Domestic worries of Soekarno and Fatmawati

By Harry Poeze

Since 2012 KITLV has been engaged in the project ‘Dutch military operations in Indonesia 1945-1950’. At first it was to be a project of three institutions; NIOD (War Documentation Institute, Amsterdam), NIMH (Institute of Military History, part of the Ministry of Defence) and KITLV. When the request for a relatively modest subsidy was turned down by the Dutch government, participation of NIOD and NIMH was, at least temporarily, halted. KITLV went on alone, with a low public profile, but notwithstanding these drawbacks much has been achieved.

Personal letter of Soekarno

Personal letter of Soekarno

An impressive amount of documentation has been collected and analyzed with the aim of appraising Dutch military action in Indonesia, particularly where it transgressed the laws of war. We have covered the involvement of many different actors, including military men of all ranks, civil officials, politicians from cabinet and parliament, and public opinion from both the Netherlands and the Netherlands Indies. We’ve also been studying the “other side” – those from the Republik Indonesia – with special attention to the conduct of the Republik’s armed forces. Our sources have included letters, diaries, memoirs, newspaper reports as well as fictional accounts, from 1945 till the present day. The harvest so far has been abundant!  Lees verder

Geplaatst in 6. Onderzoek, Aanspraken en Verwerking | Tags: , , , | 47 reacties

Alles, van Indië tot Indonesië!

Aziatische Bibliotheek in Universiteit Leiden

Door Dirk Vlasblom

De grootste onderzoeksbibliotheek voor Indonesië staat sinds deze week in Leiden: van unieke handgetekende kaarten tot oude manuscripten en de jongste publicaties. Door de samenvoeging van drie beroemde collecties is daar nu alles te vinden.

Javaanse, Maleise en Boeginese manuscripten, vele honderden handgetekende kaarten, reisbeschrijvingen, duizenden boeken, tijdschriften en oude foto’s – bij elkaar tientallen kilometers archief. Al die schatten waren tot voor kort ondergebracht in drie verschillende bronnencollecties over de talen, culturen en geschiedenis van wat ooit ‘Nederland overzee’ was.

Babad Diponegoro, autobiografie van de Javaanse prins Diponegoro (1785-1855) die een boerenleger aanvoerde tegen de Nederlanders in de Java Oorlog (1825-1830). Hij schreef het tijdens zijn ballingschap in Noord-Sulawesi (1831-1832). Dit manuscript in Javaans schrift is een van de topstukken van de KITLV-collectie en staat in de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

Babad Diponegoro, autobiografie van de Javaanse prins Diponegoro (1785-1855) die een boerenleger aanvoerde tegen de Nederlanders in de Java Oorlog (1825-1830). Hij schreef het tijdens zijn ballingschap in Noord-Sulawesi (1831-1832). Dit manuscript in Javaans schrift is een van de topstukken van de KITLV-collectie en staat in de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

Meer dan een eeuw lang leidden deze collecties gescheiden levens. In de Universiteitsbibliotheek van Leiden, in het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV) – ook in Leiden – en in het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) in Amsterdam. Toen het KITLV na een bezuinigingsronde drastisch werd afgeslankt en de bibliotheek van het KIT, ook al uit geldgebrek, werd opgeheven dreigde teloorgang van veel moois. Maar uiteindelijk werd besloten de drie collecties over Indonesië en de West samen te voegen en bijeen te brengen op één plek: de Universiteitsbibliotheek in Leiden.   Lees verder

Geplaatst in 6. Onderzoek, Aanspraken en Verwerking, 9. Java Post | Tags: , , , | 7 reacties

Kleian´s adresboek

Sommige naslagwerken hebben zo´n eeuwigheidswaarde dat we soms vergeten hoe ze aan hun naam komen. Zo hebben we in Nederland bijvoorbeeld Pyttersen´s Almanak en de ‘Dikke Van Dale’, vernoemd naar respectievelijk een Friese uitgever en een Zeeuwse schoolmeester. Ook in Nederlands-Indië bestond zo´n standaardwerk: Kleian´s adresboek. Het is nog steeds een onmisbare bron voor genealogen en andere Indië-vorsers. Wie was deze Kleian?

