Bersiap in Bandoeng

De dagen rond 15 augustus heeft iedereen zo zijn eigen herinneringen aan de oorlogstijd. Rob Cassuto vertelt ons van zijn ervaringen in Bandoeng.

Bandoeng, Grote Postweg, 1938

                                                                                                                          Voor mijn moeder

Door Rob Cassuto

Op 15 augustus vond de Japanse capitulatie in Nederlands-Indië plaats. Maar vrede zou het nog bepaald niet blijken te zijn. Mijn grootmoeder, mijn moeder en ik waren op dat moment in kamp Banjoe Biroe en wij waren er slecht aan toe, verzwakt door oedeem, dysenterie en diarree. Mijn grootvader, Albert van Zuiden, had ons opgespoord en kwam ons ophalen vanuit Tjimahi, waar hij in het kamp had gezeten, om ons terug te brengen naar Bandoeng, waar vier jaar geleden onze zwerftocht door de oorlog was begonnen. Zoals andere blanke Europeanen waren wij geïnterneerd geweest in kampen, eerst in Tjihapit, een wijk in Bandoeng, daarna in Moentilan en Banjoe Biroe op Midden-Java. Als seculier-Joodse familie had mijn moeder de Japanse oproep aan de Joden zich te melden genegeerd en de Japanners hadden daar ook verder niet veel werk van gemaakt.

De meeste vrijgekomen geïnterneerde Nederlandse mannen en vrouwen hadden na de capitulatie nog geen flauw idee hoe de situatie in hun Nederlands-Indië totaal was veranderd. Op 17 augustus was de Republiek Indonesië onder Soekarno en Mohammed Hatta uitgeroepen. Er heerste echter nog vele maanden tot in 1946 een totaal gezagsvacuüm. De kersverse Indonesische regering had geen enkel gezag over de jonge nationalistische achterban. Geallieerde troepen waren nog nauwelijks aanwezig. Meer dan anderhalf miljoen jongeren hunkerden naar actie. Groepjes jongere Indonesische onafhankelijkheidsstrijders grepen hun kans om de onafhankelijkheid van Indonesië met geweld door te voeren. Ze kwamen voort uit de Indonesische jeugdbewegingen en militaire en paramilitaire groepen die in de oorlog onder Japanse invloed waren ontstaan. Ze vonden, dat de oudere verzetsstrijders en nationalistische voormannen veel te gematigd en te traag opereerden en kozen in de loop van september en oktober steeds meer voor het geweld om de Nederlanders te verdrijven. Voor zover ze geen wapens hadden, rustten ze zich uit met bamboe speren (bamboe roentjing) en kapmessen. Onder de strijdkreet “bersiap!” (weest paraat!) richtten ze zich op Europeanen, maar ook op de Indische Nederlanders (Indo’s), die ze beschouwden als collaborateurs. Hun vaak bloedige acties, die gepaard gingen met marteling, verkrachting en plundering waren soms nauwelijks te onderscheiden van die van gewone roversbenden (rampokkers), die het land ook onveilig maakten. Warhoofdige agitatoren, ultra-reactionaire islamisten en communistische stokers zweepten de eenvoudigen van geest op tot gruwelijke gewelddaden tegen Nederlanders, tegen rijke of vermeend rijke Chinezen, inheemse gezagsdragers en tegen alles, wat redelijk en gematigd was.

Terug naar Bandoeng

In de periode van de treinreis van mijn grootvader, doodzieke grootmoeder, mijn moeder en mij naar Bandoeng was het nog betrekkelijk rustig. Toch was toen al de sfeer heel geladen. Zouden de Indonesiërs de reizigers met rust laten? Duidelijk merkbaar was, dat de stemming van de inheemse bevolking naar de Nederlanders – vaak tot hun verbijstering – was omgeslagen naar een onberekenbare gereserveerdheid, zo niet vijandigheid. Gelukkig bereikten wij ongedeerd Bandoeng. Daar lagen nog angstige maanden in het verschiet, maanden die later de Bersiap-periode genoemd zouden worden.

In Bandoeng werden wij door de RAPWI (Recovery of Allied Prisoners of War and Internees) ondergebracht in een school aan de Ambonstraat.  Mijn moeder en ik lagen met zo’n dertien andere vrouwen en kinderen in een klaslokaal. We hadden bedden en een tafel en banken, dat vond mijn moeder al geweldig. Ze werd gekozen als vertegenwoordiger om eventuele klachten over te brengen. We kregen eten en ook steun (25 gulden p.p. per 10 dagen). Met de verkoop van spullen werd wat geld bijverdiend.  Mijn grootmoeder, eens een welvarende matrone van 85 kilo, nu een schim van 38 kilo , werd  opgenomen in het Juliana Ziekenhuis. De toen beschikbaar gekomen sulfatabletten hebben haar het leven gered. Ze beterde en werd na een paar weken naar overgebracht naar een herstellingsoord, ingericht in het Christelijk Lyceum aan de Dagoweg.

Bandoeng in bersiapperiode: uitgebrande bioscoop aan de Aloon-aloon

Toenemende onrust

Geleidelijk heeft op Java in de maanden oktober en november het geweld de vorm van een ware oorlog aangenomen. Het dieptepunt was de slag om Soerabaja: begin oktober hadden nationalisten de stad bezet en de Japanse soldaten van hun wapenvoorraad beroofd. Gruwelijke wreedheden van de opgezweepte legereenheden, pemuda’s en massa’s uit de kampongs tegen Europeanen en Indische Nederlanders waren het gevolg. Brits-Indische troepen landden eind oktober om hier een eind aan te maken. Een slag om Soerabaja begon en zou weken van verbitterde strijd vergen, tot eind november de stad was heroverd.

De toestand in Bandoeng was na een massaal volksprotest begin oktober vanaf half oktober weer wat gekalmeerd. Op 17 oktober waren twee bataljons Britse troepen in Bandoeng aangekomen, voornamelijk Gurkha’s, Nepalese soldaten in Britse militaire dienst. Vanaf half oktober tot begin november heerste er een betrekkelijke rust. Toch was het voor een Europese vrouw niet verstandig om op straat te lopen om boodschappen te doen. Rob Lakatoea, de zoon van een trouwe KNIL-militair, die gediend had onder mijn grootvader, die overste was in het KNIL, kwam nu elke dag om die boodschappen te brengen.

Begin november begon ook in Bandoeng de terreur. Uit de omliggende kampongs waren pemuda’s opgerukt en hadden de halve stad bezet. Ze gingen met onvoorstelbare wreedheid te werk tegen Europeanen, Indo’s en Chinezen. Ontvoeringen, gijzelingen, verkrachtingen en moordpartijen vinden nu ook midden in Bandoeng plaats. Het gerucht ging, dat een huis, waarin 14 Hollandse vrouwen zaten, in brand was gestoken. Alle inwoners zouden zijn verbrand. Dit soort wreedheden zijn met geen pen te beschrijven, maar dat is toch – heel nuchter – geprobeerd in het boek ‘Bersiap in Bandoeng’ van Mary van Delden. Wie meer wil weten kan dáár terecht.

