‘En we noemen haar Ranchita’

De repatriëring, of misschien beter gezegd de verhuizing, in na-oorlogse jaren van honderdduizenden landgenoten uit Nederlands-Indie naar Nederland, burgers en militairen,  kent even zo vele verhalen. Sommige van deze verhalen zijn wel heel bijzonder.  Peter Miebies vertelt ons van de reis van het stoomschip Ranchi, met als vertrekdatum vanuit Tandjoeng Priok 29 augustus 1950.

Door Peter Miebies

Overlijdensadvertentie E.H.Ranchita Sprangers

Enkele Jaren geleden las ik in het Algemeen Dagblad een rouwadvertentie. De overledene heette Ranchita en was geboren in 1950 aan boord van een schip genaamd de Ranchi. Op de een of andere manier had ik het gevoel dat dat schip iets te maken had met de woelige periode na de Tweede Wereldoorlog in Indië. Bij mijn onderzoek viel ik van de ene verbazing in de andere.

SS Ranchi

Het stoomschip Ranchi, gebouwd in 1925 in Engeland om dienst te doen op de route tussen Londen en Bombay, kreeg de naam van een Indiase stad. In 1939 werd het door de Britse admiraliteit gevorderd en ingezet als bewapend koopvaardijschip. Bij die modificatie is de tweede (achterste) pijp verwijderd en is geschut aangebracht. Tot 1943 werd het schip ingezet als patrouille- en escortvaartuig; in die vier jaar legde het zo’n 300.000 zeemijl af. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 16 reacties

Gemiste koloniale geschiedenis, gemiste kans

De bloedige strijd in Indonesië in de jaren 1945-’49 beneemt Nederland het zicht op de politieke strijd voor onafhankelijkheid die al decennia eerder begon. De leiders van die strijd verdienen eindelijk erkenning, schrijft Anne-Lot Hoek.

Illustratie NRC/Michiel Wijdeveld

Door Anne-Lot Hoek

Amsterdam heeft besloten op IJburg 27 straten te vernoemen naar antikoloniale verzetsmensen in Indonesië, op de voormalige Nederlandse Antillen en in Suriname. Dat is een belangrijke stap om meer diversiteit te creëren in de publieke ruimte. De discussie over de ‘dekolonisatie’ van die ruimte ging tot nu toe vooral over het wel of niet weghalen van standbeelden en straatnaamborden van gevallen koloniale helden, zoals Jan Pieterszoon Coen (1587-1629). Een belangrijk debat, maar met de vernoeming naar deze verzetsstrijders komt er juist meer aandacht voor de hier vrij onbekende Indonesische, Surinaamse en Antilliaanse geschiedenis. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 64 reacties

Hoe je je moet gedragen in het verhitte debat over het koloniaal verleden

Om het debat over het koloniaal verleden zindelijk te voeren, dienen historici zich aan drie normen te houden, stellen Piet Emmer en Henk den Heijer: mijd tendentieuze taal, laat niet uit effectbejag feiten weg en discrimineer niet.

Het eiland Gorée voor de kust van Senegal

Door Piet Emmer en Henk den Heijer

De laatste jaren vallen er steeds meer koloniale lijken uit de kast. Een groep activistische historici heeft zich vol overgave gestort op het blootleggen van ‘onbekende’ koloniale misdaden. Zij menen dat onze huidige samenleving erdoor geïnfecteerd is en dat witte nationalisten met racistische trekjes er nog steeds de dienst uitmaken. Dat is allemaal niet zo erg als deze academisch gevormde activisten met hun morele verontwaardiging over het koloniale verleden niet steeds meer invloed zouden krijgen op het gematigde midden dat staat voor nuance en tolerantie.

Hun bestrijding van het koloniale kwaad begint meestal op twitter, sijpelt vervolgens door naar de media en landt uiteindelijk in publicaties, museaal beleid en in protesten tegen straatnamen en standbeelden die getuigen van een zwart verleden. Informatie die de complexiteit van het koloniale verleden toont, wordt vaak weggelaten, en het taalgebruik aan het activistische doel aangepast. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 37 reacties

Joy riden in Semarang

Misschien heeft u er ergens over gelezen: er zijn nogal wat misstanden bij valetparkingbedrijven op Schiphol en Rotterdam Airport. Valet Parking? Da’s een nieuw begrip: je laat je auto achter bij een medewerker van zo’n bedrijf voor de ingang van het vliegveld, en bij terugkeer krijg je je auto weer terug bij de uitgang. Hoef je niet zelf te parkeren. Het valetparkingbedrijf garandeert dat je auto wordt beheerd op een bewaakte parkeerplaats.

