De vergeten Atjeh-oorlog

De discussie over de gewelddadige kant van Nederlands koloniale verleden lijkt de laatste tijd weer volop losgebarsten. Maar waarom heeft niemand het over de allergrootste, bloedigste oorlog van toen, de Atjeh-oorlog?

door Anton Stolwijk

Het is nooit druk op kerkhof Peutjut. Hoewel de begraafplaats midden in de stad ligt, geflankeerd door het reusachtige Tsunami Museum en een school, is de toegangspoort gemakkelijk over het hoofd te zien. Op het paadje ernaartoe staat meestal een rij touringcars geparkeerd, maar de drommen Indonesische toeristen die uitstappen gaan allemaal naar het museum. Banda Atjeh is de stad van de tsunami, niet de stad van de Nederlandse begraafplaats.

Begraafplaats Peutjut

Begraafplaats Peutjut

Peutjut ziet eruit zoals een militaire ere­begraafplaats eruit hoort te zien. Het gras is groen, de grafstenen zijn wit, de toegangspoort heeft een fraai smeedijzeren hek en er is een muur waarop een ontluisterend aantal namen staat gebeiteld: luitenant Eendenburg, kapitein Jansen, Ambonees fuselier Kasoeba en nog een paar duizend anderen. In het gastenboek is te zien dat de laatste gasten, twee dagen terug, uit Zweden kwamen. ‘Very interesting’, schrijven ze. Erboven het commentaar van een Nederlands echtpaar, een paar dagen eerder. ‘We are sorry.’  

Afgelopen jaar is het honderdjarig jubileum van een van de grootste oorlogen uit de Nederlandse (en Atjehse) geschiedenis, eentje die naar schatting aan ruim honderdduizend mensen het leven kostte, opmerkelijk stilletjes voorbij gegaan. De herinnering aan de Atjeh-oorlog (1873-1914) is van ‘glanspunt in ons leven’ via ‘schandvlek op de vlag’ verworden tot… ja, wat eigenlijk? Over de politionele acties in Indië wordt met enige regelmaat geschreven, rechters buigen zich over oorlogsmisdaden door Nederlandse soldaten tegen de bevolking. Maar de Atjeh-oorlog? Bij veel Nederlanders doet Atjeh nog slechts in de meest vage, algemene termen een belletje rinkelen.

‘Er zijn bijna geen mensen in Nederland die zich identificeren met de Atjeh-oorlog’, verklaart professor Henk Schulte Nordholt (Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde) de stilte rond de herdenking. ‘De politionele acties zijn relatief kort geleden – er leven nog mensen die zich dat kunnen herinneren. En het slavernijverleden staat op de agenda omdat er veel afstammelingen van slaven in Nederland wonen. Maar een Atjehse gemeenschap hebben we niet, en de Nederlandse kant van de Atjeh-oorlog wordt vaak als te politiek incorrect gezien.’

Strategisch doelwit

Van dat laatste is bij het uitbreken van de oorlog in 1873 nog lang geen sprake. Er wordt in de negentiende eeuw zo regelmatig gevochten in Nederlands-Indië dat de eerste militaire expeditie naar Atjeh weinig meer dan een spannend uitstapje lijkt. ‘Het onafhankelijk rijk Atjeh, waarmede wij thans in oorlog verwikkeld schijnen, beslaat het noordelijk gedeelte van het langwerpig eiland Sumatra’, legt het Algemeen Handelsblad uit op 6 april, de dag van de invasie, in een kolommetje tussen de handelsberichten en het onderwijsnieuws. ‘Het binnenland is nog geheel onbekend en ook van de kusten kent men weinig meer dan de kustplaatsen. De Atjehnezen zijn in naam Mohammedanen, doch staan als zedeloos, trotsch, verraderlijk en oneerlijk bekend.’

KNIL-soldaten in Koetaradja

KNIL-soldaten in Koetaradja

In die tijd breidt Nederland zijn macht op Sumatra voortdurend uit. Het ene na het andere sultanaatje wordt geannexeerd: Djambi, Siak, Deli en verder. Met een paar kanonneerboten en een flinke dosis diplomatieke intriges rommelt het koloniaal gezag zich schijnbaar moeiteloos een weg naar het noorden van het eiland. Atjeh is op dat moment een van de grootste peper producenten ter wereld en is na de opening van het Suezkanaal (1869) ook nog heel strategisch gelegen, en vormt een logisch volgend doelwit. Daar zijn de Atjehers zich goed van bewust, en ze bereiden zich zo goed mogelijk voor op de komst van de Nederlanders. Hoewel de glorietijd van het ooit machtige sultanaat lang voorbij is, onderhoudt Atjeh nog steeds een bloeiende handel met onder meer Engeland, Frankrijk en Amerika – landen die nu allemaal om hulp worden gevraagd. Terwijl de Nederlandse oorlogsschepen al voor anker liggen voor de Atjehse kust schrijft de sultan nog een wanhopige brief aan de Engelse gouverneur in Singapore: ‘Wij rekenen op uw hulp. De betrekkingen tussen Atjeh en Engeland zijn altijd goed geweest. Als we dan toch onze onafhankelijkheid moeten verliezen, dan tien keer liever aan Engeland dan aan Nederland.’ Ook de Atjehse diplomaten in Istanbul maken overuren. Atjeh geldt al eeuwen als het meest islamitische land van Zuidoost-Azië en is zelfs, afhankelijk van hoe de oude verdragen geïnterpreteerd worden, een protectoraat van het Ottomaanse Rijk. Even dreigt een internationale rel, maar uiteindelijk gebeurt er niets. De verzwakte Ottomanen durven niet in te grijpen; de Engelsen worden door Nederland gepaaid met de overname van bezittingen in Ghana. Atjeh staat er alleen voor.

Maar dat betekent nog geen walk over voor het krakkemikkige, in wollen jassen en slobkousen gestoken Nederlands-Indische leger. ‘Het weerstandsvermogen van Atjeh overtreft alle gissingen en de vijand beschikt over een zeer grote numerieke meerderheid’, noteert een geschokte officier na afloop van de totaal mislukte expeditie van 1873, waarbij bijna een kwart van de invasiemacht sneuvelt of gewond raakt (naar het aantal Atjehse slachtoffers kunnen we slechts raden, waarschijnlijk zijn het er vele honderden). Er sijpelen verontrustende meldingen door over ‘in het wit geklede Atjehnezen die alle mogelijke moeite doen om in plaats van op een afstand te schieten, man tegen man met een klewang of degen te vechten’. Nederland moet de vernederende aftocht blazen, en plotseling is de oorlog in Atjeh wereldnieuws.

Het strand waar de Atjehers hun zwaar bevochten overwinning boekten is er anno 2015 nog steeds, maar weinig herinnert aan de strijd. Atjehse kinderen kunnen er nu een tochtje maken met een zwanenbootje. Onder de palmbomen staan stoelen waarop jonge stelletjes zitten te giechelen of samen met een rietje uit een kokosnoot drinken. ‘Ongetrouwde jongens en meisjes mogen niet samen zijn!’ waarschuwt een bord van de shariapolitie, maar er wordt vandaag duidelijk niet streng gecontroleerd.

Het oorlogsmonument dat hier ooit schijnt te hebben gestaan is weggeslagen door de tsunami van 2004, net als alle andere gebouwen in de wijde omtrek. Met een beetje fantasie is het traject van het oude spoorlijntje nog wel te volgen. De rails zijn nu vervangen door een weg, van het strand naar de stad, omzoomd door een eindeloze rij identieke wederopbouwhuizen. De trein die hier ooit reed werd door de Nederlandse troepen meegebracht tijdens de tweede poging om Atjeh te veroveren, in 1874. Er zijn dan inmiddels heel wat Kamervragen gesteld, ontslagen gevallen en vernietigende rapporten en krantenartikelen geschreven over de ‘met de meeste dolzinnigheid ondernomen veroveringstocht, waartoe ooit een Landvoogd van Nederlandsch-Indië heeft last gegeven’.

Tweede expeditie

Miljoenen guldens worden uitgegeven aan de tweede expeditie, die de Nederlandse eer moet herstellen. Naast een complete treinbaan wordt er een stoombakkerij meegesleept, 72 kanonnen, een sterrengeneraal en niet minder dan dertienduizend manschappen, waaronder duizend bedienden en drieduizend dwangarbeiders. De Atjeh-oorlog barst nu pas echt in volle hevigheid los.