F.A. Kleian sr.

F.A. Kleian sr.

Frederik August Kleian werd geboren in Utrecht, op 29 oktober 1843. Als sergeant van het Indische leger arriveerde hij in 1866 in Nederlands-Indië. In 1871 werd hij bevorderd tot 2e luitenant, en in 1875 tot 1e luitenant. In de jaren 1879-79 maakte hij expedities in Atjeh mee, waarna hem de Atjeh-medaille werd uitgereikt. Teruggekeerd in Batavia, werd hij in 1881 om zijn diensten begiftigd met het ‘eereteeken voor belangrijke krijgsverrichtingen’. Na in 1883 nog te zijn bevorderd tot bevorderd tot kapitein, werd hij in 1887, nog slechts 44 jaar oud zijnde, ‘op eigen verzoek’ gepensioneerd.

Bijzonderheden over de volgende jaren kennen we niet. We moeten veronderstellen dat Kleian naarstig op zoek is gegaan naar een zinvolle invulling van zijn bestaan. In 1897, dus tien jaar na zijn pensionering, werd Kleian genoemd in een berichtje in het Bataviaasch Nieuwsblad: “De heer F.A. Kleian, gepensioneerd kapitein, heeft een lastig werk ondernomen, namelijk de samenstelling van een adresboek voor Batavia, stad en voorsteden en Meester Cornelis. Het zal in alphabetische volgorde de namen bevatten van zowel de mannelijke als vrouwelijke inwoners, het ambt of beroep, en de straat, buurt of kampong. En zo veel mogelijk de wijk en huisnummer.”

In maart 1898 was het eindelijk zover. Het eerste adresboek van Nederlands-Indië was klaar. De pers was lovend, en al snel bereikte Kleian het verzoek ook een soortgelijk adresboek voor andere steden samen te stellen. Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , | 31 reacties

Adieu, Monsieur le Professeur

Door Bert Immerzeel

adieu

Adieu, monsieur le professeur

Naar ik me herinner was het in 1968, en zat ik in de tweede of derde klas van de middelbare school. Onze leraar Frans aan de h.b.s. in Enkhuizen leerde ons een nieuw liedje. Vreemd, vonden we, want de man deed nooit aan muziek. Dáárvoor hadden we onze muziekleraar meneer Van der Ven. Na wel vijf keer ‘Adieu, monsieur le professeur’ te hebben gezongen, voelden we wel enige nattigheid. Het lag er té dik bovenop.
En ja, hoor! Twee weken later kregen we te horen dat de man vertrok. In zijn laatste les werd hij toegesproken door de directeur, en was er nog iets als een pijnlijke stilte. Vijfentwintig jongens en meisjes die bijna hardop dachten: Dát krijg je niet!
Ik heb er nóg spijt van.

Later heb ik zelf ook voor de klas gestaan. Bij mijn afscheid hebben mijn leerlingen gelukkig niet voor mij gezongen. Gelukkig, want ik zou weer aan mijn leraar Frans hebben gedacht. Beter is het soms de dingen te accepteren zoals ze zijn, en niet te verpakken in georkestreerde emoties.    Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , | 11 reacties

Biografisch Woordenboek Nederlands-Indië

Door Bert Immerzeel

De Chinese zakenman Oei Tjiong Ham (1866-1924), niet in het BWN.

De Chinese zakenman Oei Tjiong Ham (1866-1924), niet in het BWN.