Naar Tjihapit

Wij woonden nog in de school aan de Ambonstraat. Mijn moeder was wanhopig en ze vond deze tijd eigenlijk nog erger te dragen dan de kamptijd. Die maand november groeide de strijd uit tot een volslagen oorlog in de stad. Het was levensgevaarlijk op straat te komen. De in de stad teruggekeerde ex-krijgsgevangenen en andere vluchtelingen kozen ervoor om zich opnieuw in het oude interneringskamp Tjihapit, een met gedek afgesloten wijk, terug te trekken. Daar konden ze beschermd worden door Japanse soldaten, Gurkha’s en mannen van het KNIL. De laatsten, aangevuld met Indo-Europese vrijwilligers, vormden een nieuw bataljon; de door de pemuda´s gebruikte scheldnaam ‘Andjing Nica’ werd nu een geuzennaam. Het was een club verbeten vechters, uit nood geboren om de vrouwen en kinderen in Bandoeng te beschermen. Door bemiddeling van mijn grootvader, die nu in dienst was van de RAPWI, konden ook mijn moeder, grootmoeder en ik terecht in een half huis in het Tjihapitkamp aan de Tjiliwoengstraat.

Eind november, begin december wordt de toestand kritiek. Bandoeng is in tweeën gedeeld, de zuidelijke helft is in handen van de pemuda’s. De oorlog tussen de beschermers – Engelsen, Japanse troepen en de Andjing Nica – en de pemuda’s komt op zijn hoogtepunt. Niemand mag het kamp meer uit en mijn moeder, grootmoeder en ik zitten in een kamer bewaakt door Gurkha’s. Mensen van buiten komen het kamp binnengevlucht. Als de pemuda’s een groot en hoog gebouw, het gebouw van Verkeer en Waterstaat, vlakbij het kamp, in handen krijgen en ondanks een ultimatum niet willen overgeven, brandt de strijd pas goed los en komt ons Tjihapitkamp binnen hun schootsveld. De kogels vliegen over de gedek, zelfs het kamp in. Mijn moeder vertelde later dat er zelfs eentje vlak naast mijn kinderstoel is ingeslagen. Ze herinnert zich een doodangstige avond en nacht (alles was donker). Ze had haar evacuatietas alweer klaar staan. Goddank had ze die toch niet nodig. Rond Sint-Nicolaas werden de pemuda’s, die bijna het kamp waren binnengedrongen, teruggeslagen. De Gurkha’s hadden versterking gevraagd aan de Jappen en Japanse tanks hebben uitkomst gebracht.

Naspel

De schrijver, met zijn moeder en grootvader

Niet lang na deze bange nacht kreeg mijn moeder een verheugende kennisgeving van de Engelse legerleiding. Op 1 oktober had ze tot grote blijdschap al op de Rode-Kruislijsten de naam van mijn vader Max gezien. Hij had de Birma spoorweg overleefd en was door de Engelsen naar een herstellingsoord in India gebracht. Een briefwisseling was tot stand gekomen. Na veel bureaucratische hindernissen werd eindelijk toestemming gegeven, dat mijn moeder en ik herenigd konden worden met mijn vader in Calcutta, waar hij inmiddels een appartementje in het Alipore Transit Camp bewoonde. Begin december vertrokken wij overhaast in konvooi naar Batavia en vandaar naar het vliegveld, waar een Dakota ons naar Singapore vloog. Mijn geliefde grootmoeder moest ik in Bandoeng achterlaten; ze kon overigens niet lang daarna met mijn grootvader gerepatrieerd worden naar Nederland. Onze reis naar India, met een lang oponthoud in Singapore, zou nog drie weken duren. Maar op 4 januari 1946 vond de hereniging dan eindelijk plaats in Calcutta en stelde mijn moeder mij aan mijn vader voor met de woorden: “Deze meneer is nu jouw vader”.

Vier hete maanden verbleven we in Calcutta. Toen konden we met een Engels schip naar Southampton en vandaar naar Amsterdam. In Den Haag werden we herenigd met de ouders en broers van mijn vader, die wonderwel gespaard waren gebleven voor de Duitse vernietigingsmachine door onder te duiken en te overleven op negenentwintig onderduikadressen. Dat kon niet gezegd worden van de talloze andere Joodse familieleden. Hun rampzalig lot was bij mijn moeder in Bandoeng en bij mijn vader in Calcutta druppelsgewijs doorgedrongen. Het moet een grote schok voor ze zijn geweest te horen over de moord op zoveel verwanten, vrienden en bekenden, mensen die ik nooit heb gekend. Ik was in die tijd vijf jaar oud en ik kan mij niet herinneren, dat er gedurende mijn jeugd in mijn bijzijn veel over hen is gesproken. Het geleden leed in de kampen werd toen ook niet bepaald breed uitgemeten. Mijn ouders hebben vermoedelijk vaak gedacht – of ook te horen gekregen – , dat ze geluk hadden gehad want ze waren immers aan de Duitse vernietigingskampen ontsnapt.

Maar het heeft geen zin te denken in termen van een hiërarchie van het lijden. Ook mijn moeder en vader en ook ik hebben jaren van kwelling en beproeving doorstaan en dat heeft zijn sporen nagelaten. De verhouding met mijn ouders is in mijn jonge jaren moeizaam geweest. Ik had bijvoorbeeld geen besef van hoe flink mijn toen nog zo jonge moeder – bijna nog een meisje – is geweest om mij en haar angstige oude moeder en natuurlijk ook zichzelf door de kamp- en bersiap-ontberingen heen te slepen. Maar met de jaren heb ik een groeiproces doorgemaakt. Een paar weken geleden werd ik blij en dankbaar wakker uit een droom; ik was in een kamer met anderen, bezig in een therapiegroep of zoiets, toen er op een deur werd geklopt. Ik deed open en daar stond mijn moeder, een jaar of veertig, mooi als ze toen was, in een smaakvolle deux-piece, een stralende blik in de ogen. Wij omhelsden elkaar – wat we in het werkelijke leven nooit gedaan hadden. Ik voelde me diep verzoend.

 

Bronnen
Rob Cassuto, Indië-Scheveningen-Indonesië, de tocht van een gezin door de veertiger jaren van de 20e eeuw, 2015
Mary C. van Delden, Bersiap in Bandoeng, 1989, Kockengen

Dit bericht werd geplaatst in 9. Java Post. Bookmark de permalink .

63 reacties op Bersiap in Bandoeng

  1. rietjes zegt:

    Goedemorgen,
    Ik ben “nieuw” op deze prachtige site…. ik ben op zoek naar iemand die wellicht mijn vader of zijn familie heeft gekend …. zijn naam is Theo(dorus) Petrus van Amersvoort, zijn vader heeft Cornelus van Amersvoort. Mijn vader is geboren op 12 december 1923 in Djokjakarta en heeft naar alle waarschijnlijkheid in interneringskamp in Bandoeng gezeten. Op 4 augustus 1946 is hij met de Tegelberg vanaf Tandjong Priok naar Amsterdam gekomen….
    de naam van Amersvoort werd in diverse documenten ook wel fout geschreven, van Amersfoort zou het destijds ook kunnen zijn geweest.
    Ik weet helemaal niets uit de Indonesie tijd van mijn vader (hij is overleden toen ik 6 was). Iedere tip is welkom ! Alvast ontzettend bedankt, Rietje

  2. Rahadi zegt:

    Mooi en factueel verhaal, met een heel ontroerend einde. Dank u.

