. Dat blijkt wel.
        De Indonesische president Megawati, dochter van een collaborateur, dacht er helemaal niet aan Nederland te bezoeken. Kennelijk niet interessant genoeg voor de zakelijke belangen.

        De uitspraak over het bestaan van Indonesië tijdens de Bersiap spreekt boekdelen. Als ik zou moeten kiezen tussen dhr Somers of mevr. Zegveld als pleitbezorger, dan kies ik voor de blauwe ogen van Mevrouw de advocaat.

      • R Geenen zegt:

        @Het is opmerkelijk, dat het Indo’s waren die openlijk ageerden zoals bij het bezoek van de Japanse premier Kaifu (het boeket-incident) en de actie tegen Lubbers (het dubbele ei-incident) , Indo’s hadden weinig, dus weinig te verliezen. @

        Twee jaar later heeft meneer Lubbers de heer Gerrit van der Schuyt, want die gooide het ei, uitgenodigd tot een gesprek. Hij wilde de redenen weten van het protest. Na het verhaal gehoord te hebben, zei Lubbers dat hij dat allemaal niet wist. Over kennis van Indische gebeuren gesproken.

      • Jan A. Somers zegt:

        ” (het boeket-incident) en de actie tegen Lubbers (het dubbele ei-incident) , ” Een beetje zielig. Maar in ieder geval weer eens wat anders dan rendangrecepten vergelijken.
        “dan kies ik voor de blauwe ogen van Mevrouw de advocaat.” goeie keus!!! Bij mij hoeft u overigens ook geen moeite te doen, ik ben advocaat noch procureur, en kan u dus niet van dienst zijn. En zo’n honorarium heb ik ook niet nodig. Ik ben een tevreden, gepensioneerd mens. Hoef dus ook niet zo hijgerig te doen. Voor af en toe wat kakelen ben ik gelegitimeerd, ik heb mijn eieren gelegd.
        “spreekt boekdelen.” Heeft u in die boeken wel eens gezocht naar het lidmaatschap van de staat RI bij de VN? Als u even verder neust vind u wel het lidmaatschap van de staat RIS, maar dan bent enkele jaren verder. Die bersiap heeft niet zo lang geduurd. Voor Soerabaja .globaal tussen 29 september en eind november 1945. Met de feitelijke moordpartijen vanaf ca, 15 oktober 1945.

  11. van den Broek van een andere generatie zegt:

    Het lidmaatschap van de VN! Sinds wanneer is de Volksrepubliek China lid van de VN? 1971, daarvòòr bestond China zeker niet!! Kom nou Heer Somers, even doordenken en dan pas wat kakelen. Het eierleggend laten we over aan de kippen zonder kop.

    Aangezien ik geen belanghebbend ben, noch persoonlijk schade heb geleden in de Bersiaptijd, noch in mijn rechten aangetast ben in de Bersiaptijd, kan ik volgens geldend Nederlands Recht geen aanklacht in een Civiel proces aangaande Bersiap indienen. Ik dacht dat Jeffry Pondaag, Vz van de Stichting Ereschulden Nederland eerst zelf een aanklacht indiende, maar door de Rechter werd teruggefloten. Toen heeft hij weduwen uit Rawagede een aanklacht laten indien en met succes, zie ook:
    https://javapost.nl/2015/02/03/indonesische-vechtjas/#more-9402

    Over een aanklacht tegen de Indonesische Staat heeft Mevr. Zegveld in Moesson van Augustus 2016 (zit in mijn database met een link naar het artikel) het volgende gezegd:
    ……”Je kunt Indonesië niet verantwoordelijk houden wanneer het toen niet bestond (lijkt me heel logisch) Alleen als je aanvaardt dat Indonesië inderdaad een soeverein land was vanaf 1945 , dan zou je bij Indonesië uit kunnen komen. Juridisch gezien zijn er twee kant: Ofwel Indonesië bestond in 1945 en dan is Indonesië nu verantwoordelijk voor wat die bendes toen deden. …..”
    Je dient …..”wel aan te tonen dat er een lijn is te trekken tussen de bendes van toen tot het huidige regime…”.

    Zelfs een leek die geen Rechten heeft gestudeerd begrijpt deze toch wel logische redenering. .

    En hoe lang de Bersiap heeft geduurd? Daarover geeft mijn database een steeds duidelijker en ander antwoord dan sommige goedgelovige mensen menen te denken.

    Hijg, hijg.

    • Jan A. Somers zegt:

      Even kort, want ik ben met leukere dingen bezig. “Ofwel Indonesië bestond in 1945” Maakt niks uit. De entiteit Republiek Indonesië had sinds 17 augustus 1945 effective control over die gebieden, zelfs over heel Java en een groot deel van Sumatra. En is daarmee verantwoordelijk, die overgaat op de naderhand gevormde RIS. Zie bijvoorbeeld M.N. Shaw, International Law, Hoofdstuk 5, The subjects of International Law, de paragrafen Insurgents and Bellligerents, en National Liberation Movements (NLMs). Maar ik dacht ook in de Geneefse Rode Kruisverdragen. Even beperkt tot Soerabaja: Op 3 september 1945 werd een Indonesisch bestuur gevestigd, de Pemerintah Republik Indonesia Daerah Soerabaja, en de bevolking werd opgeroepen de Japanse vlaggen te vervangen door de rood-witte vlaggen van de Republiek. Een bekendmaking van de Kenpeitai, dat het gezag tot de komst van de geallieerden in Japanse handen bleef, werd genegeerd. Diverse grote demonstraties vonden plaats waarbij opgeroepen werd te strijden tegen de Japanners en de Nederlanders, en de overname werd geëist van belangrijke gebouwen. (…) Op 10 september werden door het republikeinse bestuur voormalige leden van de Peta en de Heiho opgeroepen zich te melden, waarna zich een groot aantal strijdgroepen vormde. Shibata kreeg van Huyer de opdracht voorbereidingen te treffen voor de komst van de geallieerde troepenmacht. Shibata riep direct 3000 man terug uit Poedjon, zij werden echter bij aankomst op het station door pemoeda’s gevangen genomen. Nog dezelfde avond werd door een groep voormalige Peta, Heiho en Seinendan-soldaten een actieplan opgesteld: het mobiliseren van het (kampong)volk met de kreet siááááp, het gevangen nemen en ontwapenen van Japanse militairen en het bezetten van de telefoon- en telegraafkantoren. Effective Control! (…) Op 25 oktober landden 4000 man van de 49e Indian Infantery Brigade onder brigade-generaal A.W.S. Mallaby in Soerabaja. De landing werd door de PRI geaccepteerd (Effective Control!) nadat de republikeinse leiders in Batavia op de hoogte waren gesteld (Effective Control!) en de Britten hadden uitgelegd slechts te willen zorgen voor de evacuatie van de geïnterneerden en de Japanse militairen. Over de acties van de Britten werd overleg gevoerd met het gemeentebestuur en de door dat bestuur aangewezen strijdgroepen (Effective Control!). Ik hoefde bovenstaande niet eens te verzinnen, gewoon selecteren, kopiëren, plakken. Werd wel wat saai. U had het al lang zelf kunnen lezen, had mij al die moeite bespaard
      En vóór 1971 was China (niet de Volksrepubliek) al lid van de VN, opgevolgd door diens rechtsopvolger, de Volksrepubliek. En als permanent lid van de Veiligheidsraad (orgaan van de VN) ook gewoon overgegaan. Zo gemakkelijk kan volkenrecht zijn. Nu maar terug naar mijn leuke dingen, de geschiedenis kan de boekenkast weer in.

  12. van den Broek van een andere generatie zegt:

    Wat maakt niks uit!!!!! als ik de Andere partij niet erken, wat voor respect heeft de Andere voor mij. Het is weer één van die hoogdravende, arrogante uitspraken van een Grote Boeng. Wil ik in gesprek komen met Indonesiērs dan dienen we toch op gelijk niveau te staan of gaan we op de neo-koloniale toer door te ontkennen dat ze na 17 Augustus 1945 en vòòr 27 December 1949 niet bestonden, althans dat denken die ex-kolonialen, een vorm van neokolonialisme avant la lettre (colonial mind set) Vandaar dat we tot op heden niks zijn opgeschoten in het begrijpen van de Bersiap,

    Anders is effective control toch relevant? vertel dat maar aan de Bersiapslachtoffers.
    Wellicht is het sommigen opgevallen dat het woord Effective Control in de Rechtszaken waarbij Indonesische slachtoffers betrokken waren geen enkele rol speelde, althans in de vonnissen wordt daarover met geen woord gerept. De landsadvocaat was zo slim deze valkuil of beter gezegd slangenkuil te vermijden. Dat zou ik op goed advies wel dienen te doen, ja, ik ben gekke Henkie.

