Tropisch modernisme

De Indische architectuur van Charles Prosper Wolff Schoemaker

Door Jan van Dullemen

C.P. Wolff Schoemaker (1882-1949)

Charles Prosper Wolff Schoemaker heeft als architect, kunstenaar en hoogleraar een vooraanstaande rol gespeeld in de ontwikkeling van de Nederlands-Indische architectuur. Hij werd op Java geboren in 1882 en stierf daar ook in mei 1949. Voor zijn middelbare schoolopleiding en studie aan de KMA werd Charles naar Nederland gestuurd. In 1905 keerde hij terug in Nederlands-Indië waar hij na een korte carrière in het KNIL functies bekleedde als ingenieur bij de afdeling Waterstaat van het Departement van Burgerlijke Openbare Werken, directeur Gemeentewerken Batavia, zelfstandig architect en hoogleraar aan de Technische Hogescholen te Bandoeng en Delft in de periode 1920-1940. Hij speelde een belangrijke rol in een bijna vergeten hoofdstuk van de Nederlandse architectuurgeschiedenis: de architectuur van Nederlandse architecten in het voormalige Nederlands-Indië, de koloniale of Nederlands-Indische architectuur. Vanaf 1918 had Charles samen met zijn jongere broer Richard een architectenbureau: ‘C.P. Schoemaker en Associatie’ in Bandoeng. Het bureau ontwierp veel gebouwen, voornamelijk in Bandoeng. Vanaf het begin zijn beide broers betrokken bij de Technische Hogeschool van Bandoeng. Nadat Richard in 1924 was benoemd als hoogleraar te Delft nam Charles zijn functie in Bandoeng over. Charles zou hoogleraar blijven tot 1941. De meest bekende student van Charles was Soekarno, de eerste president van de Republiek Indonesië. Soekarno en Charles bleven hun leven lang bevriend.

De architectuur in Nederlands-Indië heeft in de eerste decennia van de twintigste eeuw een snelle ontwikkeling doorgemaakt. Aan het begin van deze periode was de architect vrijwel afwezig en de situatie in de bouw was ook niet erg uitnodigend voor deze beroepsgroep. In 1940 had de architect een stevige greep op de bouwpraktijk, de steden hadden een periode van sterke groei doorgemaakt en het stedelijke landschap was compleet veranderd. De oorspronkelijk ruim opgezette centra van de grotere steden hadden plaats gemaakt voor een meer geconcentreerde bouwwijze. Er waren winkelstraten ontstaan en wijken met aaneengesloten bebouwing van kantoren en bedrijven. De stedenbouwkundige had zijn entree gemaakt en de groei van de steden voltrok zich volgens vooraf gemaakte plannen.   

Indische verpakking

Technische Hogeschool (1920), Maclaine Pont.

Aanvankelijk werd er gebouwd zoals men in Nederland gewend was. Aanpassingen van de bouwwijze aan de tropische omgeving om een aangenaam binnenklimaat te verkrijgen werden langzaamaan geïncorporeerd. Naarmate het aantal architecten in Nederlands-Indië toenam werden er stromingen in de bouwkunst zichtbaar; stromingen die vergelijkbaar waren met Nederland zoals het Nieuwe Bouwen en de Amsterdamse School maar ook stromingen waarin de specifieke politieke ontwikkelingen in Nederlands-Indië waren terug te vinden. De kern van de architectuur bleef westers, de bekleding maakte het verschil.

Tot midden jaren twintig werd door architecten nog gezocht naar een eigen Indo-europese bouwstijl. De ontwikkeling hiervan bleef veelal beperkt tot het verpakken van een westerse kern in een ‘Indische’ verpakking of wat daarvoor werd aangezien. Die Indische verpakking bestond meestal uit versieringen aan de gevel. In een enkel spraakmakend voorbeeld zoals de Technische Hogeschool te Bandoeng werd de hele dakconstructie gemodelleerd naar Sumatraans voorbeeld. Maar dit gebouw speelde de rol van het prototype dat nooit in productie is genomen.