  3. Frank Bogaardt zegt:

    Heel herkenbaar. Zat er toen ook op de Jan Steenlaan. Mis de vermelding van de evacuaties naar het Borremeus Hospita waar we in de gangen wachtten tot het weer veilig was.

  4. bwoltering zegt:

    Dank voor uw verhaal. Herkenbare en soortgelijke verslaggeving zoals mijn vader het ook beleefde en het ons vertelde. De gedachten aan deze verschrikkelijke gebeurtenissen leven bij ons voort.

  5. Dick van den Bergh zegt:

    “De Gurkha’s hadden versterking gevraagd aan de “Jappen” en Japanse tanks hebben uitkomst gebracht.” Opmerkelijk dat in het stuk de hulp wordt gevraagd aan nog aanwezige Japanse militairen en toch beschreven worden als “Jappen”. Natuurlijk kon schrijver, gelet op zijn leeftijd geen vermoeden hebben hoe diep geworteld de haat van de inheemse bevolking zat tegen de bezetter, onderdrukker van bijna vier eeuwen schrikbewind maar dat wilde de volwassen dames en heren Europeanen en de mengeling daarvan evenmin weten. Men wist het wel, echter tot aan 1942 deelden zij de lakens uit en ook de badhanddoeken met behulp van het Koloniaal Bezettingsleger.

    • R Geenen zegt:

      @aanwezige Japanse militairen en toch beschreven worden als “Jappen@
      Ondergetekende en velen van mijn leeftijd, die gebeurtenissen verhalen over de periode 42-45 spreken van jappen. Omdat ik ook artikelen schrijf voor het blad De Indo hier in SoCal werd ik zelf wel eens op mijn vingers getikt door lezers, wanneer ik het woord jap met een hoofdletter schreef. Die mannen van toen verdienden dat niet.

      • ælle zegt:

        jappen – straattaal
        [slang] jappen; nakken = stelen
        Gevonden op http://www.encyclo.nl/lokaal/10856
        Wellicht gerelateerd aan `jappen`, Jappenkamp, Jappenkampen in Nederlands-Indië
        Jap is eveneens een Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘pejoratief voor Japanner’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1926.
        Het is nú de hoogste tijd om ons positief op te stellen tegenover onze medemens.
        Laat je niet op de vingers tikken of op de duim (kneukels) kloppen!

      • R Geenen zegt:

        @@Het is nú de hoogste tijd om ons positief op te stellen tegenover onze medemens.
        Laat je niet op de vingers tikken of op de duim (kneukels) kloppen!@@
        Ik maak een compromis. Schrijf ik een verhaal over toen, dan spreek ik van de jap. Schrijf ik over het huidige land, dan schrijf ik Jap of Japanner.

  6. Ed Kerkhoven zegt:

    Ik werd 9 jaar in september 1945. Ik ben in de volgende kampen geweest: Tjihapit, Solo, Muntilan en Ambarawa 6. Op 1 september 1945 verliet mijn moeder met mijn 2 jaar-oudere broer, 5 jaar-jongere zus en mij Ambarawa 6 en gingen terug, met de trein, naar Bandung. Geen problemen met de treinreis. We kwamen terecht op een school in de Ambonstraat. Daarna woonden we in een garage, op de ene of andere manier in het achterhuis op de Jan Steenlaan. Daar zagen we, gedurende het avondeten, huizen in brand staan en er werd veel geschoten. Aan het schieten waren we gewend geraakt. Maar toen we de brandende huizen zagen, wilden we weten hoe de andere inwoners van het huis er over dachten. Ze waren allemaal verdwenen met nog nasi goreng op het fornuis aan het koken. We holden de straat op en waren zo stom om over de weg te lopen en niet door de tuinen. Aan het eind van de straat was er opeens een ghurka die over mijn hoofd aan het schieten was. Hoe wist ik nu dat een ghurka vriendelijk was. Ik gilde het uit, hij pakte mij op en droeg me naar veiligheid. In het Boromeus ziekenhuis werd ik geleid door een donkere gang naar een pikdonkere kamer. Toen het licht werd, kon ik wat zien. Tussen de kinderen zat een meisje met een marmotje op haar schoot. Het beestje was niet bang en daarom hoefde ik ook niet bang te zijn. Hierna terug naar Thihapit. Ik werd nog verschillende keren door mijn vader gepest dat ik zo gegild had. Mijn vader heeft mij nooit vergeven dat ik hem niet herkend had na de oorlog.Op zijn sterfbed in 1978 had hij mij nog niet vergeven. Hij had het goed gehad in een kamp voor officieren in Singapore. Op 28 februari 1946 werden we, in een busje, nog voor zonsopgang opgehaald en naar het vliegveld gebracht. Dezeldfe dag van Tjandong Priok met het schip Japara naar Amsterdam gevaren waar we op 28 maart aankwamen. Ik woonde 13 jaar in Nederland voordat ik naar Canada emigreerde. Al die tijd was het streng “verboten” op over de oorlog en Bersiap te praten in huis. Het enige wat opgehaald werd, was dat ik mijn vader niet herkend had, zelfs mijn zwager hield zich er ook mee bezig. Toen mijn moeder overleed in 1967 en ik naar Nederland kwam, had mijn zwager het er nog over dat ik mijn vader niet herkend had, vlak na de oorlog. De vraag die nooit gesteld is, was of mijn vader mij herkend had. Mijn vrouw heeft mijn verhaal geschreven omdat ik blind ben.

    Ed en Hannie Kerkhoven

    • R Geenen zegt:

      Kijk Meneer Somers, dat is ook een verhaal waar geen pret was achter het prikkeldraad.
      Ik heb met U te doen heer Ed Kerkhoven. Dank voor het verhaal mevrouw.

      • Jan A. Somers zegt:

        “dat is ook een verhaal” Daar zit ik niet mee. U heeft waarschijnlijk, net zoals de meesten onder ons, dat boek niet gelezen en die tentoonstelling niet gezien. Wim Kan, Corry Vonk, Lili Kraus, Szymon Goldberg e.a..Optredens in Japanse kampen zoals Bandoeng, Tjimahi, Birma, Palembang, Tjilatjap, Brastagi, Tjihapit, Kampili enz. Vaak betaald door de Japanse kampleiding. Later zou Wim Kan klagen dat hij vanwege ziekte wel eens niet kon optreden en dan ook niet werd betaald. En kwaad bij het bezoek van de Japanse keizer. Dat hoort ook bij de gebeurtenissen tijdens de bezetting.

      • R Geenen zegt:

        @“dat is ook een verhaal” Daar zit ik niet mee. @
        Ja, dat hebben we hier al vele malen van u gemerkt. Wat Indische hebben ondervonden is minder belangrijk. Wat Nl en de ambtenaren tegen ons deden daarentegen is super.