    Waar ik steeds mee zit zijn de steeds weerkerende gebeurtenissen bij Bersiapgevallen rondom het begin van Oktober 1945.
    Eind September 1945: Brief van Soekarno aan Mountbatten, Herstel van de koloniale status in Indonesië oproer kan veroorzaken
    1 Oktober 1945 Republikeinse leiders gaven instructie om alle Nederlanders als vijanden te behandelem en hen te interneren. Er wordt opgeroepen tot een voedselboycot.
    2 Oktober 1945 Ir. Sukarno schreef als reactie op verklaring van Gen. Christison (bevelhebber Britse troepen in Ned. Indie) in het dagblad Merdeka dat als de soevereiniteit en onafhankelijkheid van de Republik door de Britten wordt ondergraven, Indonesia geweld zal gebruiken.
    9 Oktober Verklaring i.c. brief van Sukarno waarin hij sprak dat de Indonesich-Nederlandse strijd trekken vertoonden van een rassenoorlog
    10 Oktober besluit van Sukarno om Indo-Europeanen te interneren voor hun bestwil!!! dat is volgens sommigen die onbekende man die tip 17 Augustus op de trappen van een burgerhuis ook wat declameerde!!!!

    Is dit toeval dat deze gebeurtenissen in de Bersiap een veelbetekende rol speelden?
    Meer dan 50.000 Indo-Europeanen worden naar de Interneringskampen getransporteerd of gedeporteerd! Zijn het in wezen geen Concentratiekampen?
    Die volksverhuizing veel op wat nu ethnische zuiveringen worden genoemd, is er zoals Sukarno zegt sprake van Rassenoorlog en dienen we de bijbehorende terminologie te gebruiken? Want zeg nou zelf zaten de Nederlanders , Totoks en Indo-Europeanen om woorden uit die tijd te gebruiken, niet veelal in ghetto’s. Hadden de Japanners niet dezelfde tactiek gebruikt om Nederlandse invloed buiten te sluiten door hen in de oorlog in kampen op te sluiten? hHbben de Indonesiërs niet dezelfde tactiek gebruikt?
    Daarover spreekt Mevr. M. van Delden zelfs niet over over, laat staan dat ze het woord Genocide in de mond neemt. .

    Als ik zou mogen kiezen tussen dhr Somers en Captain & Sinke , dan kies ik toch de Indische speurende ogen van die twee als onderzoekers.

    • Jan A. Somers zegt:

      “Wat maakt niks uit!!!” Had u kunnen begrijpen met een beetje begrijpend lezen. Of deden ze daar op het CLD niet aan? Voor de verantwoordelijkheid maakt het niks uit of je staat bent of NLM met gebieden under effective control. Had u meteen kunnen begrijpen (door mij enkele keren herhaald) dat de RI gezag had over heel Java (zie ook in Javapost ‘De vrijheidstrein’) en grote delen van Sumatra (met de bij dat gezag horende verantwoordelijkheid), maar dat gezag niet effectueerde met de beschikbare politie en PETA. Bovendien met de nog aanwezige Japanse troepen. Maar wel, zoals in Soerabaja, de bersiap uitriep op 29 september 1945. Alleen merkte ik daar aanvankelijk niet zoveel van, tot 15 oktober draaide ik mijn normale melkbezorgingsrondes in het hele gebied tussen Darmo en het Rode Kruis op Toendjoengan. Ja, veel demonstraties en af en toe Japanners tjintjangen, maar als je je er niet mee bemoeide kon je gewoon doorrijden. Verder wacht ik uw eieren maar af.

      • Jan A. Somers zegt:

        ff vergeten. Ik heb bericht ontvangen dat mijn bijdragen aan het grote onderzoek zijn doorgespeeld aan de betrokken onderzoekers en onder de aandacht zullen worden gebracht van onze Indonesische collega’s. Mocht dus weer ff kakelen!

  13. van den Broek van een andere generatie zegt:

    Het probleem van dhr Somers is, dat hij om de hete brij draait. Het sleutelwoord Recognition , Erkenning als internationaalrechtelijk begrip niet in de mond wil nemen, waarschijnlijk de term niet begrijpt althans ik heb niet de indruk dat hij dit begrip bestudeerd heeft.
    Eerst praat hij over Effective Control en even later beweert hij dat de RI ..dat gezag niet effectueerde met de beschikbare politie en PETA. Moet ik dat dan aan Indische dovemansoren uitleggen? Dat is en blijkt wel onbegonnen werk.

    Geef niet want in deze zaak maar ook een rechtszaak waar Bersiapslachtoffers het begin en eindpunt zijn, speelt dit internationaal-rechterlijk begrip geen enkele rol. Hij geeft zelf aan dat hij advocaat noch procureur is, daar is alles mee gezegd.

    • Jan A. Somers zegt:

      Ik houd maar op met uw niet willen begrijpen. En inderdaad zijn er vele Indische dovemansoren. Erkenning is een heel ander verhaal. ‘Informele’ erkenning was er vanaf de besprekingen tussen Van Mook en de Indonesische leiders (incl. Soekarno) op 23 oktober 1945. Vanaf ‘Hoge Veluwe’ was er feitelijke erkenning. Erkenning bestaat in vele soorten, kunt u zelf wel vinden. Gangbaar is de declaratoire erkenning, een politiek instrument, niet volkenrechtelijk. In ons geval was het een declaratoire (geen wettelijke) erkenning van een regering, zodat het gesprek voort kan gaan, het ultieme doel van het volkenrecht. Citaat uit Kooijmans: “(…) het voortijdig erkennen van opstandelingen als de wettige regering van het betroken land geldt als een volkenrechtelijke onrechtmatige daad, aangezien dit een ontoelaatbare inmenging in de interne aangelegenheden van het betrokken land is. Dit geldt ook bij een voortijdige erkenning als staat van een gebied dat een afscheidingsbeweging wenst los te maken uit het oorspronkelijke staatsverband. In de praktijk wordt wel tot erkenning de facto overgegaan (…)”. En hoe kan het in uw ogen dat de RIS op 27 december 1949 in dankbaarheid de door Nederland overgedragen soevereiniteit aanvaarde? Ze snapten heel goed dat op 15 augustus 1945 de vooroorlogse staatkundige status quo was hersteld! (zie capitulatievoorwaarden).
      “dat gezag niet effectueerde met de beschikbare politie en PETA.” Waarom kunt u toch niet lezen? Het gezag liet toch toe dat politie en PETA niet in actie kwam tegen de roofmoordpartijen. Iets niet doen wat nodig is, is ook een onrechtmatige daad. De eerste behandelde zaak in de rechtenstudie is over de juffrouw die niet genegen was een druppende kraan dicht te draaien waardoor de benedenbuurman waterschade kreeg. Feitelijk iets anders, maar juridisch hetzelfde als verantwoordelijkheid voor de bersiapslachtoffers.
      “althans in de vonnissen wordt daarover [het woord Effective Control J.S.] met geen woord gerept” Ik vermoed dat u het over Rawagede heeft, maar dat is andere koek. Die zaak heeft niets met het statelijke Effective Control te maken. Het gaat hierbij om de verantwoordelijkheid in operationele sfeer, de verantwoordelijkheid voor buitensporig handelen. Dat zou overigens leuke jurisprudentie zijn voor de verantwoordelijkheid voor de bersiapmoorden.
      “Hij geeft zelf aan dat hij advocaat noch procureur is, daar is alles mee gezegd.” Dat was een correcte constatering van u. Mr.Dr. (de correcte volgorde!) is inderdaad wat anders dan advocaat/procureur. Zij moeten nog hun boterham verdienen, ik niet.

      • van den Broek van een andere generatie zegt:

        Ik wil best verder denken over de veelvuldig aangehaalde uitspraak van Prof. Kooijmans, alhoewel zijn citaat gaat over afscheidingsbewegingen, die zich los willen maken uit het oorspronkelijk staatsverband zoals RMS of de ex-Joegoslavie-republieken etc. De dekolonisatie is een totaal andere zaak en dat is bij Kooijmans, maar ook bij Shaw ook te vinden maar dan in een ander hoofdstuk.