`Kritisch regionalisme´

Jaarbeursgebouw Bandoeng (1919), Wolff Schoemaker

Het verlangen naar een Indische bouwstijl ontstond in de kring van hen die in Indië waren geworteld en daar hun toekomst zagen, desnoods zonder Nederland. Nadat overal in Nederlands-Indië de soevereiniteit was bevestigd en het rijk haar grenzen had vastgesteld brak een periode aan waarin er ruimte kwam voor Indische invloed. Dat vertaalde zich in het toepassen van Indische ornamenten op westerse gebouwen, de door Wolff Schoemaker bekritiseerde “Kleefarchitectuur”. De discussie die volgde werd vooral gevoerd door die architecten die zich met hart en ziel inzette voor of tegen deze stijl. Maclaine Pont en Thomas Karsten kozen in de discussie een revolutionair standpunt met als uitgangspunt het toepassen van de traditionele locale bouwkunst. Wolff Schoemaker volgde een andere lijn waarbij de westerse, constructieve kern van de architectuur gehandhaafd bleef en via een evolutionair proces verschillende Indiase en Indische invloeden werden geïncorporeerd. De discussie, hoe fundamenteel ook, leefde slechts bij een kleine groep architecten, de grote meerderheid van de architecten hield zich afzijdig. Door het ontbreken van een platform voor gedachtevorming vond deze discussie al na enkele jaren haar einde. Maar de architectuurdiscussie leverde wel iets op. Zij werkte bevrijdend en maakte ruimte om te experimenteren.

Societeit Concordia Bandoeng (1921), Wolff Schoemaker

Wolff Schoemaker, Maclaine Pont en Thomas Karsten hebben, ieder op hun eigen wijze, belangrijke bijdragen geleverd aan de ontwikkeling van de Nederlands-Indische architectuur. Hun werk past in het (later) door Kenneth Frampton omschreven concept van het kritisch regionalisme. Zij namen een kritische positie in tegenover het modernisme zonder dat de verworvenheden van de moderne techniek werden verloochend. Tegelijkertijd hebben zij, ieder op een eigen wijze, gestreefd naar de voortzetting van regionale bouwtradities. Tussen plaats en gebouw bestond een, zij het vaak gecompliceerde, relatie. Deze architecten namen afstand van de Nederlandse traditie zonder te vervallen in sentimentele nabootsing van inheemse architectuur. Met het stilvallen van de architectuurdiscussie leek de zoektocht naar een Indische stijl afgesloten. Het ornament, waarmee het Indische karakter als het ware werd opgeplakt verdween. Architecten als Maclaine Pont en Karsten, die Indische bouwvormen gebruikten kregen vrijwel geen opdrachten meer of pasten hun ontwerpen aan.

Tropenstijl als synthese

Villa Isola Bandoeng (1932), Wolff Schoemaker

Charles Prosper Wolff Schoemaker was een westerse architect met een Indisch hart. Voor een aan de tropen aangepaste architectuur, door hem omschreven als ‘de tropenstijl’, zocht hij naar een synthese tussen de westerse en oosterse bouwstijlen. Hij vond deze in de stupa’s en tempels van Brits-Indië. Wolff Schoemaker bestudeerde deze architectuur op Berlagiaanse wijze en stelde in het artikel ‘Indische bouwkunst en de ontwikkelingsmogelijkheid van een Indo-Europeeschen architectuur stijl’ in het Indisch Bouwkundig tijdschrift van 1923: “De Indo-Europeesche architect moet de Indische werken bestudeeren, zich er in verdiepen, zooals onze eerste rationalisten de middeleeuwsche gebouwen bestudeerden, wil hij het wezen van deze kunst begrijpen en daarin nieuwe impulsen vinden”.

Wolff Schoemaker was progressief, maar hij trapte in de architectuurdiscussie op de rem en riep de architecten die zich in zijn ogen te gemakkelijk lieten verleiden tot ondoordachte experimenten op tot meer bedachtzaamheid. Wolff Schoemaker maakte de hele periode van snelle ontwikkeling van de architectuur in Nederlands-Indië mee, van neorenaissance tot het nieuwe bouwen. In zijn eigen architectuur doorliep hij een evolutionaire ontwikkeling waarbij hij aanvankelijk het Indiserend ornament combineerde met Indiase details en westerse constructies. Hij durfde in dat proces vernieuwende stappen te zetten en oude vormen los te laten.

