Historici, stel de juiste vragen over Indië

De bloedige strijd om Nederlands- Indië maakt nauwelijks deel uit van ons collectieve geheugen. Historische instituties hebben hun taak laten liggen, stelt Anne-Lot Hoek. En dat is een zaak van ons allemaal.

Door Anne-Lot Hoek

De Nederlandse staat verborg jarenlang namenlijsten met geëxecuteerde gevangenen op Zuid-Celebes, meldde De Correspondent kort geleden. Belangrijke informatie voor advocaat Liesbeth Zegveld, die zij kan gebruiken in haar zaak om financiële compensatie te krijgen voor de weduwen van aldaar vermoorde mannen, blijkt al decennia in het Nationaal Archief te liggen.

Maar heeft de staat die namenlijsten verborgen? Of hebben we er gewoon niet naar gezocht?

Nederlandse militairen verwelkomd door Javanen:  werkelijkheid of propaganda?

Nederlandse militairen verwelkomd door Javanen: werkelijkheid of propaganda?

x

Er liggen duizenden documenten over de dekolonisatieoorlog van Indonesië in de Nederlandse archieven (en daar buiten) en ze zijn nog lang niet allemaal onderzocht. Hoe routinematig was de inzet van excessief geweld? We weten het nog steeds niet.  Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 101 reacties

De Spijkerploeg

Terwijl de laatste overlevenden van de beruchte Birma-spoorlijn op het punt staan te overlijden, kan niemand zich meer voorstellen dat deze episode ook positieve herinneringen heeft voortgebracht. Toch was hiervan wel degelijks sprake. In ieder geval kort na de oorlog, toen de vreugde over de bevrijding nog de slechte herinneringen verdrong. Zoals in het geval van de Spijkerploeg.

Op 2 maart 1948 verscheen een kleine annonce in het Bataviaasche Dagblad:

“SPIJKERPLOEG MENSEN. Alle ex-krijgsgevangenen, die in Siam behoord hebben tot de bekende Spijkerploeg, onder leiding van de toenmalige kapiteins Badings en Schnerr, worden verzocht hun naam op te geven aan één van twee onderstaande adressen: D.M. Kamerling, Madoeraweg 22 pav., en N. Vredevoogd, Thibaultweg 31.”

Onderschrift bij de foto van de reünie in 1948: HOT SWEET COFFEE  “'t Is hot en het is sweet, maar koffie is het niet

Onderschrift bij de foto van de reünie in 1948: HOT SWEET COFFEE “’t Is hot en het is sweet, maar koffie is het niet” dichtte de kampdichter op de koffie van de hospik, die beroemd werd door zijn brouwsel, dat steeds gereed was om de dorstigen te laven. Kampgenoot De Regt lust nog wel een bakje.

Een maand later vond een reünie plaats. Uit het zelfde blad, onder de kop ‘Reünie van de Spijkerploeg:  Herinneringen aan de zonnige zijde van het kampleven’:   Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 9 reacties

De schuld van alles

Door Bert Immerzeel

De nieuwswaarde van de berichtgeving rond Nederlands-Indië loopt de laatste tijd bedenkelijk terug. En dan heb ik het niet over de zojuist verschenen biografie van Jan Pieterszoon Coen, van Jur van Goor, maar over al die losse berichten in de landelijke pers over ‘onthullingen’ met betrekking tot onze koloniale oorlog en de pesterijen van de Nederlandse overheid jegens haar Indische onderdanen. Ik geef u enkele voorbeelden.

Nederlandse leger op Java, 1946. (Foto: Hugo Wilmar)

Nederlandse leger op Java, 1946. (Foto: Hugo Wilmar)

x

Op 10 juli 2012 kopte De Volkskrant: `Eerste foto’s ooit van executies Nederlands leger in Indië.´ In een afvalcontainer zouden beelden zijn gevonden van een massa-executie van Indonesiërs. Deskundigen hielden echter een slag om de arm: er zou eerst onderzoek moeten worden gepleegd om meer duidelijkheid over de beelden te krijgen. Dat onderzoek is er nooit gekomen. De bewuste foto´s zijn echter – hoe kon het anders – hun eigen leven gaan leiden.   Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 179 reacties

Coen heiligde de middelen

Door Roelof van Gelder

JPCoen_Van GoorIn Engeland, Frankrijk, Spanje of Portugal zou Jan Pieterszoon Coen onderwerp zijn geweest voor tientallen biografieën en deelstudies. In Nederland heeft hij weliswaar een standbeeld gekregen en een hoofdstuk in Erflaters van onze beschaving van Jan en Annie Romein, en werden zijn brieven uitgegeven, maar slechts tweemaal kreeg hij een serieuze levensbeschrijving. De eerste, van H.T. Colenbrander, dateert van 1934. De tweede verscheen deze week, een uiterst gedetailleerde studie van de historicus Jur van Goor, een groot kenner van de VOC-geschiedenis, en voormalig universitair hoofddocent in Utrecht.