Met dit laatste blijkt vaak de hand te worden gelicht. Auto’s worden gewoon op straat gestald, en – niet zelden – gebruikt voor prive-uitstapjes van medewerkers van het bedrijf.

Auto met inlandse chauffeur (foto:TM_FZF899)

Joy riden is van alle tijden, getuige een bericht in de Preanger Bode, van 7 januari 1914. Let wel: al weer meer dan een eeuw geleden! Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 11 reacties

Bersiap in Bandoeng

De dagen rond 15 augustus heeft iedereen zo zijn eigen herinneringen aan de oorlogstijd. Rob Cassuto vertelt ons van zijn ervaringen in Bandoeng.

Bandoeng, Grote Postweg, 1938

                                                                                                                          Voor mijn moeder

Door Rob Cassuto

Op 15 augustus vond de Japanse capitulatie in Nederlands-Indië plaats. Maar vrede zou het nog bepaald niet blijken te zijn. Mijn grootmoeder, mijn moeder en ik waren op dat moment in kamp Banjoe Biroe en wij waren er slecht aan toe, verzwakt door oedeem, dysenterie en diarree. Mijn grootvader, Albert van Zuiden, had ons opgespoord en kwam ons ophalen vanuit Tjimahi, waar hij in het kamp had gezeten, om ons terug te brengen naar Bandoeng, waar vier jaar geleden onze zwerftocht door de oorlog was begonnen. Zoals andere blanke Europeanen waren wij geïnterneerd geweest in kampen, eerst in Tjihapit, een wijk in Bandoeng, daarna in Moentilan en Banjoe Biroe op Midden-Java. Als seculier-Joodse familie had mijn moeder de Japanse oproep aan de Joden zich te melden genegeerd en de Japanners hadden daar ook verder niet veel werk van gemaakt. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 132 reacties

De Rapwi en het Rode Kruis in Oost-Java

Na de Japanse capitulatie werd de Rapwi ingeschakeld om hulp te bieden aan de Europese bevolking. Deze organisatie, voluit ‘Recovery of Allied Prisoners of War and Internees’ geheten, vormde samen met het Rode Kruis de eerste organisatie in Europees verband die werkzaam was in Nederlands-Indië. Hoe zeer ze haar best ook deed, ze kon zich niet ontworstelen aan haar anti-Indonesische imago. Het was immers een organisatie vóór Europeanen, dóór Europeanen. Rapwi-medewerker dr. C. Schouten schreef enkele jaren later over deze periode een uitgebreid verslag, waarvan hier het hoofdstuk over Oost-Java.  

Rode Kruistrucks in Soerabaja

Door C. Schouten

Reeds enige tijd vóór de capitulatie van Japan was men in Zwitserse kringen in Soerabaja bezig met plannen tot het oprichten of doen herleven van het Rode Kruis.

Toen de capitulatie een feit was, vormde zich bijna vanzelf een comité vanuit de overgebleven samenleving, welk comité de organisatie van het Rode Kruiswerk, onverschillig ras, godsdienst en sociale verschillen, ter hand zou nemen. Hoewel het gewenst zou zijn geweest kleurloos te blijven, moest in den beginne wel strijd worden gevoerd tegen het ‘comité contact social’, een creatie van de Japanners van het Residentiekantoor in samenwerking met de voormannen van de Kaoem Indo-Blanda.

In verband met de omstandigheid dat men niet kon weten wanneer hulp van buiten kon worden verwacht, werd van meet af aan getracht de organisatie zo ruim mogelijk op te zetten en werd het nodige in het werk gesteld om over de vereiste middelen te kunnen beschikken. Niet alleen in Soerabaja werd dit initiatief genomen, maar ook in Malang, Djember, Solo en Semarang. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 25 reacties

De Batak cultuur door de ogen van Tassilo Adam

Een foto vertelt soms méér dan duizend woorden. Meerdere van dit soort foto’s konden worden bezichtigd op de “Tentoonstelling der Bataksche Etnografische Verzameling en der Fotografien van Batakland en Volk”, van de fotograaf Tassilo Adam. De tentoonstelling, georganiseerd door de Delische Kunstkring, vond plaats van 14 tot en met 20 februari 1919 in de Witte Sociëteit in Medan.