x

Het complete verhaal over de Nederlands-Indische architectuur, het leven en werk van Charles Prosper Wolff Schoemaker, zijn broer Richard, die als gefusilleerde verzetsheld in Delft wordt geëerd met een eigen straat, zijn vriendschappen met Soekarno en Dominique Willem Berretty, opdrachtgever voor Villa Isola is beschreven in het boek:
Tropical Modernity, 272 blz. met meer dan 400 unieke foto’s door Dr. Jan van Dullemen, ISBN 978 90 8506 8792. Te bestellen via de betere boekhandel of http://www.bol.com

About these ads
Dit bericht werd geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

31 reacties op Tropisch modernisme

  1. Surya Atmadja zegt:

    Volgens verhaal (katanya) had ene Abdoel Moeis (een Sumtraan van Sarikat Islam huize) enige inbreng gehad in de bouwvorm van de ITB (T.H Bandung) gebouw: de dakconstructie.
    Als gevolg van Indie Weerbaar had men toen een delegatie naar Holland gestuurd om een motie in te dienen bij de Sri Baginda Ratoe Wilhelmina.
    De leden waren Pangeran Ario Koesoemodiningrat (Prinsen Bond), Regent Magelang Raden Tumenggung Danoe Soegondo(Regenten Bond), Mas Ngabehi Dwidjosewojo (Boedi Oetomo), Abdoel Moeis (Sarekat Islam), F Laoh van Perserikatan Minahasa , W. Rhemrev en Dirk van Hinloopen Labberton (Etische Politiek) als begeleider.

  2. Ed Vos zegt:

    Surya Atmadja zegt:
    31 oktober 2012 om 2:26 pm
    Volgens verhaal(katanya) had ene Abdoel Moeis ( een Sumtraans van Sarikat Islam huize) enige inbreng gehad over de bouwvorm van de ITB (T.H Bandung ) gebouw.

    De dakvorm is Minangkabauws en op Java staat dat op vreemde bodem. Maar goed, bij de ingang van de Efteling staat ook een gebouw met een minangkabauws dakvorm. Of een indische delegatie daarvoor een petitie heeft ingediend is mij niet bekend.

    • Surya Atmadja zegt:

      En toch ister andere versie
      Het heeft een Sundanese oorsprong.
      Julang Ngapak .
      (De West Sumatraanse versie werd als hypothese gezien.)

      • Surya Atmadja zegt:

        Architectural rubbish
        Architect C.P. Wolff Schoemaker, on the other hand, had only seen architectural rubbish on Java. It was high time for Europeans to set an example with genuinely contemporary architecture. He wrote: ‘What poverty of expression in the plain brick and wood structures. They mark a beginning of architecture and appear to have exhausted any form of creative urge. I believe that Java has neither architecture nor an architectural tradition.’ Maclaine Pont was deeply offended by the condescending remarks of Wolff Schoemakers and his ilk

  3. Ed Vos zegt:

    “Naarmate het aantal architecten in Nederlands-Indië toenam werden er stromingen in de bouwkunst zichtbaar; stromingen die vergelijkbaar waren met Nederland zoals het Nieuwe Bouwen en de Amsterdamse School maar ook stromingen waarin de specifieke politieke ontwikkelingen in Nederlands-Indië waren terug te vinden. De kern van de architectuur bleef westers, de bekleding maakte het verschil.”

    De Amsterdamseschool heeft nauwelijks invloed gehad op het indisch bouwen. De Amsterdamse school in Nederland was – in Amsterdam- sociale woningbouw. Het was in A’dam socialistisch van signatuur en bestemd om de arbeiders cultureel te verheffen: men wilde ahw paleizen bouwen bouwen voor de arbeiders. Daarentegen heeft de reactie op de A’damse school — het nieuwe bouwen, functionalisme — meer invloed gehad op de bouwstijl in Indie voor WOII. Denk daarbi ook aan de architect Dudok.
    Over dudok, hier een leuke link:
    http://www.engelfriet.net/Alie/Hans/bijindisch.htm

    Het leuke en belangwekkende van deze ïndische architectuur was, dat zowel Schoemaker als Pont indo-europeanen waren.

    • Ed Vos zegt:

      “Het leuke en belangwekkende van deze ïndische architectuur was, dat zowel Schoemaker als Pont indo-europeanen waren.”

