De claims van ‘andijvielucht’ (slot)

Regeling voor ex-krijgsgevangenen uit Birma en Thailand (claim 6)

“Resumerend heeft de Indische gemeenschap tot op de dag van vandaag zeven claims open staan jegens de Nederlandse overheid en twee jegens banken en verzekeringsmaatschappijen.” Aldus de belangrijkste conclusie in het boek ‘Opgevangen in andijvielucht’ van Griselda Molemans. In dit artikel bespreken we claim nummer 6, gebaseerd op de uitkering voor ex-krijgsgevangenen uit Birma en Thailand.

Japanse wacht bij POW-kamp Thanbyuzayat, Thailand

Japanse wacht bij POW-kamp Thanbyuzayat, Thailand

In juli 1954 verscheen in de Nederlandse pers het volgende bericht:
“Het Ministerie van Buitenlandse Zaken te ‘s-Gravenhage maakt het volgende bekend: In de oorlogsjaren heeft Japan in het bezette gebied van Birma en Thailand een spoorlijn aangelegd die beide landen verbond; hiervoor werd gebruik gemaakt van vele tienduizenden geallieerde krijgsgevangenen. Na de wapenstilstand is de spoorlijn opgebroken en werd het hierbij vrijkomende materiaal door het geallieerde oppercommando verkocht. De ontvangsten hiervan zijn thans, nadat tussen de betrokken geallieerde landen hiertoe overeenstemming was bereikt, verdeeld over de landen waarvan de onderdanen aan de spoorlijn hebben gewerkt, met de bedoeling dat deze gelden aan de betrokken ex-krijgsgevangenen zullen worden uitgekeerd. De onderhandelingen terzake hebben geruime tijd geduurd. doch onlangs zijn de gelden ter beschikking van de Nederlandse Regering gesteld ter verdeling onder degenen, die, behoord hebbend tot de Nederlandse (Nederlands-Indische) Zee-, Land- en Luchtstrijdkrachten, als krijgsgevangenen van Japan, gedwongen aan de Birma-Thailand spoorweg hebben gewerkt.”    Lees verder

Geplaatst in 6. Onderzoek, Aanspraken en Verwerking, 9. Java Post | Tags: , , , , , , , , | 176 reacties

De claims van ‘andijvielucht’ (II)

Japanse uitkering (JU) aan burger-geïnterneerden, op basis van het Yoshida-Stikker protocol (claim 4)

“Resumerend heeft de Indische gemeenschap tot op de dag van vandaag zeven claims open staan jegens de Nederlandse overheid en twee jegens banken en verzekeringsmaatschappijen.” Aldus de belangrijkste conclusie in het boek ‘Opgevangen in andijvielucht’ van Griselda Molemans. In dit artikel bespreken we claim nummer 4, gebaseerd op de Japanse uitkeringen aan burger-geïnterneerden op basis van het Yoshida-Stikkerprotocol.

Het Bureau Japanse Uitkeringen, Hooftskade 1, Den Haag

Het Bureau Japanse Uitkeringen, Hooftskade 1, Den Haag

De vredesbesprekingen in San Francisco in 1951 hadden niets vastgelegd over een schadevergoeding aan ex-burgergeinterneerden. De Japanse premier Yoshida had de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Dirk Stikker slechts toegezegd tot een schadevergoedingsregeling te willen komen ten behoeve van ´bepaalde groepen individuen, wegens in de kampen ondergaan buitensporig leed´. De hierop volgende jaren moest door besprekingen tussen de Nederlandse en de Japanse regering nog de hoogte van het bedrag worden vastgesteld en de wijze van uitkeren.

Na enige tijd kwamen de partijen overeen dat een lump sum het beste zou zijn, ware het niet, dat de Japanners daar nog regelmatig op terugkwamen. Ze waren niet overtuigd van de omvang van het leed en wilden daarvoor bewijzen op casusniveau.
De Nederlanders wilden hier aanvankelijk niet in mee gaan, maar legden uiteindelijk tóch – op aandringen van de Amerikanen – drie kamprapporten en vijftig individuele persoonsrapporten op tafel.   Lees verder

Geplaatst in 6. Onderzoek, Aanspraken en Verwerking | Tags: , , , , , , , , , | 17 reacties

De claims van ‘andijvielucht’ (I)

Herstelbetalingen aan krijgsgevangenen, ex artikel 16 vredesverdrag met Japan (claim 3)

“Resumerend heeft de Indische gemeenschap tot op de dag van vandaag zeven claims open staan jegens de Nederlandse overheid en twee jegens banken en verzekeringsmaatschappijen.” Aldus de belangrijkste conclusie in het boek ‘Opgevangen in andijvielucht’ van Griselda Molemans. In een eerdere beschouwing wezen we al op de gebrekkige onderbouwing van genoemde claims. Ter toelichting hier een nadere uitleg van herstelbetalingen aan ex-krijgsgevangenen op basis van het vredesverdrag met Japan.