      • Jan A. Somers zegt:

        Tja, hierboven is ook een Indisch verhaal. Maar dat mocht niet worden verteld, Niet zielig.

      • R Geenen zegt:

        @Meneer Somers: Alle verhalen uit de 2de ww in voormalig Ned-Indie gaan over episoden met slechte ervaringen. Als dat door u bestempeld moet worden als zijnde zielig; soit.
        Voor onze geschiedenis moeten deze stories wel verteld worden. Dat o.a. de Nl blanda/jap daar vaak slecht naar voren komen is dan natuurlijk. Ik dacht dat geen ene kamp van de jap een plezierige situatie was. Wim Kan was ook een figuur die de jap haat.

      • Jan A. Somers zegt:

        “Wim Kan was ook een figuur die de jap haat.” Ja. maar wel de vergoedingen voor zijn optreden graag in ontvangst nam.

      • R Geenen zegt:

        Business as usual, zeggen we hier in Amerika. Nothing wrong.

      • Jan A. Somers zegt:

        “Ik dacht dat geen ene kamp van de jap een plezierige situatie was” Maar er gebeurden ook nogal wat zaken die niet zo onplezierig waren Zie bijvoorbeeld Javapost, “Innovation for life´ Geplaatst op 17 februari 2012” Met in de door mij vermelde verhalen nog meer kamp wetenswaardigheden.

      • Jan A. Somers zegt:

        “Nothing wrong.” Geld stinkt niet zeggen we hier in Nederland.

    • Rob Cassuto zegt:

      Beste Ed en Hannie, heel erg bedankt, dat jullie dit verhaal met mij en ons hebt willen delen. Ik wens jullie alle goeds, Rob Cassuto

  7. Goedemorgen. Wat een ontroerend verhaal. Het geeft me meer kennis en begrip over die tijd. Dank voor alle mooie artikelen.
    Gert-Jan van Ammerkate

  8. gkbeynen zegt:

    Toen mijn vader ons in Tjideng kwam ophalen, begreep ik wel dat die vreemde nederlander mijn vader was, maar mijn zusje, acht jaar oud, stond ongeduldig aan mijn moeders jurk te trekken en herhaalde maar: “Moeder, wie is die man?” Mijn moeder kon alleen maar huilen.

  9. Jeanne Toelanie zegt:

    Verhalen van mijn moeder (ben zelf van Aug. 10, 1945, worden me nu steeds duidelijker. Vaak verhalen Bersiap aan moeten horen. Hier in NL woonachtig sinds Maart 1956 in NL. Tot mijn 10de in Bandoeng (Djalan Culan) gewoond en op lagere school gezeten Concordantenschool ad Javaweg. Goeie school meen ik.
    Meneer (meester) Pieters zal ik niet licht vergeten. Goed met smijten van spullen (bordenwissers bv) in de klas richting leerlingen..lol.

  10. Maud Lebert zegt:

    ‘Moeder, wie is die man?’.Gelukkig kind. Ze had haar vader terug, al kende ze hem (nog) niet. Heel wat andere kinderen hebben hun vader nooit meer terug gezien na de oorlog.

    • R Geenen zegt:

      @Moeder, wie is die man?’.Gelukkig kind@
      Zag mijn vader na de oorlog terug vel over been. Maanden lang gemarteld door de jap en indonesische helpers. Was bijna 13 jaar. Was ook bij zijn sterfbed. Het licht ging bij hem uit op 15 augustus 1948. Mijn jongere broer en 2 zusjes zijn dat bespaard gebleven. Ik kan die momenten niet vergeten. 15 augustus dood en 19 augustus zijn verjaardag. Een pestilente maand.

    • Arthur Olive zegt:

      “Heel wat andere kinderen hebben hun vader nooit terug gezien na de oorlog”
      Mijn moeder vertelde me dat ze in opstand kwam toen ze vernam dat mijn vader nooit zou terug komen omdat er vrouwen waren die ontrouw waren geweest en hun man terug kregen.

      • Maud Lebert zegt:

        Mhr. Olive, Ik heb nog nooit zoiets idioots gehoord.

      • Arthur Olive zegt:

        Mvr. Lebert, er zullen wel meer “idioote” dingen zijn waarvan u nooit iets hebt gehoord. De mogelijkheid dat er ontrouwe vrouwen waren gedurende de oorlogsjaren kan ik niet idioot noemen.

      • Maud Lebert zegt:

        Mhr Olive, U was geen vrouw die voor haar kinderen gedurende de oorlogstijd eten op de tafel moest bezorgen. Waar kreeg een vrouw dit vandaan? Heel veel vrouwen zijn uit nood en niet anders met een Japanner een liaison begonnen. Ontrouw? Dat kan men zo noemen, maar de realiteit is anders. Maar deze vrouwen hebben er voor moeten boeten. Er werd met morele maatstaven gemeten, niet met de realiteit. Het is makkelijk er tegenwoordig over te (ver)oordelen.
        Ditzelfde gebeurde er in Europa, als heel veel vrouwen, uit nood!! met Duitse soldaten een liaison begonnen. Weet U niet, dat deze vrouwen hun haren in publiek werden geschoren!? Heeft men hen ooit gevraagd, waarom ze met de ‘vijand’ een liaison zijn ingegaan?
        Neen de heren zijn er vlug bij om te (v er)oordelen. En wat is er met de kinderen die uit deze ‘Liaisons’ geboren werden? Heeft men daarover ooit nagedacht? Ik hoop Mhr. Oliver, dat U nu tenminste over het eea nadenkt. Veel plezier daarbij!

      • Arrthur Olive zegt:

        Mvr. Lebert, ik heb niets gerept over vrouwen die met de jap een relatie hadden. Er waren zowel vrouwen als mannen onder de buitenkampers. Maar dat hebt u toch kunnen weten.

      • Maud Lebert zegt:

        Beste mhr. Oline. mannen als buitenkampers heb ik nooit gezien, behalve Indonesiers en Japanners. Wat waren dat dan voor mannen? Ontrouw? bedoelt u dat men sex had met iemand anders dan de echtgenoot(e).. Maar dat was altijd al het privileeg van de MAN. Dat had u toch moeten weten. Dat noemde men niet ‘ontrouw’. Maar wel bij een vrouw?

      • Arthur Olive zegt:

        Mvr Lebert, als u mijn schrijven van 14 augustus om 3:37 leest dan kan u zien dat ik het over ontrouwe vrouwen had wiens man weggevoerd was door de jap en die ze weer terug kregen. Had niks te maken met hun mannen want ze zaten in POW camps en konden dus niet ontrouw zijn.
        De buitenkampers hadden wel degelijk mannen, ik had zelf twee ongetrouwde jonge ooms.die niet opgepakt waren.
        Vrijgezellen die met deze getrouwde vrouwen sex hadden waren niet ontrouw want ze waren niet getrouwd.
        U hebt het over waarom een vrouw schuldig is en de man niet, wat heel waar is maar niet het geval hier.