        Aangezien het citaat van Prof. Kooijmans algemeen gesteld is, heb ik e.e.a. in de praktijk en in gewoon Nederlands vertaald.
        Het stokpaartje dat hier van stal wordt gehaald is Nederlands Indie te beschouwen als Zelfstandig Rechtsobject, een niet-juridisch volkenrechtelijke term die Nederland zelf heeft uitgevonden. Dat niet alleen, Sukarno & Co worden niet alleen afgeschilderd als opstandelingen maar ook als afscheidingsbeweging! Waarvan scheidden Sukarno & Co zich af, het was toch een onafhankelijkheidsbeweging?

        Mijn vrije vertalingen interpretatie:
        A. Het voortijdig erkennen DOOR HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN van opstandelingen (Soekarno & Co) als de wettige regering van HET VOORMALIG NEDERLANDS INDIE geldt als een volkenrechtelijke onrechtmatige daad, aangezien dit een ontoelaatbare inmenging in de interne aangelegenheden van NEDERLANDS INDIE is (zelfstandige Rechtspersoon) . Dit geldt ook bij een voortijdige erkenning als staat (REPUBLIK INDONESIA) van een gebied i.c. VOORMALIG NEDERLANDS INDIE dat een afscheidingsbeweging (Sukarno & Co) wenst los te maken uit het oorspronkelijke staatsverband (Nederlands Indie).

        Ik kan het citaat van prof. Kooijman ook op een manier interpreteren waarbij Nederlands indie een onderdeel is van het Koninkrijk, maar dan wel als kolonie,dan wordt e.e.a. wel wat ingewikkeld.

        Mijn vrije vertalingen interpretatie:
        B. Het voortijdig erkennen DOOR HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN van opstandelingen (Sukarno & Co) als de wettige regering van het betrokken land VOORMALIG NEDERLANDS INDIE geldt als een volkenrechtelijke onrechtmatige daad, aangezien dit een ontoelaatbare inmenging in de interne aangelegenheden van het betrokken land HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN is. Dit geldt ook bij een voortijdige erkenning als staat van een gebied VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN dat een afscheidingsbeweging (Sukarno & Co) wenst los te maken uit het oorspronkelijke staatsverband HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN . In de praktijk wordt wel tot erkenning de facto overgegaan.

        Het punt is dat Indonesië het vraagstuk van de Zelfstandige Rechtspersoon nooit heeft aangevochten omdat het voor hen geen rol speelde. Voor hen was de Proklamasi op 17 augustus 1945 maatgevend.

        Dat Nederland daarmee problemen had en heeft is een andere zaak. Aangezien Nederland die datum nooit erkend heeft (Recognition in volkenrechtelijke zin) is het binnenlandse probleem van de Staat der Nederlanden.
        Nederland heeft het argument van de Zelfstandige Rechtspersoon altijd in haar rechtszaken en in haar voordeel gebruikt om claims af te wijzen. Dat is ook een onrechtmatige daad.
        Claimers hebben de Zelfstandige Rechtspersoon nooit bij een Internationaal Gerechtshof aangevochten. Zo’n internationale arbiter kan een onafhankelijk en juridisch oordee, vellen, dat is wel de juiste manier en juiste weg. Dan wordt het wel de hoogste tijd om nog iets van de Back-pay terug te halen.

  14. van den Broek van een andere generatie zegt:

    Het willekeurig selecteren en kopiëren is ook een middel om tot een gelegenheidsargument te komen. Bestudeer je geconcentreerd en aandachtig (wat heet begrijpend lezen) dan weet elk weldenkend persoon dat Prof. Kooijmans het heeft over afscheidingsbewegingen in een Staat. Dat is toch iets anders dan de gebeurtenissen (o.a. Recognition) in de dekolonisatie-periode, we hebben het hier wel over de gebeurtenissen over de onafhankelijkheid, inclusief oorlog van de Republik Indonesia. Dat weet Kooijmans wel, maar ene Mr.Dr.ir. (de nog correctere volgorde) nog steeds niet, maar wat niet is ,kan nog komen, hijg hijg.

    Kooijmans staat met zijn opvatting over een voortijdige erkenning als onrechtmatige daad wel in zijn eentje. Een oppervlakkige lezer vergeet gemakshalve i.c. ziet over het hoofd , dat de talloze en nutteloze malen geciteerde Shaw de opvatting van Prof. Kooijmans niet onderschrijft, althans Shaw maakt er geen melding van in zijn werken. Voor de objectiviteit en volledigheid had dat wel mogen worden vermeld.Voor het begrijpend lezen is dat wel essentieel

    een leek kan zich toch in de moderne internationaalrechterlijke literatuur oriënteren. Aan te raden is Nollkaemper “Kern van het internationaal publiekrecht” en/of leentje buur te spelen bij Akehurst’s “Modern Introduction to International Law”. Daarin wordt op overzichtelijke wijze de Internationaalrechterlijke behandeling van gekoloniseerde volken die zich onafhankelijk verklaarden Self-determination) ook voor leken duidelijk uitgelegd.

    Hopelijk geven onze historici en wetenschappers bij het onderzoek naar de dekolonisatie ook aandacht aan dat proces bij het Nederland-Indonesisch conflict i.v.m. andere kolonisatoren, alhoewel ik weet dat historici substantiële problemen hebben met het bestuderen van buitenlandse bronnen.

    • van den Broek van een andere generatie zegt:

      Excusez. Eèn maar essentieel woordje ontbreekt in het eerste gedeelte van mijn vorige reactie……:…Het willekeurig selecteren en kopiëren is ook een middel om tot een gelegenheidsargument te komen. MAAR bestudeer je geconcentreerd en aandachtig (wat heet begrijpend lezen) dan weet elk weldenkend persoon ……

      Voor de aandachtige en begrijpende lezer: ikzelf heb het niet over Effective Control. Maar als iemand daar de afgelopen jaren doodgemoederd over kakelt (zijn eigen woorden) daarbij zelf zegt dat het niets te maken heeft met de moorden, met verantwoordelijkheid in operationele sfeer=ander woord voor oorlogsmisdaden. Wie ben ik om hem tegen te spreken. Deze persoon spreekt toch in zijn in- en verbeelding tegen zichzelf en spreekt daarbij ook eens zichzelf tegen.?
      Dat is wel een heel aparte manier om met zichzelf in discussie te gaan, zo kunnen we de komende jaren weer wat tegemoet zien over Effective Control of woorden van gelijke strekking. Een kleine Boeng wenst mr. Dr.ir Somers veel genoegen en vooral sterkte..

  15. van den Broek van een andere generatie zegt:

    Het volgende citaat van dhr. Somers is ook een uitspraak, die niet door feiten worden geboekstaafd. We zijn toch empirisch bezig?
    Ik herhaal het citaat: “…….dat gezag niet effectueerde met de beschikbare politie en PETA.” Waarom kunt u toch niet lezen? Het gezag liet toch toe dat politie en PETA niet in actie kwam tegen de roofmoordpartijen. Iets doen wat niet nodig is, is ook een onrechtmatige daad”

    De moordpartijen bij b.v.b. Koeningan of Deplok laten zien dat desa- of hulppolitie actief betrokken waren bij razzia’s op Indo-Europeanen of met hen gelijkgestelden, maar ook op Indonesiers. En dat zijn maar twee voorbeelden.

    Ik kan wel veel gevallen aangeven dat het Indonesisch Gezag in welke vorm danook actief betrokken was bij enkele Bersiapmoorden, maar of dat structureel was is een andere zaak. Er is duidelijk sprake van een verantwoordelijkheid van Het Gezag en degenen die gezag uitoefenden. Wel is overduidelijk dat hun daden onrechtmatig waren, maar dan dien je die daden wel duidelijk te definiëren en rubriceren. Effective Control speelt hierbij zo ook bij de Rawagede-gevallen geen rol.