Groepsportret familie van Sibayak Pa Mbelgah in Kabandjahe met de schedels van hun voorouders voor zich (TM)

Groepsportret familie van Sibayak Pa Mbelgah in Kabandjahe met de schedels van hun voorouders voor zich (TM)

 

Door Rob Jongmans

Adam beschouwde het als de merkwaardigste opname ooit door hem gemaakt, getuigend van oprechte vriendschap en groot vertrouwen: het portret van Sibayak Pa Mbelgah en zijn familie in Kabanjahe (Karo, Sumatra), met de schedels van hun voorouders voor zich. Die waren speciaal voor de fotograaf uit de geriten (schedelhuis) tevoorschijn gehaald en van de meest waardevolle doeken en sieraden voorzien. Deze foto is bij diezelfde gelegenheid gemaakt. Vertrouwen kunnen winnen is geen voorwaarde om een goed fotograaf te worden, maar het komt wel van pas. De Duitse planter Tassilo Adam (1878-1955) was een meester op dit gebied. Het stelde hem in staat alle facetten van de Batak bevolking vast te leggen. Later zou hij als gevestigd fotograaf in Yogyakarta een film maken, Mataram, waarbij hij wederom volledig opging in de lokale cultuur. Een ‘documentair cultuur-filmwerk in zeven acten’, zo wordt de film in een van de eerste tussentitels treffend neergezet. Ze kwam in vier jaar tijd tot stand en de Nederlandse première vond plaats in het Koloniaal Instituut op 15 februari 1927. Een deel van de film, waarvan zich een kopie bevindt in de collectie van het EYE Film Instituut, is gewijd aan de wajang wong voorstellingen die begin september 1923 in de kraton plaatsvonden ter gelegenheid van het vijfentwintigjarig regeringsjubileum van Koning Wilhelmina. Na afloop van die gebeurtenis vroeg Sultan Hamengku Buwono VIII aan Tassilo Adam om een fotoalbum samen te stellen, dat als souvenir aan de koningin werd aangeboden. Er bestaan meerdere exemplaren van dit prachtalbum. Het Tropenmuseum koestert er drie in haar collectie; een afkomstig van Koningin Wilhelmina, het exemplaar van gouverneur-generaal Fock en dat van resident Dingemans. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 7 reacties

Het monument dat er niet (meer) mocht komen

Standbeelden en gedenktekens vertellen ons veel over de waarden in de vroegere samenlevingen. Al even bijzonder lijkt echter de geschiedenis van een standbeeld dat er nooit is gekomen, en waarbij de daarvoor verzamelde gelden een wel héél andere bestemming kregen…

Standbeeld van Koningin Wilhelmina te Paramaribo, opgericht in 1923

Door Bert Immerzeel

Het was een bijzonder bericht. Op 2 september 1940, vier maanden na de Duitse bezetting van het vaderland,  verscheen in het Bataviaasch Nieuwsblad een ingezonden brief van het Indonesische Volksraadlid Raden Ngabehi Sosrohadikoesoemo. Onder de titel ‘Waarom Suriname wel en Nederlandsch-Indië niet’ vroeg hij zich af of het niet goed zou zijn, juist in deze bijzondere omstandigheden, een tastbaar bewijs op te richten voor de ‘eensgezindheid der Indische volkeren in hun liefde, aanhankelijkheid en trouw voor H. M. de Koningin’.

In Suriname had in 1923 een soortgelijk initiatief geleid tot de oprichting van een standbeeld voor Koningin Wilhelmina. In Nederlands-Indië had de viering van de 60-ste verjaardag van de Koningin, enkele dagen eerder, getoond dat het volk ‘in zijn eenheid van vele schakeringen’ het ‘onomstotelijk bewijs’ had geleverd Hare Majesteit te zien als verpersoonlijking van ‘saamhorigheid, eensgezindheid en lotsverbondenheid’, waarvoor, ook hier, een standbeeld diende te worden opgericht:

“Suriname is reeds lang in het bezit van een standbeeld van H. M. Koningin Wilhelmina. Indisch Nederland, door de bezetting van het Moederland door de Hunnen thans het voornaamste en gewichtigste deel van het Koninkrijk geworden, zal de wereld hebben te tonen, dat de volkseenheid rondom het roemruchtig Huis van Oranje door deze bezetting in geen geval kan worden gestoord. De gezamenlijke viering van H. M’s. 6Oste verjaardag (…), moge der wereld voor de zoveelste maal het bewijs geven, hoe zegenrijk het koningschap voor het Nederlandse Rijk nog kan zijn. Indisch Nederland mag daarom bij Suriname niet achterblijven en moet het als een zeer aangename plicht beschouwen spoedigst in het bezit te kunnen zijn van een standbeeld van Haar, die gedurende haast een mensenleeftijd met wijsheid en rechtvaardigheid de regering over deze landen heeft gevoerd.” Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 6 reacties

