De brand in Wates

De Nederlandsch-Indische Spiritus Maatschappij had met haar twee fabrieken in Paboearan en Wates het monopolie op de fabricage van spiritus in Indië. In een eerder artikel over Paboearan zagen we hoe het met de fabriek dáár is afgelopen. Wat weten we van de fabriek in Wates?

In de jaren ´30 werd door Paboearan en Wates om en om gewerkt. Beide fabrieken op volle toeren zou tot een overproductie hebben geleid, en beide op halve kracht zou een verlies van rentabiliteit hebben betekend.

De brand in Wates, 1938

De brand in Wates, 1938

In september 1938 ging bij het Soerabaijasch Handelsblad de telefoon. Door toedoen van een arbeider die met een aangestoken lucifer wilde kijken of een spiritustank leeg was, zo zou later blijken, was ´Wates´ in de lucht gevlogen: 

“Zaterdagmorgen j.l. was het een sensationeel moment toen de telefoon het bericht bracht, dat de spiritusfabriek Wates in de lucht was gevlogen, hetgeen achteraf gelukkig maar voor een klein deel juist bleek te zijn. Enige minuten na het binnenkomen van de tijding waren wij reeds op weg naar het terrein van de brand, verdiept in bespiegelingen over de afmetingen van de ramp. Drie kilometers vóór Modjokerto, daar waar de weg de kali bereikt, kregen wij voor het eerst de fabriek in zicht en wat wij toen van de brand zagen droeg geen angstwekkend karakter. Boven een der gebouwen kringelde een lichte rook de lucht in en alles leek intact. Juist in de tijd, dien wij nodig hadden om de 6 kilometers af te leggen, welke ons van de fabriek scheidden, veranderde het uiterlijk beeld van de brand volkomen, want toen wij bij het brandende perceel kwamen dreunde de grond van ontploffingen, sloegen huizenhoge vlammen de lucht in en dacht een ieder, dat het gehele fabrieksemplacement een prooi der vlammen zou worden. Even voor onze aankomst was namelijk een grote tank met een voorraad van een half miljoen liter alcohol ontploft en had het dak ter plaatse de lucht in geworpen. De brandende alcohol zocht voor een deel een uitweg naar buiten; door de grote hitte smolten de daken en stortten in het gebouw. Dit gebeurde omstreeks half elf en dat was ook het moment, dat de heer Beek, commandant van de Soerabaiasche brandweer, verzocht om een tweede motorwagen daar hij het ergste vreesde.

Het begin van de brand

Het begin van de brand

Het begin van de brand

De brand was uitgebroken in de aftapgoedang, het ongeveer 150 meter lange gebouw, dat men op de eerder gepubliceerde luchtfoto geheel rechts van de fabriek ziet liggen; het is hiervan gescheiden door een 8 meter wijde gang, waar op het moment van de brand enige tientallen vaten alcohol stonden, welke men nog grotendeels in veiligheid heeft kunnen brengen. De administrateur van Wates, de heer Brugman, zat juist aan het ontbijt, het was precies half negen, toen hij de ontploffing hoorde, waardoor, zoals hij ons later zei, werkelijkheid was geworden, wat 20 jaren lang voor hem een nachtmerrie was geweest: brand in zijn fabriek. De oorzaak is nog steeds niet met zekerheid bekend. Wij hebben reeds gemeld, dat men vermoedt, dat bij het openmaken van het mangat van een lege tank, door het wrikken van ijzer op ijzer een vonk is ontstaan, die het in de tank aanwezige gas heeft doen ontploffen, doch het kan ook zijn, dat de Inlandse toekangs het verbod van niet-roken hebben overtreden. De toestand van de drie zwaargewonden is nog steeds zo, dat zij niet gehoord kunnen worden en het is dan nog de vraag of zij de eventueel voor hen bezwarende waarheid zullen vertellen. In de diverse tanks van de goedang, alsmede in de 400 drums waren ongeveer een miljoen liter alcohol opgeslagen, terwijl in het voor spiritusopslag afgeschoten gedeelte 100.000 liter spiritus in blikken waren opgeslagen; aan brandstof was dus allerminst gebrek. Het Inlands personeel vluchtte na de ontploffing onmiddellijk uit de fabriek en men kan het feitelijk geen ongelijk geven, want bij een dergelijke voorraad brandbare en ontplofbare vloeistoffen weet men niet wat er kan gebeuren. Het Europese personeel wist het hoofd koel te houden; het sloot onmiddellijk de leidingen tussen de fabriek en den aftapgoedang af.