    • Jan A. Somers zegt:

      “speelt hierbij zo ook bij de Rawagede-gevallen geen rol.” Dat klopt. Indonesië pretendeerde een staat te zijn. Dus inclusief het criterium van gezag. En diende dat vanaf 17 augustus 1945 ook uit te oefenen over geheel Indonesië! Ik kan alleen maar over Soerabaja spreken, met een Indonesisch gemeentebestuur (sinds 3 september 1945), gemeentepolitie en actieve militaire eenheden bestaande uit voormalige PETA-leden. Een volledige statelijke zwaardmacht dus, die namens het gemeentebestuur belast diende te zijn met de handhaving van het gezag. Maar dat kennelijk niet deed, en ook niet door het gemeentebestuur daartoe opdracht had gekregen. Dat had ik hier al vaak geschreven, hierboven bijvoorbeeld met “…….dat gezag niet effectueerde met de beschikbare politie en PETA.” In die tijd was het Indische gouvernement uitgesloten van gezagsuitoefening. De op 25 oktober 1945 gelande 49e Indian Infantery Brigade Group had geen mandaat voor gezagsuitoefening, slechts voor de bescherming en zo nodige evacuatie van vrouwen en kinderen, geïnterneerden en Japanse militairen. Pas de op 10 november gelande 5th Indian Division had o.a. de opdracht gezag uit te oefenen, met de interessante opmerking dat de TKR en politie als zodanig waren erkend voor het in ontvangst nemen van de Indonesische wapens. Met de bersiap was het daarna snel voorbij.
      “dat hun daden onrechtmatig waren,” Dus ook ‘geen daden’ op het moment dat het vereist werd. Voor beginners zie arrest “onwillige juffrouw”

      • RLMertens zegt:

        @JASomers; ‘criterium van gezag etc.’- Het volk op dat moment(aug.1945) was blind van woede, toen Nederland nb. het door hen ondertekende Atlantisch Handvest 1941; elk volk heeft het zelfbeschikkingsrecht, verloochende. Geen merdeka; dus siaaap; revolutie/opstand!
        Het criterium toen was; dood aan alle Belanda’s. ‘Dat hun daden onrechtmatig waren’? In de de ogen van een volk in revolutie, die voor eigen vrijheid vocht?

  16. van den Broek van een andere generatie zegt:

    Ik snap iets niet, het criterium van gezag speelt bij die moorden geen rol, waarom wordt daarover dan gepraat? Bij al die Bersiapmoorden speelt zowel het criterium van gezag noch effective control een rol, of is mij iets ontgaan?

    Misschien kunnen de Heren aangeven wat dan wel een rol speelt om een zaak i. c case study op te zetten, anders gaan we de komende 70 jaar toch op de oude voet door? Daarentegen hebben de Rawagede-nabestaanden het toch beter en intelligenter opgezet en nog wel m. b.v Jeffrey Pondaag. Waar is onze Jeffrey Pondaag gebleven? Weliswaar geen leuke vraag, maar die Heer heeft er wel voor gezorgd, dat die weduwen erkenning en genoegdoening kregen.

    • Jan A. Somers zegt:

      “gezag speelt bij die moorden geen rol” Goed begrepen, afwezigheid van gezag! > excessen in Deli, bersiapmoorden. In het eerste geval was er bij het bestuur geen capaciteit om gezag uit te oefenen, dat werd bij de planters zelf gelegd > eigen richting. In de bersiap werd door de RI gezag gepretendeerd, maar niet geëffectueerd. Terwijl er wel capaciteit voor was, de reguliere politie en de gehergroepeerde PETA. Maar genoegdoening hoeft voor mij niet hoor, die geschiedenis staat in de boekenkast.

      • RLMertens zegt:

        @JASomers; …om gezag uit te te oefenen’ – U doelt op het net opgerichte ‘gezag’ in die bersiap periode. Dat ‘gezag’ dat de de Belanda/Nederlanders als vijand had! Die vijand te beschermen in kolkende woedende massa? – Dat Nederlands gezag had later, in die periode van orde en rust ’46-’49, niet eens de potentie om de ‘gewone’ inlanders tegen de nationalisten te beschermen. Om over de wandaden maar te zwijgen.

      • Jan A. Somers zegt:

        Het is niet zo ingewikkeld, voor zover u het wilt begrijpen. De RI pretendeerde vanaf 17 augustus 1945 een staat te zijn. Het derde staatkundige criterium voor het zijn van een staat is het gezag over de daar wonende mensen. De RI beschikte over voldoende goed opgeleide juristen om dat te snappen. Maakt niet uit of daar ook de Belanda/Nederlanders als vijand bij zaten, alle mensen, ook vrouwen en kinderen. Om me tot Soerabaja te beperken, op 3 september 1945 werd een Indonesisch bestuur gevestigd, de Pemerintah Republik Indonesia Daerah Soerabaja, en de bevolking werd opgeroepen de Japanse vlaggen te vervangen door de rood-witte vlaggen van de Republiek. Op 10 september werden door het republikeinse bestuur voormalige leden van de Peta en de Heiho opgeroepen zich te melden, waarna zich een groot aantal strijdgroepen vormde. Met de vestiging van het bestuur had zich Indonesisch gezag gevestigd, dat voor handhaving de beschikking had over de bestaande politie en de gehergroepeerde PETA. Op 19 september werd de knokpartij bij het Oranjehotel niet beteugeld door de beschikbare Indonesische politie, maar door nog aanwezige Japanse militairen. Die “kolkende woedende massa?” is niet alleen niet beteugeld, maar op 29 september werd door een groep voormalige Peta, Heiho en Seinendan-soldaten niet alleen geen gezag uitgeoefend, maar een actieplan opgesteld: het mobiliseren van het (kampong)volk met de kreet siááááp, het gevangen nemen en ontwapenen van Japanse militairen en het bezetten van de telefoon- en telegraafkantoren. Inderdaad met als gevolg die door u genoemde woedende massa.
        In de week na 10 november, vanaf het begin van optreden van de 5th Indian Division die het gezag op zich had genomen, was de bersiap in Soerabaja voorbij. Wij konden lijken bergen zonder door bersiappers te worden gehinderd (met een Indonesische ploegbaas!). De gevluchte Indonesiërs keerden terug, het leven begon weer normaal te worden. De bioscopen gingen weer open, wij brachten de verpleegsters van de ochtendploeg naar de middagvoorstelling. Bersiap???? Als u het nu nog niet begrijpt, geef ik de moed op.

      • RLMertens zegt:

        @JaSomers; ‘gezag etc.’- Wat wilt u eigenlijk met uw verhandeling aantonen? Dat het Republikeinse gezag te verwijten valt, dat u ea. Belanda’s, die spontaan de driekleur hesen, oranje boven zongen etc. door die woedende massa daarna gemolesteerd werden, in het gevang etc. terecht kwam? Te verwijten valt, dat zij hun leven liever niet riskeerden om die gehate Belanda’s te beschermen? U totaal zich niet kan realiseren/empathie kan opbrengen wat er toen dat gezag voor ogen had nl; boenoeh Belanda!(dood aan de Hollanders!) Dat dat gezag en aanhang daarna, met levensmoed, aantoonde de Engelse legermacht, uitgerust met overweldigend oorlogsmaterieel, vast beraden tegemoet trad. Uiteindelijk de aftocht moest blazen tegen zo’n overmacht is toch vanzelfsprekend? Echter voor heel Indonesië een morele boodschap van heldendom heeft geschonken van strijd vaardigheid met het uiteindelijke resultaat: merdeka!

      • Jan A. Somers zegt:

        “wat er toen dat gezag voor ogen had nl; boenoeh Belanda!(dood aan de Hollanders!) ” Ik begrijp u luid en duidelijk. Alleen dat u dat ‘gezag’ durft te noemen! Dat is voor mij maffiosi onder elkaar. Bij de mocromaffia: laten slapen. In alle wetboeken van strafrecht over de hele wereld heet dat: aanzetten tot moord. De RI pretendeerde toch een staat te zijn. Met in het wetboek van strafrecht: aanzetten tot moord?

      • RLMertens zegt:

        @JASomers; ‘dat u dat; gezag durft te noemen etc.’- Ik citeerde u (hierboven);’dat gezag niet effectueerde etc.’ – Voor u nu zelfs als mafioso betiteld. Zij die toen op leven en dood hun merdeka wilde verdedigen. Na 300 jaar bezet te zijn met nog eens 4 jaar Japanse overheersing erbij; nu of nooit! ‘Indonesia never again the life blood of any nation!’ In het Engels gesteld, als boodschap voor de gehele wereld(VN). Omdat wij toen plotseling oostindisch doof waren/werden!

    • Jan A. Somers zegt:

      OK. elk wat wils. Gelukkig dat ik me geen slachtoffer voel, moet ik nog mijn hand ophouden bij mijn helden. Blijft mij over: hormat aan de echte slachtoffers. Wel van een afstand, ben te krakkemikkig om naar Kembang Kuning te gaan.

      • R Geenen zegt:

        Slachtoffer:
        Persoon die door een derde iets onaangenaams is aangedaan.
        Iemand die het offer is van de belangen van een ander
        Slachtoffer is een persoon die een schokkende gebeurtenis (buiten de gebruikelijke menselijke ervaring) heeft meegemaakt

      • Jan A. Somers zegt:

        “Slachtoffer is een persoon” Maar dan hoef je je toch niet tot in de eeuwigheid slachtoffer te voelen? Ik heb wel wat leukers te doen. En vooral je (klein)kinderen er niet mee op zadelen. Die moeten zelf een prettige toekomst kunnen maken.

