Als toerist door Nederlands-Indië

Men and Cities (1938)

Een van de bekendste reporters van het Australische dagblad Sydney Morning Herald was zonder twijfel Sydney Elliott Napier (1870-1940). Napier, oorspronkelijk geschoold als advocaat, zou op latere leeftijd kiezen voor de journalistiek. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd hij als reservist opgeroepen in het Australische leger en vulde daar zijn weinige vrije uren met het schrijven van poezie. In 1925 trad hij in dienst bij de Sydney Morning Herald en schreef daarna niet alleen voor de krant, maar publiceerde ook verschillende boeken over uiteenlopende onderwerpen als literatuur en reizen. Vooral zijn reisverhalen werden veel gelezen: On the Barrier Reef (1928), Walks Abroad (1929), Men and Cities (1938) en This Roundabout (1938).

In het New Zealand Railways Magazine werd in 1939 over Men and Cities geschreven “dat degenen die hem al kenden opnieuw getroffen zullen worden door de beschrijvende kracht, de scherpe observatie en de literaire stijl van deze auteur. Met de heer Napier gaan we dit keer naar Tahiti, Panama, Virginia, Newport, en tenslotte naar Nederlands-Indië en Singapore. Het enthousiasme van de auteur voor vreemde en prachtige scenes en voor ongewone mensen is aanstekelijk.” Het Australische blad “The Advertiser” daarentegen meende dat het maar een saai boek was. Wie had gelijk? De lezer van de Java Post oordele zelf…

De Sydney Morning Herald publiceerde Napier’s verslag van zijn reis door Nederlands-Indië in een tiental delen in het najaar van 1934. Hier de aflevering van 1 december 1934, over zijn verblijf in Batavia:   Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Indische invloed

Door Robbert Dijkgraaf

In mijn werkkamer hangen twee portretten van oud-voorzitters van de Akademie, typische geleerden uit het begin van de vorige eeuw: eerbiedwaardig, grijs, met baard en bril. De eerste is een echte bèta. De natuurkundige Hendrik Lorentz kijkt aimabel, maar ferm de wereld in. Hij was niet alleen architect van de moderne theorie van straling en materie, maar ook verantwoordelijk voor de bouw van de Afsluitdijk. De tweede is een echte alfa. Hij hangt voorovergebogen boven een dik boek, zijn neus bijna in de pagina’s – een karikatuur van de verstrooide geleerde, de boekenwurm die zich nauwelijks bewust is van de rest de wereld.

Hendrik Kern (1833-1917)

Maar niets is minder waar. De sanskritist Hendrik Kern (1833-1917) was minstens zo geniaal én relevant als Lorentz. Hij sprak zo’n beetje iedere denkbare taal, levend of dood, en was een wereldexpert op het gebied van Oosterse talen, van Perzisch via oud-Javaans tot Polynesisch. Kern werd geboren in het voormalige Nederlands-Indië en heeft veel betekend voor zijn geboorteland. In Indonesië wordt hij vereerd als een vader des vaderlands, omdat hij liet zien dat het gefragmenteerde eilandenrijk taalkundig een natuurlijke eenheid vormt.   Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , , , | 34 reacties

Slachtoffer zelfverbranding overleden

Vandaag is bekend gemaakt dat de man die zich afgelopen vrijdag voor de ambassade in Jakarta in brand stak, de heer Albert J.C. Ekelmans, aan zijn verwondingen is overleden. Gelet op de bijzondere omstandigheden mogen we hopen dat van de kant van het Ministerie van Buitenlandse Zaken nog een onderzoek plaats zal vinden naar de toedracht van het gebeurde, waarbij zowel wordt gekeken naar de redenen van het slachtoffer om niet te voldoen aan de bestaande vereisten, alswel naar de wijze waarop die vereisten worden toegepast. Hopelijk zal dit een soortgelijk drama in de toekomst helpen voorkomen.