Het blussingswerk

Het blussingswerk

Het blussingswerk

De brandweer van Soerabaja, gewaarschuwd door de heer Kroesen van het Administratie Kantoor Oost-Indië, dat de directie van Wates voert, arriveerde met de Merryweather (brandweerwagen – JP) om ongeveer 10 uur. Tevens waren meegekomen de commandant Beek en de brandmeesters Engelken en Koch. Van Modjokerto snelden de gemeentelijke brandspuit en de spuiten van de suikerfabrieken Bangsal en Gempolkerep met personeel te hulp, doch de grote moeilijkheid was om behoorlijk water te krijgen. Wel was de rivier Brantas zeer dichtbij, de achterkant van de fabriek grenst aan de Brantasdijk, doch de waterstand was zeer laag. De Merryweather moest haar voedingleiding driemaal verplaatsen voordat zij voldoende water kon geven, de beide eerste malen gaf zij modder. Ongeveer een kilometer slang werd op het uitgestrekte emplacement uitgelegd en met twee stralen gewerkt. Pogingen om het vuur zelf te bestrijden werden niet ondernomen, ten eerste kon men het vuur in verband met het ontploffingsgevaar niet te dicht naderen en ten tweede brandt alcohol nog bij een verdunning van 50% met water, zodat men met spuiten het gevaar van het verspreiden van het vuur nog zou vermeerderen. Alle aanwezige spuiten beperkten zich daarom tot het nathouden van de muren van de belendende fabriek en van de stapels lege drums, die tegen den muur van de brandende goedang lagen opgestapeld en eveneens ontploffingsgevaar opleverden door het in de drums aanwezige gas.

Het kritieke halfuur

Zoals tevoren gezegd het kritieke moment was omstreeks half elf en tot 11 uur toe wist men niet of de fabriek met haar uiterst kostbare machinerie behouden zou blijven. De gang tussen het magazijn en de fabrieks- en andere gebouwen — er liggen nog enkele materialen-goedangs, zoals op de foto is te zien — was één vlammenzee, de brandende alcohol liep in de watergoten op het terrein en naderde de melassetanks. Gedurig ontploften kleine tanks en drums en op een moment ontplofte in de lucht een drum, die omhoog geslingerd was, zodat men hoog aan de hemel een grote vlam zag staan, die echter gedoofd was voordat zij de aarde bereikte. Na elke ontploffing schoten grote helder oranje steekvlammen de lucht in, er was praktisch geen rookvorming, alleen wanneer enige vaten met foeselolie, welke eveneens In de goedang lagen in brand vlogen, ontstond er wat rook.

De veiligheidsmaatregelen

De volle drums worden in veiligheid gebracht

De volle drums worden in veiligheid gebracht

Na de grote ontploffing haastte men zich om de volle drums en enige honderden blikken benzine op een veilige plaats te brengen, voor welke arbeid men met moeite de Inlanders, die op een veilige afstand stonden te kijken, kon bewegen tot medehelpen. Alle aanwezige Europeanen staken de handen uit de mouwen en hielpen met slangleggen en wegrollen der vaten. Voor de melassetanks stonden verscheidene tankwagens, welke door een inmiddels gerequireerden locomotief werden weggetrokken, zodat men het terrein vrij kreeg voor het leggen der slangen. Door den assistent-resident, de heer Van Haeften, was order gegeven om de kampongs, welke de fabriek gedeeltelijk omsluiten, te ontruimen en men zag tafereeltjes als van de oorlogsfoto’s; mensen die inderhaast het nodige lijfgoed meenamen en gebrekkigen en ouden van dagen, die door kamponggenoten naar een veilige plaats werden gedragen. Het grote gevaar was, dat wanneer eenmaal het fabrieksgebouw door de brandende alcohol zou zijn aangestoken ook de grote links gelegen goedang (met de 9 daken) waarin ruim 800 drums alcohol lagen gestapeld in de brand zou raken. Door het afdammen der goten werd het vuur op het terrein echter gestuit terwijl men verder het vuur in de gang tot even voor de melassetanks wist tegen te houden.