      • R Geenen zegt:

        @Maar dan hoef je je toch niet tot in de eeuwigheid slachtoffer te voelen?@

        Het is niet alleen het zelf voelen. In verband met de achterstallige salarissen herinnert Den Haag de Indisch mens al een heel mensenleven aan. Ze hebben blijkbaar daar een sadist plezier van.

      • RLMertens zegt:

        @JASomers; ‘tot de eeuwigheid slachtoffer te voelen etc.’- Inderdaad niet te voelen! Echter wel te moeten accepteren dat kolonisatie/bezetting gedoemd(!) was te eindigen. Wij/ik was erbij, toen dit proces zich voor deed in Indië. Ik aanvaard het, zo wat. Ben niet blind voor het feit dat wij, door dat proces van geweld zijn gegaan en persoonlijk slachtoffer er van werden. Van een mi. verkeerd Nederlands beleid. Want het had anders gekund.(Engeland/India) En tenslotte, toch fris en frank er op terug kijk; met een saluut aan mijn geboorteland en haar inwoners!

      • e.m. zegt:

        @R Geenen zegt: 2 april 2018 om 4:52 pm @ Ze hebben blijkbaar daar een sadist plezier van.@

        — Nou …wh, heer Geenen. En dat voor iemand die van prachtige foto’s houdt; blijkbaar . . .

      • R Geenen zegt:

        “Blijkbaar” is een mogelijkheid. Daartegenover zijn de foto’s werkelijk erg mooi. Die opnamen zeggen mij wel wat.

  17. George zegt:

    The man does better who runs from disaster than he who is caught by it.

  18. George zegt:

    Man is a dangerous creature, and power, whether vested in many or a few is ever grasping.

  19. George zegt:

    All laws are an attempt to domesticate the natural ferocity of the species.

  20. van den Broek van een andere generatie zegt:

    Gezagsuitoefening dient in het kader van de Bersiapmoorden wel duidelijk en concreet aangegeven te worden, ook geschiedenis is een exacte wetenschap, i.c. werkt met exacte omschrijvingen.

    Zoals bij de moordpartij in Koeningan in Oktober 1945 (zie archief van Tranen van Pia v.d. Molen) hield de Indonesische politie RAZZIA?S om Indo-Europeanen uit hun huizen op te halen, in de politiecel vast te zetten en later heeft zij deze mensen naar de gevangenis gevoerd waarbij zij onderweg door niet-willekeurige omstanders werden gedood.
    Maar ook in Depok (zie Johan Fabricius) hield de Indonesische politie razzia’s om Indo-Europeanen op te pakken. Niet alleen hier maar ook in andere Bersiapincidenten was de Indonesische politie actief betrokken danwel nam zij het initiatief bij het Bersiapgeweld.

    Dhr Somers haalt weliswaar Soerabaja aan, maar Soerabaja is niet kenmerkend noch bepalend voor de Bersiapperiode. Hij geeft zelf aan dat de in Soerabaja op 10 November 1945 voorbij was (sic). Hij geeft als voorbeelden 19 september( incident het Oranjehotel) en 29 september aan waarbij de Indonesische autoriteiten (welke?) geen gezag uitgeoefend. Dat is wel met deze voorbeelden naar zijn conclusies schrijven. Hij dient wel de VOLLEDIGE tijdlijn aan te geven en beargumenteren waarom de aangegeven data bepalend/doorslaggevend/kenmerkend zijn voor de korte Bersiapperiode in één stad. Daargelaten dat zijn bronvermelding te wensen over laat.

    Buiten deze 2 ik herhaal twee data was er toch veel meer aan de hand in een stad zoals Soerabja. Zolang hij geen relevante argumenten en tijdlijn geeft is zijn analyse (wat heet) alleen maar een bevooroordeelde visie op het gebeuren, daargelaten dat deze beperkte visie niet maatgevend is voor het Bersiapgebeuren. Ik begrijp wel waar hij naar toeschrijft, maar dat heeft natuurlijk niks met geschiedenis te maken.

    • Indisch4ever zegt:

      Peter, Jan Somers schrijft hier zijn meningen uit de losse pols.
      Hij pretendeert niet “dé” objectieve historische analyse te hebben ,met alle mits en maren Jij doet hetzelfde. Breng je verwijten eens positiever … in de vorm van opbouwende en aanvullende kanttekeningen

      • van den Broek van een andere generatie zegt:

        Dat het een mening uit de losse pols is, hoef je mij niet uit te leggen, zo dom ben ik ook weer niet . Als iemand pretendeert een uitleg te geven, ga ik op deze pretentie inhoudelijk in zoals een goed opgevoede indo betaamt. Dat lijkt mij debat-technisch ook verantwoord en we zijn tenslotte volwassenen onder elkaar.

        Het discussiepunt is het gezagsoptreden van de Indonesische autoriteiten, datgene waarvoor zij verantwoordelijk waren. Daarover gaat mijn tijdslijn. De bronvermelding geef ik wel expliciet aan , want tot nu toe hebben Nederlanders zich vnl beziggehouden met hun eenzijdige zienswijze zonder deugdelijke raadpleging van Indonesische, Amerikaanse en Britse bronnen. Uit de Nederlandse verkokerde en weinig gefundeerde optiek volgt automatisch die merkwaardige interpretaties van a) het vlagincident bij hotel Oranje, b) de affaire KTZ Huijer en c) de Werfstraatgevangenis en de 2.384 bevrijde gevangenen. Een sprekend voorbeeld van het laatste: Dat een Nederlandse minister in 2006 op basis van 2 commissie-onderzoeken, zonder uitputtende raadpleging van Britse situation reports, dus zonder de rapportage van de verantwoordelijke Britse commandanten ter velde tot de conclusie komt dat Jack Boer NIET verantwoordelijk was daarbij niet aangeeft welke Gurkha WEL verantwoordelijk was voor die operatie, tekent wel het Nederlandse onbenul voor de geschiedenis in het algemeen en hun slachtoffers in 1945.

        Er zijn voor de duidelijkheid en overzichtelijkheid eigenlijk verschillende verhaalslijnen te onderscheiden, die in Soerabaja in mijn Bersiap-optiek een rol spelen. 1) Het verhaal over gezagsoptreden tussen Indonesiers en Britten, dat uiteindelijk uitmondde in de Slag in Surabaya en 2) het verhaal van de Indo-Europese en Chinese bersiapslachtoffers in datzelfde Soerbaja, dat laatste is een afgeleide van het eerste verhaal. Dat is wel een essentieel onderscheid, wat veelal in de Nederlandse zienswijze wordt vergeten., alhoewel Inez Hollander wel een interessant verhaal over haar Soerabaja schrijft, maar zij is een begenadigd schrijver en wetenschapper (“Verstilde stemmen en verzwegen levens: een Indische familiegeschiedenis”).

        De onderstaande reactie van dhr Somers geeft exemplarisch aan wat er gebeurt als je die twee verhalen doorelkaar haalt. Dit terzijde.

    • Jan A. Somers zegt:

