Door Harry van Bommel en Nicoline de Hoog
De Nederlandse regering zou haast moeten maken met eerherstel van soldaten die in Indonesië dienstbevelen negeerden.
Kort na het begin van de koloniale oorlog tegen Indonesië weigerden drie Nederlandse mariniers het dienstbevel om een dorp op Oost-Java in brand te steken. Voor deze weigering kregen zij zware gevangenisstraffen opgelegd.
Inmiddels bestaat er weinig twijfel meer over dat het platbranden van het dorp geen proportionele maatregel was, maar vooral een represaille. Door te weigeren namen de drie mariniers in feite stelling tegen verwerpelijke, misdadige praktijken. Zij verdienen het daarom om postuum alsnog volledig eerherstel te krijgen.
Op 11 augustus 1947 naderde een patrouille van Nederlandse mariniers het dorp Soetodjajan. Aangekomen in het dorp werden de huizen uitgekamd op wapens en werd een deel ervan in brand gestoken. Dit zou nodig zijn geweest om een nabijgelegen weg veiliger te maken. Wie zich verzette, werd ter plaatse geëxecuteerd. De brandstichting was het antwoord op de landmijnen waar Nederlandse voertuigen een dag eerder op liepen. Lees verder