De goede afloop

Wij hebben reeds Zaterdag gemeld, dat de brand tenslotte een zeer gelukkigen keer heeft genomen. Het vuur bleef beperkt tot het magazijn dat volledig in brand geraakte. Dat de brand zich niet verder heeft uitgebreid is te danken aan het feit, dat de muren van het magazijn niet zijn ingestort, dat de vloer van de goedang van zand was, waardoor een groot deel van de brandende vloeistof door de grond werd opgezogen en dat de muren van de belendende percelen, welke toch aan grote hitte hebben bloot gestaan van solide constructie waren en zich goed gehouden hebben. Men heeft vroeger wel eens gedacht om de stoffige zandvloer te vervangen door een tegelvloer. Dat men dit niet gedaan heeft is thans het behoud van de fabriek geworden. Hoe groot de hitte in de gang is geweest demonstreert wel het daar liggende decauville-spoor, waarvan de rails als een haarspeld zijn verbogen en op sommige plaatsen tot op een handbreedte naar elkaar toegewrongen zijn.

Om ongeveer half twaalf wist men dat het fabrieksgebouw gered was. Wel brandde het magazijn nog als een lier, doch ontploffingen werden niet meer gehoord en de gang tussen de gebouwen was vrij van vuur. De Merryweather van de Soerabaiasche brandweer rukte om 1 uur in, doch de tweede motorspuit. die om ongeveer twaalf uur gearriveerd was, liet men op verzoek van de administrateur van Wates voor assistentie achter. Die is gistermorgen om 10 uur naar Soerabaja teruggekeerd.

De schade

Gistermorgen om 12 uur brandde het achterste gedeelte van de goedang, de plaats waar de grote tank staat, nog en men vermoedt, dat de brand nog wel enige tijd zal aanhouden aangezien ook de bodem doordrenkt is van alcohol. Men heeft ter plaatse een gat in de muur gemaakt en houdt hierdoor – met de fabrieksbrandspuit – de tank aan de onderkant koel, omdat zich in de brandende tank nog steeds alcohol-gassen vormen, hetgeen men hoort aan het op en neer bonzen van het tankdak. Het thans dakloze gebouw is van binnen één troosteloze, schier ondoordringbare ruïne van verbogen pijpen, platen en dak ijzer. Een miljoen liter alcohol en 100.000 liter spiritus zijn verloren gegaan, De schade wordt geraamd op ongeveer 2,5 ton; de fabriek is voor 2 miljoen gulden op beurspolis verzekerd. Zoals wij reeds meldden draaien Wates en de grote zusterfabriek in West-Java Paboearan om beurten. De capaciteit van elk dezer fabrieken is namelijk zo groot, dat zij ieder afzonderlijk het huidige afzetgebied kunnen bedienen. Op Paboearan ligt een zeer grote voorraad alcohol, waarmede men voorlopig in de export zal kunnen voorzien, terwijl men voor de binnenlandse consumptie in elk geval nog de 800 drums te Wates in opslag heeft. Gezien de huidige marktsituatie is de bedrijfsschade dus gering.”

Brand meester: de resten van de goedang

Brand meester: de resten van de goedang

Aldus het Soerabaijasch Handelsblad van 12 september 1938. De schade viel uiteindelijk nogal mee, gelukkig. Een maand later werd door de Spiritus Mij. een slametan (feestmaaltijd – JP) georganiseerd voor de brandweer uit Soerabaja: “In de kazerne van de brandweer op Passer-Toeri is hedenmorgen voor 90 spuitgasten, toekangs en chauffeurs van de brandweer een slametan gegeven door de NV Nederlandsch-Indische Spiritus Mij., welke bijgewoond werd door de vertegenwoordiger van genoemde maatschappij, de heer Kroesen en de administrateur der Spiritusfabriek Wates de heer Brugman. Van de gemeentelijke autoriteiten was de wethouder ir. Lemaire aanwezig. Na enkele toespraken van het Inheems personeel, waarin dank werd gebracht voor de geste van de Spiritus Mij., waarbij de hoop werd uitgesproken, dat de spiritusfabriek gespaard mag blijven voor andere rampen, begon de slametan. Van het Europese brandweerpersoneel waren behalve de commandant, de heer Beek en de hoofdbrandmeester de heer Engelken o.a. de brandmeester Koch aanwezig, die eveneens een belangrijk aandeel aan het blussingswerk had.”