      U vroeg om een tijdlijn? OK. Maar ik wil geen acht bladzijden tekst insturen, krijg ik hooglopende ruzie met onze kepala kampong. Die bladzijden had u zelf al lang kunnen lezen. Voor Soerabaja hierbij een bloemlezing.
      Op 3 september 1945 werd een Indonesisch bestuur gevestigd, de Pemerintah Republik Indonesia Daerah Soerabaja, en de bevolking werd opgeroepen de Japanse vlaggen te vervangen door de rood-witte vlaggen van de Republiek. Op 10 september werden door het republikeinse bestuur voormalige leden van de Peta en de Heiho opgeroepen zich te melden. Op 18 september werd op het vliegveld het eerste RAPWI-team geparachuteerd, bestaande uit drie Nederlandse en vier Britse militairen. Zij werden door de Japanners ondergebracht in het Oranjehotel, tegenover de Vrijmetselaarsloge waar het Nederlandsch-Indische Rode Kruis onderdak had gevonden. Op 19 september vond hier het vermaarde vlagincident plaats. Een knokpartij tussen provocerende Indische jongens en geïrriteerde Indonesische jongeren. De Japanners stelden de avondklok weer in en de volgende dag werd een grote demonstratie hardhandig uiteen gejaagd.
      Op 21 september werd een tweede RAPWI-team eveneens in het Oranjehotel ondergebracht. Op 23 september arriveerde kolonel D.L. Asjes als hoofd van het RAPWI-kantoor Soerabaja begeleid door een Japans ere-escorte in het Oranjehotel. Op dezelfde dag arriveerde kapitein-ter-zee P.J.G. Huyer met een kleine staf, als eerste geallieerde vertegenwoordiger in Soerabaja. Huyer had van Patterson opdracht gekregen de havens van Soerabaja te inspecteren. Nog dezelfde avond diende schout-bij-nacht Shibata bij Huyer een verzoek in om een deel van de Japanse troepen over te brengen naar een reeds in gereedheid gebracht concentratiepunt in Poedjon, een bergdorp nabij Malang. Het is niet duidelijk of Huyer een goed inzicht had in de revolutionaire situatie en de plaats van de Japanners daarin; hij gaf Shibata toestemming voor de gevraagde evacuatie waarna een groot deel van de Japanse manschappen naar Poedjon vertrok. Tussen 29 september en 2 oktober arriveerde per trein voormalige burgergeïnterneerden uit de kampen in Midden-Java; zij werden voor zover mogelijk onder bescherming van de achtergebleven Japanners geplaatst.
      Na het uitbrengen in Batavia van zijn rapportage, kwam Huyer op 29 september in Soerabaja terug met de opdracht van Patterson de overname van Soerabaja door de Britten voor te bereiden. Shibata kreeg van hem de opdracht voorbereidingen te treffen voor de komst van de geallieerde troepenmacht. Shibata riep direct 3000 man terug uit Poedjon, zij werden echter bij aankomst op het station door pemoeda’s gevangen genomen. Nog dezelfde avond werd door voormalige Peta, Heiho en Seinendan-soldaten een actieplan opgesteld: het mobiliseren van het (kampong)volk met de kreet siááááp, het gevangen nemen en ontwapenen van Japanse militairen en het bezetten van de telefoon- en telegraafkantoren. Het eerste doel voor de massale acties was het Japanse centrale wapenmagazijn voor Oost-Java in Don Bosco, voorheen een groot katholiek weeshuis met scholen, sportterreinen, werkplaatsen, een kliniek, een kapel en kloostergebouwen. Na onderhandelingen onder druk van de snel aangroeiende volksmassa moest de Japanse commandant het complex overdragen. Hierop pleegde hij zelfmoord. Daarna werden nog grote wapenvoorraden buitgemaakt in een Japanse garnizoenskazerne en in een groot gebouwencomplex waar voorheen de handelsfirma Lindeteves Stokvis was gevestigd. Met hun overgave hebben schout-bij-nacht Shibata en generaal-majoor Iwabe voorkomen dat er een bloedbad werd aangericht onder de belegeraars gevolgd door wraakacties tegen andere Japanners en Nederlanders. Overal wapperde de rood-witte vlag, op muren en trams waren leuzen gekalkt. Gepeupel ging zich te buiten aan moord en plundering.
      In de nacht van 30 september verloor Shibata het contact met zijn troepen doordat de telefoonlijnen waren doorgesneden. Japanners werden gevangen genomen, hun wapens en voertuigen in beslag genomen. Het vliegveld en de luchtmachtbasis werden door de opstandelingen bezet. Op 1 oktober gaf Iwabe zich over. Daarna werd het hoofdkwartier van de Kenpeitai bestormd en na een bloedig gevecht veroverd. Op 2 oktober drong een grote massa Indonesiërs het hoofdkwartier van de marine binnen, waar Shibata zich bevond. Voorts werd de Japanse bewaking van het Oranjehotel overgenomen door de pemoeda’s.
      Op 3 oktober eiste Huyer namens de geallieerden de overgave van de Japanse strijdkrachten, waaraan door generaal-majoor Iwabe en schout-bij-nacht Shibata werd voldaan. Huyer legde nu de volle verantwoordelijkheid voor de orde en veiligheid bij resident Soedirman. De Japanners dienden te worden beschouwd als krijgsgevangenen en aan de geallieerden worden overgedragen. De Japanse mijnenvegers dienden de hun opgedragen taken voort te zetten en de Japanse piloten dienden de luchtverbindingen te herstellen. Uiteraard was Soedirman niet in staat deze bevelen op te volgen, voorzover hij daartoe genegen mocht zijn.
      Op 4 oktober werd het hoofdkwartier van de PRI (Pemoeda Repoeblik Indonesia) gevestigd in de Simpang Sociëteit ofwel Simpangclub. Een grote menigte protesteerde op 6 oktober daar tegen de bescherming door de PRI van de gevangen Japanners in de Boeboetangevangenis. Van stabiliteit was geen sprake meer. Zowel de bestuurders als de pemoeda’s hadden totaal geen contact met de duizenden jongeren uit het gewone kampongvolk, werkloos, brodeloos, bendes die zich in leven moesten houden met plundering.
      Tussen 15 oktober 1945, ‘bloody Monday’ en 20 oktober werden (indo)Europese mannen en jongens opgepakt en of rechtstreeks, of na bloedige confrontaties met de PRI en gepeupel in de Simpangclub, overgebracht naar de Van de Werfstraatgevangenis. Voor de hoofdpoort van deze gevangenis had zich een opgewonden menigte met bamboesperen, knuppels en kapmessen verzameld waar de nu aan hun lot overgelaten gevangenen doorheen moesten zien te komen.
      Op 25 oktober landden 4000 man van de 49e Indian Infantery Brigade onder brigade-generaal A.W.S. Mallaby in Soerabaja. De landing werd door de PRI geaccepteerd nadat de republikeinse leiders in Batavia op de hoogte waren gesteld en de Britten hadden uitgelegd slechts te willen zorgen voor de evacuatie van de geïnterneerden en de Japanse militairen. Na de landing van de troepen werden Europese vrouwen en kinderen zoveel als mogelijk samengebracht in drie door die soldaten beschermde wijken Ketabang, Goebeng en Darmo. Het lukte deze militairen enkele groepen vrouwen en kinderen uit Ketabang naar de haven te evacueren en vandaar met een Engels oorlogsschip naar Singapore te brengen. Het werd steeds moeilijker twee kampen te beschermen en met toestemming van de Indonesische autoriteiten werd begonnen de bewoners van Goebeng over te brengen naar het reeds overvolle Darmokamp. Een van de laatste transporten, op 28 oktober, onder leiding van de Zwitserse consul M.E. Keller, werd door een enorme menigte overvallen, de begeleidende militairen vochten zich dood en ruim honderd vrouwen en kinderen werden vermoord. De bescherming van het Goebengkamp moest worden gestaakt. De door generaal-majoor D.C. Hawthorn, de superieur van Mallaby, ingeroepen bemiddeling door Soekarno en Hatta leidde tot een wapenstilstand, maar na hun vertrek laaiden de gevechten weer op. Bij bemiddelingspogingen van Mallaby werd deze vermoord. Ondanks verkregen toestemming van de pemoeda’s werden voedseltransporten van de haven naar het Darmokamp niet doorgelaten. Ondanks de escalatie van het geweld als gevolg van de moord op Mallaby wisten de Brits-Indische militairen nog een groot aantal vrouwen en kinderen uit het Darmokamp naar het havengebied te brengen waarna ook de bescherming van het Darmokamp moest worden beëindigd.
      Op 9 november waren de laatste afdelingen van de 5e Brits-Indische divisie op de rede van Soerabaja aangekomen. Op 10 november zes uur, bij het aflopen van het ultimatum, begon een zware beschieting vanuit zee, gevolgd door de landing van de nieuwe strijdmacht voornamelijk bestaande uit Gurkha’s en Sikh’s, en kort daarna het begin van de grote aanval gedekt door artilleriebeschietingen en luchtbombardementen. Omstreeks drie uur in de middag werd door een voorhoede de Werfstraatgevangenis bereikt en omstreeks vijf uur werden de gevangenen bevrijd en naar de haven gebracht. De gevechten gingen van huis tot huis, van straat tot straat. Pas na drie weken was de stad veroverd. De duizenden nog in het ver van de haven gelegen Darmokamp verblijvende Europese vrouwen en kinderen werden door de terugtrekkende pemoeda’s naar Midden-Java afgevoerd waar ze pas in juni 1946 door bemiddeling van het Rode Kruis konden worden bevrijd.

  21. van den Broek van een andere generatie zegt:

    Het verhaal van de Bersiapslachtoffers in Soerabaja staat bij mij voorop, omdat daarover weinig tot niets bij het publiek bekend is.