Geplaatst in 5. Indonesia | Tags: , , , , | 10 reacties

Motief voor een zelfverbranding

Albert Ekelmans

Een week geleden, op 4 mei 2012, liep om 14.15 uur een Nederlandse man van 69 jaar oud over de straat die hem scheidde van de Nederlandse ambassade in Jakarta. Hij droeg een tasje met daarin, naar later bleek, enkele plastic flessen met benzine, een mobiele telefoon, een verlopen paspoort en een paraplu. Niemand schijnt het goed te hebben gezien, maar enkele ogenblikken later had hij de flessen over zijn kleding leeggegoten en zich zelf met een aansteker in brand gestoken. Na een paar  passen viel hij brandend neer aan de rand van de weg. Toegesnelde bewakers van de ambassade konden het vuur doven, maar de man bleek op dat moment al zware brandwonden te hebben opgelopen. Voor zover bekend ligt hij nu – nog buiten bewustzijn – in het Pertamina ziekenhuis in Kebayoran.

De lokale politie meldde aan de media dat het ging om een zekere “Albert Johannis Cornelis”. Uit de in de Indonesische media geplaatste foto van het gehavende paspoort weten we echter dat het gaat om de heer Albert J.C. Ekelmans. Een dag later meldde de Nederlandse NOS ons dat het een wanhoopsdaad was geweest. Omdat Ekelmans geen vast adres had in Indonesië, weigerde de Sociale Verzekeringsbank zijn AOW en pensioen uit te betalen. Naar het schijnt had het slachtoffer de afgelopen maanden wanhopige brieven gestuurd aan de pers, aan premier Rutte, aan minister Rosenthal, kamervoorzitter Verbeet en de Nationale Ombudsman, en daarin om hulp gesmeekt. Hij zou samen met zijn vrouw en kinderen op straat wonen, en gedreigd hebben zelfmoord te plegen. De ambassade werd in al deze brieven als schuldige aangewezen.   Lees verder

Geplaatst in 5. Indonesia | Tags: , , , | 25 reacties

Licht in de duisternis

De geschiedenis van vuurtoren ’Zwaantjesdroogte’

De foto van vuurtoren Zwaantjesdroogte met op de achtergrond het stoomschip de Orion vind ik een van de mooiste foto’s van Nederlands-Indië. We zien hier een tropische, bijna windstille dag in Straat Madoera. Het schip ligt zo te zien voor anker om enkele mannen van boord te laten gaan voor een bezoek aan de vuurtoren. Misschien – ik geef het toe – laat ik me in mijn oordeel te veel leiden door die prachtige naam Zwaantjesdroogte: het klinkt bijna poetisch, alsof er geen schoner plaats denkbaar is dan deze. Natuurlijk, net als alle andere plaatsen, heeft  echter ook dit stukje Nederlands-Indië zo zijn eigen geschiedenis.

Zwaantjesdroogte en stoomschip Orion (1903)

Gietijzer

In ‘Geschiedenis van de techniek’, onder redactie van H.W. Lintsen, lezen we van het eerste gebruik van gietijzer in Nederland: “De mogelijkheden om een sterke en toch open, lichte constructie te maken, waren benut in het Apenhuis van Artis (1852) en in de veranda van het landgoed Bronbeek bij Arnhem, een creatie van Rose (1855). Beduidend robuuster was de geheel gietijzeren vuurtoren die de Marine in 1856 had laten bouwen in Renesse. Daarbij hadden bouwkundigen van het loodswezen de recente Engelse voorbeelden nagevolgd, die zij op hun dienstreizen hadden leren kennen. Een eerste, met tekeningen uitgewerkt voorstel van een Nederlander om een ijzeren vuurtoren op te richten, was overigens al in 1849 gelanceerd, maar nooit uitgevoerd. Na de toren van Renesse volgde in 1862 een soortgelijk kustlicht in Ouddorp, en tussen 1856 en 1899 zouden Nederlandse gieterijen 11 grote gietijzeren vuurtorens langs de Nederlandse kust plaatsen – daarnaast bestelde de overheid nog 22 ijzeren torens voor Oost-Indië.”

Maar liefst 22 vuurtorens werden dus in de tweede helft van de 19e eeuw in Nederland gefabriceerd en daarna in losse delen naar Nederlands-Indië vervoerd. We spreken hier van een typisch voorbeeld van geïmporteerde technologie. Ter plaatse werden de vuurtorens als een bouwpakket in elkaar gezet, onder toezicht van een uit Nederland meegereisde monteur. Eén van deze torens was die van de Zwaantjesdroogte, een rif in Straat Madoera (07º28.0´S, 113º7.0´E).   Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , , , , , , | 5 reacties