Net zoals bij Paboearan hebben we weinig informatie over de oorlogsperiode. Een dochter van één der Europese employées liet later weten: “Mijn vader, fabricagechef op Wates, werd meteen door de Japanners opgepakt en geïnterneerd in kamp Perak. Mijn moeder en de kinderen en mijn tantes gingen tijdelijk inwonen bij kennissen in Modjokerto. Vader kwam echter spoedig terug. De Japanners hadden hem nodig voor het runnen van het bedrijf. Wij werden allen weer herenigd. Het huis was ondertussen gerampokt. De onderneming werd bewaakt door Japanners en er economen om de onderneming te leiden. Vader had weinig vrijheid, hij mocht de onderneming niet verlaten. Wij, de kinderen, mochten dit wel, wij gingen regelmatig naar het enkele kilometers verder gelegen Modjokerto.”

Ook na de oorlog zou het bedrijf in werking blijven. De Nieuwe Courant schreef in 1947:  “Een ander en wel zeer belangrijk bedrijf, dat in werkende conditie te Modjokerto werd aangetroffen is de spiritusfabriek Wates, één van de twee spiritusfabrieken van heel Indië. Onder republikeins beheer heeft de fabriek op ongeveer een kwart van haar vooroorlogse capaciteit gewerkt. Gedurende een paar dagen heeft zij nu stilgestaan doch dezer dagen was men reeds bezig de fabriek weer in bedrijf te stelten. De nodige grondstoffen voor de onmiddellijke hervatting der productie op bescheiden schaal zijn aanwezig. Naast ongeveer 5000 liter spiritus vond men er naar schatting 15.000 liter alcohol en 10.000 liter ethers.”

Rond de souvereiniteitsoverdracht werd de Spiritus Mij opgeheven. De fabriek te Paboearan ging verder onder de naam N.V. Paboearan, en Wates kwam onder de Malangse Nederlandsch-Indische Metaalwaren- en Emballagefabrieken (NIMEF). Hoe lang de fabriek later nog in functie is geweest, en onder welk beheer, we weten het niet. Een bezoek aan het terrein toont ons nu een weelderig begroeide vlakte, met iets wat lijkt op het begin van volkstuintjes. Zo te zien is de spiritusfabricage ook hier tot zijn eind gekomen.

x  

x

x

Modjokerto en (rechtsboven) spiritusfabriek Wates

Modjokerto en (rechtsboven) spiritusfabriek Wates

wates_10

Luchtfoto Wates

wates_11

Luchtfoto

Stokerij Wates

Stokerij Wates

wates_02

Personeelswoningen Wates

wates_03

Melassetanks Wates

wates_04

Administrateurswoning Wates

wates_01

Drumopslag Wates

Wates: verbouwde woning C2

Wates: verbouwde woning C2

Wates: personeelswoning C3

Wates: personeelswoning C3

Wates: ketelhuis

Wates: ketelhuis

Het terrein waar eens de spiritusfabriek stond. Wates, 2016

Het terrein waar eens de spiritusfabriek stond. Wates, 2016

Bronnen
Soerabaijasch Handelsblad, 12 september 1938
Indische Courant, 17 september 1938 en 22 oktober 1938
Nieuwe Courant, 25 maart 1947
Pelita, Wubo 0245712

Dit bericht werd geplaatst in 9. Java Post. Bookmark de permalink .

4 reacties op De brand in Wates

  1. Gerard W. de Graaf zegt:

    Veel dank voor dit zeer lezenswaardige artikel!

  2. H.A. Naberman zegt:

    Mooi stuk!

  3. boy de Graaff zegt:

    Geweldig mijn ouders hebben dat nog mee gemaakt
    bedankt

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s