      • Maud Lebert zegt:

        In hemelsnaam mhr. Olive. Natuurlijk weet ik waar het over gaat, zo dom ben ik niet. Het gaat mij ook niet over vrijgezellen, maar over getrouwde mannen,die over de haag grazen en dat men dat heel gewoon vindt, maar een getrouwde vrouw is ‘ontrouw’ als ze sex met een andere man heeft, vrijgezel of niet! en waar of haar echtgenoot dan ook is, doet er ook niet toe. Volgens mij was het idioot om te schrijven, dat een ‘ontrouwe’ vrouw na de oorlog weer haar echtgenoot terug kreeg. Dus een ‘trouwe’ vrouw niet? En wie heeft dat zo geregeld en waar haalt u het vandaan. En als een vrouw dan al sex had met een andere man terwijl haar echtgenoot in de gevangenis zat, dan is het een zaak die tussen de echtelieden te regelen was en niet die van mhr. Olive om daar een oordeel over te vellen.

      • Arthur Olive zegt:

        “Waar haalt u dat vandaan?”
        Mvr. Lebert, niemand maakt hier een oordeel over wat ontrouwe vrouwen hebben gedaan, dat zijn hun zaken. Ik had het alleen over mijn moeder die trouw was aan haar man en die zag dat ontrouwe vrouwen hun man terug kregen en daar door in opstand kwam. Het is een menselijke reactie. Life is unfair.
        Van deze kant hou ik op met dit over en weer hier over te schrijven want uw gedachtengang komt uit een andere richting, het recht van een vrouw of een man om ontrouw te zijn en wee als je daar wat over te zeggen hebt want dan ben je schuldig aan oordelen. De mens oordeelt elke dag anders maakt men verkeerde keuzes. Zolang de mens een ander maar niet VERoordeeld.

      • Maud Lebert zegt:

        Ik ben het volkomen met u eens mhr. Olive, dat we niet verder over dit thema debatteren. Ten eerste heeft u maar dan ook helemaal niet begrepen wat ik daarover geschreven heb en ten tweede geeft u een eigen interpretatie van een text, die u niet begrepen heeft. en bovendien een beschuldiging aan mij die kant nog wal raakt. Ik wens u verder het beste.

  11. RLMertens zegt:

    ‘Bersiaaap etc.’- Had nimmer plaats kunnen vinden als het Nederlands beleid zich hield aan het ondertekende Atlantisch Handvest sept.1941; ‘elk volk heeft het zelfbeschikkingsrecht’! En dit kenbaar had gemaakt aan de Indonesische nationalisten. Veel leed en ellende was voorkomen door dit in aug.1945 kenbaar te maken! Alle ellende, zoals dit verhaal is op conto van Gerbrandy, Romme, Drees sr. en Beel en hun aanhang. Dan nog te bedenken dat 2 van hen; Gerbrandy en Drees sr. na het Indië echec nb. tot minister van staat werden benoemd! – En nu na 70 jaar na dato 4,5 miljoen belasting geld wordt uitgegeven om………waarom, waarvoor?, om…. ….echte(!) gepleegde oorlogsmisdaden te ontdekken? Of is het de zoveelste poging om het politiek beleid van toen te maskeren? En de slachtoffers, die blijven maar herdenken….- JAAvanDoorn; De laatste eeuw van Indië 1996(!);’De dekolonisatie van Indië liep voor Nederland uit op een fiasco! Daar werd niets groots verricht’

    • Dick van den Bergh zegt:

      Bravo. De Engeltjes hebben het met India dan ook anders aangepakt en in WWII aangekondigd dat zodra Nippon naar huis is, India zelfstandig wordt, krek heer Mertens hierboven beschrijft. Dit artikel gaat over de z.g. bersiap periode. Waarom moet dan altijd WWII er bijgehaald worden? Beseffen de lezers en schrijvers wel wat de grondslag is van de bersiap? Gedurende de bijna 4 eeuwen schrikbewind is het immer bersiap geweest. Zie hiervoor de geschiedenis van het KNIL, het koloniaal bezettingsleger, haar lijst van strafexpedities van 1830 tot 1950. Schattingen geven aan dat er gedurende de eeuwen miljoenen inheemse slechtoffers zijn gevallen, vrouwen en kinderen in kluis. Daar hoort men klagers niet over laat staan deze te herdenken om van compensatie, schadeloosstellen, respect noch erkenning maar te spreken. De roepers van “de Indische kwestie” zwijgen hierover in alle talen.

      • Indisch4ever zegt:

        De roepers van de Indische kwestie roepen uiteraard over de Indische kwestie.
        Wellicht roepen ze ook andere dingen, maar dan weet men niet dat ze ook roepen over de Indische kwestie.
        Maar 4 eeuwen ?
        Moet dat niet 150 jaar aanwezigheid voor de staat der Nederlanden
        En daarvoor 2 eeuwen aanwezigheid van de VOC die nooit totale controle had over de hele archipel en ook niet wilde .
        Hele grote gebieden hadden tientallen jaren geen bezoek van een VOC-leger, ook niet een dreigement van een schrikbewind>

        Die schatting van miljoenen Indonesiërs dood door Nederlands schrikbewind lijkt me uit de lucht gegrepen

      • Jan A. Somers zegt:

        Van Vollenhoven 1934, 1.: Wanneer in 1596 het eerste schip met de driekleur aan den mast in den Indischen archipel binnenvalt, is dat land staatsrechtelijk geen ‘woest en ledig’ land. Het is boordevol instituten van volks- en gezagsordening.
        Hugo de Groot, Mare liberum, 11: “Habent insulae istae quas dicimus et semper habuerunt suos reges, suam rempublicam, suas leges, sua iura” (Deze eilanden waarover wij spreken, hebben nu, en hebben altijd gehad hun eigen koningen, hun eigen staat, hun eigen wetten, en hun eigen rechtssystemen.)
        Octrooi VOC, artikel XXXV, 20 maart 1602: “Item, dat die vande voorsz Compagnie sullen vermogen beoosten de Cape van bonne Esperance, mitsgaders in ende door de engte van Magellanes, met de Princen ende Potentaten verbintenissen te maecken, ende contracten op den naem van de Staten Generael vande Vereenichde Nederlanden, oft Hooge Overheden der selver.”
        Het traktaat van 13 augustus 1814.
        “The united provinces of the Netherlands, under the favour of Divine Providence, having been restored to their Independence, and having been placed by the loyalty of the Dutch people and the achievements of the Allied Powers, under the Government of the Illustrious House of Orange, – and His Britannic Majesty being desirous of entering into such arrangements with the Prince Sovereign of the United Netherlands, concerning the colonies of the said United Netherlands, which have been conquered by His Majestys arms during the late war, as may conduce to the prosperity of the said State (…).
        Art. I. His Britannic Majesty engages to restore to the Prince Sovereign of the United Netherlands, within the terms which shall be hereafter fixed, the colonies, factories, and establishments which were possessed by Holland at the commencement of the late war, viz., on the 1st of Januarij 1803, in the seas and on the continents of (…) with the exception of (…).”

  12. e.m. zegt:

    Achteraf rechtertje willen spelen is niet zelden een blijk van arrogantie.

