Een idyllische plek

Uit: Indië: geïllustreerd weekblad voor Nederland en koloniën.  Mei 1917.
Door G.J. Nieuwenhuis.

Als je enkele dagen in Indië bent, en van de hotels net genoeg weet om er vandaan te willen, en van het op zich-zelf-wonen nog niet genoeg om er naar terug te verlangen, dan begint de misère – het zoeken naar een huis.

Weltevreden - Kramat

Weltevreden – Kramat, ca. 1920.

Ik had al veertien dagen in een hotel gewoond, en – zoals je dat in Indië al gauw leert – meer op de nadelen dan op de voordelen gelet. Achteraf weet ik, dat het eten er heel goed was, dat je geen angst voor dieven hoefde te hebben, dat je op gekookt drinkwater mocht rekenen, op een minimum van muskieten, op een waterdicht dak boven je hoofd. Soms had ik ogenblikken dat ik het erkende. Als ik ‘s morgens van mijn lange stenen galerij boven, over de rode daken der bijgebouwen het zonlicht zag glijden, en de hoge manggaboomen er achter zacht zag wuiven, als ik boven een schuur een palmkroon tegen de lichtblauwe ochtendhemel heen en weer zag wiegen, en overal om me heen vogels hoorde zingen, dan dacht ik wel eens: „waar heb je dat in Amsterdam?” Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , | 12 reacties

Niet over rozen

Verhuizing van wetenschappelijke instituten naar KIT-gebouw van de baan

We schreven al eerder in de Java Post over ontwikkelingen in de wetenschapsbeoefening die ons Indische erfgoed raken. De dreigende sluiting van het Tropeninstituut (KIT) en volledige ontmanteling van zijn bibliotheek, de afstand tussen wetenschap en het publiek, onder meer gevoed door het feit dat de wetenschappers alleen in het Engels communiceren, en de door bezuinigingen ingegeven samenwerking tussen allerlei instituten onder het mom van ‘e-humanities’.

fokke en sukke

Het wordt steeds gekker. Het afgelopen weekend verschenen twee interessante artikelen in NRC Weekend over deze materie. Jean Tillie bekritiseerde het gebruik van het Engels in de sociale wetenschappen, en Marc Chavannes deed een oproep aan de minister en staatssecretaris van Onderwijs om in te grijpen bij het KNAW. Een gedwongen verhuizing van een handvol instituten naar het gebouw van het KIT zou onherstelbare schade toebrengen aan de reputatie van deze instituten, en levert geen enkel voordeel op.   Lees verder

Geplaatst in 6. Onderzoek, Aanspraken en Verwerking | Tags: , , , , | 1 reactie

Tjilatjap, het Duinkerken van Indië

De foto, gemaakt in 1945 vanuit een ML-KNIL verkenningsvliegtuig, toont ons vanaf een hoogte van zo’n 2000 meter de monding van de Kali Donan, het eiland Noesa Kambangan en Tjilatjap. Zó moet ongeveer het uitzicht zijn geweest vanuit de cockpit van de Japanse bommenwerpers en gevechtsvliegtuigen die deze stad op 4 maart 1942 voor het eerst verrasten.

Tjilatjap en omgeving, 1945.

Tjilatjap en omgeving, 1945.

Tjilatjap was een slaperig provinciestadje dat slechts bestaansrecht ontleende aan zijn strategische ligging aan de mond van de kali Donan. Nadat begin 1942 de grote havens aan Java’s noordkust waren uitgevallen was Tjilatjap aan de zuidkust de enige aan- en afvoerpost van Java geworden. Alleen vanuit deze in alle haast geïmproviseerde basis was nog scheepsverkeer mogelijk met de vrije wereld. Alleen vanuit Tjilatjap kon nog naar Colombo worden gevlucht, of naar Australië. Het stadje werd daarom wel met Duinkerken vergeleken, de stad waar in mei 1940 alles wat kon varen werd ingezet om vluchtelingen over te zetten naar het nog vrije Groot-Brittanië.   Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , , , , | 39 reacties

Een zinloze discussie?

Op het artikel in de Java Post van 7 februari 2014  ‘Bersiap: de werkelijke cijfers’  kreeg ik een uitgebreide reactie van de voorzitter van de Bond van Ex-geinterneerden en Gerepatrieerden van Overzee (BEGO):

“In Uw artikel heeft U het over ‘Bersiap, de werkelijke cijfers’. U put uit bronnen zoals het NIOD en de O.D.O. – rapporten die, zoals U waarschijnlijk al onbewust weet, geen enkel uitsluitsel geven over de werkelijke aantallen slachtoffers die tijdens de Bersiapperiode (17 augustus 1945 tot eind 1946) zijn gevallen.

Pemudas met bambu runcing

Pemudas met bambu runcing

Wat mij opvalt is dat U wenst te twijfelen aan de door historici Herman Bussemaker en William Frederick’s opgegeven aantallen slachtoffers en deze afzwakt tot de gegevens die dr. Lou de Jong opgeeft, die zoals U terecht beweert ook putte uit de O.D.O. – rapporten. Dat deze O.D.O. – rapporten met cijfers werkten die ook de Japanse bezettingstijd bestreken, is niet zo verwonderlijk. Immers het grootste deel van de archieven van de Burgerlijke Stand uit Nederlands – Indië waren volledig vernietigd door niet alleen de Japanse bezetter, maar op grote schaal eveneens door de Pemuda’s, de rampokbendes en de T.N.I. Hoe moest men verder omgaan met de archieven van de Burgerlijke Stand die er simpelweg nog nauwelijks waren? De honderden kampen die over geheel Indië langzaam aan leegliepen met burgers die geen eigendomspapieren meer hadden, werden in eerste instantie ingeschreven door het Internationale Rode Kruis, maar lang niet allemaal, zeker de kleinere kampen niet. Vanaf 17 augustus 1945 werden voormalige Japanse concentratiekampen overvallen door Pemuda’s en rampokkers en werd door hen op grote schaal gemoord. Wie waren nu door de Japanse bezetters vermoord en wie door deze uiterst wreed optredende bendes?