KNIL-soldaten in Koetaradja

KNIL-soldaten in Koetaradja

‘Het stempel van een tijdperk: de overgang van het 19de-eeuwse tempo doeloe in Indië én Nederland naar de stroomversnelling van onze dagen’, zo noemt historicus Paul van ’t Veer de Atjeh-oorlog in zijn gelijknamige boek uit 1969 (het laatste overzichtswerk over deze oorlog). Als dat inderdaad zo is, schetst dat geen vrolijk beeld van de stroomversnelling van onze dagen, want de situatie in Atjeh loopt ongelooflijk uit de hand. De succesvolle invasie en de voorspoedige verovering van het sultanspaleis betekent namelijk, geheel tegen de verwachtingen in, niet het einde van de strijd. Er breekt een guerrillaoorlog uit zoals de wereld zelden gezien heeft.

‘Een tiental Atjehnezen liet zich in een kleine prauw tot vlak aan het hospitaal afzakken en drong als slangen in de juist door beriberi- lijders bezette zaal, met klewangs gewapend binnen’, rapporteert een doodsbenauwde legerarts in 1878. ‘Alvorens de wacht in staat was hen hieruit te verjagen en twee daarvan zoodanig te verwonden, dat zij konden gevangen genomen worden, was reeds een tiental patiënten gedood. Een van de Atjehnezen had een schot in den nek, de andere een fractuur aan het linker dijbeen bekomen; beiden wilden zich niet laten behandelen en zijn vrijwillig aan gebrek aan voedsel en drank en aan de gevolgen hunner verwonding overleden.’

De schijnbare doodswens van veel Atjehse strijders stelt de Nederlandse legerleiding voor een raadsel; het zal nog jaren duren voordat duidelijk wordt dat de Atjehers de strijd zien als een jihad, en dat iedere Atjeher die sterft in de strijd rechtstreeks naar de hemel verwacht te gaan. Binnen korte tijd ontstaat er in Atjeh een hele mythologie rond de Heilige Oorlog tegen Nederland, compleet met epische gedichten en magische bezweringen. Vanuit de wijde omtrek stromen vrijheidsstrijders richting het smalle strookje land dat door Nederland is bezet.

Escalatie

Aan de Nederlandse kant van de grens wordt het ook steeds drukker, want de felle tegenstand maakt een voortdurende vergroting van het aantal troepen nodig. Europese, Javaanse, Molukse en zelfs Afrikaanse eenheden – al snel bivakkeert bijna het complete Nederlands- Indische leger in Atjeh en slurpt de oorlog een derde deel van het Nederlands-Indische regeringsbudget op. Het leger raast als een blinde stier door de omgeving van de hoofdstad. Binnen een paar jaar zijn naar schatting vijfhonderd Atjehse dorpen in vlammen opgegaan. Het totaal aantal doden aan beide kanten loopt dan al in de tienduizenden, waaronder een groot aantal slachtoffers van een door Nederlandse schepen meegebrachte choleraepidemie. Ondanks dit alles beperkt het koloniale gezag zich jarenlang tot een paar vierkante kilometer rond het met veel optimisme gebouwde gouverneurspaleis, en zelfs in dat gebied duiken regelmatig Atjehse strijders op.

KNIL-officieren in Atjeh

KNIL-officieren in Atjeh

Het gouverneurspaleis vormt vandaag de dag nog steeds het hart van Banda Atjeh. Het witte gebouw is volop in gebruik door de huidige gouverneur van Atjeh – een staaltje continuïteit dat nog wordt versterkt door het feit dat de geschilderde portretten van alle Nederlandse gouverneurs gewoon in de galerij zijn blijven hangen. Van der Heijden, Van Teijn, Deykerhoff, Van Heutsz en nog een tiental anderen.

Voor wie de commotie rond het vroegere Van Heutsz-monument in Amsterdam heeft meegekregen – provodemonstraties, bomaanslagen en, na een uitgebreid onderzoek van Instituut Clingendael, uiteindelijk een herbestemming als ‘Monument Indië-Nederland’ – is het een vreemde gewaarwording om de druipsnor van de voormalige gouverneur-generaal hier open en bloot tegen het lijf te lopen. Dit is een beladen plek. De laatste sultan van Atjeh gaf zich hier in 1903 over aan Van Heutsz, en het is ook de plaats waar ooit het oude sultanspaleis stond – voordat het door de Nederlanders werd afgebroken. Aan dat paleis herinneren nu alleen nog een paar eeuwenoude grafzerken in de tuin. De 29-jarige troonopvolger-zonder-troon, die een eindje verderop een café drijft, kan zich er aardig over opwinden. ‘In sommige dubieuze overheidskringen in Indonesië geniet Van Heutsz nog steeds respect als de man die het land verenigde’, zegt Tuanku Warul Waliddin. ‘Maar eigenlijk zou er maar één portret in die galerij moeten hangen: dat van de sultan van Atjeh. Van Heutsz hoort in een museum thuis, niet in een regeringsgebouw.’

De realiteit is precies omgekeerd. Op zijn telefoon laat Waliddin een indrukwekkende verzameling oude foto’s zien van zijn overovergrootvader, die nu in het Atjehse streek museum hangen. De sultan in een boot, de sultan met zijn lijfwachten, de sultan wandelend op straat, de sultan tijdens zijn overgave aan Van Heutsz. ‘De meeste mensen hier weten niets van hun eigen geschiedenis’, verzucht Waliddin. ‘Als de douanebeambten op het vliegveld van Banda Atjeh de adellijke titel in mijn paspoort zien, vragen ze: wat is een tuanku? Kom je uit Java of zo?’

Van Heutsz bij Bate Ilie

Van Heutsz bij Bate Ilie

De overgave van de sultan is een hoogtepunt in de carrière van Van Heutsz. Samen met zijn controversiële adviseur, de Leidse islamoloog Snouck Hurgronje, stippelt Van Heutsz vanaf 1898 een tactiek van ‘chirurgisch geweld’ uit. Het lukraak platbranden van dorpen en rijstvelden gaat in de ban – er worden voortaan alleen nog kleine groepjes zwaarbewapende contraguerrilla’s diep de jungle in gestuurd, op zoek naar ‘bendeleiders’. Het is een tactiek die al snel zijn vruchten afwerpt, want het door Nederland gecontroleerde grondgebied wordt spectaculair uitgebreid en Van Heutsz groeit uit tot een gelauwerde held. Het is ook een tactiek die het uiterste vergt van het door bezuinigingen steeds verder uitgeholde koloniale leger, wat uiteindelijk zal leiden tot de beruchtste excessen uit de Atjeh-oorlog.

‘De vrouwen, kinderen en weerloozen vluchtten in drommen in groote, vierkante kuilen, in de hoop dekking te vinden tegen de projectielen uit onze karabijnen’, beschrijft een luitenant de bestorming van het afgelegen dorpje Tampeng in 1904. ‘Nu kregen de brigade-commandanten den last om beurten naar die kuilen op te rukken en daar een salvo in af te geven. Sprongen enkelen in doodsangst uit de kuilen, dan stonden andere marechaussees klaar hen met hunne karabijnen op te vangen en zoo werden allen tot den laatste afgemaakt. Eén der brigadecommandanten vertelde ons na afloop: Luitenant, mijn kerels maakten er gewoon een lolletje van.’

‘Die foto’

In een paar jaar tijd worden meer dan twintigduizend Atjehers gedood – vier procent van de totale bevolking. Veel acties zijn uitgebreid gedocumenteerd en soms zelfs gefotografeerd: het beeld van overste Van Daalen in een met lijken bezaaid dorp – met een klein kind als enige overlevende – is misschien wel het bekendste van de hele Atjeh-oorlog.

Een uitgemoord dorp. Van Daalen linksboven?

Een uitgemoord dorp. Van Daalen linksboven?

‘Nederland heeft een eigenaardige relatie met die foto’, stelt de Nederlandse wetenschapper Paul Bijl (UvA/KITLV), die het boek Emerging Memories schreef, over herinneringen aan koloniale gruweldaden. ‘Telkens als de foto ergens opduikt is men weer opnieuw geschokt of beschaamd. Maar de Atjeh-oorlog hoort voor veel mensen niet bij de Nederlandse geschiedenis maar bij de koloniale geschiedenis, en zo blijft het een ver-van-mijn-bed-show. Volgens mij komt onze verhouding met de Atjeh-oorlog dus niet voort uit vergeetachtigheid, maar uit een soort afasie. De kennis is er wel, maar er wordt geen betekenis aan gegeven.’