  13. e.m. zegt:

    “Nuances aanbrengen” is van een hogere orde dan inderdaad ‘willens en wetens’ op arrogante wijze bewust, al dan niet te kwader trouw, een algeheel negatief zwart-wit beeld willen schetsen van de geschiedenis.

  14. Bersiap in Bandoeng zegt:

    Bersiap in Bandoeng!
    Begon in de avond van 24/25 november 1945! Ik woonde toen bij mijn tante aan de Jalan Alipin in Zuid-Bandoeng! Mijn neef werd om een uur of zes in de avond op zijn fiets doodgeschoten. Wij verscholen ons in huis! Tegen middernacht kwamen Japanse militairen ons helpen te evacueren.
    Zij brachten ons in trucks, met de kleren die wij aan hadden naar het Merdikaklooster van de nonnen in het Noordelijk stadsdeel van Bandoeng. Letterlijk “alleen met de klerem die wij aan hadden”. Er was geen tijd meer! Ons leven was gered!

  15. Dick van den Bergh zegt:

    De VOC Genocide – Historia

    Naast zegeningen bracht nootmuskaat vooral veel ellende voor de bevolking van Banda. Ze werden vermoord en verdreven van hun geboortegrond.

    Historia, 05 april 2010, Door: Hendri F. Isnaeni

    Met een vloot van dertien expeditieschepen kwam admiraal Pieterszoon Verhoeven op 8 april 1608 aan in Banda Neira. De Heeren Zeventien, de directeuren van de VOC in Amsterdam gaven Amdiraal Pieterszoon Verhoeven een opdracht, zoals beschreven door Frederik Willem Stapel in ‘Geschiedenis van Nederlandsch Indië’: “We vragen uw aandacht voor de eilanden waar kruidnagel en nootmuskaat groeien en we geven u de opdracht om deze eilanden in te nemen voor de VOC, door te onderhandelen en anders met geweld.”

    Al heel lang staat Banda bekend als de belangrijkste producent van nootmuskaat (Myristica fragrans) waarvan de gedroogde bloem foelie wordt genoemd. Het vlees van de nootmuskaat wordt omhult door deze bloem. Nootmuskaat en foelie worden al eeuwenlang gebruikt als specerijen en het nodigde de Europeanen uit om naar dit gebied te komen.

    Eenmaal aangekomen in Banda kwam Verhoeven erachter dat de Britten, onder leiding van Kapitein William Keeling, handel hadden gedreven met de Bandanezen en andere Nederlandse handelaars. Hij was niet blij, met name omdat de Bandanezen eerder hadden geweigerd om met hem te onderhandelen. Hij vertrok daarna met driehonderd troepen naar het eiland Naira om daar Fort Nassau te bouwen, precies op de plek waar het voormalige Portugese fort had gestaan.

    Toen de Bandanese ‘Orangkaya’ – lokaal leider of gerespecteerd figuur – de bouw van het fort zag vorderen wilde hij alleen onderhandelen onder voorwaarde dat de Nederlanders een gijzelaar zouden meebrengen. Verhoeven ging daarmee akkoord en wees een tweetal handelaars aan, genaamd Jan de Molre en Nicolaas de Visscher. De daaropvolgende maand begaf Verhoeven zich naar de afgesproken ontmoetingsplek. Met zich meebrengend: de raad van kapiteins, handelaren, volledig uitgeruste troepen en een Britse gijzelaar als garant stelling. Maar na aankomst op de plek van onderhandeling aan de Oostkust van het eiland Naira, was er geen Orangkaya te bekennen.
    Het oogsten van de nootmuskaat, beeld: Reiner Lesprenger

    Verhoeven wees zijn tolk Adriaan Ilsevier aan om op zoek te gaan naar de Orangkaya. In een klein bos waar nu de moskee van Kampung Baru staat, vond Ilsevier de ‘Orangkaya’s. Bij het zien van de volledig uitgeruste troepen raakten ze bang en vroegen Verhoeven om hen alleen tegemoet te treden met een handjevol mensen. Verhoeven heeft daarna een ontmoeting met deze Orangkaya’s gehad op de plek die nu bekend staat als Kampung Verhoeven. Het bleek een val te zijn. Samen met Jacob van Groenwegen en 26 andere Nederlanders werd Verhoeven vermoord. Jan Pieterszoon Coen, die op dat moment de secretaris van Verhoeven was, was getuige van het incident.

    Na Verhoeven’s dood wordt Admiraal Simon Janszoon Coen de nieuwe commandant. Onder zijn leiding werd de bouw van Fort Nassau voltooid.

    In 1617 wezen de Heeren Zeventien Jan Pieterzoon Coen aan als de Gouverneur Generaal. Nadat hij het hoofdkwartier van de VOC in Batavia had gevestigd, wilde Coen het monopolie op nootmuskaat op Banda veroveren. Tot dan toe waren de Nederlanders daar nooit in geslaagd omdat hun verkoopprijs hoger was dan die van de Britten of de lokale handelaren. Coen was ervan overtuigd dat dit monopolie alleen verkregen kon worden door de lokale Bandanezen uit te schakelen en hen uit het gebied te verdrijven.

    In 1621 gaf Coen persoonlijk leiding aan de verovering van de Banda eilanden. Hij vertrok met een vloot van dertien grote schepen, een aantal verkenningsboten, veertig zeilboten en sloepen. Er gingen 1600 Nederlandse soldaten mee, 300 Javaanse dwangarbeiders en ook een aantal vrijgekochte slaven. Nadat ze in Fort Nassau aankwamen, gingen Coen en zijn manschappen over tot de aanval op het eiland Lontor en slaagden erin om het hele eiland te bezetten. Het dorp Selamon werd als hoofdkwartier ingericht. Het dorpshuis werd het kantoor van de Bandanese gouverneur kapitein Martin ‘t Sonck. Van de moskee naast het dorpshuis werd een onderkomen voor de soldaten gemaakt, ondanks de tegenwerpingen van Jareng, de Orangkaya van Selamon.

    Op een avond viel de hangende lamp van de moskee op de grond. Omdat ‘t Sonck dacht dat het een aanval was, beschuldigde hij de inwoners van Lontor van deelname. Die nacht gaf ‘t Sonck zijn soldaten de opdracht om de vluchtende dorpelingen, die bescherming zochten in de heuvels, achterna te gaan. Elke inwoner die ze te pakken kregen werd vermoord. Hun huizen en schepen werden verbrand of vernield. Het aantal mensen dat erin slaagde om te ontsnappen bedroeg driehonderd. Zij zochten bescherming bij de Engelsen of vluchten naar de eilanen Kei en Aru. Er vielen minimaal 2.500 doden; enerzijds door de beschietingen en vervolgingen, anderzijds door uithongering. Na het bloedbad zouden slechts 480 van de totaal 14.000 inwoners op de Banda eilanden overblijven.

    Ook de Orangkaya werden opgepakt op beschuldiging het verzet te hebben aangewakkerd. Acht van de meest invloedrijke Orangkaya werden gevangen gezet in bamboe kooien, net buiten Fort Nassau. Zes Japanse beulen drongen naar binnen en hakten hun lichamen in vieren. Daarna onthoofden ze ook de 36 andere Orangkaya en verminkten de lichamen. De hoofden werden van de lichamen gescheiden. De afgehakte hoofden en lichamen werden op bamboesperen gespietst en in het openbaar vertoond. Het bloedbad van 44 Orangkaya vond plaats op 8 mei 1621.