Premier Yoshida ondertekent vredesverdrag, San Francisco, 1951.

Premier Yoshida ondertekent vredesverdrag, San Francisco, 1951.

Het op 8 September 1951 in San Francisco gesloten vredesverdrag met Japan voorzag wél in herstelbetalingen voor krijgsgevangenen, maar niet voor burgers. De Nederlandse regering besloot het verdrag eerst te ondertekenen, nadat door minister Stikker en de Japanse premier Yoshida een gentlement´s agreement was ondertekend, waarin werd afgesproken dat Nederland en Japan op een later tijdstip overeenstemming zouden zoeken over Japanse herstelbetalingen aan burger-geïnterneerden.
De uitkering aan krijgsgevangenen was gebaseerd op de tekst van artikel 16 van het vredesverdrag:    Lees verder

Geplaatst in 6. Onderzoek, Aanspraken en Verwerking | Tags: , , , , , , , | 118 reacties

Japan handhaaft excuus troostmeisjes

Jan Ruff O'Herne, 1942.

Jan Ruff O’Herne, 1942.

Japan handhaaft de excuses die het land in 1993 heeft gemaakt aan de ‘troostmeisjes': buitenlandse vrouwen die in de Tweede Wereldoorlog zijn misbruikt door het Japanse leger. Conservatieve parlementariërs die geloven dat het misbruik nooit heeft plaatsgevonden wilden een nieuw onderzoek naar de excuses. De Japanse regering keek daarop kritisch naar de totstandkoming van de verklaring, maar trekt de excuses niet terug. Dat meldde persbureau Kyodo vandaag.

Een speciale commissie heeft de afgelopen tijd onderzocht hoe de Japanse regering destijds tot haar verklaring is gekomen. De onderzoekers zijn tot de conclusie gekomen dat de verklaring van destijds vooral politiek was, Japan en Zuid-Korea onderhandelden uitvoerig over de tekst, maar dat er weinig historisch onderzoek zou zijn geweest naar de misbruikpraktijken.

Het Japanse leger misbruikte tijdens de oorlog stelselmatig vrouwen in legerbordelen in bezette landen, waaronder Nederlandse vrouwen uit het toenmalige Nederlands-Indië. Pas in 1993 erkende Japan dat in de zogeheten Kono-verklaring.   Lees verder

Geplaatst in 6. Onderzoek, Aanspraken en Verwerking | Tags: , , , | 55 reacties

Erasmus Universiteit eert Mohammed Hatta

Mohammed Hatta (1908-1980)

Mohammed Hatta (1908-1980)

Namens het College van Bestuur heeft em. professor Wim Lammerts van Bueren (Erasmus School of Economics) in Jakarta een foto van het nieuwe Hatta-gebouw overhandigd aan de oudste dochter van Mohammed Hatta. De huisvesting voor internationale studenten is vernoemd naar deze alumnus, vrijheidsstrijder en eerste vice-president van de Republiek Indonesië.

Als eerbetoon aan de familie overhandigde emeritus hoogleraat Wim Lammerts van Bueren (Erasmus School of Economics) namens het College van Bestuur onlangs in Jakarta  een ingelijste foto van het Hatta-gebouw aan de oudste dochter van Hatta, prof.dr. Meutia Hatta, in het bijzijn van haar man prof.dr. Sri-Edi Swasono en jongste dochter dr. Halida Hatta. Ook aanwezig was drs. Kwik Kian Gie, oud-minister in Indonesië en alumnus van de Nederlandse Economische Hogeschool (NEH), later Erasmus Universiteit Rotterdam.

De overhandiging vond plaats in het voormalige woonhuis van Mohammed Hatta, waar studieboeken uit de jaren twintig in de bibliotheek ook nu nog verwijzen naar de Hogeschool waar Hatta zijn opleiding genoot. De familie toonde zich zeer ingenomen en geroerd met dit blijk van begrip en respect achteraf voor de activiteiten en houding van Mohammed Hatta in zijn streven naar onafhankelijkheid van Indonesië.    Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | Tags: , , , | 53 reacties

De oorlog nadert

Door Louis Doppert

Een groot oppervlak van Djokjakarta bestond uit wijken, waarvan de huizen waren opgetrokken uit gemetselde stenen en gevlochten bamboe. Deze zogeheten stadskampongs werden doorsneden door geasfalteerde wegen. Hierlangs stonden oude villa’s, waardoor de kampongs voor een groot deel aan het zicht werden onttrokken. In de rij bijgebouwen aan de achterzijde van ons huis bevond zich de waterput. Deze was niet overdekt.