      Maar ik wil hier ook niet beweren dat indische architectuur “of ïndisch kunst” uitsluitend door indo-europeanen wordt gemaakt. ;-)

      De kern van de architectuur bleef westers, de bekleding maakte het verschil.

  4. Surya Atmadja zegt:

    Julang ngapak: julang teh ngaran manuk. dipaké ku Maclain Point jang nyieun aula kulon-aula wétan ITB. Nya manéhna nu nyebut ieu model téh ciri suhunan Sunda Besar. Julang ngapak mun diténjo ti hareup, suhunan kénca katuhuna siga jangjang manuk julang-suhunanana opat nyambung nu di sisi nyorondoy. Sambunganana di tengah, maké tambahan siga gunting muka di punclutna.
    ———————————————————————————————————–
    Julang is een naam van een vogel.
    Werd gebruikt door Maclain Pont om de aula van ITB te ontwerpen.
    http://www.google.nl/search?q=julang+ngapak&hl=nl&rlz=1T4ACPW_nlNL394NL394&prmd=imvns&tbm=isch&tbo=u&source=univ&sa=X&ei=qi2RUIm0MuT80QXDq4C4Dg&ved=0CCIQsAQ&biw=1280&bih=574

    In Almere wilde een groep Indische mensen ook een woongemeenschap (Rumah Senang = Huize van Plezier) bouwen met die typische Minangkabause dakvorm.
    Ging niet door.

    • Ed Vos zegt:

      Ik ben de mening toegedaan dat een gebouw moet passen bij haar omgeving ;-)
      Ik ben geen Minangkabauer, wij woonden in gewone normale huizen in Indie/Indonesie en ik wil op mijn oude dag niet in een reservaat wonen ;-)

  5. R.Jiskoot zegt:

    R.Jiskoot zegt:
    Wellicht is het aardig om eens te kijken naar het voormalige gemeentehuis in Cheribon, een ontwerp van architect J.J.Jiskoot. Hij is ook directeur gemeentewerken in Cheribon geweest.

    • Ed Vos zegt:

      Dat gebouw heeft trekken van de A’damse school.Ik schrijf nu uit de losse hand maar ergens achter het mercatorplein te Amsterdam staat een gebouw, een kerk, die hierop lijkt.

      • Ed Vos zegt:

        En Radio Kootwijk heeft daar ook iets van weg. Daar vandaan werden de radio-uitzendingen naar Nederlands Indie verzorgd. Hallo Bandoeng ;-)

  6. Jan A. Somers zegt:

    Monumentale koloniale, tropische architectuur (in utiliteitsbouw) vind je in het Gouverneurskantoor in Soerabaja (ca. 1930). Een juweeltje. En gezien het onderhoud vinden de Indonesiërs in Surabaya dat nu nog steeds. Maar het gewone normale woonhuis in Soerabaja waar ik ben geboren, en prettig heb gewoond, was toch ook een uiting van koloniale tropische architectuur, al was het dan niet van architecten van wereldnaam. Van Indisch of van totok zal me worst wezen.
    Bruggen, irrigatiewerken e.d. worden (ten onrechte) niet tot de architectuur gerekend. Veel voorbeelden hiervan in Wim Ravesteijn en Jan Kop, Bouwen in de Archipel, Burgerlijke openbare werken in Nederlands-Indië en Indonesië, 1800-2000. ISBN 90 5730 292 6

    • Ed Vos zegt:

      De weg- en waterbouw ingenieurs van de BOW, die gaven niks om design ;-) , maar werkten volgens vaste voorbeelden. Het werd anders toen die architecten naar indie gingen. Van bruggen kun je ook fraaie werken maken en versieren met beeldhouwwerken. Veel brugen in Amsterdam zijn daarvan goede voorbeelden

      • Jan A. Somers zegt:

        Als civiel ingenieur vind ik versieren meestal tegen vallen. Van een irrigatie verdeelwerk kun je niet veel maken, maar van bruggen juist wel. Die bruggen (vooral spoorbruggen en over diepe kali’s) moesten vaak goedkoop zijn, en werden daardoor vaak mooi van zichzelf. Maar ik ben natuurlijk ook technisch bevooroordeeld, oftewel misvormd.