    Uit Indo goed fatsoen ga ik op bovenstaande recatie in maar zuiver deze van voor mij niet-Bersiap bestanddelen. Dan blijft het volgende over:
    1) Oranje hotelincident 18 september en 19 september
    2) RAPWI Tussen 29 september en 2 oktober arriveerde per trein voormalige burgergeïnterneerden uit de kampen in Midden-Java.en Goebeng transport
    3) Simpang Club Op 4 oktober werd het hoofdkwartier van de PRI ìgevestigd in de Simpang Sociëteit ofwel Simpangclub. Tussen 15 oktober 1945, ‘bloody Monday’ en 20 oktober werden (indo)Europese mannen en jongens opgepakt en of rechtstreeks, of na bloedige confrontaties met de PRI en gepeupel in de Simpangclub, overgebracht naar de Van de Werfstraatgevangenis.
    4) Werfstraatgevangenis Op 10 november Omstreeks drie uur in de middag werd door een voorhoede de Werfstraatgevangenis bereikt en omstreeks vijf uur werden de gevangenen bevrijd en naar de haven gebracht.
    5) Republikeinse kampen Pas na drie weken was de stad veroverd. De duizenden nog in het ver van de haven gelegen Darmokamp verblijvende Europese vrouwen en kinderen werden door de terugtrekkende pemuda’s naar Midden-Java afgevoerd waar ze pas in juni 1946 door bemiddeling van het Rode Kruis konden worden bevrijd.

    ad 1) Volgens Indonesische bronnen (Abdulgani, Kecki e.a.) was het vlagincident een provocatie van de Nederlandse militairen van de RAPWI-missie.
    ad 2) Het Goebeng transport is nauwkeurig beschreven door een overlevende Itzig Heine van het transport Itzig . De Britse visie ontbreekt.
    ad 3) Het zgn Simpang tribunaal van Bung Tomo was niet het enige tribunaal in Surabaya
    ad 4) Het Werftstraatverhaal is veelal gebaseerd op ooggetuigenverslagen van geïnterneerden. De Britse visie ontbreekt. de Britten waren verantwoordelijk voor deze operatie, bij hun begon de actie op 10 November om 04.00 AM Hoe is het mogelijk dat plotseling 2.384 veelal Indo-Europeanen in de Werftstraatgevangenis waren?
    ad 5) De Republikeins kampen met zijn veelal Indo-Europeanen zijn een onlosmakelijk onderdeel van de Bersiap, maar dat element is in de Nederlands Geschiedschrijving onderbelicht.

    Men beweert dat op 10 November de Bersiap in Soerabaja ophield te bestaan! maar wanneer begon die eigenlijk in Surabaya?

    Wordt vervolgd met mijn tijdbalk

  22. Jan A. Somers zegt:

    U vroeg mij om een tijdlijn. Zonder beperking tot de bersiap e.d. Nou, die hebt u van mij gekregen. Maar u zegt zelf een tijdlijn te hebben. Waarom valt u me dan lastig? Uw nieuwe vragen gaan over zaken die ik heb weggelaten vanwege wat ik al had geschreven, en u had kunnen lezen, over acht bladzijden tekst die ik al een paar keer had genoemd. Inclusief 27 bronnen en noten. Die u had kunnen lezen.
    ad 1. Niks provocatie. Het is goede gewoonte dat in een verblijf van Nederlandse militairen de Nederlandse vlag wordt gehesen. (bij Duitse gasten bij ons in de kazerne werd ook een Duitse vlag gehesen, voor een Engels schip in de haven wordt in die haven de Engelse vlag gehesen). Werd eerst niet opgemerkt totdat wat Indische jongens dat zagen. Grote vreugde natuurlijk, eindelijk een eind aan de oorlog, roepen, wijzen, juichen. Vonden Indonesische jongelui uiteraard niet leuk, begonnen te vechten. Was niet zo’n grote groep. Een Japans peleton (ca. 20 man) was er gauw klaar mee.
    ad 2. Itzig Heine had een redelijk compleet verhaal. Voor ons, niet-historici luid en duidelijk. Met foto’s van de herbegrafenis van de doden waar ik bij heb geholpen. “De Britse visie ontbreekt.” Zelf heb ik het verslag van kolonel (plv commandant) Pugh gelezen. En iets van Frederick, maar die was er niet bij.
    ad 3. Zal wel, er gebeurde zoveel tegelijk. Ik had zelf aan de Simpangclub genoeg.
    ad 4. Zo plotseling was dat toch niet? Dat vullen van die gevangenis vond plaats tussen 15 oktober 1945, ‘bloody Monday’ en 20 oktober 1945, (ikzelf dacht op de derde dag te zijn behandeld) maar dat had ik hierboven voor de zoveelste keer al geschreven. Maar ja, als u niet kan lezen houdt alles op.
    ad 5. Daar zijn meerdere boeken over geschreven. Gewoon lezen. Mijn moeder, zus en buren waren ook daarbij. Volgens een boek was dat ter bescherming. Vreemd! De beste bescherming was toch overdracht aan de Brits-Indische militairen? Zou voor de Indonesiërs toch ook het makkelijkst zijn geweest? Nu nog meer ellende voor die mensen.
    “wanneer begon die eigenlijk in Surabaya” Dat heb ik toch hierboven en andere keren al geschreven? ‘Nog dezelfde avond werd door voormalige Peta, Heiho en Seinendan-soldaten een actieplan opgesteld: het mobiliseren van het (kampong)volk met de kreet siááááp,’ Rond 29 september dus.
    “Men beweert dat op 10 November ” Wie zijn die men? Ik niet hoor, ik heb altijd geschreven, kon worden gelezen, dat 10 november voor de bersiap in Soerabaja het begin van het einde was. Het einde heeft natuurlijk niet op één dag plaats gevonden, ik zeg altijd rond 1 december. Toen konden we in Darmo beginnen met de daar overgebleven lijken te bergen. Maar ik had natuurlijk geen agenda en turflijstje. Maar ik wacht gewoon op uw tijdlijn. Had u al eerder moeten schrijven, en mij n iet lastig vallen. Zou mij veel tijd hebben bespaard.

    • van den Broek van een andere generatie zegt:

      Ik wil toch summier ingaan op de wel de toch ludieke antwoorden van dhr Somers

      ad 1. Oranje Hotel incident.
      Bij de Koninklijke Marine i.c. het opleidingsinstituut van de KM is het niet een gewoonte maar protocol dat de 1) gastheer op een 2)militaire inrichting de vlag van de (3) buitenlandse gast hijst.

      Wat in Soerabaja gebeurde was totaal iets anders .
      Het waren 1) Nederlandse militairen als 2) onderdeel van RAPWI o.l.v. een Britse medical Doctor and officer, die 3) zonder kennisgeving aan de Engelsen noch aan hun gastheren de Indonesiers , geheel zelfstandig een Nederlandse vlag hesen op 4) een hotel. Dat laatste kan ook in die tijd moeilijk als een militaire inrichting worden aangemerkt. Bij mijn bezoek aan het RAPWI of NEFIS-archief zal ik de betreffende rapportage opvragen. Deze Nederlandse handelswijze werden bij andere RAPWI-teams niet gevolgd, maar als dhr Somers tegenbewijs kan leveren, sta ik daarvoor open.

      ad 2 tot 5.
      Volledig gebrek aan Britse bronnen i.c. situation reports van de commanderende officieren der betrokken eenheden. Al die rapporten staan op mijn verlanglijst en worden bij mijn bezoek aan het War museum opgevraagd. Om hun zoekwerk te vergemakkelijken heb ik al nagegaan welke Britse gevechtseenheden betrokken waren.

      Mijn tijdbalk over de Bersiap, dat is toch onderwerp van discussie? wacht met smart

      • Jan A. Somers zegt:

        “maar als dhr Somers tegenbewijs kan leveren” Ik hoef niks te leveren. U bent toch al tig jaren van plan te leveren? Doe dat dan een keer. Ik houd op met dezen onzinnige discussie waar u maar steeds over door zeurt. Ik mag dan tenminste nog ludiek zijn, u moet gewoon eens aan het werk. Heb ik even rust voor meer interessante zaken.

      • Peter van den Broek zegt:

        De aap komt nu uit de mouw. Ik doe mijn uiterste best me serieus te documenteren over een onderwerp als het Oranjehotel-incident gebruikmakend van GEZAGHEBBENDE Indonesische bronnen en dan heeft ene Heer Somers, die ook niet bij dat Hotel was een ongefundeerde mening.