De foto van overste Van Daalen zit ook in het assortiment van de antiekhandelaar die wekelijks langs de huizen van Banda Atjeh trekt. Het is een oude man op een oude brommer en de spullen die hij verkoopt zijn verpakt in oude kranten. Atjehs zilverwerk, papiergeld uit de Japanse tijd, een zwaard, een Nederlandse detectiveroman uit 1931, een paar gedeukte potten en pannen, een verdacht nieuw uitziende Chinese vaas en een paar gekopieerde platen, waaronder eentje van Atjehs bekendste verzetsheldin Cut Nyak Dhien. En dus die foto van het uitgemoorde dorp. ‘De Nederlanders en de Atjehers waren erg boos op elkaar’, is het onderkoelde commentaar van de verkoper. ‘Maar de oorlog is voorbij, het is nu allemaal verleden tijd.’

Pacificatie

Verleden tijd is een relatief begrip. De Nederlanders verklaren de Atjeh-oorlog verleden tijd in 1914, als de laatste grote verzetsgroep is opgerold. Dan moet er ‘civiel bestuur’ komen, economische wederopbouw, schoolhervormingen, rust. Maar veel Atjehers weigeren zich bij de Nederlandse bezetting neer te leggen, wat een vreemde situatie oplevert als het tot geweld komt.

‘De veelvuldige krankzinnigheid in Atjeh heeft in de jongste jaren de aandacht getrokken’, merkt een Nederlandse journalist in 1923 op. ‘De ontaarding onder de volkskinderen treedt in vele verschijnselen aan den dag: idiotisme, stompzinnigheid, krankzinnigheid. In onderscheidende gevallen onderneemt de Atjeher een prang sabil op eigen hand, een oorlog op weg naar Allah, en valt de ongelovigen aan in blinde opgewondenheid ter plaatse waar hij veel tegenstand kan verwachten, bijvoorbeeld op stations.’

Na 1914 wordt Nederland nog geconfronteerd met meer dan honderd van zulke ‘Atjeh-moorden’ – aanvallen waarbij het de bedoeling is dat de dader zelf ook sterft. In het huidige jargon zouden ze waarschijnlijk worden omschreven als islamitische zelfmoordaanslagen.

‘De vergelijking met het heden is interessant, maar erg lastig’, zegt de Leidse historicus en antropoloog David Kloos, die onderzoek deed naar de Atjeh-moorden. ‘In Atjeh werd een oorlog tegen een koloniale bezetter uitgevochten, en dat is tegenwoordig niet het geval. De reactie op zulke aanslagen is in ieder geval heel anders: nu zien veel mensen ze bij uitstek als koele, berekenende terreurdaden waartegen hard moet worden opgetreden. In Atjeh reageerde Nederland met de bouw van een reusachtig gekkenhuis: het grootste van Nederlands-Indië. Atjehers die tot het bittere einde doorvochten werden simpelweg gezien als bewijs voor de psychische degeneratie van het Atjehse volk. Zowel toen als nu is er weinig behoefte aan het zoeken naar diepere verklaringen.’

In 1942, aan de vooravond van de Japanse inval, breekt er een grote, goed voorbereide opstand uit in Atjeh. Ambtenaren worden vermoord, telefoondraden doorgeknipt, wegen vernield. De Nederlanders verlaten het gebied halsoverkop, om nooit meer terug te keren. De erfenis bestaat uit een serie legerbarakken, een prachtige moskee (in 1879 gebouwd als verzoeningsgebaar naar de Atjehers), het houten paleis met de portretten van de gouverneurs, een in onbruik geraakte spoorlijn en meer dan honderdduizend doden, waaronder ongeveer twaalfduizend soldaten van het Nederlands-Indische leger. Een belangrijk deel van hen ligt op kerkhof Peutjut – nog een erfstuk. Het wordt momenteel onderhouden door een Nederlandse stichting, deels met steun van Atjehse zijde. De Nederlandse overheid betaalt niet mee aan oorlogsgraven van vóór de Tweede Wereldoorlog.

Het maakt van een bezoek aan de begraafplaats een melancholisch stemmende ervaring. Al die soldaten die hebben gedood en zijn gedood – Nederland lijkt ze het liefst te willen vergeten.

De herinnering

In Banda Atjeh leeft de herinnering een stuk meer, blijkt bij een bijeenkomst van de plaatselijke geschiedenisvereniging Mapesa. Elke week komen minstens vijftig geïnteresseerden – voornamelijk studenten – bij elkaar om over de Atjehse geschiedenis te discussiëren. De komst van Nederlands bezoek laat de gemoederen hoog oplopen. ‘De Nederlandse regering moet excuses aanbieden’, roept voorzitter Muhajir Marzuki onder grote bijval. ‘En onze schatten die in Museum Bronbeek liggen te verstoffen moeten teruggegeven worden aan Atjeh!’

De aanwezigen buitelen bijna over elkaar heen om hun mening over de kwestie te geven en het wordt steeds warmer in de zaal. Op de achtergrond verschijnen de beruchte foto’s van de uitgemoorde dorpen op een projectiescherm.

‘Op school leren we dat we trots moeten zijn op ons verleden’, zegt antropoloog Arfiansyah Arfnor. ‘We leren de namen van de helden in de Heilige Oorlog tegen Nederland. Atjeh is het enige gebied in Indonesië dat nooit helemaal door de Nederlanders is veroverd. Persoonlijk voel ik geen wrok of pijn. Misschien is het allemaal te lang geleden, of misschien zijn zulke emoties ondergesneeuwd door al het geweld dat er na de onafhankelijkheid nog kwam.’

Atjeh werd tussen 1976 en 2005 verscheurd door een bloedige strijd tussen de Indonesische overheid en de Atjehse rebellenbeweging GAM – een omstreden organisatie die opvallend veel retoriek uit de Atjeh-oorlog gebruikt. ‘Onze voorvaderen streden tegen het Nederlandse kolonialisme; wij strijden tegen het Javaanse kolonialisme’, is een van de motto’s van de rebellen, die tegenwoordig de dienst uitmaken in de provinciale regering van Atjeh. Het geeft aan dat de erfenis van de Atjeh-oorlog groter en gecompliceerder is dan een verzameling oude gebouwen en heel veel doden.

Het maakt het ook extra pijnlijk dat de Atjeh-oorlog in Nederland grotendeels lijkt vergeten. ‘Vergeten?’ brult Muhajir verontwaardigd als hij het hoort. ‘Dat is typisch iets voor een koloniale overheerser. Eerst vallen ze ons zonder reden aan, vervolgens doen ze net of ze het vergeten zijn!’

In 2023 is er een nieuwe kans voor Nederland: dan is het 150 jaar geleden dat de oorlog begon. Wie weet is ons land tegen die tijd klaar om het verleden onder ogen te zien.

x

Dit artikel verscheen eerder in De Groene Amsterdammer, 27 mei 2015.

Anton Stolwijk woonde van 2013-2014 in Atjeh en werkt aan een boek over de Atjeh-oorlog, dat in 2016 verschijnt bij Prometheus/Bert Bakker

Dit bericht werd geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

59 reacties op De vergeten Atjeh-oorlog

  1. H Anthonijsz zegt:

    Peutjut Begraafplaats wordt naar mijn weten nu onderhouden met financiele steun van de Stichting Peutjut Fonds. In 1970 opgericht door wijlen Kolonel Brendgen. Deze stichting werkt samen met de Indonesische overheid in Atjeh.

  2. j.w.hoegen zegt:

    Naast de handel in peper , werd er veel geld verdiend met zeeroverij.Met name handelsschepen van het Verenigd Koninkrijk , de Verenigde Staten en Japan moesten het ontgelden.
    Die landen stelden Nederland aansprakelijk en zo ontstond de zogenaamde Atjeh oorlog.

  3. hansvschaik zegt:

    Een interessant artikel, prima dat hier meer bekendheid aan wordt gegeven.

  4. Ron Geenen zegt:

    “. In het gastenboek is te zien dat de laatste gasten, twee dagen terug, uit Zweden kwamen.”

    Waarschijnlijk ook omdat er verscheidene Indo’s in het verleden naar Zweden zijn geëmigreerd.
    O.a. een familie Kouthoofd, familie van mijn vrouw en ook gerelateerd met de familie Bloem.

  5. Surya Atmadja zegt:

    http://wvi.antenna.nl/nl/ic/vp/atjeh/bescheiden/
    Bij antenna.nl kan men vele artikelen over Atjeh lezen , de rol van de Marsose en de Belanda Hitam soldaten.

    • Ron Geenen zegt:

      Een stuk uit mijn artikel http://www.myindoworld.com/memorable-history-of-knil-w-a-goutier/
      At a new year’s party Wim met for the first time Juliana Niks and her brothers. She looks different then all the other women and later Wim found, that she was an ancestor of a Blanda Hitam
      Juliana Niks her great-great-grandfather was Najoursie and belongs to a powerful tribe called Mossi in today’s Ghana. But his luck ended there and he became a slave.