  7. Ed Vos zegt:

    Surya Atmadja zegt:
    31 oktober 2012 om 2:47 pm
    Maclaine Pont was deeply offended by the condescending remarks of Wolff Schoemakers and his ilk
    —————————–

    volgens mij waren hunonderlinge discussies niet misselijk

    Schoemaker: “Oude vormen zijn dikwijls niet langer geschikt om aan practische en geestelijke behoeften te voldoen, hetgeen althans gezegd kan worden van de Inlandsche bouwmethodes, schamele kampongwoningen buiten beschouwing latend. Een architectuur, in de beteekenis, die wij daaraan hechten, bezit Java niet.”

    • Surya Atmadja zegt:

      Als buitenstaander kan ik dan concluderen dat die Maclaine Pont eigenlijk de “vader”van de Nederlands-Indische school ( hybride vorm).
      Schoemaker is bekend omdat hij een hoogleraar of dekaan is van de T.H. Bandung en toevallig een leerling/vriend heeft die toevallig de 1ste president van Indonesia was .

      De “dienstwoning” van mijn opa was ook een soort hybride woning, half “Europees” en half Sundanees .

      Kijk ook naar de oude foto’s van de (dienst)woningen van Sundanese regenten.
      Vaak hybride woningen.

      • Jan van Dullemen zegt:

        Maclaine Pont als Vader van de ned-Indische school gaat m.i. te ver. Hij heeft één, veel geciteerd en spraakmakend voorbeeld neergezet dat niet veel navolging heeft gevonden. Zijn eerste gebouw in Tegal (Hoofdkantoor Semarang Cheribon spoorwegen) is in dit opzicht ook buitengewoon interessant omdat dit een modern, westers ogend gebouw is dat echter zeer goed is aangepast aan het tropische klimaat.
        Wellicht kan de Bethelkerk te Bandoeng gezien worden als Schoemaker’s tegenhanger van de TH. Hier ligt een Javaans Pendopo dak op een Europeese kruisbasiliek. De discussies tussen Wolff Schoemaker en Maclaine Pont waren inderdaad niet mis en hebben het bewustzijn gescherpt (maar vergeet niet dat ook de politieke discussies scherp waren en dat ook in de architectuur de gevolgen daarvan zichtbaar zijn. Denk aan het verwijderen van Indische ornamenten van gebouwen in de jaren dertig toen de fusie gedachte weer op de achtergrond raakte.

  8. H.A. Naberman zegt:

    Heel informatief!

  9. van den Broek zegt:

    toen ik Villa Isola gebouwd in Bandoeng (1932) zag , komt bij mij de herinnering op aan het Goetheaneum in Dornach, Zwitserland. Zou de Villa ook geen hoeken hebben en liet Schoemaker zich in dit gebouw inspireren door de antroposofische ideeen van Rudolf Steiner?

    @ Vos “Ik ben de mening toegedaan dat een gebouw moet passen bij haar omgeving”.

    Wat een hollandse eentonigheid, alle rijtjeshuizen, duplex op een rij.
    Is Vos ooit in Wenen geweest bij de huizen van Hundertwasser, of even bij het Centre Pompidou langs, of het Foro Romano in Rome. Dat mag van E.Vos zo de prullebak in. En wat betekent passen eigenlijk…. de Hollandse middelmaat alhoewel in Rotterdam wordt wel verantwoord gebouwd. Mijn interesse gaat uit vooral naar moderne musea, daar hoef je gelukkig niet in te wonen. en ik spaar toegangsbiljeten van Musea.

    • Ed Vos zegt:

      van den Broek zegt:
      31 oktober 2012 om 5:11 pm

      Wat een hollandse eentonigheid, alle rijtjeshuizen, duplex op een rij.
      Is Vos ooit in Wenen geweest bij de huizen van Hundertwasser, of even bij het Centre Pompidou langs, of het Foro Romano in Rome. Dat mag van E.Vos zo de prullebak in.