    Toen de plaatselijke bevolking er niet meer was bracht Coen mensen van andere regio’s naar het eiland. De meesten van hen kwamen uit Makassar maar er waren ook Buginezen, Maleiers, Javanen, Chinezen, een aantal Portugezen, Molukkers en Butonezen. De VOC verpachtte de nootmuskaat plantages aan voormalige soldaten en ander VOC personeel. Het werkvolk bestond uit slaven die afkomstig waren uit de hele archipel. De oogst werd verkocht aan de VOC.

    Op de plaats van het bloedbad is het Parigi Rante monument opgericht. Gegraveerd zijn de namen van veertig Bandanese vrijheidsstrijders en Orangkaya, aangevuld met namen van Indonesische vrijheidsstrijders die ooit naar Banda waren verbannen, zoals: Tjipto Mangunkusumo, Iwa Kusumasumantri, Hatta, en Sjahrir.

    Oftewel de “Indische kwestie”, respect, erkenning, compensatie, schadeloosstelling.

    • Ælle zegt:

      Ik zeg maar zo:
      Bij het verwerken van passages uit het werk van andere ‘wetenschappelijke; schrijvers word men geacht om duidelijk en eerlijk aan te geven uit welk werk de gebruikte ‘inzichten en kennis’ afkomstig zijn; als je dat niet doet, pleeg je plagiaat.
      Wat is het doel bij het verwerken van passages uit het werk van andere ‘wetenschappelijke’ schrijvers?
      Men wordt geacht om duidelijk en eerlijk aan te geven . . . uit welk werk de gebruikte inzichten en kennis afkomstig zijn, . . . . als men dat niet doet, pleegt men plagiaat.

    • ælle zegt:

      Jan Pieterszoon Coen
      bedwinger van Indie
      J. Tulkens
      Een review van ‘waarheidsgetrouw’ uit 2008 meldt: Bij bol staat de schrijver als Joris Tulkens, het is echter Joyce Tulkens, slordig! Het boek volgt het leven en de daden van Coen van jaar tot jaar. Sprankelen doet het nergens, maar het is een degelijke levensbeschrijving en door de vorm (een roman) toch stukken minder saai dan een gewone biografie. Informatief en interessant.

      “Sprankelen doet het nergens”: het is ook geen champagne, dunkt me.
      Ja, zeer slordig om Joyce Joris te noemen!

      Van Stockum boeken schrijft:
      Dit boek is het meeslepende verhaal over de bedwinger van Indië, Jan Pieterszoon Coen. Met niets en niemand ontziende volharding knechtte hij in 1619 het koninkrijk Jacarta en stichtte Batavia. Hiermede legde hij de basis voor meer dan driehonderd jaar Nederlandse heerschappij in de Indische koloniën. Het bracht het vaderland rijkdom en aanzien. Maar de meedogenloze Coen was al in zijn eigen tijd nauwelijks geliefd en de geschiedenis oordeelde scherp over hem. De auteur bevestigt én weerspreekt dat oordeel over deze complexe man. Wie was de man die voor de geschiedenis van zoveel betekenis is geweest maar die nooit tot de verbeelding van een groot publiek heeft gesproken? In de bestaande literatuur is hij meestal afgebeeld als een koude, harde, wrede maar competente bewindvoerder. Maar Jan Pieterszoon Coen was ongetwijfeld ook geniaal. Een gewoon mens stampt niet zo maar een nieuwe samenleving uit de grond. Waar lag zijn genialiteit? Jan Pieterszoon Coen is een fascinerend verhaal over een buitengewoon interessant, complex en in al zijn gecompliceerde tegenstellingen, toch uiteindelijk niet onsymphatiek mens. Joyce Tulkens publiceerde een zestal boeken, waaronder een roman over Jacoba van Beieren en de biografie van hofschilder Antonis Mor. Het meeste opzien baarde haar biografie over . . . Poncke Princen.

      • Jan A. Somers zegt:

        Als u iets meer over JPC wilt lezen (Van Goor is overigens al uitvoerig genoeg) moet u eens kijken in Colenbrander, Jan Pietersz. Coen, Bescheiden omtrent zijn bedrijf in Indië, Uitgegeven door het Koninklijk Instituut voor de Taal-, Land- en Volkenkunde van Nederlandsch-Indië, I – VII. ‘s-Gravenhage, Martinus Nijhoff 1919-1953.

    • Jan A. Somers zegt:

      De verovering van de Banda-eilanden was geen initiatief van Coen. In de republiek waren onderhandelingen gaande over een bestand. Bij een daarbij horende wapenstilstand was het beginsel uti possidetis van belang, een verdragsclausule inhoudende dat elke partij behoudt wat zij heeft. Dat hield concreet in dat de Banda-archipel uit de Portugese invloedssfeer moest worden gehaald. Alzo de opdracht aan JPC.
      Banda slachtoffers
      Links en rechts in de media is te lezen dat de verovering van een van de Banda-eilanden door J.P.Coen tienduizenden slachtoffers zou hebben gekost. Zouden er zoveel mensen hebben gewoond?
      De zes Banda-eilanden zijn samen 44 km2, ca. 13.000 inwoners (1975)). Het gaat hier om het eiland Lontor, ongeveer 10 bij 2 = 20 km2. Ter vergelijking in Nederland het Waddeneiland Vlieland. Twee keer zo groot, 40,2 km2, met een bevolking van 1107 mensen (bevolkingsregister 1995). Het agrarisch gebruik van Lontor zal intensiever zijn geweest dan op Vlieland, met een daaraan gekoppelde grotere bevolking. 4000 mensen? Vast niet veel meer, er moest toch ook nog ruimte overblijven voor de nootmuskaatplantages.
      Na de moord in 1605 op ca. 20 mensen van de twee vestigingen, en op de onderhandelingsdelegatie van admiraal Verhoeff, 26 mensen, op 22 mei 1608, werd op 11/12 maart 1621 de plaats Lontor veroverd. Velen vluchtten naar Goenoeng Api, Poelau Ai en Poelau Roen. Denkend aan een overval werd op 21 april de aanval hervat. Vele Bandanezen sneuvelden of waren naar de heuvels gevlucht en omgekomen door honger en ziekten. Velen wisten te vluchten naar de hiervoor genoemde eilanden, naar Makassar, Ceram, en de Kei- en Aroe-eilanden. Op Poelau Ai en Poelau Roen kwamen ongeveer duizend mensen onder Engelse bescherming. 45 Orang Kaja (de rapporten verschillen tussen 40 en 44) werden berecht en geëxecuteerd. De berechting was op grond van crimen laesae majestatis, hoogverraad, aangezien zij krachtens contract LXIX aangemerkt werden als onderdanen. 789 Mannen, vrouwen en kinderen werden naar Batavia overgebracht. Elk slachtoffer is er een te veel, maar het totale aantal, (gesneuveld of omgekomen door ziekte of honger) kan niet meer hebben bedragen dan een paar duizend. Mac Leod, I, (1927) is volgens mij met 2500 slachtoffers dicht in de buurt, wellicht een bovengrens. Interessant is dat de Engelsen en de VOC de aantallen die ze konden tellen tot op de laatste man/vrouw/kind in de archieven hebben verantwoord.
      De genoemde Japanners in dienst van de VOC mogen natuurlijk niet beoordeeld worden tegen de emoties van onze ervaringen. De krijgsmacht van de VOC was multiculti, ook veel Duitsers net zoals in het staatse leger in de Nederlanden. Bij de Ambonsche moord (in 1623) werden enkele Japanse militairen berecht voor spionnage voor de Engelsen en verraad. Op een prent van de executie van Taroeno Djojo door Soesoehoenan Amangkoerat I heeft de Javaanse kunstenaar een paar VOC-militairen afgebeeld: van hoogblond via geel met de mongolenplooi via bruin tot pikzwart.
      Slachtoffers op Lontor volgens J. van Goor in zijn J.P.Coen-biografie. Aan de moord op Banda een heel hoofdstuk gewijd! Aantal inwoners op Lontor 4500-5000; aantal slachtoffers van de militaire actie 50-100; aantal slachtoffers onder de naar de bergen gevluchte inwoners (honger en ziekte) 2500. “Gegraveerd zijn de namen van veertig Bandanese vrijheidsstrijders en Orangkaya.” Genocide? Kunt u dit zwaar beladen begrip plaatsen op de slachtoffers van de militaire actie op Lontor? In Brielle (maar ook wereldwijd in de katholieke kerk) worden op 1 april de 19 martelaren van Gorcum herdacht, die door de watergeuzen in 1572 zijn vermoord. Genocide?
      De verovering van Lontor was inderdaad een zwarte bladzijde uit de geschiedenis van de VOC? Kunt u uit dat 180-jarig bewind nog zoiets noemen?