  6. Wim Balijon zegt:

    Moet men de straffen en moraal van die tijd niet zo vergelijken met die van nu? Lijfstraffen en kielhalen bij de Marine waren toen toch normaal voor die tijd? Kielhalen was wel al afgeschaft, maar werd toch soms nog toegepast. Die verhalen vertelde mijn vader (geb.1875) over zijn vader, die van 1846 tot 1860 bij de Marine was geweest en een Bronzen Medaille kreeg voor 12 jaar trouwe dienst en deelname aan gevechten. Hij was ook gewond en had gevochten in de West en een korte tijd in de Oost. Op de schepen werden toen toch ook stokslagen tot een maximum van 100 toegepast. De matroos werd dan vastgebonden en als het in een thuishaven plaatsvond werd er hard muziek gespeeld. Zij vochten ook namens het ‘Woord van God’ en zij vonden dat de gekleurde bevolking gekerstend moest worden.
    Historisch ben ik een leek, maar misschien kan en historisch geschoolde hier commentaar opgeven?

    • buitenzorg zegt:

      Met respect voor uw leeftijd (we kunnen via de door uw vader doorgegeven verhalen zelfs terugkijken in de 19e eeuw!):
      Ik vrees dat hier lastig een goed antwoord op is te geven. Het oordeel van de historici is per definitie aan verandering onderhevig. Ik denk dat het goed is niet al te politiek correct te willen zijn, en oog te hebben voor de waarden en normen van de periode waarover wordt geschreven. Aan de andere kant, sommige misstanden werden ook toen al (zij het misschien door een minderheid van de bevolking) bekritiseerd, en mogen nu daarom best in het volle daglicht komen te staan. Misschien moeten we ons steeds verplichten alle twijfelachtige handelingen uit het verleden toe te lichten door erbij te vertellen hoe daar destijds tegenaan werd gekeken. Alleen dán mogen we er ook iets van ‘vinden’.

      • Ron Geenen zegt:

        “Misschien moeten we ons steeds verplichten alle twijfelachtige handelingen uit het verleden toe te lichten door erbij te vertellen hoe daar destijds tegenaan werd gekeken. Alleen dán mogen we er ook iets van ‘vinden’.”

        Daar kan ik mee leven, mits men beide kanten van de zaak en ook de landen durft te benoemen en geen politiek spelletje speelt.

      • Balijon Wim zegt:

        Inderdaad waren er toen ook misstanden die toen verwerpelijk waren en niet door de beugel konden. Er was een onderluitenant van het KNIL, die daar ook bezig is geweest, als ik lees wat die allemaal deed dan waren dat volgens mij misdaden en hadden ze die wel moeten aanpakken. Kapitein Westerling heeft alles gerapporteerd aan de legerleiding en de Regering, die hem die vrijheid in die onhoudbare situaties hadden gegeven. Drees,die hem die vrijheid had gegeven zat er wel mee, als socialist (gebroken geweertje), maar heeft de zaak gedeponeerd.
        LS. Als er toen een liberale regering was geweest had je de PvdA nu moeten horen. De dienstplichtigen, zoals ik, heeft hij ook gedwongen naar Indië gestuurd! Wij wisten niets van de toestand in Indië. Met mijn lagere school en ambachtsschool wist ik alleen van het zendingspoppetje waar je elke maandagochtend een cent in moest gooien.. De belangrijkste voorlichting die ik heb gekregen was dat veel vrouwen ziek waren en wij condooms moesten gebruiken, maar die werden door het leger niet verstrekt, die moest je bij de Chinese winkels kopen………

      • Ron Geenen zegt:

        “De belangrijkste voorlichting die ik heb gekregen was dat veel vrouwen ziek waren en wij condooms moesten gebruiken, maar die werden door het leger niet verstrekt, die moest je bij de Chinese winkels kopen………”

        Die toenmalige regering was toen ook ziek en vergeetachtig wat betreft uw salaris, dus een condoom meer of minder maakt niet veel uit.

  7. Ælle zegt:

    Ik baal als een stier wanneer ik lees dat de begraafplaats Peutjut (spreek uit: puh’oetjoet) een uniek Indonesisch-Nederlands cultureel erfgoed wordt genoemd, dwz, een zichtbaar overblijfsel van onze maatschappelijke ONTWIKKELING. Ontwikkeling?!
    Nog meer krijg ik een gloeiende hekel wanneer er genocides worden verheimelijkt zoals die van Oekraïne, de Holodomor (Oekraïens: Голодомор) en er bij de You Tube video de volgende tekst staat vermeld: Deze video wordt niet vermeld. Wees voorzichtig en denk goed na voordat je hem deelt.

    Met wat voor lafaards leven we in deze maatschappij? Ontwikkeld of hypocriet? Of wat?
    Liever een vergeten oorlog dan een verzwegen bloedbad of zoiets dergelijks.
    Bring it on!

    • Wim Balijon zegt:

      C:\Users\Wim\Documents\Indië\Westerling\brief kaptein Westerlig.doc
      Jal.W.R. Soepratman. No.2
      Ujung Pandang
      Indonesia
      13 april 1977.
      R.P.P. Westerling
      Ter Haarstraat 13,
      Amsterdam
      Nederland

      Weledelgestrenge Heer Kapt. R.P.P. Westerling,
      Uw brief dd. 8 maart 1977 heb ik in goede orde ontvangen. Door mijn interview met de betrokken officieren van de T.R.I., heb ik zoveel informaties gewonnen betreffende de zg.”korban 40.000” (40.000 slachtoffers) in Zuid-Celebes, dat ik tot de conclusie ben gekomen dat dit genoemde aantal zuiver fictief is en gegrond op een politisch oogmerk, dus een propaganda maatregel tegen de Nederlandse bezetting. De eerste bekendmaking van de 40.000 slachtoffers in Zuid-Celebes had plaats vlak na de eerste politionele actie op Java. Toen waren aanwezig Kahar Muzakkar (als commandant van de TRI Persiapan Sulawesi), K.S. Musud, Muhammadang M. Saleh Lahade en andere van Zuid Celebes afkomstige officieren, en een officier van het Hoofdkwartier van het Indonesisch Republikeinse Leger.
      Op dat tijdstip viel een wagon met 40 TRI soldaten in een rivier tussen Jongbang en Surabaja, waarbij 40 slachtoffers vielen . Van de Republikeinse zijde werd bij de Verenigde Naties fel geprotesteerd tegen de wreedheid van het Nederlandse Leger, die de T.R.I. soldaten in een hinderlaag lokte. Kahar Muzakker vond dat er niet zo’n drukte gemaakt moest worden over die 40 man slachtoffers van het treinongeluk, terwijl er 4000 of wellicht 40.000 Indonesiërs in Zuid Celebes de dood vonden door de hand van het Nederlandse Leger. Hij rapporteerde het laatstgenoemde geval aan wijlen Presiden Sukarno, die de gebeurtenis met grote ontroering aanhoorde.
      Vanaf dat ogenblik werd deze “korban 40.000” steeds in de redevoeringen van onze Indonesische leiders gebezigd om het elan van eigen troepen op te voeren en om sympathie op het buitenlandse forum te verkrijgen.
      Na een nader onderzoek in de Onderafdeling Jeneponto, heb ik een lijst gekregen dat er maar 565 slachtoffers in het tijdvak 1945-1950 gevallen waren van 256 in de periode van december 1946 tot Februari 1947, Toen moest ik constateren dat de slachtoffers hoofdzakelijk vielen door de hand van de “Barican Poke”( georganiseerde massa- het Nederlandse Leger en onder leiding van plaatselijke aristocraten). Dit was ook het geval met onze legendarische heldin Emmy Saelen van de Guerrilla Strijders in de omgeving van Makassar die in de kampong Kassie-Kassie de dood vond.
      Naar mijn overtuiging is dit in andere gedeelten van Zuid-Celebes het geval, zodat ik de mening ben toegedaan dat 40.000 slachtoffers die de Speciale troepen van het KNIL, onder uw leiding in de schoenen werd geschoven, enerzijds overdreven is en anderzijds de slachtoffers niet allemaal door genoemd onderdeel van het KNIL werden gedood. Teneinde mij in staat te stellen om een historisch verantwoordde Krijgsgeschiedenis hier te lande op te maken die gebaseerd is op feiten en niet op gissingen en veronderstellingen verzoek ik u dringend uw medewerking hiervoor te willen verlenen en mij per ommegaand de onontbeerlijke inlichtingen ter zake te willen doen toekomen. Deze correctie van Historische gegevens kan mijnsinziens alleen leiden tot verlichting van de schuldenlast van het KNIL en het voormalige Nederlands-Indisch Bestuur,

      Met vriendelijke groeten en de meeste hoogachting, Geschiedkundig Onderzoek der Strijdkrachten, Samenwerking van het Hoofdkwartier KODAM XN/HN met Universiteit Hassanuddin en IKER-U jung Padang
      Lt.Col.Dr.M Natzie Sa:id, SA.
      Over betrouwbaarheid gesproken!