Van Goor is in zijn jarenlange onderzoek tot een afgewogen biografie gekomen. Hij deed daarvoor niet alleen onderzoek in Nederlandse archieven, maar ook in Spanje, Portugal en Italië. Hierdoor kon hij Coen beter dan zijn voorganger in perspectief plaatsen en hem neerzetten als een ontwikkelde Hollandse koopman die met vele volmachten in een ver werelddeel moest opereren in een gecompliceerd, internationaal krachtenveld. Zowel de commerciële als de militaire aspecten van zijn optreden komen aan bod en vooral: de politieke kanten. Dat levert een in een nuchtere stijl geschreven, genuanceerd beeld op van een man die we als de grondlegger van het VOC-imperium kunnen beschouwen. Iemand die, als hij in een van de Europese monarchieën was geboren, zonder twijfel tot onderkoning van Indië zou zijn benoemd.  Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 12 reacties

Reunie in Japan

Nederlander drukte de hand van vroegere kampbewakers

Onder bovenstaande titel publiceerde de Heerenveensche Koerier in 1955, nauwelijks tien jaar na de afloop van de Tweede Wereldoorlog, onderstaand bericht. Een getuigenis van kracht en verzoening.

Een vroegere piloot van het Nederlandse leger, die 80 van zijn medegevangenen heeft zien sterven in een Japans kamp in de Tweede Wereldoorlog, heeft een hartelijke reünie gehad met zijn vroegere bewakers. Tien jaar na zijn vrijlating uit een kamp in de Japanse bergen is Tjaarda de Cock Buning verleden week naar Japan teruggekeerd om een Japanse tolk te bedanken die de gevangenen tot grote steun is geweest.

Japanse registratiekaart Tjaarda de Cock Buning (1910-2004)

Japanse registratiekaart Tjaarda de Cock Buning (1910-2004)

 

De Cock Buning vertelde de United Press hoe hij en bijna 400 andere Nederlandse militairen naar Japan waren overgebracht om in een zinkmijn te werken nadat zij in december 1942 op Java gevangen waren genomen. “Maar Tosjijasoe Ikeda heeft ons geholpen. Hij bezorgde ons voedsel en nieuws, hetgeen strikt verboden was”, vertelde de blonde, 45-jarige advocaat. “Ik werkte als een tolk voor de grote Mitsoei-mijnmaatschappij en fungeerde als tussenpersoon tussen de mijn, de gevangenen en het Japanse leger. Vele mijnwerkers waren ook behulpzaam en begonnen ons voedsel te geven, nadat we begonnen waren in de mijn te werken”, zei Buning. “Ik ben teruggekomen om die mensen te bedanken die steeds getracht hebben het leven gemakkelijker voor ons te maken.” Buning zei dat zij naar zijn mening zelfs binnen hun beperkte gezichtskring van toen, enig begrip hadden voor wat het gevangenisleven betekende.   Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 38 reacties

De man die verdween

Dit is één van die verhalen welke men soms hoort in een of andere Sumatraanse strandkampong. Vóór de kust liggen daar, schijnbaar dichtbij maar met een vissersprauw toch wel op enkele uren varen afstand, vele eilanden. Drijvende boeketten van groen, met rondom een smal strandje van geel zand waarop de blauwe zee in witte rollers breekt. Sommige van die eilanden zijn geheel onbewoond, op sommige vindt men een kleine visserskampong en op weer andere slechts een vuurtoren.

Vuurtoren op één van de Duizend Eilanden, N. van Batavia

Vuurtoren op één van de Duizend Eilanden, N. van Batavia

De vijf eilanden, waar ik nu aan denk, die daar als op geometrische-zuivere afstanden van elkaar en van de Sumatraanse kust lagen, waren onbewoond. Alleen op het meest Zuidelijke stond recht en zeer wit te midden van het groen der palmen, en boven het blauw der zee, de vuurtoren. Op dat eiland leefde ook de vuurtorenwachter. Meestal was zo’n vuurtorenwachter een Javaan of Madoerees die daar met zijn vrouw of gezin een jaar lang het licht bediende, om daarna met de paar honderd gulden die de ‘kompenie’ hem voor zijn arbeid uitbetaalde, als man in bonus naar het eigen land terug te keren.  Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , | 12 reacties

Opeens stonden die Japanse duivels om mij heen

Het Japanse bezettingsleger heeft 200.000 Chinese vrouwen ingezet als seksslaven in ‘troosthuizen’. Wei Shaolan werd verkracht en raakte zwanger. Haar zoon is in zijn dorp altijd met de nek aangekeken. Wat moet er met hem gebeuren als zijn moeder overlijdt?

Door Oscar Garschagen

Bokkig draait Luo Shanxue (69) zich met zijn rug naar zijn moeder Wei Shaolan (96) omdat zij hem met een scherp stemmetje „een luie buffel” heeft genoemd. Tot haar ergernis zit hij maar te praten met „die buitenlander” terwijl de kippen achter in de donkere, onverlichte woonschuur nog gevoerd moeten worden. Boos stampt hij naar buiten, de motregen in, naar zijn koeien. Als hij even later in de stal een sigaret rolt met een kruidige, zelf geteelde tabak, ontspant hij weer een beetje en begint, ongevraagd, een monoloog.

Wei Shaolan

Wei Shaolan

„Ik ben mijn hele leven al koeienherder, maar ik ben echt niet dom hoor, en ik lees iedere dag de krant en ik weet waarom jij hier bent. Dat is omdat mijn moeder toen zij jong was in de oorlog door de Japanse soldaten maandenlang dag en nacht is verkracht en zwanger werd van een van de officieren en mij toch geboren heeft laten worden. Ik heb daar lang onder geleden, mijn moeder had mij nooit geboren moeten laten worden, maar sinds een paar jaar begrijp ik wat zij heeft doorgemaakt. Mijn moeder was een troostmeisje en de Japanners waren beesten.”  Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , | 10 reacties