Lees verder

Geplaatst in 3. Bersiap en Merdeka, 1945-1949 | Tags: , , , , | 93 reacties

De waarde van een zwaard

Onderscheiding voor Bandoengers leidt tot discussie

Zwaard van Stichting Pelita, afgestaan aan Verzetsmuseum Amsterdam.

Zwaard van Stichting Pelita, afgestaan aan Verzetsmuseum Amsterdam.

In een eerder artikel berichtte Java Post van een bijzondere bijeenkomst te Bandoeng, op 31 januari 1946, waarbij de plaatselijke Britse bevelhebber, brigadegeneraal MacDonald, een 45-tal zwaarden overhandigde aan “personen die zich tijdens de Japanse bezetting in of buiten de kampen bijzonder verdienstelijk hadden gemaakt.”
Eén van deze zwaarden, zo wisten wij toen, hing aan de muur bij de kleinzoon van een ontvanger, in Mendoza, Argentinië. Wat zijn we inmiddels over de andere zwaarden te weten gekomen?

De oproep in de Java Post leidde tot een vijftal reacties van familieleden van de destijds gelauwerden. De heer Wilhelm von Grumkow schreef ons uit Brazilië dat het zwaard, geschonken aan zijn zuster mevrouw Heijne, nadien uit veiligheidsoverwegingen in bewaring werd gegeven aan het Nederlandse consulaat in Bandoeng, maar daarna is ‘zoekgeraakt’. De heer F. Van der Henst meldde dat het zwaard van zijn vader werd afgegeven bij de politie in Djakarta. Hetzelfde gebeurde, maar dan aan de politie in Nederland, met het zwaard van de heer R. Brenkman.

Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , , , | 15 reacties

De laatste strijd van de Gurkha´s

Helden van de bersiap op de barricaden voor een goed pensioen 

Bij de herbezetting van Nederlands-Indië, in 1945, hadden de Britten 620 doden te betreuren en 1300 gewonden. De meeste slachtoffers waren Brits-Indische soldaten: Gurkha´s, Punjabs, Sikhs, Rajputs en Mahratta´s. Wie waren zij, en wat is er van hen geworden?

Gurkha´s, Punjabs, Sikhs, Rajputs en Mahratta´s: het waren stammen met een lange militaire historie, die zich eeuwen geleden aan de Britten bonden door de levering van troepen. De Punjabs al in het eind van de 18e eeuw, de Gurkha´s (afkomstig uit de streek rond de Nepalese stad Gorkha) in 1815. Bekend om hun moed en vechtlust, speelden zij voor de Britten een belangrijke rol bij de machtsstrijd in het enorme Brits-Indische rijk.

Gurkhas

Gurkha´s

Toen door de Geallieerden in 1945 de bezetting van Java aan de Britten werd opgedragen, waren er weinig Europese soldaten beschikbaar: slechts één bataljon Schotse Highlanders. De overigen die op Java landden waren vrijwillige sepoys, 45 duizend Brits-Indische soldaten, waaronder Punjabs, Rajputs, Mahratta´s, en vooral Gurkha´s.
Hun inzet, zo wist men, had ook nadelen. Het waren immers soldaten uit een land dat zelf óók in een onafhankelijkheidsstrijd was verwikkeld, en een deel van hen was islamitisch. Hun sympathie zou daarom wel eens naar de Indonesiërs kunnen uitgaan. Een alternatief was echter niet voorhanden.    Lees verder

Geplaatst in 3. Bersiap en Merdeka, 1945-1949 | Tags: , , , | 6 reacties

‘Iedere nacht wachtte je op de dood’

Truus Wessels (1945)

Truus Wessels (1945)

In aansluiting op het hier eerder gepubliceerde verslag van een Rapwi-official, vervolgen wij onze schets van de gebeurtenissen in Buitenzorg, eind 1945, met de herinneringen van één van de kampbewoners, Truus Wessels (1923). Zij woonde in Kota Paris samen met haar moeder en haar zusje Maud in bij de familie Schiferli, bestaande uit vader Adolf Schiferli, moeder Mary Schiferli-van Dingstee, en hun drie dochters Leny, Mary en Dolly.

Door Truus Wessels

‘Zondagmorgen 14 oktober 1945 begonnen we aan ons kampleven. Vluchtend voor het plunderend geweld liepen wij het vroegere vrouwenkamp Kota Paris binnen.
Enkele dagen na onze binnenkomst maakten wij kennis met de Nederlandse kampcommandant, luitenant ter zee A. Schiferli. Toen Kota Paris de Depokse bevolking had opgenomen en steeds meer Buitenzorgse gezinnen hun hier toevlucht zochten, vroeg hij mijn moeder hem te assisteren. Het eerste wat hij regelde was het vervangen van de onbetrouwbare Japanse wacht; we kregen Brits-Indische bewaking.   Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | Tags: , , , , , , | 13 reacties