      • Ron Geenen zegt:

        En dan zijn er die het heerlijk vinden om mee te doen met de massa en Kapt. Westerling uit te maken voor een massa moordenaar.

      • RLMertens zegt:

        @RGeenen; ‘Kapt.Westerling uit te maken voor een massa moordenaar’. Nou ja, een ‘kleine massa’ moordenaar dan. Ok?

      • Ron Geenen zegt:

        “@RGeenen; ‘Kapt.Westerling uit te maken voor een massa moordenaar’. Nou ja, een ‘kleine massa’ moordenaar dan. Ok?”

        Zoals u het bovenstaande schrijft, heeft het veel van weg dat ik hem een massa moordenaar vind.
        Echter ik spreek het het tegendeel, van wat anderen er van vinden. Ik zou het wel prettig vinden het eerst goed te lezen wat ik heb geschreven.

      • Ælle zegt:

        Een leuke biografie van Westerling door Frederik Willems is nooit weggegooid.
        Het zwarte schaap heette de Turk
        “Hij is een breedgeschouderd, athletisch gebouwd man, die niet meer meet dan 1.70 meter. Onder een hoog glad voorhoofd een paar merkwaardig lichtblauwe ogen in een scherpgesneden kop, die iets verraadt van zijn geboorte uit een Turkse moeder en een Nederlandse vader.” Met deze omschrijving stelde een Nederlands dagblad in 1950 Raymond Westerling aan zijn lezers voor. De in Istanbul geboren Westerling voerde tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog het bevel over de commando-eenheid Speciale Troepen aan.
        De 112 reacties zijn ook niet uit de lucht gegrepen,
        De reactie van Harm in juli 21, 2013 (10:46 am) is reëel als hij beweert dat men terroristen niet kan doodknuffelen.
        In welk dagblad stond de omschrijving?

      • Ron Geenen zegt:

        Ik ben in het bezit van wat kranten knipsels betreffende Kapitein Raymond Westerling.

        In zijn “Memoires” typeerde mr. D.U. Stikker, oud minister van Buitenlandse Zaken en een van de hoofdrolspelers in de Indonesische kwestie, Westerling als “een romantische onruststoker”. Het juiste van deze omschrijving zit hem in het feit dat Stikker hem in gedachten plaatst in de rij van historische figuren, die – al dan niet in dienst van Vorst en Vaderland – op eigen wijze precies deden wat de bedoeling was, al werd die bedoeling dikwijls niet duidelijk en hardop uitgesproken. Het voordeel hiervan was dat Vorst en Vaderland hun handen in onschuld konden wassen indien de avonturier ter verantwoording werd geroepen door hen die zich altijd al gewetensvol veilig wisten in een comfortabele omgeving.

      • appie b. broek zegt:

        Westerling was een interessante maar verder niet erg belangrijke man. Dit zeg ik niet om hem te kleineren, in tegendeel; ik ben er trots op hem en zijn vriend Henk Ulrici persoonlijk gekend te hebben. Maar echt belangrijk werd Westerling na de tegen hem gevoerde ‘politieke’ pershetze’s die doorgaan tot op de dag van vandaag. Nu beschik ik over een uitgebreide documentatie m.b.t. Westerling en de lieden die hem van alles en nog wat trachten te beschuldigen. Waaronder, o schande, ook nogal wat nazaten van KNIL-militairen. Om deze documentatie voor het nageslacht te bewaren ben ik op zoek naar een ‘veilige’ plek, liefst in het buitenland, aangezien ik Nederlandse instanties die zich met ‘Indische’ zaken bezig houden voor geen ‘cent’ vertrouw!

        Eventuele gegadigden kunnen een email-adres achter laten waarna ik contact op zal nemen.

      • Ron Geenen zegt:

        “aangezien ik Nederlandse instanties die zich met ‘Indische’ zaken bezig houden voor geen ‘cent’ vertrouw!
        Eventuele gegadigden kunnen een email-adres achter laten waarna ik contact op zal nemen.”

        Mag ik u een idee geven. Bijna alle documenten zijn ongeveer een pagina formaat. Dus is alles heel makkelijk in te scannen. Ik heb net o.a. 1500 negatieven en dia’s in mijn computer gescand en dat nam een kleine week in beslag. Vervolgens alles onder een niet te veranderen formaat, zoals .pdf in een computer en diverse dvd onder brengen. Zo’n pdf op een dvd wil ik wel van u kopen.
        Ik bezit ook het boek: “Westerling, de Eenling” en daar zijn ook vele documenten en brieven in zijn geheel afgedrukt en duidelijk te lezen.

      • RLMertens zegt:

        @Geenen.zie/lees reeds uitgebreide discussie over W. in Javapost archief.

      • Ron Geenen zegt:

        @Geenen.zie/lees reeds uitgebreide discussie over W. in Javapost archief.

        Ik twijfel er niet aan, maar die discussies zijn of er voor of er tegen.

    • Ælle zegt:

      The real Holocaust werd bekeken door slechts 995 viewers, (met 2 personen die ’t niet leuk vonden) terwijl Bad Romance van Lady Gaga waar ze let wel zgn naast een skelet ligt 629 645 889 hits heeft gescoord.
      Wie hoger gescoord heeft wil ik wel weten.

      • Ælle zegt:

        Walter Duranty was een professionele LEUGENAAR en desondanks een Pulitzer Prijs WINNAAR. Rara, hoe is dit mogelijk?
        De tarwe oogst in die jaren
        De 1931 oogst was 18.3 million ton graan
        De 1932 oogst was 14.6 million ton graan.
        De 1933 oogst was 22.3 million ton of grain.
        De 1934 oogst was 12.3 million ton of grain.

        De bijbel zegt Ты открываешь свою руку
        И удовлетворяешь желание каждого живого существа/ Gij opent uw hand
        En verzadigt de begeerte van al wat leeft/ Engkau membuka tanganmu
        Dan memuaskan keinginan segala yang hidup.

        Beter laat dan nooit?! Hahaha, 55 Jaar later: The U.S. Congress 1988 Commission on the Ukraine famine in its “Investigation of the Ukraine Famine of 1932-1933” concluded that: JOSEPH STALIN AND ‘THOSE AROUND HIM’ COMMITTED … GENOCIDE AGAINST UKRAINIANS IN 1932-1933.

        http://www.holodomor.org.uk/Journalists/Walter_Duranty.aspx

      • Ælle zegt:

        Dear Friends of Ukraine,
        The Ukrainian National Information Service (UNIS), the Washington, DC public affairs bureau of the Ukrainian Congress Committee of America (UCCA), will sponsor the second in a series of “Ukrainian Days” advocacy events on Wednesday, July 15, 2015. This “Ukrainian Day” event is extremely important as it will be coincide with the 1st anniversary of the shooting-down of Malaysian Airline MH17 over Ukraine. Our goal in July will be to reinforce Ukraine’s most pressing need for security assistance in order to preserve its territorial integrity and safeguard its independence against continued Russian threat!
        Please stay tuned for further details…
        Should you have any further questions, please feel free to contact UNIS at 202 547-0018, or by e-mail at unis@ucca.org.

      • Ælle zegt:

        Nah loe!
        Greece is not the only place in the world that is close to bankruptcy: Ukraine and Puerto Rico are also in serious trouble. Ukraine is now under the wing of the International Monetary Fund while Puerto Rico, a US territory that must get past the US Congress to deal with its creditors, is in freefall.
        Ukraine
        On 11 March, the IMF announced a $40bn (£26bn) assistance package to Kiev, including $17.5bn in new loans and write-offs of previous ones worth between $15bn and $20bn. The deal aimed to put a floor under a crisis precipitated by years of corruption and graft that had wrecked the economy. Moves by the EU to embrace Ukraine as one of the family triggered a civil war last year in the east of the country.

        Source: http://www.theguardian.com/observer

      • Ælle zegt:

        The Guardian publishes the stories that others keep hidden.

        They have become the most read, serious English-language newspaper in the world, visited by 120 million unique browsers each month. Their journalism is for everyone. The Guardian is open, without a paywall, and we remain true to our 200-year old progressive values.
        Become a Supporter to ensure the whole picture is available to everyone.