Door sommigen wordt wel gezegd dat over Nederlands-Indië genoeg is geschreven; anderen echter vinden dat nog lang niet álles naar boven is gehaald. Mezelf reken ik tot de laatsten. Juist omdat het niet meer bestaat, en omdat zijn historische waarheden vaak een politieke lading hebben, blijft het land intrigeren. De aandacht voor de geschiedenis van Indië is ook nogal ongelijk verdeeld: sommige onderwerpen zijn al tamelijk uitgekauwd, over andere werd hoegenaamd niets geschreven. Onze kennis van veel zaken en personen is gewoon verloren gegaan, vergeten.

Neem nu bijvoorbeeld het ‘Biografisch Woordenboek van Nederland (BWN), 1880-2000’, een prestigieus project van de Koninklijke Academie voor Wetenschappen. In het kader van dit project werden in de periode 1979 – 2008 maar liefst 2071 korte levensbeschrijvingen gemaakt van ‘personen die op de een of andere wijze in Nederland of zijn overzeese gebiedsdelen van betekenis zijn geweest’. Deze biografieën werden zowel gepubliceerd in gedrukte vorm, alswel op een website.   Lees verder

Geplaatst in 6. Onderzoek, Aanspraken en Verwerking | Tags: , , , | 32 reacties

Selamat Sjabbat

Joods Historisch Museum toont het onbekende verhaal van joden in Nederlands-Indië

Selamat Sjabbat

Selamat Sjabbat

Het Joods Historisch Museum presenteert van 13 oktober 2014 tot en met 8 maart 2015 de tentoonstelling Selamat Sjabbat. De onbekende geschiedenis van joden in Nederlands-Indië. De expositie neemt de bezoeker mee naar het einde van de negentiende eeuw, de koloniale tijd, de oorlog in de Pacific en de naoorlogse situatie. Unieke historische objecten, foto’s en interviews onthullen ontroerende verhalen. Het hedendaagse joodse leven in Indonesië is begin 2014 gefotografeerd door Pauline Prior.

Het is voor het eerst dat er in een tentoonstelling aandacht wordt besteed aan het joodse leven in Nederlands-Indië en Indonesië, een relatief onbekend deel van de Nederlandse en joodse geschiedenis. Na de oorlog werden de Indische herinneringen overschaduwd door de Sjoa. De afgelopen decennia neemt de belangstelling voor de Tweede Wereldoorlog in de Pacific toe.   Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , , | 7 reacties

Op weg naar het eeuwige leven

En Jezus trad naderbij en  sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Gaat dan henen, maakt alle volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat ik u bevolen heb. En zie, Ik ben met u al de dagen, tot aan de voleinding der wereld.’
Mattheus 28:18-20

munsonTijdens het Engelse tussenbestuur (1811—1825) begaven de eerste zendelingen zich naar het Batak-land in Midden-Sumatra. Mogelijk was het de Britse zendeling Burton die als eerste een poging waagde in de richting van het Toba-meer te reizen. Na in Sibolga een weinig Bataks te hebben geleerd, begaf hij zich in 1824 naar de hoogvlakte van Silindoeng om daar de verzamelde hoofden toe te spreken. Het verhaal gaat dat hij zich nogal onhandig uitdrukte. Terwijl hij wilde zeggen: „De mens verhovaardige zich niet, doch verootmoedige zich”, zei hij dat de Bataks klein gemaakt zouden worden, – natuurlijk geen goed begin voor een eerste kennismaking. De Bataks namen dan ook een dreigende houding aan, en Burton vluchtte terug naar de kust.

Misschien herinnerden de Bataks zich vijf jaar later zijn boodschap nog. Een naburig moslimvolk, de Padri´s, trok tussen 1828-1830 Batakland binnen en liet er een spoor van verwoesting achter. Was dít misschien waar de blanke man op had gewezen?

De volgenden die een poging waagden waren Henry Lyman en Samuel Munson, twee jonge Amerikaanse zendelingen van de Baptistengemeente in Boston. Ze waren diepgelovig, en vastberaden de heidenen de leer van Christus te verkondigen.
Op 10 juni 1833 scheepten ze zich samen met hun echtgenotes in op het zeilschip Duncan.    Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , , , | 5 reacties