      • Jan A. Somers zegt:

        ff vergeten. Mijn bronnen worden genoemd in mijn dissertatie: De VOC als volkenrechtelijke actor (2001) (kan iedereen zelf lezen, scheelt mij typewerk. De biografie door Van Goor is uit 2015).

      • ælle zegt:

        Op Wikipedia Frans lees ik dat Coca Cola oorspronkelijk in haar uiterst geheime recept o.a. ook notemuskaat heeft gebruikt dat reeds door de slaven van weleer gekauwd werd om pijn en vermoeidheid te bestrijden.
        De ingrediënten die in Coca-Cola zitten, kan je gewoon terugvinden op de verpakking. Wat je daar echter niet zal vinden, is het geheime recept. De exacte mix van plantenextracten die voor de typische smaak zorgt, is tot op de dag van vandaag de bekendste geheime formule ter wereld.
        De la van pala zit er al in elk geval in. Hi hi.

      • R Geenen zegt:

        @Op Wikipedia Frans lees ik dat Coca Cola oorspronkelijk in haar uiterst geheime recept @
        Coca cola is gewoon een langzaam werkend vergif. Werkt bijna het zelfde als WD40. Aan boord van schepen werd cola gebruikt om o.a. bouten en moeren los te krijgen door ze in cola te weken.
        Heb een Haags neefje die bij dorst alleen cola dronk. Op een gegeven moment ging hij bloed piesen.

      • Rahadi zegt:

        Het valt me op dat bij bovenstaand discussies en betogen, soms met hele bladzijden uit geschiedenisboeken geciteerd, het oorspronkelijke verhaal geheel op de achtergrond raakt. Van besiap tot tandartsbehandeling…
        Jammer hoor, de Javapost verdient beter!

      • R Geenen zegt:

        Jammer voor u, maar op uw computer keyboard is rechts van het midden een toets waarop staat “delete”. De een leest het en de ander —-!

      • Jan A. Somers zegt:

        Kruidnagel is ook een goed verdovend middel. Het spul dat een tandarts inspuit voor het trekken bevat vaak kruidnagel, dat is dan ook te proeven.

      • ælle zegt:

        Bij het reconstrueren van de gewelddadige onderwerping van de Banda-eilanden is het mogelijk van de agressie van de plaatselijke bevolking of . . . die van de VOC uit te gaan.
        Eric van de Beek vergelijkt Coen met een Hollandse Hitler. Van de Beek heeft ’t daarna wel geweten!
        Eric van de Beek, initiatiefnemer van het protest tegen het terugplaatsen van het beeld van Coen, heeft gisteren bij de politie in Hoorn aangifte gedaan van smaad, laster en oproep tot geweld. “Kunnen we die man niet terechtstellen?”, schreef een zekere ‘JPCOENSTRIJDER’ op een lokale nieuwssite. Eerder al deed Van de Beek melding van ruitschade door . . . een hardgekookt ei. En op inmiddels verwijderde posters in de stad werd de oud-journalist van Elsevier een NSB’er genoemd. “En dat terwijl ik in het comité 40-45 zit”, zegt hij.
        Uit Trouw, 27 september 2011

        Bron: Wat een held! tien vaderlanders op een voetstuk. Door Martin Sommer
        De tien grootste Nederlanders
        Het lijkt tegenwoordig wel of er in de Nederlandse geschiedenis meer schurken dan helden rondlopen. VOC-voorman Jan Pieterszoon Coen werd onlangs nog bij verstek veroordeeld en koningin Wilhelmina had het tijdens de oorlog in Londen ook al niet goed gedaan. Toch heeft Nederland warempel wel wat helden om mee
        voor de dag te komen. Van Julius Civilis tot Johan Cruijff – historicus en Volkskrant-journalist Martin Sommer neemt het op voor tien helden uit de vaderlandse geschiedenis.
        Dit is een samenvatting door bol.com

        https://www.trouw.nl/opinie/hoe-je-je-moet-gedragen-in-het-verhitte-debat-over-het-koloniaal-verleden~b57e4905b/

      • Jan A. Somers zegt:

        “werd cola gebruikt om o.a. bouten en moeren los te krijgen” Klopt, doe ik ook thuis, en heb het ook op mijn werk geleerd!

      • R Geenen zegt:

        Dan weet u dat het ook niet erg gezond is. Wij drinken het nooit. Trouwens, we hebben het nooit in huis. Allerlei soorten WD40 in de garage.

  16. Ælle zegt:

    ” . . . admiraal Pieterszoon Verhoeven” begint en is al fout! Moet zijn kapitein- commandeur bij de V.O.C. Pieter Willemsz Verhoeff!!!
    Hè, hè!!! Hij werd slechts 34/35 jaar oud toen hij in een hinderlaag werd gelokt, ‘ongewapend’ met slechts twee man en vermoord juist door de Bandanezen.

    Op deze wijze/manieren komen alle grove leugens over de Belanda’s boven tafel.

  17. connoisseur2 zegt:

    Werkte in de operatie kamer van Borromeus hospitaal (voor de scholen op gang waren) en zag het begin van de bersiap in Bandoeng. Zie, “Bersiap en ervaringen van een tiener” in “indo World”.

    Henri E. Sebek.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s