  8. Jan A. Somers zegt:

    De Stichting Peutjut Fonds doet nog meer. Bijvoorbeeld in de Grote Kerk in Middelburg een plaquette ter herinnering van het bezoek van een gezantschap uit Atjeh, dat door Prins Maurits met vorstelijk eerbetoon is ontvangen.. Het hoofd van dat gezantschap, de 71-jarige Abdoel Hamid, is in 1602 overleden en met veel eerbetoon in Middelburg in een christelijke(!) kerk begraven.

  9. Wim Balijon zegt:

    Kijk voor meer informatie over wat er achter de schermen heeft afgespeeld in Indië is op de ‘linken’ bij: Google en vul dan deze tekst maar eens in:
    GOOGLE: CORRUPTIE, WAPENSMOKKEL EN MOORD IN NEDERLANDS-INDIË
    Sorry, als u dat allemaal al wist!
    Groeten,
    Wim Balijon

  10. J. M. Alma zegt:

    Zie J W Hoegen .

    Mijn grootvader , R ten Seldam , 1871-1964 , heeft op Atjeh gevochten en nam mij een keer apart om te bezweren dat wij tegen onze zin de A-oorlog zijn ingegaan , vanwege de Atjehse zeeroverij . “‘Ze wilden daar niet mee stoppen , en toen moesten wij wel “” , aldus mijn opa .
    Van het Veer in zijn geweldige ( in mijn ogen ) overzicht interpreteert het anders , en haalt met name de rol van een al of niet vervalst telegram van Raffles naar voren , dat volgens hem een
    niet onbelangrijke rol heft gespeeld bij het besluit de A-oorlog te beginnen ,

    Michiel Alma

  11. Jan Jellema zegt:

    Zelf heb ik jarenlang als Nederlander in Aceh gewerkt, ik heb daar met veel vriendelijke mensen gesproken.
    In de gesprekken kom ik niet de standaard emotie tegen van de tegenwoordig politiek-correcten. In hun bril zijn de Aceh-ers lieve zachtaardige slachtoffers en de kolonialen moordende beulen.
    – Dat is niet terecht. Aceh heeft zich in zijn koloniën in Sumatra en Maleisië niet anders gedragen.
    Bijvoorbeeld de regio Loh-sumawe is, na een opstand, door de sultan volledig uitgemoord, zodat emigranten nodig waren om de regio weer te bevolken.
    – Bij elk conflict waar een groot verschil in wapens bestaat vallen veel slachtoffers, (zie bijvoorbeeld Vietnam) Daar zijn de generaals en soldaten niet voor verantwoordelijk, de oorzaak ligt bij de regeringsleiders.
    – Deze oorlog was niet populair, bij niemand. De oorzaak van het conflict ligt meer bij de toenmalig economische orde, waarbij Aceh uit de maat liep. Goed te vergelijken met de actuele piraterij vanuit Somalia, waar ook invallen door de grote mogendheden worden overwogen.
    – Er is geen fundamenteel verschil in politiek en militaire inzet tussen koloniale regering en de moderne Indonesische regering, waarbij er geen plaats meer is voor kleine onafhankelijke koninkrijkjes of sultanaten. De tegenwoordige wereldeconomie eist grotere verbanden.
    – Ook tegenwoordig bestaan er in de Acehse maatschappij nog veel spanningen met de nodige slachtoffers. Het inpassen en aanpassen van een trots en zelfstandig volk aan de tegenwoordige wereld gaat moeizaam.

    Ik ben nieuwsgierig naar reacties, die boven de standaard emotie uitgaan,

    Jan Jellema, ontwikkelingswerker

    • RLMertens zegt:

      @JanJellema; ‘de oorzaak van het conflict(toen) ligt meer bij de toenmalige economische orde(?)….ter vergelijken met piraterij vanuit Somalië etc.’ Wat toevallig toch. Indertijd, bij de vorming van Nederlands Indië, ook bij andere vorstendommen; Bali Lombok etc.; hetzelfde argument werd gebruikt om oorlog te voeren, te pacificeren=vrede brengen, noemde men het. Nederlands Indië werd Indonesië. Eenheid in verscheidenheid, dus….
      Friesland is toch ook nog Nederland.(gebleven)
      ‘standaard (Nederlandse) emotie= ethische frustratie? (over de recente koloniale beëindiging?)

    • Surya Atmadja zegt:

      Jan Jellema zegt:
      14 juli 2015 om 8:57 pm

      Zelf heb ik jarenlang als Nederlander in Aceh gewerkt, ik heb daar met veel vriendelijke mensen gesproken.
      In de gesprekken kom ik niet de standaard emotie tegen van de tegenwoordig politiek-correcten. In hun bril zijn de Aceh-ers lieve zachtaardige slachtoffers en de kolonialen moordende beulen.
      – Dat is niet terecht. Aceh heeft zich in zijn koloniën in Sumatra en Maleisië niet anders gedragen.
      ===============================================================
      Klopt, bij veroveringen van Achin in (Noord) Sumatra werd of met overeenkomsten/huwelijken of soms met geweld gedaan.
      Men kan gewoon het nalesen en reconstrueren in Nederlandse bronnen.

      Maar dat geldt ook voor de Nederlandse bezetters/kolonialen .
      Of is het dan een excuus voor de Nederlanders om de de bevolking van Achin met geweld te onderdrukken en in sommige gevallen uit te moorden ?

      A.M.I.S-Surya Atmadja , een Indonesier .
      Zoon van een Nederlandse Onderdaan niet Nederlander .

      • jjellema zegt:

        Dit is een goede reactie!
        Het is nooit de bedoeling geweest van de toenmalige Indische regering om te gaan moorden. Achteraf heeft men aan Nederlandse zijde grote spijt gehad, dat men in dit conflict gestapt is. (Dat geld eveneens voor de Amerikaanse inval in Somalia..)
        Natuurlijk zal in de Indonesische schoolboeken over schandalige moordpartijen door de kolonialen gesproken worden. Echter als het Indonesische leger opstandelingen dood in Daerah Aceh, in Timor Timor of in Irian Jaya, dan zijn het opeens dappere soldaten, die moeilijk werk doen en worden de slachtoffers buiten het nieuws gehouden.
        We moeten waken voor beeldvorming, aangestuurd door de nationale politiek, hoe moeilijk dat ook is.
        Om conflicten te begrijpen, is het verkeerd uit te gaan van goede en slechte mensen, men kan beter de achterliggende economische en politieke krachten bestuderen.

        Jan Jellema
        (Ik ben benieuwd hoe de toekomstige schoolboeken van Irian Jaya eruit gaan zien, hoe zal daar over de soldaten uit Jakarta gesproken worden?)

      • Ron Geenen zegt:

        “Om conflicten te begrijpen, is het verkeerd uit te gaan van goede en slechte mensen, men kan beter de achterliggende economische en politieke krachten bestuderen.”

        Zij die de politiek bedrijven zijn de slechte mensen, want wie er het slachtoffer van wordt interesseert hun niet. Het maakt ook niet uit of het Nederlanders of Indonesiers zijn.

      • RLMertens zegt:

        @jjellema; ‘het is nooit de bedoeling geweest van de toenmalige Ned.Indische regering te gaan moorden'(?) In die tijd heette het pacificeren= vrede brengen/onder het bestuur brengen etc. met ….een legermacht. Methode; vooraf provoceren aangaande stroperij, smokkel etc. Dan toeslaan. Met geweren/artillerie tegen voorladers, speren etc. Uit het Gedenkboek voor Nederlandsch- Indië tgv. het regeringsjubileum van HM de Koningin 1898-1923; (na een opsomming van diverse onderworpen gebieden; van Atjeh tot Bali/Lombok) ‘Het schijn gezag van vroeger heeft plaats gemaakt voor een toestand van orde en rust, waardoor handel en scheepvaart zich rustig kon ontwikkelen, ten gevolge
        de bevolking onder de zegeningen van een beschaafd bestuur(!) gestadig in welvaart kan toenemen’. Nederlands Indië werd Indonesië. Eenheid in verscheidenheid. Dus, die
        eenheid niet laten verstoren. Desnoods met geweld; rust en orde…als de Kompenie voorheen.Goed voorbeeld doet volgen. Helaas

      • Bill Zitman zegt:

        @ Ron Geenen “Zij die de politiek bedrijven zijn de slechte mensen, want wie er het slachtoffer van wordt interesseert hun niet. Het maakt ook niet uit of het Nederlanders of Indonesiers zijn”….. Dit is zo waar en zo doorzichtig!
        Kijk maar hoe ze in historie hun eigen naam aanpassen om de aandacht van jullie Nederlanders te verzachtten.
        Het “Ministerie van Oorlog” (waar de Marine niet bij hoorde) wordt opeens weer “Ministerie van Defensie” genoemd (met de Marine ingelast) om de indruk te geven dat NL geen “oorlog” voert, maar zichzelf alleen maar “verdedigd”.
        Kijk o.a. ook maar hoe “zuivering acties” – “politionele acties” werden genoemd …….
        Ze waren (zijn nog) in Den Haag wel erg creatief!