Een tragisch voorval

De geschiedenis van Indië delen we gemakshalve vaak in in perioden die ieder een bepaald tijdsbeeld oproepen, met bijbehorende emoties. En zo veronderstellen we dat de Japanse bezetting voor iedereen een ramp was, de bersiapperiode nog veel erger, en dat het daarvoor allemaal rustig en aangenaam was geweest. Misschien dan niet zo zeer voor de inheemsen, maar dan toch in ieder geval voor de (Indo-)Europeanen. De tijd van tempo doeloe. Hoezo Tempo doeloe?  

Kamer in ander hotel te Lawang, ‘Niagara’, waarvan wordt beweerd dat ook hier een vrouw zich het leven heeft ontnomen. (foto Anoek Steketee)

Uit het Soerabaijasch Handelsblad, 16 februari 1929:

“Gistermiddag werd het stille Lawang opgeschrikt door een tragische gebeurtenis, welke aanvankelijk aanleiding gaf tot de meest-ernstige vermoedens en conclusies. In het Hotel Dennenheuvel te Lawang logeerde een echtpaar, dat zich in het vreemdelingenboek had ingeschreven onder den naam van „G. van Nederveen Meerkerk” en echtgenote, deze laatste zou van zichzelf Braams heten.

De eerste berichten, welke hier ter stede werden ontvangen, luidden, dat de heer van Nederveen Meerkerk vrijdagmiddag omstreeks 1 uur zich naar Soerabaja had begeven, zijn echtgenote achterlatende in het hotel. Mevr. Meerkerk had zich op het gebruikelijke uur ter ruste gelegd. In den namiddag, tegen vijf uur, het tijdstip dat zij placht op te staan, kwam de baboe binnen en klopte aan haar deur. Nadat zij dit herhaalde malen had gedaan, zonder enig gevolg, haalde zij er den hotelhouder bij, die uiteraard onraad vermoedde. Toen men binnentrad, lag de dame dood op haar bed, het lichaam was reeds verstijfd. De inderhaast ontboden geneesheren dr. Theunissen en Van Lienden konden echter slechts de dood constateren. Het bleek uit het geneeskundig onderzoek, dat de dode een lethale hoeveelheid cyaankali had binnengekregen. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 2 reacties

Selecta: ‘Open voor alle landaarden’

De geschiedenis van het badcomplex Selecta in Poenten/Batoe, Oost-Java

Op 21 augustus 1933 meldde het Soerabaijasch Handelsblad de komst van een nieuw zwembad te Poenten, in de buurt van Batoe:
“Bevordering zwemsport. De omstandigheid, dat ter hoofdplaats Malang en in de omstreken reeds een tiental gelegenheden gevonden worden, waar men de zwemsport kan beoefenen, was den ondernemende heer De Ruijter de Wildt te Poenten geen beletsel, op zijn landgoed Selecta, ideaal gelegen op de Ardjoenohelling, een zweminrichting te projecteren; het bouwen hiervan is reeds in vollen gang. Het bassin zal voldoen aan de voorschriften van de Oost-Java Zwembond en de afmetingen ervan zijn 42 bij 15 M. Het bassin wordt dus groter dan het Gemeentelijk Zwembad te Malang. De zweminrichting is te midden der djeroektuinen gelegen en men heeft aan alle zijden een onbelemmerd vergezicht op de omringende bergen. Een flink restauratiebedrijf wordt op het terrein opgericht.”

 

Het zwembad Selecta

 

Het zwembad was dus een privé-initiatief van een planter, de heer F. de Ruyter de Wildt, die zijn heil wilde beproeven in het uitbaten van een toeristische attractie. In november 1933 vond de opening plaats in aanwezigheid van vele honderden bezoekers. Na de gebruikelijke toespraken werd een programma met zwemwedstrijden afgewerkt. “ Een lunch sloot dit gedeelte van de zwemdag af en de nijvere helpers en lieve helpsters van de heer De Ruijter de Wildt, die blijkbaar zijne ganse familie gemobiliseerd had, werkten als paarden om iedereen te voorzien van spijs en drank. Specialités de la maison waren wel nasi-goreng en… aardbeien met room! Wij zijn er zeker van, in dit oord de Soerabaiasche en Malangsche zwemmers nog vele malen te ontmoeten!” Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 53 reacties