Met behulp van een ladder tegen de muur kon ik als in vogelvlucht de kampong overzien. De huisjes waren gebouwd rondom een pleintje, waar allerlei evenementen plaatsvonden. Ik zag er hanengevechten, slamatans (rituele maaltijden), een trouwpartij opgeluisterd door een wajangvoorstelling (schimmenspel) met gamelanmuziek. Het orkest speelde gewoonlijk zonder ophouden tot drie uur in de nacht. Het geluid klom over de muur en gleed door de jalouzieën mijn slaapkamer binnen. De muziek was rustgevend als het helder klateren van een waterval. De klanken van de gamelanmuziek hebben zich sindsdien voor altijd in mijn geheugen verankerd.

Het echtpaar Doppert en zonen Bert en René, 1942.

Het echtpaar Doppert en zonen Bert en René, 1942.

Mam had zich gemeld bij de COVIM (Commissie voor Organisatie van Vrouwenarbeid In Mobilisatietijd) en kreeg een opleiding als hulpverpleegster. Na jarenlang de builen, schrammen en wonden van haar vijf kinderen verzorgd te hebben was zij een echte ervaringsdeskundige geworden. Het was geen wonder, dat zij zonder moeite met vlag en wimpel slaagde voor haar verpleegstersexamen. Zij droeg vol trots het witte uniform met COVIM-speld.
Pap werd lid van de Stadswacht. Het waren meest mannen van boven de veertig, die hiervan deel uitmaakten. Zij kregen een militair uniform en droegen als wapens een pistool of geweer. Hun taak was het assisteren van de politie bij het handhaven van de orde.    Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , , | 18 reacties

Een finale afrekening, of toch niet?

‘Opgevangen in andijvielucht’ geeft ruimte aan herinneringen

Griselda Molemans beschrijft in haar nieuwste boek ‘Opgevangen in andijvielucht’ op een prettig leesbare wijze de opvang van de Indische Nederlanders in de jaren ´40, ´50 en ’60, en komt tot de conclusie dat deze groep veel onrecht is aangedaan. Het zou een open deur zijn, ware het niet, dat veel details worden vermeld die eerder niet of nauwelijks bekend waren, en waarvan het goed is dat zij nog een keer aan een groot publiek worden geopenbaard. Zo was bijvoorbeeld veel te weinig bekend over het feit dat de opvang door de betrokkenen zelf moest worden betaald, en dat zij daar nog jaren lang door de overheid mee werden achtervolgd. Evenmin wisten we iets over de gedwongen winkelnering. En bijzonder ook zijn de details over de verschillende groepen die in de loop der jaren uit ‘Indië’ naar Nederland zijn gekomen. Dankzij Griselda Molemans hebben de ‘repatrianten’ van weleer afgedaan, en spreken we nog slechts van ontheemden. Waarvoor hulde.

Hotel Pension Het Witte Huis in Laren

Hotel Pension Het Witte Huis in Laren

Aardappelen

Maar, ‘Opgevangen in andijvielucht’ heeft ook serieuze tekortkomingen.
Om te beginnen, het boek is nogal onevenwichtig. De eerste 375 pagina´s vertellen het verhaal van de opvang in kampen en contractpensions in chronologische volgorde, in een slothoofdstuk wordt in sneltreinvaart nog even een aantal veronderstelde financiële claims toegelicht. Het eerste gedeelte had mogen worden ingekort, het tweede uitgebreid.
Dit laatste te meer vanwege het bronnengebruik. Het verhaal over de opvang is vrijwel uitsluitend gebaseerd op door de schrijfster afgenomen interviews met de opgevangenen. Ze citeert hen allen, en zo krijgen we van bijna alle kampen en pensions te lezen dat het er én koud was, dat er alleen maar doorgekookte aardappelen en één keer per week een gehaktbal werd gegeten, en dat er véél te weinig douches waren. Tot vermoeiens toe. Alsof het tussen 1945 en 1969 in Nederland nooit zomer is geweest. Het wordt zelfs zó vaak herhaald, dat je denkt: dat kán niet, die aardappelen moeten een keer lekker zijn geweest, en ze moeten er een keer hebben gelachen.   Lees verder

Geplaatst in 8. Recensies | Tags: , , , | 93 reacties