Sporen van Aletta leiden naar Kartini

Door Dineke Stam

Kartini met haar zusters en Hilde de Booy-Boissevain in Buitenzorg

In de indrukwekkende botanische tuin Bogor-Buitenzorg zitten we even op een bankje en denk ik aan die foto van Kartini, Roekmini en Sardinah met Hilde de Booy-Boissevain. Misschien was het wel hetzelfde plekje! De tocht in de voetsporen van Jacobs en Catt leidt naar historische sporen van Indonesische historische vrouwen, die veelal ook nationale heldinnen zijn. Die zijn in Nederland niet zo bekend. Het schilderij uit de collectie van Cisca Pattipilohy toont er zes, het spoor van drie vrouwen zoeken we op.

De eerste is natuurlijk Kartini en het spoor is meer immaterieel dan materieel. Jaarlijks is Hari Kartini, Kartinidag een nationale feestdag in Indonesië. Alle vrouwen dragen hun mooiste kabaja en in ieder geval één kledingstuk van batik, schoolkinderen zingen het Kartinilied en doen spelletjes en wedstrijden, waar het bijvoorbeeld erom gaat wie het mooiste handwerk, gerecht of batik heeft gemaakt. Dit jaar congresseren op deze dag zo’n vierhonderd vrouwelijke wetgevers over het thema Politieke Rechten in het Ritz Carlton hotel in Jakarta. ‘s Morgens komen twee van de afgevaardigden naar de viering van Kartinidag in het Erasmushuis. APIK, de vrouwenorganisatie die juridische bescherming en ondersteuning biedt, heeft de ontmoeting-bijeenkomst in het Erasmushuis georganiseerd, in overleg met Nursyabani Katjasunkaja (voormalig parlementslid, nu woonachtig in Den Haag) en ondergetekende vanuit Nederland. Onderdeel van ons programma is het zingen van het Kartinilied met alle aanwezigen. Mede Aletta – reiziger Alice van Gorp heeft dit van te voren precies ingestudeerd, naar aanleiding van de aftrap van de reis in Den Haag. Tevoren was over dit programma-onderdeel discussie over met mensen van het Erasmushuis. ‘Kartinidag is een feest van de Indonesiërs, is het wel gepast dat wij als Nederlanders daar zo’n lied komen zingen’, vroeg men zich af. Dat was gepast vonden wij, want zij is als feministe, ook ‘ons’ erfgoed van de internationale vrouwenbeweging waar wij nu door actieve hedendaagse Indonesische feministen mee in aanraking zijn gekomen. Het werd een prachtig moment op de bijeenkomst, waar oude, jonge, Indonesische en Nederlandse vrouwen en mannen gezamenlijk het lied aanheffen. Toe-eigening, het je eigen maken van gemeenschappelijk erfgoed valt vaak in goede aarde.  Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , | 14 reacties

Onder de vlag van het Rode Kruis

Door Jan Somers

Dislocatie Britten in Soerabaja

Na terugkeer van evacuatie naar Batavia begon ik in Soerabaja als corveeër voor het Rode Kruis met huis voor huis lijken zoeken. Dat werk was niet zo fris en gebeurde wel eens rommelig. Een opmerking van onze oude Indonesische ploegbaas: “Jongens, een beetje rustig aan, dode mensen zijn ook mensen!” Begin december 1945 hadden de Brits-Indische troepen in Soerabaja een eind gemaakt aan de bersiap en ook de directe omgeving was onder hun controle. Ik werd nu geplaatst bij het Leger des Heilsziekenhuis en het Rooms Katholieke ziekenhuis aan de Reinierszboulevard om de rommel op te ruimen zodat beide ziekenhuizen weer in bedrijf konden worden genomen. De medische staf bestond aanvankelijk uit één arts, één verpleegster en een secretaresse van het Rode Kruis, maar er kwam al snel hulp van een groep jongens en meisjes van Pa van der Steur die bij deze ziekenhuizen waren ingedeeld voor een opleiding. Wij versierden onderdak in twee leegstaande woningen naast het ziekenhuis, huisraad regelden we uit geplunderde woningen in de buurt. Aangezien ik op dat moment ook niet beschikte over ouders werd ik eveneens gekenmerkt als ‘wees’, en volledig in de groep opgenomen.  Lees verder

Geplaatst in 3. Bersiap en Merdeka, 1945-1949 | Tags: , , , , , , , , | 18 reacties