        Hij zegt zelf dat hij geen bewijs hoeft te leveren, waarom ??? omdat hij de Grote Boeng en ervaringsdeskundige is, waarvan zelfs Indisch4ever zegt en ik citeer: “Jan Somers schrijft hier zijn meningen uit de losse pols. Hij pretendeert niet “dé” objectieve historische analyse te hebben ,met alle mits en maar.
        Maar we zijn hier wel op Javapost.nl waarvan tenminste ik pretendeer een bijdrage op geschiedkundig niveau te leveren.

        En volgens hem doe ik hetzelfde als die Heer Somers !!! kom nou I4E. Je dient ook hier met 2 maten te meten.

        Over die tijdbalk zal ik nog wat nader uitleg geven voordat anderen met de losse pols een objectief historische analyse geven (sic) . Mevr. Lebert heeft wat dat betreft wel gelijk.

      • Jan A. Somers zegt:

        “ene Heer Somers, die ook niet bij dat Hotel was ” Hoe weet u dat? Kennelijk niet gelezen.

      • Peter van den Broek zegt:

        Kom, kom Heer Somers niet zo bescheiden, hij kan eindelijk niet alleen een verantwoorde (wat heet) bijdragen leveren aan de discussie, maar ook weer eens met zijn eigen verhaal komen, ik had hem niet ontdekt tussen die provocerende Indische jongens (zijn woorden in een voorgaande reactie).

        Maar het gaat er niet om wat er buiten het Yamamoto-Hotel, maar wat er binnen in het hotel voorafgaand aan het uitgelokte vlagincident gebeurde. Ik lees op verschillende websites dat Indo-europese jongeren(dat was de toenmalige benaming) buiten het hotel zich heldhaftig gedroegen, maar waarom hebben ze dat niet eerder gedaan? Al die websites geven niet aan wat aan dat uitgelokte vlagincident vooraf ging in het hotel, op kamer 33 waar juist die Nederlanders als onderdeel van de RAPWI-missie zaten, er was geen sprake van een officiële Nederlandse delegatie

        Dat niet alleen, daarna begon pas in Soerabaja het vermoorden van Indo-Europeanen , maar ook Chinezen op georganiseerde schaal, althans uit de gegevens die ik tot nu toe heb verzameld.

        Die Indonesiers kunnen wel Bersiap roepen, maar als dat geen effect of logisch gevolg heeft in de vorm van moorden dan heeft dat geroep in de woestijn toch hetzelfde effect als dat een man op de voorgalerij van een huis in Jakarta op 17 Augustus 1945 uitroept dat Indonesie bestaat, dat betekende ook niks volgens een provocerende meneer uit Delft, zonder dat hij een bewijs levert, zelfs geen bewijs uit het ongerijmde.

        Bijna alle ooggetuigen vertellen dat de golf van intimidatie en moord pas werkelijk losbarstte in oktober. Dat is toch wel een opmerking die hout snijdt.

  23. van den Broek van een andere generatie zegt:

    ad 1. Niks provocatie???? maar dan komt dhr Somers met een voorbeeld van een goede gewoonte wat hij als dienstplichtig soldaat ergens in Duitsland heeft meegemaakt. Dat is dus wel een primaire bewijs wat er in Duitsland gebeurde maar niet het relevante bewijs in het toenmalig Nederlands Indie in 1945. We zijn hier wel bezig met verificatie.

    Er zijn tenminste twee Indonesische getuigen van naam, die in Surabaya aanwezig waren, die verslag gaven van wat in de kamer van Hotel Oranje of Yamamoto Hotel afspeelde, ik dacht dat het kamernummer 30 was. De Indonesiers waren nauwkeurig op de hoogte van de activiteiten van het RAPWI-team, ze waren wel wat wantrouwig geworden, de RAPWI zou zich met POW of geïnterneerden bezighouden, maar in Soerabaja was er geen POWI-kamp te vinden, althans volgens Indonesische bronnen.

    De RAPWI was in Soerabaja voor een humanitaire missie, ze hielden zich bezig bezig met Recovery Allied Prisoners of war and Internees (RAPWI). Daarom was de leiding toevertrouwd aan een Engelse Medical Officer met oorlogservaring in Noord-Afrika (de naam heb ik ergens in mijn archief, ik dacht Whiteheight!!). Daar stak de ervaring van de Nederlandse militairen wel heel schril bij af: niet-gekwalificeerd noch relevante oorlogservaring, maar wel obstructie van datzelfde humanitaire werk. Dat gegeven dien ik wel te crosschecken met dat rapport in de RAPWI-archieven. Ik denk dat die Luitenant Antonissen als goed Nederlandse officier ook een rapport heeft opgemaakt. Zal wel in een NEFIS-archief te vinden zijn en ik weet wel waar te zoeken, Antonissen was voor het inlichtingenwerk, want van humanitaire missies had hij niet zoveel kaas gegeten als ik zijn conduitestaat op nalees.

    Ik heb een interview met één van de aanwezige Nederlandse militairen gelezen nl. de sergeant W. Bals. De journalist heeft hem toentertijd niet geconfronteerd met die bewuste ontmoeting in de Oranje hotelkamer waarbij Abdulgani (vertegenwoordiger van het Indonesisch bestuur in Soerabaja) hen duidelijk te kennen gaf, dat indien zij initiatieven zouden ontplooien vergelijkbaar met hun initiatief voor het vlagincident, de gevolgen voor hun rekening zouden zijn. Logisch dat die man nog steeds last heeft van nachtmerries, hij voelde zich tenslotte verantwoordlijk voor de Bersiapzooi, die daarna in Soerabaja ontstond. Indirect (let U even op) dient hij en in het bijzonder de leidingevenden van Antonissen zich te verantwoorden voor die meer dan 300 Nederlandse en meer dan 600 Chinese Bersiapslachtoffers in Soerabaja. Dat is minder zware beschuldiging als aanzetten tot…(volgens Nederlands Recht).

    De onderzoekers dr. E. Captain en dr. O. Sinke hebben als bezoldigde ambtenaren 4 jaren de tijd gekregen om wat over de Bersiap af te leveren. Het neo- koloniale bevel van een Grote Boeng is aan de verkeerde djongos of baboe gericht.

  24. van den Broek van een andere generatie zegt:

    Als het mag, keer ik terug naar het topic: Snouck. Ik kom nu pas met mijn reactie want ik ontvang Moesson vanwege de gebrekkige postverbindingen altijd heel laat en vorige week was ik ook nog eens op vakantie in Umbria.

    In Moesson van Maart 2018 geeft Fred Lanzing een recensie over het boek “Pelgrim” van Philip Dröge. Het is een biografie over Snouck Hurgonje, een boek zonder wetenschappelijke pretenties, maar met een indrukwekkend documentatie en bronnenonderzoek (woorden van Fred Lanzing).

    Heet hangijzer is Snouck Hurgronje als verrader van het Indonesisch Proto-nationalisme, als ideoloog en SPION van imperialistische onderdrukking. Philip Dröge verwijt hemt gebrek aan solidariteit met het Indonesisch volk. Dat komt ook in de ondertitel van het boek tot uitdrukking “Leven en reizen van Christiaan Snouck Hurgronje wetenschapper, spion, avonturier”

    Voor Fred Lanzing heeft het woord spion de GEUR van oneervolle verachtelijkheid. Volgens hem is dat bij Snouck geen sprake. Snouck deed zijn werk in alle openheid en collega-wetsgeleerden accepteerden zijn advieswerk als normaal.

    Maar heeft Fred Lanzing het boek gelezen of wat bronnenonderzoek naar Snouck gedaan. Dan had hij tegen eigen-beterweten in kunnen weten dat Snouck zijn onderzoek toch niet zo adviesachtig en wetenschappelijk neutraal en objectief deed. Snouck nam actief deel aan de (straf)expedities naar Atjeh, ondervroeg de bevolking en Van Heutz zette zijn bevindingen als advies direct om in politionele acties, Snouck deed avant la lettre participerend en Toegepast Wetenschappelijk Onderzoek.

    Dat collega-wetenschappers zijn advieswerk als normaal accepteerden lijkt mij logisch. Wie gaat nou zo’n gezaghebbend dus invloedrijke persoon als Snouck tegenspreken, wie wil zijn academische loopbaan verliezen?
    Datzelfde is toch schering en inslag in Nederland . Prof. Cees Fasseur beweerde altijd dat de militaire acties in Indie Excessen waren en elke wetenschapper accepteerde dat als normaal. Pas een buitenlandse onderzoeker Remy Limpach heeft na bijna 70 jaar in een wetenschappelijke werk het tegendeel bewezen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s