      • Ron Geenen zegt:

        “Ze waren (zijn nog) in Den Haag wel erg creatief!”

        Hallo Bill, hoe is het er mee. Lang niets gehoord.
        De meesten denken nog steeds dat zij die in de politiek gaan, daar zitten voor de mensen belang.
        Ik ben nu toevallig het 12de deel van dr. L. de Jong “Epiloog Tweede Helft” wat aan het doornemen. Wanneer je echt een beetje tussen de regels doorleest, kom je er achter hoe smerig de politiek toen was. And guess what, Bill. De grootste Nederlandse boeven toen waren voor het merendeel allemaal van de KVP (Katholieke Volks Partij). Zegt dat niet genoeg. Jij noemt het heel netjes “creatief”.

      • Bill Zitman zegt:

        Ron, ik ben altijd “netjes”…..totdat ze het bloed van onder mijn vingernagels halen!
        In een “democratie” (politiek) heeft iedereen een stem – ook de RK kerk, alhoewel in mijn ogen is dit een dubbele laag van hypocrisie.
        Maar we zijn hier “off topic”…….”Geloof in een betere wereld” (Java Post) maybe a better site to air your feelings on this topic.
        Overigens – all is well!

  12. Ron Geenen zegt:

    appie b. broek zegt:
    10 juli 2015 om 8:50 am
    “Om deze documentatie voor het nageslacht te bewaren ben ik op zoek naar een ‘veilige’ plek, liefst in het buitenland, aangezien ik Nederlandse instanties die zich met ‘Indische’ zaken bezig houden voor geen ‘cent’ vertrouw!

    Eventuele gegadigden kunnen een email-adres achter laten waarna ik contact op zal nemen.”

    Heeft u een plaats gevonden om de Westerling documenten te bewaren?
    Ik heb toen in de discussie u aanbevolen al die pagina documenten in te scannen.
    Anders bied ik u het volgende aan. Ten eerste adviseer ik u van alles een kopie te maken, en als u het wilt, stuur mij alle kopieën, u houd het origineel. Natuurlijk moeten die kopieën goed lijken op de originelen. U stuurt ze mij op en ik zal ze in de computer inscannen en op dvd’s vastleggen.
    Ik zal u 2 dvd met alle documenten terugsturen. Ik wil het doen want ik vind zulke informatie erg belangrijk. Laat het mij weten via Ron@MyIndoWorld.com

  13. Surya Atmadja zegt:

    rden

    jjellema zegt:
    14 augustus 2015 om 10:44 pm
    (Ik ben benieuwd hoe de toekomstige schoolboeken van Irian Jaya eruit gaan zien, hoe zal daar over de soldaten uit Jakarta gesproken worden?)
    —————————————————
    Heb nog nooit gelezen , waarom zou ik ?
    Al ben ik Indonesier (paspoort etc) , woon ik in Ollanda.
    Ondanks dat zal in de Indonesische schoolboeken ( waar ze in Sorong of Merauke of ergens in de binnenlanden ook krijgen) de officiele ( regeringsversie) artikelen staan.

    Het is logisch, daarnaast kan de Papua’s en de jeugd) op internet gaan /binnen en buitenlandse bronnen krant/tv etc aanboren.
    Sommigen zullen het geloven, sommigen niet.
    Precies zoals in Nederland.
    Tussen “Daar werd wat groots verricht en Daar werd wat verschrikkelijk verricht “.

    • Jan A. Somers zegt:

      “Daar werd wat groots verricht en Daar werd wat verschrikkelijk verricht “. Ja dat groots is nog altijd te zien in de infrastructuur, gebouwen, staatsinstellingen e.d. Dat verschrikkelijke is nog te zien o.a. op Kembang Kuning, maar daar mag ik het vandaag, 15 augustus niet over hebben.

  14. jjellema zegt:

    “” Zij die de politiek bedrijven zijn de slechte mensen, want wie er het slachtoffer van wordt interesseert hun niet. Het maakt ook niet uit of het Nederlanders of Indonesiers zijn.”
    U hebt helemaal gelijk, helaas is het zo dat U deze mensen hebt gekozen en opdrachten hebt gegeven, Uw grootvaders hebben de regeringsleiders en politiek gekozen om Aceh te veroveren. Vaak hebben wij als persoon de beste bedoelingen, maar de resultaten kunnen desastreus zijn. We mogen de verantwoordelijkheid niet te gemakkelijk afschuiven.

    Om uw opmerking over politiek te onderbouwen,
    Na de tweede wereldoorlog hadden Aceh en Maleisië dezelfde uitgangspunten. Er waren in beide landen belangrijke internationale havens, en rijke plantages en grondstoffen.
    Aceh had even rijk kunnen zijn als Maleisië en Singapora. Wat is de achtergrond van het verschil?
    In Sabang is nooit een Rupiah geïnvesteerd, het is nu oud roest. De Aceh spoorlijn is niet onderhouden en nu onbruikbaar. De plantages zijn corrupt. Het oerwoud wordt illegaal gekapt. Waarom heeft Aceh zich niet zelfstandig kunnen ontwikkelen?
    De reden is dat Jakarta de opbrengsten van de olie nodig heeft. Daarom vindt U grote Indonesische legerkampen om de zoveel kilometer. Het neerslaan van opstanden heeft al vijftig jaar duizenden levens gekost. In het achterland worden de bossen geschoond en gratis beschikbaar gesteld voor Javaanse migranten om zo de demografische verhoudingen te verbeteren.
    Aceh heeft zich teruggetrokken in een heimwee-religie, waar de laatste hulp wordt verwacht uit de Arabische cultuur. Mannen proberen zwarte baarden te dragen en de eertijds trotse Acehse vrouwen verbergen zich tegenwoordig onder flapperende doeken. Er zijn zelfs wedstrijden in het Arabisch reciteren. De sfeer is depressief en triest. Jonge Acehers zoeken hun toekomst in Maleisië en Java. Momenteel is Aceh de vergeten uithoek van een centralistische staat.
    In de politiek zijn er altijd winnaars en verliezers, maar de winnaars schrijven de geschiedenis.
    Jan Jellema

    • Ron Geenen zegt:

      “Mannen proberen zwarte baarden te dragen ”

      Een ding is vrijwel zeker. Zwarte baarden bestaan haast niet bij de Aziaat. Alleen als hij gemengbloedig is kan dat voorkomen.

      • jjellema zegt:

        Beste Ron,
        Jammer genoeg bent u nooit in Aceh geweest. Het heeft een interessante en grootse historie, onbekend voor de meeste Nederlanders.
        Oorspronkelijk werd het land bewoond door Gajoh, verwant met de bergvolken in Vietnam.
        Reeds 1000 jaar voor Christus ontwikkelde Aceh zich tot een onmisbare schakel in de handel tussen het Westen en China. Indiërs, Romeinen, Grieken en Joden bezochten de vele natuurlijke havens om onderweg te provianderen en handel te drijven.
        Later gevolgd door Arabieren, Italianen en Portugezen.
        Vaak moest men enkele maanden wachten voor het draaien van de half-jaarlijkse moesson. Daardoor is aan de kust een speciale cultuur ontstaan. De vrouwen faciliteerden de zeemannen in de havens, en gingen ervan uit dat deze waarschijnlijk nooit meer terug kwamen. Daarom zijn vrouwen eigenaar van de huizen en de sawah’s. Ongetrouwde mannen, dus ook de oudere zonen, verblijven in speciale huizen buiten het dorp en hebben geen rechten.
        Vermoedelijk is nu meer dan drie-kwart van de bevolking van Arabische/Jemenietische herkomst. Zelfs Marco Polo heeft hier enkele maanden zijn tijd nuttig besteed, de economie van Aceh beschreven, en kan dus ook aan de smeltkroes hebben bijgedragen.
        U kunt de Aceh’er beter begrijpen als u uitgaat van een Arabier, in plaats van de Javaan.
        Na de bloeitijd in de 14e eeuw toen Aceh het rijkste land was van heel Zuid-oost Azie”, en daarbij Sumatra en Maleisia domineerde, kosten de vele oorlogen zoveel energie, dat tenslotte de vrouwen de macht overnamen, waardoor er enkele eeuwen een stabiele regeringsvorm was.
        In de 18e eeuw konden veel Aceh-ers met de handelsschepen op Haddji naar Mekka, en daar leerde men dat onder de Islam mannen behoorden te regeren en dat men voor Christenen veel geld kon vragen.
        Dit resulteerde in een omwenteling, de lokale hoofden probeerden ieder voor zich zoveel mogelijk rijkdom, wapens en macht te verzamelen. Helaas gingen enkele hoofden ook over tot piraterij. Bijvoorbeeld Engelse bemanningsleden van een gekaapt schip konden alleen tegen hoge losgelden vrij gekocht worden.
        Zo is het verhaal begonnen.