      Vaak begrijp ik uw opmerkingen in het geheel niet. Ieder mag een eigen opvatting hebben. U mag gerust op op het centre pompidou een huis bouwen met een minangkabaus dak. Of een Arabische moskee, indien u het wilt

      Ik ben een liefhebber van Frank Lloyd Wright en de Amsterdamse School. Naast die van Berlage, en het functionalisme. En zo heeft ieder mens zijn eigen onhebbelijkheden

      • Ed Vos zegt:

        Om tegemoet te komen aan de wens van dhr Van den Broek. De invloed van Indie op de architectuur van de Amsterdamse School wordt vaak aangehaald maar nog niet goed bestudeerd. Hier een voorbeeld van wat mij een Minangkabau invloed is op de Amsterdamse School. Er zijn overigens meer voorbeelden, bijvoorbeeld met een beetje fantasie de gebouwen aan het Henriette Ronnerpein/ Therese Schwartzestraat in Amsterdam. Meer durf ik over dit soort invloeden uit Indie niet zeggen. In de eerste decades van de vorige eeuw stond Indie (en het oosten) al in het centrum van de belangstelling
        http://www.flickr.com/photos/klaasfotocollectie/3045691411/

    • Ed Vos zegt:

      Het fabrieksgebouw van Van Nelle in R’dam en het even kapitalistische gebouw van de Bazel werden gebouwd door bouwmeesters die beinvloed werden door de theosofie van Madame H.P. Blavatsky. Maar vraag me niet waarom . De theofie was in Indie welbekend, van Steiner weet ik het niet. Schoemaker bouwde naast een protestantse kerk ook een moskee. Schoemaker bekeerde zich tot de islam, ging op bedevaart naar Mecca, en misschien verklaart dat zijn onbkendheid in Nederland ook naast zijn vriendschap met Soekarno. Maar dat is slechts een guess van van mij.

  10. Ed Vos zegt:

    Jan A. Somers zegt:
    1 november 2012 om 3:30 pm
    Als civiel ingenieur vind ik versieren meestal tegen vallen. Van een irrigatie verdeelwerk kun je niet veel maken, maar van bruggen juist wel. Die bruggen (vooral spoorbruggen en over diepe kali’s) moesten vaak goedkoop zijn, en werden daardoor vaak mooi van zichzelf. Maar ik ben natuurlijk ook technisch bevooroordeeld, oftewel misvormd.

    ————————

    Nou, kunt u zich dan voorstellen wat het resultaat zal zijn wanneer een BOW civiel ingenieur of een officier van de genie zich (vanwege de bezuiniging) aanzet tot het ontwerpen van een gebouw? Overigens hebben die zgn waterstaat-gebouwen an sich ook een zekere charme. In Salatiga – als vroegere garnizoensstad – zie je ze nog. Een paar hele fraaie zijn inmiddels afgebroken of misvormd (gerenoveerd)

  11. Mijn vader en grootvader waren architecten. Vader B.A.J kwam in juni 1940 in Indie aan en werd meteen door de KNIL tewerk gesteld met het ontwerp van de KMA , Bandoeng. In Dec 1945 waren wij terug in Zuid Afrika

    Afgezien van dat, was hij ook zeer geinteresseerd in bouwstijlen in Indie en gedurende onze korte verblijf in vrijheid heeft hij Java afgereisd. Jaren lang bezat hij een foto van een fraaie brug ergens op Java, grotendeels gemaakt van bamboe. Ik zou er een schets van kunnen maken.

    Die foto is jaren geleden verdwenen, maar volgens mijn vader was die brug ontworpen door Ir. Soekarno. Zou iemand hier iets van weten ???

  12. Wilhelm Paul von Grumbkow zegt:

    Dit artiekel gaat ook weer op een B.B.B competitie lijken.

  13. Ed Vos zegt:

    Ik las op facebook over de surabaya-show
    https://www.facebook.com/#!/DeGroteSurabayaShow
    waarbij aanwezig de HH Jan A. Somers en Huub Akihary. Jan A. Somers is u wel bekend maar van H. Akhihary bezit ik een boekje dat ik iedereen als inleiding van harte kan aanbevelen: Huib Akihary – Architectuur & stedebouw in Indonesië 1870-1970.
    Van ene Joep Walter verwacht ik hopelijk over niet al te lange tijd een boek over koloniale architectuur
    http://www.salatiga.nl/indische-architectuur/indisch-wonen.htm
    (website wordt gerenoveerd)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s