      • Ron Geenen zegt:

        “”””””””Jammer genoeg bent u nooit in Aceh geweest. Het heeft een interessante en grootse historie, onbekend voor de meeste Nederlanders.””””””””””

        Elk deel in de wereld heeft een interessante historie. Op mijn leeftijd heb ik sinds een paar jaar besloten in het verdiepen in mijn familie geschiedenis en voornamelijk gedurende de perioden 1928 tot 1968, daarbij inbegrepen de stambomen. Daarom heeft voornamelijk west-Sumatra mijn belangstelling.(Fort de Kock met de Minangkabau, het eiland Nias, Padang en Emmahaven en mijn geboorte plaats Sawhlunto.) Enkele van mijn Chevalier familie hebben in Medan doorgebracht, maar daar weet ik al heel weinig van.

        U merkt wel een feit op. Als Atjeh onder invloed van de moslims een rotzooitje is geworden, dan staat NL en Europa ook wat te wachten.

  15. Surya Atmadja zegt:

    jjellema zegt:
    18 november 2015 om 8:27 pm
    A.Oorspronkelijk werd het land bewoond door Gajoh, verwant met de bergvolken in Vietnam.

    B. Daarom zijn vrouwen eigenaar van de huizen en de sawah’s. Ongetrouwde mannen, dus ook de oudere zonen, verblijven in speciale huizen buiten het dorp en hebben geen rechten.
    ==========================================================
    A.De “oorspronkelijke bewoners”waren:
    1.Kaum of Suku =groep Mante + Batak ( 300 groepen)
    2.Kaum/Suku 4 Imams ( Hindu of India migranten)
    3.Combinaties van migranten uit India,Perzie, Midden Oosten
    4.De groep Hindu migranten die overgingen naar de Islam (waarschijnlijk na de 7de eeuw).

    B.Dat zijn toch de Minangkabauer ? Matriarchaat .

    De OPSTANDIGHEID van de Acehers tegen Djakarta( “Javanen”) kwam ten tijde van Daud Beureuh, een conflict over geld/verdeling van de bodemrijkdommen.
    Daud Beureuh ging aansluiten bij de West Javaanse Darul Islam ( Kartosuwirjo ) , die tegen Djakarta(Sukarno) vocht .
    Voordien waren de Atjehers pro Djakarta, gaf goud voor het verzet ( vrijheidsoorlog) , de eerste vliegtuig van Garuda Indonesian Airways was een geschenk van de Atjeh volk.

    • Ron Geenen zegt:

      “”””””””””””Dat zijn toch de Minangkabauer ? Matriarchaat .””””””””””””

      Bovenstaande klopt volgens mij. Maar het is niet zo, dat de ongetrouwde mannen in aparte behuizingen wonen. De oudste moeder is wat de grond en huizen de baas, terwijl alle beslissingen in een familie vergadering met de mannen worden beslist. Echter deze levensgewoonte wordt ernstig bedreigt door dat de Minangkabauer ook het moslim geloof aanbidden. Bij het moslim geloof is de man de baas. De andere reden is dat er volgens het moslim geloof de mannen 4 vrouwen mogen hebben, waarbij vele vrouwen van andere stammen en andere eilanden worden gehaald.
      Ik ben bezig een artikel over dit volk samen te stellen.

    • Jan A. Somers zegt:

      “Matriarchaat” Dat is toch een bekend begrip? En niet alleen in de Minangkabau, het komt over de hele wereld voor. Mijn kinderen hebben het thuis al geleerd: papa is de baas en wat mama zegt gebeurt. 🙂 Heb ik in Soerabaja al op de lagere school geleerd. En ook erkend door het Indische Gouvernement via IS 1925. Art. 131, (2), en uiteraard Art. 163, (2), (3). Werd (wordt!) discriminatie genoemd, maar het was juist rechten toekennen aan de mensen die daar gebruik van wilden maken. Positieve discriminatie?

      • Ron Geenen zegt:

        “””””””””“Matriarchaat” Dat is toch een bekend begrip? En niet alleen in de Minangkabau, het komt over de hele wereld voor. “”””””””””””

        Helemaal niet, want als de grootouders van uw vrouw nog in leven waren toen u trouwde, was haar oma de baas en u heeft maar naar haar te luisteren. Tenminste volgens de leer van de Minangkabau.
        Daartegenover staan alle beruchte schoonmoeder verhalen.

      • Jan A. Somers zegt:

        Sorry, maar mijn ouders, grootouders enz. zijn nooit in de Minangkabauw geweest’ Op Java was er geen Matriarchaat. En het heeft niets met schoonmoederverhalen te maken, het is in die streken gewoon geldend recht. Dat wel voor die mensen gold, maar niet voor Europeanen en Vreemde Oosterlingen. En al helemaal niet voor de Zeeuwse voorouders van mijn vrouw. In Nederland is er toch geen Matriarchaat?

      • Ron Geenen zegt:

        “””””””In Nederland is er toch geen Matriarchaat?”””””””””””

        Zeer waarschijnlijk in sommige gezinnen toch wel, maar dan wordt er gezegd: Zij heeft de broek aan.(ha,ha)

  16. Ælle zegt:

    Meer dan drieënhalf jaar geleden schreef de Jakarta Post als eerste over Kerkhoff Poucut.
    Interessant is de vermelding dat het de grootste militaire begraafplaats is buiten Nederland, waar 2200 graven zijn van blanke Nederlandse soldaten alsook rekruten van etnische groepen uit Ambon, Menado en Java, naast vier Nederlandse generaals, generaal Johan Harmen Rudolf
    Köhler uit Groningen incluis. Dan lees ik weer dat zijn graftombe in Taman Prasati Museum in Jakarta ligt. Waar ligt Köhler uiteindelijk? Iets om uit te pluizen?
    http://www.thejakartapost.com/news/2012/03/20/kerkhoff-poucut-cemetery-testifying-aceh-war.html

    • Henk Anthonijsz zegt:

      Aelle,
      Bij het Peutjut Fonds informatie ingewonnen.
      De generaal Köhler sneuvelde in Atjeh op 14 april 1873. Het lichaam werd naar Java vervoerd en aldaar met militaire eerbetoon begraven op het kerkhof Tanah Abang Kober in Batavia. In 1975 moest een deel van het kerkhof geruimd worden vanwege uitbreiding van het wegennet. In het te ruimen deel lag o.m. het graf van Köhler. De Atjehers hebben toen in samenwerking met Dhr. Brendgen (bestuurslid van het Peutjut Fonds en Oud Marechaussee-officier) een verzoek gericht aan de regering in Jakarta om de stoffelijke resten van generaal Köhler te begraven op Peutjut in Atjeh. Op 19 mei 1978 werden de stoffelijke resten bijgezet, met opnieuw militair ceremonieel, in een nieuw graf centraal op de hoofdlaan gelegen, direct na betreden van het Ereveld door de Erepoort. Zo rust Köhler nu in Atjeh. Het grafmonument werd niet beschadigd door de tsunami van 2003.

  17. Surya Atmadja zegt:

    Graftombe van Köhler in Taman Prasasti ?
    Adres is Jalan Tanah Abang I, ik “woon” tot 2010(ouderlijk huis) in Tanah Abang II (v/h Laan Trivelli).
    De opgeruimde graven (graftombes) van de andere Kuburan Belanda van Petamburan (Tanah Abang=ben daar 2x geweest om voor iemand iets uit te zoeken) werd naar de Taman Prasasti overgebracht , is een soort open museum waar soms foto shooting werd gehouden. .

  18. Ælle zegt:

    http://www.engelfriet.net/Alie/Hans/atjeh.htm#verslag

    Johannes Godfried Kerlen
    Na zijn ontslag uit de dienst benoemd tot Generaal-Majoor der Genie
    Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw
    1850 – 1927
    Ooggetuigend verslag van Johan Kerlen, zijn tijd in Atjeh. (De spelling is enigszins veranderd, zoals twee ee’s ch’s etc.)
    In Februari 1873 kreeg Johan Kerlen te horen, dat hij voor de eerste expeditie tegen Atjeh was aangewezen. Ook zijn vriend Pey, de apotheker in het N.I.L. ging mee teneinde een onderzoek van het drinkwater op zich te nemen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s